Ik vind het wel gezellig om ingesneeuwd te zijn. Het is knus en behaaglijk in mijn lage boshol door mijn warmtekussens en klein elektrisch kacheltje. Uit Japan zag ik een verwarmingsmethode, waar je een deken over het kacheltje legt tot op je schoot en tot op de grond. Zo vang je alle warmte op en als je dan wappert met de deken is het even sauna-achtig warm. Op de achtergrond dan ook nog de gaskachel op een lage stand.
Ik keek naar twee oude winterfilms; Salmonberries (1991) en TheIce Storm (1997). Hoe weinig ik mij werkelijk herinnerde van beide, die ik steengoed vond, en nu ook weer.
Van de eerste herinner ik mij vooral die kamer met rode potten vol gewekte frambozen, de eindeloze sneeuwvlakte, het liedje van verlangen van K.D Lang, het sprookjesachtige.
Maar er is een substantieel verhaal, waar haar tegenspeler op zoek gaat naar haar verleden in Berlijn en de grenzen tussen vriendschap en liefde verkent worden.
De tweede film blijkt een vroege van Ang Lee te zijn, die o.a ook Brokeback Mountain regisseerde, hij is een meesterlijke verteller omtrent menselijke relaties, die samensmelten met hun dagelijkse omgeving. Het kan ook in New York zijn, of in Taiwan.
Alles in de film is de opmaat naar de Ijsstorm, waar de hele wereld letterlijk in een paar uur tijd even bevriest. Al die toen jonge acteurs, die later hun sporen nog gaan verdienen. En op de achtergrond muziek uit de zeventiger jaren, de Nixontijd, waarin het zich afspeelt. De aftiteling begeleidt met David Bowie; ook in deze film gaat het uiteindelijk om de gelaagdheid en het ingewikkelde van menselijke relaties, die niet zomaar te lezen zijn als een open boek.
Héél prikkelend dus, dat winterse filmbeelden vol sneeuw en ijs gelijk lopen met wat zich nog geen meter verder van je bevindt.