zondag 31 januari 2016

Venetië, Varanasi

Gisteren, toen de regen het land met vlagen sloeg, ik geloof dat dit een dichtregel is, van wie weet ik niet meer, zat ik lekker binnen en ik las Jeff in Venetië, de dood in Varanasi van de Engelsman Geoff Dyer. Het leest als een reisverslag en in het eerste deel van het boek, liep ik zo moeiteloos met Jeff mee in Venetië.

Het gaat over een journalist die naar de Biënnale gaat, naar de zeer vele vernissages, feestjes dus, die elk land afzonderlijk er geeft. Het gaf wel een inkijk in die andere kant van de Biënnale. Het boek geeft de vergelijking van een piramide. Helemaal bovenaan zitten de curatoren en de kunstenaars. Daarna alle rijken met geld en de belangrijkste galerieën en musea, en dan loopt het over in de hiërarchie van de schrijvers, journalisten, die naar gelang van belangrijkheid, invitaties krijgen voor de diverse feestjes. Het gewone publiek, de bodem van de piramide, is hier nog helemaal niet in zicht: dat volgt pas  na de openingsweek.

Jeff, een wat oudere man, eind veertig, ontmoet er een jongere vrouw, op het eerste feestje in het Peggy Gugenheim Museum, en wordt heel verliefd. Ze beleven samen een paar hartstochtelijke dagen, de vrijscènes worden uitgebreid beschreven. Maar hij denkt steeds: hoe stel ik aan de orde, dat ik met jou de rest van mijn leven wil doorbrengen? Zijn jongere geliefde lijkt hier niet mee te zitten.

Op het einde van Deel 1 komt het afscheid. Ja, natuurlijk zien ze elkaar weer, ze hebben toch elkaars e-mail-adressen, maar je voelt al aan dan het wat haar betreft er niet van zal komen. Jeff denkt aan een boek van John Fowles, The French Leutenants Woman, een lievelingsboek van mezelf door het dubbele perspectief: In de Victoriaanse tijd gaat het in de liefde over voor 'een leven-lang-je verbinden', maar dezelfde personages in de huidige tijd, hebben alleen een affaire met elkaar. Jeff realiseert zich, de Victoriaan te zijn en zijn leven ligt na dat weekje enigszins in gruzelementen.

In Deel 2 van het boek is er wellicht dezelfde Jeff, maar zeker weet je het niet, in Varanasi, opnieuw om een artikel te schrijven. De stad wordt de tweelingstad van Venetië genoemd. In plaats de bocht van het Canal Grande, is er de bocht in de Ganges en de ghats, waar op de trappen mensen zich elke dag wassen en de doden worden verbrand. Op de Ganges, aan de andere oever wacht wellicht de eeuwigheid, het hiernamaals.

Heel levendig en concreet wordt Varanasi beschreven. Hier is de dood eigenlijk de partner die de journalist ontmoet en met wie hij zich verhoudt. Hij verlengt zijn verblijf in Varansi tot onbepaalde tijd. Weer gaat het over het vinden van jezelf, het zoeken naar je identiteit, de zin van het leven...Eeen heerlijk boek, en Varananasi is altijd een stad geweest, al vanaf mijn middelbare schooltijd, die ik graag eens wil bezoeken. Of het er ooit van zal komen? Geen idee. Maar het boek maakt dit verlangen wel weer heel erg wakker.

donderdag 28 januari 2016

Meewiegen

Soms vergeet ik weleens dat ik achter de bar in het Wijkcentrum voor iedereen zichtbaar ben. Ik begon een beetje mee te dansen, schaatsende bewegingen  en mee te wiegen met de potpourri aan carnavalsliedjes die door de luidsprekers schalt. En ineens zie ik allemaal mensen vanaf hun kaarttafel naar me zwaaien en met twee handen omhoog ook meewiegen.

Hé, he', dat doet me goed. Gewoon simpel wat meehossende bewegingen. Nu gaat het liedje van : Ik wil een beetje dit, ik wil een beetje dat, ik wil een beetje zonneschijn... Laat de wereld toch alsjeblieft uiteindelijk zo simpel kunnen zijn! Misschien ga ik eens  Maastricht bezoeken in het carnavalsweekend of naar Den Bosch. Gewoon door de straten struinen, mensen kijken en wat meedeinen. Rot, rot, rot,  sind die Rosen, Rosen so schön wie unsere Liebe... zingt het nu.

