zaterdag 30 november 2024

Moeder van M. Verhalen in de metro


 ‘Ach, het zal waarschijnlijk wel zo zijn, dat er altijd een verhaal is in je leven dat prikken moet’, zei de moeder van M. bij het afscheid bij de deur. ‘Die ga ik onthouden’ zei ik, ‘dat zijn wel wijze woorden’. Ze woont in een flat naast de Lidl aan de rand van Apeldoorn, waar ik ongeveer één keer in de twee weken mijn grote boodschappen doe. Met een uitzicht op een park en in de verte de bosrand van de Veluwe. ‘Ik moet wel veel buiten zijn, in de natuur, daar voel ik me het beste’. Ik wist al dat ze, samen met haar man een caravan hadden, waar ze veel waren. Nu hoorde ik dat hij op 58 jarige leeftijd al was afgekeurd wegens een zwak hart, maar zie: hij is 92 jaar geworden en pas vorig jaar overleden. Zij is nu 92 jaar, en pas vorig jaar gestopt met autorijden, na getwijfeld te hebben of ze op zou gaan voor de nieuwe keuring. Nu laat ze zich rijden door anderen en dat is toch wel fijn. Naar het koor, waar ze als eerste en enige een speldje kreeg voor vijftig jaar zingen. Naar het zwembad en naar haar dochter in Apeldoorn gaat ze met de elektrische fiets, sinds kort mét helm. Ik zei haar er ook over na te denken om dat toch ook maar te gaan doen. Naar het graf van haar man, gaat ze met een rollator.
‘Wat een leuke moeder heb je’, mailde ik aan M. 
‘Het was zo vertrouwd geweest’, had haar moeder aan haar verteld. Voortaan bel ik elke keer voordat ik de boodschappen ga doen, bij haar aan. Dat zal nu waarschijnlijk wel minder worden dan een keer in de twee weken, omdat ik ook enkele dagen in mijn stadshuis ben.


Verhalen die prikken, dat het niet altijd rozengeur en manenschijn is…ik dacht aan het motto in de metro van New York, eentje waarvan ik denk dat deze in Nederland niet zomaar direct begrepen wordt als deze in de bus en de trein zou verschijnen: Don’t be someone’s subway story. Met daaronder: Courtesy Counts.
Aangespoord worden om rekening met anderen te houden en in sommige wagons hingen daarboven dan cartoonachtige situaties, bijvoorbeeld  een balletdanser die zijn spagaatoefening midden op een bank doet, bengelend met een hand aan de railing boven hem. Of iemand die luid snurkend op een bank slaapt, terwijl een moeder weggedrukt wordt en bijna met haar lichaam op de buggie valt.
Ik vind het een sterk motto, die ook al een vooronderstelling in zich draagt, wil deze begrepen worden; namelijk dat er in de grond geen onverschilligheid is en een gehard zijn, maar dat er een basis is van aandacht hebben, en elkaar verhalen vertellen ertoe doet. In dit geval dat je niet thuis hoeft te komen met zoiets van: Vreselijk, Wie ik nú weer in de metro heb meegemaakt!


Nu ik toch aan het scrollen was door mijn foto’s kwam ik ook andere metro-foto’s tegen: reclame voor een sex-museum, een moslim en een jood naast elkaar, hoe een kat vervoerd wordt, een jongen die naar bloemen-aftershave rook, met bloemenbroekje aan, die een boek las; Eat Your Flowers.


Een familie terug van een of ander feestje, lezen op je koffer, kleurrijk naast elkaar, een spreuk op een tas…Graag had ik een filmpje gemaakt van zakenlieden die nog met stress en keurig strak in pak plaatsnemen en het demasqué dat binnen enkele haltes volgt: stropdas los, haren uit de knot, geeuwen, schoenen uit doen. Zo grappig: dat komt dan van bovengronds, snel, glanzend Manhattan bij het financiële district, maar ondergronds is het er sjofel, regelmatig zie je ratten, de metro ratelt en iedereen maakt het beste van de tijd die je daar doorbrengt en rangen, culturen, leefstijlen mengen zich, gewoon op de bank, naast elkaar. Ik keek altijd in de metro mijn ogen uit. En soms lees je er dan ook nog een gedicht.


vrijdag 29 november 2024

Thanksgiving Parade. De vloek van de nootmuskaat


Dit is één van de redenen waarom ik zo dol ben op New York: Al die verschillende soorten van mensen, dicht op elkaar gepakt bij de Macy’s Thanksgiving Parade, in de stromende regen bij 7 graden. Én dat er toch ook ruimte is, midden op de weg, voor 25 Pro Palestijnse demonstranten; de politie kijkt toe, ze kunnen even hun ding doen en daarna wordt gevraagd of ze willen gaan.

