dinsdag 25 februari 2020

Adi’s tekening

Gisteren vertelde Adi, de 19-jarige leerling van I Wayan Mandika, dat hij even niet wist hoe hij verder moest met zijn schilderij. Je begint altijd van onderen uit te tekenen en dan naar boven. Hij heeft al zo vaak een soortgelijke afbeelding gemaakt. Het begint bij de grond, de mensen die er leven en werken en dan komt de Barong en dan naar de hemel, de goden en de bergen.

Toch is het elke keer anders. De gezichtsuitdrukkingen, de gebaren, de houdingen, hoe alles met elkaar in verband staat... Ik zag hem inderdaad steeds bezig met zijn mobieltje. Maar hij was ook afgeleid doordat ik er was en I Wayan Mardika hem dan vroeg om iets te vertalen. Niet dat dit zo’n vooruitgang was... want het Engels van Adi is niet zo goed... Het lijkt meer en veiliger, een vertaler, maar eigenlijk lukt het beter in nuance een gesprek te voeren één op één met gebaren en gezichtsuitdrukkingen.

Vanochtend las ik wat psalmen. Het is een heel oud vakantieboekje: ik heb ooit de NBG-Bijbelvertaling van de 150 psalmen in piepklein formaatgekopieerd. Het is al vergeeld, met vetvlekken enzo. Thuis heb ik als een van de laatste handelingen, het opnieuw gekaft met gestippeld plakplastic en waar het uiteenviel er ducktape tussen geplakt.

Vanochtend kijk ik er voor het eerst weer in. En sinds héél lange tijd... In mijn ‘kloostertijd’ waren psalmen wekelijkse kost...Het leest hier meteen heel anders. Te midden van het groen en al het water dat overal stroomt, de hoge bomen, de planten die overal groeien, geen stukje aarde is onbenut, en de mensen die zo in verbinding staan met de bergen waar de goden leven en de hele dag, lijkt het wel,  harmonie zoeken met de krachten om hen heen.

Al in de eerste psalm:
want hij is als een boom, geplant aan waterstromen
Die zijn vrucht geeft op zijn tijd
Welks loof niet verwelkt,
- al wat hij onderneemt gelukt.

En het gaat over God, die op de heilige berg woont, in het morgengebed van psalm 3:
Als ik luide roep tot de here,
Antwoordt hij mij vanaf zijn heilige berg.
En de aansporing in psalm 4: breng offers en vertrouw...ik zie het hier de hele dag om mij heen gebeuren. Er zijn overal offerplaatsen, tussen de rijstvelden, bij bomen, midden in het groen tussen de  hoge bomen en lianen. Er zijn overal tempels, goden en mensen, de zielen van de voorouders, men leeft samen met elkaar, heel letterlijk.In psalm 8 wordt dat ook verwoord: Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt...

Adi moet nog zuchten en steunen wellicht, hoe hij het lege vlak boven de begonnen tekening verder gaat invullen. Maar hij weet al welke beweging hij gaat maken, elke keer weer: van de mensen onder elkaar, via Barong, symbool van het goede, naar de hemel en de bergen.

maandag 24 februari 2020

OM HARA - Keliki Kawan Painting School

Het is 13u en de regen valt met bakken naar beneden met donder en bliksem. De donder is overweldigend hard en dendert na in mijn oren, vlak na de bliksem... Toevallig vandaag goed door mij gepland, want ik kom net terug van een bezoek aan de schilder I Wayan Mardika. Ik hoopte dat hij mij iets meer kon vertellen over een schilderij dat ik bij zijn vriend had gezien. Bovenin vliegtuigen en helikopters, de zee met zelfs een cruiseschip erop en een berg, maar dat moet dan een berg op Java zijn, had ik bedacht. Ja, er zit een boodschap in, dat doet hij graag: dat ondanks de opmars van de moderne wereld, de traditie en cultuur van Bali sterker is en altijd zal blijven bestaan! Het schilderij is van rond 2014. 