Het kan leuk zijn in een massa, met feestvierende en blije mensen. Daarom vind ik Keulen zo akelig. Laat dat nou de laatste stad zijn in 2015, naast Amsterdam, waar ik liep en genoot van de stad en de mensen die er flaneerden langs de oever van de Rijn met  het rode middaglicht op de Dom en ik zag meerdere gezinnen met kinderen en vrouwen met hoofddoeken om, op het plein en  in de kathedraal. Een hele loopbrug vol slotjes en boodschappen over liefde, samen-zijn, houden-van-elkaar. En toen gebeurde Oudejaarsnacht en de onschuld van Keulen is verloren...

Ik heb op een wagen van de Bi-grupe Köln  door de binnenstad van Keulen getrokken, overal stond het vijf rijen dik met mensen, juichend en applaudisserend. Bij de Dom zag je de contouren boven de massa uitsteken. Christopherstreetday was het: een lange, lange parade met vrachtwagens om te vieren dat anders-zijn dan alleen maar hetero, helemaal oké is. Hartverwarmend: steeds maar zwaaien naar iedereen en in gebarentaal, mensen die gearmd staan met hun partner, naar hem of haar zien wijzen en dan naar de vrachtwagen: die van mij is ook zo! En dan even meelopen met de wagen.

So let us sing of love, so tenderly... zingt nu BZN, de Band Zonder Naam. Ja, laten we dat doen.

Zoek...niet.

 Ik trok na lange tijd weer eens een kaart uit de Osho-Tarot. Osho haalt allerlei verhaaltjes uit alle religieuze tradities om 'een wijsheid 'te illustreren. Een kaart is ook gewijd aan Franciscus van Assisi. Het toeval hierin en ook in de I Tjing intrigeert me wel. Hoe is het mogelijk dat je soms in een periode achter elkaar dezelfde tekens of dezelfde kaart trekt, uit al die mogelijkheden die er zijn? Volgens de kansberekening is dat niet logisch.

Nu trok ik een Tarotkaart, die ik nog nooit gehad heb en dus ook nog nooit gezien had: nr 57: Intelligentie. Het gaat over een vrouw die binnen de Soefi-traditie bekend is geworden als mystica. Ze zit half blind aan de weg en de mensen denken dat ze iets zoekt. Wat zoek je ?, vragen ze. Omdat de mensen blijven aandringen, zegt ze maar: een naald. De mensen gaan voor haar zoeken, maar realiseren zich dat de weg eindeloos is. Waar ben je het precies kwijtgeraakt, denk je? En de vrouw zegt:  bij mij thuis.

Osho geeft als commentaar, dat iedereen in het leven de ervaring heeft dat die zoekende is. Maar de vraag is niet: naar wat precies. Juist wanneer je niet specifiek zoekt, zul je vinden. Mensen hebben de neiging om buiten zichzelf te zoeken en hun zintuigen te verzadigen. Ze vergeten in zichzelf te zoeken en zien daar ook aanvankelijk  niks, want het is net zoals wanneer je in het schelle licht in een donkerder ruimte komt. Dan zie je eerst ook niks. Pas als je ogen gewend zijn, zul je wat zien. Plotseling kan het aan je gebeuren: je ziet je eigen innerlijk licht.

Waarom krijg ik nu deze kaart? ... Ik denk dat het te maken heeft met een beslissing die ik morgen zal nemen. Ga ik door met meditatie begeleiden of niet? Ik zal in het gesprek gaan speuren of meditatie blijven geven, het voor mij nu te schel maakt, zodat ik het innerlijk licht niet meer goed zie en kan ervaren. Als meditatie begeleiden bij jezelf routine wordt, dan ben ik onderweg even wat kwijtgeraakt. Of ligt het niet meer op mijn weg om zo het innerlijk licht te voeden.

