zondag 29 april 2018

Begrafenis te Bloemendaal

Au! Patsboem! Shit, shit, shit, riep ik gisteren hardop, nog geen 200 meter van mijn huis. Ik viel van mijn fiets, door de tas die in  Londen zo handig was geweest, nu aan het stuur te hangen, op weg naar de trein. Ik krabbelde op, kon alles nog bewegen en haalde de trein, dat was tenminste iets. Maar in de trein voelde ik het rondom mijn knie wel nat worden, bloed dus, maar je zag er niks van met een zwarte broek.

Wat stom, dat dit dan zo gaat, maar het was niet anders: vanaf de wc in het halletje van de kerk waar de moeder van P. in haar kist nog te zien was, er stonden twee mensen van de begrafenisonderneming voor, zodat bezoekers ook de keuze hadden om dat niet te willen, bleek de EHBO-kist zich daarachter in een kamertje te bevinden. Dus ik liep langs haar moeder, omdat ik de koster moest volgen op weg naar de verbandtrommel. En dat tot nog drie keer toe erlangs, want de pleister bleek te klein voor de wond, dus ik wéér op zoek naar de koster voor gaas en verbandmiddel uit dezelfde EHBO-kist, achter de doodskist...

Ik zag haar moeder liggen, maar er was zo weinig over van de stralende, levenskrachtige, blijmoedige, zéér op mensen gerichte warme  persoonlijkheid zoals ik me haar zal blijven herinneren. Bij mijn moeder was het ook zo: de eerste dag leek het nog alsof ze sliep, maar op dag drie was er slechts een omhulsel, moeder was allang vertrokken...

Het was een ontroerende uitvaart. Dan ben je 103 jaar geworden, en daarmee en door wie je was: altijd vol warme belangstelling, meelevend, begaan zijn met een groot inlevingsvermogen, ben je zó verweven geraakt met de levens van kleinkinderen en petekinderen, dat die niet anders weten dan dat je er bent, ook als je zelf alweer kinderen krijgt. Dat je je niet meer kunt voorstellen dat die andere er dan niet meer is.

En dan was het plan dat je onderwijzeres zou worden, maar word je naar huis geroepen om samen met je moeder het grote gezin op rolletjes te laten lopen. Dat vindt je heel erg, maar je neemt het niemand in het bijzonder kwalijk. Misschien is dat wel grote wijsheid: overgave aan het leven zoals het komt en je niet laten vangen in oordelen zoals die er nu zijn daarover: wat een verspilling aan intelligentie en talent, vrouwen moeten zich ontwikkelen binnen de arbeidsmarkt enzo... Zij ontwikkelde zich binnen de gegeven omstandigheden en heeft anderen gevormd door wie ze was en laat nu in meerdere generaties diepe en dierbare herinneringen na...

Wat een prachtige begraafplaats is het, bij Bloemendaal, midden in de bossen, in een glooiend terrein, zo wil ik ook wel liggen. Correctie: zo zou ik graag regelmatig op graf-visite willen gaan. Het regende een beetje, echt begrafenissenweer, en ik hobbelde voort met mijn pijnlijke knie en je een beetje gekneusd voelen. 

Het was een rondje Nederland met de trein; heen over de Veluwe naar Utrecht, terug door de  Betuwe via Den Bosch. En Nederland was overal frisgroen jong en bloeiend, met fruitbomen en gele koolzaadvelden. Van de zon het regengebied in en weer terug naar de zon, ik geloof dat het in mijn stad niet geregend heeft. 

Vanmiddag hou ik me maar rustig, mijn pootje ietwat omhoog, zo weinig mogelijk belasten en mijn knie buigen. Ik vind het zo’n wonderlijke gedachte dat mijn lichaam zelf zo’n wond aan het helen is en druk bezig is, terwijl ik alleen maar rustig hier zit.

vrijdag 27 april 2018

Koningsdagje

Na al die markten in Londen, de drukte en de dynamiek, stond ik dit jaar niet zo te trappelen om de Vrijmarkt op Koningsdag. Als het ook maar een beetje miezerde zou ik lekker thuis wat rommelen. Maar de zon scheen, ik hoorde achter in het plantsoen alweer bedrijvigheid richting de buurtmarkt, dus, het begon toch te kriebelen. Maar ik zou niks kopen, had geen missie. En toen vond ik Tangram, die Chinese puzzel, een zwart vierkant bestaande uit zeven stukjes, als Ravensburger puzzel, met een heel boekje vol voorbeelden en daarvan zei ik onlangs hardop dat ik dat nog wel wilde hebben, ook naar aanleiding van een mooi kinderboek: Tangram kat van Maranke Rinck & Martijn van der Linden.

