donderdag 31 december 2015

Oudejaarsdag 2015

Zal ik nu nog wel naar de Albert Heijn lopen of niet? Open tot 19.00 en 124 meter hier vandaan, aldus het internet. Ik ben zo'n gewoontedier en wilde dat dit jaar eens doorbreken. Dus ik kocht vanochtend wel de ingrediënten voor een eenvoudige bowl, vruchtjes en kersen op sap, een appel en gooide dat in een pan, alvorens ik de stad inging. Maar ik kocht niet de ingrediënten van het zalmslaatje. En dit zijn de beide dingen die ik ALTIJD eet op Oudejaarsavond.

Zolang als ik me kan herinneren is dat zo. Het is dus een gewoonte die ik uit mijn jeugd heb meegenomen. Het zalmslaatje was een vleessalade en dan waren er natuurlijk oliebollen. Vroeger stond het beslag daarvan 's middags te rijzen op de verwarming of kachel en  rook het naar gist en daarna naar poedersuiker en olie. Ook daar heb ik er altijd een schaaltje van, zo ook dit jaar. Maar geen zalmslaatje. Doe het eens anders, dacht ik dit jaar. Bovendien had ik nog dagen na de Kerst-Inn in het Wijkcentrum salade gegeten van de overblijfselen.

Maar ik zit net bij een kaarsje en zie het voor het laatst van dit jaar schemeren en donker worden, en plotsklaps komt de smaak van mijn eigen bereid slaatje, altijd versierd met verse mandarijnen-schijfjes  als bloemblaadjes in het midden bovenop en als gekartelde rand  in boogjes rondom, me helemaal in de mond.... mmm... Maar ik geloof dat ik me schrap moet zetten en het niet ga doen: volgens de traditie is dit ook niet meer het moment om boodschappen te doen en dat hele slaatje nog te bereiden. Het zal dan ook zeker minder smaken dan anders, omdat de smaak van de ingrediënten niet meer bij elkaar naar binnen kunnen trekken, zoals bij de bowl.

Oudejaarsdag wordt bij mij toch meestal net een andersoortige dag als anders, alhoewel ik in mijn hoofd denk dat het niet zo zal zijn en dat naarmate je ouder wordt het speciale ervan afgaat. Maar zonder nadenken groeit deze dag toch naar het je zeer bewust zijn van de tijd naarmate de dag vordert. En dan komt het besef dat het aan de andere kant van de wereld, waar ik ook eens was met Oud en Nieuw (nee, toen geen oliebollen en slaatjes en bowl) al Nieuwjaar is en de hele wereld, ronddraaiend, dat bolletje in het heelal, het uur na uur aan het verwelkomen is.

Vanochtend stak ik eerst wierook aan in de Chinese Tempel hier vlakbij. De Boeddha met zijn vele, vele armen, met allerlei symbolische voorwerpen in de handen,zittend op de grote lotus, de bloem die wortelt in de modder en daarvandaan groeit. Geluiden van mensen vlak achter me, ook van een vrouwelijke monnik, misschien de abdis, bij het winkeltje in de tempel. Helemaal niet storend; misschien zit het in mijn genen om door de drukte heen toch ook de stilte te ervaren en het geheim daarvan, dat zich in vele vormen aan de wereld heeft getoond.

Want ik liep daarna verder en kwam bij de Nicolaas-basiliek, waar de eucharistie voltrokken werd. Ik sloot me erbij aan, bad het Onze Vader, gaf de vredesgroet, altijd zo'n mooi gebaar met wildvreemden. En daarna was er nog een kwartier een stille aanbidding voor het monstrans dat op het altaar werd gezet. De kerk was redelijk gevuld en een moment was het werkelijk helemaal stil. Dan gebeurd er iets, ik weet niet wat. Net zoals in de Chinese Tempel wordt de ruimte om me heen even liefdevol en teer.

woensdag 30 december 2015

Muziek in de Hermitage

Dit zou veel vaker zo moeten gebeuren: muziek bij een tentoonstelling. Zodat je ter plekke mooie dingen ziet, geen geroezemoes van mensen om je heen meer hoort en dat de muziek alles intensiveert en je  een heel eigen werkelijkheid erbij geeft die verhevigt en je lyrisch maakt. Dit was zo in de Hermitage bij de tentoonstelling over Spaanse Meesters die ik vanmiddag bezocht heb en hoor!, de muziek was niet te koop maar is wel te beluisteren op soundcloud: von-rosenthal (een DJ kennelijk), Soundtrack Spanish Masters for Hermitage Museum. Dus nu, al typend, hoor ik de muziek weer.

Er hing niet eens het allerbeste of mooiste werk van Spaanse Meesters, zoals El Greco, Zurbaran, Ribera, Murillo, Fortuny, Goya, Picasso. Er kwamen vele letterlijk grootse werken van hen voor mijn geestesoog die ik in de musea in Cordoba en Sevilla heb gezien. Maar het perspectief waarmee gekeken werd, de wijze waarop je door de tentoonstelling geleid wordt met heel goede begeleidende teksten, die je steeds lieten kijken door de ogen van de afgebeelden, gecombineerd met die muziek: het maakte je ervaring wijds en ruim.

Dan hoor je een madrigaal en kijk je ondertussen naar een schilderij van de binnenkant van een kathedraal, het licht dat over de beeldengroepen valt tot in de verre gewelven van het warme glas-in-lood licht in Gotische ramen. Of je ziet een kleine schildering van Franciscus van Assisi van Zurbaran, die Franciscus heel vaak heeft afgebeeld en hoor je de muziek verlangend, geconcentreerd, wervelend en toch ook besloten en dan kom je heel dichtbij een soort gevoelen dat Franciscus misschien zou hebben kunnen ervaren, staande in zijn bruine pij met een schedel in zijn hand.

Er wordt geen reclame gemaakt voor het Stierenvechten, maar door flarden uit een documentaire van een Torero en kleine jongens die de kunst van het bewegen met de lap leren en de vergelijking van de stier met de minotaurus in het labyrint van Kreta, zie je wel ineens dat dit een deel van de Spaanse cultuur is. Fel als de flamenco, en ook devoot en emotioneel  en veel lichamelijker in het beleven van het geloof dan in West-Europa

Een heerlijke tentoonstelling waar ik de tijd helemaal vergat en met de muziek in mijn oren sommige dingen wel tot drie keer toe liet afspelen. Zo maak je een eigen reis... die op dit moment, in dit hier-en-nu,  wel een heel onverwachte kant op gaat: ik krijg de muziek niet meer uit op Soundcloud: er komt nu heel harde moderne stampmuziek uit de laptop: help!

dinsdag 29 december 2015

Spoorloos en techniek

Het is altijd een verrassing hoe ik het huis van Broertje in Amsterdam zal aantreffen. Hij had me gewaarschuwd voor troep, dus ik had me al ingesteld om de eerste uren er al schoonmakend door te brengen. Maar het was spic en span schoon. Ik vermoed dat hij het heeft laten schoonmaken. Zo zou dat bij mij werken: dat je de rommel pas ziet door de ogen van anderen. Want ik had gereageerd met: O, dat is niet erg... een keer eerder was het ook een rommeltje, maar nu ben ik erop voorbereid en toen niet, weet ik nog. O, echt? antwoordde hij.

Maar de grootste verassing zit 'm in het gegeven of en hoe ik kan omgaan met al de Techniek in zijn huis, die hij elke keer weer vervolmaakt. In zijn ogen. Nu zei hij dat er een afstandsbediening voor de verlichting in het halletje lag. Daarover deed ik nonchalant, want die kende ik al. Dacht ik. Maar nu liggen er gekleurde platte plaatjes, iets groter dan een pinpas en ik krijg het niet aan het werk Dus nu doe ik ouderwets de lampen aan en uit met de druk en draaiknoppen in de hoeken van de kamers.

Dat doet het nu tenminste. Er is een keer geweest dat ik voornamelijk in het donker zat, omdat dit toen niet lukte. Gelukkig was het toen zomer. Want ook van de verwarming snapte ik niks en van de  tv. In feite zat ik toen zonder elektriek. Dat was  'kamperen in het huis van Broer' en dat is de keer dat er ontstaan is, dat het hier ook als een kluis aanvoelde: zicht op het water en de boten die voorbij varen, in stilte blijven, met een enkel boek, staren in het grote aquarium.

Maar nu doet alles het! De tv, het internet en hij heeft een laptop voor me neergezet met een eigen icoontje van een roos. Aangezien ik dat thuis allemaal niet heb, laat ik nu mijn verblijf hier, daardoor bewust kleuren. Het is de tijd op de tv van de jaaroverzichten en de terugblikken ; dus wel een aparte tijd om tv te kijken. En ik zoek oude programma's op, zoals Spoorloos dat zijn 25-jarig bestaan viert.

Spoorloos is het programma dat altijd in het Wijkcentrum wordt nabesproken tijdens het kaarten en dat zijn fijne gesprekken om aan te horen en ook nog eens wat over te vragen. Fijner dan al die negativiteit over de vluchtelingen, die ik overigens wel begrijp omdat de kwetsbaren in de samenleving veranderingen het directst op hun huid voelen. Ze hebben vaak een dikke huid ontwikkeld, maar die is vaak beurs door eerder getrek en geduw op allerlei fronten.

De verhalen van Spoorloos zijn allemaal echt, ze overspannen de continenten, ze gaan over allerlei landen en steden en dorpen en hutjes in de rimboe en de bergen, ze gaan over arm en rijk. Ze verenigen en herenigen. De levens van vele mensen verschijnen versneld en gestold in een reportage. Hoe armoede dwong om kinderen af te staan, hoe geliefden vertrekken en de ander met een kind achterlaten, hoe een vakantieliefde voor een onbekende vader zorgt.

Hoe een donorkind op zoek gaat naar zijn 'halfjes': twee halfzusjes vindt hij snel, en met zijn drieën willen ze op zoek naar de anderen en er melden zich na de uitzending in Nederland al meer dan 50, waarbij  DNA onderzoek nog moet vast stellen of het klopt. De prognose is, dat het er wel 200 kunnen zijn. Zit je rustig voor de tv en dan zie je een soort van evenbeelden en pas dan kom je erachter dat je via kunstmatige inseminatie op de wereld bent gekomen.Tien jaar geleden of zo vond ik dit zelf een soort van sci-fi  en stelde ik me al voor dat je verliefd zou kunnen worden op iemand, dat je verwonderd bent over zoveel verwantschap en dat die ander dan een halfbroer of halfzus blijkt te zijn.

