zaterdag 3 oktober 2026

Ongekende ruimte


 Ineens weet ik waarom ik op de boerderie in Kranenburg, zó erg New York mistte; tenminste ik dácht dat dit het alleen was, waarom ik een soort van ontheemding voelde, terwijl ik het er toch ook wel naar mijn zin had. Maar het lag toch een beetje anders. Want aangekomen in mijn stadshuis was het meteen over, met de realisatie dat het hier ook stil is, zoals in mijn boshuisje. Dat heb ik hier natuurlijk ook altijd ervaren, ook mijn stadshuis was een soort van kluis.
Van New York naar mijn boshuisje en op beide plekken voel ik mij thuis. Het lijken twee volkomen tegengestelde locaties, de ene een metropool, vol dynamiek en drukte, de ander alleen maar bomen en stilte. T. die een week in mijn boshuisje verbleef, zei dat de overeenkomst de ervaring van ruimte is.
Ja, ruimte die stilte kan genereren, en zo nieuwe ruimte opent, ook temidden van de dynamiek, dat is de kern van hoe ik tot mezelf kom en hetgeen mij thuis doet komen. 
Je kunnen concentreren in ruimte die belofte in zich draagt, dat doet mij landen. Dat kan in een kerk zijn bij een kruis of een beeld, in tempels bij Boeddha of anderen uit het hindoeïstische Pantheon, bij een speelgoed eendje in de tuin, turend naar het Vrijheidsbeeld; dat maakt allemaal niet uit…


Ook Kunst geeft mij deze ervaring, je maakt dan meer dan dubbele concentraties mee: er is de kunstenaar met alle creatieve arbeid die vensters opent, nieuwe ruimte maakt, en jij bent er, de ontvanger, die alleen geraakt kan worden, als je je zelf concentreert.
In Trouw van vandaag in de serie De Tien Geboden, een mooi interview met fotograaf Zanele Muholi, ze heeft de Hasselblad Award, een prestigieuze fotoprijs, gewonnen. De tijd gaat zó snel: ik leerde haar kennen op de Documenta 13, dat was in 2012; één zaaltje vol persoonlijke portretten van mensen uit de Lhbtq+ en zwarte gemeenschap, in elke foto vindt er een soort van ontmoeting plaats.


In 2019 op de Biënnale zag ik dat ze faam had gemaakt en nu ook de middelen had om haar foto’s tot meer dan levensgroot op te blazen; nog indringender. 
Verrassend voor mij is, dat ze in dit interview blijk geeft van een vanzelfsprekend geloof in God en de vooruitgang die de mensheid kan boeken op het terrein naar meer menselijkheid. Vanuit de beginsituatie dus, van algehele onderdrukking, ze is geboren in Zuid Afrika.


Op de boerderie in Kranenburg ‘verstopte’ ik mij eerder in de moestuin, het was zoals werken in een kloostertuin; afzondering die concentratie mogelijk maakte. Maar er zijn nieuwe buren en hun uitzicht is de moestuin... Na twee maanden een vanzelfsprekend thuisgevoel in New York en daarna in mijn boshuisje, was ik ineens ‘ruimte’ kwijt.
Ik heb het o.a. gecompenseerd door mij eens grondig te verdiepen in een aantal kunstenaars, fijn al die dikke kunstboeken in hun boekenkasten, en ook in een roman die zich gedeeltelijk in New York afspeelde, die ook ging over een kunstenaar in een orthodoxe Joodse gemeenschap in Brooklyn. Hij keert er terug, met zijn vrouw en twee kinderen , het zou maar voor twee weken zijn, maar het worden maanden. Zijn vrouw voelt zich er thuis, zijn kinderen ook en zijn familie wil graag dat hij blijft, hij kan toch gewoon zijn kunstenaarschap voortzetten, met al zijn contacten in Manhattan? … Hij kan het niet.
Thuis zijn, thuis raken, de mix van ingrediënten daarheen, is persoonlijk en subtiel.



