woensdag 28 juli 2021

Kathy Pendergast ; Ik mis je

De hele ochtend, al sinds het wakker worden, gaat het liedje Ik mis je van Maaike Ouboter door mij heen. Ik snap wel hoe dat in het lab van mijn brein is ontstaan. Gisteren hield ik me wel wat bezig met de dood, vergankelijkheid, hoe herinneringen en emoties je innerlijk landschap vormen en hoe dat zichtbaar kan worden en daardoor in jezelf verankerd kunnen blijven.

Allereerst vond ik in de kringloopwinkel een Nijntje van Dick Bruna; Lieve Oma Pluis. Er is een periode dat ik deze boekjes verzamelde, een missie voor op Koninginnedag, dus ik heb er in het huis in de nieuwbouwwijk wel meer dan een halve meter van staan. Ik ben met het actief verzamelen gestopt, maar als ik er eentje zie dan kijk ik het toch in, zonder het te willen kopen. Ze mochten ook nooit duurder zijn dan één euro, dat was het criterium tot aanschaf. Deze was 0,75 cent en het bleek over de dood van Oma Pluis te gaan, wel sterk om in 1996 al, dit tot onderwerp van een peuterboekje te maken.

Een gele doodskist op een oranje ondergrond, met oma pluis erin en het eindigt dat oma veel van plantjes hield en Nijntje van het graf een soort van tuintje maakt: ‘En dan zei zij: lieve oma…’/ als zij op dat plekje stond/ en dan was het net vond Nijntje / net of oma haar verstond.’ Einde boekje en natuurlijk nam ik deze toch mee. En zo raakte ik in dat onmetelijke gebied tussen dood en leven, wat er niet meer is en in je hoofd er wel allemaal is en dat het zo’n universele ervaring is, dat iets of iemand present kan worden omdat je iets dóet, een keten van handelingen  die nabijheid veroorzaken, zoals Nijntje een tuintje aanlegt…

Ik ging er op een bank zitten om twee dikke andere boeken uitgebreid te kunnen bekijken en ook die heb ik uiteindelijk gekocht: ‘FILM, a critical introduction’ van Maria Pramaggiore, een leuk project voor de herfst en de winter en PELGRIMAGE, fascinerende fotoreportages van Kazuyoshi Nomachi, die o.a. voor National Geographic fotografeert en in dit boek pelgrimsplekken, wereldwijd in beeld brengt. De Sahara  waar je een reis kunt maken naar een andere dimensie en Mekka en Medina, en ja: ik zie Varanasi in India in beeld, detailfoto’s zoals ik het met eigen ogen gezien heb, en het Tibetaans jongetje van Alison Wright bij mijn bed, krijgt ineens een context in een foto waar je de nomadenstam ziet wandelen in een lange sliert met hun kuddes vee in een geel steppengebied en waar er meerderen een zware bontmuts dragen van dierenvacht.

Ondertussen valt mijn oog op een boek op het tafeltje naast mij: The End and The Beginning van Kathy Pendergast met op de voorkant een intrigerend klosje garen. Het blijkt gemaakt te zijn van het mensenhaar van drie generaties: zijzelf, ze komt uit mijn bouwjaar, van haar moeder er haar zoon. Zij is een Ierse Kunstenaar, die ik hiermee ontdekt heb. Menselijk haar is verwerkt in meer van haar werk: het groeit uit een tafeltje en de bekleding van de stoel die erbij geschoven staat, uit een kussen, een hoofdkapje, zij breide grafhandschoenen in gebedshouding.Zij weefde een wit grafdekentje voor een baby en verwerkte daar stukjes wit marmer in. Dit soort werk blijkt zij rond 1999 gemaakt te hebben, toen ze meer aan huis gekluisterd was en veel van haar tijd ging naar het grootbrengen van drie kinderen.

Maar zij is vooral bekend doordat zij geïntrigeerd is door kaarten en atlassen: via bestaande landkaarten en stadsplattegronden brengt zij die andere, onzichtbare wereld in beeld, waarin een ieder van ons eigenlijk leeft… Een kaart van Amerika waar al het bestaande is weggewist en vervangen door plaatsen, rivieren, kreken etc die beginnen met het woord ‘lost’. Zij wil alle hoofdsteden van de wereld tekenen en dat doe zij ieder op exact hetzelfde formaat (24x32 cm), met potlood op wit papier en elke stad lijkt nu eerder iets organisch te hebben, je denkt aan de complexheid van alle nooit gekende verbindingen in je eigen brein of de fijne nerven van  een boomblad op het moment dat het bijna vergaan is…Op YouTube zijn er twee goede filmpjes die haar, nog meer dan het boek al deed, bekend aan mij maken, nu buiten,  in mijn bostuintje.

Maar gisteren, geheel verdiept in al deze boeken, zittend op de bank in de kringloopwinkel, voelde ik ineens gelik aan mijn tenen: het bleek een klein juffershondje te zijn, wit met zwarte vlekken en aan haar lijn een sjiekere dame die zich honderdvoudig begon te verexcuseren. Het hondje was nog jong en in opvoeding, om het te leren niet hardop te blaffen, kreeg het een tik op de neus, dat was niet leuk, maar het moest wel, en kijk verderop loopt het echte baasje (haar man die tussen de boeken aan het snuffelen was), daar wil het heen en nu moest zij het hondje in toom houden. Ik zei haar het helemaal niet erg te vinden. ‘O, heb je dat gehoord, het is buiten noodweer, het regent, het stormt er valt geloof ik hagel’ Nee, het was mij nog niet opgevallen’ zei ik, ‘maar nu is er een extra reden om hier maar te blijven zitten’. Tot mijn verrassing reageerde ze met: ‘Je bent een  leuke vrouw.’ En ze liep in één beweging door naar beneden, om het noodweer vanachter het glas beter te kunnen bekijken. 

dinsdag 27 juli 2021

Zomergast Roxane van Iperen

Kan mildheid samengaan met stelligheid? Dit is de vraag die bij mij opkomt na de Zomergasten met Roxane van Iperen. Een avond vol vlijmscherpe analyses: hoe het individu in haar eentje geen systeem kan veranderen, kijk maar naar Michelle Obama die eerst de voedselindustrie wilde veranderen, maar ingekapseld werd en eindigde met bewegingsprogamma’s en sport voor de jeugd, kijk naar de jood uit het Sonderkommando die als overlever zegt over zichzelf geen mens meer te zijn, kijk naar Hanna Gadsby die er mee wil stoppen om grappen over zichzelf te maken, oprecht boos wordt in een conference, daarmee wel zorgt voor een gat in de loop en dus voor ongemak, Roxanne vond dat vernieuwend… Maar is het tegelijk toch ook zo dat humor voor mildheid kan zorgen en je ook getuige bent van iemand die haar eigen vak niet meer kan uitvoeren?…

En hoe zit het met de boodschapper die volgens van Iperen zelf geheel waarachtig moet  zijn, want anders is het een leugen? Dus de zogenaamde priester in de film Corpus Christi die eigenlijk een crimineel is, kan de dorpelingen niet een stap verder laten zetten, maar tegelijk is het voor Roxanne wél mogelijk om je zelf iets eigen te maken, ongeacht de status van de zender, zoals bij de komiek Louis C.K. uit zijn show : O, my God, met een vond ik, fantastisch weergegeven innerlijke dialoog: je wilt het goede, maar denkt ook iets anders,  die twee stemmen in je en dan wordt dat: Of course… but Maybe…Louis C.K. is zelf in opspraak gekomen met iets waarin hij zijn piemel naakt aan jongetjes wilde laten zien of de piemels  van hen wilde zien, ofzo. Ik weet het even met opzet niet, want Roxanne van Iperen vindt in dit geval de persoonlijke integriteit van de zender niet van belang.

Er is tegelijk de stelligheid van wat niet deugt: ook Tic-Toc is alleen een verdienmodel van de high-tech, maar het is ook een communicatiemiddel tussen  haar en  haar kinderen die haar daarmee een spiegel kunnen voorhouden, zoals van een vrouw die door de telefoon koel en professioneel haar werk doet, en tegelijk een schoen door de kamer gooit, zoals dat ging in de lockdown-periode met thuiswerkende ouders en hun kinderen, maar de kijker mag eigenlijk niet écht lachen en opgaan in de luchtigheid ervan en niet even mild genieten van dat medium Tic-Toc, want eigenlijk worden we ermee gemanipuleerd…

Het blijkt dat Roxane zelf een onveilige jeugd heeft gehad en haar defensiemechanisme waarschijnlijk hard werken is: ze wilde er verder niks over kwijt, behalve dit en Janine Abbring moest er moeite voor doen om dit uit haar te peuren… en ik dacht oké: je missie is de stelligheid: het opsporen van systemen waar iedereen in vastzit, hoe slachtoffers tot daders worden gemaakt, hoe we als cavia’s in een doolhof lopen, waar we zelf niet de schotten kunnen verzetten, dus iedereen bijna dezelfde weg bewandelt waar we niet aan kunnen ontsnappen: alleen bedrijven zelf en op héél grote schaal kan het ooit beter en anders worden: zie het, onthul het en zeg het voort! 

