maandag 28 september 2026

Zonnige Zondag; Het Kan Wél


 Ik wil héél graag mee gaan in het frame: Het Kan Wél. Alleen heb je daar altijd de ander voor nodig. Dit weekend voor het eerst ook geluiden van optimisme vanuit de Nederlandse oppositie en Rob Jetten toont zich als een staatsman in New York en bezoekt na landing meteen Stonewall Inn, de geboorteplaats van Lhbtq+ en pareert Trump die het internationaal strafhof wil afschaffen en ontmoet Mamdani, burgemeester van een stad die optimisme als hoofdkleur heeft.


Zitten,  op een bankje op de top van een door mensen gemaakte zandheuvel; zo moet het zijn, voor een prettig uitzicht, alwaar je zonder veel moeite het leven om je heen, een ooit heel angstige hond en zijn regelmatige vriendinnetje, tot bloei ziet komen, zwemmend en spelend.


Langs de oevers van de Maas, waar er helemaal geen opdrogende rivier is; het water sopt tegen de kant. Was hier het glas de hele zomer lang, vol?…


Mooi, mooi, mooi, dít Nederlandse landschap met een oude populier, er is een top-frame voor de allermooiste foto van het beginnend avondlicht, maar het fotomoment dat dit je wordt gewezen, het mensenwerk, is eigenlijk veel leuker. 
Ik wil ‘Het Kan Wél’ om mij heen, ik wil het mooiste plaatje, ik wil onvervalst optimisme, ik wíl…



zaterdag 26 september 2026

Tegen Netanyanu

Als ik gisteren in New York was geweest dan had ik meegelopen in de grote, grote demonstratie tegen Netanyanu, die op bezoek was bij de vergadering van de Verenigde Naties. Down Town en midden Manhattan vol mensen van alle richtingen; jong en oud, Palestijnen, orthodoxe Joden en vrijzinnigen, zoveel culturen en nationaliteiten aanwezig. Ervoor of erna, of tijdens, wellicht kijken in Bryant Park bij het jaarlijkse Lijndans-event, wie weet ook even kijken waar de Dolly Partondag geïnitieerd werd, voortaan op 25 September, s’avonds naar de Brooklyn Bridge, die voor het eerst als groot scherm gebruikt werd voor een natuurfilm over Hudson Canyon; onder water is er een groot canyon gebied. 

Tevoren was er een heel mooie zonsondergang als voorbode van de storm die er dit weekend raast…Dus vandaag had ik alleen maar binnen gezeten. Het blijft wél aanvoelen dat in New York delen van mezelf meer tot haar recht komen en gelééfd kunnen worden, dan in Nederland; een constatering die ik ook wel lastig vind, het geeft mij nu ook een beetje ontheemd gevoel.

Door het boek dat ik daarvoor in de plaats, gisteren las op deze toplocatie, een tip van W die het leest met haar non-fictie boekenclub in Nieuw Zeeland, ben ik mij nog bewuster geworden, dat de context waarin je bent, ook helemaal mee bepaalt wie jij zelf bent en kan zijn.Wat New York zo uitzonderlijk maakt, is dat je op één dag tegelijk meerdere mensen kunt zijn en dat er gezamenlijkheid en verbondenheid kan zijn tussen vreemden, doordat je al DOENDE hetzelfde doet en meemaakt. Iedereen ziet die prachtige luchten boven de stad, je loopt mee tegen Netanyanu en zijn beleid terwijl je tegelijkertijd met anderen bent die een geheel andersoortig leven hebben; er is geen hardcore die demonstreert: zoveel soorten mensen die vanuit de hele wereld in New York zijn gaan wonen, zien een oorlogsmisdadiger en genocide.

donderdag 24 september 2026

W. in Nijmegen


Het is iets van een volmaakt soort moment, dat daardoor ook een soort van weemoed geeft, omdat het voorbij zal gaan; het besef dat ik kan fietsen naar Nijmegen, om daar een oude vriendin te ontmoeten en dat die dag en avond nog voor je ligt.


