zondag 28 juni 2026

Wespennest onder stoel




Er bloeit ineens Duizendschoon in mijn achtertuintje. Vorig jaar had ik alle zakjes met zaad die ik gewonnen had bij de Sinterklaasdobbel er uitgestrooid, die zomer kwam er niks op, maar nu dus dit. Dat zaad heeft dus een jaar lang liggen rijpen en bedenkt dan eens boven de grond te komen.
Ja, dit is een antropomorfische wijze van spreken, net zo waar als zeggen dat alle speeltjes eromheen lol hebben van deze bloemetjes.


Ik was er de hele dag ‘druk’ mee; toen ik aankwam met de fiets en deze neerzette was er ineens een zwerm met wespen bij het achterwiel, waar kwamen die vandaan?
In mijn afwezigheid hebben ze een nest gemaakt onder een stoelpoot.


Tja, dat kon ik niet laten zitten, dus met een hark de stoel gekanteld, het nest op afstand ervan afgehaald. Omdat wespen toch zeer nuttig zijn, met name in het eten van ook muggen en dat is fijn voor iemand die altijd muggen aantrekt, zoals ik zelf, hoopte ik het nest nog te kunnen sparen, door het naar de rand van de tuin te harken.


Gaaf nestje, met een kleine opening… 


Maar al doende, bijna de rand van de tuin bereikt, verloor het al de eerste papier-maché achtige schil en uiteindelijk lag het open en bloot. Wel een fascinerend zicht op de inhoud, al die eitjes in de raten.


 De wespen bleven de hele dag onverstoorbaar, zo leek het, actief, ook nog steeds bij de stoelpoot.
Ze zien dus niet dat daar geen nest meer is; alles op de geur. Maar de eitjes leken langzaam te verschrompelen.


Vanochtend blijkt er niks meer van over…in de nacht moet een ander dier zich ertegen aan hebben bemoeit. Een flard met een enkele wesp erbij, aan het treuren of met ongeloof?, onder de laurierkers, een ander stukje slingert leeg op het terras…Aan natuurbehoud heb ik dus niet kunnen doen.


Om half elf s’avonds was er nog licht tussen de bomen.
Vandaag ga ik nog een dagje van de stilte genieten, want binnenkort zit ik weer in een ander perspectief.



zaterdag 27 juni 2026

Code Rood en andere kleuren




 Een heerlijke fietstocht, overal bloemen en grassen in de berm; roze klaver, klimwinde als kleine kelkjes, veel geel, wit, lichtpaars…de mais na drie weken geheel met dat groene brede blad uit de grond, boven Arnhem de oranjekleurige oerrunderen allemaal in de schaduw onder oude bomen, het water van twee rivieren, blauwe slootjes en zelf je koele briesje genereren omdat je fietst. Rijtijd is 2.26 van deur naar deur, vroeg vertrokken, en ik ben één keer afgestapt om een halve liter water tot mij te nemen met twee eierkoeken. 
De tweede dag van code rood in Nederland; zo’ n kaartje dat het land midden in de hittekoepel zat, heeft door dat grijze as- geblakerde ook iets onheilspellends. Zal onze generatie het gaan toestaan dat volgenden in de hitte zullen wegschroeien?
En nu schommel ik nakend in mijn hangmat, hier in het bos is 31 graden goed te doen. Af en toe gaat er door de bomen ook een koele zucht.


Gisteren de hele dag bij de Berendonk, zó vaak heb ik mezelf nog nooit ten water gelaten. Ik zwom langs het riet en zag twee zwarte meerkoeten met witte snavels en ze haalden twee kwetterende jongen uit het riet op, die oranje met gele snaveltjes hadden,  ze gingen achter de ouders zwemmen. Ze zijn er dus nog altijd, ze hebben zich niet laten verjagen door de mensen om hen heen. 
Ik zag ook zes jonge bruine eendjes die als groep bij elkaar bleven. Het kon niet anders dan een spel zijn: luid snaterend hun kop op en neer in het water bewegen, wat golfslag veroorzaken en de ander nat willen maken, in een kringetje met elkaar. Ik zag ook grote helikopter-libellen en twee blauwe;  zwevend boven een rietstengel. Dan denk ik altijd aan Broer: dat wij vroeger, kleuter &lagere school leeftijd, in de tuin van het Goffertpark naar ze op zoek gingen. Hoe kwamen we erop dat we beide zo dol waren op die Blauwen?…En dat we samen, zonder begeleiding, dit avontuur ondernamen? 
‘Smakelijk eten, dat ziet er voedzaam uit!’ , zei een passerende jongeman. Ja, ik was aan het genieten van een pond asperges in boterjus met ei. Het toetje waren stukjes ananas, zó uit het blikje, waarbij ik overdag al het ananassap had gedronken. 
Dat is vrede: als er dorst is, dat je die kunt lessen.

