maandag 22 februari 2016

Heen-en-weer

Met de projectgroep, het clubje oud-theologie-studenten, waarvan er al twee met pensioen zijn en één met vervroegd pensioen, help! zo snel gaat de tijd, hadden we weer ons halfjaarlijks treffen. Ditmaal werkelijk ideaal: prachtig gelegen met uitzichten op de IJssel met het hoge water in de uiterwaarden: 't Kruushuus bij Welsen. Slapen in een bedstee, waar je de deurtjes dicht kon doen, heel schattig.

Om aan te komen waren er heel wat obstakels. Een zwaan op het spoor bij Amsterdam dat het hele treinverkeer ontregelde, iets op de A50, waardoor deze was afgezet. Ik kwam aan met de trein in Olst en daar zeiden de mensen dat het maar de vraag was of het pontje over de IJssel, wel ging, met het hoge water. Zo niet: dan zou dat dus terug naar Deventer gaan betekenen, en omrijden.

De samenkomst kreeg een beetje de kleur die cirkelde rondom kwetsbaarheid, grilligheid en het niet kunnen controleren van het leven zelve. De ene had twee uitvaarten voor te bereiden en werd onderwijl gebeld door mensen van beide families, eh.... in meligheid zo met elkaar stel je je potsierlijk voor hoe je de families door elkaar kunt husselen. De andere kreeg twee berichten van het overlijden van twee goede vrienden en weer een ander vertelde de moeizaamheid van een kind met game-verslaving, ondertussen 110 kilo in omvang.

Een zwaan op het spoor, had de bestuurder nou niet gewoon door moeten rijden, gezien het belang van talloze reizigers die hierdoor wellicht een vliegtuig konden missen, een belangrijke vergadering, een begrafenis? Wat telt en wanneer? De meningen waren verdeeld.

Later werd het gesprek filosofischer:  Leven is ook heel veel dingen doen 'om...' en dat in een eindeloze herhaling. Is het ene af en gedaan, dan komt er weer iets anders en dat dan in eeuwige wederkeer. Waartoe, wat is de zin, uiteindelijk? Is er een 'ruimer bewustzijn', wat vinden we van het concept Uno Mystica?

Ik vergat op het einde mijn agenda, de aardige mevrouw van de B&B bood aan die naar het pontje te brengen en we schraapten vliegensvlug in de auto het luttele bedrag van 80 cent bij elkaar, zodat ik het kon ophalen: heen-en-weer. Nou dat hoeft niet, zei de mevrouw door de telefoon.  Ze gaf de agenda wel mee, kon ik het aan de overkant gewoon ophalen.

Daarin zit iets van hoe het leven ineens veel lichter kan worden: doordat je iets letterlijk uit handen geeft, het laat dragen  en dat het dan ook aan de overkant aankomt. De volgende dag  vond ik woorden voor de maandagochtend-meditatie, andersoortige woorden over ergens anders aankomen, niet alleen op eigen kracht:

Moge er een engel
over je waken
wanneer de nacht
te donker lijkt en koud.

Moge het engelengezicht
jou beschermen
en je dragen
naar warm licht.