donderdag 31 mei 2018

Gods achillespees

Morgen ga ik voor vier dagen naar het klooster in Chevetogne. Daar wordt zowel de Latijnse als de Byzantijnse riten uitgevoerd. Ik ben er een keer op doorreis enkele uren geweest, vond het meteen een mooie plek, waar ik wel wat langer zou willen blijven. En nu deed zich de gelegenheid voor.

Sinds mijn ‘kloosterperiode’, zoals ik het ben gaan noemen, is dit voor het eerst dat ik weer in een kloostersfeer zal verblijven. Ik ben benieuwd hoe ik dit ga vinden. Want het merkwaardige is, dat ik het helemaal niet mis, dat klooster. Ik zie en ervaar steeds meer, dat het maar een vormgeving is, gemaakt door mensen en helaas ook een plek waar mensen zichzelf en elkaar tekort doen. Dat gebeurt overal, maar  een klooster schept een decorum en taalgebruik waardoor er veel onder de tafel kan worden geschoven. Mensen doen en vinden in naam van hun roeping van alles en laten zich niet meer aanspreken door elkaar. 

‘God’ , de reden waarom je kloosterling bent geworden, geeft jou dingen in, je hebt er een hoogst intieme band mee, dus er wordt van alles getolereerd, want God is groter dan een ieder, daarmee kun je niet concurreren, alleen in stilte denken dat de ander wellicht toch op een eigen dwaalspoor zit. Daarmee implicerend dat je zelf toch beter hebt verstaan wat God wil en de weg die God met jou gaat. 

Ik zag de documentaire De Hoofdvrouw. Marijke’s moeder heeft ooit het gezin verlaten en is een profeet achterna gegaan, ze werd de  belangrijkste vrouw voor hem en voor de groep die in een klooster met elkaar gingen leven. Alle groepsleden luisterden en deden alles voor hen. Ook de influisteringen van God, dat meisjes vanaf hun menstruatie, soms vanaf tien jaar, beschikbaar moesten zijn voor hen. Ze gingen naar casino’s en chiquehotels en restaurants, want haar moeder moest ervaren hoe het was om de belangrijkste, de koningin te zijn. Er klinkt hemels gezang en muziek, door de  geest gegeven: Marijke luistert er nu naar in haar huiskamer en schiet vol.

Ik heb met opzet nog niet de woorden ‘sekte’ en ‘seksueel misbruik’ laten vallen. Marijke’s moeder heeft TBS gekregen, de rechter noemde het een folie à deux. Haar moeder is nu weer vrij en tracht een gewoon leven te leiden. Marijke ondervraagt haar familie en ex-sekteleden. Hoe kijken zij tegen dit alles aan? Er zijn er, die gunnen haar dat ze oma kan zijn van haar kleinkinderen en Marijke heeft kinderen, en haar vader zegt niet te kunnen oordelen; was of is haar moeder gek of slecht?

Het eindigt met een ontmoeting tussen Marijke en haar moeder. Ze vraagt aan haar moeder of deze een moment kan aanwijzen dat ze de verkeerde afslag heeft genomen, wanneer was dat? Haar moeder antwoordt meteen: toen ze haar gezin verlaten had omdat ze meende dat God aan haar vroeg om alles los te laten. 'Ik ben blij dat God me deze spiegel heeft voorgehouden', zegt ze. 'Geloof je dan nog steeds in God en wie is dat dan?’ 'De Here God is degene die zijn zoon Jezus Christus heeft gezonden, om voor onze zonden te sterven', zegt haar moeder. Ik ben zo dankbaar.' 'Ik laat het hierbij', zegt Marijke en loopt de kamer uit. Einde documentaire.