De parade is er al sinds 1924, honderd jaar dus, maar in de tweede wereldoorlog heeft het twee keer geen doorgang gevonden. In het begin deden er ook dieren mee, maar dat is na een tiental jaren losgelaten. Snoopy en Santa Claus zijn vanaf het begin van de partij. Het verslag ervan is nu het best bekeken TV programma van Amerika, het duurt meer dan drie uur en gaat langs Central Park en eindigt bij Macy’s, de organisator en het grootse warenhuis van de wereld. Het is voor iedereen aantrekkelijk omdat in de Parade voor elk wat wils voorbij komt.

Het opent met The Turkey, het traditionele gerecht en op Insta zoemt de vraag rond: waar ben jij vandaag dankbaar voor? ‘Dat ik een New Yorker ben!’, is één van de antwoorden. Ik kijk niet naar de hele parade, maar herken de plek waar de jongen van de New York Walking Show staat. Vlakbij het metrostation bij Central Park, nu de herfstbomen op de achtergrond, en vanaf hier wandelde ik, links de hoek om, langs of door het park, naar Lincoln Center, waar ik tien dagen op een rij naar een verfilmde opera voorstelling ging.

Ik lees deze dag voornamelijk in De Vloek van de Nootmuskaat ; Boodschap aan een Planeet in Crisis, van de Indiër Amitav Gosh, die afgelopen week de Erasmusprijs kreeg. Het blijkt dat, toen ik maanden vast zat in India ik zijn River of Smoke heb gelezen over een familie die in de opiumhandel zit en je een beeld krijgt hoe die handel de hele wereld, van China, langs Zuid Oost Azië en de Indische Oceaan naar het Westen, beïnvloedt. De eyeopeners in het boek dat ik nu lees zijn allereerst de wreedheid van de Nederlanders, die de bevolking op de Banda eilanden bij Ambon ongeveer hebben uitgeroeid, om een monopolie te krijgen op de handel in de nootmuskaat en later ook de kruidnagel.Aanvankelijk waren dit de enige eilanden waar dit groeide en alle handelswegen leverden geld op. De tweede eyeopener is, dat ik nu begrijp dat het niet alleen het kapitalistische systeem is, dat de wereld bepaalt, maar ook het mechanistische wereldbeeld dat eraan ten grondslag ligt, die leidt naar de milieucrisis. De westerse welvaart drijft op het idee dat de aarde er is om daar dingen van te gebruiken en te oogsten: zoals specerijen, opium en ook de fossiele brandstoffen. De aarde als gulle levende entiteit ‘Gaia’ voor een ieder, mag niet spreken.Wind, water, zon: die zijn overal aanwezig en niet aan grenzen gebonden.Het was al veel eerder mogelijk om daar de energie van te halen. Ooit ging het over waterkracht of steenkool. Men koos voor de ontwikkeling van mijnen, want mijnwerkers zijn als slaven in te zetten, terwijl watertechniek voor iedereen ter plekke beschikbaar kan worden en er dan niemand afhankelijk is van bedrijven en grote mogendheden. Het welvarende Westen wil het monopolie behouden en drukt nu dus ook alles rondom wind en zon zoveel mogelijk de kop in, om controle te kunnen houden op de wereldwijde energievoorziening, middels de transportwegen, zoals de  pijpleidingen. China ontwikkelt nu in een gigantisch tempo zonnepanelen om met zonne-energie straks niet meer afhankelijk te hoeven zijn het westen. Geen wonder dat Trump hangt aan de fossiele brandstof en China als zijn grootste concurrent ziet. Europa speelt in dit plaatje geen rol.


En ondertussen gaf iPad mij deze compilatie van een dag in Manhattan.
Ik ging, met Bryant Park als huiskamer waar ik in de krant las dat er een India Parade in de buurt was, op stel en sprong daarnaar op zoek, om het al wandelend weer weg te wimpelen en kwam weer terug bij mijn huisstek. Ik zie mijn lol in de architectuur en de mensen daarin.
 

woensdag 27 november 2024

Here I am


Ooit, meer dan 35 jaar geleden, plante ik een glanzende paardenkastanje uit het bos in mijn achtertuin. Die groeide meteen uit tot een boompje, die te groot werd voor de achtertuin. Ik groef deze uit en de hoofdwortel ondergronds was al langer dan het boompje erboven. Ik verplaatste het naar mijn voortuin, aan de rand en deze groeide uit tot een grote boom, die zelf kastanjes geeft. En nu wordt deze geveld. De boomwortels blijken schade te geven aan het riool. Een periode afgesloten; wie weet méér dan de helft van  mijn eigen leven…