Ik trof hem aan tussen zijn leerlingen, aan drie tafels onder de verschillende afdakjes rondom de binnenplaats. Dit is een goed moment dat je komt vertelde een jongen, want er zijn nu veel leerlingen, zij hebben drie weken vakantie van school. Hij behoort bij de eerste zes leerlingen van de OM HARA KAILASHA PAINTER-Painting School die I Wayan Mardika meer dan negen jaar geleden heeft opgericht. Hij is nu 19 jaar, hij studeert voor een baan in het toerisme, maar hij heeft nu vakantie en dan gaat hij altijd weer leren bij I Wayan Mardika. Painting made my life, zei hij. Niemand kent hem, maar sommigen kennen wel al zijn schilderijen. Hij verkoopt al werk vanaf zijn tiende. Hij zal er wel niet van kunnen leven, zoals I Wayan Mardika dat wel altijd heeft gekund, maar hij zal altijd blijven schilderen. Later op de ochtend komt een andere jongen, die ook bij die eerste zes leerlingen behoort.

Ze komen allemaal van Banjar Keliki Kawan. Er ligt een boekje met een tentoonstelling uit 2014. Maar alle info in dat boekje is verkeerd, het is geschreven door mensen die van niks wisten omdat daar sprake is van de Keliki-school. Keliki is een dorpje hierachter. De schilders daar hebben op de school van I Wayan Mardika gezeten en strijken nu met de eer...er zijn package-tours, bussen met toeristen die Keliki bezoeken en niet Keliki KAWAN, deze school waar het allemaal begonnen is: het hernieuwen van de traditie van het miniatuur-schilderen. Hij vindt het leuk als ik foto’s maak en ‘mijn vrienden’ wil vertellen over het bestaan van zijn school. Heel handig dat ik een blog schrijf, want hier kan ik dat dus kwijt...

I Wayan Mardika heeft ook meegedaan aan tentoonstellingen waar moderne Balinese kunst te zien is, het was een samenwerking met Japan, die ook vertegenwoordigd was met fotografie. Ik blader in een bijna glossy catalogus  met werkelijk heel verschillende soorten werk. Ook  experimenteel modern, waar ik met mijn niet-kenners oog, geen Balinese hand in kan zien, en een Japanse fotograaf die teenslippers fotografeert... I Wayan Mardika vertegenwoordigt dan als enige de traditionele stijl van schilderen in de Keliki Kawan Style die hij geleerd heeft van zijn vader Nyoman Muliawan en zijn leraar die een  leeftijdsgenoot en vriend is van zijn vader: Ketut Sena

Net voordat het gaat regenen, stopte iedereen en rolt de eigen tekening op. Ze wonen hier allemaal in de buurt en gaan thuis eten. Sommigen zullen vanmiddag weer terugkomen. Ik lees ergens dat bijna alle boeren hier in Keliki Kawan ook schilders zijn. Dat is toch wel erg apart. Misschien verklaart dat de rust en de heldere blik die ik gisteren in de ogen van de boeren zag. De regen begint nu af te nemen, het dondert nog wat mild na, de hanen beginnen overal te kraaien en een enkele vogel laat zich weer horen.

Praatjes rondom Keliki Kawan & Koko

Vanochtend was het de moeder van Koko die de bloembakjes bij het altaartje bij mij boven kwam verversen. Niet zo gracieus als haar schoondochter, maar wel ook gekleed in sarong en kebaya. Ze had een kleine bezem voor me meegenomen, maar dat was bijna niet nodig. Ik heb ontdekt dat elk kruimeltje meteen mieren aantrekt,  dus ik verwijder alles meteen. Ik had nog een klein broodje uit  het vliegtuig, had het open en bloot op mijn tafeltje gelaten, ik keek wéér en het krioelde van hele kleine miertjes. 