Dus daarna toch ook naar de Goffert. En net als in de parken van Londen was het ook daar volop lente en de vrijmarkt was nog eens uitgedijd naar nieuwe uiteinden. Heel Nijmegen loopt en verkoopt er, buurtjes bij elkaar, de hogere middle class uit het centrum, de volkswijk vlakbij, vriendengroepen, studenten en dan kom je allicht wat bekenden tegen uit al die segmenten. Ondertussen had ik ook een missie: Zusje wilde graag jeu-de boulle-ballen. Die vond ik ook, maar wat heb ik me daarmee op de hals gehaald: die zijn loodzwaar, dus dat werd sjouwen, halverwege...

Lente in het park, lente in mijn plantsoen en in de tuin. De narcissen en een heel aantal tulpen hebben hun bloei mee gemaakt tijdens mijn twaalf dagen afwezigheid, maar er blijven er nog genoeg over, de witte met de rode streepjes en de geel-rode met de spitse bovenkanten, die doen wat de verpakking beloofde. Maar er staan ook purperen bolle tulpen, die heb ik nooit aangeschaft: ik vrees dat deze uit de verpakking komen, waar roze tulpen met dubbele kartelige randen  beloofd worden. 

Is de lente dit jaar extra laat? Ik kan me eerder geen Koningsdag herinneren waar het Goffertpark zó in bloei stond... Of neem ik anders waar, na al die Londense parken? Ik mis het soort mensen in Londen wel. Zoveel uitgesproken kledingstijlen, sjiek en sjofel en dat na werktijd je mannen hun colbert en das zag afdoen, de zwarte glimmende schoenen uit, de witte blouse los geknoopt en hup, gewoon op de grond van de zon genieten. De metro en het park, daar kwam je iedereen naast elkaar tegen, ik keek mijn ogen uit en vond deze week de busritjes in mijn eigen stad maar saai...

Het is nu bijna volle maan, maar wel frisjes buiten. Het is al helemaal donker, ik ga zo onder mijn nieuwe warme douche in mijn mooie rustige, witte badkamer, een groot contrast met de rest van mijn huis, en pak mijn tas met de gratis dingetjes die ik toch niet kon laten liggen, later wel uit. Het was weer een genoeglijk Koningsdagje. 



donderdag 26 april 2018

Aan de slag

Vandaag kwam de elektriciën een nieuwe meterkast en wasmachinestekker aansluiten. Hij was steeds aan het neuriën. Nou, je bent wel in een goed humeur!, zei ik. O, ja, ik hoor vaak dat ik daarmee stoppen moet, zei hij. ‘Het klonk anders helemaal niet vals hoor, ik vind het wel vrolijk.’ Toen ging zijn mobiel en ik hoorde hem heel zacht, lief en teder zeggen dat hij zó thuis zou komen. Hij vertelde dat het zijn zoontje was, hij had al tien minuten gehuild en zijn moeder kreeg hem niet stil. Hij is  helemaal vaders jongen. Ze leken sprekend op elkaar en pas had hij voor hem een shirt laten maken, zoals hij nu aan had: met elektrotechniek erop. Blij dat het joch was, hij ging ook vaak mee, hij is zeven.

Toen bleek dat zijn vrouw epileptische aanvallen had door een hersentumor, al dertien jaar lang. Tja, wat kon je anders dan gewoon maar doorgaan, de zorg van zijn zoontje kwam ook vooral op hem neer... ja., ze zal er wel aan sterven... Ze had ook last van stemmingswisselingen. Hij kon er wel mee leven, maar voor zijn zoontje begint het niet meer te helpen, zeggen : ‘Mama is ziek, ze bedoelt het niet zo, ze kan er niks aan doen.’ Pas had zijn zoontje aan hem gevraagd: Bestaan er ook lieve mama’s? 

