vrijdag 29 mei 2026

Rondzwervend brein


 Gisterenavond de volle maan langs de bomen zien gaan.


Ik at een enigszins instant verzonnen maaltje. In het kader van mijn vegetarischer proberen te eten, noteer ik het hier, omdat het mij smaakte. Tempeh in blokjes een nacht gemarineerd in ketjap, azijn, gemberpoeder, fenegriek en knoflook// spinazie met een geraspte appel, pindakaas en water, en daarna daarbij de tempeh bakken, en dan dus gesneden komkommer ernaast en zó uit de pan eten.

Vanochtend een amusant bericht in de New York Times. Een Indiër, woonachtig in Boston, heeft als een soort van protest en satire, een kakkerlakkenpartij op internet opgericht, de website was binnen enkele uren met behulp van AI en vrienden gemaakt. Als reactie op een politiek hooggeplaatste, die meent dat er een jonge generatie in India aan het ontstaan is van mensen die parasiteren op de samenleving, omdat ze te beroerd zijn om werk te zoeken. De werkelijkheid is, dat er veel Indiase goed opgeleiden zijn, die simpelweg geen werk kunnen vinden. Nu heeft de partij binnen een etmaal al één miljoen leden! India heeft de  grootste wereldbevolking van de wereld, 1476,6 miljoen mensen. De reactie van een miljoen zegt wél iets over de snelheid van het internet aldaar én de mondigheid van velen. Ook wel het gevoel voor humor. Eén miljoen kakkerlakken kán wellicht wél iets teweeg brengen, maar wat? Het is wél veel goedkoper dan de stakingen die in Nederland zijn aangekondigd.

Twee redenen waarom ik The Belljar van Silvia Plath heb opgezocht, gratis te downloaden bij Books. De eerste was de leestip van een New Yorker, om deze te lezen in Central Park, bij de Bethesda fontein. Hé?…Ik dacht altijd dat het een heel donker en deprimerend boek was, dat zich in een besloten huis, in een kamer afspeelde, over een vrouw die langzaam gek wordt, ik heb het nooit willen lezen. Wat heeft dit met New York te maken? De tweede reden is, dat Billy Eilish haar gaat spelen in een film. Dan  moet er toch wel wat meer gebeuren, dan waanzin die je in woorden volgt. Welnu: het blijkt zich in NY af te spelen. De eerste beschrijving van de stad, valt wellicht wél samen met het brein van de hoofdpersoon, die zich wellicht steeds meer in zichzelf zal opsluiten. 

Voorlopig zit het vol met herkenbare gedachten over het ongemak van sociale conventies en hoe je als net volwassene een plaats in de wereld probeert te veroveren. Af en toe met heel hilarische scènes. Ik snap nu al beter dat het boek een klassieker is.

Het waait al de hele dag door de bomen. Er was om 16.00 uur regen en eventueel noodweer voorspeld, en ik had het plan om daarna naar mijn stadshuis te fietsen. Tot nu toe, één minuut met wat dikke regendruppels. Het gaat nu naar 17.45 uur en nog steeds zet de regen niet door… Wél nu ook gerommel en donder in de lucht en af en toe een koudere windvlaag. Geen idee waar ik vannacht zal slapen.

PS : 18.56 uur


donderdag 28 mei 2026

Kavakis en het altijd aanwezige verlangen


 Het zijn gedichtregels van Kavakis, die ik per toeval tegenkom en ik krijg meteen zin om zijn 155 gedichten te gaan herlezen, maar het boek is in mijn stadshuis, dus dat kan niet. Het is dat krachtig optimisme over de werking van de geest. De vrijmoedigheid ook: hij komt een naam tegen, weet eigenlijk niks van de persoon maar dat geeft hem juist de gelegenheid om veel over hem te creëren.
Is dit dan louter fantasie, verwijderd van alles wat is? En hoe ‘erg’ is dit dan?


