vrijdag 31 december 2021

Oudejaarsdag

Vanochtend wakker geworden met een prachtige oranje vlammende lucht tussen de bomen in: Oudejaarsdag. Net als de dag van morgen: Nieuwjaarsdag, toch twee speciale dagen van het jaar voor mij. Ik keek in dit blog terug, wat ik allemaal zo dacht en beleefde rondom deze dag. Er was een keer dat ik de middagviering meemaakte in de Sint Nicolaas-kerk, dan\wel -basiliek in Amsterdam, vaker had ik een museum bezocht en in 2011 was ik al weg van een graphic novel. Ook hield ik mij bezig met het scoren van oliebollen of bedenken of ik mijn traditionele zalmhuzarenslaatje nog zou realiseren, te beroerd om 124 meter te wandelen naar de Appie onder in Amsterdam. En dan dit jaar dacht ik nota bene om vier kilometer uit het bos  te fietsen: of ik toch nog augurken zou halen, de olliebollen met én krenten, rozijnen en appel had ik gisteren al gehaald.

En nee: er zijn  hier geen knallen te horen, zoals in de stad en je mag er straks ook geen vuurwerk afsteken. Helemaal oké: de bosdieren gaan voor. In de Top 2000, nu het lied van Broer op zijn bruiloft: Tears in Heaven van Eric Clapton… Die  schreef het voor zijn zoontje dat op vierjarige leeftijd uit het raam viel… Ik had er een tekst op gemaakt, die de familie voor hen zong, zij zouden vlak erna naar Niger vertrekken en daar gaan wonen. Maar nu is het bitterzoet en schrijnt het ook…

In mijn persoonlijk leven was het dus het jaar van mij écht nestelen in mijn boshuisje. Ervaren dat ik het knus vind om zo klein te wonen, met dat bos en de natuur aan je voeten.  Ook steeds verwonderd en gelukkig dat ik deze plek gevonden heb. En dat was het wel: want ik  heb het afgelopen jaar mij niet verder bewogen dan 50 km hieromheen en dan was fietsen naar het huis in de stad dus de grootste onderneming. Geen reizen, geen uitstapjes, geen andersoortige natuur, niet gekampeerd, heel weinig mensen…En het is oké zo. Dat je het toch druk kunt hebben op één plekje, dat is ook een opwekkende ervaring.

Wat brengt 2022? Ik zag in mijn digitale TV-gids geen nieuwjaarsconcert aangekondigd en ik vond dat echt even érg. Dat kán toch niet: als zo’n wereldwijd ritueel niet doorgaat, dan is dat toch een werkelijke afbrokkeling van beschaving door deze pandemie, dacht ik. Maar gelukkig: al ‘googelend’ zag ik dat het er wél gewoon is, o.l.v Daniel Barenboim.

‘Googelen’ eens tussen komma’s, want ik doe aan DuckDuckGo: daarmee is niet te traceren wat jij doet. ‘Wat is hun verdienmodel?’ vroeg  Broer Y. hierover en hoonde me weg omdat ik het niet wist. Een dag later wist ik het wel (kennis ontstaat immers omdat je eerst een vraag stelt): bij alles wat jij koopt en wat je hebt gevonden via hen, daar krijgen ze provisie van. En er was een startkapitaal, ontstaan omdat de ontwerpers ervan, een vroege versie  of een andersoortige site, dat weet ik even niet meer, verkocht hebben.

Eerder in de Top 2000, die ik de afgelopen dagen al lezend als achtergrondmuziek heb, en dan noteer ik een nummer als ik het goed vind: eindelijk namen en titels bij sommige toch wel bekende liedjes, kwam hier voor mij een nieuwe: ‘Three Little Birds’ van Bob Marley. Gewoon in alle eenvoud een oproep om je geen zorgen te maken. Op YouTube blijkt er een schattig tekenfilmpje over te zijn. 

Ik ga een tonijnenslaatje improviseren, met de aardappel die nu gaar staat te koken op de gaskachel, en dan later de oliebollen bepoederd op tafel, géén vruchtebowl, de gluhwein daarvoor in de plaats, en dit gewoontedier is weer gevoederd. En ik hoop zoals in dat liedje, op veel vogeltjes die zorgeloos hun deuntjes blijven doen , hier in het bos, zometeen  in 2022.


vrijdag 24 december 2021

In the bleak mid-winter

Tussen twee regenbuien door, op deze grijze dag voor Kerstavond, schikte ik tien klassiek donkerrode rozen, een bosje bij de Lidl voor €2,99, met een gevonden afgesneden dennentak uit het bos en wat oude takjes waar lichtgeel aan zit, als net niet goed gelukte sterretjes;  dit is mijn definitieve kerstgevoel van dit jaar. 

Bijna niemand jubelt over het afgelopen jaar, er is verlies en lijden en onzekerheid… De woorden van het kerstlied In The Bleak Mid-winter raakten mij: ‘Earth stood hard as iron, water like a stone.’ Zo lijkt de ervaring, er stroomt wereldwijd weinig spontaan, de aarde staat stil. 

Het lied is zo’n mengeling waar het christelijk kerstverhaal, van dat licht dat geboren wordt in een oosterse  stal, gemengd is met het westerse landschap van kou en sneeuw. Al die klassieke liederen met engelen en Gloria en hoop op vrede, enzovoort… Wonderlijk toch: velen zingen ze of luisteren er deze dagen naar, maar geloven er verder niks van, dat dit ooit is gebeurd, dat er een Redder zou zijn geboren met een os , een ezel, herders als getuigen en later ook nog drie koningen.