Gisterenavond na een droge dag in de avond een gigantische tropische regenbui en daarna een heldere lucht met pal boven mij een onbekende sterrenhemel. Na het harde ruizen van het grijze regenscherm wordt het dan helemaal stil. Het is zó stil hier en ik geniet daar enorm van. Ook overdag, wandelend rondom Keliki Kawan in de dessa. Alle weggetjes onderzoekend en dan ergens midden in de dorpsstraat uitkomen, langs de open ontmoetingsplek. In de ochtend was men daar aan het papier-machéen  en nu was er een grote pop en een witte aap. Vergelijkbaar met onze carnavalsoptochten, vermoed ik, voor zometeen als de zielen van de voorouders weer naar de bergen gaan. Ook vlakbij de tempel en het voetbalveld waren jongeren aan het knutselen met een modern muziekje op.

Vier boeren, twee mannen en vrouwen waren aan het lunchen op enkele opgestapelde net gezaagde boomstammen. ‘Wil je koffie?’ Duduk di sini!, ga hier zitten! Zomaar koffie en een snack van zoete kroepoek in een plastic zakje.... zo lief, heldere ogen, helemaal niks verder van je willen.... ik bood ze een krentenbol aan, nee trimakasih, dankjewel, we hebben net gegeten! Ik zag Salak in een mandje, een geschubde vrucht en noemde de naam. Wil je? vragen ze meteen. Lachend vragen ze of ik mee ga helpen op het land. Ik zeg iets van oké, en ze lachen weer. Dan krijg je Kaki Kotor! Vuile voeten dus.... lang geleden dat ik deze woorden gehoord heb....

Veel later op de wandeling spreekt een man mij aan. Totaal andere energie om hem heen: hij wil weten waar ik vandaan kom en waar ik logeer. Hij heeft goedkope overnachtingsmogelijkheid, is van plan om een guesthouse te beginnen en wil iets op het land  gaan bouwen. Hij noemt een prijs en ik bedenk dat ik nu goedkoper zit. Waar verblijf je? Bij Koko. O, Koko, dat is familie van mij! En hij druipt een beetje af.

Dan op  een heel andere weg, spreekt een  boer mij aan. Dezelfde rust en vriendelijkheid van de boeren die mij koffie gaven. Hij heeft drie dochters in de leeftijd van 18-28 jaar. De jongste studeert in Den Pasar, helemaal alleen, hij gaat er elke week heen om haar te ondersteunen. Leuk je ontmoet te hebben, ik zag je gisteren ook met je voeten in het water, ik heet Sunjer! Tot een volgende keer! Twee kinderen van de boeren van de koffie studeerden ook in Den Pasar voor onderwijzer.

Ik ga nog éėn zijstraatje in van de dorpsstraat af. Ik passeer een huis, een oudere man  vraagt of ik zijn schilderijen wil zien. Ik zeg ja. Eenmaal op de binnenplaats zegt hij meteen dat hij het goedkoop aan mij zal geven. Ik heb nog niks gezien, maar weet al dat ik verkeerd zit... en ja hoor, een jonge man komt tevoorschijn met een map vol schilderijen, van het toeristisch soort in felle kleuren. Ook hij blijkt familie, een neef, van Koko te zijn, Zoals er in Venetië eindeloos gondels bij bruggetjes te koop zijn, zo is het hier Barong en Renda en een aap. Of de godin Saraswati, de gemalin van Shiva tussen de bloemen, op een Lotus. Of wat mensen die in de sawa werken. In Ubud, waar hij op de beroemde markt met ambachten staat, kost het vier keer zoveel... Hoeveel dan? .... vraag ik toch maar uit nieuwsgierigheid: voor een A4 formaat afbeelding, voor mij voor  ongeveer 25 euro...

