donderdag 31 oktober 2019

Ganesha is welkom

Ik word wakker terwijl iemand tegen mij zegt: 'God denkt dat hij nog welkom is in deze wereld.’  Ik kom weer uit hele filmen van dromen, waar de verhaallijnen bij het ontwaken meteen verdampen. Er zat een stukje lucide droom in: weten dat je droomt en daarop reflecteren. Ik zei: ‘Ik ben nu weer in die nieuwe stad die mijn droomleven heeft gemaakt, ik weet dat dáár ergens die hele grote boekenwijk is, waar je zoals in Las Vegas eindeloos kunt dwalen van het ene boekenparadijs naar  het andere en daarachter ligt die authentieke oude Chinese wijk die ik allang niet bezocht heb.’

De zin: God denkt dat hij nog welkom is in deze wereld, verwijst naar de westerse God, zoals deze in de westerse christelijke wereld geconcipieerd is: de kerken en kloosters denken dat deze God nog welkom is... Ze leven in de verhalen waar een paus mag gaan nadenken of er toch gehuwde priesters mogen komen ver weg in het Amazonegebied en of de roep naar vrouwelijke diakens misschien gehoord mag worden... Ze leven in het verhaal waar er nog een strikte scheiding is tussen het lichaam en de geest en de roep van het vlees onderdrukt moet worden en de gewone wereld ver weg moet worden gehouden... Afzondering met elkaar en versterving achter de kloostermuren met het celibaat als een heilige graal die er beschermd moet worden.

Gandhi hechtte uiteindelijk ook grote waarde aan zijn eigen celibaat. Maar hij stond midden in de wereld en hij verwachtte van de leden van zijn ashram dat deze, ook celibatair, zich net als hij zich juist intens met de wereld bemoeiden: niet om daar een God in te gaan verkondigen maar concreet een wereld te gaan scheppen waar er geen plek meer is voor kolonialen, Hindoes en moslims die al sinds de 14e eeuw woonden in India en er samenleefden, soms in oorlog maar ook in vrede met elkaar,  dat zouden blijven doen, met alle andere religies daar ook bij opgeteld, het kastenstelsel zou worden afgeschaft en hij noemde juist de paria’s ‘kinderen van God’ .

God is in de wereld van India nog gewoon aanwezig, niet om over te praten of namens hem de wereld in te gaan om deze te bekeren, gestroomlijnd naar het eigen Godsbeeld, maar in die ene zin die ik er gewoon op straat hoorde, bij de taxirijder, de guesthouse-eigenaren, in het Food Center waar Wiki christen was, Sunjay  hindoe en Ali moslim: God takes care, there is only one God, what you believe is up to you.


Deze God is nog wel welkom, ook in deze westerse wereld, getuige hoe in DWDD de studio tot een kerkzaal wordt getransformeerd en zangeres Giovanca en Matthijs van Nieuwkerk dan praten over de pas uitgebrachte film Amazing Grace, waar Aretha Franklin 47 jaar geleden in een zwetende en swingende kerk zingt, zingt, zingt... Dan wordt de Bijbel een van de vele bronnen van mythe die het wereldtoneel regeren: ik bestelde bij de bieb het boek Ganesha in Siliconvalley; De macht van de mythe op het wereldtoneel van Petran Kockelkoren, puur om de afbeelding: een marmeren Ganesha de God met het olifantenhoofd, zoon van het godenpaar Shiva en Parvati en in dit boek las ik mijn eigen gedachtengang van de afgelopen jaren terug.

Mabalipuram waar ik uiteindelijk anderhalve maand verbleef, is de plek van de beeldhouwers en daar zag ik overal deze Ganesha met een laptop op schoot, van heel klein handformaat tot massief en levensgroot, ze worden over de hele wereld verscheept: heel waarschijnlijk komt deze Ganasha die in een kantoor in Siliconvalley staat, uit Mahabalipuram. Ganasha brengt geluk omdat hij de God van de kennis en de wijsheid is. Hij is eigenlijk een soort Jezus als God zijn vader is en Maria zijn moeder. Of eerder omgekeerd: Jezus zou de broer van Ganesha kunnen zijn. Wanneer er beelden komen waar Jezus een laptop in de handen heeft, dan is het moment geboren dat God weer welkom is in deze wereld.

dinsdag 29 oktober 2019

Dromerig; de berg op

Collega L. zette gewoon het gesprek voort van vorige week in de auto, toen hij zei best trots op zichzelf te zijn dat hij van de drank en bijna het slechte pad was afgekomen. Hij zei: 'Ja, de alcohol daar schaam ik mij voor, maar blowen, daar hoor  je me niet over. Ik blow elke dag, alle mensen zouden moeten blowen want je wordt er aardiger van en je ziet heel scherp hoe het gaat met de wereld en wat een zooitje we ervan maken, de meeste mensen kunnen het helemaal niet aan om dat echt te zien. Ik heb nog nooit een blower meegemaakt die geweld gebruikt.’

Ik speel dan graag advocaat van de duivel en vertelde dat ik ooit op een feest helemaal in Leeuwarden was uitgenodigd in de weilanden en toen in een  verbouwde stal kwam, met wel dertig blowende mensen, hangend in de banken, allemaal of ze helemaal leeg waren, zonder persoonlijkheid.  ‘Dan hebben ze teveel geblowd, dan word je een zombie. Ik weet heel goed wanneer ik nog onder invloed ben of helemaal niet, al ziet niemand wat aan mij’. Ik zei nog nooit wat aan hem te hebben gemerkt, maar dat dit misschien kwam dat wanneer hij 's avonds blowde, het 's ochtends dan al was uitgewerkt? ‘Nee hoor, hoeft niet, het kan wel zes uur duren.’

- Wat merk je dan aan jezelf, als het nog werkt?
- Ik kan dat moeilijk uitleggen... dromerig is het... alsof je hoofd ook ergens anders is.

Ik vind hem soms juist ontroerend helder. Ik vertelde over tempels in India, uitgehouwen uit de rotsen, die ik nog wilde zien, een berg op en dan hele rotswanden uitgehouwen. Hij vertelde een documentaire gezien te hebben over een tempel op een héél hoge berg, met een heel  smal en steil pad, hij dacht dat het in Afrika was. Het gebruik was daar, dat elke pasgeboren baby de berg op werd gedragen, dan zag je ook een opa de baby voor een deel dragen. Het was zó inspannend dat hij zich kon voorstellen dat de moeder niet tegen de bevalling opzag, maar dat ze vlak daarna dan nog die berg op moest zwoegen. Het zag er heel gevaarlijk uit ook, maar er was nog nooit een ongeluk gebeurd, geen baby was ooit het ravijn in gevallen.

‘Ik wou dat ik zo’n baby was geweest’, zei hij, ‘om zo het leven te kunnen beginnen, daar heb je je hele leven wat aan.’ Misschien vind hij dit een dromerige gedachte, maar ik vind het ongewoon helder. Dat je weet dat je zo gewenst bent;  je hele familie de inspanning heeft verricht om je een berg op te dragen, al die energie samengebald rondom jou, het besef dat energie van anderen, jouw leven vanaf het begin mee vormgeeft en dat dit blijft, een leven lang.

maandag 28 oktober 2019

Mode in Afrika. Venetië. In mij

Ik had gisteren zin in even iets heel anders: het is verbazingwekkend hoe de fragmenten van klooster-presentie van de afgelopen week mij weer meezuigen in die wereld en de tijd dat deze werkelijkheid zo aanwezig was in mijn leven: ook afgelopen vrijdag was ik me sinds lang, lang bewust dat dit de dag was waarop ik mij ooit voorbereidde op de meditatie die ik de avond begeleidde: dat de hele dag in het teken stond van de verzengende aanwezigheid of nabijheid van...?... 'God’ ... zeggen ze dan gewoon in de kloosters.

Een flinke boswandeling: ik liet mij door de bus afzetten bij mijn oude wijkcentrum dat aan de rand van het bos lag en waar ik vroeger wekelijks kwam en liep door een tapijt van rood en bruin herfstblad naar het Afrikamuseum voor de tentoonstelling Fashion Cities Afrika over de kracht van de mode in Afrika in vier grote steden: Casablanca, Nairobi, Lagos en Johannesburg. Ik kwam binnen en er werd mij direct gevraagd of ik mee wilde doen aan een workshop en op het einde kreeg je dan een foto van jezelf mee naar huis. Leuk, ik had wel zin in een verkleedpartijtje. Na een korte rondleiding over de tentoonstelling kreeg je de boodschap mee dat mode dus een statement is. 

