En toen was het ineens lente vanuit mijn slaapkamerraampje in mijn boshuisje: de kale berkenboom draagt jong blad, de laurierkers bloeit.
Het voortuintje in mijn stadshuis stond er ook mooi bij.
Ik heb moeten constateren dat de mussen nu werkelijk wég zijn…Na de dood van buurman Peter begin December, die mij ‘het mussenvrouwtje’ noemde en buurman Joop al veel eerder, die in de buurpraatjes buiten altijd zei: ‘Eigenijk heb ik wel lol van jouw woeste tuin.’ en wiens voortuin nu een kaal ijzeren hek heeft. Het lijkt of met het heengaan van hen beide er nu definitief een periode is afgesloten.
De achtertuin blijft een beschutte plek, waar de appelboom die ik in de winter snoeide, veelbelovende bloesem had. Maar, o!, ik miste het getjilp van de mussen…De bamboe is géén ontmoetingsplek meer.
Het leven gaat voort…altijd toch maar het verwachtingsvolle vermoeden blijven bewaren, dat bij elke horizon die wijkt er iets anders gloort.
Sinds India heb ik dus een telefoon met internet en dus de mogelijkheid tot een groeps-app. Zelf zou ik niet weten, hoe deze aan te maken, maar het werd ongeveer de eerste activiteit van de projectgroep: dit moest en zou lukken.
En zo zijn er dan ineens foto’s waarop ik zelf sta, gemakkelijker bereikbaar. Koffie, lunchen, wandelen langs de IJzeren man, op weg en weer terug uit de kathedraal.
De foto’s die ik maak zijn op mijn iPad en die kunnen toch niet zomaar naar die groepsapp, dus dat gaat over de mail.
Het was de 47ste huwelijksdag van P. Indertijd heeft het studiejaar, het eerste jaar theologie, een wandkleed voor hen gemaakt, iedereen heeft eraan meegewerkt, het kleed ging van adres naar adres, maar W en ik hebben er het meeste aan gewerkt en we hebben het ook samen ontworpen.
Zó snel kunnen plaatjes rondgaan: P vroeg aan haar man het op te zoeken in het fotoalbum en daar was het dan ineens! De vriendschap met W is hier ontstaan, tot diep in meerdere nachten naaiend en bordurend om het op tijd af te krijgen.
Eerlijk gezegd vind ik het resultaat bést goed gelukt. Op het kleed speurend, zag ik ineens het heel kleine watervalletje uit de bergen, dat aangaf dat al het vruchtbare land en de lotusbloem onder, door een verborgen bron bewaterd werd. Ik hechtte eraan, en weet dat ik deze erin heb geborduurd.
Allemaal diep symbolisch natuurlijk, zo’n huwelijksbootje, dat alle golven dus heeft doorstaan; glansrijk.
Het contrast kon niet groter zijn: de ene avond in de boekenclub een ‘discussie’ waarom ik over God zou spreken, want God is toch voornamelijk een man met een witte baard in de hemel. De volgende avond was mijn lievelingslied, waar ik meteen een foto van maakte uit het liedboekje ‘Oh, du mein Gott’
De tekst is van een monnik uit de vijftiende eeuw, die een teruggetrokken leven leidde, maar tegelijkertijd veel voor zijn omgeving betekent heeft.
De kathedraal van Sint Jans in Den Bosch was helemaal vol. Bij de ingang zag ik sinds lange tijd M,R en H; Clarissen uit De Bron, wat nu een appartementencomplex is, maar de mooie glas in lood ramen in de oude kapel waren wel bewaard. Ze wonen nu in een huis met een gebedsruimte waar 14-15 mensen in kunnen, in principe willen ze open staan naar buiten. E. die er ook bij was, leek, heeft er nu ook een vaste kamer.
Op mijn bericht dat ik nog steeds in mijn boshuisje woonde, reageerde R met: ‘dus tóch’…Haar reactie was indertijd wat…sceptisch?…dat zoiets voor korte tijd misschien wel wat was…. M reageerde met: Ja, jij ging ook zo graag alleen in een tentje naar Venetië.
Hen zien emotioneerde mij, gedurende de hele zangavond.
Ik heb alles meegezongen, ondanks mijn bromstem. De projectgroep theologie probeerde mij de volgende dag bij het ontbijt te verleiden om een stukje voor te zingen, was het écht zo erg?
