maandag 29 februari 2016

De muziek gaat door

Het riep bij mij het 'op-reis-zijn' wakker: De tentoonstelling Rythm and Roots in het Afrikamuseum. Insteek is: de invloed van simpel gezegd, de Afrikaanse trommels en muziek op die in de wereld. Blues, Jazz, Reggae, Samba, Rumba, Salsa, hiphop; alles en alles mengt zich en beïnvloedt elkaar. Een griot, een liederen en verhalenzanger tokkelde op een Ngoni uit het oude Segou: de klanken komen uit de achtste eeuw, en ze klinken exact als blues-akkoorden.

Met een eigen meegenomen koptelefoontje kun je inpluggen op allerlei nummers, liedjes, interviews. Een Braziliaanse zangeres vertelt in het Nederlands met een licht Amsterdams accent, dat de Samba wel heel vrolijk klinkt, maar dat de verhalen die erin verteld worden over de diepste ellende kunnen gaan. De kracht van muziek en de levenslust. Een rasechte reggae-fan vertelt in Nijmeegs plat hoe de reggae en Bob Marley hem heeft beïnvloed. Hij is ervoor naar Jamaica gereisd en heeft zich ondergedompeld in de reggae-scene aldaar. 'Hoe heeft het je dan veranderd? drong de interviewer aan. 'Nou ik had vroeger losse handjes, weet je wel, maar door die muziek en de teksten'. 'Over vrede, harmony en geluk?'...  Ja, nou, dat dus.

De zangeres Giovanca vertelde hoe ze door Minny Ripperton met Loving you... ineens begreep dat soul niet te maken heeft met een geweldige stem als van een leeuw hebben. Je hoort het meteen zei ze, of iemand soul heeft. Ripperton zingt met een zachte, fragiele stem la, la, la, la en je hoort meteen de soul.

Mensen die in Nederland geworteld zijn, maar onmiskenbaar bewogen en geïnspireerd worden door elders. Ik zag me weer reizen, langs de slavenkust, door Benin heen, naar Niger en door Burkino Fasso weer terug naar de kust. Aankomen met een gammele bus of in een oude Peugeot op zandplaatsen die het busstation of het dorpsplein bleken te zijn waar muziek schalde  uit oude boxen, slordig opgehangen of op de grond, al die Afrikaanse muziek, overal. Geen wereld met stenen huizen met ieder achter de muren een tv. Gedeelde muziek voor iedereen, buiten en open.

Ik begreep daardoor ineens die jongeren vlakbij mijn huis die in een auto keihard muziek draaiden: Precies dat zag ik er aan de randen van steden: alleen in die oude auto's was een accu zodat muziek kon klinken, de elektriciteit was nog niet overal doorgedrongen. Rondom zo'n auto was het een verzamelplek, een ontmoetingsplaats, de disco voor die avond.

Des avonds werkte ik weer in een onbekend wijkcentrum. Er waren Marokkaanse jongeren, die daar elke avond zijn: naar het rokershok, rennen door de gangen, klieren op de wc, buiten hangen, tegen de ruiten aantikken. Het speciaal voor hen ingerichte jongerenhonk werd op de openingsavond, door henzelf, waarschijnlijk, van een fikkie voorzien, ruiten aan diggelen.

Hoe zit dat toch met die tweede en derde generatie kinderen uit buitenlandse ouders? Ikzelf ben ook zo'n kind. Achter de schermen heb ik wel ervaren hoe moeilijk het is om je werkelijk geworteld te voelen in de Nederlandse samenleving, alhoewel ik hier geboren ben en ouders een glansrijke carrière gemaakt hebben in heel 'Westerse' beroepen'. Een arts-psychotherapeut en een universitair hoofddocent sociologie/politicologie: voorwaar niet niks.

En toch... het gaan naar onbekenden verten stroomt door het bloed, het je mogen wortelen in de Nederlandse samenleving was niet zomaar vanzelfsprekend. Maar alles en alles blijft zich mengen en elkaar beïnvloeden: de muziek gaat door.

donderdag 25 februari 2016

Peanuts perspectief

Ik heb de laatste tijd wel genoegen beleefd aan de  The Peanuts-Collection, the early years: 4 dvd's met een  fijne, lichte toon. Voor het eerst zie ik de stripfiguren uit  Charlie Brown en Snoopy praten en bewegen. Nu ervaarde ik echt het consequente kinder- of zelfs peuterperspectief: volwassenen praten niet, maar stoten klanken uit. De peuters luisteren er gewoonweg langs: niet dus.