Gisteren kwam de loodgieter, ook met zijn zoon, de nieuwe wc bleef maar doorlopen, terug van mijn werk had het water dus zeven uur lang gestroomd. Dat zoontje rende zowat hier de  trap op, ‘Ik heb de badkamer hier meegebouwd’, zei hij.  Maar de jongen leek zo jong, hoe kon dat? Het was een stage en hij had de tegelvloer op de grond mee gezet. Ik zei hem dat het me was opgevallen dat er in het vierkant van de douche een net andere tint grijs was. Ja, zei hij heel professioneel en serieus: Dat was hen ook opgevallen, maar het hoorde toch echt zo, ze hadden er nog over gebeld. 

Zo en nu kon ik dan eindelijk de was uit de koffer wegwerken en begin ik een beetje op orde te komen. Fijn om tijdens de verbouwing van de badkamer in Londen te zijn. Maar dan kom je half twaalf thuis in een huis vol stof en fijnegruis en zo douche je dan voor het eerst. En dan goed slapen hoopte ik, om vroeg weer klusjes te gaan doen in de speeltuin. Maar mijn milde hooikoorts werd door al dat stof hevig;snotterend, niezend, verstopte neus, met dikke tranende ogen en dan heb je geen echte nachtrust.

En de volgende middag, na ongeveer over de hele speeltuin met een hark de bandsporen van al het werkverkeer weggewerkt te hebben, best wel leuk om te doen overigens, thuis aan de bak, ik hield mijn werkkleding maar aan: alles schoonmaken, stofzuigen en opnieuw inrichten... verzinnen om de grote ficus te ondersteunen met een bamboestengel uit de tuin en die tussen plafond en pot vast klemmen, de plant , liggend op de grond dan ook maar een lauw warme douche geven, alles vraagt tijd en pas ver in de avond stopte ik omdat ik honger kreeg, gelukkig had ik nog een spagetti-maaltijd in de diepvries.

En toen weer een nacht met weinig slaap, de hooikoorts werd nog heviger, en de volgende dag weer naar de speeltuin, om in het bos ook letterlijk op adem te komen. Leuk, er waren nu kinderen, van een schoolreisje en de dag erop kleuterklassen. Zo onbevangen als kinderen kunnen zijn: Wat doe je? Wat is dat, over de knijpgrijper, mag ik het proberen? ‘Alles wat niet uit de natuur komt, raap ik op’ , zei ik. Twee meisjes gingen me ijverig helpen. Ach, de jeugd heeft de toekomst en je gunt ze allemaal het mooiste. 

Ik hoop vooral dat de elektriciën zijn goede humeur zal blijven behouden en zijn zoontje vertrouwen in mensen kan meegeven. Zijn moeder had  hem pas met de volle hand een duw in zijn gezicht gegeven en gezegd dat hij een rotjoch was... Morgen ging hij met hem naar Koningsdag. Zijn weekend begon nu, hij had er echt zin in. En mijn hooikoorts is over en vandaag heb ik vooral weer een lange dag gelezen.

maandag 23 april 2018

Dag Londen

Zo, ik ben weer helemaal klaar voor de terugreis. Thermoskan met thee gevuld, eerst schoongemaakt, ik vroeg of ze dat even voor me wilden doen, hier in de professionele keuken: dit gebouw huisvest of was er ooit ook  voor grote groepen. Blijkt dat er ook een klein keukentje voor de gasten is! Dat wist ik niet. Had ik gisteravond hier ook een magnetronmaaltijd kunnen opwarmen.

Ik was van plan om Indiaas te gaan eten, hier in de buurt, dat moet je toch een keer gegeten hebben als je in Engeland bent. Het is hier wat Chinees in Nederland is, iedereen eet het. Om altijd te blijven weten dat India ooit een van de grootste koloniën was... Maar ik wipte toch even boekhandel Foyles in, bij de Southbank. En ik bleef er hangen. De pockets zijn hier goedkoper dan als ik ze in Nederland koop of bestel, hier in Engeland gedrukt. Dus het werd  een Kentish Ale biertje en een sandwich van de super.