Ik dacht aan het tuinboek dat ik nu lees. Jamaica Kincaid heeft een heerlijk rommelig brein en is steeds maar bezig om de tuin van haar dromen te ontwerpen. Het ene jaar lukt een klein gedeelte daarvan, maar vaak ook moet zij slikken en is er niks van wat zij, nog in de winter, daarover visualiseert. De anekdote dat zij zich een boomgaard vol fruit voorstelt, en dan pakt zij het bestelde uit en vind slechts magere sprietjes van takken, elk gewikkeld in karton… Ik kreeg de herinnering dat moeder ook elk jaar uitgebreid de catalogus van Bakker bestelde en ze wilde dan dat ik met haar daar eens goed voor ging zitten. Het oooh! en aaaah! die kreten van verrukking bij al die rozenstruiken en andere bloemen, het deed haar denken  aan de tuin in Surabaya.
Het was, denk ik, voor de opkomst van de tuincentra, waar je nu kant en klaar van alles kunt kopen en direct een bloemen- en plantenpracht in je tuin kunt hebben. 


Ik vond dit gedicht op internet, het is ook favoriet bij mij. Hier scheidt de dichter zich van zijn eigen lichaam en roept deze op: Herinner je, lichaam, voor mij, wat ik allemaal ooit heb meegemaakt. Het intensiveert iets in je geest, door je eigen lichaam weer voor je te zien, in de bedden van anderen: zie dit is mijn hand, die jou ooit gestreeld heeft…
Of het vertrekpunt het ‘Nu’ is dat terugkijkt via het lichaam, of een catalogus waarmee je vooruitblikt naar de toekomst; in beide gevallen IS het er niet in het hier-en-nu. Het gaat om de betovering die er dan wél is, het verlangen naar schoonheid die in je geest gaat leven, het eindresultaat of dat het verleden voorgoed voorbij is, dat doet er niet toe. 
Zó is de poëzie van Kavakis: steeds die bewegingen van smachtend verlangen, uitgestelde realiteit, dóórgaan op de weg waar het leven elk moment gevuld kan worden met wonder.


Het is allemaal aanwezig in zijn beroemdste gedicht en het zijn gevleugelde woorden geworden: de reis doet ertoe, niet de bestemming. Tegelijk is het de bestemming, het einddoel dat je lokt en naar voren trekt, om op pad te gaan en al doende onverwachte vondsten in de schoot geworpen te krijgen.
Ik zag een heel kort moment de schaduwen van de oudste boom van de wereld op het tegelterras. Tien minuten later was het alweer verdwenen. Dat doet er niet toe: het gaat om het genot van dat éne moment; de vreugde.

woensdag 27 mei 2026

Schuurtje verven, Sony Rollins


 De dag begon bewolkt en kouder dan ik dacht dat het zou worden. De margrieten zijn wel gaan bloeien, maar behagelijk buiten gaan lezen was er niet echt bij. Ideaal weer dus, voor het klusje van het gedeeltelijk bijschilderen van mijn schuurtje.
Onderwijl luisterde ik naar Sony Rollins; ik had nog nooit van hem gehoord.


Op 95 jarige leeftijd gestorven, een jazz gigant, tenor-saxofonist, geboren in Harlem en al jong speelde hij mee met al die andere grootheden, wier namen ik wél ken. Een natuurtalent dus, maar zelf schijnt hij altijd getwijfeld te hebben aan zijn kunnen, misschien omdat hij zichzelf alles heeft aangeleerd, hij heeft geen muziekopleiding genoten. Hij trok zich in het begin van de zestiger jaren geheel terug en toen kwam er een bericht dat er een saxofonist op de Williamburg Bridge speelde. Dat bleek hij te zijn, twee jaar lang oefende hij er, tegen de wind in, met al alle geluiden van de stad en de auto’s om hem heen.


Zoiets vind ik meteen zó sympathiek. Iemand die out-of-the-box denkt, en ja ik vind het ook zo bij New York passen. Daar kun je gewoonweg zoiets doen en niemand zal er raar van opkijken.

Drie jaar geleden, toen ik voor het eerst in New York was, belandde ik ook per toeval op de Williamsbrug, het werd zo’n lyrische ervaring; die uitzichten! Ineens van boven in Chinatown kunnen kijken, met erachter de hoogbouw! In Sony Rollins tijd, waren de oevers nog rauw, vol met bedrijfsleven en lege goederen terreinen,  nu is alles er park geworden, één flaneergebied van de Williamsbridge naar de Brooklyn Bridge. In de drie achtereenvolgende jaren dat ik er was, heb ik dit gebied zien groeien, in 2023 was er nog een bouweiland die bezig was de kade te versterken, vorig jaar zaten er mensen op de grote keien aan de rivier, die er geplaatst zijn.

