zondag 7 maart 2021

Chinatown in NY

 Wat heerlijk dat het nu om 18.00 uur nog licht is, om op de bank te zitten en zo naar de bomen en de luchten te kunnen kijken met net nog een flard blauw erin. Om in de nacht je voordeur open te doen, op zoek naar enkele sterren in de donkerte en te kunnen  besluiten dat het te koud is om nog even buiten te gaan staan. Dat ‘s ochtends het vogelengezang je tegemoet komt, dat ik vanuit hier, meteen elf kilometer door de bossen een rondje kan lopen zoals ik gisteren deed, naar het wildkijkscherm van de ringakker en kan bedenken dat straks in de zomer, ik daar tot in de schemer kan blijven kijken naar het wild en dat er dan nog tijd genoeg is om weer naar huis te wandelen.

Ondertussen zie ik virtueel iets van New York, om te ontdekken dat het straks in het echt er niet mee zal zijn...Wat droevig. Ik bezoek, als ik in een grote stad ben en het er is, altijd China Town. Het zal wel wat met ‘roots’ te maken hebben. In Amsterdam eet ik al tientallen jaren eend in een restaurantje op een hoek, in Parijs was ‘Chinatown’ ergens aan de periferie, terwijl het in London vlak naast de musicalbuurt ligt. In Rotterdam weet ik waar ‘de tweede zus van mijn moeder’ en haar familie op Zondag Dim Sum gingen eten en had een oudere nicht van mij er ook zelf een sjiek Chinees restaurant.

Nu kreeg ik een inkijkje in Chinatown in New York, waar het de bedoeling was dat een culinair journalist in het kader van een poster tentoonstelling over China, ‘Sleeping Giant’ zich zou gaan verdiepen in de eetcultuur in Chinatown. En toen brak COVID-19 uit en ineens zit Grace Young midden in het maken van geschiedenis: het was de bedoeling dat het over al dat heerlijke Chinese eten zou gaan, maar nu gingen interviews erover dat ondernemers op 15 Maart ineens hun klandizie zagen inkrimpen, werknemers niet meer durfden te komen omdat zij in de metro met xenofobie te maken hadden of bang werden voor besmetting. Aanvankelijk vol vechtlust en goede moed en dan komt een dag later de aankondiging dat hun zaak definitief dicht moet, om een paar maanden later weer even open te gaan en daarna definitief het loodje te leggen in Oktober 2020.

70% van de zaken gaat dicht en zullen waarschijnlijk nooit meer open gaan en daarmee zal Chinatown zoals het daar was, ook definitief afbrokkelen. De voedselmarkt vol goedkope Chinese producten is verdwenen, ouderen kunnen hun boodschappen niet meer doen en je ziet één restaurant die door het maken van maaltijden voor ouderen en die rondbrengen nog langer het hoofd boven water weet te houden. Maar voor hoe lang nog? Je ziet een eigenares die het ook nog eens vreselijk vindt dat ze geen afscheid kan nemen van al haar klanten, want mensen komen niet alleen maar eten, ze delen elkaars lief en leed. Na de Coronatijd is ChinaTown verdwenen en zal er sprake zijn van gentifricatie: de van oorsprong arme wijken zullen verhipt en opgeleukt en duur worden, wég de aloude Chinese cultuur in de steden van het Westen...

Op Posterhouse.org en dan onder special projects, ‘Coronavirus: Chinatown Stories’, zie je filmpjes met deze mensen in Chinatown. Ongelofelijk, dat een heel tijdperk met winkeltjes en zaken die al generaties bestaan straks zomaar weg zijn. Een vrouw vertelt hoe ze in Chinatown opnieuw begonnen was, na een zaakje vlakbij de Twin Towers gehad te hebben, waar ze drie dagen lang alleen maar stof en as aan het wegwerken was. Maar dat ze nu te oud was om in haar eentje al het werk te doen zoals én koken én bedienen én afwassen, waarvoor ze eerst vijf mensen in dienst had en dat het nu dus voorbij is. Er worden in de loop van de tijd nog filmpjes toegevoegd, is het plan. Maar de vraag is, wat er te filmen is, als het verdwenen is...En ik kijk op van mijn lichtende scherm en nu is het buiten bijna pikkedonker, nog vaag schemeren de inktzwarte contouren van bomen. 