Het is grappig, dit verschil in sfeer van mensen die gewoon zin hebben in een praatje of die iets van je willen. Nu vroeg Koko  die languit liggend naast me op zijn mobiel liedjes aan het luisteren was, ik drink nu thee onder op de binnenplaats, wat ik aan het doen ben. Ik blog, zeg ik. En laat hem wat blogjes zien met de plaatjes. O! Blog je, kun je over ons iets bloggen?! Over ons bedrijf met een foto? Ik bedenk me ineens dát hij al in een blog op de foto staat  en laat het zien, het blogje over mijn aankomst.
Hij is helemaal enthousiast. Ik bied hem aan om een foto te maken en dat die dan misschien in het blog komt. Het liefst wil hij in mooie kleren en dan voor de familietempel of het voorouderhuis. Maar ik zeg dat ik de foto die ik gemaakt heb juist zo leuk vind. Met op de achtergrond zijn dochtertje, en hij lachend. Oké, zegt hij dan. ‘Ik lach altijd.’

zondag 23 februari 2020

Eendenman in Dessa Kelusa

Via een binnenpad dat langs een tempel in het bos loopt, kom je op een geasfalteerde weggetje bij een waterbron. Dat is de dessa van het dorpje hiernaast:  Kelusa. Gisteren waren er bij die waterbron twee vrouwen aan het baden. Er liep gewoon een man met een sikkelzeis pal boven hun langs en brommers en voetgangers passeerden. Verderop in het stromend water was een man aan het baden. Hij ging rustig door met zich staande wassen, ik zag dat hij mij gezien had, en pas toen ik vlakbij was liet hij zich liggend in het water plonzen. Hier geen gêne en schaamte.

Zó subtiel werkt gedrag dus: want toen ik langs de vrouw liep, die een dikke witte badhanddoek bij zich had en zich inzeepte en mij met blote borsten en een glimlach aankeek, toen sloeg ik mijn ogen neer, in plaats van haar vrijuit te groeten. Zit dan toch de christelijke schaamte en preutsheid rondom het lichaam diep in mij gegroefd, waardoor ik instinctief mij zo gedroeg? ... Zo vreemd, want met mijn rede, denk ik er anders over.

Vandaag besloot ik het goed te maken. Er was op dezelfde plek weer een vrouw aan het baden en ik ging ongeveer 50 meter verder, waar er waterverval was, met mijn voeten in het water bungelen. Heerlijk, er woei een klein briesje, in de schaduw onder palmbomen,wat wil een mens nog meer?De vrouw keek even op, maar ging verder met baden, helemaal naakt stond ze in de stroom en brommers die passeerden keken niet op. Daarna kleedde ze zich, zette een grote takkenbos op haar hoofd en vervolgde haar weg. 

Paradijselijk groen is het ook hier....ik kwam terug van een wandeling door deze dessa. Één geasfalteerd pad eindigde in een bouwput in de diepte waar een groot complex aan het verrijzen was. De brommers eromheen waren van de arbeiders die er nu werkten. Hotel Samsara gaat het straks heten, heel groot, zou ik later vernemen. Terug naar de Y-splitsing. Die weg werd onverhard en liep uiteindelijk dood en daar aangekomen vloog een zwerm rijstvogeltjes op.Ik kwam langs een huis waar een yin-yang teken de oprijlaan markeerde. Van een Nederlandse vrouw, vernam ik later. Het en der staan er verscholen in het groen, andere huisjes of kleine komplexen, het stoort nog niet in het landschap, ze zijn nog op dik een hand te tellen, zo ongeveer.

Ik liep een ander pad in en toen kwam er ineens een kudde eenden mij tegemoet. Ik was op het land van de eendenman, die ook opdook met een lange bamboestok in zijn hand, met een rafelige vlag eraan en hij dreef ze een waterig rijstveld in. Aan het einde van het pad was een klein huis verborgen, daar woonde hij nu met zijn broer en een neefje. Verderop was nog een huisje dat van hem was. Hij vertelde dat hij ooit al deze grond goedkoop gekocht had en dat het nu héél veel waard was. Maar hij zou niks gaan verkopen.