Ik was te vroeg en ging liggen op een bankje in de zon; toerist in eigen stad.


En daar is ze dan, en dan maak je weer foto’s van elkaar.


Het gezicht van Nijmegen; hier heb je met elkaar een deel van je leven gedeeld… en toen kwamen er 35 jaar waar je nooit daadwerkelijk meer aanwezig was; fysieke afstand, maar de oude band blijft.


Je weet wat je heel vaak gedaan had, op een vrije dag, wanneer je in dezelfde stad woont;  biertje drinken, bitterballen eten, en daarna uit eten.
En dat was het dan weer; en nu weet je niet of je dat ooit weer kunt herhalen…


W. zette dit nummer op, de laatste keer in haar kamer; we zaten in haar blauwe Loyd Loom stoeltjes, die ik nu nog steeds in mijn huis heb staan; de volgende dag zou ze alles opbreken om daarna een jaar naar Nieuw Zeeland te vertrekken, waarnaar ze uiteindelijk ging emigreren.

PS

Haar foto’s. En eentje toen ik nog véél jonger was, bij een eerder bezoek. Ik herkende mezelf amper.

woensdag 23 september 2026

Laten… Zoals het komt.


 Het hing kennelijk in de lucht, want s’avonds zat hij bij Eva; Nicolaas Veul die de vijfdelige documentaire Zoals het komt; 100 dagen in de gehandicaptenzorg maakte, die ik overdag als geheel bekeken had. Er was al veel voorpublicatie geweest en ik vond dat ik het moest gaan zien, maar hikte ertegenaan. Ik vermoedde veel onmacht te zullen zien.
Er kwam een herinnering van heel lang geleden terug. Tijdens mijn kandidaatsexamen theologie vroeg een van de drie van de examencommissie: jouw theorie en voorstel om voortaan te spreken over : ‘We beheren elkaar’, als vervanging voor de christelijke oproep ‘Heb je naasten lief’ is mooi, je wilt daarmee gelijkwaardigheid garanderen, maar geldt dit ook voor geestelijke gehandicapten? 
We beheren elkaar doe je door samen een zaak te beheren en daardoor kan niemand zich superieur voelen, macht uitoefenen, neerbuigend zijn…maar hoe kan dat bij mensen die niet wilsbekwaam zijn?
Ik antwoordde iets van dat de geestelijke gehandicapte is, wie deze is, en zo ook meebeheert, ook al is dit niet zelfsturend en bewust. Ik zie nog de glimlach voor mij van degene die de vraag stelde, het werd Cum Laude.


Maar nu vroeg ik mij af, of mijn eigen antwoord wel houdbaar was. Misschien kon ik dat alleen maar zeggen in de overmoed van de jeugd, terwijl de praktijk misschien véél weerbarstiger is…Ik wist al dat Nicolaas de 100 dagen niet had volbracht.
Hij is een geweldige verhalenverteller en de woorden die hij vindt en de beeldmontage, zoals blaadjes in de wind, stukjes papier die aan een draadje hangen én de wijze waarop je hem met zijn grote gevoelige ogen ziet functioneren en hij probeert om contact te maken; het is af en toe hartverscheurend en het komt binnen.
En ja: het vraagt een totale omkering van de ‘normale’ wijze van kijken en beoordelen: Je kunt het leven niet controleren en maken, taal is niks meer waard, hoe kwetsbaarder je bent, hoe meer je moet loslaten…
Je ziet Eline die opgesloten zit in zichzelf en alleen af en toe verschijnt, Tobias die door verkeerde medicatie geheel apatisch lijkt te zijn geworden, terwijl hij vroeger een blije jongen was, je ziet een man die achter een heel dikke deur leeft; hij heeft een heel vriendelijk en toegankelijk gezicht, maar hij kan zomaar  een geweldsuitbarsting krijgen…Allen worden met de herfst onrustiger en dan zijn er dus meer conflicten waar de verzorgers met twee mens tegelijk iemand in toom moeten houden, de begeleiders staan voortdurend in spagaat tussen nabijheid en warme zorg willen geven én alert zijn; er zijn grote volwassen mannen met het brein van een tweejarige.
De ouders zijn ook een lange weg gegaan, die voortduurt: al dertig jaar hetzelfde kinderverhaaltje voorlezen, die voor je zoon telkens nieuw is. Indrukwekkend is een vader die zegt het trotst te zijn op déze zoon naast de andere kinderen, omdat hij uithoudingsvermogen ziet en kracht: zijn zoon rijdt in de scène paard, terwijl je van te voren ziet dat hij zijn eigen gezicht bekrast heeft, zelfmutilatie om spanning te reguleren… 


