zaterdag 27 februari 2010

Uit vrije wil



Het houdt me wel bezig: dat initiatief Uit Vrije Wil van o.a. Hedy d'Ancona en Paul van Vliet. De gedachte, beleving dat je het leven geleefd hebt, dat het voltooid is, dat het enige dat je nog rest is, te sterven en dan liefst zo dat je er niet voor onder de trein hoeft te springen. De bekende voor- en tegengeluiden klinken weer, waarbij 'tegen' zich weer in de christelijke hoek bevindt.

In de Middeleeuwen was de gemiddelde leeftijd 54 jaar. Dat kan ik ervarinsgewijs wel meevoelen. Het is net alsof je na je vijftigste ineens bedenkt: nu is er meer verleden dan heden, nu heeft dat verleden ervoor gezorgd dat ik nu hier ben, dingen zijn daarin gebeurd, voltooid en wat nu nog met de eventuele rest van je leven ? Dat best nog wel 30 jaar of langer kan duren en met de voortschrijden de wetenschap wellicht nog langer.

Dat laatste mis ik als werkende realiteit in de discussie. Hippocrates, op wie alle artsen zweren dat ze het leven in stand zullen houden en er alles aan doen om dat te continueren en te revitaliseren, die heeft ondertussen een Januskop gekregen. Zijn waterhoofd heet: De Medische Wetenschap, die maar door en door behandeld, waar je niet onderuit kunt, als je eenmaal aan zijn klauwen bent overgeleverd.

Uit Vrije Wil lijkt mij een initiatief wat je met name uit die klauwen weg kan halen. Je wilt niet móeten leven, je wilt léven en wel zo, dat je net zoals je wilt kunnen gaan slapen, je niet verplicht wordt om wakker te blijven.
Paul van Vliet lichtte in een ingezonden brief in de Trouw, het initiatief nog eens toe. Het is er niet voor de zieken, de bedroefden, de eenzamen, de verdwaalden. Het is er voor die heel kleine groep mensen die weten: het is voltooid. En dat weet je niet snel en de levenswil van mensen is héél groot, het gaat er om een mogelijkheid te bieden, een uitweg.

Ik denk daarbij dan aan Mevr. S. die ik leerde kennen toen ze al ver over de 70 was. We spreken over meer dan 30 jaar geleden. Ze wilde een euthanasieverklaring, nog in de kracht van haar dagen. Ik was toen nog best een betwetertje en ging daarover met haar in discussie. Maar zij maakte me klip en klaar duidelijk: het gaat om de vrijheid tót, dat het mogelijk is, daar ging het om.

Ze is in een rolstoel belandt, halfzijdig verlamd, op het laatst was ze moeilijk verstaanbaar, ze was astmatisch, zat regelmatig aan een zuurstofapparaat. Ik kwam in het ziekenhuis op bezoek en piepend en krakend en kuchend vroeg ze me of ik haar de gang op wilde rijden, naar de rokersruimte. Betweterige ik, protesteerde weer. Ze zei: 'Als je dit niet doet voor me, dan begrijp je niks van me, dan kan je beter gaan'.

Ik gehoorzaamde. Of beter gezegd: ik gaf gehoor aan... Als je goed luistert naar mensen, dan verdampen alle persoonlijke oordelen heel snel. Het is de enige weg die begaanbaarheid echt mogelijk maakt: weg uit je eigen beelden en ideeën, naar de ander toe, in voor en tegenspoed.

Zij heeft overigens nooit gebruik gemaakt van die verklaring. Zij die toen ik haar leerde kennen, met haar tamme kraai op haar schouder, op meubels van het grof vuil en een kanarie tjilpend vrij rondfladderend in de kamer zei: 'Mij krijgen ze nooit in een verpleegtehuis, daar ben ik veel te onafhankelijk voor', zij is die hele weg wél gegaan en heeft er geen enkel moment over na gedacht om die met moeite verkregen euthanasieverklaring ooit in werking te zetten. Maar het was wel nodig, dat wel.