Al die mogelijkheden van de techniek! Het meest opvallend vind ik dat de menselijke geest zo flexibel is als wat. De drie halfjes van elkaar zeggen nu luchtigjes, na de bekendmaking van wellicht de eerste 54, dat ze nu dus dan een veel grotere zaal moeten zoeken en dat het niet mogelijk zal zijn om met alle 200 vrienden of bekenden te worden. In de nabije toekomst komt er bij Spoorloos dus een reportage van een bijeenkomst van al die halfjes.

Hoe zou ik zelf reageren op zo'n bericht? Waarschijnlijk zou ik met al die 200 halfjes toch wel een dieptegesprek willen hebben, op zoek naar herkenning en gedreven door nieuwsgierigheid over de wijze waarop genenmateriaal zich verspreid. Of toch niet? Misschien zou ik wel heel laconiek zijn, zoals de toestand van het huis van Broertje. 

Techniek maakt van alles en niks tegelijk mogelijk. Je hebt dan wel meer levend bewijs om je heen, dat alle mensen verbonden zijn met elkaar. Maar dan komt daarna waarschijnlijk toch de nuchtere vaststelling dat er van jou maar eentje op de wereld is.

maandag 28 december 2015

Voorbij de Sionsabdij

Ik heb nog een stukje van het leistenen dak ergens verwerkt in mijn kerststal; van de Sionsabdij in Diepenveen die nu door de monniken verlaten is. Ze beginnen met zijn vieren een klooster op Schiermonnikoog. Liefst kluizen, zoals woonwagens, gebouwd rondom een kapel, midden in de duinen, iets hoger, zodat je  over alles heen kunt kijken. Dit  was gisterenavond te zien op tv.

Ineens zie ik abt A. weer, die in een paar jaar tijd wel wat ouder is geworden; de vitaliteit van de nog jongere man, zoals ik hem heb leren kennen is er al vanaf. Ik kwam er maandelijks, we lazen o.a.de woestijnvader Cassianus en gedurende die tijd heb ik het gastenverblijf zien veranderen van bruin en oubollig naar modern en kleurig en dus ook  gezien hoe het hele leistenen dak van de abdij vernieuwd werd.

Abt A. was  toen voortvarend en optimistisch over de toekomst van Sion: er was een cirkel van meelevenden om hen heen die ook een eigen ruimte kregen, er was een soort van nieuwsblad dat, geloof ik, maandelijks verscheen en er waren wat jongere mannen die roeping leken te hebben. Maar allengs werd hij ook somberder: het kan toch niet de bedoeling zijn dat hij  zich voortdurend moest bezig houden met het onderhoud van het gebouw? Hij was graag in Noorwegen waar een aantal monniken in zeer eenvoudige onderkomens in de bossen woonden.Nu lijkt dit ideaal gerealiseerd te worden op Schier. Het eiland dat naar de monniken vernoemd is.

Ik vond het nogal wat, die berichten: dat alles onttakeld werd. Geen begeleiding meer voor de cirkel rondom Sion, hij trok zich terug uit de leesgroep.  Iets erin roept ook iets op van: iedereen zoekt het maar zelf uit, ik wil er alleen voor God zijn; aju paraplu. Maar de allergie daarvoor heeft ook met mezelf te maken.

Dit afgelopen seizoen waren er bij de medtiatie-avonden bij de Clarissen voor het eerst minder mensen. Zuster R. zei in de wandelgang: misschien moeten we maar eens een seizoen overslaan. En helemaal onverwachts voor mezelf, begon ik daar steeds meer voor te voelen. Misschien was het ook wel goed als het helemaal stopte, voor alles is er een tijd, nietwaar? Dus ik stelde voor om te temperaturen bij de vaste kring bezoekers. En tja, daar kwam uit dat iedereen toch wel heel graag zou willen dat we doorgaan.

Daar sta je dan. Want bij mezelf groeide steeds meer het verlangen om het los te laten. Ik ben steeds meer een mens geworden van de stilte, wil eigenlijk niks meer zeggen en wil ook geen product afleveren: tweemaandelijks een brokje rust en bezinning. Dit is waar abt A. ook voor stond: waarvoor ben je monnik geworden? Toch niet om te faciliteren voor anderen?

Ik begrijp zijn verlangen goed. Sterker nog: stel dat er zoiets op Terschelling zou kunnen ontstaan, de plek die ik al beleef als dat ik daar in mijn tent in een kluis zit midden in de natuur, dan zou ik toch heel serieus op onderzoek gaan of zo'n monnikenleven iets voor mij zou zijn: op zo' n plek, op zo'n manier.

Maar dat is er niet. Ik vraag me tegelijk ook af of ik dit  wel echt zou willen en daarin zou kunnen geloven. Er helemaal voor God te zijn, zonder geldzorgen. Want waar komt het geld vandaan? De monniken van Diepenveen hoeven zich daar kennelijk geen zorgen over te maken. De verkoop van de Sionsabdij geeft genoeg bedding. Zeven keer in een etmaal bidden : is dat nou echt nodig om God naast je, voor je en achter je te ervaren?

Voor mij niet. Ik moet ineens weer denken aan een droom die ik ooit had. Abt A. en ik liepen door zijn klooster. We stonden in een van de grote lege ruimtes. Toen zag ik op de bodem van de vloer een afvoerputje en wist ineens dat dit ooit een zwembad was geweest, waar het water dus uit was gehaald. Het klooster was ooit een zwembad geweest, vol water. Een raadselachtige droom, die ik aan abt A. heb voorgelegd. Hij wist deze ook niet te verklaren.

Wat vol is, is leeg en wat leeg is, is vol, denk ik nu. Als je leegloopt door dagelijkse beslommeringen en vervalt in routines, dan is het goed om die achter je te laten om weer vol te kunnen stromen. Als je je laat vullen met dingen die eigenlijk niet bij je passen en je dan niet trouw bent aan je eigen roeping dan past het, om het niet te doen en het achter je te laten. Wat anderen daar ook van vinden, hoe erg je wellicht hen teleur stelt.

Het is eigenlijk, dagelijks, balanceren op een koord om je evenwicht te bewaren.Zoals  je richten naar de zon, zonder in slaap te doezelen of je te verbranden. Maar zo, dat je verwarmd word, je huid gaat tintelen en je je helemaal, van voor en achter, van links en rechts, je jezelf voelt leven.

woensdag 23 december 2015

Let your love flow

Gisteren in de bus, Let your love flow. Volgens mij was het een hit toen ik nog op de middelbare school zat. Ik werd er vrolijk van. Toen al vond ik dat van harte en nu nog steeds: Let your love fly, like a bird on a wing and let your love bind you to all living things and let your love shine and let you'll know what I mean, it is the reason...
Terug uit Düsseldorf, hoorde ik mezelf bijna hardop meezingen met dit liedje op de radio. 

Ik was naar de tentoonstelling The problem of God. Ik had wilde plannen om daarna ook nog naar een tentoonstelling van de schilder Zubaran te gaan, die zo prachtig stoffen en gewaden schildert,alsof de stilte erin hangt, maar de tijd ging om: meer dan drie uur lang heb ik alles bekeken, in een tentoonstelling waar de naam eerder voor mij 'De uitdaging van God' of iets in die trant had kunnen heten.

Omdat er een samenwerking was met de katholieke kerk van Duitsland, die de tentoonstelling tenslotte wilde confisqueren, is er erg de nadruk gaan liggen, dat geen een van de kunstenaars 'gelovig of religieus' is. Maar wat zeggen deze woorden nog, wanneer je ziet dat alle kunstenaars tenminste het religieuze erfgoed serieus nemen, als referentiepunten waar er over de grote menselijke gevoelens zoals liefde, lijden, passie, onmacht, pijn, verschrikking, verlossing enzovoort, gedacht is en verbeeldt is in zovele Bijbelse scenes?

Ik zou over bijna elke kunstenaar, sommige  kende ik al van ander werk op  de Documenta of de Biennale in Venetië,  wel een blogje kunnen schrijven, maar doe dat niet. Ik noem hier alleen maar Andrea Buttner,die speciaal voor deze tentoonstelling een zaal vulde met o.a. grote zwart-wit foto's, van ramps, dat zijn die schuine plankjes die er op trappen gelegd worden zodat rolstoelers en slecht ter benigen er makkelijk overheen kunnen schuiven.Het worden een soort abstracte ruimtes. Ze schildert stenen,die ook op brood lijken en wijzende handen. Haar inspiratiebronnen zijn Theresa van Liseux met haar beleving van de kleine wereld,en Franciscus van Assisi met zijn eenvoud  en armoede.

Mijn internettijd is bijna op. Dus terug naar het begin: Let your love flow... Zo had de tentoonstelling ook kunnen heten.
Een fijne kerstgedachte ook, zo in het begin van mijn kerstvakantie die mij straks naar het klooster voert en daarna naar Amsterdam, alwaar er misschien een computer is, maar misschien ook niet. En dan staat dit blog stil tot in het nieuwe jaar.

zaterdag 19 december 2015

Kerst bij de mussen

De mussenkolonie in mijn tuin blijkt best kieskeurig wat ze wel en niet eten. Pas gooide ik oude zonnebloempitten in hun voederbakje, maar die werden niet aangeroerd. Toch te groot zodat de musjes zich kunnen verslikken? Geen idee. Ik dacht dat die ook verwerkt werden in vetbollen.