Ik denk: het antwoord van haar moeder is merkwaardig gezond: daar waar je breuk en pijn veroorzaakt in naam van God: dat is de verkeerde afslag. Maar wat moet je met het vervolg? Van te voren vraagt Marijke zich af, of ze dan de enige is, die wél vind  dat je mag oordelen, zeggen dat iets slecht is, het christelijk sausje van vergeven, ze weet er geen raad mee. Haar zus zegt dat dit voor haar de enige weg is om verder te kunnen.En nu dan, nu haar moeder haar bedankt dat ze haar wilde ontmoeten en haar voor een nieuw voldongen feit zet: zij gaat niet gebukt onder al haar zonden, ze is vergeven door God. De achillespees van het christelijk geloof, of accurater: Gods achillespees.  Want wie kan er concurreren met Gods liefde? Ze is weerloos.

Introdans danst 5 ⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️

Gisteren naar de laatste voorstelling van dit seizoen in de schouwburg die W. voor zichzelf geboekt had: Introdans danst 5⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️. Vijf choreografieën dus, door vijf sterchoreografen. In het begin ontdekte ik hoe uitgesproken mijn mening kan zijn: het eerste was Dreamtime uit 1983 van Jirí Kylián. Wel een mooi, abstract decor, lichtend in aarde en watertinten, de muziek was van Toru Takemitsu, alsof je in een Japanse tuin wandelt.

Ja, de muziek en decor riep dat op, maar het ballet? ... Het begon met drie vrouwen, en twee verwijderden zich en er kwam een man op en later nog een man en ze dansten met die vrouw. Ik vond het eigenlijk verschrikkelijk: dat gesleep en gegooi met haar lichaam. Dit is een reden waarom ik ook een hekel kan hebben aan ballet, dacht ik onderwijl, zó stigmatiserend, ik hoopte dat die andere twee vrouwen ook nog terug zouden komen en ze met zijn drieën kracht zouden uitstralen richting die twee mannen. Dat gebeurde niet, ze kwamen op het eind wat doelloos terug. Dreamtime in 1983, zullen we maar zeggen...

Toen kwam er een scherm naar beneden, dat '5 sterren' heette, waarin alle dansers, schat ik zo in, solo dansten met hun namen erbij. Nee! Een soort van reclamefilmpje ertussendoor. Ik vind dat echt niet kunnen. Wat een afbreuk aan het ademende, levende toneel. W. opperde later dat het misschien was om decors te kunnen wisselen, want je hoorde gestommel achter de gordijnen. Dat was aan het resultaat dan niet te zien, het was leeg aan decor op toneel. En dan nog: alsjeblieft zeg, maak niet ineens een filmzaal van de ruimte!

Gelukkig kwam het daarna nog helemaal goed. Een prachtige solo van een mannelijke stervende zwaan op de bekende muziek Le Cygne en nu zonder pathetiek, zoals je zo goed in de film Black Swan kunt bekijken, maar een trots, parmantig, eigenwijs beest dat zich bevrijdt uit inkapseling. En voor de pauze nog een prachtige solo Les Bourgeois op het gelijknamige lied van Jacques Brel. Komisch, een sigaret rokende danser, met de sfeer van: Kom maar op, niemand maakt me wat! Daartussen in Unfold, een vrouw en een man in een duet van de Amerikaanse choreograaf Robert Battle. Verassende bewegingen en gebaren, danstaal die iets zegt over de hedendaagse verhoudingen tussen een man en een vrouw.

Na de pauze het verrassende Loin van de Vlaams-Marokkaanse Sidi Larbi Cherkaoui. Nu viel de internationale cast van Introdans op. Er werd in gesproken, een hilarisch verhaal dat ze met zijn allen gingen dansen in Peking, er grote kakkerlakken op het toneel liepen en een rat en dat de Chinese gidsen hen onbegrijpelijk in het Chinees, een rondleiding gaven. Er werd een solo in gezongen, een Roemeens lied, ‘Als geluk gedeeld werd’ en ondertussen werd er natuurlijk gedanst. Lichamen met elkaar verbonden in een flow, een kettingreactie, en ook weer niet, elkaar begrijpend in een soort van synchroniciteit en ook weer niet. 

