donderdag 4 juni 2026

Lieke Marsman is dood


Aaah!, riep ik net hardop, toen ik het bericht las dat Lieke Marsman is overleden. Toch een enorme schok. De laatste regel van haar boek Op een andere planeet kunnen ze me redden is, dat zij een oproep tot leven wil zijn. Dat is haar dus goed gelukt ten aanzien van haar eigen leven: Op de een of andere wijze was er in mij een gevoel ontstaan, dat zij toch bést nog een tijdje zou blijven.
Ik kijk meteen het interview in Buitenhof terug. Opnieuw is haar helderheid en scherpte zó duidelijk aanwezig. Maar ook, zie ik nu voor het eerst, haar mildheid. 
Ze is een weg gegaan, lichamelijk gezien, langs al die doktoren en de moeite die het haar kostte om het gesprek te blijven aangaan, dat ze wél door behandeld wilde worden, alles op alles zetten om meer tijd van leven te krijgen. Het amputeren van haar schouder en arm waren een eitje in verhouding met dat andere. Tegelijk is ze daar niet kwaad of bitter over; het is dezelfde medische wetenschap die ervoor zorgde dat ze er nog was.
Daarnaast heeft ze een traject op het geestelijk vlak doorlopen, of gekregen; het overviel haar. Ze was een overtuigd atheïst, heeft zélf lacherig gedaan over ‘geloven’ en ‘God’, maar ze moest er uiteindelijk wat mee, het óók integreren in haar denken, toen ze ineens in het absolute dieptepunt een goddelijke kracht ervaarde, die ook bij haar is gebleven. 
Daarnaast is ze zich ook gaan verdiepen in UFO’s en dergelijke: wanneer je eenmaal uit een soort van schizofrene rationaliteit stapt, waar door die ratio tegenstrijdige dingen gewoonweg naast elkaar blijven bestaan, dan…De NASA heeft eindelijk filmpjes vrijgegeven waar ‘toegegeven’ wordt, dát er ‘dingen’ zijn waargenomen in het luchtruim die wetenschappers niet kunnen verklaren. Hetgeen impliceert dat er buitenaards leven is.
Hier zijn filmpjes van, van ‘God’ niet, terwijl toch de helft van de Nederlanders erin ‘gelooft’, constateert Lieke (Nog maar niet het overgrote deel van de wereldbevolking in oogschouw genomen, waar geloof/religie vanzelfsprekend een rol speelt in het dagelijks bestaan, denk ik hierbij). 
Rationeel, weldenkend Nederland vindt waarschijnlijk dat zowel ‘God’/ Goddelijke kracht, als ‘buitenaards leven’ , twee rabbitholes zijn, waar zij is in geduikeld, veroorzaakt door voortdurende stress. 
Hier blijkt haar mildheid én helderheid: Ook dat is een legitiem perspectief, zegt ze, al weet zij dat dit voor haarzelf niet zo is.
Ik zie het als een mankement van, ik noem het even voor het gemak: Links en ‘weldenkend’ Nederland; er is een groep en zij vormen tegelijkertijd ook een deel mijn naaste omgeving, het is een soort van bubbel , van mensen die altijd het goede en juiste doen: ze strijden voor een rechtvaardige samenleving, ze zijn milieubewust, ze zetten zich in om de wereld tot een betere plek te maken. Máár: ze geloven absoluut niet in ‘God’, ze doen daar lacherig over, zoals Lieke Marsman ook waarneemt, ze beschouwen het als een hobby van je, die ze vergoelijkend wel tolereren, want ja, ze zijn immers ruimdenkend en tolerant. 
Eigenlijk mag jouw eigen ervaring niet echt spreken. 
Lieke Marsman heeft deze aarde dus verlaten. Wat en of zij nog iets is tegengekomen daarvan zal ze nooit meer kunnen berichten.
Dat zij in het laatste moment van haar leven, en ook ultieme eenzaamheid, is opgevangen door die ‘zachte kracht’, zoals zij het ook heeft genoemd, dat is mijn bede.


woensdag 3 juni 2026

Regen

 


In de regen fietsen heeft ook wel wat.