Het lijkt erop dat dit nodig is: de kracht van een verhaal waar hoop en licht overwint, de geboorte van een nieuw begin,  in herhaling elk jaar, en dan met muziek en liederen erbij. En voor velen gebeurt dat tegenwoordig in een musical, een roman, een graphic novel, een film, a game. Het mooie van het lied ‘In the bleak mid-winter’, de echte verlossing, zit in de laatste regel: ‘If I was a Wise Man, I would do my part, Yet what can I give him, give my heart’.

Het is het enige wat rest, wat je mild maakt en je beweeglijk houdt: de liefde. De beoefening van liefde, het geven van je hart, zonder te weten of er iets van een positief eindresultaat zal zijn, ooit. Daarom dus die rode rozen.

woensdag 22 december 2021

Ik en het bosmuisje

Alweer een poosje geleden lag ik op de stretcher tv te kijken, ik hoorde plotsklaps gerommel naast mij en toen keek een bosmuisje mij recht in de ogen vanaf het tafeltje naast me. Zo’n muisje met vriendelijke  kraaloogjes en ronde oortjes, zoals Vera de Muis, getekend door Marjolein Bastin. Toch sprong ik op, ‘uuuuh!’ en het muisje verdween. 

Ik vond het meteen tegenstrijdig van mezelf. Als er een vos verschijnt en als die mij aankijkt dan ben ik verrukt en nu is het een bosmuisje en nu vind ik het niet leuk. Hoezo? Het zijn toch beide dieren die hier in het bos leven en het muisje keek me echt aan. Tja, als het bij één muisje bleef, dan zou ik nog wel vriendjes kunnen worden, maar bij muizen weet je het nooit. Mijn boshuisje zweeft van de grond, daaronder is het droog en warm, je moet er toch niet aan denken dat daar hele muizenfamilies gaan wonen, die het voorzien hebben op alles wat eetbaar is en rond gaan krioelen…

Want dát dit muisje, als het er één is, steeds inventiever, maar ook minder kieskeurig bij mij haar buikje vulde, was wel duidelijk. Alles wat ook maar een beetje eetbaar is of ruikt naar eten werd onderwerp van tenminste inspectie en ook geknaag. Had ik, dacht ik, alles weggeruimd, werd ik midden in de nacht toch wakker van geknaag. Het stukje zeep op het aanrecht was ook ineens onderwerp van eetlust geworden. Zo ook: de zoete dop met kurk van een portfles, een los Maggi-blokje op het kruidenrekje, knoflook werd allengs interessant, mandarijnenschillen, wat zout en schilfers cashewnoten tussen de puzzelstukjes: wat heeft ze dus een scherpe neus!

Hoe ik dat wist? Welnu, omdat er dan een muizenkeutel in de buurt lag. Het grootste voordeel was, dat ik er ook een gratis stofzuiger bij had, want elk kruimeltje verdween ook. Tja, wellicht leuk, één muisje als bosvriendje, maar dan toch niet binnen! Dus eerst dacht ik aan een muizenval, dier -en milieuvriendelijk, dat je die dan levend vangt en ergens anders vrij kunt laten. Maar muizenvallen hebben wel een tegenstrijdige werking: je lokt er ook muizen mee. En dan, wáár uit te zetten? In het bos hierachter vind deze vast de weg terug, want ik ben de enige die er altijd is, aan de bosrand. Vervoeren naar de andere kant, aan de rand van een ander recreatiepark, naar andere mensen? Ik zag er ook tegenop, om zo’n piepend muisje zo’n eind mee te dragen.

Toen vond ik insecten-& muizenverjagers: je zet  het kastje aan de elektriciteit en dan komen er geluidsgolven uit die jij niet hoort en zij onaangenaam vinden. Na 4-6 weken, alles verjaagd, volgens de gebruiksaanwijzing. Waarom vraagt dat zo’n tijd? Bedenken degenen die luisteren dan pas, dat het geluid onoverkoombaar is voor aanwezigheid en bewoning? Enfin. Toch maar aangeschaft, baat het niet dan schaadt het niet.

En ondertussen ben ik dus zó netjes geworden. Want het beste dat werkt, zo dacht ik, is wanneer ik Muisje helemaal niet van voedsel zou voorzien. Ik ben altijd gewend geweest om afwas op het aanrecht te stapelen, totdat ik er genoeg van had en dan in ene keer een grote afwas te doen. Maar ik ontwikkelde de gewoonte om meteen na het eten alles af te wassen en ook het fornuis schoon te maken, want ook restjes gespatte boter enzo, waren in trek. En ik stapelde alles omgekeerd, zodat een muis er niet in kan gaan liggen en scharrelen.

Ja, ik praat - wellicht een beetje voorbarig - in de verleden tijd. Want vannacht werd ik weer wakker van een flink geschuifel op het aanrecht. Er stond een lange lege doos, waar een kerstbrood in gezeten had en daar leek het vandaan te komen. Dus ik maakte er een snoekduik op en vouwde razendsnel de doos dicht. Ik hoorde niks, maar als ik rammelde leek er toch echt wel wat in te zitten. Ik zette de doos buiten de deur en zag tegelijk een sprookjesachtig maanlicht op het dik berijpte gras en alle takjes van de struiken eromheen.