Na een etmaal in mijn stadshuis, waaronder ik dus bovenstaand bericht ontving: die boom moet weg, letterlijk bijna mijn levensboom, de enige boom die ik ooit zelf geplant heb, was ik net voor de storm weer  in mijn boshuisje en bekeek er The Sheltering Sky, een film naar een boek van Paul Bowles die er ook zelf in te zien is, als verteller van het verhaal. Een stel, New Yorkers (de film begon met een kleine verassing voor mij, namelijk met oude beelden uit de straten van NY), gaan op reis door de woestijn in Marokko en hij, gespeeld door een heel jonge John Malkovich, sterft er aan een onverwachte ziekte en zij, gespeeld door Debra Winger, zet haar reis voort. In de eindscene loopt ze dan alleen weer de bewoonde wereld binnen, in een Marokkaans stadje.
Paul Bowles kijkt toe en hij mijmert over sterfelijkheid. Hoe je nooit weet dat je iets wellicht voor het laatst meemaakt…
Dus de boom wordt geveld en zelf ga ik nu voorlopig drie dagen per week naar mijn stadshuis en daarmee verandert de beleving van mijn leefomgeving. Het is niet zomaar mogelijk, om een beetje een contemplatieve kluizenaar te zijn… In de bus terug bedacht ik dat ik gewoonweg méér de dynamiek van New York moet gaan inbouwen. Daar reisde ik ook dagelijks vanuit Brooklyn naar alle andere delen van New York en genoot van de verschillende werelden die binnen korte tijd binnen je bereik liggen. 
Dat is nu in feite ook zo. Dus ik heb meteen een tienbadenkaart besteld voor de avondsauna, die maar enkele kilometers van mijn stadshuis is verwijderd.


Mooie woorden van Paul Bowles: Here I Am. Dit, zo’n beetje, wordt het nieuwe motto, voor wat aanvoelt, als een andere levensfase.

zondag 24 november 2024

Zonder Sinterklaas


 Het vorige weekend in Hattem en nu in Zutphen aan de IJssel; de beste manier om mijn neigen naar New York te ‘bestrijden’. Oeroude vestingstadjes aan een rivier, die Hollanders die altijd handel aan het drijven waren;  in principe is het geen verschil met dat zij eeuwen later Nieuw Amsterdam aan de East River en de Hudson stichtten.
Ik werd door vier mensen tegelijk met mijn neus op een reële situatie gedrukt. Ik gun een jongen een verblijfplaats in mijn stadshuis, maar waarschijnlijk ziet de woningbouwvereniging dit als fraude en zet ik mijn eigen verblijf op het spel. Die zou wellicht al lang een dossier aan het opbouwen kunnen zijn en dan is het mogelijk om de huur binnen een maand op te zeggen. Vanaf nu moet ik minstens drie dagen in de week in mijn stadshuis zijn, om de verdenking weg te werken dat ik er niet meer zou wonen…Dus nu moet ik ook mijn leven weer wat reorganiseren. Die dichtregel van Rutger Kopland zoemt in mijn hoofd: Een lege plek om te blijven…Dat mag dus niet zomaar.


Gelukkig is daar nog de wondere wereld van Sinterklaas waar, door de hand van Charlotte Demantons, alles mogelijk is. Na de traditionele Sinterklaasdobbel met de vrouwengroep met hun onverwachte surprise over mijn stadshuis, even willen wonen in het huis van Sinterklaas…


Té grote peren op een tafelsprei, net niet elegant ontwaken, een beetje onhandig de toekomst inkijken, een wat norse maar onverzettelijke blik van de schilder Hans Bayens (1924-2003)…waarschijnlijk haakten deze beelden aan mij, door mijn stemming.


En toen fietste ik weer 30 km terug naar mijn boshuisje, het eerste deel door een landschap waar ik veel gewandeld heb. Bij het kerkje van Hall, ook een historische pleisterplaats, keek ik naar het vervallen boerenstulpje met het rieten dak. Die overgebleven harde stengels van de mais die daar pasgeleden groeide. Alles veranderd en je gunt iedereen een huis en een verbetering van de leefsituatie ook die arme boeren die ooit in ongeveer een modderkuil, in de grond leefden.
Wind door mijn kop, terwijl het tegelijk mild en zacht weer was, en mij eigen maken dat een verandering van koers noodzakelijk is, want ik ben geen Sinterklaas, die bestaat niet. Die oude Hollandse traditie is waarschijnlijk ook de eerste les, waar de magische wereld van het kind overgaat in ontnuchtering, om daarna te leren hoe je met een VOC mentaliteit de wereld kan veroveren: Voorwaarts! Voorwaarts! 

vrijdag 22 november 2024

Winterwandeling


Opstaan, rolgordijntje naar boven, zien dat het gesneeuwd heeft en ook alweer aan het dooien is, gauw-gauw mijn dikste winterkleren uit de doos halen, kop koffie naar binnen slurpen, naar buiten.
Hertensporen, de eerste zijn die er loopt, die ploffige wattensneeuw aan stammen en twijgen. 


Sporen en structuren op de grond, dikke en dunne bomen.


Het wordt allengs lichter; ochtendzon door de bomen. Sneeuw begint te druppen en glijdt soms als kleine pakjes naar beneden.


En welk liedje past bij deze stemming, zo’n wandeling waar details en fijnzinnige lijnen te zien zijn en ook weer zó voor je neus verdwijnen? Ik zit weer binnen, het regent nu en het is bewolkt, het witte toverbos is alweer weg.