De regen roffelt op het dak.Twee dagen niet uit het raampje gekeken. Twee decimeter lichtgroen blad erbij gegroeid.


maandag 1 juni 2026

Queer Weekend (2)

 

De volgende dag liep ik het atelier van T binnen, die weer meedeed aan de kunstroute Kunst&Kitch.
De eyecatcher was voor mij meteen het grote nieuwe doek, dat naadloos aansloot op wat ik op de Zaterdag  beleefd had in de QueerKunstshow. Hoe intieme beleving je afgepakt kan worden door de vragen van therapeuten en dergelijke. Wat een werk om die letters er strak op te schilderen! 


Ernaast ander nieuw werk, dat ik meteen associeerde aan de kleuren van Superman; dat was niet intentioneel zo. Waarbij maar weer blijkt dat degene die kijkt altijd haar eigen wereld óók meeneemt.


In de rondgang van het oog, volgde deze serie. De onderliggende vraag is: Waarom vinden we het heel gewoon dat kinderen spelen met deze actie-poppen en dat ze dan met elkaar vechten? En niet dat deze de liefde met elkaar bedrijven?
    

Daarna de serie, gemanipuleerde fotocollages, die over ‘gender’gaat, maar die een vrouw uit een vriendinnengroepje, die toevallig hier beland waren, meteen associeerde met de ‘manosfeer’. Op zich bést voorstelbaar: de alternatieve dan, waar mannen een nieuwe perfecte versie van zichzelf bouwen.


Daarboven hing een schilderij die ik ook niet kende, maar wel eerder geëxposeerd was. ‘Je was toen zeker ergens op reis’, zei T, ja dat móet wel zo zijn geweest. De sfeer is ‘bucolisch’, zo heet dat toch? Landelijk en pastoraal, refererend aan middeleeuwse schilderijen en Griekse mythologie, maar vergis je niet….actionman is ook hier aanwezig.


T. blijft toch ook een kritische theoloog; even de puntjes op de i dat het ‘God-de-man’ is, die ook het kwaad de wereld in bracht.  


En de alternatieve versie van de paradijstuin en de zondeval.

De opgang naar zijn atelier was liefelijk en zoet, door de eigen paradijselijke tuin.

Lekker geschilderd toch, zo’n gebakje, uit de serie ‘Sugarcoating Homosexuality’


Alles bij elkaar; een heel kleurrijke ervaring, ook letterlijk. 


Queer Weekend (1)


‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’; de eerste regel van het gedicht Mei van Herman Gorter. Ik fietste om half negen in de ochtend door een geurend bos, nog van de zware regen en wind van de avond ervoor, en zag in het Deelerwoud, 2 km over een half verharde weg, het vingerhoedskruid roze en paars tussen de dunne stammen groeien. In het rivierengebied tussen Arnhem en Nijmegen bloeiden de rode klaprozen en witte margrieten in het hoge malse groene gras, de eerste tweevoudig kiem van de mais trok rechte en bochtige sporen in de bruine aarde, er vloog een ooievaar over gele boterbloemen, de Gelderse roos geurde zoet en ik dacht: ‘Mei, dat is toch wel de opgewektste maand van het jaar’.


S’middags ging ik naar de Queer Kunstshow georganiseerd door IDEM en nichtje V. is daar medeoprichter van. Zo was ik ooit medeoprichter, nou ja, net niet van het eerste uur, van GOBI binnen het COC. Ik heb de organisatie wel mee doen groeien van één groep, naar vier afzonderlijke groepen, een maandelijks Bicafé, jaarlijks een Herfstfeest waar mensen uit het hele land op af kwamen en ook uit Keulen, waar we met de bi-organisatie aldaar tezamen op een praalwagen dansten en zwaaiden op Christopher Streetday, met een mensenmassa van vijf rijen dik. Spelletjesmiddagen, een fotografiesessie, een hobby-club, filmavonden en lezingen organiseerden we ook in de toenmalige Villa Lila, nu het Roze Huis.
En nu zie ik mijn volgende generatie die een eigen familie en leefklimaat wil scheppen.


