zaterdag 13 juni 2026

Gemengde gevoelens

 


Het paviljoen van Japan zit vol babiepoppen en je kan er zelf ook eentje meedragen en ervoor zorgen. Er zijn uitklapbare tafels om deze te verschonen, flesjes melk om te voeden. Ik weet het niet hoor…wél weer relevant is, dat de kunstenaar zelf vader is met zijn man, van een tweeling geboren met KI. Op video’s zie je ze in het echt. Dan breekt de presentatie ook een lans voor homoseksueel ouderschap in een samenleving met traditionele waarden.

En dan is er, de in elke recensie genoemde naakte vrouw die elk uur de tijd en de noodklok luidt in het paviljoen in Oostenrijk. Binnen nog veel meer performance: een vrouw draait rondjes in een golvend bad op een jetski, twee vrouwen beklimmen moeizaam een windvaan die de macht van het patriarchaat voorstelt, een eindbeeld is dat eentje als Christus aan het kruis hangt, een lenige vrouw wringt zich letterlijk in allerlei bochten en schiet uiteindelijk met een boog een pijl in een zwart bord, op omgekeerde wijze door haar lichaam dubbel te klappen, er is een tank waar een vrouw met snorkel woont, ze gaat ook op een bed liggen, en het water is gezuiverde pis, die je zelf mag bijdragen. In weer een ander afgesloten zaaltje moet een vrouw worstelen om de kapotte luchtdruk te herstellen, waardoor het water met kracht ongericht uit de slangen komt…Het gaat dus over alles wat er mis is op de wereld: het watertekort, het patriarchaat, het bedorven milieu, ook in de Venetiaanse lagune. 
En ik denk alleen maar: wat moet het veel geld hebben gekost om dit allemaal te laten zien, en waarom zijn al die vrouwen naakt en kijk je daardoor rechtstreeks in hun kut? Er is zoveel mannelijke publiek, goed gekleed en jofel, behaag je die hier niet alleen maar mee? …


Ook het paviljoen van Nederland is een aanklacht en een schuldbewuste boodschap ineen. Het prachtige lichte Rietveldpaviljoen is nu een bunker met stalen rolluiken, want we zitten niet meer in het optimisme van eerder, toen elke Biënnale toch vooral de westerse kunst een veer in de kont stak. Een vrouw loopt ‘grunting’ rond, valt neer, trekt haar broek naar beneden, ik kijk op haar blote kont, tussen oude catalogi van de Biënnale, ik versta in het gegrom de woorden: Love Yourself, Do Not Hate/Cage… Hate…/ eindigend met Enjoy, terwijl ze met ontbloot bovenlijf op twee zittafeltjes staat. Langzaam gaan alle luiken dicht en op het einde is het stikdonker. 
In de kritische toon, is het tegelijk zo weinig hoopvol, niks van de vanzelfsprekende praktijk in de hoofdtentoonstelling van willen helen, zoeken naar gemeenschap, verbetering en kracht vinden.


Jarenlang is het paviljoen van Amerika zo veel mogelijk weggewerkt: het werd een rieten Afrikaans dorp bij Simone Leigh, een zachte plek om te relaxen in hangmatten, zitzakken en gecreëerde schaduw in regenboogkleuren…Alles om het koloniale gebouw te verstikken. En nu is alles gestript en spreekt de curator over de iconische rotunda in het midden waar Maria de Guadalope te samen met referentie aan de die levensgrote cactus te zien zou zijn, het vereert de materiaalkeuze van hout en steen uit Amerika zelf. 
Ik las over de integriteit van de kunstenaar, terwijl ik vooral een bruine drol zie en gouden frutsels om Trump te behagen, alles krom en in elkaar gedraaid en niets zeggend. Misschien is de kunstenaar de curator te slim afgeweest. Is het in werkelijkheid een aanklacht tegen Amerika, in plaats van de verheerlijking ervan.

En dan het paviljoen van Rusland. Zóveel protest en consternatie, dat deze weer mee mocht doen. Dan denk je optimistisch: als er dan integere Russische kunst te zien is, dan is dit op zich nog wel van waarde.
Maar Rusland steekt zijn middelvinger uit naar Europa en de rest van de wereld. Het paviljoen is leeg, drie zijdeuren staan open en daar staat geschreven: No Entry.


Vier paviljoens In Minor Keys


 In Guardini heb ik tot nu toe vier landenpaviljoens gezien, die aansloten bij het thema In Minor Keys. Er was een stakingsdag voor personeel uit de culturele sector, dus sommigen waren dicht. Of er was een rij. Spanje had mozaïekmuren van oude ansichtkaarten, elk keurig met een spijker in het midden. De vlooienmarkt, waar oude dingen een nieuw leven krijgen, en verleden en toekomst samenkomen, daarom wandel ik zelf ook zo graag op rommelmarkten, als bron.

Nu wist ik ook ineens weer waarom ik zelf ook twee ladebakken  en een schoenendoos vol oude ansichtkaarten heb, sommigen dateren nog uit mijn lagere schooltijd, ik heb oude kaarten ook nooit weg kunnen gooien en alles bewaard. Een keer in de zoveel tijd blader ik erin en kom dan weer in mijn verleden, ook nog door die oude tekstberichten van mensen die ik nooit meer zie of allang dood en begraven zijn. Sommige kaarten zijn ook te grappig of te betekenisvol om weg te gooien.