‘How FRAGILE we are...’ zingt Sting in het gelijknamige liedje.


zaterdag 6 maart 2021

Claudia Acuna; Music is the Magic.

Ik heb voor 0,50 cent per week, het eerste jaar, een internetabonnement op de New York Times genomen. Ooit hoop ik daar nog eens meer dan een maand ofzo te verblijven en de sfeer en de schwung van de stad in mij op te nemen. De krant van de inwoners aldaar nu lezen komt daar een beetje bij in de buurt. Verfrissend om het nieuws uit Europa vanaf de andere kant van de oceaan te bekijken en er is wereldwijd nieuws waar mijn krant helemaal niet over rept. In NY is er nu natuurlijk verder ook geen dynamiek want de Corona-lockdown is wereldwijd.  (En wat zeuren en klagen Nederlanders dan, een ieder in de eigen bubbel, verongelijkt; al die rechtszaken die aangespannen worden tegen de overheid om open te mogen...)

Er is een rubriek wat je allemaal kunt doen in het weekend en het ademt iets vanzelfsprekends uit: ‘Our critics and writers have selected noteworthy cultural events to experience virtually and in person in New York City.’  Je krijgt tips voor vijf livestreams die je kunt volgen en vandaag, zaterdag treedt de van oorsprong Chileense zangeres Claudia Acuna drie keer op in het kader van het The International Women Rising Festival. Zij is meer dan tien jaar geleden vanuit Chili in New York komen wonen en haar muziek kenmerkt zich door een mix van Zuid-Amerikaanse volksmuziek, Afro-Latijnse ritmes, met pop en jazz-invloeden. In het eerste filmpje wat ik van haar zie, zingt ze in broek met gympen, een bril op en een grote omslagdoek om haar schouders geslagen, ze roept meteen mijn sympathie op en ik hoor een warme en expressieve stem.

Dan zie ik filmpjes van 14 jaar geleden, een optreden in Santiago en daar staat een vrouw in een lange rode jurk met langer krullend haar ook zwoel te zingen. In een recent interview, waar blijkt dat zij pas na tien jaar weer een plaat heeft uitgebracht Turning Pages, affirmeert ze dat  ze veranderd is: ze heeft in de tussentijd een kind gekregen, is daarvoor gaan zorgen, ze heeft een scheiding doorgemaakt. De plaat vertelt in hoofdstukken deze afgelopen jaren, maar ze heeft deze niet Chapters genoemd, want dat is  statisch: de echte activiteit is het omslaan van de bladzijden.

Ik luister ernaar op Spotify, het fungeert goed als achtergrondmuziek tijdens het lezen, er is niet echt een nummer waardoor ik daarmee stop. Hiervoor hoorde ik een lied dat nog recenter is van vorig jaar maart:  Music is the Magic en daar raakt elk woord mij wel als een hamerslagje: ‘The music is the magic of a secret world... It’s the world that is always within’. En vanuit haar oudere zelf in dat optreden in Santiago komt Tulum  heel erg binnen, zij schreef het aan zee in de gelijknamige plaats op het schiereiland Yukatan. Het klinkt als  héél erg aanwezig zijn in het moment en daar intens genieten. 

vrijdag 5 maart 2021

Wilde zwijntjes van herinnering

Dat is toch wel erg leuk: om door de verrekijker te kijken naar grazende herten tussen de oranje boomstammen van het schemerlicht en dat dan daarachter een zwarte kudde everzwijnen voorbij holt. Precies zoals in Asterix, je verwacht helemaal dat Obelix daar dan achteraan komt rennen met een menhir om er een aantal een dreun te geven voor een lekker maaltje. 

