Tot wat voor een samenleving is Nederland verworden, als het met de wet geregeld moet worden dat je in de trein verplicht wordt om je bagage op je schoot te houden? Op het journaal, dat ik bijna dagelijks bekijk, zegt iemand dat dit oké is, want nu weet je nooit wat voor een reactie je kan krijgen, want er zijn er zoveel met een kort lontje, dus durf je het niet te vragen en dan blijf je nu maar staan.
Hier in NY is het volkomen vanzelfsprekend dat je plaats maakt en de ander zegt altijd Thank You; de ene heeft standaard de bagage op schoot, al is er een lege plek naast haar, iedereen schikt meteen zoveel mogelijk in bij krapte en iedereen gunt het ook elkaar als je met een fiets of andere grote spullen veel ruimte inneemt.
Welwillendheid is een schaars goed geworden in Nederland, met zoveel rechtse partijen, die het heel gewoon vinden om ‘eigen volk eerst’ te zeggen. Dat kan in NY niet; iedereen is het eigen volk. Enfin.
Ik was weer op het strand, het was 35 graden, de metrorit in de gekoelde airco is heel aangenaam, ik blijf mijn ogen uitkijken, het werkt meditatief om zoveel verschillende soorten van mensen in en uit te zien stappen, aan lezen kom ik niet toe.
Vanuit de ruigere Bronx voel je de vriendelijkheid in de huizenbouw en het dichtbij de zee zijn in Brighton Beach.
Mensensoorten verzamelen op het strand…Achter mij hoorde ik het onvervalste mafia-accent zoals in de Godfather, een man zei door de telefoon iets in de trant van: I know you’re still crazy about your wife…you can’t control her, it hurts man, it hurts, I know. Hij had een grote schorpioen op zijn linkerborst getatoeëerd en een roos op zijn bovenste arm.
Er was een groepje van drie vriendinnen met hun kinderen, waarvan één in boerka, ze waren duidelijk heel vertrouwd met elkaar. Dan kan het niet anders dan dat cultuurverschillen niks meer zijn dan: zó doe jij dat, dat is jouw gewoonte. Zonder oordeel, zonder elkaar te willen veranderen: Zo is het goed. Zoals in dat gedicht in de metro: Let us love one another and let go.
Ik was mijn iPad vergeten, dus geen enkele foto van deze dag. Het had ook wel wat om met mijn handen achter de rug te slenteren, die IPad in mijn handen is een soort van derde oog geworden en een verlengde van mezelf. Gedachteloos maak ik foto’s, pas later als ik er collages van maak, weet ik waarom en wordt het een verwerking van de dag.
Nu zit alles in mijn hoofd, op deze tjokvolle dag, qua beleving. Ik vertrok hier en er kwam een andere appartement bewoner, uit de andere ingang, naar buiten, 46 per voordeur, en ze zei: It looks like you are gonna have a cool day! Zij moest werken en we wensten elkaar een fijne dag.
De dag eindigde weer in de chaos van metro en bus, nog steeds die herstelwerkzaamheden door de week, en ik reisde samen met een vrouw die twee haltes na mij thuis zou zijn. Ze had een rolwagentje vol boodschappen bij zich, het zijn speciale vierkante karretjes, die je nét ook alleen de trappen op en af kan trekken en duwen. Ze had de hele dag besteed aan het vinden van zo goedkoop mogelijke boodschappen her en der. Ze was van mijn leeftijd en bij aanvang van de busrit weigerde ze de door meerderen aangeboden zitplek. Op het laatste eindje in de metro zei ze nu tóch wel blij te zijn dat ze zat. Ik was als eerste gauw de wagon in gegaan, om de plek naast mij voor haar te reserveren. Aanvankelijk wilde ze ook geen hulp voor het meetillen van haar wagentje, maar later hielp ik haar, de trappen op en af, met name nadat een jongeman kennelijk het wagentje van haar had afgepakt en het zó weer boven op het perron zette, zag ik omdat ik voorop liep. In dat laatste stukje train liet ze zien dat ze een diepe snee in twee vingers had, gemaakt door het snijden van een kip, die ze op 2 July klaar aan het maken was voor de feestdag van 4 July. Achteraf had het eigenlijk gehecht moeten worden, het mes was zó diep gegaan, ze liet mij een foto zien en het bloedde en bloedde en ze was alleen thuis geweest. Ik rilde en gruwelde met haar mee, nee ze was niet flauwgevallen.
