zaterdag 17 januari 2026

Geliefd oud Amsterdam


 En toen was daar een Amsterdam zoals ik het nog NOOIT heb meegemaakt. Zó rustig op een heldere ochtend in Januari. Op de Zeedijk, de Chinese Tempel gesloten.


Weinig kramen open op het Waterlooplein. En néé, ik kocht de stickers met de Peanuts niét en ook niet de trol met blauwe haren. Van de laatste toch een beetje spijt, misschien: Ik won ooit, op de lagere school, met een trollenfamilie, de tweede prijs van een tegeltekenwedstrijd; met krijt op de stoep voor het gemeentehuis in mijn stad. Hun strip in de Tina was een van mijn favorieten.


Op een bankje in de zon met uitzicht op de Munttoren. Vlakbij de ‘professionele’ snuffelaars. Wanneer ik niet in mijn boshuisje had geleefd, had ik ook een paar boeken van 1 euro meegenomen.


Ook een duif koestert zich in de winterzon. Herinneringen: ooit woonde broer Y vlakbij de Amstel en vormde een wandeling daarlangs mijn toegang naar het centrum. Met broer R ooit een dienblad meegenomen uit een café nabij de Stopera, waarop sindsdien mijn zoet broodbeleg staat, in mijn stadshuis. De vrouwenbar Vivelavie is er niet meer, al blijkt het een hoek verder te liggen dan waar nu een chinees restaurantje is. Het Rembrandtplein is gerenoveerd: Altijd komt dan het liedje Flink zijn van Robert Long in mijn hoofd.


Over de Reguliersgracht richting het Museumplein. Scheefgezakte huizen, hier wonen nog families met kinderen, néé ik kocht ook niet die handgedrukte print op de Spiegelstraat.


Een Amerikaanse hotdog als lunch, kijkend naar een straatartiest, die bijna geen publiek heeft in het o, zo rustige Amsterdam.