Zo. Morgenochtend zou ik wel kijken. En toen, alweer warm onder de dekens, hoorde ik een flink gestommel en gebonk. Wat nu weer? Ik weet al dat geluid hier in het bos en de stilte ver draagt, dus ik zou er ter plekke toch niet achter komen en ik besloot om mijn slaapkamerdeur te sluiten. En viel in slaap. En toen, vanochtend, keek ik in de doos: ‘Buiten is een moord gepleegd, Sebastiaan is opgeveegd …' vrij naar De spin Sebastiaan van Annie MG Schmidt. Bosmuisje is dus best wel een beetje wreed door mij aan een einde gekomen, wat ik hoorde waren de laatste wanhoopspogingen om weg te komen. 

Het zou zomaar datzelfde muisje kunnen zijn, dat mij heeft aangekeken. Twee zwarte kraaloogjes en een roodbruin vachtje. Nu staat ze op de rand van het drinkbord buiten. Uit ervaring, er zat ooit een vogeltje, weet ik dat ze een keertje verdwenen zal zijn, voer voor wellicht de vos in de nacht. Ergens hoop ik natuurlijk dat het deze was, want dan zou er ook maar eentje hier aanwezig zijn, die ik achteraf dan maar Sebastiaan doop. Ik zie meteen afbeeldingen voor mij van de doorboorde met pijlen mooie heilige, die jongeling met zijn ontblote bovenborst. Zouden er meerdere Sebastiaans zijn?, dat moet nog blijken.

Ik heb nu dus wel een methode om deze te vangen. Iets van een oeroud jachtinstinct wordt ook wakker en sluimert. Ik denk aan de keer dat ik een grote vis uit mijn kleine tuinvijvertje ving, die vis had ik er zelf als jonkie in gegooid, ook zomaar gevangen, ik wist niet dat deze zo groot kon worden, ineens zag ik de contouren ervan in de zomerzon en die kon zich niet meer keren en rondzwemmen. En ik haalde de ingewanden eruit en gooide die in de pan om te braden en dat die zó lekker vers smaakte!  Wat zitten er in een mens toch veel tegengestelde tendensen.

dinsdag 21 december 2021

Gedachten rondom Kerst

Het ziet er allemaal natuurlijk weer prachtig uit: rijp op de blaadjes en de rode bessen van de planten op het ronde tafeltje buiten, met daarachter de oranje bomen in het ochtendlicht. IJs in de grote bak met water, zodat ik mijn gezicht er niet in kon wassen, zoals ik gewoon ben: vijf keer een handvol water buiten, een soort van ochtendritueel. Zo de dag beginnen met het besef: ik leef in een bos.

Eerlijk gezegd vind ik een week lang in de mist en nevel en een grijze lucht ook niet erg in het bos. Alles trekt zich dan terug in een soort van stilte en ik word een dier in een winterhol. Mijn hoofd tegelijk vol met boeken en muziek, mijn lief, wat wil ik nog meer? Ik ben zó begenadigd dat ik op deze plek op aarde geboren en getogen ben…

De ellende is soms overstelpend, ik ga het hier niet opsommen. Ik ben wat pessimistischer geworden over de staat van de mensen in de wereld. Dat Corona zoveel aan de oppervlakte heeft gebracht: huiselijk geweld, het egoïsme van de rijke landen om het vaccin niet met de hele wereld te delen, de ‘armoe’ van dezelfde landen, die snakken naar horeca, uitjes, kopen-kopen-kopen.

Maar misschien is dat laatste, willen winkelen, alleen maar een excuus om samen te kunnen zijn. Kijken naar de kerstverlichting, met in het midden een kroontje, luisteren naar het draaiorgel dat kerstdeuntjes door een natte regenachtige straat strooit, Vietnamese loempia’s eten en zien hoe aan de overzijde de bloemen-koopvrouw de laatste grote amaryllis-takken probeert te slijten: ook ik genoot daar afgelopen zaterdag van in Apeldoorn, die stad aan de voeten van Paleis het Loo. Het was er drukker dan dat ik het er ooit gezien had, ja vast om de dreigende lockdown, maar nog altijd niet zo druk als op een gewone  zaterdag in de stad aan de rivier. 

Ik beleefde het zoals die laatste keer dat ik speenvarken at, op een markt op Bali, later op de middag zou ik naar huis vliegen, waar Nederland al twee dagen in de eerste lockdown zat. Hoe je gewoon een deel bent van al dat reilen en zeilen om je heen en dat dit zomaar stil gezet kan worden en alles wég is… Ik dacht er ook aan, hoe gek het is, dat je deze ervaring ook actief kunt zoeken en leven als je een klooster ingaat. Ook dan vond ik het héél speciaal om in de middag, na de afwas en voor de vespers, even een rondgang door de stad te maken.

Alles intensiveert, alsof je het leven zelf beter kunt betrappen en aanraken. Alle kleur, de dynamiek, de beweging. Pas wanneer je dat vanuit de stilte en een plek in jezelf waar het goed toeven is waarneemt, dan gaat het pas echt léven en word je niet meegenomen in de draaikolk van wat er op je afkomt, niet overgenomen door sleur en alles wat moet. 