Zoiets als het internet dus: nabijheid en afstand, wereldwijd, in één. En ook weer niet. Of wanneer je slentert in een vreemde stad, met onbekende muren die doorzichtig worden. Of een marktplaats waar je dingen uitwisselt: even interactie en dan is het weer voorbij en dan begint het weer opnieuw.

dinsdag 29 mei 2018

Hagelstenen, Oerolsite

Dat was toch wel spectaculair, die hagelstenen die tijdens het noodweer, code oranje, de lucht uit flikkerden. Het klonk alsof er stenen tegen het raam gegooid werden en ze ketsten van de ligstoel onder het raam weer tegen de ruit, en soms nog een keer,  bijna een klankspel. Maar je moet er toch niet aan denken, dat dit tijdens kamperen gebeurd, de hagelstenen waren niet glad, ze hadden overal scherpe punten, het waren ijsklontjes, tentzeil lijkt me hier niet tegen bestand...

Het was voor het eerst dat ik vanaf het eerste moment van de voorverkoop van kaartjes voor Oerol  online kon zijn, eerder had ik geen internet thuis en keek ik de volgende dag eens. Ik zag in het aanbod welgeteld maar twee voorstellingen die ik echt op het eerste gezicht interessant vond. En dus, vooruit maar, toch eens kijken of ik ze kon boeken. Dus ik zat 20.00uur startklaar. De eerste minuten pakte het niet, maar toen kon ik zomaar de bestelling doen. Oh, klaar.

Toch eens kijken welke voorstellingen ‘hot’ zijn, die dus al heel snel in de dagverkoop staan, heet dat dan, niet meer te bestellen. Het is een uitgekiend systeem om mensen begerig en hebberig te houden en bij oude Oerol-gangers gaat er volgens mij iets door je bloed heen omdat er ooit zoveel geweldigs was en de kaartjes voor de topvoorstellingen heel snel  uitverkocht raakten. Het hele aanbod nu, was vroeger B of C kwaliteit...

Ik ben een oude Oerolgangr en zag een voorstelling al helemaal in de dagverkoop, op de laatste zondag na. Van Collectief Walden over warmte: het verband van alles met alles. Met medewerking van een bioloog en muzikant, een filosoof, een dramaturg, kunstenaars. Dan wordt de onderzoeker in mij wakker: het thema is dus voor velen aantrekkelijk, allerlei disciplines doen mee, maar geen theoloog of religiewetenschapper erbij terwijl ‘verbinding’ daar een hoofdissue is. Wat zal men ter berde brengen? Vooruit, toch een kaartje scoren, als uitsmijter, op die laatste zondagmiddag.

Het was twintig minuten later, maar de site was wegens drukte even niet bereikbaar,maar achter de schermen waren ze druk bezig  het te verhelpen. Maar tien minuten later was de tekst verandert in: door een technische storing is de voorverkoop tijdelijk stilgelegd. En net keek ik weer en nu is de tekst: we balen enorm, de voorverkoop is stilgelegd, vanaf 22.00 laten we hier weten of we vanavond  nog verder kunnen gaan.

Alle Oerol-gangers hebben als hagelstenen op de site gebeukt. Maar volgens mij is dat elk jaar zo, ik heb  er al eerder van gehoord hoe mensen die hele avond met zenuwen in het lijf bezig waren. Wellicht niet zo definitief en heftig als nu. Zat ik dus in die eerste vijf minuten, nog net in de luwte, met twee beoogde kaartjes al binnen. HA!

maandag 28 mei 2018

Eindelijk ontdekt, het merelnest!

Ik kon het maar niet vinden. Ik zie al weken merels de kleine meiboom en de groene haag aan de kant van de buren invliegen, maar ik kon het nest niet vinden. Echt niet in de takken, want die had ik decimeter voor decimeter gescand. Gisteren dacht ik: misschien de diepte in, in de dikke klimop. Ik zag niks en takjes en blaadjes verschuiven, dat kan niet.

Nu zag ik alweer vader-merel met een dikke vette worm en ander spul, landen in de appelboom. Vast een rustpauze voor dat allerlaatste stukje, het nest in. En nu goed kijken en blijven volgen. En toen zag ik het zwarte staartje in de meiboom een kleine duik maken en stoppen. En daar, alweer op ooghoogte, net zoals het tortelduivennest, onder een dikke tak begroeid met klimop was het nest! En ik zag twee kleine snaveltjes schemeren! 