Er hingen rekken vol kleding en bakken met attributen en allerlei achtergronden voor op-de-foto: ga je gang, wat en hoe wil je je zelf laten zien? Ik zag een Schotse kilt, die heb ik altijd weleens willen omwikkelen, had onderwijl een associatie met Once Upon a Time in the West door de lange jas en wist op het laatst dat ik mijn eigen schoen wel wilde zetten op een Nederlands krukje tegen een achtergrond met een Afrikaans motief. Ik moet een beetje lachen om het resultaat, maar ik herken mezelf er wel in. Een grappig contrast met een bruin-wit habijt met een leren riem, waarin ik mezelf ook even wenste, even ervaren hoe het voelt, toen ik Zusters Trappistinnen zag.

Na een wandeling in de schemer, de stad weer in, tot tweemaal toe reed een beoogde bus vlak voor de bushalte aan mij voorbij, maar het lichte afdalen vanuit het bos in Berg en dal gaf het ook iets heel lichtvoetigs. 'Ga met vaste voet en lichte tred', zegt Clara van Assisi. Thuisgekomen ook nog maar eens op YouTube naar twee filmpjes gekeken over de Biënnale van Venetië: Introduction by Ralph Rugoff  en Meet curator Ralph Rugoff. Die vertolkt exact hoe ik drie weken lang de  Biënnale beleeft heb, ik loop weer in de Arsenale en Guardini in Venetië en besef weer dat dit de wijze is waarop ik in de wereld wil leven: temidden van al haar veelzijdigheid, beweging en complexiteit: een uitdaging voor de zintuigen: gevoel, verstand en geest in één. 

zondag 27 oktober 2019

De Kovel

Ik herinner mij het mondelinge geboortekaartje nog: broeder Alberic die in de abdij in Diepenveen vertelde dat er een monastiek Nederlands-Vlaams  tijdschrift opgericht was: De Kovel. Zijn lachende gezicht, zijn enthousiasme ervoor. Er zat ook iets van een missionaire geest bij: om de wereld te laten zien wat het monnikenleven inhield, het zichtbaar maken van de zoekers naar God. Het was in januari 2008, lang dus voordat het glossy tijdschrift Klooster! verscheen. Ik heb me er nooit op geabonneerd, waarom zou ik binnen willen kijken in een leefwijze? 

Nu vierden zij hun twaalf en een half jarig bestaan met een symposion en een Benedictus-Oratorium, geschreven door de hoofdredacteur van De Kovel en op moderne muziek gezet. Ik sloeg  wel aan op de titel van het symposium: Het leven als liturgie, de kunst van het monnik zijn. Om het leven niet te zien als een opeenstapeling van prestaties in het rad van de economische molen maar als... een mogelijkheid om te vieren in het licht van ‘wat groters’, dat wat het alledaagse overstijgt. En monnik-zijn als een kunst zien, zoals er zoveel soorten van kunst zijn: dat sprak me wel aan.

In het mini-symposium was wat gehusseld met de woorden: nu ging het over de kunst van de liturgie en het geheim van het leven in het zichtbare. Ook goed: ik geloof heel erg in het geheim van het leven in alles wat we zien en ervaren: alleen al het ‘simpele’ gegeven dat ik adem en met een bewustzijn de wereld inkijk, dat besef alleen al ontneemt mij soms de adem; het is een wonder, adembenemend, de hele dag door.

Het oratorium werd ingeleid door de schrijver terwijl in de kerk de oefenklanken van het oratorium erdoor heen schetterden, trommelden, hoorns die al bliezen, een Xylofoon, flarden gezang, De kern van het betoog was, dat een ieder ‘Benedictus, de man van vrede’ is, en dat zijn persoon, die een ieder dus in zich heeft, al ver in de Oudtestamentische verhalen aanwezig is, juist in een weerbarstige werkelijkheid. Daarom wordt Elia genoemd, de profeet en roepende in de woestijn, en Daniël in de leeuwenkuil.

Deze insteek zorgde ervoor dat ik aanvankelijk wel werd meegenomen in de moderne klanken van het Oratorium. Juist het contrast, dat Benedictus, die aan het begin van het kloosterleven stond door zijn Regel met het getijdengebed, het zingen van de 150 psalmen, in de kloosterlijke tradities die erop volgden, bij de ene allemaal in één week bij anderen weer anders, in trage en verstilde muziek, terwijl er nu juist soms bijna een kakofonie van geluid klonk, uitgevoerd door meerdere koren uit België, een kamerensemble, een sopraan, bariton en bas... dat vind ik wel een interessante spanningsboog geven. Met welke personen tot in de huidige tijd, zou ik mee kunnen voltrekken dat Benedictus geen verre oude heilige is, maar in mij leeft?

Jammer genoeg verzandde het Oratorium enigszins in het vertellen van wederwaardigheden uit het leven van Benedictus zelf, ik kon het niet meer aan mezelf verbinden. Voor mij blijft het beeld van de kovel over: dat is het witte kleed dat de monniken bij het bidden en zingen boven hun habijt dragen. En dat bidden en zingen bevat een groot deel van de werkelijkheid die zij elke dag zelf scheppen. En die kan even alledaags aanvoelen als elke dag achter de lopende band staan. ‘Bidden is sleur’, zei broeder J. de tuinbroeder een keer tegen mij uit de grond van zijn hart.

Het is een kunst om elke dag te midden van alles een kovel om te slaan, die je beschermt en behoedt... zó dat het leven je wakker houdt, je laat tintelen in een soort van bron van vreugde en vrede in jou, hoe je ook leeft, wat je ook doet. 

zaterdag 26 oktober 2019

Afronden of verbinden?

Het zijn de laatste zachte dagen van dit jaar, dus gisteren zat ik in de tuin met een fleece-deken om te lezen. Onderwijl met mijn gedachten ook af en toe elders. Er was een tuinman langs gekomen van een tuinbedrijf, die meldde dat hij donderdag zes nestkastjes kwam plaatsen aan de zijkant van het huis, boven de klimoprand zodat de mussen daarin konden gaan zitten en daarna de klimop weg kon. Krijg nou even wat: de technische beheerder had een mail gestuurd dat hij graag nestkastjes tussen de klimop wilde plaatsen en dat hij het interview met mij al gelezen had en dat hij het zo leuk vond omdat ik zo’n veelzijdige persoonlijkheid bleek. Ik moest er even over nadenken maar vond die nestkastjes daar toch niet zo’n  goed idee, het zou de rust van de vogels verstoren en ze nestelen al in de klimop, extra kastjes zijn niet nodig, die mail had ik vroeg in de ochtend verstuurd.

Maar nu bleek dit: ik ben een beetje (veel) bedrogen door E. Die had vrij en was dus onbereikbaar, dus ik kon in het hier-en-nu geen stoom afblazen, dus ik somberde in mijn tuin: als ik de tuinman gemist had, dan had ik voor een voldongen feit gestaan, met weer een ver-reiker in de straat die veel geld kost. Zo’n grote machine die over de weg aankomt en speciaal besteld moet worden en die ik eerder zelf heb moeten betalen om klimop te kunnen behouden. De technische beheerder deed dus aan slijm, slijm en afleidingsmanoeuvre met zijn o zo’n aardige mail...

Nu moet wéér blijken of ik deze actie kan stoppen en wat is dat toch: de menselijke staat van dienst? Waarom niet eerlijk en oprecht zijn? Hij was nota bene de beheerder die ooit zei dat klimop mocht blijven groeien omdat het geen kwaad kon. Door hem heeft jarenlang de woningbouwvereniging helemaal geen aandacht besteed aan de woning, de klimop groeide tot ver over het dak. Wilde  hij nu zijn eigen ‘fout’ definitief wegpoetsen en alles wegruimen en afronden en dat ook nog een beetje stiekempjes buiten het zicht van de andere wijkbeheerder B. die ik dus van vroeger ken? Uit dat gesprek met  zijn drieën was al gekomen, dat de klimop aan de zijkant zo oké was. 

