woensdag 2 april 2025

Europeese en Amerikaanse Graphic Novels


 Ik las en bekeek onlangs twee graphic novels  die duidelijk in de Europese traditie staan. Met name Galopagos, met een echt gebeurd verhaal eraan ten grondslag. Pioniers gaan wonen op één van de eilanden, maar dat krijgt bekendheid, anderen komen en al gauw proberen ze elkaar de tent uit te vechten.


Je ziet de kracht en waarde van een getekend verhaal, bij pagina’s als deze: geen woorden nodig om een hele wereld te laten zien. Maar…het ‘Europeese’ zit erin, dat de mensen erin nauwelijks echt tot leven komen en guitig cartoonachtig, stripachtig dus, blijven. Zoals Suske en Wiske, Kuifje, Asterix en Obelix: het zijn geen mensen van vlees en bloed. Ook bij Aimée de Jongh, die nu furore maakt met The Lord of the Flies, zie je hetzelfde. Alle jongens lijken op elkaar, het worden geen echte persoonlijkheden.In dit boekje van haar REBORN, waar een meisje moet ontdekken dat zij de eerste menselijke kloon is, hetzelfde mankement.


 De tekeningen geven geen extra info, het blijven figuurtje met stripbalonnen naast zich, in een kale omgeving. Dat het ook anders kan, zie je in de Amerikaanse traditie. Een sterke tekst én tekeningen die extra info geven, buiten de woorden om. Zoals in Fun Home. Over een ingewikkelde vader in een uitzonderlijk huis.


In Amerikaanse graphic novels krijg je op het einde ervan vaak nog schetsen van de tekenaar, hoe ze een karakter en wereld opbouwen.


Zo is er deze hoofdfiguur van een van de favorieten die in alle lijstjes voorkwam van 2024; Beneath The Trees Where Nobody Sees.  Je ziet een ‘mannelijk-achtige’ vrouw, de klusser van het dorp, best knuffelachtig, op het eerste gezicht.

Maar ze is de verborgen seriemoordenaar van het dorp! Ze gaat daarvoor naar de stad, (New York, kan ik er vanaf zien), zoekt daar een slachtoffer, vervoert deze in haar bestelbusje, hakt ze in stukjes en stopt elke onderdeel in een afgesloten blik en begraaft ze. Welvoldaan keert ze naar haar dorpje terug en gaat lekker in een bubbelbad vol schuim zitten, met een roze badmuts op. Als je dan nóg eens kijkt, dan zie je die dubbele blik in haar ogen, van vriendelijkheid uitstralen en tegelijk speurend, op je hoede. Ik heb het boekje al drie keer tot mij genomen, ik vind dat zo leuk en prikkelend; dat het tegelijk je laat verkneuteren en verknussen in zo’n gezellig dorpje én je ook kijkt naar de gruwelijkheid op een ander moment. Zoals in het echte leven, dus…

Dit goed uitgetekend en uitgedacht zijn, zie je niet zo in de Europeese traditie. Het Grondrecht, een autobiografisch verhaal waar de auteur door Frankrijk wandelt van een plek waar de oudste grottekeningen zijn, naar de plek waar er een vlakte zal verrijzen waar kernafval onder de grond wordt opgeborgen, geeft wel al een wandelaar met iets meer expressie, maar dat komt ook omdat hij zichzelf tekent. Er is één Belgische uitzondering. Zó kleurig, elke pagina een schilderij op zich.

Zo, dit was wel weer even leuk: in je eigen boekenkast struinen.