zondag 8 februari 2026

Boven op het dak


 Dit is echt een heel heerlijke plek. Ik denk aan Karlsson dat boek van Astrid Lindgren, van die jongen die op het dak woont en aan Minoes van Annie MG Schmidt. De geluiden van spelende kinderen, getoeter, geroezemoes van de stad onder je en om je heen, de oproep uit een moskee, kunnen kijken naar het leven op de andere dakterassen, twee schilders zijn bezig met het huis naast mij, een jongen probeerde een avond te vliegeren. En er vliegt een heel mooi klein blauw glanzend vogeltje.


De sfeer wordt natuurlijk ook bepaalt door haar bewoners. Als je de trap op klimt naar de gezamenlijke ruimte, zie je een altaartje met daarop een zwarte Ganesh. Moeder doucht zich elke ochtend, doet dan schone kleren aan, en steekt dan wierrookstokjes aan. Ook midden op de dag en in de namiddag ruik ik wierook. Vader blijkt een creatieveling; de stoeltjes waarop ik zit heeft hij gemaakt en ook de lamp die ik elke avond als enige aan heb, gemaakt van een oud fotostatief en een emmer. Hij scharrelt graag dingen bij elkaar.


Ik hoorde al langdurig getrommel en muziek en omdat het aanhield, besloot ik toch maar naar beneden te dalen en liep erheen. Ja, het was weer een bruidegom op een paard, maar deze keer werd er heel vaak gestopt en gedanst. De mannen dansen soms tegen elkaar, een beetje ophitsend, de bruidegom komt van het paard en doet ook mee, later stijgt hij weer ten paard en neemt hij een kind voor zich mee op het zadel. De vrouwen lopen achteraan met een schaal met wierook, pas bij het bruiloftshotel waren het de vrouwen die in een kring rondom hem gingen dansen en hem naar binnen begeleiden. Ik hoor overigens gedurende de hele dag van ergens vandaan, regelmatig trommels.


Héél apart om Bella Ciao te horen in Indiase versie.


En dan zo’n leuk stilleven omtrent het ambacht van de schoenenpoetser.


In dit orkestje speelde ook een vrouw mee.

Ajanta Caves


 De Ajanta Caves zijn 27 boedhistische kloosters die ontstaan zijn tussen de tweede eeuw voor Christus tot de achtste eeuw daarna. Boeddhistische monniken kwamen uit de hele omgeving, ook uit Thailand, Vietnam en Sri Lanka, om hier te wonen en te werken. Ze liggen prachtig, in een hoefijzer vorm met eronder een stromende rivier en vruchtbare grond. Elk klooster had via trappetjes een toegang tot het water.


Een heel aantal grotten zijn van binnen beschilderd, tot en met het plafond. Ze zitten vol scènes uit de Jataka, dat zijn de verhalen over Boeddha in zijn vorige levens, ook toen hij nog een dier was. Dientengevolge is er naast natuur, ook het dagelijkse leven en het hofleven uit al die tijden te zien. Opvallend schijnen de zeer veel verschillende kapsels van de vrouwen te zijn, ze getuigen van verfijning en de dynamische wereld die er ooit was. Want het waren de koninkrijken van toen, die de monniken als het ware sponsorden om zich in deze grotten terug te kunnen trekken. 
Helaas is er weinig van bewaard gebleven én pakt mijn camera het niet in het donker. Ook met het blote oog was het moeilijk om details waar te nemen.


De sfeer in elke grot was anders. Deze kenmerkte zich door de staande boddhisatva’s; degenenen die de verlichting nog niet hebben bereikt.


In de ene was de Boeddha in steen uitdrukkelijk vergezeld door zijn leerlingen. Er was ook één heel eenvoudig grotje , wat meer een kluis voor een enkeling was. Anderen hadden een monumentaal voorportaal. Sommigen waren gedomineerd door een stupa en dat waren de oudsten.


Mooi ook, om je voor te stellen hoe het water stroomde onder hen en ze omringd waren door elkaar en de bergen eromheen.




Bij deze heel eenvoudige Boeddha zat ik een poosje en herinnerde mij, hoe het de grote staande Boeddha in Sri Lanka was die mij voor het eerst dichtbij het Boeddhisme bracht. Ik was zeventien jaar.





Ik raffel dit blogje nu even af, ik realiseer mij opnieuw dat woorden en mijn plaatjes tekortschieten.


Het bleek dat je niet mocht filmen, maar ik ging nog net lang genoeg door, zodat de hele Boeddha erop kwam. Nu hoor ik mezelf als laatste woord No’ zeggen, terwijl alles in mij op deze plek juist het omgekeerde zei: JA!

zaterdag 7 februari 2026

Indiase straatbeelden

 


Ik kwam terug van de Ajanta Caves, wat was dit weer geweldig, die meer dan honderd kilometer van Aurangabad afliggen. Twee kilometer terugewandeld van waar ik gedropd werd uit een auto die ik deelde met vier mensen op de achterbank. Wat is het handig om Google Maps op mijn smartphone te hebben, die hoef je dan alleen maar op te volgen. Ik wilde een foto maken van het hindoestaanse tempeltje, maar in een fractie van een seconde stond het beeld vol kinderen. Geleid door het  jongetje met het blauw geblokte hemd, die als enige Engels sprak; hij zit op een internationale school.