Loslaten en overgave aan het onbekende, afzien van controle…  Ik denk dat het een uitdaging zal zijn om deze kwaliteit aan te boren bij mensen. We komen er niet door steeds maar te herhalen dat we zó genoeg hebben van deze Coronatijd… Niet de stip aan de horizon, maar de horizon die telkens wijkt en onverwachte nieuwe ruimte toont, dat geeft adem en levenskracht.

donderdag 16 december 2021

bell hooks

Ik volg op Instagram de bekende jonge dames Amanda Gorman en Emma Watson. Beide gebruiken Instagram om met een foto van haarzelf of van iets wat als illustratie dient, te melden wat haar te harte gaat. Beide bewegen moeiteloos van de wereld van glamour en roem naar een boekhandel, kleding die eco-vriendelijk is, de klimaattop in Glasgow, de filmset, een ontmoeting in een buurthuis. Emma Watson speelde Hermione in Harry Potter en ontwikkelde zich tot veel gevraagd actrice en ze studeerde Engelse Letterkunde. Amanda Gorman, haar ster brak door bij de inauguratie van Joe Biden, met het gedicht The Hill We Climb, heeft net haar eerste gedichtenbundel uitgebracht: Call Us What We Carry.

Beide plaatsten gisteren een persoonlijk geëmotioneerd bericht dat bell hooks was overleden. Dat ze door haar geïnspireerd waren geraakt en over haar levenslange invloed op de rest van hun leven. Wie is bell hooks? Ik had nog nooit van haar gehoord en nu ik meer weet, zie ik mezelf onder een steen liggen in een klein kikkerlandje aan de rand, in een vlekje van Europa. Je schrijft haar naam met kleine letters, het is de naam van haar overgrootmoeder, die een eenvoudig leven leidde en zij beschouwt zichzelf alleen maar het voertuig van ideeën, die toevallig bij haar zijn binnengekomen. Ze heeft 30 boeken geschreven, cirkelend op de terreinen feminisme, racisme, gender, kapitalisme, en daar zitten ook kinderboeken en zelfhulpboeken bij, naast de analyse en de intellectuele verhandeling.

Ik zag op YouTube twee bijeenkomsten: De eerste uit de lente van 2005, ‘a conversation with bell hooks’ in de Townhall in Seattle, georganiseerd door de universiteit van Washington. Meteen denk ik: wat een toegankelijke en warme vrouw. Ze leest er het hele peuterboek Be Boy Buzz voor. In deze periode van haar leven neemt ze het op voor de man, die ook slachtoffer is van het patriarchaat, ‘organisch een man zijn’ letterlijk dus, mannelijkheid kun je ook vieren. Feministen namen haar dat 15 jaar geleden ook kwalijk. Met de tekenaar Chris Raschka sprak ze af dat er per  se een plaatje in moest van dat gekleurde jongetje die stil op de grond een boekje aan het lezen is, want ook jongetjes hebben het nodig dat er beelden van hen zijn waar ze niet druk, ondernemend, heldhaftig enzo zijn. (Een reden waarom ze Harry Potter niet zo goed vindt, blijkt in het tweede wat ik zag: bell hooks en John a Power; Belonging Throught Connection  een conferentie uit 2015). Haar taal neemt je meteen mee, ik zie eenzelfde soort kadans bij Amanda Gorman,: ’I be boy. All bliss boy. All fine beat. All beau boy. Beautiful’.

Gloria Jean Watkins, geboren 25 september 1952 en gisteren 15 december gestorven, vredig te midden van familie en vrienden meldde het Amerikaanse journaal was, lijkt mij, een echte  Homo Universalis. Ze blijkt groot belang te hechten aan spiritualiteit, want dat is het enige terrein die de liefde als onderzoeksterrein thematiseert. Ze noemt  zichzelf boeddhistisch christelijk. Ze woonde in 2015 in een klein dorp met een witte,  deels conservatieve christelijke gemeenschap, maar heeft desondanks met hen sociale activiteiten kunnen ontwikkelen, want de kern is verbinding zoeken, juist in diversiteit, want liefde is het enige waar alles in ademt (zeg ik nu, geloof ik, in mijn eigen woorden.) Ik heb meteen een boek van haar besteld, want nu wil ik haar ook lezen: ‘All About Love, New Visions’.

dinsdag 14 december 2021

Lykkevej. Kruispunt. Tibet. Rachel Portman

Gisteren de dag afgesloten met een lieve film: Lykkevej. Een Noorse film en Lykkevej is de middel-class buurt waar een vrouw uit een rijk milieu naar afdaalt en er gaat wonen, nadat haar man haar heeft afgedankt voor een jongere blom en nu leert ze zichzelf opnieuw kennen. Wanneer het van Amerikaanse makelij was, zou het wellicht drakerig romantisch zijn, maar deze is Noors en dan kom je met werkelijkheidszin dichter bij de waarneming dat veel mensen hun leven blijven leven in de tredmolen die ze nu eenmaal kennen, en nooit toekomen aan onverwachte aspecten van zichzelf.

Deze insteek is wellicht gekleurd door wat ik vlak van tevoren zag: een aflevering van Kruispunt en deze speelde zich af bij de nieuwe kloostergemeenschap San Damiano in het oude Kapucijnenklooster in Den Bosch, waar tv-kok Nadia Zerourali, zelf moslim, voor drie dagen het klooster ingaat. Ik zag allemaal bekenden, wat zijn sommigen  zo duidelijk ouder geworden, en het had zomaar gekund dat ik in deze sfeer was gebleven, want ik voelde me er wel thuis. En dan verdwijnt die wereld in de mist en ontdek je weer heel andere dingen…

En hoe anders,  had ik daarvoor weer even ervaren: ik zat even in mijn eerste reis naar India. De aanleiding was de graphic novel Tibet van Mark Hendriks, 400 pagina’s, getekend in de stijl van Japanse inkttekeningen en hij staat in ‘Graphic Novels voor de leeslijst’ voor scholieren; de beste 50 graphic novels door Nederlanders, samengesteld door Margreet de Heer, Stripmaker des Vaderlands van 2017-2020. Het gaat over een slagersdochter, die genezing zoekt voor rode plekjes op haar huid, en op haar weg een keur van boeddhistische monniken tegenkomt, die haar ook misbruiken, in naam van die mooie boeddhistische leer. Zonder zuur te worden realiseer je je dat charlatans en mooipraterij in alle religies voorkomt, het mooie front van tempels en kloosters is anders dan wat er zich in de harten én beweegredenen van de bewoners afspeelt… Maar iets, een tempel aan een meer deed mij ineens denken aan een plek in India.

