vrijdag 13 februari 2026

Sardientjes en pancakes


 Vanavond at ik de helft van de sardientjes die ik gisteren van het strand heb opgeraapt. Binnen het grote net waar de vissers aan weerszijden het net steeds meer het strand optrokken, waren voornamelijk vrouwen mandenvol sardientjes aan het vergaren. Ook voorbijgangers, zo leken ze mij, propten plastic tasjes vol. Ik durfde niet goed mee te doen, misschien vergiste ik mij en hoorden deze ook bij de officiële oprapers.Maar buiten het net spartelden ze ook in de branding en lagen ze daar in het donker in het zand…Lekker.


Het is leven als God in Frankrijk, dacht ik. Het is overal rustig, de zee voor je neus, het gestage geluid van de branding. Je drinkt een frisse lassi en je eet, met rust in de portemonnee, je pannenkoekjes gevuld met fruit. 

donderdag 12 februari 2026

Langs de gehele baai


De weg naar het strand. In de groene tuin van het huis van twee ecologen, waar ze het oude gebouw voor bedienden hebben omgebouwd tot Airbnb en kantoor, ligt een hond te zonnen.Eentje van de zeven die er nu zijn: het zijn getraumatiseerde honden die ze van de straat hebben geadopteerd. In die 200 meter staan meer oud Portugeze villa’s. En dan kom je via wat winkeltjes en een parkeerplaats op het strand.

Vandaag wil ik helemaal naar de andere kant van de baai wandelen, dat is zo’n zes kilometer. Ik zie het eerste vissersbootje.

Na lekker in het zand gelegen te hebben en in de branding te hebben gespeeld, weer verder: veel meer boten. Ze zijn van goede kwaliteit met een motor, heel anders dan de kleine houten prauwen met de hand bestuurd, die ik mij herinner uit Mahabalipuram.

Op de boeg de christelijke heiligen Franciscus van Xavier en Anthonius van Padua, of alleen een kruis en een spreuk.

Dit vissersdorpje is de overgang van Candolim Beach naar Calangute Beach. Ineens wordt het drukker, er worden allemaal wateractiviteiten aangeboden en er zijn ineens drie stroken aangegeven in het water, voor wie daar wil zwemmen. Eén voor mannen, dan een voor familie en tot slot is er een vrouwenafdeling.
Op de blauwe opblaasboot kunnen mensen achter elkaar plaatsnemen en die wordt dan door een motorbootje voort getrokken; het heet Banana Ride.

Er staat ook een rode surveillance auto met daarin een stoere vrouw met kortgeknipt haar, die met een wat zware stem door een toeter aanwijzingen geeft.
Ik kom in Baga Beach, er is geen westerling meer te bekennen, er staat een klein geel kerkje dat gesloten is, zonder kerkbanken en verder winkeltjes.


Ik strijk neer en geniet van een heerlijke Goa Fish Rice Curry en een koud pilsje. Tezamen voor nog geen drie euro. De prijzen zijn hier dus Indiaas. De cola is hier 40 Rupee, terwijl de eerste Cola die ik dronk op Candolim Beach 70 Rupee was. 


Het einde van de baai, is ook de monding van de rivier, waar een vissershaven is en de weg ertegenaan grenst. Vrouwen verkopen vis op kleedjes.


En daarna over het strand de weg terug. Heel veel gezellige drukte en tot drie keer toe wordt er uit zee, terwijl de nacht valt, de visoogst binnengehaald. In het donker zie ik de sardientjes spartelen in de branding.Het is overvloedig.

S’avonds: feest en binnenhalen van vis


Er zijn hier alles bij elkaar, véél meer Indiase toeristen, dan westerse. De laatsten liggen overdag inactief te bakken in de zon, al zie ik er ook een heel aantal lezen. Ze verdwijnen allemaal in de namiddag en dan stroomt het strand helemaal vol met Indiërs. Die liggen ook wel op de ligbanken, maar dan om zich te laten masseren.
De parasols en ligbanken maken plaats voor tafeltjes en stoelen; party time!