Er is stilte nodig, om deze te voeden. Een ruimte die helemaal vrij en leeg  is, zonder waarde-oordelen en strevingen... Ik heb het tegenwoordig buiten het klooster drukker, het is minder overzichtelijk en planbaar voor me... Misschien is de tijd van het meditatie-begeleiden voorbij.

woensdag 27 januari 2016

Taaie werkelijkheid

Gisterennacht, voor het slapen gaan, overdacht ik de dag. Wat een dag. Een keer eens bekeken van uur tot uur: Ik las de krant en las daarna de Bijbelteksten van de dag die in het directorium, de liturgische kalender staan, een soort dagelijkse leeslijst dus, van meestal een stukje uit het Oude en een stukje uit het Nieuwe Testament. Die sluiten vaak op elkaar aan, zodat de echo's uit het Oude Testament gaan naklinken in het Nieuwe Testament, tot en met het heden.

Het ging nu over de bekering van Saulus, ooit vervolger van de eerste christenen, maar hij werd de apostel Paulus. Wat een krachtig verhaal is dat: blindgeslagen, op de grond geworpen, hoort hij een machtige stem... dat maken we nu toch niet zo meer mee: een persoonlijke wereld die werkelijk verandert en iemand een totaal andere koers gaat varen in haar of zijn leven... Jammer toch, dat dit niet vaker gebeurt...

Met die mijmering stapte ik op de fiets naar de groothandel om spullen voor het Wijkcentrum in te slaan, samen met vrijwilliger T. die ik bij het koffiedrinken aldaar vroeg, of de ruzie met haar buren al was bijgelegd. Meer dan 30 jaar vrienden.... en dan...? Nee, dus. 'Mirjam, wat vind jij?... Als je spijt hebt dan kom je toch even erover praten?' Ik beaamde dat een moment van elkaar even echt in de ogen zien en benoemen wat er niet goed was gegaan, wel nodig is.

Thuisgekomen las ik in de geschriften van Clara van Assisi. Ineens kwam erg binnen dat Clara vaker Franciscus noemt, maar de naam van Clara helemaal niet voorkomt in de geschriften van Franciscus van Assisi. Wat zegt dat? ... Ook de moeite die Franciscus had om Clara te bezoeken in haar kloostertje in San Damiano, er zijn verhalen waar zijn broeders hem aanspoorden dat hij er vaker heen moest gaan... hoe komt dat? Ik ken een broeder die herhaaldelijk zegt: 'Franciscus en Clara waren gewoon verliefd op elkaar'... Zou dat zo zijn, of juist niet?

Ik ging later op de middag naar het Wijkcentrum. Daar handelde ik op de mail een incident af, waar ik toch werkelijk bedrogen ben: Er is een babyshower, een feestje dus, gegeven in het weekend, maar de desbetreffende vrouw  ontkent het glashard en gaat zelfs in de aanval: dat het onbeschoft is dat meerdere mensen tegen mij verhalen erover doen. Later op de mail vraagt ze of ik langs haar oude moeder (die waarschijnlijk  niks weet van de actie van haar dochter) wil gaan, die woont onderweg naar mijn huis,  om het misverstand uit te praten. Wat een lef. Ze gaat een beetje met me om alsof ik Gekke Henkie ben. Wat een taaie werkelijkheid.

Thuisgekomen lees ik eerst het boek van Sherko Fatah uit, We gaan als het donker wordt. Over een jongen op het platteland van Irak, alwaar de oorlog rondom Bagdad en Saddam Hoessein, aanvankelijk heel ver weg lijkt, maar die onderweg gevangen wordt genomen door Jihadstrijders, mee moet doen en uiteindelijk ontsnapt en vluchteling wordt op een donkere boot vol gevaren naar Griekenland, aankomt in Berlijn en uiteindelijk akelig aan zijn einde komt. Hé, bah, hier wordt je niet vrolijk van.

Tijdens mijn avondeten en daarna, liet ik me voorlezen door Nelleke Noordervliet: Snijpunt. Wat leest zij fantastisch haar eigen werk voor! Ook hier allemaal zoekende mensen:een gescheiden stel, hun dochter.  De moeder wordt als conrector met een mes verwond door een Marokkaanse leerling, haar vader lijkt vermist maar  is op queeste in Umbrië, het land van Franciscus.