Waar was dat ook alweer? Dat bergmeer met overal tempels rondom en ik zocht het op in mijn foto’s en in dit blog: daar was ik ongeveer drie jaar geleden… Ik maak nooit ‘plaatjes-foto’s’, maar klik hap-snap en ook op live-stand met mijn iPad, zodat je zeven seconden bewegend beeld hebt, met geluid erbij. Daar was het weer:  duizelingwekkend Delhi, die oeroude sfeer van tempels en moskeeën, de verwondering van al die koeien overal, gele mosterdvelden, middeleeuwse handkarren naast een moderne tractor, naast four-wheel drives, scooters, een kar getrokken door een kameel, die zintuiglijke explosie van kleur, geur, drukte, de chique hotels ergens tegen de woestijn aan of in Jaipur, ooit paleizen geweest van maharadja’s. Pushkar: daar was dat bergmeer met de tempel van Brahman en de laatste deelnemers van de grootste kamelenmarkt met 50.000 kamelen…

Ondertussen luisterde ik naar weer nieuwe muziek van Rachel Portman, het album Ask the River. Zij is een gelauwerde componist van filmmuziek en een aantal  films zou ik nu wel opnieuw willen zien, en dan letten op de muziek: Chocolat, Ciderhouse Rules, Machurian Candidate, The Lake House, One Day, die hoe verschillend ook, allemaal dezelfde soort sfeer om zich heen hebben, die mij raakte, maar wat ik nooit aan de muziek heb gekoppeld. Ook dit album, met poëtische titels heeft een eigen filmische sfeer en ik denk dat deze mij verder zal begeleiden, als ik mijn reis door de foto’s voortzet, want ik zit nu nog in die eerste week van die eerste India-reis.

Ondertussen is het al dagen grijs en regenachtig, maar ik zit hier in de kerstsfeer, want ik heb een nieuw lichtsnoer dat nu ook de onderkant van mijn boekenkasttafeltje belicht én in het venster het raam, zodat wanneer ik nu buitensta in het donker er ineens licht vanuit de zijkant van het huisje het donkere bos instraalt. Nú is het geassocieerd aan kerstsfeer, maar straks in de lente en zomer zal het gewoon mijn verlichting in huis zijn, zoals mijn huis in de stad ook al jarenlang voornamelijk zo verlicht wordt: met lichtsnoeren. 

Straks moet ik wel naar buiten, in het donker, voor de biebbus, er moet een boek terug en deze staat in Hoenderloo van 17u-18u. Er is geen straatlicht langs de weg, 4 km uit het bos, naar daar. Ik heb een lichtgevend hesje, dat ik nu zal gaan inwijden. Het is wel grappig dat vanuit hier aan de bosrand, een boodschap doen of iets op de post doen, iets van een onderneming wordt, bij matig weer en regen.

zaterdag 11 december 2021

Zoom-meeting Franciscaanse Beweging

Vandaag heb ik voor het eerst aan een Zoom-meeting meegedaan en wel die van de Franciscaanse Beweging; Het Algemeen Kapittel. Die heb ik al wel 15 jaar ofzo niet meer fysiek meegemaakt, de eerste vijf jaar ofzo, dat ik lid was wél, en dan  doe je het ook om contacten te maken. Die zijn er dan voldoende en toen kwam de tijd dat ik de reis naar ergens in het land toch teveel moeite vond en bovendien had ik  het ook druk met mijn verbondenheid aan twee kloosters uit de Franciscaanse familie: de Kapucijnen en de Clarissen. Ik herinner me de laatste keer: een taaie, moeizame vergadering waar er slepend door de lopende zaken werd gekropen.

Maar nu? Het zou online zijn wegens de Corona natuurlijk, en ik dacht: kan geen kwaad om weer eens even de sfeer op te snuiven. De FB bestaat volgend jaar 25 jaar, en dat betekent dat ik daar dus wel viervijfde van de tijd aanwezig bij was, want ik ben al 20 jaar lid. Zo snel gaat de tijd… De ledenaantallen lopen de laatste zes jaar terug en dat komt voornamelijk omdat er in het begin veel oudere religieuzen lid waren en die hebben deze aarde dus al verlaten. Ik ken er een aantal van… Er zijn nu  maar 710 leden, ik keek op dat het er zo weinig zijn en als deze trend  doorzet dan is er in 2035 bijna niemand meer. Ja, inclusief mezelf, kan ik dan inschatten, dat zou zomaar kunnen…

Eerlijk gezegd dacht ik dat het me wel weer niet zou lukken om in te loggen. Ik ben technisch zo’n klungel. Ik kwam op een zwart scherm met de mededeling: ‘The host will let you in soon’, het duurde maar en het was al enige minuten over de tijd dat het zou beginnen, ik stond op het punt om mezelf weg te klikken en toen was er ineens beeld: drie tafels voor de bestuursleden met daarachter grote kleurige panelen met daarop foto’s van een beeld van Franciscus in het groen, in een veld tussen de papavers, met roze bloesem, en de blauwe lucht boven hem, elk met ieder een woord: Eenvoud - Betrokken - Kwetsbaar- Vredelievend.

