woensdag 28 oktober 2015

Alles verandert, In ongenade met happy end.

Wat een cadeautje gisteren: op je vrije dag stralend warm weer. Dus nog één keer op mijn campingstoeltje in het plantsoen, de hele dag lekker lezen. Ik las Alles verandert van Kristien Hemmerechts, in opdracht van de boekenclub, waar I. een interview met haar voorlas waarin het ging over het feministisch perspectief dat tanende is en dat dit nog steeds erg nodig was en dit een inspiratie was voor dit boek.

Het boek vertelt hetzelfde verhaal als In ongenade van Coetzee en op het einde van de leesdag fietste ik nog even naar de bieb om dit boek erbij te lenen. Ook deze had de  boekenclub  al gelezen en in de avond viel me op dat in ieder geval de eerste paar hoofdstukken bij  Hemmerechts werkelijk exact hetzelfde zijn , soms letterlijk met dezelfde soort zinnen.Alleen is de hoofdpersoon nu dus een vrouw.

Een professor in de Engelse literatuur krijgt een affaire met een studente die hem/haar vervolgens aanklaagt voor misbruik. Professor wordt geschorst, gaat tijdelijk wonen bij een zoon/dochter op het platteland, in Zud Afrika op een landgoed waar de beheerder een kleurling is, in België een ooit -vluchteling. Het laatste maakt het boek onverwacht zeer actueel: wat betekent zo'n asielzoekrscentrum in een burgelijke omgeving en als één van hen het verder schopt en opzichter wordt op een landgoed nabij?

Ik moest dit dus lezen met de verwachting dat ik anders zou reageren op het feit dat het hier een vrouw is, die iets krijgt met een studente en daardoor haar leven op de kop zet. In beide boeken wordt de professor zelf slachtoffer van verkrachting en mishandeling op dat landgoed, waarbij het bij Hemmerechts ook drie vrouwen zijn die Iris met haar eigen dildo mishandelen.

Maar bij mij gebeurde er niks extra's. Ik vond de vrouw niet extra zielig of juist overdreven seksueel. Wél viel me op dat de hoofdpersoon bij Coetzee net wat meer mee heeft gekregen om die sympathiek te vinden: mooie citaten uit de Engelse literatuur larderen zijn gevoelsstemmingen. Bij Hemmerechts doceert zij niet de klassieke poëzie en literatuur, maar juist het seksistische in de Engelse mannenliteratuur. De hoofdpersoon is ook vanaf het begin nogal bezeten van dildo's.

Beide boeken riepen bij mij echter exact dezelfde soort wrevel op: dat ik me moet inleven in een hoofdpersonage die ik in feite niet sympatiek vind. Ik geloof gewoonweg niet dat welke vorm van seksualiteit of erotiek goed is als er sprake is van een machtsverhouding, in welke vorm dan ook.

Vroeger al. kon ik er niet over uit dat de pedofielenclub Martijn in het COC-gebouw plek kreeg voor ontmoeting. Ooit heb ik met de voorzitter van Martijn een lang gesprek gehad en hij vond ook dat seksualiteit wegens machtsongelijkheid niet uitgewisseld kon worden: hij kon zichzelf niet veranderen, en vreesde zijn leven lang alleen te blijven. Het was toen een jonge, aantrekkelijke man, die theologie studeerde.

Enfin, het is een zwaar onderwerp, dat ik ook steeds gecompliceerder vind. Want ook in gewone relaties speelt machtsongelijkheid vaak een rol. Iets wat op het ene moment goed kan voelen, kan naderhand, achteraf, toch ook als een vorm van misbruik aanvoelen...

Dus ik eindigde deze cadeautjesdag met een toch best toepasselijke,  luchtige Walt Disney film: de Prinses en de Kikker. Heerlijk: een gekleurd  negermeisje in het swingende New Orleans droomt van een eigen restaurantje. De muziek is gecomponeerd door Randy Newman. Ze ontmoet een prins in de vorm van een kikker en wordt bij de eerste kus ook een kikker. Het komt allemaal weer goed, ze worden weer mensen,  omdat ze écht van elkaar houden. Op het einde van de dag een Happy End.

maandag 26 oktober 2015

Groei zonder agenda

Ik blijf het een heerlijk iets vinden in mijn leven dat ik een relatief rustige agenda heb. Er zijn nog altijd hele dagen waarin ik niks hoef en op zo'n God gegeven dag kan doen wat ik wil en wat er zoal in mij opkomt. Dat 'God gegeven', is niet alleen maar zegswijze voor me. Alle dagen waarop er afspraken zijn van welk soort dan ook, wijkcentrum, klooster, sociale contacten, die zijn in feite georganiseerd en gecontroleerd door mensenhanden.