Ik herinner me het van zeven jaar geleden in Mahabalipuram: een gigantisch net dat eerder in zee is uitgeworpen, wordt aan twee kanten met man en macht binnengehaald.


woensdag 11 februari 2026

‘Per ongeluk’ verdwalen

 


Ik betrap mezelf op een soort van gedrag als ik ergens voor het eerst ben. Dan wil ik een beetje dwalen, maar het wordt allengs een beetje echt verdwalen.
Het strand is hier 200 meter vandaan en daar aangekomen trof ik aan beide kanten een front van parasols en Beach Shacks , zoals ze hier heten: strandtentjes dus, waar rij aan rij westerse toeristen op ligbanken onder parasols liggen. Ik onthield een beetje vaagjes dat het bij een rieten puntdakje was, waar ik het strand was opgekomen. Ook mijn smartphone had ik per ongeluk/express ‘vergeten’.
Ik wandelde naar links, waar het strand leger leek, en vond het ook: plekken waar ik gewoon, alleen,  mijn handdoekje op het zand kon leggen. 
Aan de hoofdstraat, parallel aan het strand vond ik een klein winkeltje voor de eerste eetboodschappen, want ik kan nu ook koken. Met de boodschappen in een tas, wilde ik nu wel terug.
Maar… waar was ik precies? Vanaf de hoofdstraat wist ik zeker niet zomaar te kunnen herkennen wat de afslag was naar mijn verblijfplaats. Dus terug naar zee dan maar, op zoek naar het herkenningspunt.


Er liepen me voornamelijk pensionado’s tegemoet, terug van een dagje zon en zee. Maar op het strand wist ik écht niet meer waar ik wezen moest, want er waren vele rieten puntdakjes. Dus op goed geluk er weer af, het binnenland in. Ik zag al snel dat het niet de juiste weg was, maar liep toch door.


En toen kwam ik dus in een stuk waar allemaal kleine huisjes stonden, met golfplaten als dak en waar de was hing en waar er overal moeite werd gedaan om jong geplante bomen te beschermen en water te geven.
Leuk, hier gaat het me dan om. Een ‘dorpje’ tussen alles wat er voor de toeristen is gebouwd. Waarschijnlijk is dit een lila geschilderd kruis.Want Goa is door de Portugezen veroverd en Indiërs werden christelijk.

Ik kwam weer terecht doordat, opnieuw terug naar het strand, een ‘strandtent-jongen’ voor mij belde naar Karthik. Ik zat bijna goed, nog drie strandtenten verder en nu weet ik dat de Bob Marley-shack mijn punt is van herkenning.

Slaapbus

 

Een leuke reiservaring, zeker voor herhaling vatbaar, want heel comfortabel. De Intercity bussen heten sleepers. Je kunt de hele reis liggen, met een heel groot raam naast je en aan de andere kant gordijnen. Ik dacht aan mijn eenpersoons tentje. Er reisden vooral mannen mee, één vrouw in westerse kleding boven mij en ook een echtpaar. Die hield ik bij tussenstops in de gaten. Ik liep gauw achter hen aan, toen zij van tafel opstonden. 

Zo’n bus bedient duidelijk het rijkere segment van de Indiase samenleving, gezien de twee grote tussenstops waar ook luxe artikelen te koop zijn.

Onderweg zoveel te zien en je kan alleen een foto maken als de bus op dat moment stopt. Of wegens verkeersopstopping bij half  afgemaakte wegen en de algehele drukte. Mooi landschap ook, groene rijstvelden met bergen. De bus reed ook door Poena, ja, die van Osho; Bhagwan. Ik had daar vroeger een romantische beeld bij, die ashram ergens op een stille, landelijke plek. Maar Poone blijkt een metropool te zijn, er is een heel brede rivier, waar de Engelsen nog een metro langs hebben gebouwd, en werd wel Oxford van het Oosten genoemd wegens de grote concentratie aan wetenschappers.

En het werd ochtend.



Change of scenery

 





maandag 9 februari 2026

Ellora Caves, 2e keer

 

Tja, en dan zijn er weer de Ellora Caves, waar de foto’s opnieuw geen recht doen aan mijn beleving.De vorige keer te overdonderd, nu beter in staat om de hele rondgang te maken. Eerst door de galerijen aan de rand, met allerlei taferelen uit het Hindoeïstisch universum. En daarna de tempel zelf in en zien, dat er een voortempel is met Nandi, de heilige koe, die vandaar uitzicht biedt op de vallei vanaf een terras. 

In het donkere hart van de tempel de Siva Linga, waar ook gebeden en gezongen werd door enkelen.

Daarna wandelde ik door een stille vallei, behoudens de toeterende golfwagens met toeristen die zich lieten vervoeren, naar een tempelcomplex meer dan 1 km verderop. Deze zijn Jainistisch en zijn van latere data; 6e tot 8e eeuw na Christus.

Een heel andere sfeer dan in de boeddhistische en hindoeïstische tempels.
Kompakter, gericht op de vier windstreken en er woonden vleermuizen.