Hé, wat een verademing, welke vereniging profileert zich nou met deze woorden? Nou déze dus, deze beweging en daar hoor ik wel bij, zo voelt dat dan meteen. Óók als daar zo volkomen vanzelfsprekend ‘De Heer, de Allerhoogste’ genoemd wordt als bron van vreugde, wat het jaarthema is. Ik had wel besloten om mijn mond dicht te houden en dat ik zelf niet in beeld was, vond ik oké. Maar ja, dat kon eigenlijk uiteindelijk niet, want alle leden werden wel geacht te stemmen middels groene papiertjes, en de voorzitter noemde ook alle namen, 24 mensen, of ze present waren.

Alles was voorbij en er was een nabespreking, en nog steeds wilde ik niks zeggen, alleen maar luisteren. Totdat ik mijn hand opstak, dacht M. directeur en voorzitter met wie ik in de oudheid het langst van iedereen op de dansvloer stond op de Pinkstervoettochten. En ik heb haar Oerol aan de hand gedaan. Ik groette dus iemand die voorbij liep vanaf mijn bank, maar ze zei meteen: Mirjam, je steekt je hand op, wat wil je zeggen? Nou niks, maar ik vertelde wel over mijn boshuisje en dat ik dit dankzij Corona gevonden had, en dat ik daarmee zó blij ben!

Ze haakte erop in en vroeg aan iedereen of er misschien ook dingen waren die in deze tijden  vreugde gaven, reden tot blij-zijn en hoe dan? Leuk, er kwamen wat tongen los. Het is duidelijk dat de Franciscaanse Beweging als core-business juist de ontmoeting heeft. Juist het streven om in alle eenvoud elkaar transparant in de ogen te kunnen kijken, zonder pretenties. Toch vond ik deze Zoom-meeting wel hartverwarmend.


vrijdag 10 december 2021

Behuizing. Amalia. Aragorn

Ik word wel lui, hier in het boshuisje. Zit ik met een dekentje over mijn schoot, tegen mijn kinderdeken, waarvan ik ook de vergeelde zwart-wit foto van heb meegenomen uit mijn huis in de stad, met ik eronder met een bol peutergezichtje, kort geknipt haar. In mijn rug nu, een nieuw ‘tomaatrood’ knot-kussen waar ik meteen voor viel, een grote knoop en in de Black-Friday-week voor de helft van de prijs. Af en toe vliegt er een Vlaamse gaai over en huppen er merels in het gras en ik geniet nog na van de heldere sterrenhemel, eergisteren, waar het sterrenbeeld  Orion heel laag tussen de takken van de bomen hing. 

Lui dus: want ik zou mijn benen eens kunnen strekken voor een wandeling buiten, maar zit daarentegen nu alweer voor de tweede dag binnen. Waarom zou ik? denk ik steeds, ik zit hier goed en lekker warm, moet ik mij weer helemaal in buitenkledij hijsen, winterjas aan en sjaal om, hoed op. Voor een mooie schemering wil ik nog wel in de benen, het zou nog kunnen, want het klaart nu iets op.

Binnen hou ik mij ongans bezig met allerhande. Ik ontdek o.a. een nieuwe zangeres: Mon Laferte, die met haar album Seis in de Top10 staat van de beste albums van 2021 volgens de NewYorkTimes. Warmbloedig en wel met een rauwe ravel en ook met een feestelijke Mexicaanse klankkleur, ik hou van meerdere laagjes inéén.

 

En ja: voor de continuïteit van dit blog, waar ik mijn waardering vaar Máxima en mijn geïntrigeerd zijn in het  Koninklijk huis al eerder geventileerd heb, kan ik eigenlijk niet onvermeld laten dat ik Amalia in de eerste druk heb, opgetekend door Claudia de Breij. Na het verschijnen ging ik een paar dagen later naar de boekhandel in Apeldoorn, maar daar was het al uitverkocht en kwam de tweede druk eind november pas weer binnen. Dus heb ik het bij Bol.com besteld, die had het nog op voorraad.

Geinige en intelligente meid, met inlevingsvermogen, verantwoordelijkheidsgevoel en perfectionistisch en volgens mij kun je 100 keer beter haar uiteindelijk als koningin hebben, dan de een of ander presidentskandidaat die uit het niets zijn of haar ster ziet rijzen. Zelf zegt ze over de eventuele eindigheid daarvan: de monarchie is groter dan mijzelf, maar ze mogen het best doen hoor, dan ga ik ook door met mijn leven. En ze zou graag polo willen leren spelen, dat deed de familie van Máxima vroeger, wedstrijden van twee families tegen elkaar bij een boerderij op de pampa’s, maar haar ouders vinden dat geen goed idee. Waarom niet? vindt zij, ik ben toch half Argentijnse? Zegt de toekomstige koningin van Nederland. Nee, ik ga niet dwepen, maar ze lijkt mij de ideale kandidaat voor het ambt van koningin, waar geen school voor is, zegt ze zelf in haar eerste interview nadat het ritueel voltrokken is, van haar ingeleid worden in de Raad van State.