Ik kan daar slecht tegen: liegen en bedriegen. Voor sommige mensen is het geloof ik gewoon... een leugentje om bestwil, je eigen handelen verfraaien (misschien zelfs onbewust), niet klip en klaar de waarheid spreken en dan zijn er nog de leugens met het aplomb van écht en zelfs daarmee een aanval openend naar anderen...Waanzinnig en machteloos makend omdat je het tegendeel niet kunt bewijzen. En dan kun je het een keertje wél bewijzen door een filmpje wat je toevallig gemaakt hebt of een mail  die de andere heeft achtergelaten, zoals nu bij de technische beheerder het geval is, maar zal ik er wat mee opschieten? 

En ondertussen las ik van Karin Slaughter de literaire thriller Verbroken. Juist ja, dat doen mensen in hun verengde universum: zij breken in plaats verbinden. Beide soorten acties vragen energie. Ik wil energie blijven geven aan het laatste... maar breken en afronden dat is zó gedaan en kan eenzijdig, voor verbinden zijn twee zijden nodig, je kan het niet in je eentje. 

donderdag 24 oktober 2019

Klooster, speeltuin, Marion Williams

Ik droomde vannacht dat ik in een volkomen verbouwd klooster van de Kapucijnen was. Ik was er incognito, niemand wist dat ik er ooit een kamer bewoonde. Ik keek naar de nieuw tafels en stoelen, maar voelde tegelijk de warmte van de oude stenen. Ik zag de nieuwe gang van zaken: een jonge vrijwilligster werd zo’n beetje bevolen door een jonge bezoeker dat zij haast moest maken om hem te bedienen. Toen het hem niet snel genoeg ging, klaagde hij bij de 'leiding’, zij kreeg een reprimande en bijna straf, totdat ik en een andere getuige het voor haar opnamen... Ik dacht aan alle oude broeders die er ooit leefden; W. en de drie J.’s en M. die nu allemaal gestorven zijn. Ik zag J. een ex-non die nu vast besloten was om toe te treden tot de nieuwe leefgemeenschap en daarmee haar riante appartement waar ze nu woont zou opgeven en ik zei tegen haar: ‘Ja, jij past hier wél in, te midden van het lekenechtpaar, de drie zusters en de Franciscanen’. Ik werd wakker met een groot gevoel van heimwee...

Wat zégt deze droom? ... De laatste tijden wordt mijn theologie- en kloosterverleden weer wakker gemaakt, zoals door het bezoek aan de mis in de abdij van Koningsoord. Hoe ik dan gewoon weer meedoe en geniet van het zingen van de zusters daar, het ontstaan van een heilige ruimte door aandacht en het tedere ademen in weinig muzieknoten en woorden... Tegelijk kijk ik met een ander oog: dat het natuurlijk een geweldige theatrale ruimte is, zo’n kapel waar weinig daglicht in komt, een kluis, verborgen voor de wereld en hoe de zusters in hun witte gebedsmantel een voor een binnen druppelen en soms op de knieën vallen of tussen de koorbanken in op de grond gaan mediteren...

Tegelijk hark ik ‘kloosterachtig’ in het bos in de speeltuin hopen herfstblad bij elkaar, het is er stil, de roodborstjes verschijnen weer, ik dacht aan de mest die ik maandenlang heb gekruid in de kloostertuin en ook daar ja, herfstblad. Hoe dichtbij de seizoenen je bent, de groei, bloei, (de dalia’s van broeder J.), het verval en hier in de speeltuin de verwondering hoeveel blad er kan vallen: de hoopjes van vorige week zijn al wat verschrompeld, daar kwam nu weer nieuw blad bij en ondertussen is het in de bomen ook nog gewoon groen.

‘Daar kunnen we wel tot februari mee bezig zijn’ zegt L., de enige collega die er nu is. Door de bezuinigingen is er geen beheerder meer te zien, die worden op de ijsbaan ingezet en het is mogelijk dat het aan L. is, die van een ‘werkverschaffingsbedrijf’ komt en ik, ‘de klusjesvrouw-voor -twee -dagen’, zoals ik mij profileerde, om de speeltuin voor de opening van het nieuw seizoen weer op orde krijgen. En tussen het harken door, ging ik dan eindelijk van de kabelbaan, effe zweven door het bos en je moet op het zitje springen, het lukt me maar net, hoe doen al die kleine kinderen dat?! Het zal de lenigheid van de jeugd wel zijn...

L. vertelde plotsklaps in de auto terug, ik kan dan met hem meeliften, dat het toch maar zomaar toevallig goed met hem is gekomen. Hij dronk ooit best veel en gebruikte ook drugs en handelde er ook een beetje in. Hij heeft gebroken met een goede vriend die niet meer te vertrouwen was: liegen en bedriegen, de laptop stelen van zijn eigen broer om aan geld te komen. Nu drinkt hij hoogstens twee flesjes bier per dag,  ongeveer vijf dagen in de week, maar vindt dat eigenlijk teveel. ‘Ik ben best trots op mezelf dat het me gelukt is. N. werd net op tijd zwanger, als het drie maanden later was geweest, had ik waarschijnlijk in de gevangenis gezeten’. 

Nu is hij vader van drie jonge kinderen. Vorige week heeft hij een coniferenhaagje gepland voor zijn nieuwe huis, al had hij liguster willen hebben. En hij vertelt aanstekelijk over het gamen wat ook verslavend kan zijn, daar wil hij wel op letten. Dan log je in met vijf onbekenden (met mensen die hij kent, daar vindt hij niks aan, dan ergert hij zich alleen) uit Europa en Amerika, schat hij in, en dan vorm je een team en maak je in het Engels strategieën om de wezens van andere planeten te verslaan om de aarde te redden. Een ieder heeft eigen skills verworven, afhankelijk van het level waarin je zit en wat je al eerder in het spel hebt meegemaakt. Daar moet je dan bij elkaar achter komen en die razendsnel inzetten. Ik zou hier ook verslaafd aan kunnen raken. In enkele uren de nieuw pageturner van Niccy French wegwerken, Een huis vol leugens zoals ik gedaan heb, is eigenlijk maar saai... L. heeft dyslexie en ADHD en kan niet lang lezen: gamen is zijn vervanging, weet hij.

En ik kijk weer op YouTube naar de gospelzangeres Marion Williams, die in 1961 optrad in de Geertekerk in Utrecht. Zo’n zwarte swingende invasie in een kerkje midden in dit land, toen alles nog stijf en onkreukbaar was hier, terwijl er in Amerika nog segregatie was. Het was op de tv te zien, schreef L. in een Lichtbeeld, die hij aangestoken door mijn Passiebloempjes, is gaan schrijven. Als klein jongetje maakte het een onvergetelijke indruk: recht uit het hart, zonder partituur. Liederen waar je niet stil bij kunt blijven zitten, maar je omhoogdrijven en je lichaam in beweging zetten.

Somebody  bigger than you and I... Het woord God valt niet. Het is het soort besef waar we allen wellicht toch ergens van leven: noem het anders de menselijke creativiteit, de verbeelding aan de macht: we leven pas als we ook de poging blijven ondernemen om boven onszelf uit te stijgen, de eigen controle verliezen, ons overgeven aan ‘iemand’, ‘iets’, whatever, of je nu in een klooster woont of gewoon thuis. Blijven zoeken naar vormgeving die bij je past, misschien gedreven door heimwee naar een notie van volmaaktheid: heel-zijn.




maandag 21 oktober 2019

Hart & Ziel

Ik heb wel aparte dagen achter de rug. Ik was helemaal ondergedompeld in de muziek van de Hart&Ziel-lijst, de top 300 van klassieke nummers door luisteraars zelf samengesteld. Er wordt een speciale sfeer gecreëerd doordat luisteraars ook het uitzicht appen waarvandaan zij de muziek horen en dat gaat van bergtoppen, meren en zee, naar midden in Wenen, met een baby op schoot, véél babies die rustig worden van de muziek meldt de aankondiger. En er waren  mensen op weg met oortjes op in de trein naar Utrecht naar Tivoli, Vredenburg waar op vrijdag een festival was met workshops, live-concerten, vanwaar alles werd uitgezonden. En persoonlijke verhalen over muziek die levens lang meegaan. 