Daar waar de tijd vanzelf losgelaten wordt, je innerlijk leven haar eigen gang kan gaan, daar ontstaat bij mij altijd de ervaring dat ik dan pas werkelijk leef en alles wat daarin gebeurd of juist niet gebeurd, op de een of andere wijze gezegend wordt. Niet dat ik dan jubelend door de straten loop; pijn, verdriet of gemis kan dan ook gewoon voelbaar zijn, maar alles is tegelijkertijd omgeven met een milde glans.

Waarschijnlijk is dat altijd zo, overal en nergens, maar is het alleen maar waarneembaar wanneer je zelf niet handelend van het ene naar het andere hoeft op te treden. Ja, ergens voelt alles wat ik in de wereld doe, ook als een soort van optreden: Het gebeurt met een deel van jezelf dat je dan inzet. Maar het geheel van jezelf komt pas aan het licht wanneer er niks hoeft en alles kan ontstaan en dat kan anders zijn dan dat wat je bedenkt.

Zo dacht ik gisteren om de hele dag binnen te gaan lezen, na het uitje met de vrouwengroep in de bossen van Paleis het Loo. Die rit ernaartoe, voornamelijk met de bus, gaf dat ouderwetse gevoel van toeren lang mooie wegen: overal stonden de eikenbossen in vlammende herfstkleuren. Maar gisteren scheen de zon uitbundig, dus als vanzelf ging ik toch in de benen en vond mezelf terug, al wandelend, langs de oevers van de rivier, stenen oprapend en een Traveler-tak, zoals de kunstenares Fiona Hall die noemt. Een dubbelzijdig rivierwezen dat me vriendelijk aankeek.

En ik dacht aan de woorden die ik eerder in de week in de bossen vond en waarvan M na de ochtendmeditatie zei, dat ze het als het ware verfrissend over zich heen voelde dalen:

Diep in de bossen
hoog in de bomen
vervult de stilte
het vermoeden van milde regen
in het ruizen van het bladerdek
schuilen ontelbare waterdruppels
velen zullen de grond onder
ooit bereiken
de belofte van uitbundige
groei.

donderdag 22 oktober 2015

WDR, legpuzzels, & Shirley Horn en Lambert

Afgelopen week ben ik als vanzelf in mijn avond-winterstand gegleden. En dat terwijl dit weekend pas de wintertijd wordt ingesteld. Ik zette mijn ouderwetse radio-cassetterecorder met zo'n uitschuif-antennetje weer aan en kwam als vanzelf weer op WDR, de klassieke cultuurzender. Wat een prettig sfeertje, waar je ook nog eens wat opsteekt. De vrouwen en mannenstemmen kabbelen voort en kondigen heel uitgebreid met allerlei weetjes eromheen de muziek aan.

Ze larderen dat met gedichten die ze erbij voorlezen, of literatuur of vertellen een leuke anecdote over de componist, de uitvoerenden en ze gaan moeiteloos door de eeuwen heen, van de 15 e eeuw, naar de 19 eeuw, van Mozart  en Bach, naar de muziek van de hemels sferen in de Oude Muziek. En dan komt in ene keer ook binnen hoe rijk en groots de Duitse cultuur is. Al die componisten, filosofen, al die deelgebieden waar ze woonden, met de subcultuurtjes en landsaard aldaar, werelden worden geopend. En ook:de Europeesche cultuur en dat Nederland op muziekgebied nauwelijks een rol daarin had.

Dus dan luister je ineens écht. Je gaat er niet nog een boek bij lezen. En zo, als vanzelf schoof ik mijn legpuzzels weer van onder de bank tevoorschijn. Oké, toch weer even naar dat blauwe kleedje van Maria op de Annunciatie van Fra Angelico, die ik op het einde van de winter vorig jaar verbannen had naar: 'onlegbaar'. Welgeteld  één stukje legde ik met pijn en moeite weer aan, Nee, dan liever de half afgemaakte puzzel van Venetië, lekker leggen was dat weer:  een achteraf kanaaltje tussen de huizen met wat mensen in vijftiger jaren kleding op een bruggetje. De milde aardse kleuren van de huizen zijn nog exact zo, heden ten dage.

Toen was het concert-avond op de WDR en klonk daar ineens een voor mij nieuwe stem van de jazz-zangeres Shirley Horn. Geboren in 1934, gestorven in 2005. Wat mooi, melancholiek, traag, intens en meeslepend. "Muziek tussen de stiltes in", zei de commentator tussendoor heel treffend. Veelal zong ze met een trio, maar ook met Toots Thielemans, die optreden met haar tot de hoogtepunten in zijn carrière beschouwde. Liederen van de cd You won't forget me kwamen erg bij me binnen. En het lied waarmee het eindigde en dat haar lijflied is geworden: Here's to life.