Het is zo levendig en vol op straat! Werkelijk overal taferelen. Anders dan in Mumbai zijn mensen alert, ze zien een foreigner.

Er zijn zoveel eetstalletjes, dat je niet snapt, dat elk genoeg kan verdienen.

Dat geldt trouwens ook voor alle winkels en al het andere aanbod: die is overvloedig.



Druk, druk, druk, een weg oversteken is elke keer een uitdaging, door óók de overvloed aan scooters, riksja’s/ tuk tuks en auto’s, die het allen leuk vinden om almaar te toeteren.


Tegelijk loopt een hond rustig op de railing,

Zijn mensen rustig aan het kletsen, 

Zitten mensen rustig in hun winkeltjes,

Worstelt een oudere man met zijn koopwaar op de fiets,

Zitten vrouwen op een bank te zingen bij hun tempeltje,

En blijft het een favoriet beeld van mij: twee jongens gearmd langs een kraam die bloemkransen verkoopt voor in de tempel of voor bij je thuis op het altaar.

Aha! Daar is een ATM om geld te trekken, het maximale bedrag is 10.000 rupee, er is 95,85 euro afgeschreven, het is de derde keer dat ik dit nu doe.

Ik kwam ook nog langs een villawijk met zonnepanelen op de daken. Daar is het op straat volkomen rustig.

vrijdag 6 februari 2026

Cadeautjes

 


Nou ja! Ik vind het eigenlijk wel ongelofelijk. Ik kom hier terug en de hele familie zit er en ze zeggen: ‘Wij hebben wat voor je. Omdat je hier langer blijft en omdat we je zo aardig vinden. Mijn vader en ik waren vanochtend op de markt en we kochten dit voor jou.’
 Het is een jasjes-blouse met drukknopen en een capuchonnetje met steekzakken, 
werkelijk eentje die ik zelf gekocht zou kunnen hebben. En dan ook nog een plastic waterfles in een kleur die erbij past en een magneet van de Elloragrotten. 
Waar heb ik het aan te danken?!


O,ja; het was ook nog om de spreuk op de achterkant. Wat een opmerkingsvermogen: dat ze zien dat ik ook spreuken draag op mijn reis t-shirts en dat ze mijn oude waterflesje zien en er eentje kopen waar net wat meer water in kan.



Eigenheid in Aurangabad Caves


 In de vallei naar de Aurangabad Cave bloeiden alle bomen roze.


Veel motieven uit de natuur; lotusbloemen en ook geometrische figuren.




In een grot was alles zo mooi fijnzinnig, met een heel eigen sfeer


In een andere grot buitelden de beelden zowat over elkaar heen. Ik krijg een vermoeden, dat er in elke grot een eigen artistieke ontwerper was.


Kloostertje

 


Ik was er helemaal alleen en kon me dus gaan voorstellen om hier als monnik te leven met acht mensen. Ieder een cel van ongeveer drie bij twee meter, naast elkaar. In een rondgang, met in het midden Boeddha  die naar buiten kijkt.  


Er waren nu groene papegaaien in de boom, duiven en eekhoorntjes. Elke grot was een eigen kloostertje. Je gaat bij het voorportaal eerst een drempel over, de gezamenlijke hal, met overal beelden gehouwen uit het zachte basielt. Daarna weer een drempel over en dan kom je in de ruimte van de cellen. En na de derde drempel sta je voor Boeddha. Waarschijnlijk was alles beschilderd, getuige een klein stukje op het plafond.
Zou dat mij kunnen bevallen of zou ik toch horendol worden van mensen bij elkaar op een klein oppervlakte, letterlijk op hoogte? 

donderdag 5 februari 2026

Leeg en vol


 Nu heb ik tien dagen achter elkaar heel veel gelopen en het is alsof mijn benen vanavond zeggen: Morgen niet, Mirjam, wij gaan op slot. Dus even niet de geplande dag naar de Ajanta Caves; mijn geest zou wel willen, maar mijn lichaam even niet. 


Iets héél grappigs. Ik liet deze foto van mijn stadshuis zien aan de moeder van Akvim, die vroeg of ik in een groot huis woonde. Nee, zei ik, in een klein. Einde conversatie en ik bedacht om een foto van mijn boshuisje te laten zien. En deze dus. Echt waar;  de eerste reactie was: daar staan weinig spullen in! Ik heb nooit anders dan van mensen gehoord dat mijn huis een bont tjokvol allerhande is, dus dit Indiase perspectief vind ik wel verfrissend! 


Bij deze foto was de reactie: dat hebben wij alleen maar in de Himalaya. Is het wel veilig, zijn er geen tijgers? En weer versta ik uit de Engelse reactie van moeder, maar twee woorden: ‘natuur’ en ‘stilte’ en dat dit goed is.
Ik kwam in de namiddag bij teatime binnen, de hele familie aanwezig, en ik kreeg meteen Chai met droge biscuitjes. Of ik hobby’s had?, was de vraag. ‘Wandelen en lezen’, antwoordde ik. Dat kreeg algemene positieve instemming. Moeders hobby’s zijn: dansen, zingen en met mensen praten. Ze zat niet op een koor, maar met haar yoga-vriendinnen oefenden ze spontaan weleens een lied in en brachten het dan ten gehore. Vader ging bijna elke dag naar de tempel en soms hield hij er een lezing; dan kwamen er wel honderd mensen.