Wat slim weer gevonden. Want die dikke tak is niet natuurlijk, die heb ik er ooit in gegooid,om de afscheiding met de buren wat volume te geven. Nu, groen begroeid, dus een perfect dak en beschutting biedend voor een nest. Voor mijn neus, vanaf het terras, nu dus een plek om te blijven kijken. Die jongen  zullen binnenkort natuurlijk nog gaan uitvliegen. Elke dag kijk ik ook naar het tortelduivennest, maar daar zijn nog geen jongen, geloof ik.

Ook in de klimop en bruidssluier boven het dak, moet onder de mussenkolonie ook een merelnest zitten. Want ook daar vliegen merels regelmatig in en uit.  Misschien zit het zelfs lager,  gewoon in het afdakje, van oude bamboestengels, en dan lagen riet, oude takjes, plastic zeil, oude tentdoek en natuurlijk klimop die daar weer opgroeit. En vlakbij, ik weet niet waar, ik denk niet in mijn tuin,  ook nog een tortelduivennest. Want ze roekoeën naar elkaar, terwijl er weleens twee op het dak bij de buren zitten. 

Mijn tuin is vooral een groene kluis nu, heel beschut  en vol levende wezens. Er zijn ook kikkers,  heel grote en kleine en als ik thuiskom en langs het kleine vijvertje loop, dan hoor ik plons, plons, ze springen dan vanaf de kanten het water in. En er zijn ook weer zwartige padden. Niet die grote oude van weleer, maar kleine jonkies, dat vraagt alleen  tijd, eer... Ik ben ook geneigd om te denken dat er in de dichte bamboe jonge mussen zitten, want ik hoor ook piepend getjilp. Maar dat kan niet, bamboe leent zich niet voor nestjes. O, het zijn natuurlijk die jonge mereltjes, bedenk ik nu, maar twee meter verderop!

zondag 27 mei 2018

Dertig jaar getrouwd

Ze zeggen weleens, dat je aan je vrienden kan zien,wie je eigenlijk ook bent of had kunnen zijn. Ze leven  delen van jouw eigen verlangen en met a simple twist of fate, had het er bij jou ook zo uitgezien. Hier denk ik nu aan, omdat vriendin P. haar dertig jarig huwelijksfeest vierde. Dertig jaar! 
  • Ik ken haar nog uit de tijd van het eerste bericht dat ze wel een leuke jongen had ontmoet. We waren allebei twee bleue meisjes, vers van de middelbare school en we woonden nog bij onze ouders thuis. Eerste jaars Pedagogische en Andragogische Wetenschappen en die andragogie-kant overheerste, en dus liepen er heel veel oudere, doorgewinterde mensen rond, die al Sociale Academie hadden gedaan, wereldwijs waren en de wereld graag wilden veranderen. Wij wilden orthopedagogie doen, iets met kinderen... Nog een wondertje dat we met elkaar in contact kwamen, tussen al dat studentengedruis.

  • Ik herinner me het nog wel: we stonden beide aan de kant in de pauze van een hoorcollege in het grote collegezalen-complex. Haar verlegenheid met tegelijk heldere, doortastende ogen, viel me op, het had iets vertrouwds voor me, misschien omdat ik zelf ook zo was; verlegen. De eerste keer bij haar thuis hing er boven haar bed een poster van Monet, van vrouwen in een papaverveld, en ik had zelf ook net het impressionisme en Monet ontdekt.

  • Op één van mijn verjaardagen kreeg ik twee dames op ieder een kaart van Claude Monet, ieder met een parasol in een weide, met een spreuk over vriendschap en als je ze naast elkaar plakte, met de spreuk ertussenin dan waren de dames naar elkaar toegekeerd. We hadden beide tekenles gehad bij dezelfde docent en we kregen beide in de zelfde tijd ons eerste echte vriendje. En hij is haar huidige man geworden en de mijne ben ik uit het zicht verloren, hij woont nu, geloof ik, in Boston.