PS: Ook op WDR ontdekt: De Duitse pianist Lambert, die met een dierenmasker optreedt. Op YouTube blijken grappige filmpjes te zijn ( Boy-Little Numbers, Fagerhult, Chamber) waar hij op een onzichtbare piano in de natuur speelt. Er gaan speculaties dat het Nils Frahm is, aan wie ik ook wel eens een blogje heb gewijd. Ik vermoed dat dit zo is.

Jeugd van tegenwoordig

De jeugd van tegenwoordig leeft toch wel in een definitief andere wereld dan ik dat vroeger deed. Nichtje V. vroeg voor haar 19 e verjaardag een twee persoonsbed, die ze, heel gewoon, in haar oude tienerkamer zet. Ze heeft sinds een half jaar een vriend, vandaar. Hij loopt gewoon naar de koelkast om een biertje te pakken, en toen hij zag dat mijn ogen oplichten, vroeg hij: wil je ook eentje? En pakte die vervolgens voor me.

Nichtje L viert haar 14e verjaardag later op de middag met de familie, maar die moeten allemaal in de loop van de avond weer vertrekken, want dan komt er een van haar vriendengroepjes, twee jongens en drie meisjes, en die gaan met luchtbedden en al de benedenverdieping confisqueren. Zusje en zwager moeten naar boven en het is niet de bedoeling dat ze hun gezicht nog laten zien. Als er iets is, kun je me bellen! Dat deed de vader van R. ook: om half drie 's nachts: dat het nu toch echt wel wat zachter moest.

Ook van vriendin P. vernam  ik al eerder dat de vriendjes van mijn oude oppaskinderen gewoonweg, languit op de bank gaan liggen en dat het elke keer weer een verrassing is met wie ze de Kerst viert. En dat het zo raar is, dat je je elke keer weer instelt dat dít dus misschien degene is met wie je nog jaren voort moet. Familie kies je niet, zowel je eigen kinderen zijn een verrassing, en dan daar achteraan,  ook de aanhang.

Vroeger bleef mijn eerste vriendje ook tot diep in de nacht op mijn kamer, toen ik nog thuis woonde. Maar dat die zou blijven slapen: je dacht niet eens aan die mogelijkheid. De Kerst die ik bij verschillende would-be schoonfamilies heb doorgebracht, was toch écht op bezoek gaan, in je mooiste kleding en dan helpen met het bereiden van een garnalencocktail of, bij de streng gereformeerden, waar er geen speciaal kerstdiner was en  mandarijnen een tractatie met de Kerst waren, vooral nette conversatie voeren. Even tussendoor weg,  de hond uit laten om letterlijk en figuurlijk, lucht te happen. Op de bank gaan liggen, onmogelijk!

Wat doe je dan met zo'n groepje de halve nacht met elkaar? Vast geen kussengevecht. Ik vermoed dat de wereld zich, daar tussen de banken, op de grond,  nog vele malen meer vergroot: ieder neemt vast de eigen iPad mee. En dan surfen, spelletjes doen, filmpjes bekijken. Iets in mij zou nu wel jong willen zijn. Kijken hoe ik was geweest, als ik de jeugd van tegenwoordig was.

woensdag 21 oktober 2015

Mens van het hout

Wat heerlijk.Om weer een dag te verdwijnen. Niet letten op de tijd, de herfst verwelkomen in de Onzalige Bossen bij Dieren, aan de rand van de Veluwezoom. De uitgestrektheid en stilte van dat gebied. Paddenstoelen, geritsel van bladeren, zuilen van bomen om doorheen te lopen. Welkom herfst, je bent een fijn seizoen, de zoete geur van de laatste bloemen en het eerste verrotte blad, doet me goed.

In het weekend heb ik op een andere manier de herfst verwelkomt: Bij Fort Vechten, alwaar er een evenement was van mensen die met hout bezig zijn. Meubelmakers, kunstprojecten, lampen, piepkleine ladenkastjes uit één stuk boomstam. 'Mensen met hout', een apart slag, vonden M. en ik. Eigenheimers. Stevig in de schoenen. Een soort van grote hobbits, heel toepasselijk daar in de tunnels en kelders van het fort, dat een deel van de oude waterlinie is.  In ene keer een heel apart eigen slag volk voor je neus, het viel ons meteen op.

Ja, we voelden ons wel thuis bij hun. Na binnenkomst hadden we zin in koffie. Nou ja, wat leuk, het stond als het ware klaar op een trolley. Heel simpel in thermoskannen en papieren bekertjes. Wat een grappig welkom! Het paste zo in de sfeer, wisselden we uit. Toen kwam er een mevrouw. Dat het niet voor de bezoekers was, maar voor de exposanten! Daar zaten we dan met ons gesamenlijk vanzelfsprekend perspectief: Het was zo leuk, maar niet voor ons, maar we mochten de koffie toch houden.