O, nu ik dit schrijf, realiseer ik me dat ik mij aan het vergissen ben! De Williamsburg Bridge is nog één brug verder, ik liep over de Manhattan Bridge. Anyway. Het nummer The Bridge, zoals ook het gelijknamige album heet, dat in 1962 uitkwam, resultaat na al dat spelen op de brug, heeft wél die energie, die voor mij New Yorkaans is. Op datzelfde album stond ook God Bless The Child.


dinsdag 26 mei 2026

Geluiden uit mijn jeugd


 Dit boek bracht mij terug naar de geluiden uit mijn jeugd. De schrijver is Maleisiër en af en toe zijn er Maleisische woorden, dus Indonesisch, in de Engelse vertaling, die ik allemaal ken. Het speelt zich deels ook af tijdens de Japanse bezetting in Zuid-Oost Azië. Ik wist tot de middelbare school niks over Duitsers en nazi’s maar wél hoe wreed de Japanners, de ‘Kempeitai’ waren geweest. Het gaat over de Merdeka-besprekingen van Maleisië na de oorlog en ik ken het woord in verband met de vrijheidsstrijd van Indonesië.
Tegelijk gaat het over het Japanse schoonheidsprincipe : Mono no aware, het creëeren van het besef dat je in één ding, verschijnsel, zowel ultieme schoonheid als verdriet en vergankelijkheid bewaart. Vader kwam terug van een reis naar Japan, het was het laatste jaar van mijn lagere school, en ik werd gegrepen door o.a. Ikebana, het Japanse bloemschikken. Sindsdien wapperde er een kleurige vissenvlag in de tuin, wellicht het begin van vaders vissenverzameling.


In de Cameron Highlands in Maleisië, uitgestrekte theeplantages in de heuvels, ik ben er ooit geweest, wordt een prachtige tuin gerealiseerd. Een samenwerking van een Japanner, die ook ooit de tuinman van de keizer van Japan was, maar wiens rol in de tweede wereldoorlog ook onbekend is, met een Maleisische vrouw met grote trauma’s uit het kamp waar zij geïnterneerd is geweest en waar zij als enige overlever uit is gekomen. Haar handen zijn verminkt, ze was in haar werkzaam leven een opperrechter, maar heeft nu de diagnose dat ze acute afasie heeft. Voordat ze alles vergeet wil zij de geschiedenis van de tuin en zichzelf nog optekenen. Zij wordt de leerling en uitvoerder van de Japanse tuinman en al haar inspanningen zijn er om haar zus te eren die is omgekomen in het kamp. Praten over en ontwerpen van tuinen, hield hen beide overeind; het was de droom van haar zus om deze tuin te ontwerpen.


Het boek bracht mij terug naar het hart van wat mijn jeugd zelf kenmerkte: de bewegingen rondom een besef van wreedheid en gekte én een streven naar schoonheid en het goede. Dit dilemma is in mijn familie nooit opgelost…
Twee verhalen van moeder bepaalden mijn eigen strategieën: ze was een kind en haar vader luisterde naar de illegale radio, ergens op het bedrijventerrein van zijn meubelmakerij, aanpalend aan het huis. Mijn moeder speelde erbij en toen kwam het bericht dat de Japanners het terrein opkwamen. Haar vader had een geweer in de aanslag, verstopte die razendsnel achter een deur en moeder werd daarvoor geplaatst en moest gaan spelen.
Het tweede is, dat zij met haar familie terugkwam uit hun buitenhuis in de heuvels van Surabaya, alwaar ook een prachtige tuin was, zij reden Surabaya binnen en in de straten stroomde bloed en ze zag onthoofde mensen, een hoofd op de tak van een boom geprikt. Het was het moment waar haar jeugd voorgoed verdween, zei ze daarover.