Het was weer een fantastische dag, gisteren. Met mijn neus op de marathon gezeten in het futuristisch Canarywarf. En dan toch ietsjes verder, woonboten aan de kade en windsurfers op het water. Toen een beetje volksfeestje meegemaakt in Borough Market. Er werd een hoge menselijke toren gemaakt met bovenin de top een kind dat met een St George-vlaggetje, wit met een rood kruis, zwaaide en het publiek ging uit het dak

Ook nog een laatste uurtje nu wel, Tate Modern in. Ik eindigde in de zaal die Rothko er speciaal heeft ingericht. Er hangen negen doeken van hem, in verzadigde bruine, donkerpaarse, rode kleuren in het schemer. Ertegenover hing een groot doek van Monet met waterlelies. Het blijkt dat Rothko zeer geïnspireerd is geweest door Monet: het verdwijnen in de kleuren, het oplossen van het zelf en pure ervaring worden.

Ja, dat is, hoe ten diepste ook de wereld van de vormen en de activiteit is: het rust in iets anders en er is een drive in mensen om  uit het amorfe te scheppen; grote dingen en kleine... Elf dagen in Londen waren een soort van speeltuin: van het ene in het andere, een plek met zoveel contrasten en diversiteit. Ik heb Londen op haar best meegemaakt. Vol zon en in de frisse lentekleuren. Het was heel erg geweldig.

zondag 22 april 2018

British Empire

Het dagje Londen vloog gisteren weer om. Nog steeds betrap ik mezelf te denken in Venetiaanse proporties: ik wandel wel even naar... Niks daarvan: vanuit Victoria en Albert Museum, weer naar Hyde Park, om over te steken en  groen te wandelen door Greenpark en zo naar Travelquar Square... een onmogelijkheid, ik kwam langs sjieke, statige wijken met rode huizen, ertussendoor kleine steegjes alwaar de koetsieren met hun gezinnen woonden, weer op Bromptonstreet waar het verkeer raasde, langs Harrods, maar de straat leek eindeloos, dus ik zocht toen maar The Underground op, ik wilde nog wat van het feestje meemaken, ter ere van St. George Day,  op het dorpsplein van Londen.

Maar rondom 19u daar aangekomen, bleken alle festiviteiten al voorbij... Dus ik liep maar verder. Langs een schattige cottage bij St. Jamespark, waar vroeger de  birdkeeper woonde. Er zijn witte pelikanen en ik zag grote nesten met reigers in de bomen. Op de Westminsterbrug een prachtige zonsondergang: kalenderplaatjes van de Londen Eye en de nieuwe skyline aan de  andere zijde. Alleen staat de Big Ben in de steigers. Het was weer geanimeerd op de Southbank en de draaimolen draaide, een Chinese bruid in het rood werd op de foto gezet voor het reuzenrad, een rode cirkel in het donker.

Ik was deze dag in de sferen van The British Empire, ooit het wereldrijk waar, naar men promootte, de zon er nooit onder ging. Het Albert Memorial, door zijn jonge weduwe koningin Victoria neergezet, wat een bouwwerk met op elke hoek een beeldengroep van de continenten, Albert als een gouden heerser, viriel in het midden, hij was een man die van techniek en de kunsten hield en heeft The Grand Exhibition in Londen mogelijk gemaakt. Ze waren heel gelukkig getrouwd, Victoria en Albert en het museum met hun naam maakte alles goed wat het Brits Museum nu mist: wat een gigantisch gebouw om in te dwalen en hoeveel schatten uit dat Britse wereldrijk zijn hier verzameld!

Op weg naar de Serpentine Gallery, langs het water met waterfietsen en overal zonnende mensen, werd ik door een jonge Indiase vrouw met zoontje aangesproken of ik wist waar Diana’s Memorial Fontaine was. Ze was er al een paar keer geweest, maar kon het nu niet vinden... Wat wil je, in al die grootsheid aan parallelle elkaar kruisende lanen en  bloeiende tuinen ertussen. Toen ik er dan zelf eindelijk langs kwam, al in Kensington Gardens, vroeger privé voor The Royals, begreep ik waarom het voor herhaald bezoek vatbaar was: vol spelende kinderen in badpakken in de fontein, die meer op een waterglijbaan lijkt. Wel een andersoortig Memorial, als die voor Albert, voor The People’s Princess...