Eerder op de ochtend klopte J. aan, vandaag wordt hun chalet weggereden, zij moesten hier weg maar hebben een mooi plekje elders gevonden en E. zijn vrouw is nu in hun appartement in het Westen. Nee, het gaat niet goed met haar daar, maar wacht maar, als ze zometeen weer gesetteld zijn op hun nieuwe plekje dan komt alles weer goed. Hij wilde zich ervan vergewissen dat zij mijn e-mail adres nu wel hadden, want dan kan E. met mij  gaan mailen.

Het is me toch wat... hoe moet dat zijn? Daar zit je dan in je oude huis, maar je voelt je er ontheemd, want je herinnert je niet dat je daar ooit gewoond hebt... en de inrichting spreekt je waarschijnlijk helemaal niet aan, want ze keek in haar eigen klerenkast en kon zich niet voorstellen dat ze dat ooit gedragen had, veel te deftig en te chic, E. kwam uit een coma met hersenbeschadiging en weet niks meer van de pakweg laatste 30 jaar. 

Wie ben je, zonder herinneringen? E. een soort van hippie, zei ze zelf tegen mij en J. meent dat er een soort van zusterschap tussen ons is. Wellicht door mijn hippie-achtige uiterlijk? En omdat ik ook iets heb van naverschijnselen van een hersenkneuzing? Maar hij weet niet dat ik juist een gigantisch soort van selectief geheugen heb, waar allerlei details van allerlei soort van allerlei mensen als wilde zwijntjes door mij heen hollen en ik ben tegelijk een soort van Obelix die er de hele tijd achteraan holt en er ook zo smakelijk en veel mogelijk van wil eten, gulzig en smekkend. Dat gebeurt ondanks mezelf, ik kan al mijn herinneringen niet stoppen...

donderdag 4 maart 2021

Wederkerigheid

Ik lees in Haiku, Volume 1 van R.H Blyth, Eastern Culture, waar hij als introductie die ogenschijnlijke simpele drie-regelige Japanse versvorm een context geeft in de wereld van het Oosten. Ja, Haiku heeft invloeden ondergaan van het boeddhisme en het Taoïsme, Zen, het kloosterleven van oosterse monniken, het gewone, simpele, arme zwervende leven langs de weg, het heel erg alledaagse en pretentieloze... enzovoort.

Ik blijf hangen aan twee haiku's van mijn lievelingsdichter, naar wie ik mijn eerste poes ook heb vernoemd, Issa:

A world of grief and pain:
Flowers bloom;
Even then...

Nuchtertjes is dit een waarheid als een koe. Maar de beleving ervan én het noteren in de vorm van een haiku... Dan opent zich die hele wereld van de mix in alle dingen, de contrasten, als dat het woord ervoor is. De andere haiku laat zien hoe dit ook in al het handelen verweven is:

Striking the fly
I hit also
A flowering plant

Ik denk aan het liedje Relatively Speaking van John Denver. Ook hier gaat het over contrasten, zelfs zo dat deze elkaar nodig hebben, het ene kan niet bestaan zonder het andere: Hoog en laag, arm en rijk, wit en zwart, enzovoort. Is dat zo? Kun je niet gewoon gelukkig zijn, de hele tijd maar door, zonder weet te hebben van het ongeluk dat dit ooit ophoudt? Het is zoals de notie die wel gebezigd wordt, dat het heel saai is in de hemel, je zou je maar vervelen als alles hetzelfde zou blijven. Voor beweging, om het te laten stromen, voor actie, daartoe is een op en af, een heen en weer nodig. Dus ook ‘contrasten’?

Ik leef liever met het woord ‘wederkerigheid’. Er gebeurt alleen iets als er van twee, of meerdere, kanten iets komt, zo wordt je deel van de levensstroom. Ik denk nu ook aan het kleurenspectrum. Uit de kleuren rood, geel en blauw ontstaan alle andere kleuren, maar alleen als het zich mengt. Zo is het dus gesteld met het leven van de mensen: verdriet en pijn kan samengaan met ineens om iets geks lachen. Of met de verwachting van de lente; bloeiende bloemen. En het kan altijd gebeuren dat je met het wegslaan van een vlieg ook een bloeiende plant raakt... Het is niet anders.

woensdag 3 maart 2021

L’ Horloge de Flore

Gisterenavond ontdekte ik dat de afnemende maan pas na 23 uur ’s avonds als een grote oranje bol met een hapje eruit,  boven de bosrand opkwam. Om daarna snel te stijgen, bleker te worden en veel kleiner aan de hemel te gaan staan. En nu staat de ochtendzon op exact dezelfde plaats als waar de maan was toen ik ging slapen. Weer een nacht voorbij.