Er kwam een vrouw voor me staan. Ze keek me doordringend aan: Wat ziet U er mooi uit! Nou, bedankt, zei ik. Je kijkt naar anderen, maar anderen ook naar jou. Dus ik keek even naar mezelf: Dat gebreide vest met grote aardbeien erop,  groen in  natuurtinten. Mijn grote Australische boots. Mijn strakke bruine broek met vogeltjesopdruk. Mijn gebloemde hoedje met veren erop. Jeetje. Ben je zowaar ook zo'n 'mens van het hout' geworden.

donderdag 15 oktober 2015

Zo dichtbij

'Het slaat nergens op, we staan daar met man en macht bij dat bos en er gebeurt niks! Hoogstens twintig mensen gingen  demonstreren, verder niks. En ik begrijp ze nog ook. Ik heb daar door het kamp gelopen. Het stinkt er, iedereen zit op elkaar, het is er vochtig. Ondertussen worden er zoveel mensen uit de teams ontrokken, dat we helemaal niet meer aanwezig kunnen zijn in de wijken. En er moet niet nog iets in de stad gebeuren, want we kunnen niet op twee plaatsen tegelijk zijn'. Dit vertelde een politie-agent mij gisteren.

Het is zo'n andersoortig bericht uit de niet-zichtbare kant van de samenleving. Het ging over de in totaal beoogde 3000 vluchtelingen die daar in ieder geval de herfst en de winter en de lente moeten gaan leven. Allemaal bij elkaar. Geen privacy. Ik ken dat bos zo goed. Ik wandelde er eerder bijna wekelijks. Je schijnt er nu helemaal niet meer te kunnen komen. Ook dat doet wat met de burgers erom heen. Hun uitloopgebied ter ontspanning is in ene keer geladen met spanning.

De wereld verandert in rap tempo. Gisteren een telefoontje helemaal uit Italië. Een Italiaanse, zeer expressieve vrouwenstem; Madame! I'm calling from Italy! We want to know if the Dutch people like Italian Food! I hope so much that you will help us! Al snel kwam ik erachter dat het zo'n mevrouw uit een callcenter was. Maar het klonk anders dan een Nederlands callcenter, waar ik me jonge studenten in monotone rijen bij voorstel, die hun vragen op lezen.  Ik hoorde allemaal enthousiast geroezemoes en zelfs geapplaudisseer.

Toen ze met haar aanbod kwam: voor 66 euro een pakket vol authentiek pastasoorten en sauzen en ik haar geroutineerd wilde afkappen, dat lukt me anders heel goed, riep zij bijna boos door de telefoon: Ho, ho, madame, je laat me niet uitpraten, let me finish what I want to say! Zo stellig dat ik me al bijna begon te verexcuseren. Ze wou nog kwijt dat ik het pakket gratis vijf dagen op zicht kon krijgen. Daar heb je wat aan bij etenswaren. Dus ik zei resoluut: Nee. Wat jammer! wat jammer! riep ze en hing op.

Zó klein is de wereld dus. Computergegenereerd wordt je telefoonnummer helemaal in Italië gevonden. Het is wachten tot er straks direct een vluchteling aan de lijn hangt. Madame, will you help me, please? Ik las net in Vrij Nederland een artikel van de broer van de cabaretière Sanne Wallis de Vries, die tientallen jaren op het Griekse eiland Leros heeft gewoond, een vergeten klein eiland waar nu dagelijks boten met vluchtelingen komen. Hun ouders verblijven er jaarlijks een half jaar en hebben zich in het 'vrijwilligerswerk' daaromtrent gestort. Kon bijna niet anders want het gebeurt letterlijk in hun zicht, aan zee.

Sanne Wallis de Vries heeft Loket Leros opgericht, waar iedereen geld kan storten en ze heeft een benefietconcert gegeven, waar Rob de Nijs meteen zijn medewerking aan gaf. Dat is dan voor dáár. Nu kan de middenstand aldaar toch weer voor 3 euro een warme maaltijd leveren. Iedereen krijgt hier wel te eten. Maar ergens begint het te wringen, al die ruimte en luxe om me heen.. En me dan tegelijk dat grote tentenkamp in het bos voorstellen. Nu. Hier. De kou, de drukte, zo in den vreemde. Nét nog niet aan de lijn, maar wel zó dichtbij.

woensdag 14 oktober 2015

Herfst / zomer

Oei, wat is het ineens herfst-herfst-herfst. Geen haar op mijn hoofd, of op mijn armen of benen, denkt er nog over om even buiten te gaan zitten. Het is weer tegen de verwarming aan en naar buiten kijken hoe er vlagen regen en wind voorbij komen, die de bladeren van de bomen schudt. Ik had nog wat voor te bereiden voor in-het-klooster, het is 'kloosterweek': deze week kom ik er drie keer.