Mijn Britse ochtend begon met gunshots in Hyde Park. Een groot deel van het park was afgezet, wat moest ik me erbij voorstellen, ik liep maar door, het zou om 12.00 zijn. Toen ik nog eens omkeek, zag ik dat er zich toch wel een menigte had verzameld. Dus ik terug: ik hoorde galopperend hoevegetrappel: er bleek een horde paarden met soldaten in oud rood ornaat, zes kanonnen het veld op te trekken, enorme knallen met vuur en rook, het was The Queens Birthday

En nu zie ik op een tv-scherm in verte al beelden van de marathon die door gans Londen wordt gelopen. Deelname: 50.000 renners. Ik zie nu een groep rolstoelers, die doen dus ook mee. Ben benieuwd wat deze laatste dag in Londen me gaat brengen.

vrijdag 20 april 2018

Camden en Regentspark

Het kwam heel erg bij me binnen: ooit was er een tijd dat er geen motoren en machines waren en dat alles met paardenkracht werd bewerkstelligd. Tot nu toe dacht ik dan aan een paard dat de eg voortrekt op het platteland in plaats van een tractor. En mensen op paarden als vervoermiddel. Maar in een stad als Londen? In Camden is er nu de Stablemarket, een zeer levendige markt vol  met van alles, ook de kleine persoonlijke nering. 

Erg gezellig en het is ooit begonnen in 1972 met maar 16 kraampjes. In wat vroeger dus de oude paardenstallen waren van Londen. Er konden 420! paarden op de stal, er waren verdiepingen en er was een paardenziekenhuis, elke stal is nu een winkeltje, en daar waar nu de mensen krioelden, was het ooit het domein van paarden. Het kanaal dat over de hele noordelijke lengte van Londen liep eindigde of begon dus hier in Camden, waar ook een sluis is. En die paarden trokken dus al die spullen door heel Londen heen, met boten van de ene kant naar de andere. 

Ik herinner me ineens dat in mijn kindertijd de groenteman met paard en wagen  door de straat kwam en dat er op het einde van de straat een ‘paardenwei’ was. Daar stonden oude paarden, die niet meer hoefden te werken. Het was een heel avontuur om samen met mijn broertjes daar schillen naar te brengen en ze te voeren. Vlakbij hadden we een hol, in de struiken, maar we mochten nooit te lang weg blijven. Maar wat was dat, te lang? Ik had geen klok of horloge . Op mijn gevoel spoorde ik mijn broertjes aan om mee naar huis te gaan. Soms was dat ‘te lang’. Het vrijst voelde ik me als ik mijn broertjes niet op sleeptouw hoefde te nemen; dan ging ik liggen bij de paardenwei, plukte er paardenbloemen en blies de pluizenbollen weg.

De melkboer was modern, die kwam met een busje langs de deur en de bakker van Tarvo had een soort elektrisch wagentje of zo. En de olieman kwam langs. Dat ik dit nog heb meegemaakt en allemaal vergeten ben! Hoe oud was ik? We hadden nog geen auto. Ik bracht mijn broertjes ook naar de  kleuterschool en ik zat al op de lagere school.  Ik moest op tijd komen en hun maakte dat niet uit. O, wat duurde die anderhalve kilometer lang, als zij speelden rondom de lantaarnpalen en de tijd krap was. Maar soms was het ook leuk: we zagen patronen in de stoeptegels en hadden een spelletje dat je op sommige tegels niet mocht komen. Maar ik dwaal af.

Onderweg naar Regentspark kwam ik, langs het  Joods museum. Wat een andersoortig perspectief dan in Nederland, waar de holocaust centraal staat. Hier werd het verhaal verteld van een Engelse jood, die familie had in Rotterdam, ze ook weleens bezocht en net op tijd terug was in Engeland toen Rotterdam werd gebombardeerd. Al zijn familie in Nederland was hij kwijt geraakt. Wat ik niet wist, was dat na de Tweede Wereldoorlog er veel Joodse kinderen, die hun ouders in de holocaust waren verloren en het zelf dus hadden overleefd, in Engeland werden opgevangen, ze heetten The Boys, al waren er ook meisjes bij. Duizend zouden er worden opgevangen, ze vonden er 732 en dat is altijd een hechte groep gebleven, strijdbaar tegen het naoorlogse fascisme. De Joden zijn overigens 350 jaar een verboden groep geweest in Engeland: in 1290 verklaarde Edward1 dat alle Joden het land moesten verlaten.