Wat ik in de nacht allemaal meemaak weet ik meestal niet. Ontwaakt dacht ik aan het lied Tall Trees in Georgia vertolkt door Eva Cassidy. Ik kijk en luister: een sfeer van vroeger en ook wel van afscheid en verlies en dan die hoge bomen die blijven staan. Hoeveel bomen hebben niet een heel aantal mensenlevens aanschouwd? Op een wandeling in het bos lag één veertje tussen de bomen. Een duivenveertje, lijkt het. Er zijn plekken waar je je neus ervoor ophaalt wanneer er velen liggen, maar nu midden in het bos raapte ik het op en gaf het een plekje in mijn boshuisje. Één uniek veertje zoals elk mensenleven uniek en onherhaalbaar is. Het dwarrelde even naar de grond als een klein vliegwielje en weer raapte ik het op en  legde het op ooghoogte neer. 

Vanochtend hoorde ik op de radio als eerste uit L’Horloge de Flore van Jean Françoix, deel 1 om 3 uur: Calant de Jour, hiermee begint de dag: Op de tonen van een hobo druppelt ze binnen. Ik zoek daarna op YouTube en vind een filmpje waar alle bloemen van deze klok van bloemen te zien zijn, als dat deel van de muziek te horen is en om 17 uur is dat Bell de Nuit-Moonflower en dit is de bloem die mij als laatste is opgevallen in september bij de waterkant, terwijl de avond al gevallen was aan het Wylerberger Meer, vlak tegen de Duitse grens.

En zo strekt een dag zich uit, van uur naar uur en de verschillende bloemen op dit horloge weerspiegelen verschillende stemmingen. Zoals elke dag gevuld is met vreugde en verdriet, weemoed en verlangen, levenskracht die grenzeloze ruimte zoekt of juist de begrenzing van zitten op één plekje in stilte of lezend in de zon, zoals dat gisteren kon op die zachte lentedag. Als ik het geheel gehoord heb van L’Horloge de Flore sluit ik het toch af door nogmaals naar het eerste stuk, de eerste bloem te luisteren Day Jessamine. De uitvoering is al van 1959, toen ik dus ongeveer één jaar oud was. Hoe tijdloos is muziek en dat ik daarmee dan deze dag in kan gaan:  stap voor stap.  

dinsdag 2 maart 2021

Over familie: The World’s a Little Blurry

Gisteravond lag ik heel vroeg in bed op de elektrische deken die ik uit de doos had gehaald, want nog niet gebruikt. Maar zowel de kachel als het warme water deden het niet meer, hoezeer iemand van de technische dienst die uit het dorp kwam aangereden ook zijn best deed. F. kreeg zonet het warme water wel meteen aan de praat, maar voor de kachel moet er iemand komen. Volgens de temperatuursensor van de kooldioxide-melder is het hier 4 graden geweest, dat lijkt mij een buitentemperatuur: mijn boshuisje is zonder kachel dus als een tent. 

Ik had nog wel gekeken naar Het zaad van Karbaat. Toch fascinerend als je ineens meer dan 60 halfbroers en zussen hebt en dat er dan zoveel gelijkenissen zijn, niet alleen in het uiterlijk: velen waren arts geworden, deden aan paardrijden. Wat zit er allemaal in het genenmateriaal van familie? Heel veel. Bij mij in de familie zie ik zéér, de bijna tegengestelde krachten van reislust, felheid en de drang naar expansie plus creativiteit én een kant van rustig en in relatieve eenzaamheid op één plek verblijven en daar gelukkig en tevreden zijn.