vrijdag 26 juni 2026

Van Venetië naar stadstuintje


Met rolkoffer en overige bagage vanuit de frisse airco-Flixbus in het bloedhete Nijmegen…poeh! Even als rustpauze in het buurtbibliotheekje kijken en vind daar mijn ideale zomerdetective, een al jarenlange traditie, eentje nu van Elisabeth George. Dat is goed toeven in mijn schaduwrijk oerwoudtuintje, op een nieuwe zitplaats, helemaal achterin, naast het Boeddahbeeldje, op een rieten stoeltje nog uit mijn ouderlijk huis. Zéér krakkemikkig maar om sentimentele redenen nooit weg kunnen doen; heel vroeger toen ik nog een kleuter was, zat ik hierin, samen met Broer.


Er is overal altijd ergens … schaduw, is nu het criterium met code oranje, tot nu toe was het criterium dat er overal altijd wel ergens zon is. Nu is er de regelmatig terugkerende advertentie op de TV om een groene  tuin te creëren, ik was de tijd dus ver vooruit met mijn stadstuintje. Géén mussenkolonie meer, maar ergens in de laurierkers moet een nest van koolmeesjes zitten, ik hoor af en toe jong getjilp en ik zie ouders met eten in hun snaveltjes.



Ook al is de berkenboom weggesaneerd en de kastanjeboom gemillimeterd, ook de voortuin blijft beschut.

 
Bij de halteplaats in Dortmund, valt voor het eerst deze beeldenpartij op, waarschijnlijk door het geluid van klaterend water. Merkwaardig beeld, die vrouw, waarom is het geen man?, vrouwelijk naakt lijkt de buitenruimte weer te moeten versieren.
Ik was in Venetië zoveel bloeiende struiken gewend: de Duitse steden bevatten langs de weg en in de plantsoenen alleen maar getrimde groene struiken,; Ordnung muss wesen.
In Nederland is het al gewoon geworden om in de bermen overal wilde bloemen te zaaien en ook de parken hebben een gevarieerde aanplanting.


Bij de grenscontrole, ook een korte blik op het aangeharkte Oostenrijk, vroeg in de ochtend.
Het heeft ook wel wat, 21uur onderweg zijn en de veranderingen in het landschap ondergaan. Je overgeven aan almaar zitten, het vertraagt.
Dit was mijn laatste blik vanaf het Lido, de vaporetto kwam aanvaren.



donderdag 25 juni 2026

De herinnering blijft


Na het inpakken van mijn tent ging ik nog eenmaal het water over, naar de Kunst.


Daar gebeurde mij iets bijzonders. Ik stond oog in oog met dit, met mijn neus erbovenop, en werd heel ver mijn eigen verleden ingeslingerd.


Ik zag ineens dit voor mij.


En dit.


In mijn stadshuis kan ik het opzoeken, omdat ik er een plakboek van heb gekregen.


Wat ooit was, verdween. Deze krachtige beelden bestaan niet meer.


Om met het begin te eindigen: Ik heb mijn tent en toebehoren ingepakt in een compacte blauwe Ikeatas. Misschien zal ik deze nog eens uitpakken, misschien niet. Wat blijft is de herinnering, altijd.

dinsdag 23 juni 2026

Laatste en enige scherf.

 

Toevallig lees ik het terug, omdat iemand het blogje ‘scherven’ uit 2014 las; ik nam ooit twee kilo kleine scherfjes mee terug uit Venetië! Dit jaar waren er totaal géén scherven meer. In de loop der jaren heb ik het zien afnemen en kleine fragiele veranderden de afgelopen jaren in dikke, van rode klei. Ook aan de Waal, waar ik wel al langere tijd niet ben geweest, geen scherven meer. Waarschijnlijk ook door de gehele renovatie aldaar.

Vreemd idee dat in de loop van mijn leven de scherven ‘op’ zijn geraakt. Ze spoelden maar aan uit Germaanse en Romeinse tijden, de middeleeuwen…en dan plots houdt de aanvoer op. Het verleden laat niet meer van zich spreken.