Door die vetbollen  geïnspireerd dacht ik dus dat ze stukjes zwoerd met vet spek erop wel zouden lusten. De mussen gedroegen zich significant anders. Voor zover ik dat kan overzien. Een voor een kwamen ze kijken, vlogen dan tussen de takken van de haag en hielden beraad. Hun getjilp klonk echt van: wat vind jij?...even pauze,  en dan de volgenden:.... nou ik weet het niet... nog een keertje proeven, maar... enzovoort.Resultaat was, dat er na een dag wel wat in het zwoerd was gepikt, maar niet heel gretig. Dus de rest gooide ik in de vuilnisbak

Maar ze blijken dol op oude kerstkransjes-koekjes, afgeschreven uit het wijkcentrum, van de diverse borden die er op de tafels stonden bij de kerstbingo. Vrolijk en heel hard kwetterend daalden ze af vanaf het dak, en vlogen af en aan. Binnen no-time alles schoon op. Dus vanochtend probeerde ik het met de kapjes van het kerstbrood, de overblijfselen van de Kerst-Inn, gisteren in het wijkcentrum. Toe maar: weer helemaal raak, twee kapjes razendsnel verorberd met zijn allen. Dus dit weekend is het kerstfeest bij de mussen, want ik heb er nog veel meer.

donderdag 17 december 2015

Thuis, VN , Parijs, Lourdes

Dagelijks denk ik hoe goed ik het heb in mijn verwarmde huis, de ruimte voor mij alleen, zelf kunnen koken en kijken wat je eet, dingen doen en laten en daar de vrijheid in hebben om keuzes te maken. Ik relateer me hier dan vooral aan de vluchtelingen in het bos Heumensoord, zo dichtbij, maar levend in een totaal andere werkelijkheid.

Dus iets in me vindt dat ik niet te lang kan stilstaan bij dingen die veranderd zijn of zomaar voorbij zijn.  Bijvoorbeeld bij de opheffing van het weekblad Vrij Nederland. Ik ben al zo lang abonnee en moet dat bericht dan ergens anders lezen dan in VN zelf. Dat valt me tegen, dat ze gewoon een nummer afleveren en dit niet tot onderwerp maken van hun eigen nieuwsgaring. Juist omdat de kracht zo lang was, dat ze de vinger op zere plekken trachten te leggen, in de kleine en grote brandhaarden van de wereld.

Vrij Nederland gaat al vanaf mijn jeugd mee. Met de paplepel ingegoten, zeg maar. Zo werd ik vanzelf  'links'. Daar had ik verder geen besef van, want ik heb tot mijn 28-ste ofzo niet mogen stemmen omdat ik een Indonesische nationaliteit had. Dus ik verdiepte me er niet in wat ik was. Renate Rubinstein was er columniste, dat las ik altijd het eerste. Haar wijze van denken heeft mij zéér beïnvloed. Nou, dat blad wordt dus een maandblad, terwijl ze pas nog groots hun 75-jarig bestaan vierden. Voor mij is het blad ook achteruit gehold. Triest? Wat komt ervoor in de plaats? Zo'n materiële plek, in de vorm van een pak papier door de brievenbus vol verassingen, is dat nu voorgoed verdwenen?

En dan is daar Parijs: de stad van de liefde en het licht, dat ik in alle seizoenen wel bezocht heb en waar ik voor het eerst een hotelkamer besliep met mijn eerste vriendje. April in Paris, just chestnut-blossems... Eindeloos flaneren, de vrijheid, een klein kroegje in Montmartre... en nu? Angstig en gebarricadeerd. Niks in mij dat nu denkt dat het daar leuk is.

En dan is daar Lourdes. Ook daar het bericht dat het er stikt van de soldaten en de controleurs. Wat kan er dan overblijven van de sfeer van zachtheid die ik het sterkste punt vind van die plek, helemaal los of je nou gelooft in verschijningen van Maria aldaar en wonderen waar zieken genezen: Naast het Lourdes-water borrelde er een bron van troost. Helemaal weg nu, zomaar water kunnen putten is er niet meer bij.

'Waar moet dit heen, hoe zal dat gaan, waar komt die rotzooi toch vandaan?' Zo ging een liedje vroeger.

Insurgent: Geef me de vijf

Er is een nieuw deel van Star Wars uit, deel 7, The Force Awakens, die werelwijd jubelend is ontvangen. In a galaxy far, far away is de held nu een vrouw en het is meegeschreven en geregisseerd door J.J Abrams, al langer een favoriete verhalenverteller van mij o.a. van Fringe en Lost. Ik zal het zeker nog gaan zien, hoe de  aloude strijd tussen goed en kwaad nu weer uitgevochten wordt en  waar de goeden elkaar steeds maar toewensen: May the Force be with you.

Star Wars hoorde bij mijn generatie, alhoewel velen om mij heen het totaal gemist hebben. Bij deze generatie horen véél verhalen en daar hoort zeker ook het vervolg van Divergent bij die Insurgent heet van de young-adult schrijfster Veronica Roth. De wereld lijkt na een ramp nog weinig overlevenden  te hebben en de samenleving is nu verdeeld in vijf facties: Vriendelijkheid, Oprechtheid, Eruditie, Zelfverloochening en Onverschrokkenheid.

De factie 'Vriendelijkheid' verzorgt de landbouw, het zijn de milieubewusten en spiri-new-agers van nu, in loszittende groen-oranje-bruine kleding.  Oprechtheid: dat  zijn de wetgeleerden en de rechters, de zwart-wit denkers en zo kleden zij zich. Eruditie zijn de wetenschappers in het blauw. De Onverschrokkenen zijn  de krijgers die de samenleving tegen vijanden van buitenaf moeten beschermen, in het zwart met tatoos. De factie  Zelfverloochening lijkt nogal op kloosterlingen, in grijs-beige tinten van ruwe stof.  Eenvoud en betrokken zijn en niet in spiegels mogen kijken staan hoog in het vaandel en omdat het ze niet om zichzelf te doen is, zijn zij de bestuurders van de samenleving.

En dan zijn er heel weinig die Divergent zijn: zij passen niet  in een van de facties en ze worden als gevaar van de samenleving gezien. En dan ga ik hier gewoon de clou vertellen van Insurgent: het blijkt dat 200 jaar eerder dit experiment door de mensen van toen in gang is gezet: hopend dat er mensen zouden opstaan die Divergent zijn, afwijkend dus, want van hun hangt de toekomst van de mensheid af.

Dat lijkt me een moderne wijsheid, die iets van zelfreflectie toevoegt aan  het simpele onderscheid tussen goed en kwaad zoals in Harry Potter of Star Wars. Als we ter harte zouden kunnen nemen dat in ieder van ons een mix van alle vijf de facties tot bloei MOET komen, voor echte menselijkheid.... ach, wat zou de wereld dan mooi zijn.

woensdag 16 december 2015

Roeping

'Ik ben blij dat ik toch nog op tijd kon komen', zei abdis M lachend na de leesgroep, 'het was een rijke middag'. Ja, dat was het, zei iemand anders ook weer bij de afwas van de kopjes. Ja, ik vond dat ook. Het ging over 'Roeping', omdat Clara van Assisi haar Testament begint met woorden die ongeveer zó gaan: 'Van alle weldaden die God ons heeft gegeven is de grootste wellicht die van onze roeping. Naarmate die volmaakter en grootser is, zijn we God meer dank verschuldigd. Erken  je roeping.'

Dus ik had twee vragen. 1. Wat vind je daarvan: dat er voor Clara zo lijkt het, een gradatie is in roeping: van volmaakt en groot naar volmaakter en grootser. Meerdere antwoorden verwezen naar een ervaring van groei in jezelf: dat je iets kunt voelen groeien in jezelf, dat je daar blij om bent en dat dit groter kan worden. Ik zelf vind de link tussen dankbaarheid en je innerlijk gevoelen wel een goede: ik kan bij mezelf als het ware meten dat in de mate dat ik me dankbaar voel, ik ook intenser ervaar dat ik lééf. Zo gauw  ik me betrap op ontevredenheid, weet ik dat ik een roer moet omgooien.

Nog intenser waren de antwoorden op de 2e vraag: Wat is jouw roeping? Wat doet jou leven? En probeer daarin ook te verwoorden wat je er moeilijk aan vindt of wat de uitdaging is.

Eigenlijk zou je na elk antwoord even stil moeten zijn, schoot er gisteren dor mij heen. Want het is zo persoonlijk en kostbaar wat je hoort...

Om het in mijn blog vast te leggen, typ ik nu hier mijn eigen antwoord. Kan ik dat later, oud en de dagen zat, of eerder, nog eens nalezen: Mijn roeping is om in de verschillende contexten waarin ik ben, zo dicht mogelijk te leven bij de ervaring die mij geschonken is: Het overstromende besef van liefde die alles en allen verbindt. De uitdaging is om met  de pijn en het gebrek te leven als dit er niet is. Om door al het geluid van de wereld heen te blijven luisteren en je af te willen stemmen op elk mens die óók geroepen wordt (maar het misschien niet hoort...)

Abdis M had overigens bijna de middag gemist omdat ze geheel in beslag was genomen door het internet dat het niet deed. Ze kon niet in haar eigen mailbox meer, al typte ze haar eigen wachtwoord in. Zo word je elke dag weer geroepen op eigen- en- aardige wijzen en doe je pogingen om die roeping te verstaan.

dinsdag 15 december 2015

Stralende helderheid

Mach dich hubsch!
Blijven geloven
dat
licht en liefde
de grondverf is
waarop wij schilderen
en zichtbaar kunnen worden
in stralende helderheid

Dit waren net mijn woorden voor de ochtendmeditatie. 'Dat is echt advent', zei M. erna. Ja, dat klopt wel. Al vielen de woorden me gisteren in, bij een totaal andere context:: lopend over de overzichtstentoonstelling van Isa Genzken in het Stedelijk Museum in Amsterdam, die Mach dich hubsch! heet.

Ik was er helemaal onverwachts, omdat de tram ervoor stopte en ik besloot ter  plekke een rondgang te gaan maken.Overrompelend in de gekke, onbegrijpelijke dingen die je ziet. Rolstoelen versiert en half in elkaar geklapt met allerlei doeken, babypopjes erop, de buste van Nefertiti, zoveel maal naast elkaar met telkens andere zonnebrillen op, röntgenfoto's van Genskens eigen schedel en nek, stukken vliegtuigramen beschilderd (iedereen heeft een venster nodig, zegt ze), een muur vol ooit zelf gedragen blouses en jasjes aan simpele kleerhangertjes. Foto'tjes van Margareth Rutherford als Miss Marple op eentje ervan. Foto's van oren, geschilderde staande lampen. Etalagepoppen in groepsscenes.  Enzovoort.