‘Let your mercy spill…and bind us thight…’

donderdag 21 november 2024

Eerste sneeuw


 Mooi, gisteren, die eerste sneeuw van het jaar en het wisselende kleurenpalet in anderhalf uur tijd.


Hoe er dan stipjes in de sneeuw komen, door de regen en de druppelende kracht van het water versneld weer een uitzicht geeft naar de hemel.


woensdag 20 november 2024

All creatures great and small

 


De engelen van Paul Klee hebben verschillende gezichten en zijn soms wat ambigu, het is allemaal niet zo eenduidig.
Zoals veel van ons menselijke handelen; dan denk je het goede te doen, maar dan komt daar toch niet het perfecte plaatje uit.
Je maakt bijvoorbeeld met veel moeite je kruipruimte helemaal droog, kleine bijdrage aan het klimaat, blijkt het dat er nu ratten onder je vloer leven, die dit een heerlijke warme plek vinden. 
In New York zijn tijdens de corona pandemie veel meer  auto’s verkocht dan gewoonlijk;  elektrische en allemaal met nieuwe leidingen eronder die van soya gemaakt zijn en niet zulke waar petroleum doorheen moet, en nu blijkt de rattenbevolking van naar schatting drie miljoen, op een inwonertal van meer dan acht miljoen, bovengronds te komen in de straten, voor hen is het een nieuwe bron van voedsel.


De zin all creatures great and small schoot mij te binnen. Mensen zijn niet de enige bewoners op de planeet. Kwam deze regel niet uit een gedicht?…Ja, en het is ook op muziek gezet en het wordt ook gezongen in de kerken. Niks mis mee, het is fijn als het woord ‘God’ gebruikt wordt in een context van schoonheid, respect, zachtheid, positiviteit. Dat het verwijst naar een wereld die opbouwend is.


De dichter Mary Oliver plaatste dit gisteren op Insta. Zo wil ik ook wel aan God denken en deze eren. 
Hopen dat we als engelen kunnen zijn, die zacht neerdalen op de aarde. 


dinsdag 19 november 2024

WCNSF. Gebed voor de aarde


 Ik kwam de term gisteren pas voor het eerst tegen op Insta: WCNSF: Wounded Child No Surviving Family. Het wordt gebruikt door de hulpverlening en Artsen Zonder Grenzen in Gaza. Een nieuw categorie ‘mens’, die nog een heel leven voor zich heeft… Zonder een bloedverwant meer om haar heen. Al zoekend blijkt dat deze term helemaal niet nieuw is, maar al sinds vorig jaar November in gebruik is.
Hoe zal het verder gaan met deze kinderen? Wat voor erfenis zullen zij aan de wereld geven, wat voor vruchten zullen ze gaan dragen? Je kunt alleen maar hopen dat zij onderweg toch genoeg liefde zullen ervaren, dat zij zich ergens toch gedragen weten en dat het geen haat en wraaklust en angst zal zal zijn dat hen zal leiden, wanneer zij straks degenen zijn die de wereld mee vorm geven…
Er gebeurde mij, tot mijn eigen verbazing, iets vreemds tijdens de bijeenkomst met de projectgroep. Iemand las een lied voor en daarin werd tot in detail opgesomd wat er allemaal mis is in deze wereld. De hele waslijst vol ellende. Ik kreeg een knoop in mijn maag en bij elke alinea méér,  ik kreeg buikpijn. Helemaal op het einde van het lied wordt er dan aan God gevraagd: laat dit stoppen; een bede.
Ik zag een gemeenschap voor mij, die dit lied zong. Allemaal welbespraakt, want anders kun je niet in detail benoemen wat er allemaal mis is, in de eigen warme, ook letterlijk, bubbel. Zo’n opsomming kún je toch niet met droge ogen aan je voorbij laten gaan?  Want daarna gaat een ieder weer de eigen gang in een leven waar er géén oorlog, bedreiging, honger en geweld is. 
Misschien ook wel; geweld achter de eigen voordeur, misschien is er ook doodsdreiging; pijn en verdriet om ziekte en onmacht…Maar toch. Het doet er ook niet toe, ik kon mijn buikpijn daarmee ook niet zomaar wegwerken. 
Met eentje praatte ik na, terwijl anderen een wandeling gingen maken. ’God’ kwam als het ware té laat voor in het lied…Als je dan over God praat, dan ‘moet’ het in één beweging, in één taalslag met wie wij nu zijn. 
Taal is ook een vorm van handelen, dat was mijn belangrijkste vondst die ik deed in mijn theologiestudie. 
Het woord ‘God’ geeft dan de mogelijkheid om onze eigen beperkte grens te doorbreken. 
Zij dacht aan een gebed dat de Paus bij zijn encycliek Laudato Si, dat over de schepping gaat, had bijgevoegd. Dat was wel te pruimen vond ze. Ja, ik meende het ook eens voorbij te zien hebben gekomen. Ik zoek het nu op en ja, zo kan het voor mij wél. Dit is het eerste gedeelte daarvan.
Ik hoop dat die kinderen in Gaza, dit uiteindelijk op hun eigen wijze, ook kunnen stamelen.



maandag 18 november 2024

Hattem


 Ik fietste 56 km naar Hattem, voornamelijk door weilanden en herfstbos. Wat een mooi, klein vestingstadje aan de IJssel, met stadsrechten uit de 13e eeuw.