Zij vertelde mij dit, terwijl ik zelf nog heel jong was. Iets in mij besloot, onbewust natuurlijk, zie ik nu, dat ik haar moest beschermen. 
In mijn jeugd speelden tuinen, aandacht voor een mooie omgeving, het streven naar helderheid en het helen van mensen  (moeder was arts en werd psychotherapeut) een grote rol. Tegelijk was zij, zoals de hoofdrolspeler in dit boek gehavend; zoals de twee verminkte handen, vingers afgehakt door de Japanse bezetters omdat zij zonder werkelijk bewustzijn van het gevaar, voedsel smokkelde naar haar zusje die ‘troostmeisje’ was voor alle soldaten in het kamp, terwijl ze zelf in de keuken kon werken.
In het boek blijkt de tuin die zij ooit mede heeft vormgegeven, zeer gelaagd; er zitten werkelijkheden in werkelijkheden, er zijn vele, ook letterlijk, perspectieven, zodat er dingen verborgen zijn én zichtbaar, voor als je weet hóe waar te nemen.
En dan volgt het handelen: werkelijk navigeren tussen gekte, wreedheid en onmacht richting rustig vaarwater; met elkaar praten, elkaar begrijpen en vertrouwen…dat vraagt ware stuurmanskunst. Het lukt de hoofdpersoon of beter gezegd;  zij weet hoe zij wil gaan handelen, alvorens de vergetelheid haar zal opslokken. Ik zou het een ieder willen geven: weg uit de verstarring tussen gekte en gewoon-zijn, het met beide handen oppakken van ‘ het vliedende leven’, gaan varen met een innerlijk kompas. 

zondag 24 mei 2026

Waar is de geest?



Daar zat ik dan weer, in afwachting van de muziek, op alweer bijna ‘mijn stoeltje’ bij het Park Paviljoen in de Hoge Veluwe, waar voorheen restaurant en speeltuin uit mijn jeugd De Koperen Kop was. De laatste keer dat het dát was, was met moeder en zusje, toen ook al op sentimental journey, plagerig vechtend rondom een portie bitterballen. Al dit soort plekken; telkens weer een reisje naar het verleden, een ritueel waar ik verleden en heden bij elkaar breng…Na die keer met Moeder, al wetende dat dit de laatste keer zou zijn, kwam de grote verbouwing en het rustieke restaurant met houten balken, grote hertengeweien, een haardvuur (waar het ook de laatste keer was, om er nog met Vader bij te zitten), is voorgoed verdwenen.


Bij die eerste klanken die ik hoor, mild in de warme zon, blijk ik iemand in een rolstoel vastgelegd te hebben. Dát zie je hier niet veel.


Links van mij, zit er ineens een vrouw, dik ingepakt aangekleed. Ook dit heb ik hier nog nooit gezien, zou ze het niet warm hebben? Het blijkt dat haar man, of broer?,  frietjes is gaan halen. Zwijgend eten ze het op, hij kijkt onderwijl af en toe op zijn mobieltje en dan vertrekken ze weer.

Onderwijl speelt de muziek door.  Het is zo warm dat er ook mensen in de schaduw zitten. 

In de pauze blijkt Extinction Rebellion het spoor bij Utrecht bezet te hebben. Nee, ik kan niet meer bij deze club horen; wat heeft het voor zin om zo ook de dagjes-uit van mensen te bederven en al die kosten en die politie die hiervoor weer op de been moet komen? Tegelijk: wat is er gebeurd met de geest van al die mensen uit de Rode Lijn demonstraties? … De eerste keer deed ik mee, totaal niet wetend hoeveel mensen er zouden komen, helemaal enthousiast toen ter plekke iemand van de politie zei, dat de schatting nu richting de 100.000 was. En toen werd het een hype en heel ‘weldenkend’ Nederland volgde bij de twee volgende demonstraties. Maar de Rode Lijn was een westerse welvaartsbubbel, die nergens naar geleid heeft. Rob Jetten is nu iemand anders, maar dat geldt ook voor iedereen die daar bij was. Waarom is er niet elke maand zo’n Rode Lijn demonstratie? , waar is die geest gebleven? Bij Nieuwsuur s’avonds een man die in het grasveld bij Ter Apel heeft geslapen, zijn tranen nemen het bijna over, als hij vertelt dat hij hier is, voor zijn kinderen in Gaza. Maar wij vieren de warme zon. Natuurlijk.

Het is het Pinksterweekend. Was het maar zo, dat we elkaars talen konden verstaan…

Na dit optreden van de band die uit studenten, personeel en wetenschappers bestaat van de universiteit van Wageningen, The Sound of Science, leuke naam, wandel ik naar de ‘poort van de stilte’.