In deze zalen gebeurde het ook en weer anders. O, kijk, dat soort ansichtkaarten verstuurde ik als kind vanuit Spanje. Ik herinner me dat ik er een paar mocht uitkiezen om naar vriendinnetjes te sturen. Zo deed je dat vroeger; je plakte een postzegel en verzon een tekst. Als je ze te laat vanaf het vakantieadres verstuurde, dan kon het zijn dat je zelf alweer thuis was, maar de kaart nog niet was aangekomen. Die zoete technicolor kleuren, die gemanipuleerde foto’s van dieren, het kwam allemaal terug. En zoveel is van alle tijden.

Ook België heeft een ‘evenement’ dat slow; handarbeid, het maken van tegels met woorden erop, koppelt aan muziek en oog voor het collectief.

Polen zoekt naar communicatie met walvissen, middels experimenten met een koor, dat ook uit dove mensen bestaat. Dus ook op zoek naar gebarentaal en presentie van het lichaam, als uitdrukkingsmiddel.



Egypte heeft een Stiltepaviljoen ingericht, waar je sommige kunstwerken ook uitdrukkelijk wél mag aanraken.


Ik dacht aanvankelijk dat het wel een grote foto ofzo was, maar het blijkt dat de kunstenaar in de repetitieve herhaling van al die zwarte verfpuntjes, met enkele lichte erin, aan het mediteren was.
In de zaal ook de geur van de lotusbloem en rustige zachte geluiden van getik en geklop, dat ook soms aan een hartslag deed denken.


vrijdag 12 juni 2026

Bijna lege zalen


 Het laatste uur voor sluitingstijd nog even de hoofdtentoonstelling binnenlopen; dan zijn er weinig mensen. Zó is het gezicht van de curator, uit haar hoofd komen alle ideeën en zij is niet meer op de aarde…

Er hangt een bijna gewijde sfeer in de zaal, nu deze leeg is. De dieren fluisteren in hun samenkomst, de bloemen geven hun eerbetoon.


In Guardini ook een geborduurd schilderij over de Soefi.


Hier hangt ook dat werk met die intensief bewerkte ‘huid’, met draden als haren erin geweven en verf met stiksels en stoppels.


In deze zaal kom ik vast nog graag terug op dit uur.

donderdag 11 juni 2026

Zóveel verbonden wereld

 

Net toen ik mij bedacht dat in de Arsenale het oog meer  gericht is op de konkrete wereld van mensen, terwijl in Guardini voor mij de natuur sterk aanwezig is, hing daar dit gedicht van Etel Adnan, die zelf ook in pure eenvoudige vormen de bergen in de seizoenen in haar omgeving schildert.


Er is een wereld van boeken onder het speelse textieloppervlakte, het gaat óók over het omgaan met ziekte  in de kleurige tronen, veelal gemaakt van gevonden materiaal.

Een hele vitrinekast vol met deze poppetjes. Dan blijken het de poppetjes te zijn, waar broer en zus vroeger werkelijk mee speelden en hele werelden schiepen rondom twee zelfverzonnen families. Het ging zó ver, dat toen er twee verdronken, Kai het broertje, erachter aan zwom en zelf bijna dood ging. Hij is later een wedstrijd windsurfer geworden, dalend tussen de hoge golven. Zijn zus, Nina, werd kunstenaar.
Om de twee familieleden weer tot leven te brengen, verzonnen ze een ritueel. De ouders van Kai en Nina hebben veel van hun spel gedocumenteerd en zo was er ook een geluidsband met de stemmen van beide hiervan en Nina heeft het in het nu nagespeeld en gefilmd. Daartoe alle oude poppetjes weer gerestaureerd en samen met Kai ze weer de namen gegeven van vroeger.

En dan dit: in 1993 is er in het echt in een loods een partij gevonden, waar onder de geleverde wapens, iemand op pallets bestaande kunstwerken heeft geschilderd:

In een installatie zie je de hele leefomgeving; haar favoriete oude perenboom, nu in brons gegoten, in het echt nu een groot insectenhotel, haar bijenhuis, ze speelt de geesten die er volgens legendes leven.

Geheel in repressie moeten leven, uiteindelijk, en dan door gebrek aan materiaal, oude Playboys gebruiken om daar zijn modecreaties op te maken. Ik zag het eerst zonder de uitleg, pas daarna zie je de naaktheid door de poses en door de kleren heen.

Er is een kathedraal, met planten uit de tuin van de kunstenaar zelf

Ergens las ik, dat je de 110 kunstenaars als het ware kunt bezoeken, als ieder op een eigen eiland. Jij  bent het die kan rondzwerven van de ene naar de andere en uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden, zoals het water dat je draagt. (Deze laatste zin komt uit mijn eigen koker.)
Sommigen zijn maar met één werk vertegenwoordigd, zoals met dit geheel geborduurde heel grote wandkleed, dat gaat over de reis van de muziek van de Soefi, overal te zien in hun rondtollende beweging.