Gisteren in de leesgroep voor het eerst het gehele Testament van Clara van Assisi. Na haar vier brieven aan Agnes van Praag, toch ook weer een andere toon en ook best wel een hele lap tekst, die we als geheel lazen. Een geestelijk testament, te lezen als een route die je kunt volgen, met verschillende mijlpalen, zo zei ik, als inleiding, en het scheelt als je de taal leest als iets waarmee je iets kan doen: het kan je aanspreken, of niet en daarmee dan op weg gaan.

Als eerste vraag vroeg ik, wat voor een spontaan gevoel deze tekst je als geheel geeft. Ik beantwoord zelf natuurlijk ook mijn eigen vragen. Meestal laat ik er een week of meer tussen zitten, zo dat de vraag me ook als het ware nieuw overkomt. En dan merk je hoezeer je eigen gevoel van het moment uit kan maken, hoe woorden op je over komen, Ik was in de zomer al helemaal lyrisch geweest, zag hoe goed het Testament was opgebouwd, hoe ze je meeneemt in haar wereld.

Maar nu? De vluchtelingenstroom houdt me bezig, dat zoveel mensen vaak zonder veel keuze hun huis en haard verlaten hebben op zoek naar een beter en veilig leven. Ik dacht aan Clara, die geheel vrijwillig haar huis verlaten heeft en  42 jaar in dat kloostertje heeft gewoond in San Damiano, maar  wel ook  met haar moeder Hortulana en haar zusje Agnes, die haar gevolgd zijn. Dat ze een zeer gerespecteerd mens was, die met de paus onderhandelde en bij leven al bijna heilig was verklaard.

Dat is een beginsituatie waar werkelijk een vrijheid van keuze was. Ze spreekt in haar Testament dat haar leven en  dat van haar zusters een voorbeeld zou kunnen zijn voor anderen. Ik vond het in ene keer wel héél zelfbewust, dus ik kreeg nu een gevoel van irritatie. Ook dat de woorden zo ver van het gewone dagelijkse leven staan. Prikkelend, om zowel dit nu te voelen, naast mijn eerdere  belevingen.

Het blijft gewoon naast elkaar staan. Zoals de herfst bij mij op tafel nog even naast de zomer staat. Op de weg terug uit het klooster plukte ik in de berm een grote bos gele margrieten, korenbloemen, wit duizendblad en papaver. O! Als ik een geestelijk testament zou schrijven dan zou daar zeker instaan, dat alle dingen naast elkaar kunnen bestaan. Zoals dezelfde spiegel meerdere beelden kan teruggeven. De werkelijkheid is aan alle kanten gebroken. Maar je kunt de spiegel van je ziel heel houden en gaaf.

maandag 12 oktober 2015

Coming Out Day

Dat is toch leuk om zo de werkdag te beginnen: met het ophangen van de regenboogvlag! Vandaag is het Coming Out Day 2015. Ik weet eerlijk gezegd niet of dit door mijn  gemeente zo is ingesteld of dat het een landelijk of wie weet zelfs wereldwijd event is. Ik juich het toe. In de toelichtende brief staat: 'Iedereen moet zichzelf kunnen zijn, zich geaccepteerd en (sociaal) veilig voelen. De regenboogvlag symboliseert dit voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders.'

'Het' komt natuurlijk overal voor. Ineens realiseer ik me dat er op dit moment twee vrouwen in het gebouw zijn, wier dochter en zoon lesbisch en homo zijn. In alle sport- ,wijk-, buurt- en jongerencentra wordt de regenboogvlag vandaag dus gehesen. Of het nu ook op alle scholen gebeurt? Geen idee. Misschien dat een gemeente daar geen invloed op kan uit oefenen. In mijn gemeente zijn de bovengenoemde locaties een deel van het gemeentelijk apparaat.

Dat is mooi. En nu zou je hopen dat dezelfde sfeer ook ging heersen rondom de 3000 vluchtelingen in het bos, En dat het niet mogelijk meer kan zijn dat een landelijke politicus zomaar kan roepen dat vluchtelingen komen voor borstvergrotingen en oogcorrecties.

Ik doe nu maar de woorden die ik vanochtend, nog voor mijn werk, uitsprak bij de meditatie. Gisteravond laat, na de boekenclub, opgekrabbeld, na ook daar uitgewisseld te hebben dat er in het Westen op dit moment geen maatschappij gedragen zingevingssystemen meer zijn en alleen het consumptisme hoogviert en de nieuwe dienst is: naar de Hubo, Praxis enzovoort, op de zondag.