Ik ontmoette daar mijn ‘projectgroep’, die ik ken vanaf mijn eerste jaar theologie, da’s toch bijzonder, om elkaar te kennen van piepjong, zoekend, vragend, studerend, werkend, naar nu allemaal grijs en op ééntje na, met pensioen en vorige week heb ik mijn AOW aangevraagd.


We gingen naar het museum van Jan Voerman, senior en junior, die hier gewoond hebben. De oude vooral bekend om zijn gezichten op de IJssel en de koeien in de weilanden en mosterdpotjes met bloemen. De jonge heeft heel veel Verkadeplaatjes gemaakt voor de verzamelalbums van Jac Thijsse: Senior was gehuwd met de dochter van de Verkadefabricant.


De jonge Voerman schildert fris en prachtig, hij zegt erover zélf even bloem en plant te worden tijdens het maakproces. Dan wordt hij wellicht ook even een sneeuwlandschap met verse sporen daarin.


Daarna ging iedereen even haar eigen weg: de ene was al linea recta naar de  B&B gegaan om te relaxen, een andere ging haar achterna om te kijken of de thee al was gezet, eentje ging alle boodschappen doen, eentje ging wandelen naar de B&B en ik ging nog even flaneren in Hattem, waar ik Sinterklaas zag, die met een Volkswagen busje zijn intocht had gemaakt.


Er was ook nog het Anton Pieck Museum. De aquarel die hij op 10 jarige leeftijd maakte, verraadt voor mij zijn grote talent. Achter al die karakteristieke prenten die hij maakte, vergeet je bijna dat onder elk een proces schuilt van schetsen, aquarelleren, bedenken hoe en wat; ook als je de wolf met de zeven geitjes voor de Elfteling tot leven brengt.
Er hing ook nog een andere illustrator; Marius van Dokkum, die acht prentenboeken met Opa Jan maakte, allen met een humoristische ondertoon. Die Opa Jan met zijn balanceervermogen in allerlei situaties…Wellicht het streven van een ieder in deze groep. Theoloog zijn is ook geïnvolveerd zijn in een onzichtbare wereld, die je op de één of andere wijze tijdens je leven ten gelde hebt gemaakt. Er zit een soort van missie-element in minstens je professionele handelen…


Uiteindelijk blijkt het vaak te gaan om de kwetsbaarheid en machteloosheid van elk mens en niemand verwacht meer iets van een almachtige God.

vrijdag 15 november 2024

Smoke


 Erg leuk om weer oude films te kunnen bekijken. In mijn stadshuis heb ik een aardig grote dvd-verzameling en daar heb ik dus meer dan drie jaar lang niet naar omgekeken. Maar in mijn boshuisje kan ik onder de tafel nog heel veel dvd’s kwijt, dus ik nam deze week een grote tas mee. Wél een gesjouw, 2,5 km door het bos, maar nu voelt het als een privé-bioscoopje, ik kan weer vooruit. En ik bekeek Smoke, een film waaraan ik in New York spontaan dacht, omdat ik in een zelfde soort buurt als in de film sliep.
Het speelt zich af in 1990 en het was grappig om te zien dat sommige dingen nu nog exact hetzelfde zijn. De sfeer in de straten, er rijden nog dezelfde oude schoolbussen, de metro ratelt over hetzelfde spoor. Maar de Twin Towers waren er nog, de skyline is nu véél voller, de gele taxi’s en andere auto’s zijn vervangen door modernere varianten. Én roken was geheel vanzelfsprekend; de titel van de film verwijst naar de rook van sigaren en sigaretten en veel speelt zich af in zo’n winkeltje, waar je ze kunt kopen,  Auggie is er de eigenaar.
Het is een mooie, gelaagde en ook poëtische film, waar ook een kerstverhaal van Paul Auster in is verwerkt, en een van de hoofdpersonen is ook een schrijver, die Paul heet. Het gaat over vriendschappen en relaties die de stormen van het leven doorstaan en het openstellen dát het mogelijk is: écht contact en uitwisseling van wat je ten diepste bezig houdt. Heel anders dan de instrumentele wijze waarop tegenwoordig aan veel ‘vriendschappen’ vorm wordt gegeven: rondom een gezamenlijke interesse, dat samen ondernemen en als de hobby verdwijnt, verdwijnt ook de vriendschap. Dan heb je je dus nooit laten raken door die ander, zó dat je trouw wilt blijven aan elkaar…
Maar dit terzijde: hiér gebeurt het wel. Op het einde van de film heeft Paul, de schrijver, gespeeld door William Hurt, heel snel een kerstverhaal nodig voor de New York Times en Auggie, gespeeld door Harvey Keitel, heeft er wel eentje, zegt hij, écht gebeurd. Het is de wijze waarop hij zijn camera heeft verkregen, waarmee hij al jarenlang elke dag, op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek, een foto maakt van zijn winkel op de hoek. Hij vertelt het als hij een lunch getrakteerd krijgt en de schrijver luistert en is geraakt, maar laat ook merken dat hij denkt dat Auggie het misschien verzonnen heeft en hij dus ‘alleen’ een heel goede verhalenverteller is. Auggie geeft hierover geen uitsluitsel.
Maar dan komt de eindscene, in zwart-wit, en dan weet je als kijker dat het echt gebeurd is: dat hij de Kerst vierde met een blinde oude vrouw en ze samen net deden of hij de teruggekeerde kleinzoon was;  de jongen die in zijn winkel een blad met blote dames stal. Het wordt begeleid met het rauwe lied van Tom Waits: Innocent When You Dream