Ik weet het allemaal ook niet, niemand kan de wereld veranderen, terwijl we er wel allemaal in leven. Iedereen heeft een eigen rol, waar eigen verantwoordelijkheden bij horen en die kunnen ook nog eens voortdurend veranderen. Alles bestaat naast elkaar. Er is oproer, muziek, verdriet, flaneren in de zon. Er is stilte.


zaterdag 23 mei 2026

Kortebroekendag rond & vegetarische pogingen


Het was voor het eerst korte-broeken-weer, van in de ochtend tot s’avonds laat.


De merel fluit haar ochtendriedeltje.
 

Een kilometer heen en dus ook weer terug door het bos, naar mijn postvak alwaar twee boeken op mij wachten. Ik zie dat het allereerste huisje dat ik hier bezichtigde, nu gaat verdwijnen. Er zal wel weer een vijver worden uitgegraven, met luxe huisjes plus terrassen eromheen, ik kon nét niet de wielen zien, onder het huisje. Lange tijd woonde er iemand, die een gigantisch groot beeld van Maria in de vensterbank had staan.
Weer terug, in mijn achtertuintje; nog altijd tevreden dat ik die enigszins zelf heb gerealiseerd door, toen er een schuurtje werd afgebroken, grond erbij te winnen, door deze daar op te hogen. Nu heb ik doorkijk naar achteren én bijna de hele dag zon, op de zitplek aldaar.
Als lunch een degelijk gezond broodje uit het pakket van TooGoodtoGo, met ijsbergsla en honing-mosterd kaasspread uit de Turkse winkel, 13 km fietsen.


Die winkel komt het dichtstbij eten bij elkaar scharrelen in New York: alles in grote hoeveelheden buiten uitgestald en je kunt het zelf uitzoeken en bij de kassa binnen afrekenen. En goedkoper dan de gewone supermarkt, ja ook in New York.
Deze keer vertoefde ik ook láng in de winkel zelf. Na India, wil ik tóch proberen meer vegetarisch te gaan eten. Dus vooralsnog géén vleeswaren meer voor op het brood en zelf geen rood vlees meer kopen. Ik eet nog wel een braadkuikentje, die ik een hele week verwerk in allerlei gerechten en van de botjes heb ik dagenlang een voedzaam soepje. Ik mis de spaghetti Bolognese, die ik eerder bijna wekelijks tot mij nam…maar ja gehakt hé , dat kan dus niet…
Ik sloeg vier blikken met tuinbonen in; ik kwam erachter dat een half blik tesamen met pittige kruiden en pruimen chutney, een heel voldaan gevoel geeft in de maag. Al die exotische potjes in de winkel; welk zou nog meer erbij passen? En wat nu dan, als beleg op brood? Ik nam vers bereide pesto mee, plakjes heel jonge kaas en twee spreads, die me nu dus ook pas voor het eerst opvielen. Voor het ontbijt had ik de zoete  paprikaspread, met tomaatjes.


Avondeten, voor het eerst weer buiten, zonder vlees. Zoete aardappel en ‘Turkse’ spinazie, oude stukjes Hollandse kaas en de rest worteltjes van gisteren, allemaal even in mijn ‘ovenpan’, zurige rabarber als tegenhanger…zó mis ik geen vlees.


Een merel deed haar avonddeuntje; ik moest eerst zoeken in de boomkruinen waar ze was.


En toen was het de volgende dag, mijn ontbijtje met baklava. 

vrijdag 22 mei 2026

Amanda Gorman : What we carry


Ik hoor weleens in mijn omgeving: ‘ Ik ga niet naar Amerika hoor, zolang Trump aan de macht is.’ Ik heb de vraag gekregen of ik geen problemen heb gehad om Amerika in te komen en de suggestie dat ik maar zoveel mogelijk alles rondom klimaatactivisme ( ik was kort lid van Extinction Rebbellion) en biseksualiteit moest wegwerken uit mijn adressenbestand. 
Maar Amerika is zoveel meer!
Al die repressie is maar een deel ervan en de andere helft vecht even hard terug en is vitaal. Misschien wordt de tegenstem juist harder en helderder en krachtiger, om te kunnen blijven klinken.
Amanda Gorman is daar een sterk en jong voorbeeld van. Zij is ontdekt door de vrouw van Joe Biden, die haar hoorde ergens op een school. Als 22 jarige deed zij een voordracht bij zijn inauguratie; ik was toen al meteen zeer geraakt.