Je wordt op een dubbel been gezet: ik zag me ineens als volwassene weer kijken naar het bloedserieuze spel van peuters: stoeltjes verslepen, verkleedpartijen, holletjes maken met oude dekens,  tafeltjes dekken, fluisterend hand in hand voor me lopen, terwijl ik de lege buggy voortduwde. Dat ze onder een roze bloesemboom staan en helemaal in verrukking een rondedans maken. Charles M. Schulz de schepper van The Peanuts geeft hen daarbinnen een serieuze leefwereld, die wel op die van volwassenen lijkt, maar zonder echte gemeenheid of machtswellust.

Ik vind Peppermint Patty heel grappig: roodharig met sproeten en slippers aan, een beetje jongensachtig, en ze noemt Charlie Brown consequent Chuck: als maatjes, maar soms lijkt ze ook wel een beetje verliefd. Snoopy is echt geëvolueerd in de loop der jaren: de serie die ik heb gezien zijn de eerste jaren en daar is hij nog een naar aandacht hunkerende hond, die huilend zijn zin probeert te krijgen. In latere strips is hij veel filosofischer geworden en neemt soms bewust een gepaste afstand van al het gedoe van de kleine mensen om hem heen.

Ik realiseer me nu dat het Peanuts-perspectief, helemaal gekleurd op groot formaat, toen ik nog jong was, misschien nog niet kon lezen, of wel, maar geen Engels, bij me binnen is gekomen. Mijn opa en oma gingen elk jaar een paar maanden wonen bij hun zoon in Los Angelos en een keer kreeg ik dit boek van hen als souvenir. Dat grote roze bolle gezicht van Charlie Brown, ik verdronk erin. Hij moest meedoen aan een wedstrijd in de grote stad en was daar bang voor. De grote straten met straatlantaarns en hoge gebouwen waarin ze liepen; ik vond het spannend. Dat had ik zelf nog niet in het echt gezien. Linus mag mee als ondersteuning, de rest van  van de Peanuts zitten voor de buis gekluisterd.Charlie wint net niet.

Het Peanuts-perspectief vind ik wel iets om te koesteren: de wereld en jijzelf kan eenvoudig zijn. Je hoeft niet mee te gaan in alle intriges en gekonkel om je heen. Er niet in mee gaan is ook: er geen aandacht aan geven, het niet voeden en soms bewust de andere kant opkijken. Dit is als volwassene soms ook een opgave. O nee, dat heet tegenwoordig in de vaart der volkeren: een uitdaging.

woensdag 24 februari 2016

Rondwandeling Waal, handbijlen, ecozz-tas

Het is 7 kilometer lopen: vanaf het station, over de voet en fietsbrug naar de andere kant van de Waal, een stukje langs die oever, over met de nieuwe brug naar het stadseiland, die doorkruisen en dan weer de oude Waalbrug over en door de stad heen terug naar het station. Wat mensenhanden kunnen bereiken; dit is toch het oud-Hollandse gevoel van nieuw landschap maken, elke vierkante meter uitgedacht op de mooist mogelijke inkijkjes en doorkijkjes.

Wat vroeger een rommelig stukje oud-Lent was, onder een oude spoorbrugtunneltje door naar de dijk langs  wat rommelige kassen en sleetse huizen, is nu ineens een nu al bijna sfeervol stukje straat met een oud dorpscafé Waalzicht geheten, de naam nu dubbel en dwars waar,  terwijl aan de andere kant waar de kassen en rommelweilanden waren, er nu ineens het water stroomt. De oude dijkweg is geheel verplaatst en je kunt nu ook de andere kant langs de oever struinen richting de nieuwe verkeersbrug, vlak bij het klooster De Bron.

Daar vond ik op een  strandje in de herfst wat oude stenen die verdacht veel op handbijlen uit de oudheid lijken. Als het niet zo is, dan houd ik toch de gedachte eraan vast, nu ze op mijn grote tafel liggen, bij een 'rivierwezen', een traveller, zoals de Australische kunstenares Fiona Hall ze noemt. De sfeer op dat vindplekje staat me bij, alsof ik door een luik in de tijd ergens anders heen werd gevoerd.

