donderdag 26 maart 2026

Eén na laatste dag; hier. (Hopelijk)


De bloemetjes staan er fris bij, in de ochtend om 8.00 uur, klaar om geplukt te worden voor de tempel. Ik heb zin om in Nederland lentebloemen te zien.


Maar laat ik vooral nog genieten van de laatste twee dagen zon en zee! In Nederland zijn er nu Maartse buien, zei het weerbericht.


De weg naar het strand wordt gerenoveerd.
Gisteren waren er mensen bezig met de meest simpele middelen: Twee handen om brokstukken te verplaatsen, rieten vegertjes om het wegdek ‘stofvrij’ te maken, een pikhouweel. Het doet mij aan de Daltons denken, bij Lucky Luck, als ze gevangenenarbeid verrichten.

Vanochtend stond er een teerketel zich warm te draaien.

Op het strand heb ik dagelijks lol met mijn muziektrommeltje. Elke klank is één chakra: voor het eerst kan ik ze nu benoemen.


Terug, vroeg in de middag, doe ik de was. Dan is alles lekker schoon bij aankomst in Nederland.
Het is warm: na dik een half uur, na een tweede wasronde, is de eerste lading zowat droog.


De gevoelstemperatuur is 41 graden. Uit Nederland komt het bericht: sneeuw en hagel.

dinsdag 24 maart 2026

De Zee


 Deze week kreeg ik, staande in de branding, een sterke herinnering terug. Hoe Moeder ervan genoot om met een opgeblazen luchtbed naar een hoge golf te zwemmen, het puntje ervan zocht en dan mee met de golf richting het strand. Eigenlijk deed ze dus aan een vorm van surfen. Haar stralende bruine gezicht met zeedruppels, de gretigheid en er nooit genoeg van krijgen. Zwemmen was als kind al, haar lust en leven.
Het ontroerde mij, toen ik bij het opruimen van al hun oude fotoboeken vol met reizen die ze na hun pensionering ondernamen, er altijd standaard foto’s waren die Vader had gemaakt: Moeder baantjes trekkend in het zwembad, Moeder staande in zee.


Zij wilde graag dat ik ook meedeed. Met een zwemvest aan haar zijde, acht jaar ofzo was ik, in Spanje, het luchtbed vastklemmend. Ik vond het eigenlijk ook een beetje eng, die golven leken zó donker en hoog, maar zij verzekerde dat er niks kon gebeuren. Haar stralende gezicht en aansporingen overtuigden mij telkens weer, om tóch mee te doen.


Ik heb mijn hele puberteit en ver daarna, tot het einde van mijn studententijd, over de zee gedroomd. Ik was dan in een labyrintachtige stad, een beetje op een heuvel, aan zee. Dan rees de zee op en kwam er een tsunami en moest ik wegrennen voor het water. Ik had ook altijd groepjes mensen om mij heen, die ik moest ‘redden’. Kennelijk vertrouwden ze erop dat ik de weg wist door de kronkelsteegjes om het water te ontwijken, welk huis je in kon om de vloedgolf langs het raam voorbij te zien gaan.
In het begin lukte dat maar ternauwernood, maar gaandeweg, door de vele jaren heen, steeds beter. Ik wist dan dát er een vloedgolf zou komen en ging met het groepje mensen alvast naar een hoger gedeelte van de stad. 
En toen kwam de allerlaatste droom: Ik was alleen en zag vanaf een groene heuvel met de stad onder mij, de donkere vloedgolf aankomen. Naast mij was een ronde glazen kas. Ik ging erin om te schuilen. De golf kwam langzaam op mij af. In de kas stond een tafeltje met daarop één rode roos in een vaasje. De punt van de golf tikte de kas aan. Het glas brak en scherven spatten naar binnen en het vaasje met de roos viel om. Een doorn van de roos prikte mij in mijn onderarm, ik zag het bloed en toen werd ik wakker.
Ik wist meteen dat dit mijn allerlaatste droom zou zijn omtrent de zee, een vloedgolf en een stad. En zo was het.


In mijn echte leven bleef de zee aan mij trekken. Ik hou van steden met een zee nabij: New York en Venetië en ben daar dan ook graag tijdens mijn verblijf. Niks zo fijn als op één dag zowel bij de zee te zijn én te genieten van de culturele geneugten van de stad. Op Terschelling, op Oerol, elk jaar mijn tent waar ik het ruizen van de zee kon horen. 
En nu dan: tot twee keer toe ‘vast’ in India en voor een lange tijd aan zee.
Ooit heb ik wel gedacht aan zee te willen wonen; dat kwam door de film The Sandpiper.
En toen wist ik ineens zeker: Nee, nooit. Het altijd durende geruis van de branding zou mij gek maken.