Maar stelligheid alleen, dat werkt niet, kun je ook denken. Er zijn zoveel mensen die kloppen, analyseren, actie voeren, lobbyen, maar de deuren worden niet open gedaan…Roxanne herhaalde tot twee keer toe, over de mildheid van Herman Finkers, hoe ‘cool’ zij het vond dat deze zei over de cabaretiers met de grove  humor (voor Roxane kon het ook niet hard genoeg zijn): natuurlijk mag het…maar, wauw, je zoú jezelf ook eens kunnen vernieuwen…

Er was ook het prachtige dansfilmpje dat gelukkig op YouTube eindeloos beschikbaar is: We Will find it met de choreografie van Zoï Tatopoulis, waar de lichamen van mensen bijna dierlijk worden, want deze Zomergasten is er wél één waarvan je veel fragmenten en de analyses van Roxane van Iperen nogmaals zou willen bekijken door de tijd heen en niet de drie weken dat het beschikbaar is. Het was een klaterheldere waterval, waarin ik soms zou willen dat ik daarin een drijvende Roxane zou meemaken, met een stille glimlach op haar gezicht… Maar wellicht openbaarde deze zich wel in het allerlaatste wat ze liet zien. Ze sloot af met de trompettist Ibrahim Maalouf met Beirut: milde melancholie zonder woorden vulden uiteindelijk de ruimte.

zondag 25 juli 2021

Jeuk. BBQ. Homeward Bound

Zou het door een overdosis van niet-biologisch vlees zijn van de Turkse slager of zou het een bijverschijnsel zijn van het AstraZeneca-vaccin? Gisternacht werd ik wakker van jeuk, ik zag wat witte bultjes op mijn armen, daar begon het mee, maar uiteindelijk breidde het zich uit over mijn hele lichaam in grote plakken, mijn hele lichaam gloeide, ik kreeg hartkloppingen en de jeuk was verschrikkelijk. Het enige wat uiteindelijk hielp was om midden in de nacht in een kort broekje en hempje buiten te gaan mediteren. 

Toch ook een aparte sensatie: ik voelde mijn geest sterker worden, waarmee ik het krabben kon weerstaan en mijn lichaam voelde als een omhulsel om mij heen dat aan de randen jeukte, en die jeuk trok langs: eerst bij mijn benen, toen in mijn zij en zo verder omhoog. Het heeft de kruin van mijn hoofd bereikt. Natuurlijk hou je dat ook geen uren vol,  dus binnen googelde ik naar bijwerkingen van het Corona-vaccin, vond de site Lareb.nl waar je klachten kunt melden, ik begon het in te vullen, stopte halverwege om ook binnen te gaan mediteren. 

Als afleiding luisterde ik meerdere malen in herhaling, als een soort van mantra, naar Homeward Bound. Wat een prachtig lied, zowel de melodie als de tekst. Het gaat ook over een thuiskomen over de dood heen, dat is iets wat je hoopt, dat je lichamelijke dood niet het einde van jezelf of een ander zal zijn…  Maar het relativeert ook al je dagelijkse daden en streven en verlangen: ook die sterven onophoudelijk en dan is het toch mogelijk om rust te vinden te midden van dat alles wat broeit en gloeit. Deze woorden waren in de lange niet-krab- en jeuk-nacht, die meer dan vier uur duurde wel van toepassing: Bind me not to the pasture/ chain me not to the plought/ set me free to find my calling/ and I return to you somehow. De uitvoering die mij het meeste raakte was van de Menasing Saint Kentergern College; die jongens en jongemannen met een  internationaal uiterlijk, vele soorten mens waren aanwezig, tezamen met die ook onhandigheid en bleu-heid  die naar de oppervlakte kan kruipen bij leden van het mannelijk geslacht, op die leeftijd. En dan zuiver zo’n lied van verlangen zingen…

Vannacht werd ik wéér wakker, maar nu met een heel milde vorm en ik ben nu toch geneigd om te denken dat het galbulten zijn, die dus kunnen ontstaan van ook voeding. Bij broer Y. kwam de hele familie op bezoek om zijn huisje te bekijken, hij was tevreden en hij vond het gezellig: ‘Misschien zijn we wel wat hechter geworden na de dood van R.’ merke hij op… Dat kan je alleen maar hopen, maar voor wat er nu was, was het oké. Met nichtje L. en neefje T. gefrisbeed op het veld, ook S. zijn moeder ging meedoen. Neefje T. was met nichtje L. naar mijn huisje gestept en gefietst en L. had een door haar verstuurd verjaardagskaartje tegen een raam geplakt gezien. Zij is overigens nu een week op kamers in een studentenhuis waar Godfried Bosmans zijn ‘Erik en het klein insectenboek’ heeft geschreven, gekozen uit 400 kandidaten, wat haar sociale en emotionele vaardigheden wel weer erg onderstreept . En zo staat de kleine L. met wie ik zandkastelen bouwde aan de rivier, plotsklaps alweer geheel op eigen benen…

Overdosis aan niet biologisch vlees, dan maar? De ene avond at ik een proef-BBQ bij Y., waar ik alle hapjes proefde die hij de familie zou gaan voorschotelen, zoals kebab-hamburgertjes, kipstukken in Turkse kruiden, rode speklapjes in Chinese kruiden, vlees gemarineerd in een mengsel van ketjap en andere sauzen, allemaal heel lekker. De dag erop had hij nog een héél grote kogelbiefstuk en die heb ik vrij rood opgegeten, wellicht de grootste oorzaak van de jeuk? Gisteren met de familie heb ik mij gematigd, maar toch ook wel weer het een en ander tot mij genomen. Vandaag wordt het natuurlijk vleesloos en daarmee hopen dat ik vannacht ongestoord door zal slapen. 

vrijdag 23 juli 2021

Wandkleed met Alison Wright

Ik word wakker en uit de hoek van mijn slaapkamertje kijkt er nu een Mongools jongetje naar mij. Het zou ook een meisje kunnen zijn want ze heeft een grote geel-beige muts op van een dierenvacht  met lang stug haar, dat ook iets van een stralenkrans krijgt door de donkerblauwe achtergrond. Alsof ze in de nacht staat met best een mooie blouse aan van wittig brokaat en een omslagdoek of gewaad zijlings in een diagonaal over de borst heen naar, wie weet tot de grond, maar dat zie je niet.

Het is een portret van de fotograaf Alison Wright en het is opgekocht voor 30.000 euro om daarmee het beeldrecht te verkrijgen, dan mag je er vervolgens alles mee doen en zo zijn er ook gobelins van gemaakt, een wandkleed, door het eerst digitaal haarscherp te lezen en dat vervolgens in pixels om te zetten, waarna een weverij uit Vlaardingen het computergestuurd heeft geweven. Die weverij is een van de oudste van Europa en kent dus een eeuwenoude traditie, deed heel vroeger natuurlijk alles met de hand, dat zou voor nu onbetaalbaar zijn, en is met de tijd mee gegaan.

Het resultaat zijn zeer levendige portretten en de foto van zijn zusje zoog mij naar de kraam op de antiek en curiosa markt in Apeldoorn die ik net had betreden. De verkoopster deed het verhaal aan twee jonge meiden en de ene vond het ook zo prachtig, maar het was zó duur en toen deed de verkoopster (Rotterdamse met rood-oranje geverfd krulhaar), het aanbod dat er 20 euro vanaf kon, omdat ze nog niet werkte, maar dat ze zichzelf daar wel een beetje mee in de vingers sneed. Het meisje ging erover nadenken en later op de middag kwam ik haar weer tegen bij de kraam , ze ging het kopen, en haar moeder vertelde, terwijl haar dochter contant geld ging pinnen,  dat ze van jongs af aan al gefascineerd is door gezichten van kinderen en ze wel zeker wist dat deze aankoop haar dochter voor altijd zou bevallen.

Zij en haar familie gingen mij ook adviseren: stél dat ik het portret van het broertje zou nemen, ik kreeg ook dezelfde korting, wat was dan mooier de rode of de blauwe achtergrond? Want ja: dat mocht je er wel aan veranderen, met dat beeldrecht, de foto kon ook verkleind worden voor op een kussen ofzo, of vier keer vergroot worden zodat het een hele wand kon beslaan. Zo was het dat de beste vriendin van de verkoopster haar geld terugverdiende: ze verkocht aan zeer grote bedrijven of aan tussenhandelaren die er weer mee op beurzen gingen staan in de interieurwereld  enzo. Toen kwam ze ook nog met een verhaal dat ze een keer ergens stond en dat er een jongeman volkomen geëmotioneerd bij het portret had gestaan en dacht dat hij het zelf  was, die hij zag, hij was ooit op de foto gezet in Mongolië. Zij was erg dom geweest en had vergeten om zelf een foto ter plekke te maken.

Omdat zij de  beste vriendin was, stond ze als enige in de eerste lijn en gunde die vriendin haar kennelijk om er op markten enzo een handel van te maken, wat zij vroeg was dus ver onder de prijs die er in de ‘grote wereld’ voor gevraagd werd. Ze koos alleen wat haar direct aansprak: een Afrikaan met een doodshoofd in de hand vond ze maar niks. 

Ik wist niet wat er van al die verhalen waar is en keek uiteindelijk alleen of ik het technisch vakmanschap van het weefsel en het portret als geheel, het geld waard vond. Bovendien had ik onlangs uit mezelf al gedacht dat een wandkleed in de slaapkamer wel aardig kon zijn, ook ter isolatie in de winter met de dunne chalet-muur. Hoe het geweven is, daar snap ik nog niks van, de achterkant is blauw met geel en lijkt op een portret zoals Andy Warhol die maakt. Maar aan de voorkant zijn er zóveel kleuren, soms zie je bijvoorbeeld een puntje rood door het wit schemeren, maar waar die draad dan vandaan komt en waar die naartoe gaat, dat zie je dan niet.