Enfin. Nu neem ik dus de laatste én enige scherf die ik hier vond, mee naar huis. Uitgestald op het kleedje met daaronder een theedoek, want vorig jaar heb ik daar dus het gat in de koffer gebrand. Ik houd graag via concreetheid mijn eigen verleden tastbaar, ik doe aan eigen archeologie.

maandag 22 juni 2026

Hemels blauw


Raar. Deze kerk die mij dus best wel dierbaar is, waar ik zó vaak helemaal alleen even zat. Gisterenochtend wellicht voor het laatst?… Want zometeen ga ik inpakken en vanavond weer de Flixbus in.


Nog eenmaal even alles bewust in mij opnemen. San Nicolò: de enige kerk in mijn leven, die aanvoelt als een privékapel.


Het was een perfecte Venetiaanse stranddag. Nauwelijks branding, geen wind, eindeloos drijven in de zee, kijken naar het hemelsblauw.


S’avonds, uit de Conrad, voor mijn reis-eten, hing er ineens een grote grijze wolk. In de donkere tent wat gedonder, wat wind, een spatje regen.

 

Dream…


Ik wilde de dag graag eindigen op Plaza Margaretha, het grote volksplein van Venetië. Geen grote voetbalschermen deze keer, o, ja Italië doet niet mee, maar wél afgeladen vol. De pizzeria doet zoals altijd goede zaken; telkens maar weer mensen die met dozen vol weglopen, twee ervan verdwenen weer achter een voordeur op het plein zelf.



De dag begon, nog half in dromen, waar er via het water door het paviljoen van Hongkong een verbinding werd gelegd met Venetië. Goudvisjes geborduurd zweefden in plastic zakjes, in een blauwe kamer hoorde je geluiden van de was, en ik dacht ook aan de grote wasserij die ik in Mumbai gezien heb.


Ook dit paviljoen had iets hallucinerend.


Wat ik leuk vond in dit paviljoen, was het verhaaltje dat er met de twee installaties verteld werd; wat nodig is om een thuis te maken op de wereld. Enerzijds schitterende eigenliefde, die verbindingen weet te leggen met alle delen in je, zelfkennis dus ook, die verlicht. Anderzijds betrokken en empathisch zijn naar elkaar; in een kring kon je zitten op verwarmde speksteen en kijken naar de ander, (en weer naar jezelf, als er geen anderen in de buurt zijn)


Wat ook leuk is aan het bezoeken van landenpaviljoens in Venetië zelf is, dat je een kijkje achter de voordeur krijgt; in oude pallazzo’s en binnentuinen.


Het paviljoen van Nieuw Zeeland wilde ik, na jaren afwezigheid ook graag bezoeken. Dat land houdt een zwak bij je, als een vriendin er woont. Het kwam wel extra binnen, want het ging over de ook al uitgestorven vogels, aldaar. Haar zoon L had een zwak voor vreemde dieren, die voornamelijk in NZ leven. De kunstenaar is Maori en NZ is ook het enige ex-koloniale land, dat welbewust ook deze taal, cultuur en rechten probeert te respecteren. Alle kinderen op school leren Maori liedjes. Grond, waarvan de Maori kunnen bewijzen, dat hun voorouders daar ooit op hebben gewoond, wordt teruggegeven, ook al wonen daar nu witte mensen.


Ik liep tot 15.00 rond op het Biënnale terrein bij Arsenale. Het Argentijns paviljoen had een heel aparte sfeer, het had een pad tussen zout aangelegd.

Er is zoveel wat ik niet goed gezien had of wat ik nu met andere ogen zag. Dat is het fijne, van in herhaling gaan kijken; betekenis is en wordt zo nooit definitief, het is altijd in wording.


Hier liep ik de eerste keer straal langs; het hoogste object is gemaakt uit het materiaal van één oude container.
De kunstenaar doet er alles aan om dit zware materiaal, licht te laten zijn en dat het vouwbaar zou zijn en zich gemakkelijk laat plooien. Zoiets wekt bij mij verbazing en verwondering omtrent het kunstenaarschap zelf; dat je inzet geeft aan ‘onnodige’ dingen.


Deze non binaire persoon adviseerde mij zachtzinnig dat ik éven moest wachten op een nieuw golfautootje, dan was ik er sowieso veel eerder dan wanneer ik dat lange stuk ging lopen naar het Chinese paviljoen.
Want daar wilde ik tussen 15.00 en 16.00 zijn; een robot kalligrafeerde er de woorden Dream en Stream. Het blijft apart, dat zo’n mechanisch ding, toch ook menselijke trekken krijgt, door de fijne coördinatie die aanwezig is. Na Dream besloot ik even later, na nog eens over deze rijke tentoonstelling gelopen te hebben, nogmaals in de rij te gaan staan voor Stream.