Ook deze locatie; De Klinker had iets van een sentimental journey; wij kwamen ook hier bijeen en aten dan tezamen aan een lange tafel. De anarchistische sfeer is nog dezelfde, de boekenkast is van enkele planken een hele muur geworden. Leuk.

Bij binnenkomst dit van ene Alex, waar later bleek, dat je er écht in mocht krassen. Wellicht zou er uiteindelijk iets soortgelijks vrolijks uit kunnen ontstaan:

Sommige dingen zijn niet veranderd; het je teweerstellen tegenover een soms ook vijandige omgeving die vindt dat je niet mag en kan zijn, die je bent. De negatieve vooroordelen, de boodschappen die je kunt krijgen waar de moed je van in de schoenen zakt. Maar dít is dus wel veranderd; de Queershow werd aan elkaar gepraat, met ook eigen performance door een transvrouw, Laura Jasmijn. Ze durfde kwetsbaar te zijn, maar ook strijdbaar. In mijn tijd kan ik mij vooral de vele gesprekken herinneren die ik in het bicafé en aan de telefoon had met mannen die niet wisten hoé ze vorm konden geven aan hun gevoel dat ze vrouw waren, minutieus volgde ik wat ze deden om iets meer zichtbaar te worden. 


Het grote oog, dat staat voor al die blikken die je op je voelt als je op straat loopt. Het publiek mocht deelnemen door op haar lichaam een handafdruk te maken met rode verf, terwijl er voorgelezen werd, wat zij allemaal te horen heeft gekregen in dat hele traject van de therapeuten en ‘hulpverleners’. Zo’n afdruk maakt duidelijk hoezeer een omgeving je kan beïnvloeden, maar is is tegelijkertijd een verzoening die aan je gegeven wordt omdat iemand uit je eigen gemeenschap jouw lichaam teder aanraakt.


Onderwijl heeft ze wel met het oog, dat ook al eerder in een tekening aanwezig wordt, gelopen in de stad; Nú kijk ik ook naar jou.


Er waren zo’n zestig mensen. Nichtje V. deed drie stukken, met drie sferen of energieën. In het laatste een ‘vergezicht’ en een ‘dieptepeiling’, dat alles tegelijkertijd kan bestaan, naast, op, boven, onder, in, met elkaar. In het grote heelal, de zeeën en bergen, de aarde, het onderkruipsel in de microkosmos. Ze woonde in haar woorden; geweldig. 
Vanochtend zag ik dit liedje van Joni Mitchell, dat al een leven lang met mij meegaat, overgedragen van de ene generatie in de andere, gezongen door twee generaties; het leven bekijken van Both Sides Now,  met alle illusie die er ook bij hoort, want uiteindelijk weet je maar weinig. 
Maar wél elke keer ‘een nieuwe lente en een nieuw geluid’, elk jaar is er weer een Mei.

vrijdag 29 mei 2026

Rondzwervend brein


 Gisterenavond de volle maan langs de bomen zien gaan.


Ik at een enigszins instant verzonnen maaltje. In het kader van mijn vegetarischer proberen te eten, noteer ik het hier, omdat het mij smaakte. Tempeh in blokjes een nacht gemarineerd in ketjap, azijn, gemberpoeder, fenegriek en knoflook// spinazie met een geraspte appel, pindakaas en water, en daarna daarbij de tempeh bakken, en dan dus gesneden komkommer ernaast en zó uit de pan eten.