Na een hele middag twijfelen, terwijl ik verder op de markt snuffelde en ook nog eens naar de bieb ben gelopen om Alison Wright te googelen, ja ze bestaat en is een aardige beroemdheid, heb ik het dus gekocht. Het portret komt uit haar serie: Human Tribe, Global Portraits die ze het motto heeft meegeven: ‘When you capture the look in someone’s eyes, an intimate stare, a knowing glance, their situation becomes a shared and more personal experience. The grace and beauty of a face, in all its diversity, will never cease to engage and inspire me.’

Voor mij, kijk ik middels dit portret ook een beetje naar mezelf. Broer Y. waar ik erna langs ging en meteen vroeg of ik bleef om te BBQ-en, hij had mij gedurende de middag op allerlei manieren al proberen te bereiken, twee keer langs gekomen, via mailen en de telefoon, en ik reageerde maar niet, hij zag mij ineens al dagen dood binnen liggen, vond het teveel als dat huilende zigeunerjongetje en zag aanvankelijk niet dat het geweven is. Maar ik zie een intense blik in de ogen, ook wel wat ernstig, die toch ook onbevangen nu naar mij kijkt.

PS: Het blijkt een Tibetaans jongetje te zijn uit een nomadenstam. Hij komt voorbij in de lezing die Alison Wright geeft; Journey throught Tibet te vinden op Annenbergphotospace.org in de video: Face to Face, portraits of the human spirit. 

donderdag 22 juli 2021

Ori Gersh. Somewhere over the rainbow

Gisteren heb ik mij ondergedompeld in de wereld van de kunstenaar Ori Gersht, een vondst die mij is aangereikt door Zomergast Floris Alkemade. Er bleek een goedkoop boek beschikbaar bij bol.com: Forces of Nature en ik hoefde niet te twijfelen. Het blijkt dat het boek in de rechterbovenkant een snee heeft, waardoor er  kleine  reepjes papier bijna los aan elke pagina fladderen. Op de een of andere wijze past dit bij het thema. Ori Gersht maakt foto’s die hij in perfectie wil uitvoeren, maar ze gaan over wat er niet meer is of er nooit in het echt voortdurend kan zijn. 

Wat zagen de Joden tijdens hun vervoer vanuit de trein van Krakau naar Auschwitz? Zonder daar  helemaal zelf greep op te kunnen krijgen ontstaan er vage beelden. Die verstilde foto van een huis in de sneeuw: daar blijken  achter de berg ooit 2000 mensen gefusilleerd in de tweede wereldoorlog, de bos bloemen van de oude Hollandse schilder kan in het echt nooit zo gebloeid hebben, want het bevat dingen uit  verschillende seizoenen en Ori (een zachtaardige man) fotografeert de reflectie ervan  in een spiegel en kan zonder ophouden de tijd vergeten en erover vertellen hoe het alleen met de huidige techniek mogelijk is om het met het menselijke oog te zien: elk moment van letterlijke fragmentatie en dat de kleurige spiegeling van de bloemen op de vallende scherven voor nieuwe abstracte beelden zorgen.

Een filmpje van een kogel die een granaatappel in een stilleven doorboort, het bloedrode van de pitjes die uiteenspatten, alles is tegelijk mooi,  verstild, vol bruut geweld en in beweging… Zó is het leven, vasthouden aan het verleden kan niet, wėl het meenemen het heden en de toekomst in. Dat wil Floris Alkemade ook met de verbouwing van het Binnenhof, maar hij is er niet goed in geslaagd om deze visie duidelijk te maken, hij moest architecten ontslaan, er was een verwijt van megalomaan zijn en geld te verkwisten…

Dus, tja, het is makkelijker gezegd dan gedaan: dat politici moeten luisteren naar de taal van de wetenschap en de kunst, het lijkt steeds weer het geval van : ‘tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren’. Hoe de kloof te dichten tussen verlangen en kunnen? In dit kader vond ik een filmpje: ‘Trainpassengers Sing Over the Rainbow!’ van The Liberators International. (In een ander filmpje hebben ze wereldwijd in allerlei steden vreemde mensen tegen over elkaar gezet, die elkaar in de ogen kijken, je ziet velen ontroerd worden.) 

Het is zo dus mogelijk, om het verlangen naar schoonheid  en verbinding op te diepen bij willekeurig welke mensen in een treincoupé. Zie ze eerst chagrijnig met hun gezicht geplooid naar een werkdag in de tredmolen, denkend wat moet deze gek hier, een beetje negeren en ontwijken, maar. En dan ontdooit een ieder en wordt er werkelijk in harmonie de droom gezongen die een ieder koestert: dát er ergens een land is, achter de regenboog waar alles wat je hoopt ook werkelijk wordt.

maandag 19 juli 2021

De troost van wat mogelijk is

Ik kwam een gedicht tegen dat ik meteen heel troostend vind, het is van Billy Collins:

The Dead

The dead are always looking down on us, they say,
while we are putting on our shoes or making a sandwich,
they are looking down throught the glass-bottom boats of heaven
as they row themselves slowly throught eternity.

They watch the tops of our heads moving below on earth,
and when we lie down in a field or on a couch,
drugged perhaps by the hum of a warm afternoon,
they think we are looking back at them,

which makes them lift their oars and fall silent
and wait, like parents, for us to close our eyes.

Wanneer je dit dan nogmaals leest, en nog een keertje, dan weet je dat het geen enkele zin heeft om je af te vragen, of dit nu waar kan zijn: dat de doden ons blijven volgen in al onze dagelijkse bezigheden en als een soort van ouders ons behoeden of beschermen. 

Er komt een meneer langs met een hond; hij kijkt op zijn horloge en zegt dan: ‘Goedemiddag! Dat is het alweer, je hebt hier geen benul van de tijd.’ ‘Ja, wat heerlijk hé?’ zeg ik. En hij weer: 'Noú!' en hij loopt door. Zoiets is het: deze taal wordt werkelijk buiten de harde randen van de tijd, de eisen en voorwaarden die het ‘gewone’ leven van je vraagt.

Maar wat is gewoon leven? Want de motor van veranderingen, dat wat in het ‘gewone leven’ telkens plaatsvindt zit ‘m ook in de verbeeldingskracht. Dat is de mening die ik gisteren de architect en rijksbouwmeester Floris Alkemade in 'Zomergasten' telkens weer hoorde poneren. Op YouTube is meteen de kern ervan alweer te bekijken, waar hij het heeft over het belang van de kunst en de wetenschap. Zij beide horen bij elkaar, en als we in staat zijn naar beide te luisteren, dan wacht ons een mooie toekomst. Je zou willen dat Rutte en Kaag dit twee-minuten fragment elke dag bekeken voordat zij schrijven aan een inhoudelijk regeringsstuk.

Zo iemand als Greta Thunberg hamert daar ook steeds op: luister niet naar mij, want het enige wat ik vraag is: luister naar de wetenschap. Alles moet veranderen, en wel nú. Maar verandering gaat ook altijd samen met de vernietiging van wat er is. Dat willen we niet, we zijn bang voor het onbekende en hangen liever aan de schoonheid van vervlogen tijden, dat denken we dan: dat wat er vroeger was mooier is: Bekend maakt vertrouwd, onbekend maakt onbemind.

Hij liet een filmpje zien van de kunstenaar Ori Gersht: Big Bang uit 2006. Je ziet een prachtige bos bloemen zoals die door de oude meesters geschilderd werden en dan, ineens: Bang! En wég. Je schrikt opnieuw, zegt Janine Abbring tegen Floris en hij beaamt het: het blijft schrikken, maar het is ook nodig. Want je kijkt niet alleen naar de vernietiging van iets, maar ook naar het ontstaan van iets nieuws. Zoals de oerknal het menselijk leven heeft gegeven.

Dus: we gaan altijd voort, alles is in beweging en dat zal goed gaan, als we kunnen luisteren naar een andere taal en daarnaar gaan handelen…Ik zie het op Bali, ook door het Instagram-account van Gusti_Koko, de hele tijd gebeuren: wéér de voorbereidingen voor een feest om de voorouders gastvrij te verwelkomen en wéér zie ik zijn dochtertje wandelen over de weg langs de sawah’s achter hun huis, waar ik ook bijna dagelijks liep en mijn voeten in hetzelfde stromende water koelde, als dat ik haar zie doen.

Vóór Corona was zijn account gevuld met foto’s van toeristen bij allerlei toeristische bezienswaardigheden waar hij ze naartoe bracht: de taal van de commercie en zijn business. Nu kan dit niet en de ‘bussiness as usual’, is zijn gewone dagelijkse leven geworden. Waar een poëtische schoonheid in zit. Dus daar wil ik mij maar door laten  gezeggen: woorden in een gedicht die buiten de randen van de menselijke tijd gaan, een toekomst verwachten die niet bewijsbaar is, maar wel ligt aan de horizon van mijn verlangen. Niet bang zijn voor schoonheid en het bekende dat uit elkaar spat. Wat voorbij is, gaat nooit over.

zaterdag 17 juli 2021

Beesten en engelen; het kwade en het goede

Er zijn, vermoed ik, mensen die denken dat ik bij de Gruppo Positivo hoor, die mensen die altijd alles van de positieve zijde bekijken, voor wie het glas altijd half vol is en die onverwoestbaar bij het geloof blijven dat de mensheid uiteindelijk goed is. Maar zo is het niet. Ik zie een mensheid die altijd alleen maar heeft gestreden met de goede en slechte krachten en dat het positieve tot nu toe niet de doorslag heeft gegeven. We zouden met zijn allen in een bijna Hof-van-Eden kunnen leven, waar we het goed hebben met elkaar en elkaar louter ondersteunen wanneer ziekte of een natuurramp toeslaat.