Tot slot bekijk ik nog twee hele films. Jawel. Eat, drink, sleep, een Zweedse film over een van oorsprong Kroatische meisje en haar bijna gehandicapte vader, die haar baan in de groenten-industrie verliest. Zo realistisch en rauw: hoe het leven een worsteling is, in de onderste sporten van de samenleving. En dan nog een film die zich in Barcelona afspeelt: Una pistola en cado mano een pistool in elke hand, over een aantal middle-class-mannen, eind in de veertig, allemaal strijdend tegen angst, depressie, zich mislukt voelen, scheidingen, geen erecties kunnen krijgen...

Oef, oef, zucht, zucht. Ik geloof dat het verhaal van de bekering van Paulus deze dag uiteindelijk gekleurd heeft. Dat ik zo graag zou willen dat mensen het makkelijker hebben met zichzelf en met elkaar.

zondag 24 januari 2016

Eigengemaakte werkelijkheid

In Trouw vanochtend werd er in twee rubrieken verwezen naar het programma Andere Tijden, waarin bleek dat er in alle weekend- en spelletjes- shows met kandidaten die prijzen konden winnen, gesjoemeld werd. De leuke kandidaten moesten winnen, de zuurpruimen afgevoerd. Fred Oster schijnt er heel openlijk te vertellen hoe dat ging: de makkelijke vragen boven, de moeilijke onder, stiekem voorzeggen: enzovoort. Alleen de cavia-race op het einde van zijn show was niet te manipuleren.

Ik vind het toch wel een opmerkelijk iets. Zijn de tijden zo erg veranderd, dat niemand door had dat er makkelijke en moeilijke vragen waren? Ik weet zelf wel dat het me opviel dat bij Eén van de Acht, de show van Mies Bouwman, die in dat programma niet aan het woord is geweest,, inderdaad altijd degene won die je het erg gunde. En dat een keer toen toch de niet sympathieke won, die bij Het Vraagteken op de lopende band, helemaal niks kreeg.

Wij keken ook altijd met de hele familie naar dit soort programma's. Een van de Acht, daar keek je naar uit, en die lopende band was altijd heel spannend. Eerder zag ik daar weleens een fragment van terug en verbaasde me toen hoe dolblij mensen waren met het winnen van nu simpele doorsnee elektrische apparaten. Het is ergens niet fijn dat nu blijkt dat die programma's toch echt vallen onder 'Geef het volk brood en spelen, dat houdt ze welgemoed en tevreden'.

Er kwam een sterke herrinnering terug hoe ik ooit zelf voor de gek ben gehouden. Het was in de speldjes-verzameltijd. Die speldjes kreeg je bij allerlei kruidenierswaren en die prikte je op een schuimrubberen vel en daarmee ging je de hort op, om te ruilen met anderen. Ik ruilde een keer een heel aantal speldjes voor in mijn ogen heel bijzondere speldjes, bestaande uit  kleurige abstract bolletjes. Ik vond ze zo mooi, al die kleuren en zo apart...

Je raadt het wellicht al. Het bleken ordinaire knopspeldjes. Moeder was razend en ik moest verhaal gaan halen. Maar welk verhaal eigenlijk? Voor mij was het goed zo, ik vond het mooi. Wat maakte het me uit dat je die gewoon per doosje kon kopen? Ik weet nog dat ik niet wilde dat het besef dat ik bedrogen was, indaalde.

Is dit wellicht ook, hoe we nu naar al die spelletjesshows van vroeger moeten aankijken? Dat je een fijne werkelijkheid gegeven is, waar de goede en aardigen alle geluk van de wereld hadden? Ik geloof dat ik daartoe maar ga besluiten. Soms is de wereld zo zwart of zo licht als hoe je daar zelf tegen aan wil kijken. Misschien heeft dat meisje vroeger me ook helemaal niet bedrogen en geloofde ze zelf ook dat die abstracte gekleurde bolletjes heel bijzonder waren.

Vertrouwde plekken

Hier zit ik dan, door toedoen van de Centrale Planning, in een mij vreemd en tegelijk bekend wijkcentrum. In de oudheid, lang voordat er verbouwingen gepleegd werden, was ik hier ook, een zomervakantie lang. We praten over pakweg 20 jaar geleden. Ik heb toen in mijn eentje alle vloeren schoongemaakt en van een nieuwe waslaag voorzien.  Er was een zomerse stortbui met donder en bliksem en in dat noodweer kwam het water als een waterval langs een muur naar beneden stromen.