Voor mij zijn het woorden die alleen maar wat zeggen, als je de performatieve kracht van taal wilt erkennen en wilt leven:

Het is altijd zo geweest
licht
dat door de tijd heen breekt
verwachting schept
hoop voedt
pijn laat
kramp ontspant
licht
dat door de tijd heen breekt
naar
ruimte

donderdag 8 oktober 2015

Rizzoli & Isles

Jammer dat ik nu net alle seizoenen al gezien heb, nu de donkerder dagen weer komen. Ik heb ze dus opgebruikt, juist in de zomerdagen, net voor het slapen gaan een aflevering. Of meer. Ze zijn zo aanstekelijk met elkaar: Rizzoli & Isles. Ik las eerst een boek van hen, een thriller dus, van Tess Gerritsen. Daarin worden de karakters van de twee dames goed uitgetekend, met diepte. Ik vond het meteen goed en geloofwaardig: twee sterke vrouwen op verantwoordelijke posten in  de politiewereld van Boston: Jane Rizzoli is inspecteur Moordzaken en Maura Isles is patholoog anatoom.

Rizzoli voert een innerlijke strijd tussen onafhankelijkheid, het alleen rooien, stoer in de mannenwereld van de politie, terwijl ze  zich tegelijk bewust  is van haar behoefte aan warmte en geborgenheid. Isles is een scherpe en zeer intelligente vrouw, waar je al lezende in het boek een soort van vermoeden krijgt, dat ze wellicht wat autistische trekjes heeft.

Uit het boek had ik niet meteen het beeld dat het twee bloedmooie dames zijn, en waarschijnlijk zijn ze dat ook wel geworden voor het beeldscherm. Pas halverwege lezend bedacht ik me dat ik, geloof ik, iemand ooit lovend over een tv-serie hoorde vertellen, met deze twee niet alledaagse namen. Ik zag een seizoen liggen in de bieb en was vrijwel meteen verkocht. Rizzoli en Isles zijn elkaars beste vriendinnen en hebben elkaar ook op professioneel vlak nodig.

Jane Rizzoli komt uit een arme Italiaanse emigrantenfamilie, waar haar vader loodgieter is, een broer in de gevangenis zit en een andere broer ook rechercheur wil worden. Maura Isles is geadopteerd en komt uit een rijk milieu, houdt erg van mooie kleding en schoenen en doet alles perfectionistisch tip-top. Jane drinkt bier uit de fles, Maura dure bubbels. Maura  is een wandelende encyclopedie, kan niet liegen, snapt veel grapjes niet, doet aan diëten en yoga en allerhande meditatie-technieken, Jane is een alleseter, eet  vet en veel vlees en pasta.

Ik heb de series omgekeerd in de tijd bekeken en dat is wel grappig. Maura's biologische vader  is een maffiabaas en dat heeft ze geaccepteerd, maar ze heeft veel moeite met  haar biologische moeder, die een populaire arts is.Eerder in de tijd blijkt ze vooral te worstelen met het idee dat ze de slechte genen van haar vader zou hebben geërfd, waarbij ze nog niet weet wie haar biologische moeder is.  De moeder van Jane is een gelukkig gescheiden, zelfstandige vrouw, maar eerder in de tijd is ze nog getrouwd en erg gehecht aan het familieleven.

Ach, het is gewoon een ontspannen, hartverwarmende serie, ondanks de akelige moordzaken die beide oplossen en die ene enge man die Rizzoli blijft achtervolgen. Bijna jaloersmakend, hoe ze, na gedane zaken, samen op de bank of aan de bar hangen, zich blijvend verbazen over het anders-zijn van de ander.

woensdag 7 oktober 2015

Zo elke mens

Gisteren zo'n fijne herfstige dag, zodat ik rustig binnen kon blijven en het huis 'winterklaar' kon maken. Het komt erop neer, dat mijn huis ronduit een soort van onbewoond hol wordt in de lente en zomer. Ik pak er dingen uit en leg er andere weer neer en leef dan vooral buiten. Tijd om orde op zaken te stellen. Ook wel omdat binnenkort de Boekenclub bij mij komt eten, dus de lange tafel moest vrij gemaakt worden van alle spullen erop.

Verder kan ik dan ook ineens in kieren en verborgen hoeken in kasten kijken. Wat kan er allemaal worden weggegooid? En dan blijf ik ook hangen bij dingen die me weer voor de ogen komen. Kaartjes van iemand van lang geleden, die ik nu niet meer zie, oude brieven van vriendin W. uit Nieuw Zeeland, waarin ze mijmert over het emigrant zijn, alweer 10 jaar geleden...Wat gaat de tijd toch snel. En ik zocht in mijn gedichtenbundels naar een gedicht van een vrouw die me werkelijk ooit geinspireerd heeft, voor de Boekenclub.

Dan kom ik niet uit bij M. Vasalis of Ida Gerhardt of Elly de Waard. Van hen was het hun gehele oeuvre dat me aansprak. Ik vond een gedicht van Ellen Warmond, dat ik, bijna voorspellend kon lezen: Ik ken het dus net niet echt uit mijn hoofd.  Gelezen op het einde van mijn middelbare school en nog steeds, zoveel later, kan ik het van harte beamen: Ik maak van de mens een 'zij'. 