Maar we leven met oorlogen, conflict, geweld en pijn dat we elkaar aandoen. Het verhaal van zowel Jezus als Boeddha gaat over mensen die deze gewone gang van zaken niet wilden en op onderzoek gingen naar iets anders waar vanuit de mensheid zou kunnen leven en elk kwam met eigen antwoorden: Het Koninkrijk Gods, Verlichting… Maar ho maar!; het werd geen richtsnoer voor mensen en Jezus werd uiteindelijk vermoord en Nederland weet nu dat het in het hart van haar hoofdstad kan plaatsvinden: steek je kop niet boven het maaiveld wanneer je vrede en rechtvaardigheid zoekt. Beide worden op alle niveaus dagelijks geplet in de raderen van de menselijke onmacht… of slechtheid?

Je kunt er niet onderuit: er is slechtheid ofwel het kwaad onder de mensen. Hoezeer je ook tegelijk kunt beamen dat dit kwaad ook vaak banaal is, zoals Hannah Arendt dat benoemde. Het kwaad bestaat uit een aaneenschakeling van vaak minieme menselijke handelingen en besluiten, die tezamen voor gruwelijkheden kunnen zorgen. Mijn buurman J. in de nieuwbouwwijk zei over de moord op Peter R de Vries: ‘Er zijn jongens die, wanneer je tegen ze zegt: hier heb je 5000 euro, knal die en die neer, ze dat ook doen, maakt niet uit wie.’ Hij werkt in een benzinestation en tijdens de nachtdienst ziet hij in de loop van enkele jaren, dat er steeds meer jonge gasten komen, half beschonken en onder invloed van wie weet wat voor drug, jongens die in de nacht leven en over de snelwegen scheuren.

Ik op mijn beurt vertelde over de wijkagenten die ongeveer tien jaar geleden in treurnis langs kwamen en die voorspelden dat het bergafwaarts zou gaan met de samenleving: de kern van hun beroep holde uit: praten met mensen, de vinger aan de pols houden. En dan mijn eigen beroep van beheerder in een wijkcentrum, naast de wijkagent ook een van de radertjes in een samenleving, net zoals alle mensen in het onderwijs, ook weggewerkt: van ontmoetingsplaats naar zalenverhuur-bedrijf. En de school van opgroei-, ontdekkings- en leerplek naar een klaarstoomfabriek waar de eerste beginselen van de ratrace worden bijgebracht, met de ouders voorop die het beste uit hun kroost willen halen en hebben: hun kind als project en product dat zo succesvol mogelijk op de markt moet worden gezet…

Wat wil ik hier zeggen, waar gaat het me om? … Ik las en bekeek de graphic novel: The Beast of Chicago van Rick Geary over H.H. Holmes, een van zijn vele pseudoniemen, die rond 1893 in Chicago een gruwelpaleis bouwde met geheime kamers en gangen erin, compleet met een verbrandingsoven dat het aanzien had van een guesthouse en waarin hij vermoedelijk honderden vrouwen vermoord heeft door ze te vergassen in hun kamer, talrijke dubbellevens leidde, zelf skeletten uitbeende in de kelder en die verkocht aan de medische faculteit… en iets in mij leest dit ook, om mij er van bewust te zijn dat het kwaad ook ‘zomaar’ en heel constructief in een mens kan huizen, los van foute invloeden, een kans arme omgeving, enzovoort. 

Dus nee, ik ben niet zomaar positief over de mensheid… Maar ik denk wél dat ikzelf ook een deel van die mensheid ben en een ieder dus staat in dat krachtenveld van goed en kwaad en dat elke minieme beslissing van jezelf ook daaraan bijdraagt. Of afdoet. Er is geen statische werkelijkheid, iets waardoor je kan zeggen: zó is het, zó en niet anders. Het kan altijd anders. Jij kan altijd anders. Ik kan altijd anders: en daarin kies ik te midden van alle bewegingen, bewust voor het glas dat half vol is. In mijn hoofd gaat nu het liedje: Make me an angel, that flies from Montgomery.

woensdag 14 juli 2021

Boeken, natuur en Sonsbeek 20—>24

Wat is het fantastisch als boeken, natuur en kunst in enkele uren tijd allemaal vanzelf naar je toe komen. Gisteren gebeurde mij dat. Ik was op weg naar Buitenplaats aan de Koningsweg waar een deel van de tentoonstelling Sonsbeek 20 —>24 plaatsvindt en dat is vlak na de ingang van Schaarsbergen van het park De Hoge Veluwe. Dus ik fietste op-en-neer vanuit de ingang van Hoenderloo ernaartoe. Dan komt het mij voor dat ik helemaal niet in een dichtbevolkt Nederland leef want hier is alleen maar ruimte, stilte, rust.

Deze editie van Sonsbeek doet recht aan het oorspronkelijke initiatief in 1949: na de heftige Tweede Wereldoorlog, waar Arnhem geschonden is, met kunst een poging tot herstel doen in de openbare ruimte. Ik dacht ook meteen aan de Documenta 13 van 2012 waar ik wekenlang rondgelopen heb en dat dit ook als nadrukkelijk thema had en je als bezoeker naar allerlei plaatsen in en rondom Kassel werd geleid, waar er iets rondom de tweede wereld oorlog had plaatsgevonden.

Deze ‘Buitenplaats’ vlak boven Arnhem, aan de Koningsweg nabij de bossen, is door de Duitsers gebouwd en diende voor de opslag van munitie en andere militaire doeleinden. Ze bouwden het alsof het een klein Veluws dorpje is en dat is goed te zien aan ‘De Hangar’, het sluitstuk van de kunstroute die uit vier delen bestaat: het lijkt alsof er een grote boerderij in het bloeiend geel korenveld staat (door de Zuid Afrikaanse kunstenaar Sunette L.Viljoen voor deze gelegenheid ingezaaid), vroeger was het waarschijnlijk weiland en opener, want er stond een gevechtsvliegtuig in. Nu is de Buitenplaats overigens een wat rommelig gebied, waar zowel kunstenaars als projectontwikkelaars hun slag slaan, er wordt volop gebouwd en er staan ook al nieuwe huizen. Maar in nog oude gebouwtjes: in de portiersloge, oude klaslokalen, en een oude machinekamer is nu dus kunst te zien.

Er is kennelijk ook een thema rondom geluid, frequentie en trillingen die van alles met elkaar zou verbinden, ik las er een onleesbaar iets over, dus dit gedeelte is mij nog ontgaan, wellicht wordt mij dat duidelijker als ik andere delen van de tentoonstelling ga bezoeken in de parken rondom Arnhem, en de binnenstad, waaronder twee kerken, maar op de Buitenplaats leidt de route wel naar een ervaring van ‘troost', zoals een vrijwilliger het noemde, die overal op stoeltjes zeer welwillend wel op mijn fiets zouden passen, terwijl ik binnen was. 

In de oude machinekamer is een intense film van de Pakistaanse Hira Nabi: All that perishes at the edge of land (2019) die daar ook al een prijs voor heeft gewonnen. De film doet wat in de woorden van Frans Kafka literatuur moet doen: het hakt met een bijl een wak in het ijs van je ziel. Je ziet Pakistaanse arbeiders voor letterlijk een hongerloon, ze krijgen net genoeg om niet dood te gaan en aan het werk te kunnen blijven, zoals een van hen zegt, een grote roestig schip onttakelen en opruimen. De beelden hebben ook een poëtische en surreële schoonheid, roestbruine-oranje pasteltinten, mensen die als mieren op de immens grote ketting het schip op kruipen, en tegelijk weet je dat je naar iets verschrikkelijks kijkt: de filmtitel is geheel waar: alles vergaat daar aan de rand van het land: zowel het schip, als de mensen die dat moeten bewerkstelligen…

En tenslotte wandel je dan naar die installatie van Viljoen, die verbouwde ‘boerderij’, die letterlijk iets van veerkracht geeft, en toen fietste ik weer naar huis over de mistige vlakten van de Hoge Veluwe, met tussendoor een mild regenbuitje waardoor alles extra gaat geuren… Thuis pakte ik mijn dikke boeken uit de fietstas: elke dinsdag blijkt er een uur lang een bus van de bibliotheek naast de muziektent in Hoenderloo te staan en ik had net in mijn stadsbibliotheek geïnformeerd of ik ook in Apeldoorn kon lenen en dat kan. In plaats van lezen-online, fijn weer dikke boeken in je handen.

dinsdag 13 juli 2021

Tussen zwaartekracht en lichtheid

Ik ben de laatste dagen een beetje sprakeloos. Er gebeurt zoveel. Ja, ook ik ben zeer geraakt door de aanslag op Peter R. de Vries. Ik kijk bovenmatig veel op NU.nl en hoop steeds maar dat er geen bericht is van zijn overlijden. Tegelijk denk ik: geschoten in het hoofd. Als hij het overleeft, zou hij dan nog de oude kunnen worden? Het lijkt mij voor hemzelf de hel als hij zichzelf zou moeten waarnemen, opgesloten in een lichaam waar niks meer te halen is.

