woensdag 21 april 2010

Toots T.


Dat je dat zomaar kan overkomen. In het wijkcentrum zitten en in De Wereld Draait Door, tussen al het geluid en bedrijvigheid in, Toots Thielemans te horen en tranen in je ogen krijgen. 88 jaar met alleen maar muziek in dat oude, wat dikkige korte lijf die met hulp op een barkruk gehesen moest worden. Muziek; von Kopff biss Fuss auf Liebe eingestellt.

Hij speelde iets dat bluesette heet en dat ging over in What a wonderfull world en wie die wonderlijke wereld niet kan voelen, in die zoete melancholie die de studio vervulde, die heeft geen gevoel in de harses. De opmaat daartoe zat voor mij wellicht ook in de twee filmfragmenten die als twee tegen over elkaar liggende polen in mijn gevoelsleven, heel vroeger zijn opgeslagen.

De ene is de film Midnight Cowboy, die onlangs ook op de tv vertoond werd, maar die ik niet meer terug durfde te zien, bang dat de intensiteit van het vroeger gevoelde als sneeuw voor de zon zal verdwijnen. Die eenzame jongen met cowboyhoed die door de verlichte straten van een grote stad rondzwerft, almaar kijkend, zoekend speurend, verlangend...

De andere is de scène in Turks Fruit, waar Monique van der Ven met Rutger Hauer, in de stromende regen buiten op een stoepje champagne aan het drinken zijn. Toen het onheil van de kanker nog net niet over hen neer gedaald was.Voor mij een scène die symbool staat voor de moed en het het enthousiasme van prille ontluikende liefde: een wereld die niet stuk kan gaan.

Maar door de mondharmonica van Toots al voorzien van een gelaagdheid en ik wist niet dat bij deze twee dierbare filmscènes, Toots aanwezig was. Evenzo bij de muziek van Paul Simon, ook zo'n melancholicus voor wie ik een zwak heb.

Ik vraag me af hoeveel en hoezeer hij bij zoveel aan film en muziek, de akoestiek, het timbre heeft meegekleurd. Hij speelde ook een stukje Ne me quitte pas, waarmee hij ooit Carnegie Hall tot tranen beroerde. Muziek spreekt een veel intensere taal, dan woorden ooit kunnen. Niet zo vreemd, dat er veel engelen worden afgebeeld met muziek instrumenten en niet al sprekend met een boekrol of zo in de hand.

Misschien moeten we maar eens af van alle woorden. Woorden kunnen liegen, muziek nooit.