Zo elke mens
Zo elke mens als deze mens,
als ik,
die liefde tekent op een
eeuwigdurende kalender
en daarop telt de dagen dat zij
mens was
dat zij bestond als
bewoonde huid
waarop de adem stralende
verhalen schreef voor later.

Dagen, dat alle mensen - ook
de slechtste
ogen hadden, zeggen konden:
zie mij, dit ben ik: kiem en
kruid, een jong
voorjaar in een oud land
van belofte
en dat zij konden ruizen als
een boomkruin.

Dagen, dat alle mensen
luisterden naar wat
binnen in hun diepste vliezen
toch hun opdracht was:
geboren worden, vuur maken,
het wiel uitvinden,
goden verzinnen en de taal
ontdekken
waarin de woorden mens en
liefde synoniem zijn.

maandag 5 oktober 2015

Het spijt mij

Hij blijft maar in mijn hoofd zitten en af en toe staat hij weer voor me en moet ik glimlachen. Dus ik wijd maar een blogje aan hem, hij wil bewaard blijven. Wat gebeurde er? Ik was even binnen, weg van mijn campingstoeltje in het plantsoen vlak achter mijn huis. Ineens rook ik een sterke brandlucht, ik rende naar buiten en het hele achterpad stond vol rook.

Terwijl ik naar buiten denderde, renden er twee jongetjes weg. Ik donderde: 'Hé, hé, wat moet dat, wat doen jullie daar?!' Weg waren ze, maar de een riep naar de andere: 'Jouw fiets!!!' En ja, hoor, daar lag een jongensfiets, midden op het pad. Ze hadden een rookbommetje gemaakt. Van een oude vuurwerkkoker met gras en papier eromheen en ze hadden het dus aangestoken. Ik trapte alles uit, rolde alles in de aarde, maar het was best venijnig, het rookte flink na.

Nu had ik dus een jongensfietsje in mijn bezit. Ik tuurde het plantsoen in en zag in de verte, bij het bruggetje, een jongetje, spiedend, quasi-nonchalant mijn richting opkijken. Ik overwoog even om het fietsje bij mij in de tuin naar binnen te halen , maar besloot het fietsje tegen de struiken neer te zetten, een beetje verborgen en in de tuin rond te hangen. Ik gunde hem wel een escape, maar toch niet helemaal vanzelf. Ik zou hem toch wel even aanspreken, als hij zijn fiets weer in de hand had.

Ja, hoor, daar kwam hij aan. Razendsnel keek hij het gangpad in, zag geen fiets en rende weer weg. Hij had het dus niet ontdekt achter de struiken. Dus ik ging weer op mijn campingstoeltje zitten. Daar stond hij, bij het bruggetje, mijn richting op te kijken. Ik wilde hem al bijna wenken, maar toen kwam hij aanlopen. Met afgezakte schouders, zijn hoofd gebogen, in een rechte lijn, direct naar mij toe. Hij ging voor me staan, keek me aan en zei: 'Het spijt mij.'

Ik vond dat ergens zo mooi. Dat hij gewoon de moed had, om het zó te doen. En iets van een gezond realiteitszin: als ik mijn fiets terug wil hebben, dat zal ik actie moeten ondernemen. Niet bang en wel schuldbewust. 'Nooit meer doen hè',  zei ik, 'dat had best gevaarlijk kunnen worden.' Hij knikte luid, in zijn lichaamstaal, en duidelijk. Je moet iets van een helder zelfbesef hebben, om dat zo te doen. En tegelijk een vertrouwen in de ander, dat deze jou accepteert, zoals je bent, zoals je gedaan hebt.  Mooi.

De weg van het licht

Het was toch wel weer een beetje 'afkicken': een rare term natuurlijk als je daarmee wil uitdrukken dat je het gevoel hebt dat je vanuit het klooster weer de gewone, dagelijkse wereld ingaat. Voor niet-kloosterlingen moeilijk te snappen: dat er een beleving kan zijn van in-de-wereld- zijn en die wereld verlaten, als je intreedt in een klooster.

Dat laatste zal ik nooit doen, kan ik toch wel met enige zekerheid zeggen, maar de afgelopen drie dagen was ik ergens op die dag in het klooster en bleef ook bij thuiskomst in-de-stilte en dan  zijn er een soort van onzichtbare kloostermuren om je heen, omdat ik besluit die beschouwende stilte niet te verstoren. De reden was onder andere, het Franciscusfeest dat dit weekende gevierd werd. 'Het is Werelddierendag!"zei een Nichtje, ja,  dat was het ook gisteren, maar wel omdat het tegelijk het feest is van Franciscus. Raar, voor mensen die daar niks mee hebben.