vrijdag 2 oktober 2026

800 jaar Franciscus van Assisi


 Morgen en overmorgen zijn het Franciscus van Assisi-dagen; 3 Oktober wordt er elk jaar in de avond zijn Transitus gevierd; dat hij sterft en een overgang (transitus, dus) maakt naar een ‘ander leven’; de volgende dag is het dan feest en ook nog eens Werelddierendag dat aan hem gelinieerd is. De verhalen gaan: hij praatte met de vogeltjes, zocht vriendschap met een wolf, raapte een worm op en bracht het weer naar de aarde…enzovoort. Hij is zeer natuurminnend, getuige zijn Zonnelied, maar net las ik dat daar geen  enkel dier in voorkomt, dat heb ik mij nooit gerealiseerd. Hij brengt een ode aan zon, maan sterren, de wind en de lucht, het water en vuur, de aarde die ons voedt  en bloemen en vruchten voorbrengt, en tenslotte ook aan de dood.


Járen en jarenlang vierde ik het van harte mee, ik heb ook een transitusviering mee vormgegeven, wanneer ik in mijn eigen blog Franciscus van Assisi opvraag, komen er twintig blogjes tevoorschijn, vanaf 2011. In leesgroepen lazen we de geschriften van Franciscus zoals zijn Testament, Psalmen, de Regel én de Fioretti, zijn bloempjes, wat ook in de naam van mijn blog verwerkt is. Kleine kleurrijke verhaaltjes uit de 14e eeuw, waar Franciscus een hoofdrol in speelt, ze horen bij de legendevorming.


Dit jaar ís speciaal want een jubileumjaar, het is 800 jaar geleden dat hij gestorven is. Dus de kranten besteedden aandacht aan hem. Vast staat dat hij het christendom mede vorm heeft gegeven, met als focus zijn aandacht voor de armen, kwetsbaarheid en nederigheid: hij wilde zelf geen priester worden en verbood dit ook aan zijn broeders. Leuk om te lezen dat al in de 14 eeuw een stad zich pas volwaardig een stad noemde, als er ook een Franciscaanse kloostertje gesticht was. Zélf heb ik iets daarvan geïnternaliseerd; ik herinner me mijn verrukking toen geheel toevallig in New York, in het eerste jaar dat ik er was, ik tegen het franciscaanse klooster aanliep, ze staan altijd in een armere wijk, en ik ruik nestgeur omdat er plantenbakken zijn, het er ietwat slordig is en de deur open is, zodat je rond kunt lopen; ja, ja dit klopt! gaat er dan door mij heen.


In mijn mail de uitnodiging en aansporing van de Franciscaanse Beweging, waar ik lid van ben,  om ergens in het land mee te gaan doen. Ik ga dit niet doen. Misschien komt het door de zin: ‘Vier het Franciscusfeest met ons mee’ Uuuh? Bevreemding. Er is dus een ‘ons’, hoorde ik daar vroeger dan bij, omdat ik verbonden was aan kloosters? … En nu mag ik mee vieren? Ik dacht dat het een feestje was van iedereen, zonder een eigenaar.


Enfin. Ik eer de vruchten in mijn stadstuintje en het bloempje dat tussen de takken van de appelboom naar de zon reikt, dat is genoeg.



donderdag 1 oktober 2026

Paulien Cornelisse


Er ging ook een schokje door mij heen, toen ik het bericht las. Wat is kanker toch een verschrikkelijke, vreselijke rotziekte. Het vreet en vernietigt. Al wéét je dat iemand ziek is, zelfs als je al weet dat het terminaal is, je blijft als een gek voorwaarts gaan, met hoop: Misschien, stél…met name als degene zo vitaal is en verder midden in het leven staat;  tot op het laatst gretig, vol levenslust.