Overal zijn er nieuwe strandjes en op de nieuwe  brug bij het centrum zijn een soort van hang/ligbanken gemonteerd. In de zomer wordt dit vast een en al geanimeerdheid: een bruisend gebiedje vol zonnende en flanerende mensen. Er is een heel wandelgebied bijgekomen, nieuwe bruggen, nieuwe oevers, een eilandje.

Dat zijn 'leuke dingen voor de mensen' zou de Boer van Paul van Vliet zeggen. Een ander heel leuk ding, dat ik meteen zonder nadenken kocht is een opvouwbare ecozz tas, gemaakt van oude petflessen. Het kan 20 kilo dragen en is bedrukt met een oud-middeleeuws miniatuur: klaprozen aan de kanten, onleesbare tekst en een plaatje van een engel die een monnik-achtig type een boek overhandigd.  Volgens de verkoper kun je zelf afbeeldingen aandragen en als die meer-dan-zoveel-keer geliked  is, dan voeren ze het uit. Fijn: leuke dingen...

maandag 22 februari 2016

Heen-en-weer

Met de projectgroep, het clubje oud-theologie-studenten, waarvan er al twee met pensioen zijn en één met vervroegd pensioen, help! zo snel gaat de tijd, hadden we weer ons halfjaarlijks treffen. Ditmaal werkelijk ideaal: prachtig gelegen met uitzichten op de IJssel met het hoge water in de uiterwaarden: 't Kruushuus bij Welsen. Slapen in een bedstee, waar je de deurtjes dicht kon doen, heel schattig.

Om aan te komen waren er heel wat obstakels. Een zwaan op het spoor bij Amsterdam dat het hele treinverkeer ontregelde, iets op de A50, waardoor deze was afgezet. Ik kwam aan met de trein in Olst en daar zeiden de mensen dat het maar de vraag was of het pontje over de IJssel, wel ging, met het hoge water. Zo niet: dan zou dat dus terug naar Deventer gaan betekenen, en omrijden.

De samenkomst kreeg een beetje de kleur die cirkelde rondom kwetsbaarheid, grilligheid en het niet kunnen controleren van het leven zelve. De ene had twee uitvaarten voor te bereiden en werd onderwijl gebeld door mensen van beide families, eh.... in meligheid zo met elkaar stel je je potsierlijk voor hoe je de families door elkaar kunt husselen. De andere kreeg twee berichten van het overlijden van twee goede vrienden en weer een ander vertelde de moeizaamheid van een kind met game-verslaving, ondertussen 110 kilo in omvang.

Een zwaan op het spoor, had de bestuurder nou niet gewoon door moeten rijden, gezien het belang van talloze reizigers die hierdoor wellicht een vliegtuig konden missen, een belangrijke vergadering, een begrafenis? Wat telt en wanneer? De meningen waren verdeeld.

Later werd het gesprek filosofischer:  Leven is ook heel veel dingen doen 'om...' en dat in een eindeloze herhaling. Is het ene af en gedaan, dan komt er weer iets anders en dat dan in eeuwige wederkeer. Waartoe, wat is de zin, uiteindelijk? Is er een 'ruimer bewustzijn', wat vinden we van het concept Uno Mystica?

Ik vergat op het einde mijn agenda, de aardige mevrouw van de B&B bood aan die naar het pontje te brengen en we schraapten vliegensvlug in de auto het luttele bedrag van 80 cent bij elkaar, zodat ik het kon ophalen: heen-en-weer. Nou dat hoeft niet, zei de mevrouw door de telefoon.  Ze gaf de agenda wel mee, kon ik het aan de overkant gewoon ophalen.

Daarin zit iets van hoe het leven ineens veel lichter kan worden: doordat je iets letterlijk uit handen geeft, het laat dragen  en dat het dan ook aan de overkant aankomt. De volgende dag  vond ik woorden voor de maandagochtend-meditatie, andersoortige woorden over ergens anders aankomen, niet alleen op eigen kracht:

Moge er een engel
over je waken
wanneer de nacht
te donker lijkt en koud.