Ook dat oude liedje hoor je dan: Smoke gets in your eyes. In het begin van de film een anekdote, hoe je het gewicht van rook kunt wegen en er wordt de vergelijking gemaakt, dat dit zo licht is, als dat de ziel zou kunnen zijn.Ik vraag mij af het idee voor de film 21 Grams (het gewicht van de ziel), hier is begonnen.



Altijd meerdere identiteiten in één mens

Dit is de sfeer van de politie en de openbare ambtsdrager in New York, zoals ik ze in die 7 weken al dan niet met opzet heb vastgelegd. Joviaal en ontspannend tegen het publiek, toevallig voorbij lopend, zelf in een rustig moment op hun mobieltjes kijkend of een koffiepauze nemend met de thermoskan op straat. De gesluierde vrouw die ik vaak in het loket van de metro zag zitten, in mijn buurt, hier waarschijnlijk net uit haar werk, of ernaar onderweg. De politie die je gewoon kunt zien, zoals zij in het dagelijks niet werkende leven ook zijn: met tatoeages, eigen kapsels en sieraden, ik heb er ook eentje met een hanekam gezien.
De boodschap en hun gedrag is: wij zijn hier de orde handhavers, we regelen wat we moeten doen, voor jullie veiligheid, maar we zijn net zo goed één van wie we allemaal hier zijn: divers en iedereen uniek.
 Maar in Nederland wordt het een wet dat deze niks meer mogen laten zien van hun identiteit. Kan nu een gemeente dat zelf beslissen, zoals Den Haag, waar hoofddoeken, keppeltjes, kruisjes, Davidsterren etc. wel mogelijk zijn, volgend jaar mag het landelijk niet meer. Nederland sluit zich met de onervaren, eendimensionale, eenogige -cycloopachtige rechtse regering steeds meer op in zichzelf. De boodschap moet van hen zijn: wij zijn autoritaire handhavers, we zijn anoniem, we hebben geen gezicht.
Terwijl het de Joodse denker Levinas was, die zei, dat je pas in het gelaat van de andere, toekomt aan menselijkheid.


De grond waarop de samenleving in New York wortelt is het bewustzijn dat bijna iedereen er oorspronkelijk een gast is. Dus je verleent gastvrijheid aan elkaar. De autochtone Indianen werken nu veelal aan de bouw van de wolkenkrabbers. Je bent niet één identiteit, maar altijd meerdere. 
Burgemeester Marcouch gebruikte in een les op een school in Arnhem, in het kader van de week van respect het beeld van een boom




Supermaan. Sacha Bronwasser


 Wat een contrast met vorige week: toen zag je geen hand voor de ogen in de compacte mistige duisternis, nu kon ik tot in de bosrand kijken, door de verlichting van de bijna volle maan. Vanavond is het Supermaan, het fenomeen dat ongeveer 2-3 keer per jaar voorkomt, doordat de maan dan het dichtst bij de aarde is. Je kunt nu als het ware ín de maan zelf kijken: naar al die kraters enzovoort: het is nu niet egaal vlak van kleur.