Best wel confronterend is dit: je loopt een lange rode ruimte in, met op het einde een heel kleine kubus in een vitrine. Daarin zijn alle grondstoffen in laagjes gestold, die iedereen nodig heeft. Onomkeerbaar en alom aanwezig, kan niemand zich hieraan ontrukken, hoe erg je ook je best zou willen doen om milieubewust en met rechtvaardigheidsgevoel enzo te leven. 


Al met al is In Minor Keys een  heel, heel rijke tentoonstelling, met zoveel verhalen en beleving in poëtische en filosofische lagen, allen ook nog eens zinnenprikkelend met elkaar in contact. ( Er zijn meerdere filminstallaties waar ook geur een rol speelt.) Je voelt kracht en vitaliteit. 
Gelukkig kan ik onbeperkt naar binnen, want er is nog zoveel niet gezien en tot mij doorgedrongen en er zijn werken waar ik gewoon wel bij wil verwijlen. Daartoe nodigt de ruimte in bezonken blauw met bruin ribkarton als afscheidingen en versiering en de vele zitgelegenheid je ook toe uit.
En dan heb ik dus nog geen enkel landenpaviljoen gezien, daar ga ik mij vandaag op richten.

Heppiedepeppie in Venetië

 






In Minor Keys

 Het is allemaal zó prachtig. De ingang bij Guardini zet meteen de toon.


Bij de ingang van Arsenale de mission statement, met vlak daarnaast dit:


De curator Koyo Kouoh is vorig jaar Mei gestorven aan kanker, vijf anderen hebben haar werk volbracht. 
In Minor Keys, de titel van deze Biënnale, krijgt daardoor dubbele, dubbele ladingen. Het gaat over sterfelijkheid, onze onmacht, onze mogelijkheden…

Ze wordt tezamen met de schrijver Toni Morrison in een installatie met bloemen herdacht.

We wortelen in de aarde, tezamen met al wat leeft:


De dieren, de planten en zaden, in een regenbui:


Er is een heelal om je tot te verhouden:


We zijn veranderlijk als een kameleon, we hebben minstens twee gezichten:

Dat bleek ook, toen ik om 19.00 weer buiten stond en ik kon zien dat het geregend had, maar de koestering van de zon was alweer aanwezig.


Teruggekomen op de camping, bleek er noodweer geweest te zijn. Een soort van windhoos, met hagel. Aan mijn tent zag ik niks, alles stond er nog, maar binnen bij de voortent stond het vol water.
Het voorste gedeelte was losgewaaid, twee andere campinggasten hadden het voor mij hersteld.
In de opmaat naar deze Biënnale ook veel oproer; de landenpaviljoens van Israël en Rusland doen weer mee. De jury voor de uitreiking van de Gouden Leeuwen, besloot als protest om zich terug te trekken. Er is ook veel spektakel en doe-activiteit in meerdere paviljoens.
Maar het deel dat gecureerd is; is genezing voor je hart en je ziel: er is louterende rust en reflectie en alles ademend, scheppend, organisch herstel.

woensdag 10 juni 2026

De eerste dag


 Het eerste ochtendgloren na de nacht in de bus en de eerste blik op de lagune van Venetië; twee heel dierbare momenten.


Het is Juni! Alles staat in bloei langs de lagune, het ruikt naar jasmijn.


Deze omgeving past mij als een handschoen. Na een paar honderd meter langs villa’s met bloeiende tuinen, komt het klooster waar ik mij altijd met gemak kon voorstellen daar een kamer te hebben (zoals ik die toentertijd in het kapucijnenklooster in Velp-Grave ook had), en de kerk met een afbeelding van Clara van Assisi. Jarenlang was dit mijn zomervakantie-bestemming. Vorig jaar liep ik met een bezwaard gemoed, gemengd met rouw, dat ik dit allemaal ga missen, nu voelde ik iets van berusting.


Na het klooster en de poort van de kloostertuin, schuin ertegenover de poort van het vliegveldje, waar ook alle filmsterren landen voor het jaarlijkse filmfestival. En dan, na de oude begraafplaats rechts,
naar het strand. Hier hebben de minder rijke families hun strandhutje, vaak met haar allen aan het lunchen. Op het strand zelf is er plaats voor iedereen.


Na de Granita Grande Menta, bij de man die ik, net als ikzelf, ouder heb zien worden, werd het bewolkt met een kouder windje. Ik ging wandelen langs de kabbelende zee. En toen klaarde het onverwachts weer op, tijd om weer neer te zijgen. Daarvoor moest ik wel weer teruglopen, want het grootste gedeelte van het strand, daar mag je niet meer zitten, het is betaald ; alleen voor de badgasten van de cabines, wier aanwas ik in de loop van de vele jaren heb zien groeien. Terug dus naar het vrije strand met een mengeling van toeristen en Italiaanse jongeren en families.


En dan mijn all-time-favorite uitzicht in de avond met aan de overzijde de toren van San Marco op Venetië, nadat ik het Lido weer doorgestoken heb, van strand weer naar lagune.