Ik kende haar wel al vanuit haar boekjes, maar ze kwam pas écht binnen toen ik haar op Oerol in 2016 zag, met haar man Chris Bajema op Westerkeyn waar ze samen een talkshow deden, dagelijks. De chemie van beide was aanstekelijk, zó gevat en origineel en ze verzonnen samen in hun vakantiehuisje dagelijks nieuwe jingles en kleine soundtracks voor hun gasten.  Jaloersmakend, zo’n liefdesrelatie en ze vertelden dan tussen alles door dat ze ook nog een baby hadden, hoe ze met luiers goochelden en voedselhapjes en die baby was nu dus in het huisje met de grootouders. 
Chris Bajema bleek een podcast ,De Man met de Microfoon, te hebben, die ik ook heel af en toe ging volgen, en helemaal regelmatig toen ze naar Sheffield verhuisden, waar Paulien een gastdocentschap van een jaar had over de Nederlandse taal.
Ik volgde hoe ze een huis zochten en inrichten, de buurt verkenden, over de leerlingen van Paulien en hun zoon Wiek was ook een vast onderdeel met : Het Weetje van Wiek, een heel welbespraakt jongetje; dat kan ook bijna niet anders, met zulke ouders.
Paulien was relatief bekender dan Chris en in hun interactie maakten ze daar ook gebruik van. Ik kwam dit tegen, in de lijn van Creatief met Kurk


En toen kwam in Sheffield dat eerste bericht dat ze kanker had. Van dichtbij maakte ik dus hun verslagenheid en angst mee, de verlamming even helemaal niks te kunnen, maar ze besloten alras tóch weer dingen op te pakken; dat wanneer je weer iets gewoons doet en iets dagelijks, in dat moment de kanker ook niet bestond. En het dagelijkse ding voor Paulien, was dus de taal. 
Dan besef je hoé groot het ding Taal is, dat taal en de wijze waarop we het gebruiken zóveel zegt over wat we doen en beleven, wie we zijn; taal is ook altijd handelen. Haar invloed reikt daarom vér, zóveel mensen zijn aangeraakt door haar ziens-en belevingswijze.
Hun zoontje is nu dus ongeveer tien jaar…Wat zou mama hiervan zeggen?… Ik krijg er hartkloppingen van, wanneer ik me voorstel wat hij door moet maken. Een leeg heelal. Dit is immens.

dinsdag 29 september 2026

Jachtinstinct en ruststand


Joep de kat had gisteren de dag van zijn leven; heerlijk zonnen op de een na laatste nazomerdag van het jaar.


In de ochtend had hij een rat gevangen. Oei, wat een zwaar en groot beest, ik pakte deze bij de dikke staart en slingerde het ver weg in de scharrelweide van de kippen. 
Roodborstje was ook uitgebreid aanwezig.


Laat op de middag kwam hij met een muisje aan; nog volop in jagerstand, hij wilde deze eerst niet weggeven.


Ik las ondertussen dit boek; een echte Murdoch, zij is zó goed in het je meelaten kruipen in de innerlijke beweegredenen van haar personages, al lezend denk ik dan, o, dat herken ik, niét de beschreven situatie, maar wel wat er allemaal door je heen kan gaan; het onzichtbare leven. En Murdoch mijmert ook filosofisch, waar personages wereldbeelden vertegenwoordigen; van de rationele materialist, tot een christelijke gelovige, de wetenschapper,  of iemand die welgevallig een beetje rondzwerft in ‘New-age’ en sprookjesachtige werelden. De eenhoorn in het boek, is een vrouw die opgesloten lijkt in een kasteelachtig  landhuis, ze heeft ooit een moord gepleegd, of niet? Het hoofdpersonage komt er, denkend dat ze gouvernante zal zijn van een aantal kinderen, maar die zijn er niet, ze wordt gezelschapsdame, of wellicht eerder, een van de nieuwe cipiers.
Alle personages zijn elk op een eigen wijze ook op jacht én ze zoeken verlossing en rust; je plekje onder de zon.
 ‘De eenhoorn’ is een ongrijpbaar magisch wezen, maar is ook een symbool voor Christus meldt iemand in het boek en het is Hannah, de vrouw die al zeven jaar het terrein niet heeft verlaten. Als lezer kun je dan wel voorvoelen dat er nog heftige dingen zullen gebeuren, en dat is zo.
Een perfect boek voor een nazomerdag in de zon.