Ik was er bijna ook geweest, puur uit nieuwsgierigheid, zo’n happening, had mijn jas al aan en toen begon het heel hard te regenen en te stormen. Dus toch maar niet en bovendien zoog een nieuw muziekstuk mij extra naar binnen; letterlijk en figuurlijk. Ik ben niet zo geavanceerd om met oortjes ononderbroken te kunnen blijven luisteren en ook later hoorde ik dat de mensen op het festival, er ook met koptelefoons rondliepen, om in de muziekstroom te blijven. Er werd ene Ali geïnterviewd, ingenieur en een vluchteling uit Syrië, voor wie de nocturnes van Chopin favoriet waren en alle Russische muziek vanwege de actie en de dynamiek.

De boodschap is duidelijk: muziek verbindt, ‘al die prachtige muziek, waar tegelijk naar wordt geluisterd, dat is het speciale, gedeeld voelen en genieten’ is een bericht van ene Jenny, dat rondom de top vijf, ‘de hogere sferen in de hoogste regionen’, wordt voorgelezen. En onderwijl las ik De Drukker van Venetië van Javier Azpeitia. Venetië stonk toen in de 15 e eeuw op veel plekken met dood vee in de Canal Grande, de kerk is machtig en wil regelen welke boeken wel en niet gedrukt mogen worden. De drukker verzucht zo blij te zijn met de klok die de ingang vormt naar de wijk van de koopmannen omdat voortaan in Venetië de tijd in 24  uur per dag is ingedeeld. Hij wil een manuscript van Epicurus drukken want zo’n denker uit de tweede eeuw voor Christus geeft een tegenwicht tegenover de onderdrukkende moraal van de op geld en macht uit beluste kerk. En dat is nodig omdat een mens alleen vanuit geluk en plezier en vrede in zichzelf , de wereld tot een betere plek kan maken, bepeinst hij te midden van alle tegenwerking die hij ondervindt. 

En dan denken dat het grootste gedeelte van al die muziek er toen nog helemaal niet was! Geen Mozart en Bach enzovoort, maar wel het oudste muziekstuk op de lijst die in de top 10 stond uit 1089 van Hildegard van Bingen. En toen zag ik mezelf ineens op sokken in de kapel van de Clarissen naar de muziekinstallatie lopen, de muziek weg draaien om de meditatie te beginnen. Spiegel in Spiegel van Arvo Pärt op nummer drie, het muziekstuk dat jaren en jarenlang klonk in de kapel wanneer de mensen binnendruppelden... Ach, de kapel, wat voelde ik mij er thuis... het was ook mijn plek waar ik stenen en takjes en bloemen in het midden legde, de banken verschoof, ontspanningsoefeningen deed, eigen geschreven teksten voorlas, met een klankschaal de meditatie beëindigde... Zaterdag de dag erop, cultiveerde ik mijn eigen huis als kluis door er een herfstboeket neer te zetten van kleurige gerbera's, klimop uit de tuin en rode bessen hulsttakken uit het plantsoen.

En op zondag was ik in de kapel van de Trappistinnen, in de abdij Koningsoord in Oosterbeek. Ik was er een keer eerder, overdag en vond het toen een wat rommelige plek, met net te veel esthetisch bedoeld decorum. Maar nu deed het mij onmiddellijk goed om weer op een plek van stilte te zijn, zo nadrukkelijk gebouwd om ruimte te maken voor dat wat het alledaagse overstijgt.  Zoals al die muziek op de radio; vijf dagen lang, Hart&Ziel dat ook doet. 

donderdag 17 oktober 2019

Drie verrassingen: o.a. Colin Mc Cahon

Drie verrassingen in korte tijd. Gisteren, vroeg in de ochtend keek ik naar buiten, donkere zwarte wolken rondom mijn raam, dus ik kon wel weer mijn warme bedje in, bij regen hoef ik niet te werken. Ik googelde op Colin McCahon, een kunstenaar uit Nieuw Zeeland die ik zag op Instagram bij W. die een boekhandel heeft Petronella’s Gallery & Bookstore (toch even melden; dan komt het in de annalen van dit blog).

Wat ik zag verraste me. Er hangt een duidelijke religieuze of eerder mystieke sfeer over zijn werk. Bijna abstracte landschappen, en dat kan heel goed, juist in Nieuw Zeeland waar het nog zo leeg en onbewoond kan zijn, geladen met ‘iets’. Sommigen zouden van Rothko kunnen zijn en een motief is exact wat ook vriend T. heeft geschilderd, je ziet een grote 'T' op het doek, maar het is ook een deel van het kruis en bij Colin McCahon een verborgen wereld achter schotten. Hij speelt ook met de zeggingskracht van het schrift, de eigenlijke betekenis en wat het beeld doet. Een schilderij heet I and Thou, de titel van het klassieke boek van Martin Buber en een andere had de woorden Let us posess one world, each has one, and is one:  woorden die me uit het hart gegrepen zijn.

Ik keek nog eens naar buiten: hé het was helemaal opgeklaard, er gloorde zon en zelfs een blauwe lucht. Dan toch maar razendsnel wél naar de speeltuin. Het was er aangenaam en behaaglijk, ik maakte met de hark allemaal hoopjes blad tussen alle speeltoestellen door, terwijl ritselend blad bleef vallen. Ik dacht aan een gedicht van Rilke: 'Herbst'. Die Blätter falllen, fallen wie von weit...wir allen fallen. Diese Hand da fallt. Und sieh  der andere an: es ist in allen. Sterfelijkheid in alles, maar ik zag al doende uit mijn handen al die bergjes blad door de hele speeltuin verschijnen. Een collega die ik nog als meisje heb gekend in de oude volkswijk en die onverwacht hier moest werken, kwam even naar mij toe. Ik had haar al lang niet gezien en vroeg hoe het met haar ging en op het laatst zei ze: Karma is a bitch. Mijn tweede verassing; zo concreet iets van levensloop’, het almaar gaande en komende leven ervaren, steeds veranderend en in beweging.

Thuis gekomen keek ik naar de eerste twee afleveringen, maar voor mij de laatste ,van Brieven aan Andalusië . Het tv-aanbod is zo groot, dat ik in de praktijk eigenlijk nauwelijks tv kijk, want waar te beginnen?  Maar wandeldame W. was afgelopen zondag helemaal verbaasd dat ik Chateau Meiland leuk vind, naast de dagelijkse twee talkshows eigenlijk het enige wat ik echt volg en ze zei: weet je wat je echt moét gaan kijken, zo mooi gemaakt, zo puur... En ze heeft gelijk.

Stef Biemans vlucht met zijn vrouw Audrey en twee kinderen uit Nicaragua naar Andalusië en ook zijn schoonouders volgen, al gaat zijn schoonmoeder ook weer terug. Ik heb de brieven in omgekeerde volgorde bekeken en begonnen met Sante Semana, de intense wijze waarop in Andalusië de Goede Week voor Pasen beleefd wordt. Ik was ooit in Sevilla de week ervoor en heb toen al veel sfeer daarvan geproefd. De vermenging van kerk en staat in Spanje, het leger dat een aandeel heeft in alle optochten, dat wist ik niet.

Biemans schrijft brieven aan mensen met vragen,  naar voorbijgangers, buren, zijn fitnessleraar, maar ook zijn schoonvader en zijn eigen vrouw, met haar is het idee ontstaan. Daardoor komt het hele scala  van intiem en persoonlijk naar wat ver en vreemd is , aan bod: de brievenschrijvers lezen hun antwoord voor de camera voor. Aangrijpend was de aflevering die De tentakels van Franco heet: een oudere vrouw leest voor hoe haar leven getekend is door het verdriet dat nonnen op 17 jarige leeftijd haar baby meenamen en zeiden dat deze gestorven en begraven is. Zij leest  de brief op het kerkhof waar er gezocht wordt naar de babylijkjes, en zij vindt er een leeg kistje. Er was een babyhandel waar de kerk en Franco nauw samenwerkten: 300.000 moeders zijn op zoek naar hun verloren kinderen... En ondertussen worstelt Stef Biemans met het gegeven dat zijn vrouw en schoonouders vroom Rooms Katholiek zijn en hij zichzelf een agnost noemt en waar en hoe je thuis te voelen? ... Deze serie is mijn derde verrassing.