Bij dit lied de uitnodiging om het ook naar elkaar toe te zingen: Du bist gesegnet, ein Segen bist du
Ik ving de blik op van R. die ongeveer vijf banken achter mij zat in het andere gangpad. We zongen het naar elkaar; dat deed mij goed.
HAGIOS betekent ‘heilig’ in het Grieks. Misschien een wijze om voorgoed afscheid te nemen van de man met de witte baard. Ik kan niet zonder het woord ‘God’ in de taal, dat kan initiëren dat elk mens kan uitstijgen boven het kleine benarde ‘ik’, dat er in het leven plaats is voor Zegen, Heel worden= Heilig, Magie en Wonder.
Na twee maanden in India, valt weer extra op, hoe uitzonderlijk mooi en uitgestrekt het landschap in de Hoge Veluwe is. Een prachtige fietstocht met het net ontluikende beukenblad. Andere foto’s volgen, die zijn nog niet binnen in de mail op mijn iPad, vanaf mijn mobieltje.
En ja, daar zijn ze dan, ongeveer vier uur later. Dit is het eerste zicht weer, op ‘de eeuwige jachtvelden’.
Heel fijn windstil liggen in het riet. De blauwe lucht boven me, de boom omgekeerd.
De prachtige lentefietstocht (overal bloeiende bomen roze en wit, ook al pinksterbloemen in het gras, veel te vroeg voor de tijd van het jaar), begon met een ijsje van Coo, voor de allereerste keer in de bijna vijf en een driekwart jaar dat ik alweer in Hoenderloo woon. Want voor de allereerste keer stond er géén rij.
Het ijs is een instituut rondom Apeldoorn. Ik ken al twee leeftijdsgenoten die de herinnering hebben dat toen ze kind waren, bij wandelen en fietsen met de familie ook altijd een ijsje van Coo hoorde.
De prijs heeft ook iets nostalgisch: een bekertje ‘koek’, gevuld met het romige ijs, dat vanuit een grote bak erin gelepeld wordt, kost €1,40.
Zutphen…dat stadje aan de IJsel dat al met mij meegaat sinds 1989; indertijd wellicht de eerste stad die besloot om alle moderne winkelpuien af te breken en de straten weer het oude aanzien terug te geven. Er waren tijden dat ik er héél regelmatig kwam. Maar zo gaat dat: Mensen gaan voorbij, al had ik dat toen nooit kunnen bedenken, liefde en vriendschap kunnen zomaar worden opgezegd. In mijn overmoed dacht ik dat het façades zou kunnen doorstaan: Alles was immers maar uiterlijke vorm, wat blijft en echt is, is het vuur van binnen, dat wat je deelt, herhaalde ik ooit in wandelingen…Het bleek niet zo te zijn. De oorspronkelijke architectuur van wie je samen bent, kan verbrokkelen. De verleiding of wellicht noodzaak om het narratief aan te passen een het eigen ego, is doorslaggevender. Voor het eerst dacht ik op de fiets naar Zutphen dat het exact zo is als bij al die misbruik zaken. Er zijn maar twee mensen aanwezig, de ene voelt misbruik en de andere snapt niet waarover het gaat.
Ondertussen is het zó fijn lente hier; een lege plek om in te blijven. En Zutphen is gelukkig steeds met mij meegegroeid en vernieuwt haar aanzien voor mij. In lentetocht fietste ik heen, ik zag dezelfde witte bosanemonen waar ik vroeger langs liep, de Berkel, de weilanden, het bankje waar ik warme chocolademelk dronk.
Aangekomen zag ik iets nieuws, dat er toch al eeuwen zo was: De Librije: alleen in Siena is er ook zo’n oude openbare bibliotheek. Zestig sleutels waren er in omloop die toegang gaven.
Er was een mooie tentoonstelling van etsen van Rembrandt.
Een landloper, een bedelares, hoe hij de kwetsbaarheid van het sterfelijke leven zichtbaar maakt…
En Adam en Eva, in al hun onhandige, beetje groezelige menselijkheid. Eet van die appel, veel fijner dan het paradijs!; ze kunnen niet anders, lijkt het.
Op kunnen staan, zoals Lazarus; een nieuw leven beginnen. Wederzijds reiken naar elkaar. Het aanzien vernieuwen.
Of gezellig eten met elkaar; ook niet onbelangrijk.