Ik ga zeker nog eens kijken. Want het prikkelt en spreekt je aan op een laag die niks met rationaliteit te maken heeft, maar wel met vitaliteit en radicaliteit: tot de wortel willen komen onder de zichtbare wereld, daarbij gebruik makend van allerlei zichtbare, onzinnige dingen . Ze zegt zelf in 1994 'I always wanted to have the courage to do totally crazy, impossible and also wrong thing.'

Ik kwam van de promotie van A. waar ik ook zo moest glimlachen om de verschillende soorten van werelden die daar bij elkaar kwamen. A. in haar Dr Martin Boots, die wel door de plaatsvervangende rector magnificus werden herkend, die in het interval tussen verdediging van haar proefschrift en de 'uitslag'-muziek van David Bowie en Neil Diamond in de aula liet horen en die als doctor die aula weer uitliep tussen de zwarte toga's,  met een rocknummer, wellicht gemaakt door haar partner, waarbij ze lachend de vuisten balde.

Tijdens de lunch, in wat een soort van vrijplaats leek midden tussen de hypermoderne torenhoge  universiteitsgebouwen:  kipjes liepen buiten, slordige moestuintje eromheen, een barak-achtige gebouwtje van golfplaten en hout, een houtkachel ter verwarming, vroeg iemand me of je dat nou kon weigeren: dat de hele plechtigheid begon met het aanroepen van God en werd afgesloten met het lofprijzen van God.

'Nee, dat kan niet', zei ik, dan moet je promoveren aan een andere universiteit dan de protestante VU.'  Maar is dat nodig, heeft dat zin? De wereld die stralend en helder kan zijn, kan zich  tonen in allerlei soorten verschijningsvormen. Het enigen criterium van helderheid is, of het binnen een gegeven  context mogelijk is om al die andere werkelijkheden te laten stralen .

zaterdag 12 december 2015

Repair-cafe

'Dat zijn  leuke dingen voor de mensen', zoals Paul van Vliet met zijn typetje De Boer zei. Pas heb ik al die typetjes op een rij terug gezien en de Boer bleek ik zowat uit mijn hoofd te kennen. Dat lachje er ook bij, als een blèrende geit: he, he, he. Ook Bram van de commune zat er nog aardig in en wat ik nog niet gezien had is de reprise van Bram, veertig jaar later, waar hij een soort van ludieke, gewiekste zzp-er is geworden, nog steeds omdat die denkt dat dit het beste voor de wereld is.

Die wereld is rap veranderd, want wat helemaal niet meer klopte met mijn herinnering, was de eenvoud van toen op het podium.Wat nu slechte amateurverlichting zou heten, alleen maar enkele spots, het zeil van het podium in zicht, een microfoon met een draad die je met je mee moet slepen en naar je toe moet trekken. Veel van de gebezigde zinnen van zijn  typetjes zijn deel van de Nederlandse taal geworden. Nou ja, mijn taal, want het gaat snel met de taal, die steeds aan verandering onderhevig is.

'Dat zijn leuke dingen voor de mensen', dat vind ik nu ik vandaag  het repair-cafe bij mij op de hoek, twee keer de straat oversteken, bezocht heb. Allemaal een beetje bij toeval. Gisteren wilde ik mijn staafmixer gebruiken om de pompoensoep te pureren.  Dat kan ook goed met een stamper, weet  ik nu, en dan blijven er ook nog kleine stukjes pompoen heel, best lekker. Maar goed, staafmixer deed het niet en dat komt omdat die pas van de plank naar beneden viel. Dat was een zachte landing, maar toch funest.

Vanochtend ruimde ik oude kranten en tijdschriften op en kwam zo weer bij de opengevouwen bladzijde uit het wijkblad en verhip, vandaag was het repair-cafe, nog drie kwartier.  Ik snelde erheen, maar de mannen van het repair-cafe konden hem niet maken, ze konden het toestel niet in. Ik bedacht ter plekke ook nog een leeslamp thuis te hebben, eigenlijk al afgeschreven en  al in de schuur gezet, konden ze daar dan wat mee? Ik weer naar huis en terug met de staande lamp.

Ja! Er bestaan toch nog led -lampjes voor, die zo gemaakt zijn dat ze op de oude halogeen-aansluiting passen. De aan-uit knop deed het niet meer, maar dat kan ook van het vocht komen uit de schuur, maar ook gewoon omdat er een nieuwe schakelaar in moest. Wat een ouderwets sfeertje is dat. Gepruts en geknip met tangetjes, schroefjes losdraaien, alles doormeten met zo'n piepapparaatje. De Ernst waar zo'n ontdekkingstocht mee wordt uitgevoerd.

Ze konden ook dat tussendeel, de schakelaar, eruit halen en alle draadjes aan elkaar solderen, dan deed ie het ook, door  de stekker in het stopcontact te doen. Nou graag! Wachten tot volgende maand en ergens een schakelaar moeten gaan kopen en tegen die tijd het weer vergeten of niet kunnen: van uitstel komt afstel. Dus nou heb ik er weer een leeslamp bij. Heel handig voor bij het puzzelen. Dat zijn leuke dingen voor de mensen.

donderdag 10 december 2015

Laatste Avondmaal

Bijschrift toevoegen
Ondertussen heb ik me ook nog in een nieuwe legpuzzel gestort. Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. Die beroemde afbeelding die in de Da Vinci Code van Dan Brown zo'n furore heeft gemaakt. Hij meent dat naast Jezus niet zijn lievelingsleerling Johannes is afgebeeld, maar Maria Magdelana, zijn geliefde en vrouw.

Al puzzelend kan ik er alleen maar een vrouw in zien en zijn alle handjes rondom de tafel zó vreemd geformeerd dat je ofwel mee moet gaan in de theorie van Dan Brown dat werkelijk alles een boodschap heeft die Leonardo da Vinci gecodeerd in het schilderij heeft willen brengen, ofwel dat het gewoon slecht geschilderd of slecht gerestaureerd is omdat de fresco er zó slecht aan toe is geweest dat men wellicht heeft moeten gissen hoe en wat.

De afbeelding was een muurschildering in de refter van een klooster, dus wie weet had Da Vinci nooit kunnen bedenken dat deze afbeelding zo'n prominente plek zou krijgen in de kunstgeschiedenis.
Maar los van de vreemde handjes is de V tussen Jezus en 'Maria' wel markant, symbool van een kelk of de graal,  en de kleurenrijm van de kleren die ze dragen. Het boek was een wereldwijde bestseller, waarschijnlijk omdat zo overtuigend  leek bewezen dat de rol van de vrouw in de kerk en het christendom weggepoetst is en dat al begonnen is door de belangrijkste vrouw uit het leven van Jezus een marginale rol te geven.

Vader was heel enthousiast over het boek van Dan Brown en ook over deze fresco. Hij gaf mij er nog een gebobbelde replica van, als het ware op een zilveren plaatje, en had voor zichzelf een nog grotere aangeschaft. Het was in de tijd dat ik zelf een kamer had in het klooster van Velp. Die afbeelding van hem is mee zijn graf in gegaan.

Elementary

Na de tv-serie Rizolli & Isles, twee dames die samen moordzaken oplossen, heb ik een waardige opvolger gevonden om aangenaam en ontspannen me te vermaken vlak voor het slapen gaan: Elementary, heet deze serie van een moderne Sherlock Holmes en doctor Watson, nu een Chinees-Amerikaanse vrouw die chirurge is. De moordzaken zijn eigenlijk bijzaak. Het gaat me opnieuw om de ontwikkeling van de vriendschap tussen de beide hoofdpersonen.

Dan zoek je naar iets van herkenning, ofzo: ditmaal doordat ik me natuurlijk wel kan inleven in Watson door haar uiterlijk.  Zo vaak zie ik dat niet: iemand met Chinese trekken gewoon in een westerse context, Brooklyn New York, en dat het meestal geen enkele rol speelt, maar soms toch wel, even.

Watson heeft ooit een chirurgische fout gemaakt, de patiënt is overleden en sindsdien durft ze haar vak niet meer uit te oefenen. Ze wordt coach in de verslavingszorg en zo leert ze Sherlock kennen, die een periode ernstig aan de drugs was, afgekickt is en van Londen naar New York is verhuisd. Hij denkt razendsnel, leidt dingen af uit kleine details, maar is sociaal niet echt een ster. Teveel in beslag genomen door alle denkprocessen in hem. Ook in hem herken ik me, gedeeltelijk. Nee niet in het drugsverleden, ik heb nog nooit een joint gerookt, laat staan iets zwaarders.

Watson komt tenslotte te wonen in het huis van Sherlock, en van verslavingsbuddy wordt ze een detective-in-opleiding. Er is een mix van lijntjes tussen hen: van de oude buddy en de ex-verslaafde, tot het huisgenoot-zijn, van meester- en leerling-zijn in wisselende zaken: Watson leert speurderstechnieken, Sherlock Holmes leert emotionele en sociale vaardigheden.

Dat het zich in New York afspeelt is een leuk extraatje, omdat het een stad is die ik ooit graag wekenlang zou willen verkennen. Dus soms kijk ik met extra aandacht naar de straten, de gebouwen, de parkjes, de buurten waar ze in lopen. En dan doe ik het licht uit en ga slapen.

Heur haar

Zusje deed in geuren en kleuren verslag van het 'Heerlijke Avondje' 5 december dus, waarvan ze gedacht had die heel rustig en relaxed door te brengen. In een mandje had nichtje L. toch een kleinigheid gekregen in de vorm van hairspray en een speciale borstel. Of zoiets. Tja, kleine Nichtjes worden groot.  Geen speelgoeddingen meer. Het Uiterlijk, krullen zetten in je steile lange haar, dat is de nieuwe vrije tijdsbesteding, het nieuwe ideaal.

