dinsdag 14 april 2009

Paasnacht

Je komt op de bovenste verdieping bij de Clarissen in het donker binnen. Iedereen zit en staat zwijgend, mensen schurken met gedempte stemmen tegen elkaar aan in de beperkte ruimte van de overloop. De priester komt aan uit de kapel. Hij heet een ieder welkom, in deze Paasnacht, waar de duisternis wijkt en het weer licht wordt.

Hij onsteekt een grote Paaskaars en met die Paaskaars ontsteekt hij een kaarsje van de abdis en een ander die naast hem staat en daarna wordt het vuur door gegeven. Langzaam wordt het licht en krijgen de donkere contouren van een ieder weer een gezicht. We lopen met ieder een kaarsje naar de kapel, die ook verduisterd is.

Het wordt licht en het verhaal kan verteld worden. Hoe in Genesis de orde het won van de chaos; van de oervloed, in Exodus het wilde water getemd wordt en Mozes de Rode Zee opent met de hulp van God en het volk een weg vindt. Het roepingsvisioen van Ezechiël tot en met het verhaal van het graf van Jezus, waar de steen werd weggerold.

Water wordt in drie grote glazen flessen uitgestort in een bekken. Het wilde, naamloze water wordt gezegend en met een Palmpaastak wordt iedereen ermee besprenkeld. Priester is de provinciaal, de hoogste van de Franciscanen in Nederland en hij is zo voortvarend in het nat maken van een ieder, dat de Palmpaastak breekt. Iedereen moet lachen.

'Het is tenslotte maar een keer per jaar dat we zo uitdrukkelijk vieren dat de liefde het wint van de liefdeloosheid, er-zijn-voor-elkaar het wint van de verlatenheid, het Licht overwint op de duisternis, dus voel dan maar wat nattigheid!' zegt hij.

Tot slot ontsteken we opnieuw de kaarsjes en een ieder plant het in de bakken zand voor het altaar. Om ze helemaal te laten opbranden, om een keer per jaar jezelf eraan te herinneren en elkaar dat we willen dat het goede het wint van het kwade.

Het zijn prachtige rituelen in een mooie nacht. Het is een bevestiging met elkaar van het geloof in Verrijzenis. Voor mij niet persé, dat van die man die 2009 jaar geleden geboren werd en 33 jaar later gekruisigd. Alhoewel ook zijn levensverhaal uitzonderlijk blijft: een voortdurende omhelzing en overgave aan alles en allen.

Mij gaat het om de ervaring van verrijzenis in je gewone leven. Hoe ellendig en triest het soms ook allemaal kan zijn: je hart kan het winnen. Cynisme, wanhoop en verdriet hebben niet het laatste woord.