Terwijl in Nederland er nu tropische temperaturen zijn, zonder regen, word ik wakker door onweer en stromende regen en een grijs uitzicht en er wordt gewaarschuwd voor overstromingen. Gisteren was er een droge dag en ik ging weer naar Orchard Beach en maakte ongeveer een kopie van de dag ervoor; hetzelfde eten mee, dus na sluiting van het strand die ergens anders in NY oppeuzelen.
Mmmm….mango! zegt een vrouw die naar zee loopt langs mij.
In de train terug zit ik naast twee oudere stellen, die ergens uit de Cariben komen en tegenover elkaar zitten. Ze wisselen uit welk eten ze lekker vinden en waar in NY het te vinden is, afwisselend in eigen taal en Engels. Waarschijnlijk omdat het ook over de herkomst van het eten gaat, vraagt de ene, hoe ze elkaar dan hebben leren kennen. Als vijfjarigen…en tedere blikken worden uitgewisseld. Het gaat over de vreugde van lange liefdevolle verbintenissen…Op het eind geven ze elkaar een hand; wie weet komen ze elkaar nog eens tegen?
Wat ís Nederland toch ook een ziek land, denk ik, nu ik lees dat Sire een nationale campagne begint: Een praatje maakt je dag.
Een moeder die zeer inventief met haar zes kinderen voortdurend in zee speelt, vraagt haar oudste zoon om haar mobiel te halen zodat een vrouw een foto kan maken…twee geheel verschillende culturen en dat is geen barrière.
Ik kijk in een koelkast en zocht een blikje cola, pakte er eentje en draaide het rond, ik had al een ander gepakt, maar zocht naar eentje met een afwijkende print, die gaat mee naar huis, en hoor achter mij: Ja, dat is cola!, ik kom de wc uit en weet even niet welke deur in het halletje weer naar de museumzaal leidt; that way, zegt iemand, all those doors look similar.
Tegelijkertijd is er de wijsheid om op het juiste moment je mond te houden. Ik wilde gaan zitten in de metro, naast een kleuter, die ruimte was er, dacht ik, zegt een heel grote man: miss, that place is not yours, en hij verordent zijn kind om te blijven zitten. Ik sta dus op en de gezichten om mij heen halen licht de wenkbrauwen op of ik zie een vriendelijke glimlach naar me, maar niemand zegt dan iets, iedereen weet dat een confrontatie zo’n man in brand kan zetten.
Net aangekomen kijk ik met genoegen naar de mensen om mij heen; allemaal anders, maar verenigd in het besef dat je wilt genieten van een dagje strand.
Die sfeer is er overal in de openbare ruimte: dat deze van iedereen is, en dat, waar het kan, je elkaar helpt of een dansje of een praatje maakt met elkaar.
In de metro kunnen kiezen in wat voor een soort sfeer ik mijn avondmaaltje zou nuttigen; en het werd Union Square, wel vaak overheen gelopen, maar nooit neergezegen. Ik kijk uit op boekhandel Strand op Broadway, naast mij is een meisje aan het tekenen, uit een hoek komt muziek en zitten schakers, er slaapt iemand…een voortdurende stroom van allerlei soorten mensen, ik hou ervan.

























