Ik raak steeds meer vervreemd van kerk en klooster en tegelijk is er een onderstroom die bij mij aanwezig blijft en mij heeft gevormd. Ik denk nu aan Jeanette Winterson die in haar autobiografie Waarom gelukkig zijn, als je normaal kunt zijn? en die geleefd heeft met een enigszins godsdienstwaanzinnige adoptie-moeder. Op het moment dat ze aan  zelfmoord denkt, slepen  de regels uit het Johannes evangelie haar erdoor heen (Joh 3;7) om opnieuw te worden geboren. De Naardense Bijbel vertaalt met een regel ervoor: en wat uit de Geest wordt voortgebracht is en blijft Geest; verwonder je er niet over dat ik je heb gezegd: gij moet van bovenaf weer worden voortgebracht!

maandag 14 oktober 2019

Trumps & Erdogans tegenover: Kipchoge, Karina Cannelakis, Hélène Grimaud, Hazel Scott

Vanaf deze geprivilegieerde plek op de wereld, die ook iets schaamtevol krijgt al kun je er niks aan doen... lees ik de column van Stevo Akkermans in Trouw over Turkije en Europa en die verwoordt precies mijn denken erover: dat het toch niet zo kan zijn dat bij gebrek aan leiderschap en visie in Europa, de Trumps, Assads, Erdogans en Poetins het voor het zeggen hebben? Schaamtevol vind ik dat Europa’s brein alleen maar lijkt te calculeren: moeten we toch iets gaan doen omdat anders al die miljoenen vluchtelingen deze kant op komen? Of daarom juist maar niks doen?...

Ik krijg dan behoefte naar  andersoortige menselijke activiteit die er gelukkig óók is. Een bladzijde verder in de krant raakt mij de renprestatie van Eliud Kipchoge in Wenen: voor het eerst rent een mens een marathon, 40 km dus, in minder dan 2 uur. Misschien vind ik het juist wel mooi dat het ook een gezamenlijke presentatie is: de wetenschap, de TU in Eindhoven, had een windtunnel berekend, waardoor er 41 mensen, ‘hazen’ genoemd, om en met Kipchoge mee renden om de wind op gevangen. Neemt niet weg dat hij vroeger dagelijks 5 km van en naar school rende in Kenia, training die je niet uit jezelf zo verzint. Je ziet een foto waar buren en vrienden kijken naar de marathon op de tv bij zijn moeder in Kenia. Hoe zij erop staat, zijn moeder te midden van de drukte om haar heen: bijna verstild en ook trots: haar handen in het gebaar van dankbaarheid. En zelf zegt hij: 'Ik wil laten zien dat het grenzeloos is wat de mensheid kan bereiken als men samenwerkt.’

Ik blader door in de krant en kom bij de lovende recensie van het concert van het Radio Filharmonisch Orkest afgelopen zaterdag in het Concertgebouw van Amsterdam, het welkomsconcert van Nederlands eerste vrouwelijke dirigent Karina Canellakis. Ik weet niet hoe het kan, maar ik dacht zaterdagmiddag voor het eerst sinds lang, lange tijd even de FM-App aan te toetsen. Luisteren of er iets was wat me kon raken. En ik kom precies in de aankondiging, live, van het concert en ik luisterde en was er helemaal vol van. Zozeer dat ik mijn plan om in de avond naar de liturgie van het Russisch-orthodox koor waar W. in zingt,  liet varen. Het zou too much van het goede zijn.

Vanochtend dacht ik aan een pianiste waar, na het concert, een andere presentator helemaal lovend over was. Ik dacht dat haar voornaam Helen was, dus ik kijk op You Tube, naar vind haar niet, maar wél een documentaire over Hélène Grimaud, Living with wolves. Zij is pianiste en zij woont bij wolven., sindsdien kan haar pianospel pas klinken zoals zij wil.Wat een mooi mens, letterlijk en figuurlijk, de grootse muzikale wereld in haar, de passie, een prachtig portret en geweldig om zo wakker te worden.

En dan, bij het ontbijt toch even kijken naar de pianiste die ik wel zocht: Hazel Scott bleek ze te heten. Ook weer zo verrassend: een zwarte pianiste in oude zwart-wit filmpjes, ze acteert er ook te midden van muzikanten met hoge hoeden op: zo krachtig, vitaal en sprankelend! Nooit echt bekend geworden,waarschijnlijk omdat zwart-zijn en sterke presentie niet hoorde in deze oude tijden.

Ondertussen zal ik deze week wel veel de NederlandFM -app aantoetsen want het is Hart & Ziel Lijst 2019 op NPO Radio 4: 300 mooiste klassieke muziekstukken door de luisteraars samengesteld, een Top 300 dus t/m vrijdag 20.00 uur, ook afgedrukt in de krant. Af en toen komen luisteraars zelf aan het woord, wat het muziekstuk hen doet en wat het voor hen betekent. Ja, ik ben geprivilegieerd...

zondag 13 oktober 2019

Over het (trein)verkeer en India

Een heel gedoe met het treinverkeer. Er wordt gewerkt aan het spoor, dus worden er bussen ingezet. Dat zijn allemaal reisbussen en de chauffeurs daarvan rijden nu dus buiten hun comfortzone. Hoe wisselend men daarmee om kan gaan. De eerste chauffeur is helemaal balend en uit zijn doen omdat hij bij Wijchen het spoor niet over kon, alwaar hij op het station passagiers moest ophalen.

Nu herken ik het probleem, want ooit in de zomer in de stikkende hitte zat ik ook in zo’n bus, terwijl de airco het niet deed, en de bus reed door de buitenwijken en werd uiteindelijk genavigeerd door een bewoner aldaar. Dat krijg je ervan, als je met een TomTom rijdt, die niet verwerkt heeft dat het spoor dus dicht zit...

Een andere chauffeur rijdt vrolijk de onderkapping in bij het busstation in Arnhem. Blijkt dat de bus te hoog is voor de lager hangende bordjes. Maar hij heeft er lol in, hangt met zijn hoofd buiten het raam en manoeuvreert de bus ertussendoor. ‘Dat gaat goed! ‘ zeg ik tegen hem, halverwege. ‘We zijn er nog niet, we zijn er nog niet’, reageert hij terug.

Grappig hoe men in zo’n bus dan ineens wat geanimeerder naar elkaar is. Andere mensen lachen ook wat en beginnen met elkaar te praten. Alleen maar omdat je ineens moet zoeken en niet automatisch van het ene in het andere stapt, erop rekenend dat alles geruisloos klopt en geregeld is.

In de boekhandel had ik het bijna gekocht: een net verschenen boek van Fons Stoelinga, die de Nederlandse ambassadeur was te New Delhi van 2012-2018; India, land van de Toekomst. Maar nu las ik in Topics, een handige app om iets meer te kunnen lezen dan mijn eigen krant Trouw, precies die feitjes over India uit het boek, die ik graag bij me wilde hebben. Volgende week bezoekt het koninklijk paar India, het land is booming en zou een belangrijker handelspartner moeten kunnen zijn dan China, ook omdat het een democratie heeft: 'De premier van India wordt door 70O miljoen mensen gekozen, die van  China door zeven personen, de leden van het partijbureau’, zegt  Stoelinga.

De bevolking van India is jong, de helft van de 1.3 miljard jonger dan 25 jaar, de gemiddelde leeftijd is 29 en heel India is bijna online: het is precies wat ik daar ervoer en zag: de optimistische sfeer in India; wij gaan vooruit, het wordt alleen naar beter, temidden van die oeroude rituelen en gewoontes   en de scherpe contrasten tussen arm en rijk op iedere straathoek.

India is onzichtbaar helemaal aanwezig in Nederland. Alle files in Nederland worden geregeld door jonge mensen die in een IT-bedrijf in Kerala, dat doet denken aan de televisiebeelden van de maanlandingen bij de Apollovluchten, op schermen staren van de snelwegen hier en dan razendsnel uitrekenen met algoritmes, hoe hard je moet gaan rijden en hoe lang de file nog duurt... Telkens als de cijfertjes veranderen op die borden boven de snelweg, dan komt dat door iemand in India die aan de knoppen zit...