Ik las ‘Multatuli; de graphic novel’ met tekeningen van Eric Heuvel. In de kringloopwinkel zag ik gisteren het stripboek waarmee hij bekend is geworden, het was een nationaal geschenk voor alle kinderen in het tweede jaar van het voortgezet onderwijs in 2005: over een jongetje dat op zolder het oorlogsverleden van zijn oma in dozen tegenkomt. In beide gaat het ook over rechtvaardigheid, dat woord dat nu zozeer aan Peter R(echtvaardigheid) wordt gekoppeld: vastbijten in zaken die verloren lijken, doorgaan. Iemand die dat verpersoonlijkt, mag niet op zo’n manier sterven…

Maar het kan zomaar gebeuren van wél. Bidden helpt niet, tenminste niet als je dat doet richting een almachtige God die dit eventueel zou kunnen fixen. Het helpt wél als je aandacht blijft geven aan de zachte krachten in het leven. Om alles wat hard, wreed, slecht is in op te nemen, tegelijk indachtig aan alles wat tot in de kern onvolmaakt is, onaf, onrechtvaardig, gemeen en hard en ziek. 

Zo zoeken mensen temidden van die pandemie waar we óók in opgesloten raken, een uitweg en verlossing. Ik zag de zinderende menigte rondom en in het Wembley-stadion en hoor de verslaggever in een tussen zinnetje zeggen: COVID bestaat even niet. En zo is dat dan ook. Even maar, doet de geest wat anders, dan wat verstandig is voor het lichaam. Zoals feestvierende jongeren in Nederland en de besmettingen stijgen ‘buitenproportioneel’; niet verwacht. Of wél bekend en al bedacht, stiekem in ieders achterhoofd?

Zal de ervaring leren dat we uiteindelijk de geest niet kunnen laten temmen door het lichaam? Omdat we anders een niet-lichamelijke dood sterven? Hoort een zeker risico nu bij ‘leven’? Kan de wereld niet meer terug naar weer een lockdown en verplichte mondmaskers, nu het perspectief van een ‘test-samenleving’ failliet dreigt te gaan? Wordt het de eigenste verantwoordelijkheid  van een ieder om je wel of  niet in een gevarenzone te begeven? En laten we wel wezen: de wereldbevolking als geheel is niet gebaat bij groei: minder mensen zijn er nodig, Corona is goed voor het ecosysteem…

Ik weet het niet, je wilt dit soort gedachten liever niet hebben, maar ze zijn er wel. Peter R. de Vries wilde geen beveiliging, dat was voor hem geen écht leven. Hij nam een groter risico, maar dacht daar tegelijk niet al te veel aan, hij kon niet anders. Iets in elk mens wil de beperkingen die bij elk leven ook horen, overstijgen…

En waarom vind ik nu toch weer woorden voor dit blogje? (Iets in mij dacht deze dagen: het is wellicht genoeg geweest, dat bloggen, laat ik me verder maar in de stilte hullen en in die stilte aandacht geven aan wat niet volmaakt is.) De woorden kwamen omdat ik per toeval weer iets zie op YouTube: Vanessa James and Morgan Cipres Skate to “The Sound of Silence”. Twee mensen, zwart en wit, die samen in het geluid van de stilte hun lichaam lijken te ontstijgen en een glimp geven, hoe tijdelijk ook, van het volmaakte. Ook dát kan dus: te midden van de zwaartekracht, een lichtheid van bestaan.

zaterdag 10 juli 2021

Fietsen. Kappen. Tweede vaccinatie. Knuf

Zo. Nu zit ik hier weer heerlijk rustig te ontbijten in mijn bostuintje, na twee dagen als een dolle te keer te zijn gegaan.Voor mijn doen althans. Eergisteren fietste ik naar de nieuwbouwwijk. O, wat druk. Hoe lang geleden heb ik zoveel  auto’s tegelijk op de weg gezien? Vóórdat ik naar Bali ging en voor  de lockdown bijna  anderhalf jaar geleden. Wat geven auto’s veel lawaai.

‘s Nachts werd ik wakker: al die mensen om mij heen, die, pal naast en bij elkaar leven, gescheiden door dunne muren, waar is het bos?! En ik kwam aan en wist niet meer naar welke kant het bamboepoortje openging. Dat ik nauwelijks nog kon zien, geheel begroeid en overwoekerd… door passiebloemen!, dat was leuk. Maar ik kon tegelijk niet meer door het tuintje naar de achterdeur, de bruidssluier was helemaal van de zijkant tot in de bamboe in het midden geklommen en opnieuw: ook hier gemengd met heel veel passiebloempjes, die uit zichzelf de tuin in zijn getrokken, die heb ik er zelf niet geplant.

Dus na de fietstocht ben ik met mijn Balinese zeis gaan kappen, tot diep in de avond en toen kon ik nog net Chinees halen als maaltijd. ’s Ochtends wéér in de tuin aan de gang, kappen aan de zijkanten, het oerwoud barstte uit haar voegen, rondom het hoekhuis. En dan ook nog hopen dor bruin blad, want ik had een hoge stapel met verse takken met groen blad achtergelaten, die ik de vorige keer nergens meer kwijt kon. Dat blad was dor geworden en was alle kanten ingewaaid.

En toen dat klaar was, binnen de tijd die ik ervoor had, ik had er nog wel meer dagen aan kunnen besteden, maar dat komt eind Augustus weer, als ik ook bij het dak weer de klimop moet verwijderen tot een meter onder de dakgoot. Want ik kreeg mijn tweede vaccinatie en meteen daarna, weer op de fiets , in ėén ruk naar Hoenderloo. Alleen in de Hoge Veluwe stapte ik tot twee keer toe af om met de verrekijker, ik had er al op geanticipeerd, wild te bekijken.

O! Wat een pastorale vrede, wild van verschillende soorten vreedzaam aan het grazen en liggen tussen de stammen waar de avondzon op viel. Herten-hindes en hun jonkies tezamen  met een heel groot donker  en zwaar mannetjes- everzwijn en zijn familie, tezamen met enkele mouflons. En verderop: zeven edelherten van verschillende generaties, met heel grote vertakte geweien en jongelingen met maar enkele hoorntjes met een zijtakje en pal ernaast wéér een everzwijnfamilie, al leken het vooral wat jongeren. 

‘Wat heb jij allemaal voor rommel mee?’, waren de welkomstwoorden van broer Y. En E. de technische beheerder die later een colaatje aan de picknicktafel kwam drinken, in het donker, noemde mij lachend ‘een indiaan’, dat vond hij zo leuk aan mij. Er staken bamboestokken uit mijn fietstassen voor de tomatenplanten en de bonen die weldra de hoogte in gaan. En op de bagagedrager stak het hoofd van Knuf uit een tas, mijn knuffel-egel met een hoofd zo groot als die van een mens, die ooit op Koninginnedag onder de stam van een boom vroeg om te worden meegenomen. En nu hoorde ik het mezelf hardop in de nacht zeggen: ik ga jou proberen mee te nemen. En hier is hij dan, fijn in mijn boshuisje. 

donderdag 8 juli 2021

Thuiskomen

Thuiskomen: het is een dierbaar thema van mij, maar waar en hoe doe je dat? In de natuur, bij andere mensen, bij jezelf, een dier: het zijn allemaal aspecten van dat grote thuiskomen en misschien gebeurt het, als er van alles een beetje aanwezig is en geïntegreerd is in de gronden van je ziel. Misschien zoals een tuin, met verschillende bloeiwijzen daarin. Zou het criterium daarbij kunnen zijn, dat er adem aanwezig is? 

Kun je thuiskomen bij een 'ding’? Ik ben geneigd om te zeggen: Nee. Je kan een ding, een steen, een dierbaar voorwerp wel plaatsen te midden van alles wat ademt en dan brengt het je ook mede thuis, maar het kan het niet uit zichzelf. Tenzij jij het leven geeft met al je herinneringen, je verbeeldingskracht, dan kan het weer wel. Het voorbeeld van de oude bal, die drenkeling Tom Hanks op een vlot, een gezicht geeft in de film Cast Away, getuigt daarvan.

En dan is er ook nog het thuiskomen bij God, waar alle religies van vertellen.Wat is dat dan? … Ik zag de documentaire Dood in de Bijlmer, waar een vrouw in gesprek gaat met vertegenwoordigers van alle culturen die daar leven in de hoop een gebouw neer te kunnen zetten, waar alle religies en culturen hun rituelen kunnen voltrekken. Er moet zoiets ‘simpels’ komen als héél grote toiletten, zodat vrouwen uit Ghana in hun voluptueuze gewaden naar de wc kunnen. De film eindigt met een optocht over een begraafplaats met trompetten en trommels en de muziek herkende ik uit een filmpje van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge, More Sweetly Play the Dance, te vinden op YouTube, die daar ook een optocht verbeeldt. Hoe anders dan het treurige, zwijgende voorbij schuiven van een westerse begrafenisstoet…

Wat mij het meest is bijgebleven is, dat de vrouw praat met een Hindoestaanse pandit, een priester dus. ‘Er moet ruimte zijn voor alle goden’, zegt ze en de camera gaat naar de  mannelijke en vrouwelijke beelden die in een rij op een tafel staan. ‘Er is maar één God’, zegt de pandit nadrukkelijk en in herhaling. ‘Jij ben zowel zus van… en tante van… en kind van… en vader of moeder van…  dat ben jij allemaal, maar jij bent één.’ Precies dat hoorde ik ook in de gesprekken op de plek waar ik dagelijks at in Mahabalipuram, waar de ene christen was, de ander moslim en weer anderen hindoe. Dát je er zo vanzelfsprekend meteen over praat,  alleen dat is in Nederland al onvoorstelbaar.