Iedereen op Bali mag nu legaal iets bouwen, maakt niet uit wat, het was heel lang illegaal, maar de regering  heeft het legaal gemaakt. Dat verklaarde dus de verschillende bouwsels die ik al gezien had. Hij vond het voor de nieuwe generatie op Bali wel een kans. Vroeger trokken ze weg naar de badplaatsen Kuta en Sanur enzovoort en naar Den Pasar om geld te verdienen. Nu kunnen ze in de buurt van hun eigen huis op een stuk grond iets beginnen. Ze zullen nooit alles verkopen want dan is het afgelopen met het Balinese leven en bovendien, wat heb je aan biljoenen als je zelf nergens meer  prettig kan wonen?

Hij heeft een zoon die werkt op een Amerikaans cruiseschip en die single is. En een dochter die getrouwd is. Op Bali is het de gewoonte dat de vrouw bij de familie van de man intrekt. Vier jaar geleden heeft hij zijn vrouw verloren.Ze had kanker aan de lymfeklieren . Toen heeft hij zijn eenden gekocht om ermee over de rijstvelden te kunnen dwalen, het doet hem goed en geeft hem rust. Thuis zat hij te piekeren en werd hij verteerd door verdriet. De eieren van de eenden verkoopt hij, ze spelen een belangrijke rol in alle ceremonies. ‘Symbool van vruchtbaarheid? ‘ vroeg ik. Ja, dat klopte.


zaterdag 22 februari 2020

Zondagochtend

Zondagochtend, één van de jonge vrouwen hier gaat het hele terrein rond, ze begon in de familietempel. Ze vervangt de vierkante platte bakjes van palmblad voor nieuwe met verse bloemetjes erin. Ook hierboven waar ik zit, hangt er een altaartje aan een van de pilaren. Gracieus besprenkelt ze met één hand drie keer het altaartje met water ,steekt een stokje brandend wierook erbij en met de rug naar het altaartje besprenkelt ze ook de lucht bij de opgang van de trap. Devoot. En daarna opent ze haar ogen en zegt tegen mij: Good Morning.

Alle benodigdheden draagt zij met zich mee in een vierkante gevlochten mandje, als een dienblad. Zij is er wel speciaal voor gekleed: sarong, een witte kabaya en een oranje sjaal om haar middel. De jonge vrouwen lopen hier op de binnenplaats, langs de familietempel,doorgaans in korte broek met een hempje. Koko’s moeder draagt vaak een stoffen lange broek, met soms een sarong daaroverheen gewikkeld. Ze loopt zoals Moeder op het laatst, met kromme O-benen. Zal ik ook ooit zo lopen?...

Ondertussen is er een telefoontje die op speaker staat en iedereen lacht mee. Ik hoor het woord sateh ayam vallen, kipsaté dus. De opa en oma neuriën en zingen tegen Eiko, die op een klein fietsje rondbanjert. Een oud Indonesisch kinderliedje valt me in : burung kaka tua, mentjiok di tjende la, neneh sudah tua, gigingja tingal dua. De twee laatste regels betekenen: oma is al oud, ze heeft nog maar twee tanden. Wat de eerste twee regels betekenen weet ik niet meer... burung is ‘vogel’ .

Onder,voor een tweede kop koffie, zie ik de gekruide saté aan stokjes in een mand op een rood plastic krukje in de zon te ... drogen? ... dat de kruiden erin trekken? Ik krijg drie heel kleine banaantjes, wat pinda’s in twee piepkleine plastic zakjes, in elk zitten er acht, tel ik nu, toegestopt. Ze is bezig met kunstig gevlochten bolletjes in druppelvorm, ‘tupeng’ zegt ze geloof ik... Had dit niet iets met ‘een toetje of ‘versiering/extraatje’ te maken?  De schoondochter vermoed ik nu, de vrouw van Koko dus, heeft zich weer omgekleed in korte broek en T-shirt en haalt iets uit de koelkast. Achterin wonen andere familieleden.

Nu is het weer rustig, iedereen heeft zich weer teruggetrokken in de eigen vertrekken. In de verte kraaien er veel hanen, de bomen ruizen, getjerp van krekels... Vandaag een blauwe lucht met wat wolkjes. Ik ruik de wierook.Of dit de gewoontes zijn van een Zondagochtend?  Na volgende weken, weet ik het, dat is zo fijn van langer ergens verblijven. 