Dus Nichtje ging aan de gang boven op haar kamer met haar nieuw verworven vernuftigheden.Je haar rond de borstel, de spray en dan drogen met een föhn. Zusje vond dat ze wel erg lang wegbleef om iets van het resultaat te tonen. Zusje naar boven. En vond Nichtje kermend en kreunend met de haarborstel muurvast in heur haar, ze kreeg het niet meer los. Ze had al op internet gekeken en de ervaringen daaromtrent waren niet hoopvol.

Met conditioner (als dat zo heet), nat maken, plukje voor plukje los proberen te peuteren, haarverzachter, je hele kop onder de kraan dompelen, in bad gaan liggen en weken... de rest van het Heerlijke Avondje tot elf uur 's avonds werd erdoor in beslag genomen. Uiteindelijk werd het toch wat op internet al aangezegd was: de schaar erin.  En gelukkig de volgende dag horen dat sommige schoolgenoten  dachten dat het een nieuw kapsel was en een verbetering.

Wat bij mij blijft haken, om maar in de sfeer van het gebeuren te blijven, is dat Nichtje allereerst, met die borstel muurvast in heur haar, op internet gaat zoeken naar advies en er schijnen pagina's en pagina's aan gewijd te zijn. Het is helemaal niet meer logisch om huilend de trap af te lopen en je in de armen van je ouders te storten. Kant en klaar op internet vindt je lotgenoten, advies, mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt.

Dit geldt dan natuurlijk voor werkelijk alles. Niet alleen een vastgelopen haarborstel in het haar. De nieuwe mens leeft in het hoofd met allerlei andere anonieme onbekenden om zich heen die  op het juiste moment als engelen of geesten aan  je goede raad, troost, advies enzovoort kunnen influisteren.

Wat raar, toch ook. Zo ook bijvoorbeeld de gedachte dat er iemand is die dit blog leest die ik helemaal niet ken, maar die wel een soort van beeld heeft van een onbekend levend ander mens, die ik toevallig ben.

woensdag 9 december 2015

Naar Keulen enzo

Als ik, zogenaamd stiekem, in mijn eigen hart zou kijken, dan zou ik op dit moment wel een zwervend bestaan willen leiden. Zoals Franciscus van Assisi rondzwerven en met weinig toekomen. Het is echt zo: ik slaap op de harde grond het beste. Dat heb ik ondervonden toen ik kampeerde in Venetië. Ik had een heel dun isolatiematje mee en heb geslapen als een roos.  Thuis schik ik me op het wel goede matras volgens mij, maar een beetje last in mijn onderrug, heb ik sindsdien.

Ik weet het, het is een soort romantisch gevoel, wellicht een vorm van escapisme. maar ik kan er zó van genieten om zomaar mensen te kijken in steeds wisselende omgevingen en ook in een telkens andersoortig decor : ik kan mezelf dan  helemaal verliezen. Iets in  mij is altijd gefocust op de eenheid en verbinding, dat alles uiteindelijk één is, maar wel in de verschijningsvormen ontelbaar, onnoembaar groot en veelvuldig.

Elke verschijningsvorm staat op zich, is een uiting van de creativiteit en de inventiviteit van datzelfde menselijke ras. Het is ongelofelijk wat we allemaal kunnen voortbrengen. Waarom dan steeds op dezelfde plek, steeds hetzelfde doen? Waarom niet die wereld verkennen en ontdekken? In mijn eigen redenering zit ook al de ene kant, waar het antwoord naar toe kan gaan: Omdat alle veelvuldigheid en meervormigheid toch naar hetzelfde punt verwijst, naar eenheid, kun je juist ook op één punt, in één vorm, op één plek  blijven.

Dat ene punt, die ene vorm is het helderst waarneembaar en ervaarbaar in de stilte. Dus ga de stilte in, en ontdek daar alles. Dat doet men in een contemplatief klooster. Of ga de drukte in, vanuit de stilte...en dat is wat ik zo graag doe. Me mateloos blijven verwonderen over alles en niets, je op laten nemen in alle veelvormigheid , maar daarbinnen gedragen worden door de stilte.

Deze gedachten gingen gisteren weer zo door me heen, terwijl ik in Keulen flaneerde. De zoete geuren op de Weihnachtsmarkten, al die gekleurde slotjes die aan de brug gegrendeld waren, elk een teken van de liefde van minstens twee mensen voor elkaar. De kathedraal met die gotische bogen, reikend naar de hemel, de tentoonstelling van de Amerikaanse Joan Mitchell (1925-1992)in het Ludwig Museum. Zo zou ik ook willen kunnen schilderen. Hele grote doeken waar je met je armen alle kanten uitzwaaiend de verf laat komen, in vroeg werk als kalligrafische ritmische schriftuur en textuur, later met reminiscenties naar landschappen, natuur, bomen, gras, wind, zonnebloemen, de lucht.

Ze kan héél goed tekenen, zegt ze in een film, dus niet door gebrek zijn al haar doeken zoiets als abstracte vegen en streken. Ze kan zich door van alles laten inspireren. Muziek, een kruiswoordpuzzel, gedichten van Frank O'Hara een goede vriend, twee van haar zes honden die altijd bij haren waren op het atelier en met haar wilden spelen. Behalve als ze bezig was: dan bleven ze stil zitten kijken.

Een van haar laatste werken heet Merci. Vier grote donkerblauwige en oranje gestreepte 'vlekken', neigend naar elkaar. Waarvoor en tegennover wie ze dankbaar is, wordt niet gemeld.
I want to paint the feeling of a space zegt ze. Precies dat wil ik leven.

maandag 7 december 2015

Wijkcentrum-'overleg'

Omdat ik het in het Wijkcentrum soms best pittig vind, hoe mensen met elkaar omgaan (twee weken geleden werd ik zelf verrot gescholden al kreeg ik daar later wel excuses over, moet ik het misschien beschouwen dat ik nou meer een-van-hen-ben?)  keek ik weer eens naar afleveringen van Het schaep met de vijf poten. Ditmaal het tweede seizoen van de vijf die er gemaakt zijn die Het Vrije Schaep heet, en de hele club een camping gaat beheren bij zee en in caravans erbij gaat wonen.

Wat is het toch een clubje van mensen en zo herkenbaar: Bij elke personage uit de serie kan ik een echt levend mens in het wijkcentrum  zetten. Nu roepen ze weer dat ik aan het 'mauwen' ben, ik zeg quasi-beledigd 'ik heb dat woord nog nooit in de mond gehad', en dat ik dat echt nooit doe. 'Nou mauw je wel, zelf,  anders', kaatst er  een terug. En dat klopt nu, dus, ha, ha.

Het helpt om in de serie te zien dat iedereen daar zijn of haar gangetje gaat en zonder al te veel overleg bondjes sluit tussen twee of drie en maar ziet wat ervan komt. En dat ze keihard dingen over en tegen elkaar zeggen: Zo maakt Jenny Arean die Riek Balk speelt, haar man bij de anderen regelmatig 'belachelijk ' door  te klagen over zijn  impotentie. Ik maak die scene letterlijk zo in het wijkcentrum mee: over het worstje dat in een krul blijft liggen en H., die ook uiterlijk lijkt op Arie Balk, over wie het gaat, blijft er goedmoedig bij zitten, terwijl zijn vrouw van leer trekt en iedereen gaat lachen.

Het commentaar dat ze allemaal op elkaar leveren, het abrupt je omdraaien en gewoon weglopen, zodat je niks meer kunt zeggen: 'Mirjam hou op,  ja, schei uit!!!' roepen ze, als ik nog een keer wil uitleggen hoe het werkt met de verwarming. En hoe ver wil ik gaan om mijn goede wil te tonen? Zo is er  de vraag of ik straks weer langs het wijkcentrum wil fietsen om de zakjes chips die ik uit een ander wijkcentrum ga  betrekken  en waar ik straks nog heen ga om administratie en omzet in te leveren, om die chips dan hier  te brengen. Omdat ik er morgen niet ben.

Nou, dat is dus een aardige omweg voor mij. Rechtstreeks naar huis fietsen is veel sneller. 'Jij houdt toch zo van fietsen, nou dan!' 'Ik hou helemaal niet van extra fietsen', zeg ik. 'En waarom wil je die zzp-ers dan op de fiets krijgen, hiernaartoe?' Juist ja: om ze hier te krijgen, omdat er verwacht wordt dat die niet willen komen omdat ze dan duur parkeergeld moeten betalen. Zzp-ers die uit de buurt komen dus.

Nou, ja, redeneren heeft geen zin. 'Doe je het nou wel of niet?' wil men weten. 'Of mot ik er met mijn scooter langs?' Tja, dat wil ik ook weer niet. Ze rijdt al met  een hele pan soep tussen de benen op de scooter naar het wijkcentrum, een keer in de twee weken.

Nu zegt ze dat ze er naar toe WIL rijden. En dat ze mijn spullen die ik er moet brengen dan wel meeneemt. Nou ja, oké dan, als je dat perse wil.  'Je mot wel op me wachten tot ik weer terug ben', zegt ze. Dat doe ik dan, dus. 

donderdag 3 december 2015

Hemelse hyacintengeur

Ik kan soms zo raar streng zijn voor mezelf. Bijvoorbeeld: niet iets eten wat niet in het seizoen valt. Dat gebeurt deels vanzelf omdat ik ook gebonden ben aan een groentepakket, maar toch.

Anderzijds hou ik me hier totaal niet aan, omdat ik een keer in de paar weken toch echt spaghetti bolognese wil eten. Dat verlangen daarnaar is zeer erg ontstaan op ook al geen vanzelfsprekende plek daarvoor: niet in Italië maar op een palmenstrand in Maleisië, waar na weken rijst met wat prut en bananen, die spaghetti als godenkost binnenviel.

Met bloemen heb ik dat dus ook. Geen boeketjes bloemen in huis, want kijk gewoon wat er buiten groeit. En al helemaal geen lentebloemen zoals narcissen en tulpen in de herfst of de winter. Maar tja, daar stonden ze in een rommelhoek, al bijna afgeschreven, in de Lidl en dan ben ik er wel gevoeliger voor, zoals bij knuffels aan de kant van de weg: schots en scheef  half omgevallen bij elkaar: hyacintenbollen, per stuk in een bakje. Dus ik kocht er twee, een roze en een blauwe.