Dar heeft toch iets ongelofelijks? Onze comfortzone waardoor men braaf elke dag in een eigen autootje in de file zit, dan maar een muziekje op, de radio aan of whatever, die relatieve rust wordt geregeld in India, waar het verkeer juist een volstrekte chaos lijkt: een wonder vond ik het: op de een of andere wijze let men daar toch op elkaar, omdat de sfeer van het verkeer weliswaar heel luidruchtig is, maar niet agressief. Dus zonder India is het maar de vraag hoe we ons zouden redden op onze eigen weg. En nu moet ik de trein uit.

zaterdag 12 oktober 2019

Onbeschut. Familie Meiland

Ik vind het helemaal niet erg om met die donkere natte regendagen de hele dag binnen te zitten en te lezen. Wel zo rustig, want als er ook maar even zon is, dan wil ik naar buiten, ofwel daar lezen of in de tuin werken. En dan moet je weer naar binnen als het water weer naar beneden valt en bij opklaring weer naar buiten en zo blijf je bezig.  Nu las ik ongestoord Onbeschut van Barbara Kingsolver. Terwijl ik beschut binnen zat, ging dit boek over het omgekeerde.

Unsheltered is de oorspronkelijke titel en is rijker aan betekenislagen door het woord shelter: wat gebeurt er met mensen als dit wegvalt? Door de zelfmoord van je schoondochter en je zoon berooid en failliet achterblijft met een baby? Door oud en ziek zijn en hulpbehoeftige te zijn en arm in een gezondheidssysteem in het Amerika waar Obama Care nog net niet goed op de rit staat? Doordat je 150 jaar eerder leeft waar de theorie van Darwin in opkomst is, er nog geen vrouwelijke wetenschappers zijn en de wereld om je heen zich beschermt meent door God en de Bijbel? En je dan leraar bent, het vak waarin je gelooft, kennisoverdracht, maar je die theorie niet mag doceren? 

En nog dichter op je huid: als je woont in een groot huis dat letterlijk op instorten staat?  In elk hoofdstukje maak je ombeurten alles mee van de inwoners van hetzelfde huis: nu en 150 jaar geleden. Ook toen was het huis al gammel, gedeeltelijk zonder fundament, laat staan wat het nu is. Bij een flinke storm valt er zomaar een stuk plafond naar beneden. In beide periodes woont er een familie en hun perspectief daarop is evenzo gevarieerd. De  vrouw van de leraar, traditioneel, vooral bordurend, verwijt haar man de leraar dat hij niet op tijd een timmerman heeft besteld, de dochter in de huidige tijd maakt zich zorgen over de afname van de permafrost, de klimaatverandering. Leven we nu in een tijd van de verdwijning van soorten, de leraar 150 jaar geleden wordt meegezogen in de wereld van zijn buurvrouw die onderzoek doet naar varens en vleesetende planten en in het moeras in de buurt nieuwe soorten ontdekt. Zij heet Mary Treat, heeft intensief met Darwin gecorrespondeerd en Kingsolvers roman is ontstaan bij het lezen van deze briefwisseling.

En bij mij viel tijdens het lezen het kwartje waarom ook ik een fan ben van Chateau Meiland, die deze week de Gouden Televizierring won en afgelopen maandag 1,4 miljoen kijkers trok. Niet alleen door Martin Meiland die ook in Ranking the Stars een duidelijke chemie met Paul de Leeuw heeft. Om beide hangt dezelfde uitgesproken, geen-blad-voor-de-mond-nemende, soms relnichterige en hysterische sfeer. Maar ook dat je er een gevoelig type doorheen voelt, die hardwerkend alles wat hij doet en wat hem overkomt wel serieus neemt.

Maar het is vooral omdat Chateau Meiland zoveel verhalen tegelijk vertelt en lichtjes zoveel leefsferen even aanraakt: een ongewone familie waar dochter Maxim gewoon ‘papa’ zegt en niet modern, de voornaam. Waar iedereen als een gek aan het klussen is, maar vooral Erica die er echt van geniet. Nee, in Frankrijk kent niemand ze, alleen bij de Bouwmarkt kennen ze Erica, zegt Martin bij de prijsuitreiking. Ze schelden en vloeken regelmatig naar elkaar en vallen elkaar een moment later, als iets gelukt is weer in de armen. Ze zijn verknocht aan elkaar en allemaal helemaal niet bezig met het willen hebben van een relatie, daar hebben ze helemaal de tijd niet voor. Dat levert een nieuwe verhaallijn op: want Maxime, 23 jaar, wil wel een broertje of zusje voor Claire en ze gaat op internet wereldwijd op zoek naar een spermadonor. Als ze het vertelt aan haar ouders dat ze iemand gevonden heeft, zeggen die: de baby komt in ieder geval wel in een warm nest. 

En het gebeurt allemaal in het  echt, je kunt er logeren en ze zijn al voor 2020 volgeboekt. Maxime en haar moeder die ook de administratie en de boekingen doen, kijken al naar een nieuw kasteel met 30 kamers, terwijl Martin de gasten ontvangt en kookt. En ondertussen is er een lekkage, valt er een grote boom op het doorgangspad die acuut weg moet, valt er een stuk plafond naar beneden... Hier, net als bij Kingsolver, een vervallen huis met haar bewoners, maar hier komt alles uiteindelijk toch op de pootjes terecht, in een opwaartse lijn. Dat wil je wel meemaken, ik wel tenminste.

vrijdag 11 oktober 2019

Openluchtmuseum. Les Uns et Les Autres. Blogvriendschap

Al in de trein terug naar haar woonplaats kreeg ik er een collage van: we staan er allebei op, en een varkentje, een molen, een herfstboom, een plattegrondkaartje van Park Sonsbeek. Weer een paar uur later zie ik haar blogje erover vanuit een leesstoel in Rozet, de prachtige bibliotheek die Arnhem rijk is: we zijn blogvriendinnen meldt ze, we volgen elkaars blog nauwgezet, al 10 jaar ofzo. Dat is bijna een understatement, want door L.. ben ik dit blog gaan schrijven en zij plakt alle plaatjes in dit blog.

De titel van haar blogje is Sonsbeek, maar de meeste foto’s zijn in het Openluchtmuseum gemaakt. Hoe zullen we over tien jaar ofzo terugkijken op deze dag? L. liep met een beetje frisse tegenzin in het Openluchtmuseum, het was bedoeld als lunchplek, maar voordat we het gevonden hadden liepen we door het halve park. Misschien onthoudt zij: wandeling door Sonsbeek en ik: met L in het Openluchtmuseum. Ook ik heb een negatieve herinnering aan die plek: eindeloos saai met Indonesisch bezoek van mijn ouders bij een oude boerderij staren en dat heel vaak in herhaling. Maar daarna kwamen er andere ervaringen: met de familie; o.a. foto’s van de kleinkinderen maken voor opa en oma, met W. en haar Nieuw-Zeelandse man en peuterzoontje, met de vrouwengroep, en nu dus met L.: Wellicht staat het hiermee definitief in mijn geheugen geboekt als alleen maar een leuke plekje om te zijn. 

Zouden geluid & muziek & smaak je directer, ongefilterd een toegang geven naar ervaringen en gevoelens van weleer? L. vertelde dat ze ooit in het oerwoud in Maleisië een soort van vertrouwd gevoel kreeg: het bleek dat er apen schreeuwden, die zij in haar jeugd vanuit haar achtertuin die aan de dierentuin van Emmen grensde, altijd hoorde. Ik zag onlangs de muziekfilm Les Uns et Les Autres voor het eerst terug nadat ik deze in de bioscoop had gezien in  1981. Eindelijk! De film zit bij veel mensen in het collectieve geheugen: ik stond ooit bij de kraam met oude films op de zaterdagmarkt bij de Noorderkerk in Amsterdam: een vrouw verzuchtte dat ze die film graag terug wilde zien en de omstanders begonnen spontaan liedjes eruit te zingen Good Morning Sarah... Nu wist ik precies wat er steeds zou komen en het verraste me dat dit gepaard ging met het intense gevoel van die eerste keer: de jubel als de Russische danser op het vliegveld over een barricade springt naar de vrijheid van het Westen, het machteloze verdriet als een joods muziekechtpaar uit Parijs hun babyjongetje op het spoor leggen onderweg naar een concentratiekamp en hij, een halve eeuw later, zijn moeder in een verpleeghuis vindt, maar dan is zij al dement, het smachtend verlangen als haar kleinzoon met de Julien Clerc-uitstraling met Sarah, de dochter van de Amerikaans orkestbandleider uit de tweede Wereldoorlog samen de Bolero van Ravel zingen.