Dat neemt niet weg, dat ik met de zee een soort van persoonlijke band voel. Ik mis deze, als ik er langere tijd niet ben geweest. Dan verlang ik naar dat moment op het strand dat ik de branding hoor en de golfslag één beweging gaat vormen met het ritme van mijn hart. De ervaring van zoveel ruimte en vrijheid.

maandag 23 maart 2026

Energiecrisis en hulp


 In Nederland is, als ik het goed inschat, op dit moment de grootste zorg omtrent de oorlog in het Midden Oosten, dat de benzineprijzen aan de pomp ontzettend zijn gestegen. Als daar een maatregel of tegemoetkoming van de overheid voor komt, is elk huishouden weer gered. Hier, in India, zijn de gevolgen al direct op meerdere niveaus waarneembaar. En redding moet je ook van elkaar krijgen, iedereen moet schikken.
Elrika vertelde dat hiervoor je na 15 dagen een nieuwe gasfles kan bestellen maar nu maar een keer in de 25 dagen. Zij bestellen doorgaans ook voor het personeel en hun familieleden, zodat deze de belasting hiervoor kunnen ontwijken. Nu heeft ze alvast een elektrisch kooktoestel besteld en koken ze alvast op hout. Dat is overvloedig aanwezig door o.a. alle kokosnoten. Op deze wijze is er hopelijk op lange termijn nog gas beschikbaar voor iedereen. Ook heeft ze het al over aankomende honger. Ze denkt dat dit hier in Goa niet zal gebeuren, want iedereen kan hier wel iets verbouwen op de gronden, en de oogsten zijn overvloedig. Daar waar voedsel vervoerd moet worden, kunnen wel problemen ontstaan.


Ik zat in een Tuk Tuk die mij naar de nachtbus bracht. Het was door een vriend van Anantha, beide opgegroeid in het dorp Hampi. Het is een goéde familie, die van Anantha, zei hij. En toen stopte de rikshaw of tuktuk midden op de weg. Het bleek dat de benzine op was en hij kon geen nieuwe betalen. Een volle tank is rond de 500 rupee en nu 3600 rupee. Maar ik zou mijn bus wel halen,verzekerde hij; hij ging zijn broer bellen en die zou mij naar de busplaats brengen. En zo geschiedde: zijn broer kwam met een andere tuktuk en duwde de zijne een eind voort, naar het begin van een dorpje en ik stapte over op de zijne. Dit betekent dus, dat de andere op dit moment niet in zijn levensonderhoud kan voorzien omdat hij de benzine niet kan betalen…


In het restaurantje tegenover, was de helft van de menukaart niet meer beschikbaar omdat voor die gerechten veel gas nodig is. Ik nam dus een ander gerecht, maar kreeg voor het eerst dat ik hier ben, lichte maagkrampen; wat misselijk en hoofdpijn. Ik vermoed dat het eten nét niet lang genoeg warm is gemaakt…Van Elrika hoorde ik, dat zij binnenkort moeten sluiten.
De Indiase regering heeft een paar weken geleden al aangekondigd, dat restaurants de laatste zijn in de keten die gasflessen krijgen, want deze zijn niet strikt noodzakelijk. Het gewone huishouden gaat vóór.


Al met al zijn het voor mij tekenen hoe fragiel de Indiase samenleving is. Onderlinge afhankelijkheid en elkaar nodig hebben, is er een bestanddeel van. Waar het kan kunnen de rijkeren de armeren helpen. Een voorbeeld daarvan vind ik ook dat er hier geen fysieke, individuele kaartjes zijn, waarmee je met je mobiel data voor internet kunt aanschaffen. Iemand anders kan dit voor je doen, als je beide een Indiaas telefoonnummer hebt. Dit biedt dus de mogelijkheid dat iemand die meer vermogend is, tegen een ander kan zeggen: wacht maar, ik laad er wel wat voor je bij.
Ik zat op de veerboot over de rivier tussen Panjin en de overkant op een van de weinige bankjes. Naast mij kwam een vrouw zitten. Plotsklaps stond zij op, zette haar tas op de zitplaats en gebaarde naar mij, om erop te letten. Het bleek dat zij dwars door de open machinekamer heen, een man had zien staan met een kruk. Die ging zij ophalen en ze gaf hem haar zitplaats. Aan de kade gaf ze hem haar arm en voetje voor voetje, langzaam schuifelend, ondersteunde ze hem naar boven. 
Waar het kan, help je.

S’ochtends vroeg op het strand

Dit bevalt mij uitstekend. S’ochtends om 6.00 met het zingen van vogels om je heen naar het strand.

Karthik en Elrika gaan nog vroeger, die wandelden me tegemoet met hun zes honden.

In het ochtendgloren scheren de zwaluwen.



Mooie tekeningen in de vloedlijn.

Het ochtendgloren wordt sterker.

De zon komt op.

De krabbetjes zijn nog actief:

In het zand je neervlijen en in de kalme zee drijven.

Elke dag wordt alles wat aangespoeld is, opgeruimd. De vrouw keek mij met grote ogen lachend aan, ik lachte terug.

En nu zit ik binnen in de airco. Na de middagwarmte ga ik weer terug naar het strand, voor de zonsondergang.