Vanochtend een amusant bericht in de New York Times. Een Indiër, woonachtig in Boston, heeft als een soort van protest en satire, een kakkerlakkenpartij op internet opgericht, de website was binnen enkele uren met behulp van AI en vrienden gemaakt. Als reactie op een politiek hooggeplaatste, die meent dat er een jonge generatie in India aan het ontstaan is van mensen die parasiteren op de samenleving, omdat ze te beroerd zijn om werk te zoeken. De werkelijkheid is, dat er veel Indiase goed opgeleiden zijn, die simpelweg geen werk kunnen vinden. Nu heeft de partij binnen een etmaal al één miljoen leden! India heeft de  grootste wereldbevolking van de wereld, 1476,6 miljoen mensen. De reactie van een miljoen zegt wél iets over de snelheid van het internet aldaar én de mondigheid van velen. Ook wel het gevoel voor humor. Eén miljoen kakkerlakken kán wellicht wél iets teweeg brengen, maar wat? Het is wél veel goedkoper dan de stakingen die in Nederland zijn aangekondigd.

Twee redenen waarom ik The Belljar van Silvia Plath heb opgezocht, gratis te downloaden bij Books. De eerste was de leestip van een New Yorker, om deze te lezen in Central Park, bij de Bethesda fontein. Hé?…Ik dacht altijd dat het een heel donker en deprimerend boek was, dat zich in een besloten huis, in een kamer afspeelde, over een vrouw die langzaam gek wordt, ik heb het nooit willen lezen. Wat heeft dit met New York te maken? De tweede reden is, dat Billy Eilish haar gaat spelen in een film. Dan  moet er toch wel wat meer gebeuren, dan waanzin die je in woorden volgt. Welnu: het blijkt zich in NY af te spelen. De eerste beschrijving van de stad, valt wellicht wél samen met het brein van de hoofdpersoon, die zich wellicht steeds meer in zichzelf zal opsluiten. 

Voorlopig zit het vol met herkenbare gedachten over het ongemak van sociale conventies en hoe je als net volwassene een plaats in de wereld probeert te veroveren. Af en toe met heel hilarische scènes. Ik snap nu al beter dat het boek een klassieker is.

Het waait al de hele dag door de bomen. Er was om 16.00 uur regen en eventueel noodweer voorspeld, en ik had het plan om daarna naar mijn stadshuis te fietsen. Tot nu toe, één minuut met wat dikke regendruppels. Het gaat nu naar 17.45 uur en nog steeds zet de regen niet door… Wél nu ook gerommel en donder in de lucht en af en toe een koudere windvlaag. Geen idee waar ik vannacht zal slapen.

PS : 18.56 uur


donderdag 28 mei 2026

Kavakis en het altijd aanwezige verlangen


 Het zijn gedichtregels van Kavakis, die ik per toeval tegenkom en ik krijg meteen zin om zijn 155 gedichten te gaan herlezen, maar het boek is in mijn stadshuis, dus dat kan niet. Het is dat krachtig optimisme over de werking van de geest. De vrijmoedigheid ook: hij komt een naam tegen, weet eigenlijk niks van de persoon maar dat geeft hem juist de gelegenheid om veel over hem te creëren.
Is dit dan louter fantasie, verwijderd van alles wat is? En hoe ‘erg’ is dit dan?


Ik dacht aan het tuinboek dat ik nu lees. Jamaica Kincaid heeft een heerlijk rommelig brein en is steeds maar bezig om de tuin van haar dromen te ontwerpen. Het ene jaar lukt een klein gedeelte daarvan, maar vaak ook moet zij slikken en is er niks van wat zij, nog in de winter, daarover visualiseert. De anekdote dat zij zich een boomgaard vol fruit voorstelt, en dan pakt zij het bestelde uit en vind slechts magere sprietjes van takken, elk gewikkeld in karton… Ik kreeg de herinnering dat moeder ook elk jaar uitgebreid de catalogus van Bakker bestelde en ze wilde dan dat ik met haar daar eens goed voor ging zitten. Het oooh! en aaaah! die kreten van verrukking bij al die rozenstruiken en andere bloemen, het deed haar denken  aan de tuin in Surabaya.
Het was, denk ik, voor de opkomst van de tuincentra, waar je nu kant en klaar van alles kunt kopen en direct een bloemen- en plantenpracht in je tuin kunt hebben. 