 

Niét The Fate of Ophelia


Ik miste de reuzenzonnebloemen in de moestuin van de boerderie; die bleken allemaal verhuisd naar de Garten, bij de oude stadswal van Kranenburg, voelen ze zich daar misschien méér thuis? De sfeer aldaar is er meer eentje van mijmering, nu.


Er zijn dezelfde tomaten, en pompoenen en kolen, maar meer als deel van een tuin die de gevarieerde bloei en verandering viert, hier ook veel rabarber (het blijkt snijbiet te zijn), verdwenen uit de moestuin, de bijenkast is ook weg.


De bloementuin naast het huis staat vol Oost Indische kers, een volle appelboom erachter, de dahlia geeft na een week een nieuwe bloem, er komen weer sperzieboontjes uit de laatste bloemetjes.


Pompoenen worden oranje aan de dikke stengels, zonder dragende grond, er is een aardig brutaal roodborstje dat je zomaar kan aankijken, de vogels doen zich met name in de vroege ochtend tegoed aan het gestrooide worm en havervlokken(?) mengsel in het vogelhuisje, de laatste avondzon piept door het gevlochten wilgenstenen scherm. Het is heel fraai en ik geniet ervan… maar er zit een stemmetje dat zegt: ik ben een gast hier en in New York ben ik thuis. Ik verwonder mij over de krachten van zo’n irrationeel gevoel.


Nee, ik ben niet zoals Ophelia, drijvend tussen de bloemen, bijna vergaan hier, ik ben meer de vrouw die opstaat en dan verandert van vorm en gedaanten wanneer zij doordanst; zoals Taylor Swift dat doet; de video heeft de belangrijkste wereldprijs in de muziekwereld gewonnen, ik werd er door het journaal op attent gemaakt.
Wat een fenomeen is zij, zoals ook Billie Eilish, alle muziek zelf geschreven en ook de video’s zelf geregisseerd. Billie Eilish zucht en fluister direct vanuit het hart, terwijl Taylor Swift ingewikkelde songteksten maakt met allerlei verwijzingen en ook in haar video’s Easter Egs plaatst; verhulde aanwijzingen die haar fans kunnen zoeken en begrijpen.
Dit liedje is dus een liefdesliedje voor Travis Kelce, nu haar echtgenoot, gehuwd in het afgehuurde stadion van Madison Square Garden in New York, haar woonplaats, en ze zegt dat ze zonder hem anders ten onder was gegaan, zoals Ophelia. Wát een catchy liefdesverklaring! Zij opent nu deuren, danst door tijdlagen heen, heeft gedaanteverwisselingen en dat is de soort van energie die er ook is in New York.


zaterdag 26 september 2026

Tegen Netanyanu

Als ik gisteren in New York was geweest dan had ik meegelopen in de grote, grote demonstratie tegen Netanyanu, die op bezoek was bij de vergadering van de Verenigde Naties. Down Town en midden Manhattan vol mensen van alle richtingen; jong en oud, Palestijnen, orthodoxe Joden en vrijzinnigen, zoveel culturen en nationaliteiten aanwezig. Ervoor of erna, of tijdens, wellicht kijken in Bryant Park bij het jaarlijkse Lijndans-event, wie weet ook even kijken waar de Dolly Partondag geïnitieerd werd, voortaan op 25 September, s’avonds naar de Brooklyn Bridge, die voor het eerst als groot scherm gebruikt werd voor een natuurfilm over Hudson Canyon; onder water is er een groot canyon gebied. 

Tevoren was er een heel mooie zonsondergang als voorbode van de storm die er dit weekend raast…Dus vandaag had ik alleen maar binnen gezeten. Het blijft wél aanvoelen dat in New York delen van mezelf meer tot haar recht komen en gelééfd kunnen worden, dan in Nederland; een constatering die ik ook wel lastig vind, het geeft mij nu ook een beetje ontheemd gevoel.