PS
Twee jongens aan het zingen:

zondag 22 maart 2026

Kokosolie en huisje in het bos


 Elrika en Karthik zijn al meer dan een week bezig met de oogst van kokosnoten. Ze hebben vier kokospalmen. De kokosnoten worden eerst in de zon gedroogd. Van dichtbij kon ik al zien dat er olie uit vrij kwam. Daarna schrapen ze de kokos eruit en malen het. Dan laten staan en de olie scheidt zich van de kokos en gaat naar de oppervlakte. Pure olie dus, en daar kunnen ze overvloedig het hele jaar van koken. 
Want een deel geven ze ook weg aan een organisatie die het gratis uitdeelt en dan gaat er ook nog olie naar vrienden en het personeel: ze hebben drie maids.
Elke drie maanden is het oogsttijd. In de koudere periodes, twee keer in het jaar, dan brengen ze de kokos naar een fabriekje, die er dan olie van maakt, door de kokos te persen.


Elrika is in dit huis opgegroeid . Ze kwam er als klein kind in 1995; haar vader heeft het huis laten bouwen. Samen met vier andere vrienden, jonge families, die hier dus allemaal tegelijkertijd huizen bouwden. Ze heeft een heel idyllische jeugd gehad: je kon vanuit het huis de zee zien en het was er helemaal stil.
Allengs kwam het toerisme op gang, en nu is het dus een volle straat met hotels, winkeltjes, een restaurant tegenover. Gelukkig mag er niet hoger dan twee verdiepingen worden gebouwd…Elrika vindt het zó druk, ze kan maar niet wennen aan het lawaai. Gelukkig zwemt ze dus ook vier maanden tussen de zeekoeien, maar omdat haar vliegticket naar de Andaman eilanden óók heel duur is geworden, was ze, toen ik hier weer arriveerde, nog hier.
Uiteindelijk willen ze een huis in het bos laten bouwen, tachtig kilometer van hier. De familie heeft daar nog een stuk grond. Nu is haar moeder er nog, ze is tachtig jaar, ze woont in Mumbai wegens haar vriendinnen, maar komt heel regelmatig enige tijd weer terug naar dit huis.
 Waarschijnlijk over twee jaar gaan bouwen in het bos?…Het dichtstbijzijnde dorp is meer dan twee kilometer verder. Het is er zó stil; ze houden beide van de stilte.


Over vliegtickets, huisjes in het bos, en stilte gesproken: Na veel gedoe (o.a. een al geboekt en betaald ticket voor 24 Maart, werd de dag erna weer geannuleerd), heb ik nu een ticket voor 28 Maart. Dan hoop ik met al mijn bagage direct naar mijn boshuisje te gaan en kom daar dus op mijn verjaardag aan. Het zou wel heel fijn zijn, als dit dóór gaat.
Al is de zee, vooral s’ochtends vroeg, ook weldadig. Maar home sweet home lokt.

zaterdag 21 maart 2026

Tempel aan de rivier in Anegunda

 

Deze tempel uit de 15e eeuw is nog steeds in gebruik en heeft de rotsen er een deel van gemaakt.

Het was druk bij de rivier.

Het mooie van het Hindoeïsme is, dat er zóveel verschillende Goden zijn met allemaal hun eigen mythologische verhalen. Dus er is er altijd wel eentje waarmee je je kunt identificeren en die bezoek je dan in de tempel. Alle goden zijn ook weer reïncarnaties van eerdere. Dat relativeert het strikt persoonlijke: uiteindelijk is elke levensloop een deel van hetzelfde geheel.

De gang naar het water vormt een deel van je tempelbezoek:



Hier woonden een aantal goden dus ook in de rotspartijen:






Jouw voetafdruk en die van de goden, worden één:


vrijdag 20 maart 2026

Naar Anegunda

 


Gisteren de rivier overgestoken, naar het dorpje Anegunda, dat in de annalen zelfs ouder is dan Hampi.

De wereld staat in brand, hier een en al vredigheid.

Lunch en siësta in de resten van een tempel, die tijdens de moesonttijd niet bereikbaar is; nu door het water waden, en opletten niet uit te glijden op de rotsen bodem.


De moslims hebben dit dorp ooit veroverd. Nu zijn er op het kleine oppervlakte, zowel moskeeën als hindoeïstische tempels. De apengod Hanuman staat hier centraal.


Eindelijk gelukt om de kingfisher in beeld te vangen. De atmosfeer is verzadigd van verschillende vogelgeluiden.

Ik kocht er een hoedje van banaan fiber, geheel gemaakt van bananenblad. Het dorpje heeft zich gespecialiseerd in het maken van kunstnijverheid uit natuurlijke materialen. 

Zowel in de ochtend en weer terug door het bezielde landschap aan ‘mijn kant’ van de rivier. Bezield door de vele tempelruinnes en doordat er overal gestapelde stenen zijn. Terwijl er bijna niemand is, voel je de devote, opbouwende aanwezigheid van zoveel mensen, door de eeuwen heen.