Ik heb zijn werk, ik kan wel zeggen, levenslang gevolgd. Allemaal in real time; toen hij jonge fotograaf was met activistische scènes uit het homoleven, was ik zelf ook jong. Zijn overgang naar geconstrueerde foto’s, beginnend met de SM-achtige met lilliputters in touwen gesnoerd, vond ik wel intrigerend. Veel later kwamen de zó erg van esthetiek doordropen filmachtige foto’s. Ik snapte wel wat van de reden waarom het allemaal nooit echte Kunst werd genoemd; het mistte net wat gelaagdheid, de welbewustheid zat in de weg. Zo’n beetje als ik nu zie in de houding van een van zijn muze’s.
Uit een soort van trouw aan hem, wilde ik wel naar de eerste grote museale overzichtstentoonstelling, na zijn dood; Freedom geheten, het woord dat al zijn werk overkoepelt. Wat ik al kende, daar liep ik snel langs. Wél op zoek naar voor mij onverwachte esthetiek uit zijn jongere jaren.
Toen zag ik nieuwe foto’s. Deze zijn gemaakt in Coronatijd en eigenlijk begint hier voor mij zo’n beetje, in de laatste jaren van zijn leven, zijn kunstenaarschap. Nu gaat het ook over zijn eigen sterfelijkheid, die nabij kwam, omdat hij steeds meer last kreeg van zijn longemfyseem.
Vervreemding gaat een rol meespelen, niet zomaar meer genesteld zijn in het leven van de oppervlakte.
Het thema op reis zijn…waarheen, waartoe? Het beeld van de paljas, de man met de witte puntmuts. Zijn zelfportret, waar hij de trappen oploopt naar licht, greep mij eerder al aan. Ook omdat toen beschreven werd hoeveel moeite het maken van deze foto hem zelf had gekost. Hij had gebrek aan lucht en adem, en haalde nauwelijks deze treden, halverwege. Hij noemde het toen ook al zijn laatste ultieme zelfportret; zijn afscheidsfoto.
Hij zou niet oud worden, maar stierf toch tamelijk onverwacht, herstellend van een operatie, die hem juist weer wat meer lucht moest geven.
Deze serie was ook nog nooit eerder te zien. Hij Im Wald. Een zelfportret bij een stille, machtig mooie bergwand. Ook foto’s waar zijn slangetjes met zuurstof te zien zijn. De boot op het water heeft ook de associatie van Charon die de doden over het water naar de onderwereld brengt. Wel apart dat zijn passagiers onherkenbaar zijn. De ene heeft een boerka aan, de andere gemaskerd; geslacht onbekend, het kunnen ook mannen zijn. Ja, mét handtassen, dat past wel bij Erwin.
Deze hele grote foto ontroerde mij. Alsof hij naar zijn vroegere zelf kijkt, op weg door een bos vol geheimen. Zelf met een reistas in de hand, waarheen?
Veel vrolijker is het portret van Máxima, dat voor haarzelf ook hoort tot de dierbaarste kunstschatten in haar bezit. Hij heeft zichzelf vereeuwigd in haar pupil.