Wat je kunt zien, door de wisselende omstandigheden: dat is ook een thema in de roman van Sacha Bronwassser, die Luister, heet. Pas op het einde van het boek, als alles verteld is, besef je wat een krachtige titel het is. Het speelt zich af in het aupair-milieu te Parijs, in de jaren negentig, toen er zoveel aanslagen van geweld waren. Philipe, de vader heeft helderziende vooruitblikken omtrent de aupairs die elke jaar verwisseld worden. M de laatste aupair, is degene die het gereconstrueerde verhaal verteld aan Flo, die een gerenommeerde fotograaf is, en M was haar vroegere student. Zij is halsoverkop na alles wat er gebeurd is, vanuit een middelgrote stad A, in Nederland, het lijkt mij Arhem omdat daar ook een kunstacademie is, naar Parijs gegaan, om daar als aupair de boel te verwerken.
Het is de eerste roman van Sacha Bronwasser, na een boek met korte verhalen, zij is ook journalist en kunsthistoricus en ze schrijft kunstrecensies bij de Volkskrant, dus er komt in het boek ook veel kunst voor.
Daardoor vond ik deze foto, met de eerste mens ooit erop. Het ontgaat de meesten, als je het niet weet, zegt Flo in een van haar lessen. Het is de man die zijn schoenen laat poetsen, linksonder in beeld, aan het begin van de boulevard. Waarschijnlijk waren er in het echt veel meer mensen op straat, maar dat pakte de camera niet, want alles moest enkele minuten stilstaan.
Het is een heel ingenieus boek, dat zowel een coming of age verhaal is, maar ook over machtsmisbruik gaat en geweld en hoe je mee moet en gevoelens moet onderdrukken in die spiegel-schijnwereld om succesvol te zijn. En de stad Parijs speelt ook een hoofdrol, Bronwassser heeft er zelf ook gewoond.
Ik las het in een dagdeel in één ruk uit en kwam erop omdat het een van de genomineerden is voor de NS Publieksprijs.
Wegens spoilers kun je verder niet veel meer over dit boek vertellen, maar de sfeer en thematiek zit wel vervat in deze foto, een fotograaf die ook in dit boek genoemd wordt.


woensdag 13 november 2024

Klimop op de berging

Dit bericht heb ik zojuist verstuurd. Het laatste hoofdstuk, hopelijk, in het jarenlange epos omtrent mijn tuin in de stad, de begroeiing en de mussenkolonie. Die jarenlange strijd met de Woningbouwvereniging ; helemaal voor mij te volgen als ik ‘mussenkolonie’ of ‘woningbouwvereniging’  intyp in dit blog…Die mussenkolonie heeft het uiteindelijk overleeft. Ze hebben naast mijn geheel afgeslankt domein, ook plekjes gevonden in dakranden in de buurt. Ze hebben een tactiek ontwikkeld om zich toch veilig te voelen in die ene flard klimop en bruidssluier die er nog over is: ze verzamelen zich s’avonds allemaal in de lijsterbes boom ervoor en vliegen dan tegelijk hun nesten in, die nu als een flatgebouw, geconcentreerd boven en naast elkaar liggen.
En toen ontstond er een nieuw hoofdstuk: de woningbouwvereniging wil de klimop en laurierkers achter bij de berging als geheel verwijderen. Daar, waar ik in de zomer in een hangmat kon schommelen. Er is een lekkage ontstaan bij de buurvrouw, die na het overlijden van J. geheel in paniek is, hoe zij het allemaal moet doen, alleen. J. deed alles. Huilend zei ze tegen mij in het voorjaar dat ze nu voor het eerst onkruid uit de tuin getrokken had. Ze wil op termijn een onderhoudsvrije tuin: dat betekent dus steen en beton en mijn wilde ‘oerwoudtuin’ staat nu in de weg… Terwijl J. er ook wel lol in had. Maar J. heeft ook verborgen voor mij gehouden dat hij al reparaties had verricht bij de berging, om lekkage te voorkomen…
Enfin. 

PS Weer fijn in mijn boshuisje, waar ik de maan zie opkomen.

maandag 11 november 2024

Zitten, fietsen, luisteren, kijken


 Het had ook wel wat, dat windstille, grijze, zwaarbewolkte, weer. Ineens was het ook weer echt koud, dus voor het eerst weer het elektrische kacheltje aan, met warmtekussens. Opnieuw ga ik ernaar streven om de stand van de gaskachel niét te veranderen, die blijft op 3. Het grijze weer zorgde ervoor dat je zo goed kon zien welke kleuren er wél nog waren: er hangt nog oranje-lichtbruin en geel tussen de takken. ’s’nachts voor het slapen gaan stapte ik buiten een inktzwarte duisternis in. Gisterennacht was het voor het eerst van de week anders. Ik had dit nog nooit zo gezien: alles dichtgepakt donker, maar er was één gat in het wolkendek en daaruit kwam een kartelende ronde vlek van stralende sterren.
Na de hele week in mijn hol gezeten te hebben, ging ik in het weekend op pad. Een waar genoegen: fietsen door dat goudgeel eiken- en beukenblad. Ik stapte niet af om een foto te maken, dus dat haalde ik gisteren in bij Paleis het Loo. Mooi, dat bruine bladerdek en die iele takjes en twijgen die ook alweer te zien zijn, in die lichte zweem van kleur.


De dag ervoor naar Burgers Zoo. Een bliksembezoek, ik wilde gewoonweg minstens even weer de oceaan inkijken, dus ik blééf kijken, tegen het glas aan en waande mij weer even snorkelend tussen de tropische vissen. Ik zag ook voor het eerst een schildpad lopen, bijna rennen. Een dierentuinbezoek levert altijd scènes op, die ik nog nooit eerder heb gezien.