Ik weet weinig van mijn voorouders: maar het verhaal dat er ooit vier broers waren aan vaderskant, die in China aan een rivier woonden in een clan van timmerlieden  en die zich hebben verspreid over de wereld, naar Amerika, Singapore, Australië  en Indonesië doet wel een beweging van wég willen en gedegen bouwen en timmeren vermoeden. Ik had een oma die geheel gelukkig is geweest met koken, het groen van een tuin en vroeger in Indonesië veel dieren om haar heen. Ik had ouders waar samen reizen een verbindende factor was, zo hebben ze elkaar ook leren kennen: hij als reisleider, zij als kok voor de reisgroep. Er is een handelsgeest-kant en soms bij afdingen en inschatten wat iets waard is, voel ik dat ook in mijn bloed ruizen. Alhoewel de boekenkant natuurlijk veel sterker is: een lievelingsfotootje van mij is mijn opa in een wit pak, geleund tegen een boekenkast, met een opengeslagen boek in zijn handen. Hij was hoofdonderwijzer van de Nederlandsch-Indische school in het koloniale tijdperk.

Hoe sterk de familie waar je uitkomt jouw lot meebepaalt... Onrust en op drift zijn zit zeer in mijn familie en waarschijnlijk was mijn antwoord daarop het zoeken, en dan natuurlijk ook vinden, van een rustpunt in jezelf. Ik zag op YouTube het interview met Billie Eilish, a première event, wier film The World’s a Little Blurry net is uitgekomen. Te zien op Apple-tv, waar ik een jaar gratis toegang tot kan hebben, alleen lukte dat nog niet. Haar leven als 14-15 jarige is al op camera vastgelegd, al lang voordat zij wereldwijd doorbrak. Alles is bij haar mogelijk geworden door de koestering van haar ouders die nog altijd, nu zij 18 is, meegaan op al haar tours door de wereld. En haar broer Finneas produceert haar muziek, die maken ze samen op haar slaapkamer en hij geeft haar engelachtige, kwetsbare fluisterstem een galmend universum.

Billie  Eilish is zonder opsmuk, zonder maniertjes, geheel zichzelf. Ze praat over empathie en echt-zijn omdat ze dat zelf in huis heeft Ze zei: het klinkt misschien gek, maar ik moest ook zelfloos zijn om deze documentaire uit te laten komen. Want ik dacht zo vaak: nee, ik wil niet dat mensen dit van mij zien! Maar ik moest wel. Ik heb ook geen fans: er zijn alleen maar andere mensen die dezelfde dingen voelen en ervaren als ikzelf, dus eigenlijk heb ik niks te verbergen. Dat is mooi en voor mij strevenswaardig: om zo de wereld tegemoet te willen treden: transparant en open... Dat wordt natuurlijk ook vaak niet gezien door ‘de andere kant’, maar dat hoort ook bij je ervaring zegt ook Billie Eilish, maar je doet het voor al die anderen waarvoor je misschien een betekenis kunt hebben...

De mooiste ontmoeting met een ‘fan’ was in 2019, vertelt ze. Ze was in een winkel met vrienden aan het snuffelen. Er kwam een meisje binnen die haar herkende en Billie glimlachte naar haar. En toen trok dat meisje een sprint, holde naar haar en sprong haar in de armen. Alles in stilte, er werd geen woord gesproken. Ze kreeg tranen in de ogen bij de herinnering. Diepe herkenning: en als het niet met de eigen  familie is, ondanks hetzelfde genenmateriaal, dan maar met anderen, veraf en dichtbij en het liefste in stilte.

zondag 28 februari 2021

Time in a bottle

Ik luisterde in de zon op de bank live naar het Zondagochtendconcert vanuit Amsterdam. Het 1e celloconcert opus 33 van Camille Saint-Saëns. Hoe prachtig de cello zowel zingt als klaagt... Het was ook een heerlijke lenteweek. Overdag las ik buiten De weg naar Little Dribbling van Bill Bryson; een reis door Groot Brittannië. Ik heb nog nooit zo langzaam een boek gelezen: enkele hoofdstukken op een dag. Ik geloof dat het een bedding gaf voor verdriet: Bill Bryson houdt van Engeland en beschrijft het als een aaneenschakeling van oude tuinen, parken, natuurgebieden, afgewisseld met oude, oude artefacten, landhuizen vol traditie, gezellige pubs, raadselachtige fenomenen. 