Mijn leven heeft andere afslagen gekend en door de jaren heen zei ik tegen haar: iets in mij had ook wel altijd bij die ene willen blijven en dan zei ze, maar in jouw leven gebeurt van alles, dat van mij is  saai... En toen ben ik op haar kinderen gaan passen, bij elkaar veertien jaar lang, elke week, een dag, en zo is ze dan dertig jaar getrouwd en ik zat ineens weer in de kerk van dertig jaar geleden, toen haar broer nu weer het begin voorlas  van de tekst uit De Kleine Prins ‘En toen verscheen de vos...’  Over elkaar tam maken, en dat betekent ‘verbonden’.

zaterdag 26 mei 2018

Sons/daughters of God

Wat een welbestede lange middag. Vriend T. exposeerde in het kader van een kunstroute in Groesbeek in zijn atelier en prachtige tuin. Leuk, om zijn werk opgehangen te zien en je er langs kunt lopen en anderen er iets over te horen zeggen.  Hij schildert met acryl en er zit een soort intensiteit in zijn werk, waar ik van hou.

Ik kreeg voor mijn zestigste verjaardag mijn geschilderd portret van hem en de eerste keer dat ik het zag vond ik het een beetje eng om naar jezelf te kijken. Nu hangt het boven de tafel en het aparte is, dat soms mijn eigen afbeelding wegvalt en de aanwezigheid van T. door louter de kleuren erdoorheen komt. Het schilderij heeft een regenboogomlijsting. Hij had elke kleur al geprobeerd voor die lijst, niks paste echt en toen werd het dit. Het maakt me vrolijk. Maar dit terzijde.

Hij heeft mannen geschilderd die foto’s van zichzelf op internet hebben gezet in travestie. Ze stralen een mengeling uit van kwetsbaarheid en toch jezelf willen laten zien, je gaat je afvragen wat er in elk omgaat, en hoe vaker je kijkt, dan is het de ene keer de ene die jou aanspreekt, bijna letterlijk, en dan een andere. Vriendinnen die er één van in de huiskamer hebben hangen, maken mee dat het schilderij weerstand oproept, zozeer, dat het bevreemdend is om jouw eigen bekenden zo afwijzend te horen praten.  De serie heet Sons / daughters of God, een serie over de anderen. Tja, T. is ook theoloog:

Als begeleidende tekst is er een stukje uit Fried Eggs van Bette Midler. Het gaat over een enorme vrouw die ze in de zomer tegen komt met een felblauwe jurk aan, bezaaid met madeliefjes. Ze is bijna kaal. Over het kale hoofd ligt een gebakken ei. Vaak denkt ze terug aan die gekke vrouw en als ze ‘s nachts wakker ligt in bed, dan bidt ze: ‘Lieve God, fluister ik, ‘lieve God, ik smeek je, laat me niet de behoefte voelen om een gebakken ei op mijn hoofd te dragen. Laat me alsjeblieft morgen niet wakker worden met een gebakken ei op mijn hoofd, maar als ik morgen onverhoopt wakker word met een gebakken ei op mijn hoofd’ - Je kunt er immers niets aan doen. Het overkomt je gewoon-‘ zorg er dan voor dat niemand het ziet’
We dragen allemaal een gebakken ei met ons mee en de vraag is, wat doen we met al die gebakken eieren?, aldus vriend T. Wie googelt op ‘Thijs Rutten autonoom kunstenaar’ kan een aantal van deze schilderijen zien. En morgen ook nog in De Pastorie in De Horst, dat overigens ook een Bed& Breakfast is.