Ik had zelf ook eens zoiets meegemaakt; the only thing you can say to yourself is: Calm down! ‘Right you are’, antwoordde ze. Ook had ze vorig jaar oktober een zwelling in haar bovenarm gehad, eerst was er een enorme snee gemaakt en toen werd het er operatief uitgezogen, ze liet me de littekens zien. Ik was bijna bij mijn halte, waarschuwde ze me. I will see you again, zei ze stellig, have a good summer, take care! Take care!, beaamde ik.
Ik was naar twee tentoonstellingen geweest in The Met, de ene ging over het onstaan van de gothische architectuur, net ná de verschrikkelijke 14 e eeuw, waarover ik aan het lezen ben, Frankrijk was oppermachtig geworden met een eigen paus die in Avignon zetelde en uit hun koker kwamen dus die kathedralen. West Europa had dus een donkere tijd, o.a. door de pest en op een tentoonstelling die ging over de schilderkunst zag ik dat in die 14 e eeuw er alleen werk hing van Italiaanse meesters, zoals Giotto. De Nederlandse schilderkunst kwam pas in de eeuwen erna op gang.
De andere, net geopende tentoonstelling, ging over de schilderkunst van Nanjing in de 17e eeuw. Wauw! , die stilte die wordt weergegeven! Opnieuw werd ik mijn eigen verleden ingeslingerd: ik was 15 jaar, voor het eerst in het buitenland met een vriendin, logerend bij haar tante, die net buiten Londen woonde. In het British Museum zag ik soortgelijke kunst, ik werd meegevoerd, totaal lyrisch van de kaart,ik kon mijn ogen er niet vanaf trekken, ik moest nogmaals terug er riskeerde daarmee een ruzie met die vriendin, die de resterende dagen wilde besteden aan winkelen op Oxford Street. Ik bén er terug geweest, alleen.
Na mijn al ontstane liefde voor de Japanse cultuur op de lagere school, begon hier mijn liefde voor de Chinese schilderkunst.
En nu realiseerde ik mij, dat de stilte waarin ik adem in mijn boshuisje allereerst dit is: die ene mens die vaak wordt afgebeeld, temidden van bossen en bergen, bij een riviertje, een bloem of bij bamboe… pas later kwamen daar de gedachten over ‘een kluis’ bij, zoals die in de christelijke traditie vorm werd gegeven.
Daarna lag ik eerst in een kom van gras en oude bomen in het Central Park, veel vogeltjes, het geluidsniveau van het verkeer was ongeveer nul, en daarna bezocht ik mijn geadopteerde boom, die zuidelijker, dichterbij de stad ligt. Voor mijn neus lag een steen met glitters, alsof die er als een
geschenkje van welkom was neergelegd.
En toen naar Bryant Park, voor de eerste filmavond van deze zomer. Omdat ik net twee stukken pizza en een blikje cola had gescoord voor $ 4,99 en al veel gelegen had, zocht ik een tafeltje met stoeltje aan de zijkant van het gras en vond een plekje naast een Chinese vrouw van mijn leeftijd, die mij tipte dat je gratis een zak popcorn kon gaan halen, later een gesprekje begon met de vraag wat mijn favoriete fruit is en meteen al haar mond vol had over ‘God’; dat wij voor hem allemaal even belangrijk zijn, dat al dat heerlijke fruit met al die smaken, door hem verzonnen was. Op haar T-shirt zag ik dat zij hield van Jeruzalem en er waren Hebreeuwse letters op een etuitje en een armband. Ik was eigenlijk wel benieuwd, maar haar Engels was nauwelijks verstaanbaar voor mij, dus ik liet het gaan.