Mijn hemel, wat hemels! Want nu ruikt het al twee dagen binnen naar de zoete blauwe hyacint die helemaal, in vol ornaat tot bloei is gekomen. Als wierook, zoals ik de overvloedige lupinen bij Lake Tekapo in Nieuw Zeeland, in al die tinten wit, roze, paars, oranje beleeft heb. Ja, het is als wierook, zoals die ontstoken werd tijdens de eerste vigilie-viering van de Advent bij de Clarissen en die mijn neusvleugels streelde tijdens de dans van de verzoening.

Tijdens die viering, vorige week zaterdagavond kwam bij me een besef binnen dat vergelijkbaar is toen ik onder het Vaticaan tussen al die gebalsemde pausen met het inzicht geslagen werd:  Nee, nooit zal een vrouw priester  worden. Nu dacht ik: Nee, nooit zal het in de wereld volmaakt en zomaar goed zijn. Nooit. Niet voor niks gaan al die gebeden al eeuwen en eeuwen mee, die hoop en profetie: omdat er nooit wat veranderd is.

En dan tóch die verzoeningsdans dansen. Want de wereld als geheel verandert never-nooit niet, maar daar, hier, in dit ene, vluchtige moment kan het wél zo zijn: volmaakt, hemels, zoals wierook of de geur van een hyacint.

Ik kom terug

Gisteren hoorde ik Adriaan van Dis op cd de laatste hoofdstukken van zijn boek Ik kom terug voorlezen. Hem het horen voorlezen is echt een meerwaarde. Want in zijn stem zitten al die buigingen die zo razendsnel aan je voorbijtrekken: irritatie, wrok, vertedering, zachtheid, boosheid, onmacht, venijn. Enzovoort.

Hij doet verslag van het laatste halve levensjaar, zo ongeveer, van zijn moeder, die in een verzorgingstehuis dood wil, maar misschien toch niet al te snel. Van Dis is van Parijs naar de Achterhoek verhuisd, naar een huis met een grote moestuin maar besteedt de laatste maanden van het leven van zijn moeder voornamelijk in een gastenkamer bij haar in het verzorgingstehuis, waar hij zijn moeder met pen in de hand nog wat levensverhalen van vroeger, uit Indië en het jappenkamp probeert te ontfutselen.

Zijn moeder blijkt een kleurrijke, zeer aanwezige dominante vrouw met allerlei eigenaardigheden die teert op de Bhagavad Gita en het Tibetaans Dodenboek, die stenen draagt tegen deze en gene krachten en kwalen, wier laatste woorden zijn tegen van Dis dat Maxime Verhagen een onbenul is, die de ene keer in haar trainingsbroek en dan weer in een mantelpakje begraven wil worden. Die soms alle decorum verliest en dat ook nog weet te benoemen, die krijsend en tierend en dan weer vol Oosterse wijsheden zichzelf naar de dood begeleidt.

Negen dagen mag haar kamer na haar dood niet beroerd worden, want ze moet terug kunnen komen om afscheid te kunnen nemen van haar laatste aardse omgeving, alvorens naar een nieuw leven te kunnen over gaan.. En dan beschrijft Adriaan van Dis dat hij na haar dood aan tafel zit in zijn moeders kamer en dat ze daar ineens is, in de volle bloei van haar leven, met haar ronde knieën, in de kleren die ze droeg als ze bezig was in de moestuin, en ze knikt naar hem.

Einde van het relaas. Dat ze knikt, dat zijn de laatste woorden en die kwamen wel binnen bij me.   Eerst dacht ik: ja, ze bevestigt hiermee ook het bestaan van haar zoon en keurt het goed;  Adriaan, haar bastaardkind. En vervolgens dacht ik: Goh, ze knikt alleen maar! Zoals je kunt knikken naar een vage bekende aan de overkant van de straat. Maar ja, ook Jezus die na zijn dood verscheen aan Maria Magdelena in een tuin zei: Noli me tangere: raak me niet aan!

Precies in die laatste zin, zit de dubbelzinnigheid en de  onmacht van hun hele relatie besloten: Moeder en zoon: nooit echt nabij aan elkaar, maar nauw verbonden,  de ene komt voort uit de andere. Een totaal niet ideale moeder-kind-relatie, zoals er zoveel van zijn. Je kunt het alleen maar waarnemen, er is niks aan te doen.

woensdag 2 december 2015

Tau Teh Tsjing

Ik leef nogal van de boeken die ik zomaar tegen kom. Zo vond ik pas in de Boekenboom, drie uitgeholde dikke boomstammen vol gratis boeken vlakbij, de Nederlandse vertaling van de Tau Teh Tsjing. Ik heb die op een ochtend helemaal achter elkaar gelezen.

Dat klinkt naar veel, maar is het niet: Het hele boekje bevat 52 hoofdstukjes, van ieder een bladzijde. Terwijl ik het las realiseerde ik me, het nog nooit in een Nederlandse vertaling te hebben gezien. . En ook hoezeer ik bij alles alleen maar Ja en Amen kan zeggen en hoelang die tekst al met me mee gaat.

Ik citeer hier Hoofdstuk 11. Het gaat over de echte betekenis van 'leegte'. Niet als iets negatiefs, maar juist als hetgene waarin de werkelijke vrijheid is: alleen daar kan datgene wat je dierbaar is en wat je liefhebt werkelijk gestalte krijgen. Vooral het beeld van het huis vind ik  mooi en doel treffend, letterlijk: het zijn niet de muren die het thuis maken: het is hoe je er zelf een invulling aan geeft.

Alle materie kan voorwaardenscheppend zijn, maar is niet doorslaggevend. Je leven GELUKt noemen heeft te maken met je eigen inhoud, niet hoe de buitenkant eruit ziet.

De dertig spaken verenigen zich in de naaf.
Van de leegte hangt het gebruik van het wiel af.
Men kneedt leem tot vaten.
Van de leegte hangt het gebruik  van het vat af.
Men hakt deuren en vensters uit om een huis te maken.
Van de leegte hangt het gebruik van het huis af.
Daarom: het zijn heeft zijn voordeel.
Maar van het niet-zijn komt het nut.

maandag 30 november 2015

Storm in Vlissingen

Ik had nog een seizoensretourtje: voor 11 euro mag je overal naar toe treinen en terug. Ik dacht eens naar een uiterste uithoek van Nederland te reizen: naar Vlissingen waar ik 35 jaar geleden ofzo eens geweest ben, op Benelux-tour. Eens kijken hoe het daar veranderd is.  Ik herinner me zo'n oud pension-achtig sfeertje met oude rieten krakstoelen binnen  met uitzicht op zee, een kopje thee drinken. Nog een keer voor de winteraanvang een flinke strandwandeling, lonkte ook.

Wist ik veel, een paar dagen ervoor, toen ik het seizoensretour al had besteld en uitgeprint, dat het op die dag windkracht 8 zou stormen! De zee was grijs, witte schuimkoppen beukten op de zwart basalten keien, er was helemaal geen strand meer te zien. Het had wel wat. Tegen de wind in gaan staan, leunen in de wind, kracht bijzetten om niet weggewaaid te worden. Daar knapt een mens van op.

Ook de lange weg ernaar toe in de trein was aangenaam.  Zeeland in reizen: windmolens bij de Oosterschelde, dikke wollige schapen naast elkaar tegen de muur van een schuur gedrukt, schuilend tegen de regen. Het water aan de horizon en in de weilanden alles nattig en drassig.  Overstromingen enzo lijken heel dichtbij. In het MuZEEum van Vlissingen zag je op oude filmpjes de vluchtelingenstromen bij de watersnoodramp en op het einde van de Tweede Wereldoorlog toen delen van Zeeland waren gebombardeerd. Dat ziet er net zo uit als nu: traag lopende mensen, soms close-ups van kinderen en moeders. Dat waren toen binnenlandse zaken.

Ik las onderweg nog een keertje de gedichten van dak- en thuislozen die zuster M. voor me had gekopieerd. Ze kwamen uit die ene wereldwijd beroemd geworden daklozenkrant, waar de paus geinterviewd was. Sterke beelden in woorden. Het is steeds dezelfde gewaarwording: achter elk containerwoord: 'vluchteling', 'dak- en thuisloze' zit een veelvoud van menselijke gezichten, gevoelens en beweegredenen.

Gewoon maar blijven hopen dat mensen rechtop kunnen blijven staan, hun weg vinden, een thuis, door de stormen van het leven. Mijn zegenwens bij Psalm 81 ging zo:

Wanneer de wereld verward is en verknoopt
en je je afvraagt of daar wel plaats is voor jou
en wat je plek zou kunnen zijn

Moge je dan afdalen in jezelf
Diep binnen in je een vruchtbaar land vinden

Moge je verwonderd raken
over de ruimte van het land in je:
mild verlangen naar heelheid
dromen van zachtheid en mededogen
de verfrissing van stromen levend water in je
een alles overvloeiende, onverwachte zoetheid.

Moge die zoetheid jou voeden en troosten
je brengen naar het land van melk en honing
waar de Eeuwige,
God de Levende jou zegent met
Vrede en alle goeds.

donderdag 26 november 2015

Kort maar krachtig

Ik zat dik ingepakt naar de volle maan te kijken. De schaduwen van het bamboeblad door de maan op het terras. De echt koude lucht. De maan die  hoog aan de hemel stond op een heel andere plek dan een paar dagen geleden om dezelfde tijd. Ik weet niks van de maanstanden. Ik weet niet waarom ik, daar zo zittend, me zo intens levend voel.

De buurvrouw was net weer binnen. Die rookt elke avond voor het slapen gaan een sigaret bij het schuurtje. Zwijgend in het donker. Ik hou me dan ook stil. Ik wil geen woorden wisselen dan. De scherpe nicotinelucht in de frisheid van de nacht. Een ander ademend mens vlakbij. Gescheiden door de schutting en  hoge struiken. Ik hou van dat moment.

dinsdag 24 november 2015

Half Mens

Maartje Wortel: een jonge schrijfster; voor de tweede keer duikt haar naam bij mij  op als aanrader. Dus ik kijk in de bieb of er iets van haar is. Ja hoor: Half Mens, haar eerste roman uit 2011. Ik begin thuis te lezen en kan niet ophouden. Op het einde van de avond is het boek uit. Het zijn de korte zinnen, de sfeertekening van Los Angelos en de vele taxichauffeurs, wiens levensinhoud in een halve pagina, even tussendoor, gegeven wordt.

