zondag 3 mei 2026

‘God’; ontluikend


 Het ruikt weer naar bos na de regen. Fraai, gisterenavond; het ene moment sta je buiten, het is stil, de laatste onbekende vogels zeggen iets van pfie-pfie, zijn dat bosuilen? Een half uur later roffelt de regen ratelend en slaat hard neer en zou je binnen enkele seconden drijfnat worden als je buiten ging staan.
Vanochtend bleek in één nacht tijd de varen tevoorschijn te zijn gekomen, nu nog de vorm van een hart. Kennelijk had deze een regenbui nodig, om bovengronds te gaan.


Een mooi, passend gedicht, van de dichter die ook bioloog en hematoloog was en zichzelf allereerst een wetenschapper noemde en dat beroep dus ook uitoefende. Daarnaast was er zijn schrijverschap.


Nóg een toepasselijk gedicht. Felix Timmermans was naast schrijver ook beeldend kunstenaar. Zijn zelfportret is lief met dat bloempje in zijn hand, daar ligt dus zijn focus.


En God komt bij beide voor.
 ‘God’ en een sterk bewustzijn van het ‘ik’ gaan vaak samen. 
Tegelijk wordt dat ‘ik’ juist geheel gerelativeerd. Het harde ego verdwijnt, er komt beweging voor in de plaats, vloeibaar worden, zacht zijn.
Dat verwoordt de mysticus Jan van Ruusbroec uit de 13e eeuw:


Hij trok zich graag terug in de bossen. En dat herken ik dus wel.