Na de film vroeg ik wat ze ervan vond, I have to think about it…there were some good things in it.
Ik vond het ook een merkwaardige, ook grappige en originele film.
Het leek even een scène uit Jaws; er werd gefloten, iedereen moest het water uit, van alle kanten kwam de safeguard in oranje zwemkleding aanrennen en gingen in een rijtje de zee in, wat er nu precies aan de hand was, kon ik net niet zien. Het strandleven hervatte weer. Voor mij was eerst nog veel ruimte, voor wat voetbal, maar toen kwam de vloed, o, ja, die is er hier, en die pakte zeker wel vijf meter strand, ik ben een paar keer verkast, naar achteren, het ging snel.
Ik keek op uit mijn boek; een vrouw lag pal naast mij aan de ene kant en een jongetje in Spider-Man-zwempakje lag zowat op mijn badlaken aan de andere kant.
Ik waande me even op het strand in India; al gingen deze vrouwen helemaal niet het water in, ze stonden er alleen maar, hun kinderen stevig vasthoudend. Voor je ogen zie je dan hoe cultuur wordt overgedragen. Water en strand is er niet om in te zwemmen en te spelen, en de oudere dochtertjes hebben al donkere kleding aan, als ze nog geen sluier hoeven te dragen.
Fijn tot de avond gebleven met een maaltje uit het Russische buffet. Die oude vertrouwde geur in die winkel, dezelfde vrouw die de prijsjes op de bakjes doet nadat ze het gewogen heeft, iets ouder geworden sinds vorig jaar. De meeuwen zijn nog niet zo brutaal als dat ze in Venetië zijn geworden, die vliegen meteen naar je toe, als ze eten bespeuren. Deze meeuwen zijn nog niet zo op mensen gericht.
In de metro een grote familie met baby die huilde en tevreden gesteld moest worden. De man leek op Obama, hij en zijn vrouw lachten veel, zij haakte, het babietje ging van de ene naar de andere, het huilen stopte uiteindelijk met een flesje melk, de zoon had muziek en liet het zijn vader horen en die leek soms met verbazing te luisteren, waar moeder hem dan mee plaagde. Leuk zo’n warme groep die een familiedagje aan het strand hebben beleefd, gezien hun bagage met opgezette strandtenten.
Niet bewust opgezocht, maar ik kwam er langs; Strawberry Fields, de gedenkplek vlak achter het Dakotagebouw waar John Lennon leefde en doodgeschoten werd. Yoko Ono richtte in Central Park dit op.
Een vrouw zong aanstekelijk en wat zijn ze toch goed, die Beatleliedjes, en uiteindelijk kwam ook ‘Imagine’
Daarna nam een jongen het van haar over en die vertelde dat een vaste groep muziekvrienden het op zich hebben genomen om in het weekend, ieder een uur te spelen; nonviolent peacelovers. Het grootste gedeelte werk van de Beatles of één van de vier, maar ook dus ander werk. Hij zong een liedje van Cat Stevens, meteen een fijn nummer, dus nu ook het orgineel opgezocht; If you want to sing out, sing out
Ik bleek op een bankje gezeten te hebben met deze tekst:
Hier moet het bij zonsondergang dus gaan gebeuren: The Manhattan Henge. Twee keer in het jaar, in de lente en de zomer, gaat de zon precies onder in het midden tussen de wolkenkrabbers in the grid; het raster van straten in het grootste gedeelte van Manhattan. Op ongeveer vijf plekken is het te zien. Ik ging naar 79th Street, achter het grote natuurmuseum, die er een happening van maakte, o.a. door een bekende salsa band uit te nodigen.
Ik kwam twee uur eerder aan; ondertussen weet ik dat het voor New Yorkers heel gewoon is, om ruim voor aanvang van een evenement al te arriveren, en nu was het ook zo. Lang zat ik op de stoep en zag alles aan vanaf hondenoogpunt, voor mij was de soundcheck van de salsaband. Die begon een uur voor de zonsondergang te spelen.