Ze droeg er een ring, die ik vorig jaar ofzo, zag in het Arnhems Museum. Dit is ook Amerikaanse geschiedenis, zo’n ring spreekt over een andere verbintenis met alles wat Amerika in haar geschiedenis bij zich blijft dragen.
En nu heeft zij onlangs, bij het afscheid van Stephen Colbert weer zoiets prachtigs uitgesproken, met de klanken uit een cellosonate van Bach. Er is niet uitgesloten dat het de lange arm van Trump is, die The Late Show heeft doen stoppen. Punt. Heel erg. Zoals zoveel op de wereld op dit moment onverdraaglijk is.
Dan deze voordracht van Amanda keer op keer blijven bekijken. Over de ARC die alles verbindt en het altijd blijven vertrouwen op licht en hoop.

 


donderdag 21 mei 2026

Lucille Clerc, Derek Jarman; Wat gebleven is


 Zo. Eindelijk, na een week ofzo, is het weer mogelijk om buiten te ontbijten met een aangename temperatuur om je heen en het bos dat gestaag groent.


Ik had wel een fijne compensatie binnen, middels dit boek dat ik cadeau heb gekregen. Zowel de tekst als de illustratie hebben hetzelfde soortelijke gewicht: de tekst geeft heel veel info over allerlei tuinen die via de verbeelding tot leven zijn gebracht, de illustraties zijn ook allen verhalend. Eén keer kijken volstaat niet, er zijn zoveel minieme details die allemaal iets zeggen, bloemen en planten zijn levensecht weergegeven, ook de allerkleinsten.



Op haar website zie ik meteen verwantschap met sferen waar ik zelf ook graag in vertoef, ook met een kritische noot, zoals het bos dat ook bloedt omdat er gekapt wordt.


Zij heeft kaften gemaakt voor Philippe Claudel, een favoriete schrijver van mij, door zijn menselijkheid, oog voor detail en analytisch vermogen om alle pijnlijkheden in het gevoelsleven en onmacht te beschrijven, zonder erover te oordelen.


En ze was bij Prospect Cottage en de tuin van Derek Jarman, vlakbij de zee en een kerncentrale, zó rijk in detaillering. Die print zou ik wel aan mijn muur willen, als ik een héél groot huis met veel ruimte en witte muren zou hebben.


Even de boeken erbij gepakt: ja, het klopt als een groen fluwelen tuinhandschoen om dezelfde fotograaf - en tekenaarsoog;  precies passend.


Wat wel significant anders is, is het omgekeerde perspectief. Lucille situeert het huis aan de kant waar in werkelijkheid de kerncentrale staat. Dat is de vrijheid van de verbeelding, en wellicht zegt het ook iets over de werkelijkheid; dat het leven totaal geen rozengeur en maneschijn was. Derek Jarman’s tuin was zijn laatste levensproject. Hij stierf aan AIDS.  In de laatste maanden van zijn leven, wanneer hij zelf de kracht niet meer heeft om te tuinieren, meldt hij in zijn dagboek op 1 July 1993
A blizzard of poppies. The sun’s up and Nick and Julian are at work in the garden, moving soil and digging grass.
Zelf dood, maar zijn tuin is er nog, die leeft voort.

woensdag 20 mei 2026

Rhododendron


De rhododendron die bloeit in de beeldentuin van Kröller Müller; dat is wel toptijd.


Rhododendron hoort bij mijn jeugdherinneringen. In en rondom Nijmegen zijn ze veel  te vinden. Het verhaal ging, dat de rijke baron die er toen woonde, drie dochters had, en eentje ervan hield van rhododendron. Zij stierf en als nagedachtenis aan haar plante hij ze overal. Een van mijn herinneringen is,  dat ze vlakbij mijn lagere school bloeiden. Dat was het bos bij het kasteeltje waar zij woonden. Met de klas gingen we dan ergens onder de omheining door en zochten er ook naar kikkers en insecten. Dat hele gebied is ontgonnen en is het grote ziekenhuisterrein van het Radboud geworden.
Het was spannend en sprookjesachtig: de juf liet blijken dat we iets deden was eigenlijk niet mocht, er zou  zomaar een boswachter kunnen komen. Maar ik had nog nooit zulke grote bloemen gezien en ze torenden ver boven mijn hoofd. Wellicht vormt dit de basis dat pastelachtige kleuren van lichtroze tot paars, mijn lievelingskleuren zijn geworden. 
Én de lathyrus met dat flodderige licht transparante bloemblad, dat zich vlechtte in het grote gatengaas langs de zandbak in de tuin.