Gisteren was er een heuse voetbalwedstrijd, de jongeren van Keliki Kawan met een zwart shirt aan met de naam van het dorp erop, en op de andere shirts stond Nusapenida, dat is de naam van een klein eilandje onder aan Bali. Zaterdagmiddag...de tijd voor de voetbalwedstrijden, wereldwijd...? Alleen is het veld hier kleiner en er leken ook minder spelers per team. Met deze warmte lijkt me dat wel zo prettig, dan hoef je geen einden te gaan hollen.

Ik eet een banaantje. ‘Er zijn wel tientallen soorten pisangs, van  heel klein tot heel groot en ze hebben allemaal een eigen smaak’, hoor ik Moeder zeggen. Mijn vroegste kinderjaren besprenkeld met haar heimwee...Deze heeft inderdaad een eigen smaak. Het is zoals ‘wij’, zeg ik toch maar, de smaak van een Goudrenet kunnen onderscheiden van, zeg, een Jonagold.

vrijdag 21 februari 2020

Keliki Kawan; schildersdorp

Ik had er geen idee van toen ik deze kamer boekte, maar ik blijk met de neus in de boter te zijn gevallen: dit dorp is naast Batuan een beroemd schildersdorp. Van Batuan wist ik het: toen ik in 1992 ook op Bali was kocht ik twee kleine schilderijtjes van een jongen, die de zoon was van een bekende schilder. Dit dorp Keliki Kawan blijkt zich gespecialiseerd te hebben in miniatuur-schilderen.

Ik liep de dorpsstraat in en ging binnen bij het eerste bordje waar ik painter zag staan. Wat ik zag verraste mij. Ik kwam in een omsloten gebied, het begint met de tempel aan weerszijden aan de straatkant en toen kwamen er allemaal aparte huisjes met een werkplaats voor. Kipjes in hokken, een timmerbedrijf, ijzerwaren, vrouwen die in manden dingen sorteerden. Helemaal achterin was een huisje dat vol hing met schilderijen en de eigenaar daarvan was net op de scooter komen aanrijden en hij bracht mij erheen.

Meerdere schilderijen waren sjiek ingelijst, ze hebben in musea en galeries in Ubud gehangen. Hij liet me een catalogus-boekje zien. Miniatuur-schilderen is al eeuwenlang een traditie op Bali, maar dit dorp Keliki Kawan heeft het weer opgepakt door het stichten van een associatie in november 2011: Werdi Jana Kerti. Zij hebben van  18 december 2015 tot 3 februari 2016 een groepstentoonstelling gehad in Museum Puri Lukisan, waar 68 schilders aan deelnamen in de leeftijd van 13-68 jaar.

Dit dorp Keliki Kawan bestaat uit 75 families en herbergt 125 miniatuurschilders, vaak meerderen in ėėn familie. De schilder I Wayan Mardika en de man met wie ik nu sprak, zijn vrienden en de vrouw van deze man is ook schilder, hijzelf ook, maar bescheiden. Een groot schilderij van I Wayan Mardika stond gewikkeld in papier tegen de muur: hetzelfde tafereel dat ik al van hem kende, gekleurd, maar hier waren er helemaal bovenin, in plaats van vogeltjes, twee vliegtuigen en een helikopter in verwerkt. Ik herinner me dat de jongen uit Batuan ook surfplanken schilderde.

Batuan staat bekend om de volheid aan afbeeldingen in één schilderij, overbevolkt met werkelijk alles, vlak tegen elkaar aan geschilderd, alles aan een sluitend en Keliki Kawan heeft dit overgenomen, maar dan in miniatuur. Ik bestudeerde de catalogus, ik wees aan wat ik mooi vond, en ze wonen allemaal hier in het dorp en  I Wayan Mardika blijkt inderdaad één van de leidende figuren, nu. Maar deze man, die een soort van manager was van de kunstenaars, leek het, zag het wel somber in: hij zag dat de jongste generatie toch weinig belangstelling heeft, hij is bang dat het gaat uitsterven...