Ergens is het toch ook handig, om te weten wat je wordt en je tegelijk daarbinnen zoveel groeimogelijkheden hebt, om het in te gaan vullen zoals het past bij jou. Het lijkt mij best moeilijk om in deze tijden, als je een intelligent iemand bent, aardig kritisch op het reilen en zeilen in de wereld, je niet mee wil doen aan carrière-jacht, geld, status en aanzien… om dan een weg te vinden, iets waar je een know-how in wilt opbouwen en waarmee je je brood kunt verdienen. Wat heeft zin, waar zit mijn passie?

Ik denk aan mijn ‘huisgenoot’ in de stad, zo noem ik hem maar, die het zwaard van Aragorn uit The Lord of the Rings heeft aangeschaft. Niet eentje die echt met de hand gesmeed is, want dat kost duizenden euro’s. Maar wel op ware grootte, waarschijnlijk van roestvrij staal en ik vond het wel een machtig gevoel, om deze uit de schede te halen, het op te heffen en ermee te kunnen zwaaien. Een aanleiding om deze dagen de films terug te zien en inderdaad, het is hetzelfde zwaard waarmee Aragorn de kleine hobbits, met Frodo als ringdrager, meteen beschermt in de herberg, hun eerste toevluchtsoord.

Op het einde van Deel 2 (‘The Two Towers’), wanneer ‘The Fellowship of the Ring’ verspreid is geraakt en Sam en Frodo alleen hun weg moeten gaan naar Mordor, om daar de ring in het vuur te gooien, zodat het goede het van het kwade zal winnen in Middle Earth vraagt  Sam zich af, of er ‘later’ verhalen over hen verteld zullen worden. Ze hebben dan al heel wat doorstaan en ook verlies geleden. Ja, dat zal gebeuren, fantaseert ook Frodo, en jij zult dan Sam de Dappere heten. Dit vooruitzicht geeft Sam een glimlach op zijn gezicht en vol goede moed gaan zij verder op hun weg.

Zó dus: het perspectief dat het goed zal komen, dat geeft je een frame waarbinnen je het leven vorm kunt geven. Alle religie en godsdienst vervult ook deze functie. Maar heden ten dage zijn het ook de ontelbare verhalen in films en boeken die richting geven, één God is allang niet meer nodig.

De ene weet: er is een grote kans dat ik ooit koningin wordt. De andere schaft het zwaard van Aragorn aan, die van een Dolende ooit Koning van Gondor wordt, en hangt dat in zijn kamer. En ik? Ik had ook zo’n frame; lange tijd rondom alle verschijningsvormen van verschillende religies, tegenwoordig veel meer in zoveel verhaalperspectieven en ik hobbelde in de loop van mijn leven van een studentenkamer in een studentenflat, in nieuwbouwhuizen, in een kloosterkamer, in een boshuisje en besluit vandaag niet meer naar buiten te gaan.


dinsdag 7 december 2021

Burgerparticipatie

Ik heb het opgezocht in de annalen van dit blog: in januari 2012 begon ik als enige beheerder in het kleine wijkcentrumpje De Grondel, op zeven minuten fietsen van mijn huis, in de soort van binnentuin van het winkelcentrum. Ongeveer twee jaar later kwamen de wethouders van de gemeente kijken, er was iets talkshow-achtigs georganiseerd, omdat het een geslaagd voorbeeld was van ‘burgerparticipatie’ en in dezelfde tijd kreeg ik een grote bos bloemen van de hoogst leidinggevende als dank voor al mijn inspanning.

‘Burgerparticipatie’: dat was zo’n woord waar ‘links’ en ‘rechts’ wel mee uit de voeten kon. Want de eerste interpreteerde het dat ‘het volk’ eindelijk serieus werd genomen en volwaardig meedraaide. Maar ‘rechts’ dacht er vast al iets anders bij, en heeft dat ook gewonnen: weer twee jaar later werd die leidinggevende onverwacht vervangen door een managers-type want er moest bezuinigd worden en ‘efficiënt’ gewerkt worden. Weer een jaar later kreeg ik het bericht van overplaatsing: er zou ‘satelliet-beheer’ komen. Één keer in de week zou er een beheerder een dagdeel komen invliegen voor lopende zaken en voor de rest moesten de burgers het maar zelf uitzoeken…

Zoals nu de overheid ook geen beleid uitzet op alles rondom Corona en een beetje van veraf en boven alles uit denkt de boel te kunnen besturen en regelen, afhankelijk van wat er in de samenleving speelt. Het is toch eigenlijk te gek voor woorden dat Nederland een premier had, en zo meteen  dreigend weer heeft, die zich erop laat voorstaan dat hij geen visie heeft en niet wil nadenken waar alle onrust in de samenleving vandaan komt. We doen niet aan lange termijn planning, we denken niet na hoe we vinden dat de samenleving eruit kan zien en hoe we met elkaar omgaan. Dus de gezondheidszorg is in tien jaar tijd al volkomen uitgehold, evenals het onderwijs, de opvang van kinderen; in feite alles wat geen direct geld oplevert en alleen maar geld kost…

Elke vorm van participatie, daar waar mensen met elkaar iets doen, vraagt iets van een visie, een begeleiding. Een koor heeft een dirigent nodig, een school een Onderwijsraad, een theaterstuk een regisseur, enzovoort. En dat gold dus ook voor dat kleine wijkcentrumpje: iemand moet verbinden bij naderende conflicten, een koers uitzetten, de vinger aan de pols houden voor wat er leeft en dat kostte indertijd dus 19 uur beheer per week, in de vorm van mijn persoontje… 

Ik liep er afgelopen weekend, na er meer dan een jaar niet geweest te zijn: er is niks meer van over. Wat de ontmoetingsruimte was, is nu een kale zaal, alweer wit neutraal gesaust, alle meubilair, het biljart en de bar verdwenen, er is helemaal niks meer. Ik kreeg wat heimwee naar die vijf jaar dat ik er beheerder was. We organiseerden dansen, samen eten, voetbal kijken, een gymclub, een fitnessruimte, een ruilkast met spulletjes, een vrije boekenkast, een Kerst-Inn, wekelijks wandelen vanuit het wijkcentrum, kunnen mediteren, een rommelmarkt… Alles wég. 