Er liep ook een man rond die anti Trump buttons verkocht en uiteindelijk parkeerde hij zijn wagentje naast mij, om zelf mee te kunnen dansen met willekeurige voorbijgangers. Dat gebeurde meer, een vrouw nodigde mensen uit om met haar een dansje te maken.
Tijd om iets meer naar voren te lopen en ja, daar zaten en lagen alweer mensen op hun kleedjes.
Het werd geen grote rode bol, want er was bewolking en het bleef spannend of er tóch wel iets te zien zou zijn.
Op het moment suprème, was het best aardig en New York weet er wel weer een feestje van te maken; er vlogen drie vliegtuigen voorbij en iedereen juichte.
Er zou op het einde van de straat een groente-en fruitmarkt zijn, tijd voor een wandeling in de buurt, de weg daalde wat, een man had zijn elektrische grasmaaier gepakt om het stukje gras rondom een boom te kortwieken, er bleken sjiekere en mindere appartementencomplexen te zijn en ook een wijkcentrum.
Onder de railway van de metro door: ik zag nergens een markt, alleen een rotonde met wegen, er was de afdeling van een ziekenhuis en scherp naar links, woonwijken.
Aardig vruchtbaar hier, een appelboom en vijgenboom, oudere bomen en men had een uitsparing in de stoep gemaakt om de zaailing van een dennenboom te laten groeien.
Huizen van verschillende soorten en maten, een Mariabeeld, een klein bankje voor, maar niet zoals in Brooklyn van die grote houten huizen met ruime tuinen.
Ik kwam langs, wat in Nederland een voedselbank heet, mannen brachten op een trailer kartonnen dozen vol groente naar binnen, het is overal op en af, vroeger moet dit een wat woest natuurgebied zijn geweest, denk ik. De winkels beginnen onder de appartementencomplexen en velen zijn Mexicaans. Rommeliger van binnen dan die van eigenaren uit de Cariben, waar ik vorig jaar was, of in Little India, van het jaar daarvoor.
Ik kwam weer bij mijn appartementencomplex, die redelijk sjiek is, met uithangbord en gesnoeide struiken. Ik kijk uit op de speelplaats van een lagere school.De hele wandeling was ongeveer 2 km, schat ik in.
Twee geheel verschillende soorten van tuintjes rondom een boom. De druk versierde markeert de ingang van Holland Drive, als ik van de metro Pelhalm Parkway naar hier wandel.
Het ziet er zo aantrekkelijk uit, al die vers gekweekte groenten in turquoise bakjes. Er was een nieuw tijdelijk kunstwerk op de stoep bij Union Square met een mooi motto en een nieuw kunstwerk op de toegangsweg, University road, naar Washington Square, omdat in die buurt ook veel gebouwen van de universiteit staan.
Na de reuring op het plein ging ik op weg naar Chinatown en las eerst een opwekkend gedicht op de muur, daarna langs wat iron-cast buildings en via het kijken naar markante wolkenkrabbers, ronddwalend , uitkomen bij Mott Street Eatery, bij mijn aller-aller favorietste maaltje: pekingeend met botervet krokant vel op witte rijst. Door dit weet ik dat ik nóóit vegetariër kan worden…
Daarna naar een optreden in Bryant Park. Avery Wilson, zelf natuurlijk nooit van gehoord en als dit zo is, dan woon je niet in New York, zei hij zelf, grappenmakend, maar misschien was je bij het vuurwerk, ik was ook degene die de national anthem zong. Heb ik óók niet gehoord, stond daarvoor te ver ervandaan. Ik kon zien dat hij erg populair en geliefd is.
Ik vond hem aanvankelijk nogal een mannetjes maker en een showman.
Maar halverwege deed hij een boodschap van liefde en het lukte hem het hele publiek dingen te laten zeggen in de trant van: I promise to be good and kind, I know love will heal the soul, terwijl hij ertussendoor zong; een zelfgemaakt lied. Als laatste lied een heel persoonlijke intro, over iemand waarvan hij veel houdt, waarvan hij afscheid heeft moeten nemen, en daarom dit lied…Af en toe was het publiek muisstil. I will always love you.