Met al deze nieuw verworven kennis zeeg ik neer in het groene Regent Park. Te warm om helemaal te wandelen naar Hydepark en de Serpentine Gallery en eventueel nog naar het Victoria en Albert museum die vrijdagavond open is... met een boekje in het gras naar mensen kijken, steeds meer opschuivend in dit grote park, helemaal tot Bakerstreet, de straat waar Sherlock Holmes woonde. In de fictie, maar er is wel een museum in een pandje. Londen in de zon en vol bloeiende lentebomen... onvergetelijk, weet ik nu al.

donderdag 19 april 2018

Zon, parken en een boek

Volgens de Evening Standard ,de dagelijkse gratis krant van Londen, was het vandaag de warmste dag in april in bijna zeventig jaar en die heb ik toch maar mooi hier meegemaakt! Een maand geleden sneeuwde het hier nog en kon je skiën vanaf Primerose Hill. Men had een van de koudste winters ooit, met sneeuwstormen, de winkels leeg, het heette: The Beast of the East. Daarom die festivalsfeer in alle parken vol mensen, de Londenaar kruipt uit haar winterhol.

In Soho Square was tijdens lunchtijd elk groen plekje gras bezet en alle bankjes en tegen de bomen en muurtjes op de grond; ook alle arbeiders uit de nabijgelegen bouwputten zaten er. Ik wurmde me er toch tussen, ik wil het meemaken, ik hou van mensenmassa. Iets verderop was The Phoenix Garden waar ik toevallig tegenaan liep, een natuurtuin, onderhouden door vrijwilligers, ontworpen in 1984 door buurtbewoners op een voormalige parkeerplaats waar tevoren een bom is gevallen. Zoiets als het Clarissenklooster De Bron in Nijmegen, ook op een lege plek door een bombardement in een volkswijk.

Maar Soho is geen volkswijk meer of de hippiebuurt van  swinging Londen, zoals ik van de resten daarvan nog beelden heb, vanaf  toen ik er was op de middelbare school. En in al die keren erna in mijn studententijd en voor het laatst tien  jaar geleden, zag ik het steeds netter worden en voor mij is het dan minder levendig...Dus ook deze keer moest ik er even polshoogte nemen en nu lijkt het op een doorsnee kleinere stad met nog wel oorspronkelijk gebouwen, alles schoon en opgeruimd, ik dacht aan de binnenstad van Zutphen.

En toen ging ik een boek kopen in een antiquariaat op Charing Cross Road: The life and letters of Marcus Tullius Cicero, vertaald door Rev. G. E. Jeans. Ik had het enkele dagen geleden zien liggen in een uitverkoopbak  van 2 pond. Nou, ja! Precies naar dit heb ik enige tijd geleden gezocht op internet omdat ik helemaal was opgeslokt in zijn leven door de drie boeken in romanvorm van Robert Harris. Als basis had hij daarvoor de brieven gebruikt en ik wilde ze heel graag zelf gaan lezen, maar kon niks vinden. Een mooi gebonden boek uit 1887, maar dat kon toch niet voor die prijs? Voorin stond een ander bedrag. Iemand moest het uit de kast filosofie niet terug gezet hebben op een plank onderin en het in die bak gelegd hebben.

Dus ik kocht het boek niet,  maar had enkele uren later al spijt. Het was helemaal niet zo duur en ik had het zelf nooit gevonden, want ik was nergens gericht naar op zoek, nu. Het is het soort boek dat Helen Hanff graag wilde hebben en die ze de boekhandelaar Frank Doel laat vinden in 84 Charing Cross Road. Er ontstaat  een levenslange vriendschap tussen beide in brieven en ze stuurt pakketjes vanuit Amerika. Waargebeurd en verfilmd met een jonge Anne Bankcroft, Anthony Hopkins en Judi Dench als zijn vrouw. Dit antiquariaat is  vier deuren verder en was er toen ook, nummer 84 bestaat niet meer, het is nu een moderne gevel van Subway...

In Jamespark heb ik lekker liggen lezen  in het boek. Meteen, op elke bladzijde, komt dezelfde Cicero te voorschijn zoals Robert Harris die tot leven heeft gewekt. Intelligent, erudiet, filosofisch en gevoelig. Wat een genoegen, zo’n oudgebonden boek, met een leerachtige kaft en rafelige  bladzijden. Ik twijfel nog of ik dit ietwat zware boek morgen weer in mijn tas zal doen voor weer een dagje zonnig Londen.