Doel was, om eindelijk eens in de nazomer op vakantie te kunnen gaan en van mooi weer elders te kunnen genieten, maar later bleek het in Nederland de mooiste nazomer ever te zijn. Zo gaan die dingen.

Ik hou wel van plekken die in de loop van je leven met je meegroeien en veranderen. Dit was ook het wijkcentrum waar ik nog verder in de prehistorie ben ingewerkt en meeliep om het   'beheerdersvak', ahum, te leren. Je zult zien, dat wanneer ik blijf wonen waar ik ben, ik hier ooit met een scootmobiel binnen kom zeilen om mijn burgerzaken te regelen.

De kapel bij de Clarissen is ook zo'n plek die me dierbaar is. Gisteren was er weer 'meditatief dansen', zo noem ik het maar. Het is bijzonder hoe je je lichaam inzet als expressiemiddel van veelsoortige gevoelens: lyrisch, uitgelaten, stil, vol vreugde, devoot... ook dat je samen danst met anderen sticht een heel eigen vorm van gemeenschap.

Mooi vind ik het, dat de kapel gebruikt wordt voor verschillende dingen. Het dagelijks koorgebed, de drukkere zondagse eucharistie, waar ik nooit meer kom omdat de hiërarchische, dogmatische mannenkerk vol verboden en mensen die worden uitgesloten van die eucharistie teveel in mijn huidige associatieveld zit. In de loop van de jaren heb ik er presentaties met een diascherm en beamer in meegemaakt, op de grond gelegen en getekend, ik verschoof er de koorbanken voor de meditatie, gaf er meditatie... Het fijnst vind ik het er 's ochtends in het donker en laat op de middag in de schemering:  de stille tijden.

Zo ben ik in de loop der tijden een zeer honkvast mens gebleken. Al hou ik tegelijk de beleving dat alles voortdurend verandert.


donderdag 21 januari 2016

Munch's Schreeuw

Het is de tweede keer in mijn leven dat het exact op dezelfde manier gebeurde, met exact dezelfde gemoedstoestand. De eerste keer was het 'De wagenmenner', een bronzen beeld dat in Delphi in Griekenland staat. Nu was het bij 'De schreeuw' van Edward Munch, nu te zien in het Van Gogh Museum. In beide gevallen ben ik aanvankelijk wat geïrriteerd omdat je zo opgeklopt naar een publiekslieveling geleid wordt.

De Wagenmenner had ik al op vele affiches van te voren gezien en ik zag hem in de verte al staan toen ik het tempelcomplex van Delphi betrad. Het schilderij 'De schreeuw' heb ik al zo vaak op reproducties gezien, dat je er wat verveeld van raakt. Nu, al schrijvend realiseer ik me, dat ik dat toch nog een keertje heb meegemaakt: met Venetië. Dat er door het overbekende een soort van onwil in me zit om het werkelijk te bekijken. En dan doe je het tóch...en dan!

Totale overrompeling, een heftigheid in me die plotsklaps wordt aangewakkerd. meegezogen in een totaal niet van te voren voor te stellen werkelijkheid en gevoelslaag. Venetië werd mijn stad, de stad van mijn brein, de Wagenmenner is symbool gaan staan voor levenslust en wilskracht, leven dat door het lichaam heen vibreert, wel en niet bestuurbaar tegelijk.

En 'De schreeuw'? Ik stond ervoor, en zag dat strak ovalen mondje. Meerdere keren in het zwart omcirkelt. En alle woelige baren, alle emoties die daaromheen wervelden die werden erin meegezogen, erin opgenomen, zó dat je ineens kon voelen wat de wanhoop moet zijn als je bevangen wordt door angst, als er een kluwen in je ontstaat die je verstikt en waar je jezelf niet uit lijkt te kunnen bevrijden.

'De schreeuw' werd van een plaatje een beleving, net zoals 'De wagenmenner', en Venetië. In plaats van aan de buitenkant te staan, was ik ineens binnen. Wonderlijk hoe je dat kan overkomen.