Het zit 'm in de hoofdfiguren, het 20-jarig Nederlandse meisje dat met haar ouders naar Amerika is geëmigreerd en die door een taxi wordt aangereden en wier been moet worden afgezet. En in de uiterlijke mooie  Mexicaan Michael Poloni die in de taxi als passagier zat en moet getuigen tegen de chauffeur zodat Elsa drie  miljoen aan schadevergoeding krijgt. Iets waar ze zelf niet achteraan wil, maar haar ouders wel.

Je  krijgt beurtelings inzage in het innerlijk van beide. Polloni noemt zich bij een psycholoog een half mens, en worstelt met er-te-zijn, Elsa worstelt met het been dat verdwijnt, waar ze geen keuze in heeft, en juist wanneer het weg is pijn gaat doen, fantoompijn. Al lezend weet je niet precies waarom je almaar door blijft lezen. Al weet je door een derde figuur, een  getuige in de jury , dat er tot twee keer toen een rechtszaak is, waar beide in figureren.

Als je het boek nog wil lezen, dan kan ik hier de clou niet vertellen. Maar door de clou, ging ik  erna meteen weer passages herlezen. In het boek wordt gerefereerd aan de Japanse film Rashomon, waar hetzelfde gegeven, de moord op iemand, verteld wordt vanuit de verschillende perspectieven van de aanwezigen, waardoor je totaal verschillende verhalen ziet. Dus dat is hier ook het geval.

Als lezer wordt je er bij de haren in meegesleurd. Want uiteindelijk gaat het over een blinde vlek. Michael Poloni, die in de tweede rechtszaak beschuldigd wordt van iets, wil een dvd laten zien. Het gaat over een echt gebeurd experiment: je ziet twee teams, de ene in het wit en de andere in het zwart, een basketbal naar elkaar werpen. Er wordt gevraagd om te tellen hoe vaak het witte team de bal werpt. Nou, dat kan toch iedereen: tellen: vijftien keer dus.

Dan zegt de opdrachtgever: heb je de witte gorilla niet door het beeld zien lopen? Als je dan nog een keer kijkt, dan blijkt er een man door het beeld te lopen, verkleed als een witte gorilla, die midden in ook nog eens zijn handen op de borsten klopt : Niemand ziet die witte gorilla, in eerste instantie en dat heet selectieve waarneming.

Dan herlees je Half Mens nog eens en zie je hoe selectief jezelf gelezen hebt. En dat sleurt je., terwijl het boek vlot en met vaart, in een bijna spreektaal geschreven is, in een onverwachte diepte. Hoe iedereen voor een ander eigenlijk een 'Half Mens' is. Een knap boek.

maandag 23 november 2015

Station Arnhem Centraal

Zomaar wat indrukken van het afgelopen weekend: het nieuw station van Arnhem. Weer even ervaren wat mooie architectuur met je kan doen. Jaar in jaar uit die verbouwing. Een waar tochtig doolhof met elke keer weer ergens anders schuttingen en koude doorgangen. De laatste jaren af en toe een puzzelstukje van wat je in volle glorie nog niet  zag: Hm, toegegeven, best aardig. Maar wie wil er nou zoveel geld besteden aan een station? En al diezelfde treinreizigers die zich daardoorheen moesten worstelen, wat koop je voor die ellende, 18 jaar lang, jaar in, jaar uit?

Ik herinner me enge trappen, de enige die je op kon,  met gaten ijzeren treden en helemaal open, ik had geen hoogtevrees, maar daar gebeurde het me wel. Ik herinner me zwervers die in hun auto's voor het station bivakkeerden. Dat je er 's avonds slaperige en ongewassen mensen  in en uit zag gaan, de ruiten beplakt met krantenpapier. Er werd daar flink gedeald, met het station als toegangspoort en aanleveringspunt.  Ik herinner me dat je bijna overreden werd, voordat je er vanuit de stad aankwam: wegen die zich onlogisch naar die bouwput kronkelden. Enzovoort.

Maar nu geloof ik, dat het toch best de moeite waard kan zijn om alleen maar aan de toekomst te denken: aan die droom hoe je wilt dat het zal worden en zal zijn. Want nu ligt daar een soort verlichte, golvende schelp, die aanvoelt als de baarmoeder van de stad: ergens waar je naar toe kunt gaan en vanwaaruit je allerlei delen van het land en Europa kan bereizen. Een schelp van verwachting, van  nog ongekende hoop en avonturen.

Waar je boven en onder kan lopen, waar je anderen kunt zien in een soort van glanzend klavervlier-blad, waar iedereen loopt  met  'een valies vol dromen'. Dit maakt blij, zeker natuurlijk met zulke berichten van ergens anders, dat er rondom de kerstboom van Brussel alleen maar jeeps waren en dat ook Sinterklaas in Nederland nog nooit zo treurig was aangekomen.

Goh, ik wilde over een aantal indrukken bloggen. Maar het blijft bij dit ene station. Dat je door de dode materie heen kunt kijken, door alle tegenslag en mislukking heen: want het kan wel: dat er uiteindelijk iets moois uit voortkomt.

zaterdag 21 november 2015

God en de maan

Psalm 81, waar voor ik een meditatie schreef, opende een nieuwe beleving. De psalm begint met een en al muziek. De psalmist zegt eigenlijk: God maakt de muziek. Hier geen gedoe of de vraag of geloof in God tot geweld en onderdrukking en terreur leidt, dus dat Godsgeloof maar beter kan worden afgeschaft, zoals de teneur is van het Westen. Nee: God is daar, waar de muziek is, waar je muziek maakt, bij nieuwe maan en bij volle maan: het kan dus altijd feest zijn.

Dat beeld van  de maan die in feite altijd aan de hemel is en aan de nachtelijke hemel beweegt en telkens een andere verschijningsvorm heeft, van onzichtbaar,naar nieuw, een sikkel, naar half tot een volle maan: zo kun je ervaren dat God, dat is de ervaring van muziek en later in de psalm van degene die je mond vult met tarwe en honing,een ervaring van zoetheid en overvloed, dus, dat beeld van God als de maan, altijd aanwezig in het donker en duister, is voor mij nieuw.

Het mooie ervan is, vind ik, dat de nacht en het duister daardoor geen vreemd element wordt,maar dat het evenzeer aanwezig is, daar waar ook iets van het schijnsel van de maan is,of alleen maar vermoed wordt. Dus gisterenavond deed ik mijn dikste vest aan, plus een bodywarmer, en ging op mijn ligbank in de hoek van de tuin op zoek naar de maan.

Eerst zag ik die niet.  De lucht zat dicht en was grijs. Toen begon er een lichtgele vlek te ontstaan en al snel zag ik daar de halve maan en werd het een spektakel-achtig schouwspel: de lucht werd helder diep zwart-donkerblauw, witte wolken joegen voort zodat het bij de maan soms lichter werden, er zat ook grijs in die wolken en daar verdween de maan weer achter. Ondertussen verschenen er ook her en der sterren en alles was de ene keer heel goed te zien, dan weer niet:wat een veranderingen van minuut op minuut in die grootse ruimte boven me!

Het gaf me energie en het voelde aan als een poort naar vrijheid: altijd en altijd zal die maan daar zijn, elke nacht met steeds weer een veranderend schouwspel. Ik kan dat elke nacht zien en tot me door laten dringen en ervan genieten en ervaren dat ik eenzelfde soort steeds veranderend wezen ben in een steeds veranderende wereld overdag.

Dat je voor zo'n feestelijke ervaring niet hoeft te reizen, alleen maar buiten hoeft te zijn in de nacht, met nu wat koude op je huid en de warmte van je uitademing: ik kan het iedereen aanraden,waar je ook bent: ga elke nacht even buiten staan en denk eraan dat het licht in je, of God, of hoe je het ook wilt noemen, altijd aanwezig is en je met zoetheid en muziek kan vullen, ook al zie je het niet meteen.

donderdag 19 november 2015

Langzaamaan tekst

Ik zag het ineens weer helemaal voor me: hoe langzaam het vroeger ging eer je een tekst netjes 'gedrukt' op papier had. Hoeveel handwerk daarin besloten lag. Allereerst die oude typemachines met aanslag; je moest vrij hard drukken wilde de inkt op het typelint op papier komen. Je hoorde de vingers elke letter indrukken en je zag dat oude mechaniek: hoe zo'n stalen pootje naar voren sprong en 'tik!', de letter afdrukte. En na elke regel moest je de machine met een hendel terugzetten. En dan hoorde je: Ting!

Dan had je het hele gedoe, als je per ongeluk de verkeerde letter had aangeslagen. De typemachine een slag terughalen. Met een wit bepoederd papiertje nogmaals de letter tikken, zodat het poeder in de inkt kwam. Weer terug en dan de goede letter daarbovenop typen. Meestal zag je toch in het eindresultaat waar het verkeerd was gegaan. Dan was er ook typ-out: dat witte spul met een kwastje. En dat duurde heel lang eer het droog was, alvorens je weer opnieuw de letter kon intypen. Was je iets te ongeduldig dan werd het een vlekkerige kliederboel.

Alles vroeg handenarbeid en iets afstellen. De regelgrootte, het teruglezen wat je geproduceerd had door te draaien aan een knop en dat was wel handig om te doen eer je het hele vel uit de machine haalde. Want je kreeg het nooit meer precies zo terug als je onverhoopt toch nog  een correctie zou moeten plegen. Over lettertypes had je niks te zeggen, dat zat gewoon in de typemachine ingebakken.

Waar je wél nog iets over het lettertype te zeggen had, was als je grotere koppen wilde maken. Met wrijfletters die je één voor één van een doorzichtig  papiertje wreef, die je in vellen in de winkel kocht. En dan moest je tevoren met een liniaal lijntjes trekken en uitgerekend hebben waar je precies begon met die letters. Eenmaal verkeerd, was verkeerd. Geen kans meer om dat snel te herstellen.

