donderdag 12 maart 2015

Iets bijzonders maken

Ik las I.M. van Connie Palmen over. Als vanzelf begon ik streepjes te zetten in de kantlijn; de geschiedenis van een liefde in een notendop. Hoe merkwaardig, bedacht ik me nu pas. De geschiedenis verteld vanuit het einde. De dood  maakt de verteller tot de overwinnaar. Haar perspectief is absoluut geworden, ze heeft geen nederlaag geleden in deze liefde: zij is niet verlaten door hem, want de dood heeft hen uit elkaar gehaald.

Dus dit is wat je ziet van hem: Het is me van meet af aan duidelijk dat het leven van Ischa draait om die volstrekt afwezige, onbereikbare vader en moeder en dat Tas de belangrijkste aanwezige man in zijn leven is. (Tas is de psycholoog naar wie hij wekelijks toe gaat).

We zullen wel moeten, zeg ik (er iets bijzonders van maken) en dan lacht hij al die angst de nacht in.

Hoe hij vluchtig maar dwangmatig controleert of het tafelblad schoon is.

(Een kind ligt tegen zijn moeder aangeleund) Zo heb ik me het leven als kind voorgesteld, zegt hij even later. Ik dacht als ik zo tegen iemand aan kan liggen, dat ik dan gelukkig zou zijn.

Want hij weet nog niet of hij zichzelf kan vertrouwen, hij weet nog niet zeker of wij toekomst hebben en er niet gebeurd wat er tot nu toe gebeurde, dat hij het op een dag voor gezien houdt.

Het enige wat ik van hem wil weten is waarom hetzelfde zich steeds herhaalde, waarom hij geen inzicht verworven heeft in de structuur van verlating.

Hoe vindt je het bij mij ?: Dat zal ik je precies zeggen: ik ga heen en weer tussen totale verzaliging en tomeloze paniek.

De paniek en de angst hebben nooit kunnen winnen, want Ischa ging dood. Hoe was het geweest als hij was blijven leven? Was Connie Palmen dan toch één van de velen geworden? Dan was er wellicht nooit een heel boek over hem verschenen. Dan had ze hem verwerkt in een van haar personages, zoals ze in  haar eerste boek De Wetten, zeven minnaars tevoorschijn tovert, geassembleerd uit meerdere mensen.

En wat had Ischa gedaan? Had hij haar uitgegumd uit zijn bestaan? Had de woede en de angst in hem gewonnen en had hij haar vilein gefileerd als 'Het Filosoofje' in zijn column De Dikke Man? Of hadden ze, ook nu nog, lang en gelukkig geleefd? Het is het open einde van de verbeelding. Alleen maar voorbehouden aan de levenden.