Vijf stukken van zuilen, speciaal ontworpen voor de Kröller Müller tuin, om er ook een soort van heilige ruimte van te maken. Alleen kunst is daartoe in staat; een ander en nieuw perspectief geven in de tredmolen van alledag. Het wordt nooit feestelijker als nu de rhododendron bloeit!


En dan de langzame bewegingen volgen, als stalen riet in de wind, half liggend in een stoeltje.


S’avonds laat, terwijl het al donker was en het licht regende,  plukte ik een takje, hier vlakbij. 


 

dinsdag 19 mei 2026

Robot-monnik, meesterYoda, Maria en AI


 Ik zag in de krant deze monnik-robot, die ook echt een wijding had gekregen. Dat is toch interessant, wat voegt het toe aan ‘menselijkheid’ in het algemeen? Zelf ben ik altijd wel een voorstander geweest van zorg-robots: in hen is al het menselijk vermogen van goede zorg geprogrammeerd, dus waarom dat niet inzetten als er te weinig echte mensen zijn? Warmte en meeleven en twee handen aan je bed komen dan via een omweg naar je toe.
Zo’n robot-monnik kán wellicht mensen op een pad krijgen, waar ze zelf naar op zoek zijn. Wanneer je je wil laat gezeggen door een robot, dan is dat helemaal oké, lijkt mij.


Toen dacht ik aan master Yoda, uit Star Wars. Een pop, indertijd nog met de hand aangestuurd, die in de Saga van Star Wars, het goede vertegenwoordigt en Luke Skywalker, de held, leert dat hij moet vertrouwen op de Force. Star Wars is als een soort van bijbel voor velen, even inspirerend en echt. Ook de bijbel is het resultaat van  menselijke creativiteit en getuigt dat de strijd rondom goed en kwaad universeel is. 


Vervolgens dacht ik aan Maria; zij is in het Bijbelse universum degene die de held Jezus, verpersoonlijking van God en het goede, baarde. In de kunstgeschiedenis is zij altijd prominent aanwezig geweest, de enige vrouw; te zien in alle levensmomenten van de geboorte tot de dood.
Een kaarsje aansteken bij haar kan hetzelfde met je doen als Master Yoda bewonderen of wellicht aan een robot-monnik een prangende vraag stellen en daar een zinnig antwoord op krijgen.
Dit gaat dan razendsnel in mijn brein om, ja, daar kan ik wel een blogje aan wijden, wacht eens: Laat ik aan ChatGPT vragen wat die daarvan brouwt.




Aha. Ik moet er wel een beetje om lachen. Omdat ik ook iets van een karikatuur van mezelf terugvindt. Tegelijk is het ook wel griezelig?… nee, dat is het woord niet. Ik constateer dat AI alziend en  alomtegenwoordig is, het lijkt het oude beeld van God wel, en het kan in een fractie van een paar seconden toch ook wél in je eigen brein kijken. Want helemaal vreemd is het geproduceerde ook niet.
Maar ik zal een robot NOOIT eigen intenties toedichten, zoals AI dat doet: een robot verlangt niet naar stilte en zwijgt alleen als we deze zelf het zwijgen opleggen.