Heel erg de moeite waard, ik ben blij tóch doorgezet te hebben. Soms kun je bevangen raken door het schaduwleven en dan zie ik alleen een mensheid die er een potje van maakt, er is zoveel onmacht en onvermogen op alle fronten…
Als je dan de weg kunt afleggen van die vader die trots kan zijn, dan zie je dat vader en zoon wel degelijk samen een zaak beheren: de zaak om het leven te laten… Zoals het komt.

Twee sporen


Wakker worden; het uitzicht; het licht dat streelt.


 Géén concreet jungle meer van New York


Geen hondjes meer op sokken en zonnebrilletjes op, wel Mila de hond, op zoek naar Joep de kat, die helemaal aan de andere kant van de tuin is. Al die vormen en kleuren van bloem en blad, uitbundig aanwezig.


Hoe een kat zich werkelijk in allerlei bochten kan wringen, zó’n sensitief kattenlijfje, reagerend op elke aanraking.

Maar ik mis de energie van New York ook; ik weet exact waar ik zou zijn geweest, in September.




dinsdag 22 september 2026

Amrita Sher-Gil; India nabij


Ineens weet ik het, wat mij in verwarring heeft gebracht, na mijn bezoek in Assen aan een tentoonstelling die nu wordt afgebroken, omtrent de ‘Indiase’; al voordat ik naar New York vertrok dacht ik hier naar toe te willen, want ze zou de belangrijkste moderne avant-garde schilder van India zijn. ‘  I can only paint in India. Europa belongs to Picasso, Matisse and Braque, India belongs only to me’ heeft ze zelf gezegd en dat schept nogal wat verwachtingen. 
Die ze voor mij nergens waarmaakt, en nu denk ik: Ze stierf op 28 jarige leeftijd, het lijkt mij een uitspraak die behoort bij de overmoed van de jeugd, wanneer je maar net uit je adolescentie bent.


Ze kan wél schilderen, zie ik in dit naakt, haar aanstaande schoonzus, en het heldere oog dat je rechtstreeks aankijkt getuigt van een feministische blik; deze vrouw is geen passief object van de male gaze. Ook haar eigen houding straalt zelfbewustzijn uit. 
Ze komt uit een zeer geprivilegieerde en rijke Indiase familie en is in Hongarije geboren, leeft in o.a. Parijs een bohemien leven en ontdekt later pas India door daarnaartoe te reizen. Het resultaat is, dat ze alleen nog India wil gaan schilderen. Wat levert dat op?


Ze verandert van stijl, met een westerse blik zou je kunnen denken dat het naïeve schilderkunst wordt, zelf verwijst ze naar de grotschilderingen van Ajanta, het kleurgebruik aldaar.


Ik heb deze ook bezocht, en inderdaad, de groene en oranje tinten en ook de wijze van afbeelden van personen komt overeen. Wég is de individualistische blik van de afgebeelden, personen mengen zich ineen.Voor het schilderij van drie meisjes wint ze prestigieuze prijzen; ik vind het wel aardig, maar niet heel bijzonder.


Na een bezoek aan Mahabalipuram, waar ik zelf bijna twee maanden vastzat en bijna dagelijks langs het universum van dieren en mensen liep, uitgehakt uit de rotsen, met levensgrote olifanten, gaat zij ook olifanten schilderen. Het resultaat is voor mij, bijna één op één een replica en heeft niks van het imposante van het origineel, het is bijna amateuristisch…


Met deze uitspraak van haar, die ik in een boek las, dat bij de tentoonstelling is uitgegeven en verder uitverkocht was, vind ik wel een ingang om haar werk alsnog te waarderen.