Door het boek dat ik daarvoor in de plaats, gisteren las op deze toplocatie, een tip van W die het leest met haar non-fictie boekenclub in Nieuw Zeeland, ben ik mij nog bewuster geworden, dat de context waarin je bent, ook helemaal mee bepaalt wie jij zelf bent en kan zijn.Wat New York zo uitzonderlijk maakt, is dat je op één dag tegelijk meerdere mensen kunt zijn en dat er gezamenlijkheid en verbondenheid kan zijn tussen vreemden, doordat je al DOENDE hetzelfde doet en meemaakt. Iedereen ziet die prachtige luchten boven de stad, je loopt mee tegen Netanyanu en zijn beleid terwijl je tegelijkertijd met anderen bent die een geheel andersoortig leven hebben; er is geen hardcore die demonstreert: zoveel soorten mensen die vanuit de hele wereld in New York zijn gaan wonen, zien een oorlogsmisdadiger en genocide.

donderdag 24 september 2026

W. in Nijmegen


Het is iets van een volmaakt soort moment, dat daardoor ook een soort van weemoed geeft, omdat het voorbij zal gaan; het besef dat ik kan fietsen naar Nijmegen, om daar een oude vriendin te ontmoeten en dat die dag en avond nog voor je ligt.


Ik was te vroeg en ging liggen op een bankje in de zon; toerist in eigen stad.


En daar is ze dan, en dan maak je weer foto’s van elkaar.


Het gezicht van Nijmegen; hier heb je met elkaar een deel van je leven gedeeld… en toen kwamen er 35 jaar waar je nooit daadwerkelijk meer aanwezig was; fysieke afstand, maar de oude band blijft.


Je weet wat je heel vaak gedaan had, op een vrije dag, wanneer je in dezelfde stad woont;  biertje drinken, bitterballen eten, en daarna uit eten.
En dat was het dan weer; en nu weet je niet of je dat ooit weer kunt herhalen…


W. zette dit nummer op, de laatste keer in haar kamer; we zaten in haar blauwe Loyd Loom stoeltjes, die ik nu nog steeds in mijn huis heb staan; de volgende dag zou ze alles opbreken om daarna een jaar naar Nieuw Zeeland te vertrekken, waarnaar ze uiteindelijk ging emigreren.

PS

Haar foto’s. En eentje toen ik nog véél jonger was, bij een eerder bezoek. Ik herkende mezelf amper.

woensdag 23 september 2026

Laten… Zoals het komt.


 Het hing kennelijk in de lucht, want s’avonds zat hij bij Eva; Nicolaas Veul die de vijfdelige documentaire Zoals het komt; 100 dagen in de gehandicaptenzorg maakte, die ik overdag als geheel bekeken had. Er was al veel voorpublicatie geweest en ik vond dat ik het moest gaan zien, maar hikte ertegenaan. Ik vermoedde veel onmacht te zullen zien.
Er kwam een herinnering van heel lang geleden terug. Tijdens mijn kandidaatsexamen theologie vroeg een van de drie van de examencommissie: jouw theorie en voorstel om voortaan te spreken over : ‘We beheren elkaar’, als vervanging voor de christelijke oproep ‘Heb je naasten lief’ is mooi, je wilt daarmee gelijkwaardigheid garanderen, maar geldt dit ook voor geestelijke gehandicapten? 
We beheren elkaar doe je door samen een zaak te beheren en daardoor kan niemand zich superieur voelen, macht uitoefenen, neerbuigend zijn…maar hoe kan dat bij mensen die niet wilsbekwaam zijn?
Ik antwoordde iets van dat de geestelijke gehandicapte is, wie deze is, en zo ook meebeheert, ook al is dit niet zelfsturend en bewust. Ik zie nog de glimlach voor mij van degene die de vraag stelde, het werd Cum Laude.