Ja, alles is vergankelijk. Maar sommige dingen kunnen wél blijven gedijen, als je het geheel blijft voeden en water blijft geven. Mensen willen opbloeien en groeien met elkaar. We willen geen fabriek zijn, met daarin arbeiders die op productie worden afgerekend, een ieder de slaaf van een ander en niemand persoonlijk meer verantwoordelijk, want er is ‘Het Systeem’ waaraan we zijn onderworpen. Wij willen een tuin zijn met elkaar, met daarin vele bloeiwijzen. Zoals in dat liedje van John Denver: Inch by inch, row by row, I’m gonna make this garden grow…

Het laatste bericht over De Grondel in de Gelderlander:
https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/ontmoetingscentrum-de-grondel-in-wijk-zwanenveld-moet-dicht-gebruikers-treuren-om-het-besluit~abb779e4/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

donderdag 2 december 2021

Sing a Song

Over het algemeen slaap ik ‘de slaap der onschuldigen’. Ik weet bijna nooit wat ik gedroomd heb maar word wel tevreden wakker met iets van: ‘Zo, weer van alles beleefd, die tijd was goed besteed’. Een heel enkele keer is het anders en dan kan ik mij afvragen wat de droom mij te zeggen kan hebben. Ik zie in het wel of niet herinnerde droomleven toch een teken van de gigantische, nog niet gekende en ontdekte mogelijkheden en grote van de menselijke geest. Ons brein is een soort van oneindig universum.

Vannacht droomde ik dat ik spaghetti aan het koken was, en toen ik in de pan keek werden het allemaal kleine stukjes en ik dacht: er is iets niet goed. Vlak daarna werd ik wakker van jeuk. Dat is wel een beetje iets dat dichterbij een alarmbel is gaan staan, omdat ik meer dan een maand geleden zo’n erge allergische aanval  had met galbulten over mijn hele lichaam, dat ik tot twee keer toe ben flauwgevallen, op zoek naar water om te drinken en de wc om eventueel in te kotsen. Sindsdien heb ik antihistamine pilletjes in de keukenla. Nu was er jeuk, maar het bleef beperkt, dus ik ben weer in slaap gevallen. Nu denk ik: die droom was dus de exacte vertaling van waar mijn lichaam al mee bezig was: er is iets niet zoals het hoort.

Vanochtend werd ik wakker uit een, wat ik in de verte wel een wensdroom zou kunnen noemen, want ik zong in een koor en ik kan niet zingen. Als ik niet wakker was geworden zou het de ‘welbestede tijd’ in dromenland zijn, omdat ik daar uitleef wat ik in het dagelijkse leven niet kan. Maar nu werd ik wakker bij de aanhef van een nieuw lied en er stond een man naast mij en die zei: ‘Gelukkig dit lied ken ik ook niet!’. Ermee implicerend dat wanneer hij het wél kende hij niet mee zou zingen. Dus dat vroeg ik aan hem: als je het nu wel kende, zing je dan niet mee en wat doe je dan als alle liederen op zijn, omdat je ze allemaal kent, stop je dan met zingen?

Toen werd ik wakker. Waarom? Wat zegt deze droom? Het lijkt alsof ik zelf maar zijn vraag moet beantwoorden. Ik dacht aan het zingen van psalmen in de kloosters. Almaar in herhaling die hele cyclus van 150, en dan gewoon opnieuw beginnen, je hele leven lang, enkele keren per dag. Juist in de herhaling plavei je een weg naar diepte en een vertrouwde, intieme  ruimte om in te kunnen leven. Ik dacht aan alle liedjes die zomaar in je rondzingen en dat dit nooit verveelt: alsof je ook een soundtrack van je  leven hebt, en klassieke muziek die aanspreekt wil je ook in herhaling beluisteren. Alle muziek doet leven en  het hoeft niet telkens nieuw te zijn.

Mensen gedijen bij een al dan niet zelf opgelegde vorm van structuur, gedurende een dag.  ‘Werken, naar school gaan, 3 keer per dag de hond uitlaten, is zo’n structuur. De week ‘vullen’ met bezigheden, dezelfde soort dingen op bepaalde dagen: een cursus volgen, tuinieren, sportschool, yoga, kaartavond, zingen… enzovoort. Misschien blijft het de kunst om die structuur melodieus te houden en niet mechanisch. De structuur kan bestaan uit werkelijk ALLES, als het maar geen sleur wordt, maar is als muziek, als een lied… Dan maakt herhaling niet uit, juist niet. Dat zou ik tegen die man naast mij zeggen, als hij had bevestigd dat hij alleen maar iets nieuws kon zingen: Zing een liedje, altijd, maakt niet uit wát. Zoals het liedje van de Carpenters: Sing a Song.