De intensiteit van het groen en oranje-rood  kleurgebruik, de onderwerpen; een vrouw uit een rijk milieu die passief ligt en haar eigen kwaliteiten niet kan ontwikkelen, een bruid die wacht wat er komen gaat, twee bedelaressen; ze laten iets zien van de Indiase samenleving; ik heb er zelf ook meerdere bruiloftstoeten gevolgd en dacht dan naar gedwongen huwelijken te kijken, omdat het bruidspaar met lege ogen deelnam.
Ik herken de attributen van de bedelaressn, maar juist niét de lege blik…mensen in India, wie dan ook, hebben meestal een heldere gelaatsuitdrukking, ze kijken je aan, zoals die naakte vrouw uit haar vroegere werk. Maar als je haar stijl abstraheert en het koppelt aan de grotschilderingen van Ajanta, dan komt er door je eigen oogharen wel emotie door.


Wat ze ook treffend aanwezig maakt, is de wijze waarop men in India geheel anders omgaat met de haptische ruimte. Mensen zitten als vanzelf graag dicht bij elkaar, lichamen die elkaar bijna raken.
Dan worden de details ook de moeite waard:


De voet van een ander vlakbij een met henna beschilderde hand.


De blik van kinderen naar elkaar.


De arm en voetbanden met belletjes die ik er veel zag en de wijze waarop handen samenwerken.


Dit zou haar meest abstracte, en tevens laatste, schilderij zijn uit 1941, waar ze de grenzen van ruimte en vorm opzoekt, vlak daarna overlijdt ze.


Ja, er zit wel een mooi stukje in, maar het commentaar van het Drents Museum vind ik toch ook hogere inlegkunde: Vlak voordat ze plotseling overlijdt, lijkt Sher-Gil een nieuwe beeldtaal te hebben gevonden die modern én echt Indiaas is.
Ik moet denken aan de recente problemen van het Drents Museum: eerst die kunstroof waar die gouden helm en drie armbanden gestolen werden en daarna werd de nieuwe directeur op non-actief gezet wegens intimiderend en grensoverschrijdend gedrag. Is er daardoorheen iets van de geest van zelfoverschatting geslopen in de wijze waarop deze tentoonstelling is gecureerd, zo van: kijk ons nou een nieuwe Nederlandse primeur hebben met het binnenslepen van deze kunstenaar? …Maar misschien doe ik zelf nu aan hogere inlegkunde.

PS

Dit schilderij uit haar studietijd in Parijs viel mij meteen op. Een androgyne vrouw; zij deelden met elkaar een atelier. Er was veel ruimte om te experimenteren met gender en relaties en er gingen geruchten dat zij een erotische relatie hadden. In een brief aan haar moeder zegt ze, dit niet met haar te kunnen omdat ze zo raadselachtig is. Hier ook al die groen en rood/oranje tinten; die felrode mond! 

zondag 20 september 2026

Ode aan de boerderie


 Even een ode. Aan Joep, hoe leuk het is om tegen een kat te kletsen, hem op te tillen en te knuffelen, s’ochtends vroeg even aaien, want hij is net wakker.


Aan de eerste rondgang; een nieuwe lamp als zonnige bloembladeren, muziek en sporen van het menselijk vaatwerk in de tuin, grootse gekleurde pompoenen die ik nooit eerder zag, dat oranje dakwerk van de oude boerderij, de laatste resten van de overvloed aan zomerse oogst die er was…
Het is een jaar geleden dat ik op de boerderie paste; al lange tijd kom ik er twee keer in het jaar; een keer vroeg in de lente en daarna rondom eind September. Maar dit jaar zat ik in Maart vast in India.
Ik heb het gemist. Heel leuk om dit alles weer tien dagen mee te gaan maken.


PS
De wind heeft hier een ander aangezicht dan in het bos; meer zichtbaar, het ritselt en loeit tegelijkertijd.

Hier ben ik.