Ik dacht aan de robot die ik vorig jaar in Venetië zag. Moeiteloos pratend van het Nederlands naar het Indonesisch. Over ‘gevoel’ zei ze, in het Indonesisch, dat het als de wind is, niet grijpbaar, zó weer weg en vergeten.
Juist ja. Dat wat nét niet herleidbaar is, waar woorden wegvallen, daar gebeurt het. Gestreeld worden door een vermoeden. Als een vleugje wind dat langs je wang strijkt: Adem.

maandag 18 mei 2026

Over knuffels en kleine prinsjes


 Ik keek naar de knuffel die ik gescoord had bij de laatste Sinterklaasdobbel. ‘Waarom doe je die eigenlijk weg?’, vroeg iemand aan degene die het ingebracht had. ‘We hebben er veel te veel, al die knuffels, deze moest maar meteen dóór’, was het antwoord. 
Meteen wég dus, voordat ze een plaatsje in het huis zou kunnen veroveren. En je kunt er dus ook teveel van hebben. Fenomeen ‘knuffel’ is eigenlijk best apart. Het doet beroep op…? Je zachtheid, je verbeeldingskracht, het zien en aanraken ervan verzacht, kan vrolijk maken, of troost geven. Knuffels worden al bij baby’s in de wieg gelegd, en baby gaat er dan vaak tegenaan liggen.


Zij viel me nu zelf op, omdat ik net dit liedje van Douwe Bob had beluisterd. Hij heeft het in 15 minuten geschreven bij een haardvuur, een soort van download’, zegt hij erover. Het is voor Gabriël, één van zijn vier kinderen, die maar 15 minuten geleefd heeft. Na de geboorte gestorven in de armen van hem en zijn vrouw. 
Evenveel tijd dat het liedje ‘gemaakt’ is, of tot hem is gekomen, als dat Gabriël geademd heeft op aarde. En nu leeft hij voort, als prinsje, ergens anders, en waakt wellicht over de anderen, en wie weet ontmoeten ze elkaar weer, ooit…
Ik denk aan De Kleine Prins, dat boek dat een klassieker is geworden. Zoals bij knuffels en een liedje: mensen creëeren uit zichzelf nieuwe en andersoortige werkelijkheden. 
In de verbinding; de connectie van verbeelding en het hier-en-nu, komen we dichterbij een kant in onszelf die zacht is, het eigen harde ego kan opgeven en kan openstaan naar anderen; voor elkaar.



zondag 17 mei 2026

Dara Mc Anultry; Mother Nature’s Son


 Ik had gedacht hier wel ooit een blogje aan gewijd te hebben; niet dus. Een dagboek dat de seizoenen volgt van de lente naar de winter, door een jongen, tiener, met autisme. Hij woont met zijn familie dichtbij de natuur, eerst in het westen van Noord Ierland en later in het oosten bij een natuurpark. De hele familie is autistisch, behalve zijn vader.
Het combineert hele gewone tienergevoelens van onzekerheid, tot zelfs de gedachte of hij zichzelf van het leven zal beroven, tot lucide natuurbeschrijvingen, zo helder en analytisch mooi. Hij kent zijn handicap; hoe moeilijk het is om connecties te maken en te ervaren, maar hij houdt zich vast aan zijn moeders les: 
Hold on to Grace and Gratitude.

Ik dacht weer aan hem, omdat ik een recent essay van hem tegenkwam. Ik was na lezing van het dagboek wél benieuwd hoe het verder met hem zou gaan, hij wilde biologie gaan studeren.
Het dagboek is uit 2020 en het is nu dus zes jaar verder.
Mooi, om te lezen dat hij zichzelf verder ontwikkeld heeft. Hoe hij verandering omarmt en ervaart dat dit een wijze is om je écht levend te voelen. Dat de natuur hem lessen leert over wederkerigheid, geduld en veerkracht. 


Ondertussen zit ik alweer een hele dag binnen, steeds mij afvragend of ik tóch nog zal gaan fietsen naar de dierentuin, of naar de bloeiende rododendrons in de museumtuin van Kröller Müller, of gewoon maar een wandeling gaan maken? Maar het weer wisselt in rap tempo van zwaarbewolkt met een spatje regen, geloof ik, naar opklaring en even wat zon. Juist ja, bij het laatste denk ik: ga! en dan wordt het weer bewolkt en blijf ik zitten, waar ik zit. Bovendien is het bést koud buiten, viel mij op, toen ik het terras veegde, de laatste katjes uit de berkenboom.
Zondagse spulletjes om mij heen, een kaarsje aan, een wierookstokje, de Chinese tempelbel, de oude tempelsleutel uit Sri Lanka, de beeltenis van Maria Magdalena uit de Madeleine, vorig jaar in Parijs.
Zulke dagelijks parafernalia vallen mij nu vast op, omdat het ‘de rustdag’ van de week is; Zondag.