Zo gastvrij, hoe hij vertelde en hij mij probeerde uit te leggen waar in het dorp de desbetreffende schilder woonde en hij mij een flesje water gaf. Nu kan ik ze dus allemaal langs gaan als ik dat zou willen. Al hebben sommigen geen uithangbordje hangen, dus of ik dan zomaar een poort doordurf?... Niet om iets te kopen, want hun werk is voor mij onbetaalbaar, gewoon mooi om mee te maken, te kijken en genieten.

Schuilen in de regen

Gisteren volgde ik het pad achter de dorpstempel waar de dessa begint. Ik kwam in één groene vallei met terrassen, waar mensen werkten in de rijstvelden. Een onverharde weg liep erlangs, waar de boeren met brommers naar hun deel van het land gaan en alles over vervoeren. Stilte...alleen de geluiden van stromend water, tintelend, soms zacht klaterend, soms ruisend... een boer plant rijst, een vrouw komt vanuit de achterste coulissen van palmbomen met grote takken en snijdt het met een sikkelzeis tot groene stengels, een boer met een motorische ploeg omringd door witte kraanvogels bewerkt het land, drie jongens hengelen in het riviertje dat naar beneden stroomt.Het gaat regenen en ik schuil hurkend onder een groot bananenblad. Het voelt ‘oer’, opgenomen in vibrerend groen.

Weer boven gekomen gaat het nog harder regenen en ik schuil in de overdekte binnenplaats naast de tempel. De tropische bui met onweer en donder kalmeerde om vervolgens weer aan te zwellen en éėn voor één verschenen alle boeren die ik tevoren op het land zag werken, op hun brommer met regencapes aan of met hun hoofd verscholen in hun T-shirt.Eentje was te voet, met een bananenblad als paraplu, hij ging ook schuilen in mijn buurt en werd even later door een vrouw op een scooter opgehaald. 

Regen intensiveert mijn zintuigen, ik vind het altijd wel bijzonder om te schuilen en om je heen te blijven kijken. Kleine zwaluwen die een muur zochten, een haan die plotseling hard gaat kraaien, de straat die gaat klotsen op onregelmatige stukken...Herinneringen kwamen boven: aan schuilen in een boeddhistische tempel in Thailand, mediterend in de grote zaal op rode tapijten, in de binnenplaats van de tempel van Lau Tse in Peking, met vriend E. onder een brugje in het Achterhoeks platteland, een hele dag lezen in mijn tent op Terschelling....Het begon al donker te worden en de regen minderde, dus ik besloot de Dorpsstraat weer op te gaan.

Daar passeerden het Amerikaanse stel, die net hadden gegeten in Warung Umah Bali, die bij recensies op TripAdvisor tot het beste eethuis van Bali is gebombardeerd. Daar had ik ze twee dagen geleden ontmoet. Zij eten er elke dag gedurende hun twee weken verblijf op Bali en ze vinden  alles lekker, terwijl in Ubud alles smakeloos is. Ik mocht één van hun grote paraplu’s lenen, ik zou het wel terugkomen brengen. 

Vanochtend wilde ik dat gaan doen en toen bleek de paraplu niet meer bij mijn voordeur te staan. Die bleek al opgehaald door de eigenaar van het guesthouse waar  het Amerikaanse stel verblijft: dat is familie van Koko. Ook de eigenares van Warung Umah Bali is de nicht van de moeder van Koko, dus ook familie. Ik was al aangekondigd, de eerste keer dat ik kwam zei ze: Jij logeert bij Koko! Ik geloof dat dit gehele dorp Keliki Kawan voornamelijk bestaat uit boeren en heel kleine winkeltjes bestierend en twee grote kastenfamilies, die van Gusti, de handelaren en die van de kunstenaars, waarover meer in het blogje hierna.