Thuiskomen heeft dus iets te maken met ‘in relatie staan’. Dat  valt mij nu ook weer op, nu ik de Odyssee van Homerus lees. In de eerste vier hoofdstukken komt Odysseus helemaal niet voor, het gaat over zijn zoon Telemachus. De godin Athena bezoekt hem: laat je het bij deze gang van zaken? Moet je niet op zoek gaan naar je vader: Thuiskomen doordat je de banden met familie helder maakt en zo je eigen leven opnieuw positioneert: Ofwel je vader is dood, dan kun je orde op zaken maken in het paleis, ofwel hij leeft en dan zullen alle verhoudingen weer veranderen.

Het paleis is namelijk overgenomen door talloze vrijers, die dingen naar de hand van Penelope, de vrouw van Odysseus. Zij heeft een list verzonnen: elke dag werkt ze aan een kleed op haar weefgetouw: als het af is, dan zal ze met één van hen trouwen, heeft ze beloofd, maar in de nacht haalt ze stiekem alles weer uit. Thuiskomen door op de plek te blijven dat je als jouw thuis ervaart, ook al wordt deze bedreigt, en deze plek onderhouden, hoe lastig dit soms ook is…In relatie blijven staan met jouw plek en met jezelf, waaruit je kracht put.

En dan Odysseus zelf: de man die tien jaar aan het rondzwerven is, en aan wie nu de gevleugelde woorden    worden toegedicht, o.a. door de Griekse dichter Kavakis: het gaat om de reis, niet het doel telt. Komt Odysseus ook gedeeltelijk  thuis bij alle vrouwen die hij tijdens zijn reis ontmoet: het onschuldige meisje Nausikaa, de tovenares  Circe die hem met een drankje bij zich wil houden, de nimf Kalypso, bij wie hij zeven jaar woont? Maar het is opnieuw de godin Athena die aan Kalypso zegt, dat ze Odysseus moet laten gaan… Thuiskomen omdat het ook  in je aard ligt om rond te zwerven en avonturen mee te maken, maar ook toch trouw te zijn aan wat je achterliet: een jonge vrouw en een pas geboren zoon…

Dus? Tja. Er zijn zoveel vormen van thuiskomst en het is mooi dat dit bij Homerus zo uitdrukkelijk het thema is. Het gedicht gaat al een mensheid lang mee en het wordt elke keer weer opnieuw tot leven geblazen. Het is een oervraag en oerverlangen: wat en waar is jouw Ithaka, jouw thuis? … En het antwoord zal nooit eenduidig zijn, maar bestaan uit vele lagen. En wie weet wordt uiteindelijk alles één. 

woensdag 7 juli 2021

Was het de boommarter?

Wanneer ik ’s ochtends opsta, is het eerste wat ik doe, de deur van mijn huisje openmaken, naar buiten stappen en het bos tot mij nemen. Het is meestal ook het laatste wat ik doe, voordat ik ga slapen: dat donkere bos inkijken en kijken of er een sterrenhemel is. Als dat niet zo is, dan doe ik de deur weer dicht en anders ga ik toch even het tuintje in en naast het huisje staan. Gewoon maar kijken.

Dan loop ik ‘s ochtends naar mijn moestuinbakken: ik wil de groei volgen, om oogst gaat het me niet zozeer, hoewel het wel leuk is om nu steeds verse bladgroenten te kunnen plukken voor mijn avondmaaltijd. Gisteren was er vroeger in de ochtend een gigantische hoosbui; het donderde en de regen raasde als een grijs ratelend scherm: je zag niks meer.

Toen bleken alle stelen van de zonnebloemen plat naar de aarde geslagen te zijn, een bloem is er nog niet, en die heb ik gedurende de dag met touwtjes opgebonden tegen takken. Één tomatenplant was geheel geknakt en gebroken. Misschien heb ik gisteren niet naar de courgetteplant gekeken, die nog geen bloemen had, maar vandaag zijn er ineens wel vijf bloemknoppen.

Maar wat er écht ook nog aan de hand was, was dat twee potten met tijm en hysop (ik ken het kruid niet, maar het rook zo lekker en het kan overal in) die ik zaterdag op de Apeldoornse markt had gekocht en in goede aarde had verplant, beide omgevallen waren en de planten verspreid van elkaar op de grond lagen. Wat nu dan? Zou een wild zwijn of de vos zich erop hebben gestort? Bij nadere inspectie zag ik ineens dat één van de zware moestuinbakken ook verschoven was, en een grotere pot ook. 

Als een soort van Sherlock Holmes die naar sporen op zoek is, denk ik nu dat er een beest vanuit de tuin tegen de moestuinbak gestoten is, want ook de laurierkers die ervoor groeit is wat geplet. Ik denk dat deze nu een doorgang heeft gevonden via de twee kruidenpotten en enigszins gedesoriënteerd ofzo, ook die grotere pot een duw heeft gegeven. Zou het de boommarter zijn, wier voetstappen dwars door mijn tuintje hebben gelopen volgens het bericht, in de dikke sneeuw, die ik hier zelf nog niet heb meegemaakt?

Moestuin-tuinieren in het bos, zou die actie van vannacht eenmalig zijn of kan ik nog van alles verwachten? De eerste anekdote hieromtrent was dat herten alle plantjes in de nieuwe bloembakken bij de receptie hadden opgegeten. Reden voor mij om aanvankelijk geheel af te zien van allerlei tierelantijnen en tuininrichting: ik woon in een bos, klaar uit. Toen kreeg ik toch wel zin in enkele eenjarige kleurige bloemetjes. Die heb ik hoger op een tafel gezet, tegen mijn huisje aan, indachtig dat herten vast niet snel aan die dis zullen aanschuiven. 

Ik vond nog een grappig filmpje: van Ylvis, dat blijken twee broers uit Noorwegen, die aan comedy doen en talkshowhost waren op de tv; The Fox, what does the fox say? Inderdaad ja, de vos loopt zwijgend rond, ik heb nog geen geluid uit haar gehoord. ‘Die eet geen groenten en andijvie', zei I. met enige stelligheid toen  ik mij afvroeg of dat wel zo’n goed idee was; andijvie en andere dingen in de grond planten. Ik zal het allemaal meemaken. 

dinsdag 6 juli 2021

Herman en Tupelo Honey

En daar gebeurt het weer: een liedje dat mij direct terug zuigt naar het verleden en ditmaal naar die oude leren bank in dat grote huis in Winterswijk, waar ik 19 jaar oud, ineens de mede verantwoordelijkheid had over acht kinderen. Ik was nog nooit uit mijn ouderlijk huis geweest en nu moest ik ineens zelf een ‘ouder’ zijn. Te  midden van tumult en turbulentie leerde ik tegelijk ook aardappels koken, worstjes bakken, maaltijden verzinnen voor dat ‘gezin’. En Herman was de ‘vader’.

En als alle kinderen dan eindelijk in bed lagen dan draaide hij uit zijn platenverzameling. Seasons van Magna Carta, voor de vrolijkheid en de goede moed en Van Morrison om, maar dat zie ik nu pas, om te gaan met al die heftigheid van toen. De hele LP Astral Weeks kwam regelmatig tevoorschijn, het was zijn lievelingsplaat, maar ook dit nummer zette hij speciaal op, dat ik nu op YouTube tegenkom: Tupelo Honey. Hierop zwelgde en zong hij mee: Herman met zijn half lange krullerig haar tot op de schouder, een beetje klein en dikkig, hij hing weleens tegen mij aan op die bank en ik weet nog dat ik toen dacht: Nee, ik vind je niet aantrekkelijk.

Hoe heeft hij tegen mij aangekeken? Weer een meisje dat hij moest behoeden voor de avances van de directeur die, natuurlijk buiten medeweten van zijn vrouw, achter de meisjes aanzat? Het echtpaar was ook de ‘opa en oma’ van het gezin, een dubbelrol dus, naast het directeurschap in de kantoren aan de andere kant van de grote villa met de enorme serre en tuin. En hij moest mij ook waarschuwen voor het oudste jongetje die het wel fijn vond om zich te laten knuffelen door mij en zijn armen om mij heen sloeg: het kón zijn dat er al seksuele hormonen door dat lijfje gingen, ik kon beter een beetje afstand houden.

Ik was 19 jaar en zelf nog zo onschuldig als wat. Hij was… 25 jaar ofzo? Hij deed het als vervangende dienstplicht, hij was een echte pacifist en ik deed het vrijwillig. Toentertijd was dat een gigantisch leeftijdsverschil voor mij, bovendien was hij op die plek gepokt en gemazeld, hij had er in anderhalf jaar zóveel meegemaakt en ik was geheel groen. Dus we deinden, elk op een eigen wijze, mee.