Maar nu vroeg ik mij af, of mijn eigen antwoord wel houdbaar was. Misschien kon ik dat alleen maar zeggen in de overmoed van de jeugd, terwijl de praktijk misschien véél weerbarstiger is…Ik wist al dat Nicolaas de 100 dagen niet had volbracht.
Hij is een geweldige verhalenverteller en de woorden die hij vindt en de beeldmontage, zoals blaadjes in de wind, stukjes papier die aan een draadje hangen én de wijze waarop je hem met zijn grote gevoelige ogen ziet functioneren en hij probeert om contact te maken; het is af en toe hartverscheurend en het komt binnen.
En ja: het vraagt een totale omkering van de ‘normale’ wijze van kijken en beoordelen: Je kunt het leven niet controleren en maken, taal is niks meer waard, hoe kwetsbaarder je bent, hoe meer je moet loslaten…
Je ziet Eline die opgesloten zit in zichzelf en alleen af en toe verschijnt, Tobias die door verkeerde medicatie geheel apatisch lijkt te zijn geworden, terwijl hij vroeger een blije jongen was, je ziet een man die achter een heel dikke deur leeft; hij heeft een heel vriendelijk en toegankelijk gezicht, maar hij kan zomaar  een geweldsuitbarsting krijgen…Allen worden met de herfst onrustiger en dan zijn er dus meer conflicten waar de verzorgers met twee mens tegelijk iemand in toom moeten houden, de begeleiders staan voortdurend in spagaat tussen nabijheid en warme zorg willen geven én alert zijn; er zijn grote volwassen mannen met het brein van een tweejarige.
De ouders zijn ook een lange weg gegaan, die voortduurt: al dertig jaar hetzelfde kinderverhaaltje voorlezen, die voor je zoon telkens nieuw is. Indrukwekkend is een vader die zegt het trotst te zijn op déze zoon naast de andere kinderen, omdat hij uithoudingsvermogen ziet en kracht: zijn zoon rijdt in de scène paard, terwijl je van te voren ziet dat hij zijn eigen gezicht bekrast heeft, zelfmutilatie om spanning te reguleren… 


Heel erg de moeite waard, ik ben blij tóch doorgezet te hebben. Soms kun je bevangen raken door het schaduwleven en dan zie ik alleen een mensheid die er een potje van maakt, er is zoveel onmacht en onvermogen op alle fronten…
Als je dan de weg kunt afleggen van die vader die trots kan zijn, dan zie je dat vader en zoon wel degelijk samen een zaak beheren: de zaak om het leven te laten… Zoals het komt.

Twee sporen


Wakker worden; het uitzicht; het licht dat streelt.


 Géén concreet jungle meer van New York


Geen hondjes meer op sokken en zonnebrilletjes op, wel Mila de hond, op zoek naar Joep de kat, die helemaal aan de andere kant van de tuin is. Al die vormen en kleuren van bloem en blad, uitbundig aanwezig.


Hoe een kat zich werkelijk in allerlei bochten kan wringen, zó’n sensitief kattenlijfje, reagerend op elke aanraking.

Maar ik mis de energie van New York ook; ik weet exact waar ik zou zijn geweest, in September.




dinsdag 22 september 2026

Amrita Sher-Gil; India nabij


Ineens weet ik het, wat mij in verwarring heeft gebracht, na mijn bezoek in Assen aan een tentoonstelling die nu wordt afgebroken, omtrent de ‘Indiase’; al voordat ik naar New York vertrok dacht ik hier naar toe te willen, want ze zou de belangrijkste moderne avant-garde schilder van India zijn. ‘  I can only paint in India. Europa belongs to Picasso, Matisse and Braque, India belongs only to me’ heeft ze zelf gezegd en dat schept nogal wat verwachtingen. 
Die ze voor mij nergens waarmaakt, en nu denk ik: Ze stierf op 28 jarige leeftijd, het lijkt mij een uitspraak die behoort bij de overmoed van de jeugd, wanneer je maar net uit je adolescentie bent.


Ze kan wél schilderen, zie ik in dit naakt, haar aanstaande schoonzus, en het heldere oog dat je rechtstreeks aankijkt getuigt van een feministische blik; deze vrouw is geen passief object van de male gaze. Ook haar eigen houding straalt zelfbewustzijn uit. 
Ze komt uit een zeer geprivilegieerde en rijke Indiase familie en is in Hongarije geboren, leeft in o.a. Parijs een bohemien leven en ontdekt later pas India door daarnaartoe te reizen. Het resultaat is, dat ze alleen nog India wil gaan schilderen. Wat levert dat op?