Zo heb ik middagen lang besteed op de zolder van de theologische faculteit, die toen nog in een deel van het Albertinum zat, het klooster van de Dominicanen. Daar fabriceerden we het faculteitsblad: artikeltjes uittypen, met wrijfletters de titels maken en daarna: stencilen! Ik vergeet ergens een tussenstap: die helemaal-klaar-vellen werden gebrand? Of zo? In ieder geval ging er iets op de stencilmachine, draaien maar en al die bladzijden legden we in een lange gang op stapels, waarna we de boel moesten rapen: voor elk exemplaar van het  blad die gang door en papier op papier pakken, op elkaar leggen, kaften en door de nietmachine.

O, wat bewerkelijk! Maar wat was dat ook oergezellig. De geur van drukinkt, dat gehannes en samen over de bladzijden buigen en naar het resultaat kijken. Letterlijk schouder aan schouder werken aan tafel.Ik bedoel maar: ik geloof toch werkelijk dat dat langzaamaan ook een soort van genot opleverde. Dat je zinnen en teksten meer echt proefde. Of was het de drank daarna in een café, die de herinnering van smaak ingeeft?

woensdag 18 november 2015

Broadchurch, Der Turm, Molenbeek, glazen stolpen

Zal ik hier iets 'lichts' bloggen? Over de series die ik laat in de avonduren bekijk? Vooruit dan maar: Ik zag Broadchurch, een detective-verhaal van zes uur lang, leuk voor een paar avonden. Over een Engels kustplaatsje waar een jongetje gevonden wordt op het strand, het lijkt alsof hij van de kliffen is neergestort. Een ongeluk? Nee, blijkt als snel. Het hele dorp raakt ervan in de greep. Ook de nieuwe politie-onderzoeker heeft zo zijn eigen problemen. Een beetje Twin Peaks van vroeger met een heel onverwachte ontknoping die tot nadenken stemt.

En ik zag Der Turm, ook zes \ uur, naar een roman van Uwe Tellkamp, die ik er ook weer bij had gepakt. Gelezen aan de zomers oevers van de Elbe: over Dresden in de laatste jaren van de DDR, voor de Wende. Ook aangrijpend op een andere wijze. Het mengde zich opnieuw met de echte verhalen van U. en anderen, die ik er heb gehoord. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe volkomen onvoorstelbaar het voor DDR-mensen was: het Westen van nu, hoe wij leven en denken en doen. Zonder een levensvisie: ook U. heeft nog steeds heimwee naar het ideaal van het socialisme, tegenover het kapitalisme dat het Westen bevangt.

En zo kom ik er toch op om over wat zwaars te bloggen: Molenbeek de immigrantenwijk in Brussel waar waarschijnlijk al de wapens van de aanslag van Parijs vandaan komen. Ik heb Molenbeek bezocht in september 2003 voor het tijdschrift Franciscaans Leven, dat als thema de Islam had. Op bezoek bij de priester Daniël Alliët, die daar vanuit zijn parochie cohesie probeerde te brengen en zoveel mogelijk mensen met verschillende achtergronden bij elkaar probeerde te brengen.

Ik herinner me mijn eigen gevoel: aan de ene kant grote hoge blinkende kantoorgebouwen, je stak de straat over en het was alsof je in een andere wereld kwam. Een wijk die dreigt te verloederen, zei Alliët. Ik schreef: Op een mooie zonnige nazomerse dag zou je dat niet meteen zeggen: dan roepen de steegjes het rommelige, levendige, exotische Oosten op: Jongens en mannen op terrasjes op de stoepen, gesluierde vrouwen bij de winkeltjes, her en der slagerijen, internetcafés, fruit-en groentestalletjes. Toch is dit de vierde wereld: het grootste deel van de mensen die er wonen is werkeloos. Bij het stembureau stond hij in de rij met twee blanken en veertig anderskleurigen. Op school zitten twee blanke kinderen, door een arts die er werkt naar toegestuurd, maar 's avonds krijgen ze bijles.

Van de kinderen die ik er destijds op straat zag spelen zijn er wie weet, een aantal van geradicaliseerd. O, ik beschrijf er diverse  mooie projecten van interculturaliteit, waar mensen met verschillende religieuze achtergronden vreedzaam met elkaar samen werkten. Misschien zijn ze er nog. Maar tegelijk is ondergronds de wapenhandel en de rest gaan floreren.

Ik las deze zomer in de Koran. Het viel me op hoezeer het doordrenkt is van het idee dat God voor allen gelijke kansen en mogelijkheden wil. Het geven van een maandelijks geldbedrag aan hen die armer zijn dan jij, hoort bij de godsdienstige plichten en de oproep komt telkens terug in de Koran. Hoeveel geduld vraagt het van jonge, aanvankelijk idealistische, door God bevlogen mannen om elke keer weer dat rijke, zelfgenoegzame rijke Westen de gang te zien gaan? In dat zelfde interview zegt Daniël Alliët:

"Ja, er zijn in de wijk ook spanningen rondom het iets gegroeide fundamentalisme in de islam. Maar fundamentalisme is altijd een economische kwestie. Als mensen economisch kunnen meedraaien, onstaat er geen groepsvorming en dan verdwijnt 75% ervan". Ook als de wijk Molenbeek niet meer had bestaan omdat het opgenomen was in de omgeving, zonder onzichtbare glazen stolp, komen dan uit die 25% de echte jihadisten?

Vragen, vragen vragen. Hoe hou je het toch ook licht in deze verwarrende tijden? De glazen stolp aan de andere kant, het rijke Westen, lijkt doorbroken: zowel door de aanslagen en de dreiging ervan, als door de grote vluchtelingenstromen.  Toch iets dan maar, van de olijke houding van Daniël Alliët: Het is met God hetzelfde als met manneke Pis: onder de kleedjes die je telkens kunt wisselen, is het allemaal gelijk'. Elkaar blijven zien door de ogen van God: menselijk, allemaal gelijk, op zoek naar vrede en geluk.

maandag 16 november 2015

Raar leven, mezzotint

Het was een raar weekend met een raar bewust zijn, zo met die aanslagen in Parijs op de achtergrond. Parijs: Lichtstad, stad van de flaneur, van de parken in de zon met de stoeltjes, die je kunt verslepen: met groepjes bij elkaar zitten, of alleen afgezonderd in de zon,  en die nu ook allemaal gesloten werden... en dat snap ik toch niet.

Laat alsjeblieft het gewone leven zo veel mogelijk haar gang weer gaan! Niet uit disrespect voor de slachtoffers, maar om een duidelijk signaal naar IS uit te zenden: jullie krijgen mensen zo gek om zichzelf op te offeren, maar dat heeft geen enkele zin: jullie beoogde signaal van shock en oorlog negeren we, we gaan rouwen om de doden, maar we vieren tegelijk ook het leven.

Want het leven gaat overal ook echt door: in Nijmegen kwamen er de volgende dag  uit het station stromen hardlopers voor de Zevenheuvelenloop, die in regen en wind plaatsvond. Op Facebook kon je ondertussen je profielfoto veranderen, door er de Franse vlag doorheen te laten lopen. In de hoofdsteden over de hele westerse wereld werd het eye-catcher gebouw verlicht in de kleuren van Franse vlag. Ik snap echt niet wat de bedoeling daarvan is. Hoeveel soorten slachtoffers zijn er niet, over dezelfde  hele wereld, door het geweld dat de ene groep de andere aandoet?

Het is de shock dat het jezelf zou kunnen gebeuren. Overal waar groepen mensen samen komen in dat wat het gewone leven lijkt: in cafeetjes, bij een sportwedstrijd, een theater, waar muziekoptredens zijn. Overal waar jij en ik zich kostelijk amuseren, zich verpozen, elkaar ontmoeten. Ja, het leven is kwetsbaar. Op allerlei manieren en wijzen. Door natuurgeweld, een dodelijke ziekte, verdrinken in zee,  bommen en granaten die uit de lucht neer regenen, een aantal mensen die zich weten te organiseren om zich te vermommen en zich tussen anderen te begeven als levende, bewegende bommen.

Ik heb dit weekend een boompje afgezaagd met een kleine handzaag. Dat geeft voldoening. Een beetje arbeid in de novemberzon en ineens heb ik weer de wijde lucht boven me op mijn terrasje. Je verandert de zichtbare werkelijkheid met één daad. Die avond zouden een aantal mensen ook zo denken in de vierkante centimeters van hun brein: God zal me belonen. Ik strijd tegen het kwaad van het Westen. Ik ben een boodschapper van God en zo meteen ben ik in het paradijs.

De dag erop  liep ik door de bossen van Beek, door de Elysese Velden, naar Huis Wylerberg, een prachtig expressionistisch gebouw uit 1921-1924 In de muziekzaal met uitzicht op de bossen en de Ooijpolder in de verte, was daar een concert van Ensemble Joyeux: barokmuziek met een klavecimbel, een blokfluit, een viool en een viola da gamba. Over het Franse Hof ten tijde van Lodewijk de 14e. De strijd van Franse en Italiaanse componisten en hoe die subtiel werd uitgevochten middels elkaar opeenvolgende en naar elkaar verwijzende composities.

Overal strijd dus. En overal vrede? Of ook wel: leven is een mengelmoes van beide. In het Wijkcentrum vertelt L. dat ze dit weekend naar een begrafenis is geweest. In een kroeg. Eerst waren er een paar toespraakjes, toen kwamen de bitterballen en de hapjes, pullen bier werden uitgedeeld.Het werd een soort bruiloftje. Raar? Zo raar als het leven zelve nu eenmaal is.

Op de achtergrond van de vier musici en in de muziekzaal rondom hing grafiek van Caroline Koenders (1961): Mezzotint, zwarte kunst waar van zwart naar wit, van donker naar licht gewerkt word: heel arbeidsintensief schuurt ze een koperen plaat ruw, hoe ruwer, hoe zwarter,daar vloeit straks de inkt in en wat glad is, blijft licht. Wat ze eerst ruw maakt, kan ze ook weer glad maken.Er ontstaan mezzo-tinten: halftonen, een geheimzinnig schemergebied.  Ze tilt uit het donker, het licht.