En nu pas zie ik de tekst: She is as sweet as tupelo honey/ just like honey baby from the bee (…) You cannot stop us on the road to freedom/ you can’t stop us, ‘cause our eyes can see (…) Oh, you know she is allright, ‘cause it is allright with me.

maandag 5 juli 2021

De blik van Glenn Close: thuis willen komen

Ze doet het weer: het gezicht van Glenn Close. Twee dagen nadat ik de tv-film The Wife heb gezien, ermee wakker worden. Zij speelt een echtgenote van een joodse schrijver die de Nobelprijs voor de literatuur heeft gewonnen. Ze dansen samen op hun echtelijk bed, hij roept: ik heb de Nobelprijs gewonnen! en plotseling slaat haar stemming om en wil ze niet meer. Je ziet haar steeds maar op haar man letten, zorgzaam en ook wel wat sturend. 

Gaandeweg wordt het onthuld: zij is eigenlijk de auteur van zijn oeuvre, de ghostwriter en dat begon al toen zij nog een studente was van hem en ze een prille relatie hebben. Hij vraagt haar commentaar op een verhaal. Ze zegt: 'De dialogen zijn houterig…het plot kan anders worden ingeleid…' Eerst wordt hij kwaad, zij smeekt hem dat ze het goed bedoelt. Hij laat het toch toe en het verhaal wordt juichend ontvangen. Nog veel later ontdek je door de flashbacks dat het niet alleen maar om suggesties en correcties gaat om het geheel te vervolmaken: zij schrijft alles, hij doet het huishouden en zorgt voor de kinderen en als er een onbalans en een ruzie is, dan weet hij het ook nog voor elkaar te krijgen, dat zij toch weer smelt, als hij boos zegt dat het voor hem een hele opgave is, om zo dienend te zijn. Ondertussen is de voedingsbodem van haar schrijven, zijn talrijke escapades met jongere minnaressen, het bedrog, de vernedering, de pijn. En dan barst de bom als hij tijdens de dagen van de prijsuitreiking in Zweden het ook weer wil aanleggen met een jonge fotografe, die de opdracht heeft hem overal te volgen en te begeleiden voor een omvangrijk artikel.

Het is dat gezicht van Glenn Close, waar zowel intense kracht als kwetsbaarheid uit straalt. Het lijkt haar specialiteit: een sterke vrouw spelen die tegelijk hunkert naar aandacht, maar dat heel goed verborgen weet te houden. In Fatal Atraction waarmee ze doorbrak, een vrouw die geen genoegen neemt, dat de andere, een getrouwde man, een hartstochtelijk vrijpartij af wil doen als een slippertje en uiteindelijk  stopt ze het lievelingskonijn van zijn zoontje in een kokende pan met water op het fornuis. In Dangerous Liasons speelt ze met het verlangen van een oude minnaar en ze verliest zowel hun spel als hemzelf. En nu in The Wife , en overal die intense, broedende blik…

Die komt ergens diep bij mij binnen. Omdat ik er een ander thema in zie: het verlangen van elk mens om thuis te komen, ergens of bij iemand. Met alles wie je bent, ook met je zwakke en heel onvolmaakte kanten. En dat hoor ik prachtig en wee-makend gezongen in een duet van Tom Waits en Crystal Gayle, beide komend uit ook een ander spectrum in de muziekwereld van toen, in mijn pubertijd: Hij uit de rafelige kant van het leven, zwervend en in mijn fantasie vaak half dronken. Zij uit de gepolijste wereld van de Country-muziek, de nette voorspelbare kant van de samenleving. In dit duet komen die uitersten zó mooi bij elkaar. En ze zingen: Take Me Home. 

zondag 4 juli 2021

Sjakie en de chocoladefabriek en beeldtaal


In een boekenkastje van een huisje in het recreatiepark hiernaast, waar ik weleens vanuit het bos doorheen loop,  op weg naar het supermarktje dat ze er hebben, vond ik Sjakie en de chocoladefabriek van Roald Dahl met de tekeningen van Quentin Blake. Om de tekeningen nam ik het boekje mee, want ik ben dol op zijn tekenwijze: grappig, en toch weet hij iets van het juiste gevoel te raken van wat er verteld wordt. Een geweldige illustrator en Roald Dahl vond zelf ook dat hij zijn verhalen deed sprankelen.

Ik las dus nogmaals dit geweldige boek, dat ik al heb sinds de eerste uitgave en ik heb het ook nog als voorleesboek op de lagere school ingebracht waardoor mijn hele klas ermee kennis maakte. MAAR: ik vond de tekeningen ronduit slecht. Hoe vaak ik nu ook al gekeken heb, het komt mij voor dat Quentin Blake zich er deze keer gemakzuchtig vanaf heeft gemaakt, meedrijvend in de stroom van zijn stijl.

Maar ik sta vast alleen in deze opinie, want dit blijkt tot en met nu, al jaren vanaf 1995, de uitgave te zijn, hoe het boek verkrijgbaar is, ik zag het nu ook staan in de boekhandel Nawijn &Polak. Tijdens het lezen zag ik tot in detail de illustraties van mijn boek, dat zijn realistische tekeningen: het gezicht van Sjakie en zijn opa, Willy Wonka zelf: ze zijn als foto’s voor mij. De illustraties zijn van Faith Jacques en het enige wat ik ervan wist, was dat zij de Oempa-Loempa’s, de donkerbruine mensjes die wonen en werken in de chocoladefabriek, later wit  heeft gemaakt,  want het zou racistisch zijn.

Enig onderzoek leert mij dat zij de eerste illustrator was van het boek in Engeland, maar vóór haar is er kennelijk een Amerikaanse versie uitgekomen met tekeningen van Joseph Schlindelman: op YouTube is er een filmpje waar hij daar aanstekelijk over vertelt. 

Dié tekeningen zou ik wel willen zien, ook die van hem zien er realistisch uit. Hoe zouden die afwijken van die van Faith Jacques, ofwel: in welke mate heeft zij zich weer gebaseerd op hem? En hoe zouden de Oompa-Loompa’s er bij hem dan uitzien? Bij Quentin Blake zijn het springerige witte mensjes geworden met rechtopstaand piekhaar.

Ik zoek op Boekwinkeltje naar de Amerikaanse uitgave en lijk die gevonden te hebben, gezien de kaft. Ik stel een vraag aan de verkoper wie de illustrator is en krijg meteen antwoord, leuk is dat, hij heet Michael Foreman. Er is dus nóg een illustrator geweest vanaf 1985. Nu twijfel ik of ik dat boekje alsnog zal aanschaffen. Ik zou nu alle beeldtaal van het boek wel willen zien. Want er zijn ook twee films gemaakt die ik ook ken: in de eerste speelt Gene Wilder Willy Wonka en ik herinner mij hem veel te oud te vinden en de Oempa-Loempa’s zijn oranje en hebben groen haar en hebben gekke broekjes aan. In de tweede is Johny Depp Willie Wonka, dat paste beter, al was hij misschien iets te vilein. De oempa-loempa’s werden gespeeld door één acteur, die digitaal vermenigvuldigd werd: hij is duidelijk Indiaas, dus roombruinig van kleur.

Al met al is die hele verbeelding van de Oempa-Loempa’s dus een vroege versie van onze Zwarte Pieten-discussie. Worden hier slaafjes tentoongesteld, zoals Zwarte Piet een knecht zou zijn? Ik vind het dus zo’n onzin. Er wordt juist zo overtuigend verteld dat zij met hun hele volk vrijwillig naar de grote ondergrondse fabriek zijn gekomen en in een paradijs zijn beland want ze zijn dol op chocolade en ze zijn muzikaal en hyperintelligent: hele bladzijden zijn gewijd aan de lange liedjes die ze meteen zingen over de vervelende, akelige kinderen die door hun eigen schuld moeten worden afgevoerd en opgelapt. 

Quentin Blake heeft na deze hele beeldgeschiedenis, een soort van schetsjes gemaakt, zo lijkt het. Ik vraag mij af in welke mate het boek tot leven was gekomen bij mij, zonder de tekeningen van Faith Jacques. De huidige generatie kinderen heeft waarschijnlijk allang ook al de films gezien. Misschien onderschat ik het fenomeen van de Verbeeldingskracht. De eerste illustrator deed het ook alleen maar met de woorden. Maar voor mij was Sjakie en de Chocoladefabriek vanaf het begin af aan ook een soort van ‘graphic novel’. 

vrijdag 2 juli 2021

Italiaans gedicht

Mijn luiheid om een blogje te schrijven, heeft me deze dag extra actief gemaakt. ‘Blog-schrijven’ is voor mij een kwestie dat ik iets waar ik enthousiast over ben, of wat mij ineens meeneemt hier in één keer, in wat tegenwoordig een ‘flow’ heet, achter wil laten. De woorden moeten vanzelf komen, bijna zonder nadenken en mijn motivatie erachter is ook iets van: zó, netjes bewaard, dat zit weer in de voorraadkast, en daarmee laat ik het los. In mijn geest is het blogje dan al ongeveer geschreven, alleen moeten mijn vingers nog volgen.