Ze verandert van stijl, met een westerse blik zou je kunnen denken dat het naïeve schilderkunst wordt, zelf verwijst ze naar de grotschilderingen van Ajanta, het kleurgebruik aldaar.


Ik heb deze ook bezocht, en inderdaad, de groene en oranje tinten en ook de wijze van afbeelden van personen komt overeen. Wég is de individualistische blik van de afgebeelden, personen mengen zich ineen.Voor het schilderij van drie meisjes wint ze prestigieuze prijzen; ik vind het wel aardig, maar niet heel bijzonder.


Na een bezoek aan Mahabalipuram, waar ik zelf bijna twee maanden vastzat en bijna dagelijks langs het universum van dieren en mensen liep, uitgehakt uit de rotsen, met levensgrote olifanten, gaat zij ook olifanten schilderen. Het resultaat is voor mij, bijna één op één een replica en heeft niks van het imposante van het origineel, het is bijna amateuristisch…


Met deze uitspraak van haar, die ik in een boek las, dat bij de tentoonstelling is uitgegeven en verder uitverkocht was, vind ik wel een ingang om haar werk alsnog te waarderen.


De intensiteit van het groen en oranje-rood  kleurgebruik, de onderwerpen; een vrouw uit een rijk milieu die passief ligt en haar eigen kwaliteiten niet kan ontwikkelen, een bruid die wacht wat er komen gaat, twee bedelaressen; ze laten iets zien van de Indiase samenleving; ik heb er zelf ook meerdere bruiloftstoeten gevolgd en dacht dan naar gedwongen huwelijken te kijken, omdat het bruidspaar met lege ogen deelnam.
Ik herken de attributen van de bedelaressn, maar juist niét de lege blik…mensen in India, wie dan ook, hebben meestal een heldere gelaatsuitdrukking, ze kijken je aan, zoals die naakte vrouw uit haar vroegere werk. Maar als je haar stijl abstraheert en het koppelt aan de grotschilderingen van Ajanta, dan komt er door je eigen oogharen wel emotie door.


Wat ze ook treffend aanwezig maakt, is de wijze waarop men in India geheel anders omgaat met de haptische ruimte. Mensen zitten als vanzelf graag dicht bij elkaar, lichamen die elkaar bijna raken.
Dan worden de details ook de moeite waard:


De voet van een ander vlakbij een met henna beschilderde hand.


De blik van kinderen naar elkaar.


De arm en voetbanden met belletjes die ik er veel zag en de wijze waarop handen samenwerken.


Dit zou haar meest abstracte, en tevens laatste, schilderij zijn uit 1941, waar ze de grenzen van ruimte en vorm opzoekt, vlak daarna overlijdt ze.


Ja, er zit wel een mooi stukje in, maar het commentaar van het Drents Museum vind ik toch ook hogere inlegkunde: Vlak voordat ze plotseling overlijdt, lijkt Sher-Gil een nieuwe beeldtaal te hebben gevonden die modern én echt Indiaas is.
Ik moet denken aan de recente problemen van het Drents Museum: eerst die kunstroof waar die gouden helm en drie armbanden gestolen werden en daarna werd de nieuwe directeur op non-actief gezet wegens intimiderend en grensoverschrijdend gedrag. Is er daardoorheen iets van de geest van zelfoverschatting geslopen in de wijze waarop deze tentoonstelling is gecureerd, zo van: kijk ons nou een nieuwe Nederlandse primeur hebben met het binnenslepen van deze kunstenaar? …Maar misschien doe ik zelf nu aan hogere inlegkunde.

PS

Dit schilderij uit haar studietijd in Parijs viel mij meteen op. Een androgyne vrouw; zij deelden met elkaar een atelier. Er was veel ruimte om te experimenteren met gender en relaties en er gingen geruchten dat zij een erotische relatie hadden. In een brief aan haar moeder zegt ze, dit niet met haar te kunnen omdat ze zo raadselachtig is. Hier ook al die groen en rood/oranje tinten; die felrode mond!