Moge het engelengezicht
jou beschermen
en je dragen
naar warm licht.

donderdag 18 februari 2016

Amour

Ik zag de heftige film Amour van Michael Haneke. Twee oude mensen in een groot appartement. Ze houden van muziek en boeken. De film begint dat de brandweer de deuren forceert. Daar ligt zij, gestorven op bed in een mooie jurk, haar hoofd  op een kussen bespikkeld met bloemen. Verder is er niemand. Wat is er gebeurd? Buren zeggen al langere tijd geleden voor het laatst de verpleegster te hebben gezien.

Twee oude mensen: ze zitten aan de keukentafel te ontbijten. Plots verstart de vrouw, kijkt niet meer, reageert niet meer. Hij probeert haar bij haar positieven te brengen, drukt een natte doek op haar voorhoofd, in haar nek. Ze reageert niet. Hij stommelt naar de telefoon om een arts te bellen, kamers verder. Hij laat het water lopen uit de kraan en dan hoort hij dat het water stopt met stromen. Hij loopt terug: daar zit zij en ze verwijt hem dat hij de kraan niet heeft dicht gedraaid. Ze weet van niks, ze herinnert zich niet, dat ze afwezig is geweest.

Dit is het begin: ze krijgt een hersenbloeding en terug uit het ziekenhuis, in een rolstoel, haar ene zijde verkrampt en verlamd, laat ze hem beloven dat hij haar nooit meer naar een ziekenhuis zal brengen. Hij neemt haar verzorging op zich. Moeizaam en soms is ze helder, maar andere keren weet ze niks. Hun dochter spoort hem aan haar toch naar een ziekenhuis of verpleeghuis  te brengen. Hij doet dat niet.

Er komt een moment dat hij haar met een plastic tuitbeker aan haar mond wil laten drinken, maar ze lijkt dit te weigeren. 'Als je niet drinkt, zul je sterven, is dat wat je wil?!' roept hij in wanhoop. Ze kijkt hem aan, lijkt het vocht tot zich te nemen, maar laat het daarna uit haar mond lopen. Hij geeft haar een klap in haar gezicht.

De film heet Liefde. Niet dé liefde, maar Liefde. Hun dochter zegt in het begin tegen haar vader dat ze vroeger luisterde hoe haar ouders vreeën. En dat ze toen wist dat ze voor altijd geborgen was, dat het goed was. Maar nu? De film eindigt dat die dochter alleen door het appartement loopt. Je weet niet wat er met haar vader gebeurd is. Je weet wel wat er met haar moeder gebeurd is.

Liefde: niet te begrijpen wat voor vreemde wegen die gaat in het hart, het brein, het handelen. Soms is er geen oplossing voor de onbereikbaarheid van de andere. Niet tijdens het  leven en niet dichtbij de dood.  De vraag of haar vader 'het juiste' heeft gedaan wordt volkomen irrelevant, omdat  je soms iets doet, of niet,  omdat je niet anders kan.

woensdag 17 februari 2016

Ontferming

Bij Anselm Grün las ik in Beelden van Jezus, in het stukje dat Jezusgebed heet, dat hij dit gebed al 30 jaar lang, elke ochtend bidt, na het koorgebed, in de meditatietijd. Het gebed stamt uit de vierde eeuw en wordt in de Oosters orthodoxe kerk veel gebeden. Het bestaat maar uit één regel: je ademt in en dan zeg je: Heer Jezus Christus. En dan adem je uit en zeg je Zoon van God, ontferm je over mij. Volgens de wijze ouderen, zit hier het hele evangelie in vervat.

Anselm Grün wordt van het gebed meestal zacht en mild en hij kan zo alle bitterheid, woede, verdriet, pijn en ongemak achter zich laten. Natuurlijk zijn er momenten dat het niet als vanzelf meteen werkt, en dat hij dan denkt: wat ben ik aan het doen? Maar in de regel, en uiteindelijk altijd, dan gebeurt het wel aan hem: het loslaten van je eigen ego, en dan ontstaat er een ervaring van dankbaarheid.

Na lezing ging ik het meteen 'uitproberen'. En ja: het werkt. De woorden en de in en uitademing brengen je naar een andere laag van jezelf. In een van de andere stukjes filosofeert hij wie en wat Jezus dan voor hem is. En dan zegt hij, naast de figuur in de vele verhalen, die tal van Jezusbeelden opleveren en die je kunnen inspireren, dat het ook de Jezus in hemzelf is, die hij zoekt en kan ontmoeten: de Zoon van God...Het goddelijke dus in elk mens.