Zo ging dat dus niet, gisteren al bij een gedicht dat ik tegenkwam. Het is van een Italiaan: Folgóre  de san Gimignano (1270-1322). Een bijna tijdgenoot van Franciscus van Assisi (1128-1226), nou ja, eigenlijk niet helemaal zie ik nu, het is meer dan 50 jaar later… Maar toch: ik schat in, dat de gedetailleerdheid in het gedicht, over heerlijke spijzen, er ten tijde van Franciscus ook was. Het gaf mij in een flits een heel concreet beeld en sfeertekening van het leven van Franciscus voor zijn ‘bekering’: zijn ommekeer waar hij het leven van een rijke, feestende jongeman met ridderlijke idealen, zoon van een lakenkoopman, inruilde voor een leven in absolute armoede.

Over dat laatste, daar zijn wel materiële overblijfselen van: in Assisi is er in een vitrine het habijt, eerder een viezig bruinige rafelige hoop aan elkaar genaaide modderige vodden, te zien waarin hij zich hulde. En er zijn de vele verhalen waarin steeds maar weer verteld wordt, hoe hij zich alles ontzegde, ook eten. Door dat gedicht zag ik ineens wat hij achter zich gelaten heeft.

Opmerkelijk blijft het: dat je je alles wilt ontzeggen voor de ‘goede zaak’, de zaak van de geest; ‘spiritualiteit’,  die zoekt naar vrijheid en liefde… of hoe je  het verder ook noemen wil, gaat nooit samen met dikke buiken, lekker eten en alle genoegens van het leven…  En in een flits dacht ik: als Europa zich nu toch wat meer zou kunnen ontzeggen en iedereen gewoon thuis zou blijven in deze zomermaanden… was het dan mogelijk geweest om in het najaar bijna Coronavrij te zijn? … En als vervolgens het Westen dan zoveel mogelijk vaccins met de hele wereld zou delen… zou de pandemie dan in onze winter niet ‘gewoon’ voorbij kunnen zijn? Zo zal het niet gaan. We kiezen voor het feest; voor het genoegen van samen, warmte en genot dat ook in dit gedicht ademt.

En nu tenslotte zo meteen dus dat gedicht, want nu doe ik het dus wel. Omdat het gedicht en de gedachten erover als een oorwurm bij me zijn gebleven, vandaag en ik er dus een blogje aan moét wijden. Daartoe moet ik mijn laptop openklappen in plaats van door kunnen typen op de handige iPad, waar ik, nu liggend, alles op doe, want  hierop kan ik geen korte regels onder elkaar typen en vanochtend had ik dus geen zin in al die extra handelingen; te lui dus. Daarvoor in de plaats heb ik wel met een huishoudladder heen en weer over het terrein gelopen, 400 meter elk, de afstand tussen de schuur van Y. en mijn huisje, en heb ik, voor zover dat mogelijk was, hopen oud nat blad en twijgjes van het dak geveegd. Het is iets waartoe Y. mij aanspoort: ik moet dit huisje onderhouden!

Dus zo meteen het gedicht. Het speelt zich af in Siena, dat ik ooit met een boemeltreintje vanuit Florence heb bezocht en er zoveel wijn had gedronken, dat ik er 's avonds in de tent van moest kotsen. Overmaat schaadt, is dan de volkse wijsheid, waar geen ‘spiritualiteit’ aan te pas hoeft te komen. Dat overtypen ga ik doen in de rust van de wedstrijd België-Italië. 

JULI

in Juli zit je in Siena vroeg en laat
bij kruiken wijn uit verre oogstseizoenen
en kelderkoele dranken met citroenen
met al je vrienden fuivend langs de straat:

vruchtengelei in volle overdaad,
geroosterde patrijzen en kapoenen,
reebokken, bosfazanten en kalkoenen,
en als je 't lust, knoflook met kalfsgebraad.

't Er goed van nemen met je kameraden
en niet de hitte ingaan, die maakt je slap,
en steeds gekleed in luchtige gewaden:

blijf rustig zitten en verzet geen stap,
zorg dat de dis met spijzen is beladen,
en gun je vrouw geen vinger in de pap!

donderdag 1 juli 2021

Bosplek-beleving

Gisteren liep er een moeder met een tienerzoon langs en zij  stonden stil bij mijn moestuinbakken. De moeder begon te wijzen en te vertellen. Ik kon het niet woordelijk verstaan, maar het zal iets wezen van: dat zijn kruiden, en daar staat andijvie, en dit is een tomatenplant, en o, dat is komkommer en pompoen, ik zag haar wijzen.  Ik  eet al een week van de andijvie, gisteren voor het eerst als stamppotje en tevoren als salade. Dat laatste heb ik geleerd van W., nog in de studententijd.  Die maakte dat op deze wijze klaar in haar studentenhuis en toen kreeg ze de klacht dat mensen dat niet lekker vonden, want bitter, maar ik vond het juist wel lekker. 

Nu bedenk ik me, dat ze dat waarschijnlijk van haar moeder afgekeken had, want zij hadden een grote moestuin naast de boerderij en andijvie groeit als…kool, zeggen ze dan. Ik ben verbaasd dat er elke dag nieuwe verse grote bladeren zijn, net zoals bij de pluksla en ik moét er wat mee, want ik heb ze te dicht op elkaar geplant, ik kan ze niet laten uitgroeien tot heel grote kroppen. Maar misschien moet ik er eentje uitkiezen om dat daarmee wel te laten gebeuren, zodat ik de groeiwijze kan volgen.En dit is allemaal uit de zaadjes van Appie.

Hier in het bos is het concept ‘een grijze dag’ helemaal weggevallen. Er zijn zóveel tinten groen en zoveel vormen en als de regen er zachtjes op tikt maakt het de muziek van een tropisch regenwoud, zo voelt dat dan, als ik met de terrasdeuren wijd open vanuit binnen er ga zitten, met allerlei boekjes erbij; de gedichten van Louise Gluck, zo prachtig; over enigen zat ik te mijmeren dat ze dié wel mogen voorlezen bij mijn uitvaart. En ik ben begonnen om de Odyssee van Homerus te lezen, dat wil ik van kaft tot kaft doen, om alle bekende verhalen in de hele context te kunnen zien. 

Of dat plan ooit afkomt, weet ik niet, want ik ben ook snel afgeleid. Er waren pakketten bezorgd, berichtte de receptie en die ga ik dan meteen halen: een ‘chill-mat’ van BoCamp,‘industriële’ vormgeving: dat idee was er ineens : om wat bedoeld is als buitenmat bij een grote tent, onder de luifel ofzo, neer te leggen in de kamer, met daarboven de al liggende kleedjes, voor de warmte in de winter, ter isolatie en nu voor de mooiigheid en de dikte, het comfort. Het is wel geslaagd en nu denk ik erover om hetzelfde met een ander print ook neer te leggen in het ‘studeer/tv/logeer-kamertje. Maar ik heb niet zo’n zin om daartoe de hele boekenkast uit te ruimen, om die op te kunnen tillen voor de mat.

Én er kwam een mooie ‘graphic novel’ binnen:, van mijn lievelings Japanse tekenaar en schrijver, de tekstjes zijn in het Duits, de Engelse uitgaven zijn véél duurder: Der Kartograph van Jiro Taniguchi. Een man telt elke dag zijn stappen, terwijl hij wandelt in het middeleeuwse Edo. Hij kijkt naar de sterren, vuurvliegjes, de kersenbloesem,  ontmoet de jonge dichter Issa, vindt en passant een meetinstrument uit dat nauwkeuriger is dan zijn getelde stappen, want elke dag zijn het er een paar minder of meer. Dat hele tempo in dit boek, wat hij ziet, waar hij waarde aan hecht, de schijnbare herhalingen op elke dag, maar in een eindeloze variëteit: zijn wereld is helemaal de mijne.

O, ja: ik was het al bijna vergeten: het lukte  mij voor het eerst om zowel de geiser als de kachel weer aan de praat te krijgen. Het gas was ervan af geweest, iemand bij de kantine had de leiding door gebroken: ‘heel lang de rode knop indrukken zodat al de lucht uit de leiding kan en dan aansteken’, zei iemand van de storingsdienst. ( ik weet dan nooit of je een bekende aan de telefoon hebt, maar hij klonk alsof hij me wel kende)  ‘Oké, ik ga het proberen, maar zo niet dan bel ik terug’, reageerde ik. Dat was dus niet nodig: het scheelt bij mij alles als ik weet waarom ik iets doe, in plaats van ‘stom’ almaar knopjes indrukken, zonder resultaat, zoals eerder. Nu luisterde ik en ik meende het gas te horen suizen en begon toen de ontstekingsknop  aan te klikken.

's Avonds slenterde de vos voorbij en at een oude boterham op het terras. Weer een dag voorbij van mijn leven…  Ik luisterde en keek half naar de avondvullende programmering rondom André Hazes, die anders 70 jaar was geworden. Ik zag BN-ers ‘Een Beetje Verliefd’ becommentariëren: sommigen vonden dat helemaal niet kunnen, je bent het ofwel helemaal, of niet. Jamai zei lachend dat hij weleens op straat loopt en dan omkijkt en dan daarbij denkt: ik ben een beetje verliefd, geloof ik. Ik denk dat het een gevoel omschrijft van iets wat je gewaar wordt, zonder dat van jezelf te moeten beantwoorden met gerichte daadkracht. Zo kan ik wel zeggen dat ik voortdurend ‘een beetje verliefd’ ben op deze bosplek.