Dat verschijnselen van eeuwen en eeuwen geleden nog springlevend zijn, dat je het kan bezoeken, dat er zoveel heerlijke wandelingen te maken zijn. Ondertussen was er het liedje Time in a bottle van Jim Croce. Een liefdesliedje met dat ene beeld: dat je de tijd in een fles kunt bewaren... Je eigen brein is een gigantische fles, waar je zoveel herinneringen en dus tijd in bewaart. Je hebt eigenlijk zoveel levens geleefd met anderen... Ik heb drie keer in Engeland gereisd: één keer met vriendin W. die voor het eerst het buitenland bezocht en die ik aanmoedigde om haar Engels te oefenen in winkels en tea-rooms: 14 jaar later zou ze naar Nieuw Zeeland emigreren, één keer met ex H. rondom Oxford en Wales en voor het eerst alleen op reis: ik ging o.a. naar Lyme Regis om, zoals The French Luitenants Woman over the Cobb over de zee te kijken, ik had een meer dan levensgrote filmposter van haar aan de muur hangen in het huis waar V. nu buurvrouw van is. O, wat zou ik graag nog eens naar Groot-Brittannië willen. 

 

Het leven gaat door: ik wandelde over de heide en praatte met V., de dochter van Broer, ze liet mij foto’s zien van haar nieuwe huis en de drie nieuwe katten die nu langzaam aan het wennen waren in de omgeving. Maar de buurt heeft veel poezen, zei ze, dus dat zit wel goed. En daar weet ik alles van, want ik heb dus in het huis naast haar gewoond en mijn poes Issa werd daar zwanger van twee katten. De ene, een grote zwarte, die mocht het nest bezoeken onder mijn iets verhoogde bed. Zij had het daar zelf gedurende een nacht naartoe verhuisd, vanuit de grote kartonnen doos ergens achteraf in een hoek. De andere kater, een bruin gestreepte, daar was zij bang voor, zij begon te krijsen toen die in de tuin verscheen en ik vrees dat ik haar jammerlijke kreten ook tijdens de bevruchting heb gehoord. 

Mijn bostuintje is de doorgaande route van een steenmarter, vertelde E., de technische beheerder mij, hij had een recht spoor van strepen in de witte dikke laag sneeuw gezien, misschien zou hij een nachtcameraatje plaatsen in het lage vogelhuisje bij de buren en ik mailde naar S. of dit wellicht het dier was van  de sneeuwsporen die zij op de foto had gezet. Een boswachter bij wie zij navraag had gedaan, had jammer genoeg nog niet terug gemaild, want het blijft gissen als je niet veel weet.

Het was deze week ook weer volle maan en opnieuw zat ik in het donker in mijn boshuisje, gewoon maar te kijken. Ineens realiseerde ik mij, dat ik dit in mijn tienerkamer al deed en dan op de plastic grammofoonplatenspeler met dikke grote batterijen de Monschein-sonate van Beethoven opzette, die ik in de platenkoffer van mijn ouders had gevonden. Die kamer keek weer uit op mijn latere achtertuin en de tuin van V. en in de gang daartussen speelden mijn broertjes en ik met de kinderen uit het huis waar V. nu woont, grenswachtertje. M. de oudste is nu een vriendin van S. en in mijn fotoalbum vond ik nog een foto waar we beide in rokjes opstaan, ik lachend en leunend tegen haar aan. En zo mengen vroeger en nu, oud en nieuw zich... Er zullen altijd tuinen en landschappen en bossen blijven om in te wandelen, aparte interessante dingen om te bezoeken, huisdieren om voor te zorgen, huizen om in te wonen en al levend tijd te bewaren.

PS: Ik dacht al zoiets: op 11 maart 2013 is het  liedje Time in a bottle ook al in een blogje terechtgekomen.