Maar goed, het is er weer: de drukke wereld waar mensen op allerlei andersoortige dingen gefocust zijn, dan dat wat de hoofdfocus is in een klooster. Steeds vaker denk ik: hoe doe je dat , zonder enige andere focus die je kleine eigen zelf en wereld overstijgt? Ik word zelf onrustig, als ik me niet ergens op een dag ijk, ofwel thuiskom op een 'plek' die naar iets anders verwijst en waar dan dus ook 'ïets anders' is, dan al het reilen en zeilen van de gewone, dagelijkse, zichtbare wereld.

Hierbij dan maar mijn zegenwens bij psalm 77 die ik vrijdag in de kapel uitsprak. Gek om me te realiseren dat ik voor sommigen bij die meditatie wellicht wel heel erg 'bij het klooster' hoor, omdat ze me alleen maar van daaruit kennen.

Er is een plek in de stilte
waar Broeder Zon jou altijd verwarmt en verlicht
Moge de gloed van die liefde
jouw ziel, elke keer weer, doen ontvlammen.

Moge de warmte van het verlangen
jou, elke keer weer, brengen naar anderen
in een verbindende kracht.

Moge het pad zich zo vanzelf aan je openen
en  jouw weg zich vanzelf ontvouwen,
de weg van het licht en de vreugde,
vrede en alle goeds.

donderdag 1 oktober 2015

Les uns et les autres

Ik snap er niks van: ik heb tot twee keer toe deelgenomen aan een uitwisseling over de film Les uns et les autres. Beide keren in Amsterdam, de ene keer bij de filmkraam op de Noordermarkt op zaterdag en de andere keer in een speciaal-filmwinkel op de kop van de Haarlemmerdijk, vlak bij de Westergasfabriek. Bij beide wist de specialist, de verkoper dus, te melden dat deze film niet op dvd verkrijgbaar was.

Het waren leuke gesprekjes, want de omstanders begonnen als vanzelf herinneringen op te halen en liedjes te zingen uit de film en ook ik bromde vals mee. De film zit in het geheugen gegrift van mijn generatiegenoten. Ik heb de dubbel-lp indertijd grijs gedraaid en ik ben dus niet de enige. De Bolero van Ravel, voor het eerst gedeeltelijk gezongen. Dat liedje over Paris en Goodmorning Sarah.

En nu vond ik de dvd gewoon in de bieb! O. Ineens bedenk ik me, dat de tijd wellicht zó snel gaat, dat het wie weet alweer jaren geleden is, dat ik deze gesprekjes had en niet bijvoorbeeld afgelopen lente. Of misschien is de dvd nog niet zo lang uit en ziet het hoesje er zo oud en versleten uit omdat die de hele tijd achter elkaar uit wordt geleend in de bieb

Anyway: ik zag de film dus weer. Over die vier muzikale families, in Amerika, Duitsland, Frankrijk en Rusland voor, tijdens en na de Tweede wereldoorlog. Alles was precies zoals in mijn herinnering, de key-scenes kon ik zelfs van te voren voorspellen, dat die eraan kwamen. Misschien dat juist door de muziek, de film zo goed geconserveerd is in mijn geheugen.

De scene waar het Franse joodse jonge stel hun baby, tijdens het transport naar Auschwitz op de spoorrail leggen bij een dorpje op het platteland. Dat zij, violiste, dan later, viool moet spelen, terwijl ze haar man de gaskamer in ziet lopen. Het moment dat de Russische danser een sprong maakt op het vliegveld en in het Westen blijft. Het moment dat de Duitse pianist voor Hitler speelt en later marcheert in Parijs. Dat moment dat het Franse meisje wordt kaalgeschoren omdat ze met de Duitsers heulde. De eind- en beginscène: dat de Bolero van Ravel wordt gedirigeerd door de Duitser, de Russische danser erop  danst bij de Eiffeltoren en de Amerikaanse zangeres zingt, tezamen met de kleinzoon van dat Franse Joodse stel.  En nog veel meer.

Het enige wat écht anders was, en mij het gevoel geeft dat ik zelf verandert ben en de tijd met me mee, is dat ik het nu allemaal veel te filmisch mooi eruit vond zien. Haar kleren bijvoorbeeld, terwijl ze viool speelt  in het concentratiekamp, waren schoongewassen blauw-wit, terwijl ik dat toen, in 1981 één van de gruwelijkste scenes vond. Keek ik toen met meer onschuld? Of zijn er zoveel meer films daarna gekomen met hard-realistische beelden? En foto's in kranten van gruwelijkheden, nu. We zijn slimmer geworden en meer alwetend en alziend, dan in 1981 door de voortschrijdende techniek. Denk ik. Niet cynischer dan toen. Hoop ik.