Ik vond dit gedicht op internet, het is ook favoriet bij mij. Hier scheidt de dichter zich van zijn eigen lichaam en roept deze op: Herinner je, lichaam, voor mij, wat ik allemaal ooit heb meegemaakt. Het intensiveert iets in je geest, door je eigen lichaam weer voor je te zien, in de bedden van anderen: zie dit is mijn hand, die jou ooit gestreeld heeft…
Of het vertrekpunt het ‘Nu’ is dat terugkijkt via het lichaam, of een catalogus waarmee je vooruitblikt naar de toekomst; in beide gevallen IS het er niet in het hier-en-nu. Het gaat om de betovering die er dan wél is, het verlangen naar schoonheid die in je geest gaat leven, het eindresultaat of dat het verleden voorgoed voorbij is, dat doet er niet toe. 
Zó is de poëzie van Kavakis: steeds die bewegingen van smachtend verlangen, uitgestelde realiteit, dóórgaan op de weg waar het leven elk moment gevuld kan worden met wonder.


Het is allemaal aanwezig in zijn beroemdste gedicht en het zijn gevleugelde woorden geworden: de reis doet ertoe, niet de bestemming. Tegelijk is het de bestemming, het einddoel dat je lokt en naar voren trekt, om op pad te gaan en al doende onverwachte vondsten in de schoot geworpen te krijgen.
Ik zag een heel kort moment de schaduwen van de oudste boom van de wereld op het tegelterras. Tien minuten later was het alweer verdwenen. Dat doet er niet toe: het gaat om het genot van dat éne moment; de vreugde.

woensdag 27 mei 2026

Schuurtje verven, Sony Rollins


 De dag begon bewolkt en kouder dan ik dacht dat het zou worden. De margrieten zijn wel gaan bloeien, maar behagelijk buiten gaan lezen was er niet echt bij. Ideaal weer dus, voor het klusje van het gedeeltelijk bijschilderen van mijn schuurtje.
Onderwijl luisterde ik naar Sony Rollins; ik had nog nooit van hem gehoord.


Op 95 jarige leeftijd gestorven, een jazz gigant, tenor-saxofonist, geboren in Harlem en al jong speelde hij mee met al die andere grootheden, wier namen ik wél ken. Een natuurtalent dus, maar zelf schijnt hij altijd getwijfeld te hebben aan zijn kunnen, misschien omdat hij zichzelf alles heeft aangeleerd, hij heeft geen muziekopleiding genoten. Hij trok zich in het begin van de zestiger jaren geheel terug en toen kwam er een bericht dat er een saxofonist op de Williamburg Bridge speelde. Dat bleek hij te zijn, twee jaar lang oefende hij er, tegen de wind in, met al alle geluiden van de stad en de auto’s om hem heen.


Zoiets vind ik meteen zó sympathiek. Iemand die out-of-the-box denkt, en ja ik vind het ook zo bij New York passen. Daar kun je gewoonweg zoiets doen en niemand zal er raar van opkijken.

Drie jaar geleden, toen ik voor het eerst in New York was, belandde ik ook per toeval op de Williamsbrug, het werd zo’n lyrische ervaring; die uitzichten! Ineens van boven in Chinatown kunnen kijken, met erachter de hoogbouw! In Sony Rollins tijd, waren de oevers nog rauw, vol met bedrijfsleven en lege goederen terreinen,  nu is alles er park geworden, één flaneergebied van de Williamsbridge naar de Brooklyn Bridge. In de drie achtereenvolgende jaren dat ik er was, heb ik dit gebied zien groeien, in 2023 was er nog een bouweiland die bezig was de kade te versterken, vorig jaar zaten er mensen op de grote keien aan de rivier, die er geplaatst zijn.

O, nu ik dit schrijf, realiseer ik me dat ik mij aan het vergissen ben! De Williamsburg Bridge is nog één brug verder, ik liep over de Manhattan Bridge. Anyway. Het nummer The Bridge, zoals ook het gelijknamige album heet, dat in 1962 uitkwam, resultaat na al dat spelen op de brug, heeft wél die energie, die voor mij New Yorkaans is. Op datzelfde album stond ook God Bless The Child.