Vooral de intensiteit van het gevoel: jubel, machteloosheid, smachten: dat ik dit bij het terugzien van de film precies zo voelde, fris en onaangetast door alle levenservaring erna, dat is dus 38 jaar, daar keek ik van op. Ik heb wel de dubbel-LP van de muziekfilm grijs gedraaid en zoiets moet het zijn: het geluid is de toegangspoort naar de wereld van ooit. Met een specifieke smaak is het ook zo, ontdekte ik pas. Ik at nu in Arnhem weer een frietje met truffelmayonaise. Enkele weken geleden gaf het me een acuut geluksgevoel. De smaak van truffel wakkert iets ‘oers’ bij mij aan: op een pizza alleen in Perugia, met H. voor het eerst van mijn leven kamperend drie weken lang boven Florence, en er zijn zeker nog oudere ervaringen; nog met de hele familie in een auto op vakantie door Europa, maar daar kan ik niet meer bij.

L. en ik hebben een blog met zoveel ervaringen waar we beide zomaar bij kunnen en zo lang het goed gaat met het Internet, tot onze laatste snik... Zelfs na onze dood is het toegankelijk en ook nu weet je helemaal niet wie het leest. Daar kunnen mensen bij zijn die jij helemaal niet kent, terwijl jij voor hen een beetje bekend bent geworden, zo wisselden we gisteren ook uit. Eigenlijk is dat zoals de blogvriendschap heel lang louter in onze blogs woonde.







maandag 7 oktober 2019

Ellie Lust. Swingen

Gisteren was er een lesbisch vrouwenfeest in mijn stad in het kader van een tien dagen durend Queer Festival. De bi-vrouwengroep had ‘wandelen’ op haar planning staan, maar ik stelde dit voor als alternatief. Ellie Lust zou ook komen in een College Tour-setting. Ik vind haar goed, ik ontdekte haar in  een aflevering van Ellie op patrouille .Ze voegt zich dan ergens op de wereld bij de politie aldaar, in het uniform van daar en maakt er alles mee. Ook beschietingen, invallen in drugspanden, het redden van mensen. Ze praat met vrouwen over hun positie. Over homoseksualiteit gaat het zelden en gisteren vertelde ze dat ze ‘het onderwerp’ ook weleens ontwijkt.

Zo vroeg iemand haar - in Kenia was het geloof ik - het volgende.( als Ellie dit las en het klopt niet, zou ze mij meteen vriendelijk corrigeren, zoals ze gisteren ook deed: ze heeft 31 jaar bij de politie gewerkt, geen 30 jaar, en nee bij de Canalparade in Amsterdam, salueerde ze voor het leger, niet voor haar ex-collega’s op de roze-blauwe-boot, bij hen boog ze met een soort van respect). De politie vroeg haar dus, op de tweede dag van het maken: I think you are married and have two children.  Dan antwoordt ze: Het eerste klopt, het tweede niet. Why not? En dan zegt ze: It just did not happen. Want ze wil niet een programma met een vaste camera- en een vaste geluidsman en een productiehuis erachter en de omroep waarvoor ze werkt bij voorbaat kansloos maken: op dat moment ‘ervoor uitkomen’ heeft geen enkele zin. Een verstandige keus.

Leuk ook, dat ze vertelde dat ze toen ze naar huis moest bij Wie is de Mol? ze aanvankelijk dacht het helemaal verknoeid te hebben, dat ze vast als een streber en bitch gezien zou worden, terwijl het juist haar doorbraak werd, met haar ‘Etherdiscipline’, waar ze de deelnemers leert, hoe om te gaan met portofoons. Juist haar oprechtheid dat ze vond dat iedereen er een  knoeiboel van maakte, is haar kracht gebleken, het maakt haar authenticiteit uit.

Twee andere opvallende belevingen: hoe alles in de grond meteen goed was, toen haar ouders haar en haar tweelingzus die ook lesbisch is, hen vanzelfsprekend accepteerden, hoogstens het moeilijk ermee hebbend, uit bezorgdheid. Dan denk ik: een warm, goed nest is wie weet aardig doorslaggevend om je thuis te voelen bij jezelf en in de wereld. Wie dit niet heeft gehad moet eerst nog heel wat barricades overwinnen...en dan haar observatie dat veel mensen problemen kennen met hun werkgever in een arbeidsorganisatie. Plotsklaps horen, van de ene dag op de andere dat ze niet meer welkom was op haar werk, dat is geen uitzondering of horend bij de politie: veel mensen worden ‘zomaar’, weggesaneerd of weggewerkt van een plek die helemaal hoorde bij je, dacht je.

Uiteindelijk deed Ellie Lust ook een mooi pleidooi, hoe ze hoopte dat er een samenleving was dat er géén politie nodig is, als iedereen elkaar gewoon zou groeten op straat en respect zou hebben voor elkaar en kijken hoe je in kleine dingen een verschil kunt maken... Vanavond start er een nieuwe serie  van haar: Ellie in de Handel,  die ik zeker ga volgen.

En toen was er swingen, de andere vier dames van de vrouwengroep stonden ook even op de dansvloer, maar gingen alras weer zitten. Toen ik me weer even bij hen voegde omdat ik een nummer niet dansbaar vond, trokken B. en E. mij bij zich op de bank. Zij hadden geconstateerd zich helemaal niet op het feestje op hun gemak te voelen, al die vrouwen die op elkaar leken, B. had als enige zo ongeveer een jurkje aan, gewoon, het was niet hún feestje, maar ik leek daar geen last van te hebben? Dat klopte wel, ik vind het alleen maar grappig om in een entourage te zijn waarvan ik wel iets herken en waar ik ook tegelijk van weet er niet bij te horen. Ze staken hun duimen ervoor op en ik ging weer swingen en bleef dat doen, ook nog drie kwartier langer, dan de vrouwengroep, die eerder huiswaarts ging.

zondag 6 oktober 2019

Suddervlees; Gandhi & Down Town Abbey

Het was een heerlijk en rijk gevoel om midden in je kamer tussen dierbare spullen aan tafel met een leeslamp op je boek, de hele dag te kunnen lezen, terwijl de uitlopers van de orkaan Lorenzo voor voortdurende zachte regenval zorgden. De achterdeur open, uitzicht op mijn groene tuin... beschut in een oerwoudje, geborgen in mijn veilige, droge plekje... een enkele mus tjilpte. En halverwege de dag toch met de paraplu naar buiten om suddervlees te gaan kopen. En dan de pan op het vuur horen en er langzaam wat vleesgeuren de kamer in dwarrelen.

Ik was helemaal ondergedompeld in de heel dikke biografie van Gandhi van Ramachandra Guha. Je weet de goede afloop, hij is de vader van de natie India geworden, maar wat heeft hij daar een leven lang voor gevochten, regelmatig in de gevangenis. Geweldloos dus, verzet zonder wapenen, vaak vaste hij;  niet als dwangmiddel maar om de wereld te zuiveren. Langzaam kent de wereld hem al, ook in Amerika, maar in eigen land woedt de strijd tussen Hindoes en Moslims en het idee dat er twee naties moeten komen, voor elke godsdienst één. Gandhi’s voortdurend hameren dat de kaste van de onaanraakbaren moet verdwijnen, hij noemt ze harijans: kinderen van God. Advocaat, gestudeerd in Londen, gewoond en gewerkt in ZuidAfrika en ook daar al strijdend voor een betere positie van de Indiërs.