Het blijven altijd moeilijke zaken als het over God en het Goddelijke gaat. Maar tegelijk is het ook wat zomaar kan gebeuren: woorden die niet beschrijven, maar die gereedschap worden om iets in jezelf te bewerken: de ervaring van ontferming. Ik denk dat wanneer je elke dag, al 30 jaar die woorden uitspreekt: ontferm je over mij... dan ervaar je ontferming.

En dan, vervolgens: wat is dat dan, ontferming, wat ervaar je dan?... De ervaring dat je er nooit alleen voor staat. Dat je opgevangen wordt. Dat er zachtheid is en mildheid, liefde en goedheid , die groter en geheimenisvoller is, dan  je eigen kleine ikje. De ervaring van overgave. Aan dat wat het rationele begrijpen te boven gaat. Je snapt er niks van, maar het is er wel en het is in alle broosheid en kwetsbaarheid levenwekkend aanwezig. Jij wordt aanwezig.

maandag 15 februari 2016

Lang weekend vol

Het waren een paar dagen vol contrasten. Met de vrouwengroep naar de tentoonstelling van David Bowie in het Gronings museum. Ik vond het geweldig, twee vonden er niet veel aan, maar die hadden sowieso ingezet op 'het weekend weg'. Het werd ouderwets geweldig gezellig, tot diep in de nacht het leven doornemen en ook het gedeelde leven. Bijzonder om elkaars geheugen te zijn. Wat jij niet meer weet, meldt een ander en te samen groef het zich verder en verder het verleden in.

De leeftijdsverschillen in de groep kan twintig jaar zijn, zodat de ene Bowie nog kent vanaf het puber-zijn en hij voor een ander een meneer was, die zich een beetje aanstelde. Ikzelf zag door de tentoonstelling dat hij wat mij betreft echt een kunstenaar is: iemand die de tekenen van de tijd verwerkt in eigen creatieve vormen: zijn muziek, en de aandacht voor kostuums en theater. De tijd van de ruimtevaart bijvoorbeeld waar hij  beïnvloed is geweest door Stanley Kubricks A Space Odysee en Clockwark Orange. De tijd van de muur in Berlijn, waar Bowie onderdook na zijn eerste roem en zichzelf weer opnieuw uitvond... enzovoort.

Op jonge leeftijd zag hij twee levenspaden voor zich: die van Tibetaans boeddhist of... de wereld ingaan en al haar vormen verkennen.  Fijn voor de wereld dat hij het laatste heeft gekozen en daarin ook letterlijk zo grenzeloos was. Grenzen tussen man en vrouw, tussen aards en buitenaards, tussen eenvoudig en zeer extravagant, tussen muziekstijlen: alles ging de snelkoker van Bowie in en kwam er andersoortig weer uit.

De vrijdagavond was ik naar de film Carol van regisseur Todd Hayness, die zo slow en daardoor zinnenstrelend filmt, een beeldtaal die me deed smelten. Niet alleen omdat Cate Blanchet zo sensueel de lesbische moeder met kind in de dertiger jaren speelt, maar ook de wijze hoe wederzijdse aantrekking van twee vrouwen in een wereld zonder enige rolmodellen,  waarin de codes daartoe nog moesten worden uitgevonden, in die beeldtaal zichtbaar werd. Echt een film om op het grote doek te zien en niet op dvd.

En dan werden de dagen verder omgeven door het bewust zijn van de eindigheid van het leven en daarbij de ontdekking dat, al is de tijd hectisch en snel en al wordt er geklaagd over alle bezuinigingen in de zorg, er toch gewoon mensen zijn die kundig en zorgvuldig en vol heldere aandacht zijn. 

Moeder is sinds vandaag gast in hospice Bethlehem, een prachtig sfeervol verbouwd klooster met beneden  een authentieke kapel met koorbankjes, waar het uitzicht vanuit de huiskamer, voor haar in dezelfde gang ongeveer 10 meter lopen,  aan drie kanten de Waal bestrijkt. Ze heeft een kamer boven de hoofdingang, de enige met een balkon en wij, die daar  'de familie van de gast' heten, mochten er gisteren al wat vertrouwde spulletjes heenbrengen. Ik hoop dat ze er een goede tijd krijgt.