Ken je dit boek?’ vraagt T.  mij, hierin staat voor het eerst exact hoe ik het zelf beleef. Eeuwige wijsheid van Williges Jäger. Nee, ik kende het niet en begon het te lezen in de schaduwrijke tuin. Na dik twee uur had ik het uit. Ja, het is ook precies zoals ik het zelf beleef. Onderwijl hoorde ik van achteren wat commentaar komen van bezoekers aan zijn atelier. Over wijsheid, de liefde en gebakken eieren... Een welbestede middag, dus.

vrijdag 25 mei 2018

Net een beetje anders

In mijn tuin heb ik nu, voor het eerst, nog geen éénjarig perkgoed gehaald. Ik geniet nog van twee hoge roze akeleien, de roze ooievaarsbek begint haar bloemetjes te tonen in het groen, twee roze kleine vingerhoedskruid groeien gestaag omhoog en ook de rozenstruik begint de kleine roosjes te ontbotten. Verder staat er veel Judaspenning, die gaven eerst purperen bloemen,  en dat zijn nu alweer groene penningen. Ook staan er nogal wat hoge groene stelen op blad, die later in het jaar gele pluimen geven. Er bloeien ook nog kleiner roze onbekende  bloemetjes in de oude hangpotten.

Misschien laat ik het zo. Er ontstaat in mij de behoefte om sommige dingen eens anders te doen. Ik ga wel naar Oerol op Terschelling, maar overweeg dit jaar eens geen enkele theatervoorstelling vast te leggen of te bezoeken. Hoe zal dat zijn? En dit jaar misschien niet naar Venetië, maar in de zomer doorwerken en tussen die twee werkdagen door, kamperen op natuurcampings in den lande? Om eens in de herfst langer weg te gaan?

Gisteren had ik een cursus die ging over Verzuim en Het Eigen Regiebeleid. Wat moest ik daar als klusjesvrouw, die toch in feite heeft meegemaakt dat haar verzuim door ziekte, niet tegen kunstlicht kunnen, uiteindelijk door de werkgever als werkweigering gemarkeerd werd? Eigen regie, hoezo? We moeten naar Warme Zakelijkheid was het betoog voor de pauze, in plaats van de Softe Kilte van tevoren. Dat is: O, wat erg voor je, doe maar rustig aan, ziek maar goed uit en vervolgens niks meer van je laten horen. Hetgeen één miljoen mensen in de uitkering heeft opgeleverd. Nergens op de wereld is het zo goed geregeld rondom ziekteverzuim als in Nederland. Verzuim klinkt negatief, noem het liever neutraal: absentie...

O, o, zoveel mooie woorden. Elkaar aanspreken op verantwoordelijkheden, niet vragen naar de ziekte, want dat hoort bij de privacy. Warme Zakelijkheid zijn de nieuwe toverwoorden. Gelukkig mocht ik na de pauze naar huis, ik was per ongeluk uitgenodigd, de cursus was niet voor mij bedoeld. Nou, daar was ik het in ieder geval hartgrondig mee eens. Ik werd er wat balorig van, ik was al in de stad en de balorigheid uitte zich in een milde vorm van kooplust. Wat niet meer is, dan toch kopen wat je eerder overwoog en snuffelen tussen leuke spulletjes.

Ik kocht drie brillen, een aanbieding bij Eyes+More. Ik was met W. uit NZ eerder in de week in mijn brillenwinkel, zij zocht een nieuw montuur, ik zette er zelf een op, want ja, ik ben in een half jaar tijd twee brillen verloren en heb nu een zonnebril en een ‘computerbril’, het voldoet wel, maar is niet optimaal. Ik hoop dat je die gaat kopen, riep W., je zult er alleen maar complimenten mee krijgen! Een bril met boven bij de wenkbrauwen en de brede brilpoten rood en verder goud-achting. En nu heb ik ook een vliegeniersbril als zonnebril, terwijl ik dacht van oudsher, toen het mode was, een hekel aan dat model te hebben.

De dingen dus nét een beetje anders doen...Gewoon eens niet toegeven en op mijn strepen blijven staan, niet de rol van de oudste spelen, dingen initiëren en je verantwoordelijk voelen, maar ‘wat doen’, van dag tot dag... Het hart op de tong hebben, in plaats van de kat uit de boom kijken. Al met al bevallen die subtiele verschuivingen, me op dit moment bést, alles wordt een experimenteerterrein, waar wellicht meer onverwacht en nooit gezien onkruid gaat groeien dan kleurig eenjarig perkgoed die je welbewust een plaats geeft.