En dan terug komen in India en op het idee komen om een djoti aan te trekken, die witte lendendoek van zelfgesponnen katoen. Hoe hij wilde dat iedereen ging spinnen, ook als symbool dat India zichzelf kan redden en hij deed het zelf ook, zijn leven lang,tussen zijn drukke bezigheden, het gaf hem ook rust. Uiteindelijk zal hij ook vijftig jaar getrouwd zijn met Kasturba, wanneer hij zeventig is, een huwelijk waar vier zonen uit voortkomen, waar hij de leermeester blijft, vaak bevoogdend  en waar de verhouding met zijn oudste zoon problematisch blijft. Hij verbiedt zijn tweede zoon om te trouwen met een moslimmeisje en een andere zoon moet eerst vijf jaar lang gescheiden van zijn geliefde leven: als de liefde er dan nog is, mag deze huwen. Zelf heeft hij seksualiteit allang uitgebannen. Hij woonde in een ashram en ook daar moesten alle leden celibatair leven. Een Amerikaanse feministe die laat in zijn leven veel gesprekken met hem heeft gehad, analyseert dat voor Gandhi seksualiteit iets negatiefs is geworden omdat hij seks had met zijn vrouw op het moment dat zijn vader stierf en hij bijna onder de verleiding is bezweken met zijn geestverwante en zielsgenoot Saraladevi Chaudhurani. Van een afstand kun je misschien inderdaad zeggen, dat de loop van de geschiedenis anders was gegaan, als hij verwikkeld was geraakt in een banale echtscheiding wat on-Indiaas is: misschien had hij dan nooit de massa kunnen begeesteren...

Dat de wereldwijde absolute macht van Groot Brittannië binnen een eeuw verdwenen is... in het boek ervaar je nog haar reikwijdte omdat er ook gewag wordt gemaakt van een streven om van India een dominion te maken, zoals Canada, Australië, Nieuw Zeeland, Zuid Afrika... Ik herinner me zelf hoe gek ik het ook vond om op de Fiji-eilanden zwart-wit foto’s te zien van prins Charles die daar, nog bijna een jongetje,  koninklijk ontvangen werd. Ik overnachtte toen in het bijna vervallen huis waar hij in de woonkamer had gezeten. Voor mij de onbewoonde-palmeneiland-midden-in-de-oceaan-ervaring, maar ook dit was al lang door Groot Brittannië ontdekt.

En gisteren zag ik Down Town Abbey in de bioscoop, een heerlijke film met subliem spel van Maggie  Smith, die eerst helemaal niet mee wilde doen aan een film die de laatste follow-up is van zes seizoenen lang BBC-TV, een film die geheid een commercieel succes zou zijn. Maggie Smith mort in een interview dat ze ondanks talrijke andere glansrollen altijd anoniem over straat kon gaan, maar door Down Town Abbey de gekte rondom haar heen losbrak. Nou, ik vind het wel aangenaam, dit toetje, zoals miljoenen met mij. Ook hier die wereld van de adel en het upstairs-downstairs met eigen codes en eigen vormen van trots over deze leefwijze, eeuwenlang zo gepraktiseerd...

Ik denk steeds op de achtergrond: wat doet dit met de mens van alledag, de geschiedenis van het rijk waar je uit voortkomt? Zoveel stemmen om met Brexit, Europa te verlaten, hoezeer echoot niet bewust of onbewust Rule Britannia rules the waves, zoals ook het volkslied begint? En al die gewone Indiërs die ik kort sprak en altijd in het gesprek verweefden dat er maar ėėn God is en je verder kunt geloven wat je wilt, hindoes en moslims en alle anderen in één land, waar iedereen kan  stemmen en er iedereen uiteindelijk gelijk is: de overtuiging waarvan Gandhi geloofde, dat alleen daarop het fundament van een vrij democratisch India kan rusten?

Vanmorgen ga ik door in dit boek maar ik weet niet of ik de omslag zal bereiken waar het Gandhi lukt om definitief alle neuzen zijn richting op te krijgen, morgen moet het boek terug naar de bieb. Zo niet dan reserveer ik het meteen weer en laat ik het een poos sudderen. Om het wie weet verder te lezen  als toetje. Misschien weer met suddervlees in een pan en anders wellicht in de eerste vroege zon van een prille lente? Je weet nooit hoe lang zo’n boek onder de lezers van de bieb kan gaan zwerven totdat je het weer in jouw handen krijgt. Ook wel een leuke gedacht dat Gandhi’s leven in andere hoofden in en rondom mijn stad een plekje krijgt. 

donderdag 3 oktober 2019

Transitus

Op Instagram plaatste Greta Thunberg een foto waar ik niks van begreep. Ze staat er lachend op  in een huiskamer met naast haar een lachend levensgroot varken en een aandachtige hond. Hé, dat is toch niks voor haar om bij twee beelden van plastic of steen of whatever het materiaal is, te gaan staan? Wel knap gemaakt die beesten, dat wel, maar wat doet ze daar? En ondertussen maakt ze er een foto van, ook lachend, of ze praat in haar mobieltje tegen iemand. Ook raar.

Hapily Ever Esther Farm Sanctuary staat erbij en dan blijkt dus mijn eigen ingesleten verwachtingspatroon: want varken Esther is écht, Greta is op bezoek, hier woont Esther in Ontario te samen met andere beesten die hier hun levensdagen kunnen slijten, totdat ze er dood gaan. Hoe je de wereld interpreteert vanuit je zelf: want in mijn wereld leven dieren niet vanzelfsprekend binnen met mensen. Alhoewel ik zelf al eens een beetje schrok, toen een bijna volgroeid varken ook binnen , bij me ging zitten en mij aankeek met een blik van: laat het niet gebeuren! Het gesprek ging erover hoe lang zij het opgevangen zwakke big op de boerderij, nog binnen konden houden, niet lang meer zij werd te groot, was de conclusie, en op dat moment suprême maakte dat varken contact met mij, de buitenstaander...Alhoewel, wederzijds contact? Ik dacht toen dat haar indringend mij aankijken met een zachte knor, toevallig was,  dus ik reageerde niet echt terug, negeerde het dus eigenlijk... 

Gisteren was er de Transitusviering van Franciscus van Assisi en ik kreeg daarvoor over de mail een uitnodiging, voor het eerst. Om te gaan ontmoeten is het thema, met twee hoofden vlakbij elkaar...Net in de dagen dat de wereld van Franciscus zo nabij aanvoelde en ik mij betrapte te kijken waar er in het land allemaal de vieringen waren van zijn Transitus, de overgang van dit leven naar...? , wat op zijn sterfdag gevierd wordt, of eventueel een viering voor vandaag, zijn feestdag 4 oktober, door zijn toedoen ook Werelddierendag. Van hem wordt verteld dat hij kon praten met de dieren...

Een vertrouwde naam in je mailbox, maar een algemene uitnodiging zonder eigen woorden daarbij, zonder het noemen van mijn naam en dat miste ik. Maar zo is dat vanuit de kloosterwereld: hoe lang en intens ik mij ook verbonden met hen heb gevoeld, uiteindelijk ben je geen persoon geworden, maar één van de vele ‘beste mensen’. Opnieuw zorgt mijn eigen verwachtingspatroon voor een ietwat  leeg gevoel: een klein woordje naar mij persoonlijk gericht, dat had mij goed gedaan... Maar zo is dat in mijn wereld maar niet in de kloosterwereld, waar men op ‘bovennatuurlijke wijze van elkaar houdt’, zo memoreerde L. dit, die dit ooit van een kloosterling te horen kreeg.

En zo weet je dan weer, dat ik zelf nooit meer terug kan keren naar die dierbare plek omdat voor mij mijn verbondenheid van meer dan 15 jaar, ook wėl met de mensen die op zo’n plek leven te maken heeft. Mijn Transitus dit jaar is, om nogmaals te ervaren dat ik moet kiezen voor mijn eigen wereld. Ooit heb ik al mijn energie gestoken om zowel ‘in’ en ‘buiten’ het klooster te leven, steeds op zoek naar een precair, zeer fijnmazig evenwicht. Maar nu ben ik definitief weg gegaan en weer fysiek binnen de kloostermuren komen, te midden van mij dierbare en vertrouwde gezichten, zal mij ook splijten. Want in de wereld waarin ik nu leef , kreeg ik nu een uitnodiging van plastic of steen;  of gemaakt van whatever materiaal, het leefde en ademde niet en in zo’n wereld wil en kan ik niet leven.
In mijn brein blijft de kloosterwereld aanwezig en zal ik altijd ‘op bovennatuurlijke wijze’ van ze blijven houden.