Er was een muziekmiddag op het plein bij de stallen van het Paleis, op twee podia, alternerend, in het kader van de dag van de Mantelzorg. Het bleken allemaal groepen te zijn uit de buurt. Twee rappende jongens hadden geen eigen publiek mee, het waren ouderen die belangstellend even luisterden, en toen weer vertrokken. Daar hoorde ik zelf ook bij. Je weet het nooit zeker, maar ik meende ook aardig wat psychische wat kwetsbare mensen te zien, die een dagje uit waren. Soms kunnen mensen mij ineens ontroeren.

Een vrouw die buiten, op krukken, achter glas naar de rijtuigen keek van de koninklijke familie. Ik vroeg mij af, of zij wegens de krukken het ingewikkeld vond om naar binnen te komen, omdat er twee zware deuren waren waar je tegenaan moest duwen of trekken. Een meisje dat zo werkelijke geïnteresseerd was in de schilderswoonwagen van koningin Wilhelmina. Die liet zij dan ergens, met potkacheltje en al, neerzetten in de omgeving van Paleis het Loo, zij had de wagen zelf ontworpen. De kinderen op kussens bij  een band die Cubaanse muziek speelden, leken mij de kleinkinderen…De poging om schwung erin te brengen was niet onverdienstelijk, maar ik miste, zoals in New York ongetwijfeld wel het geval was geweest, dat er ook iemand in de band zat, die daar haar wortels had; het kwam allemaal net niet van de grond. Alle muziek die ik in N.Y. hoorde was van hoge kwaliteit, het hart musiceerde. Dat laatste gold ook wel voor deze twee jonge mensen, die in ieder geval ook twee liedjes zongen, die ook horen  bij mijn ‘pareltjes uit de schatkist’, zoals zij het noemde: The Rose en The Sound of Silence. Ze hadden ook eigen gemaakte liedjes, met een positief ‘christelijke’ sfeer: Wie gelooft, kan bergen verzetten. Ach, toch lief. Het is het heimwee dat mij soms kan overvallen, naar religie die erop gericht is om mensen in hun waarde te laten, die verwijst naar de liefde, die alle mensen met elkaar verbindt. Er is zoveel inspiratie te vinden daaromtrent, in alle tradities.


zaterdag 9 november 2024

Week van de (on)machtige mannen



Eerst won Trump met overmacht. De prognose dat vrouwen deze verkiezingen zouden bepalen, bleek ongegrond. Het waren de mannen die vanuit het platteland en de arbeiderssteden tevoorschijn kwamen. Zij die meestentijds onmachtig zijn. En de machtige rijke mannen zullen de wereld gaan bepalen.


Als ze dat niet al deden… Na 7 oktober was er éven een wereldgeluid dat het ook een wake-up call was. Israël die al zo lang illigaal aan landjepik deed, dat de Palestijnen nu toch eindelijk recht op vrijheid hadden. De óók met weinig middelen inventieve en tegelijk wrede aanslag van onmachtige Palestijnen zou  wellicht nodig zijn geweest, om weer de aandacht van de ogen van de wereld te krijgen.
Niks van dit alles, ondertussen. De westerse pers behandelt de toestand in Gaza als een soort van natuurramp en meldt alleen nog dat er een tweede polio vaccinatie ronde aldaar, in gang is gezet.
Dat er een heel volk hongert, vernedert en uiteindelijk uitgemoord wordt (ja, genocide) daar gaat het niet over. Wél over het toenemende anti-semitisme op de wereld. 

En nu kwam daar gisteren dan Amsterdam bij, die notabene dit jaar haar 750ste verjaardag viert. Opnieuw was het de inventiviteit van een kleine groep onmachtige mannen die het mogelijk maakte om met scooters chaos te creëren. Het opjagen van supporters van een voetbalclub. Mannen, waarvan een deel hoogstwaarschijnlijk, nu een paar dagen weg waren van hun dagelijkse werk: het opjagen van Palestijnen in hun eigen land. ‘Sport en politiek moeten niet gemengd worden’, zei een man uit Israël, nog voor de wedstrijd en de nacht die nog moest volgen. Ondertussen haalde een supporter wél een Palestijnse vlag van een gevel en scandeerden ze : ‘ Weg met de Arabieren’. Wilders en Natanyanu, de machtige mannen, waren er als de kippen bij om het een ‘pogrom’ te noemen en een vergelijking te maken met de Kristallnacht. En wéér wordt het westerse schuldbewustijn getriggerd: dat zij zes miljoen Joden naar de gaskamers hebben geleid. En daarop volgt: Israël mag zich verdedigen, tot in het oneindige. Wie protesteert is een anti-semiet.


Wie neemt het nu nog op voor de Palestijnen? … Ellen, zij deed het voortdurend, ik heb haar ook kwaad en wraakzuchtig, wanhopig en héél verdrietig gezien in haar posts op Instagram. Maar uiteindelijk is machteloosheid overgebleven…Is het toeval dat deze oproep van een vrouw komt? Het geslacht dat altijd al onmachtiger was dan haar mannelijke tegenpool? Dat er dan uiteindelijk, toch maar een verwijzing komt naar liefde?

PS uit Trouw, maandag 11/11