Ik was in de Albert Heijn en ergens zowat midden in het gangpad, helemaal niet in de buurt van de afdeling drank, stonden trays met Leffe Blond Bier en nog een ander speciaal biermerk. Aan twee medewerkers, jonge jongens, die in de buurt stonden, vroeg ik of deze misschien in de aanbieding waren, omdat ze zo opzichtig in beeld waren.
De jongens gaven een voorzichtig en beleefd antwoord: Misschien hebt u het wel ergens vernomen, maar er is een storing hier, waardoor we niet zomaar meer kunnen kijken wat er in de Bonus is…Heel vervelend voor u, de klant, herhaalden ze , héél erg vervelend…de schappen zijn ook leger, héél vervelend als u niet kunt krijgen wat u zoekt…’
Ik werd er wat balorig van; al die omzichtigheid…Dus ik reageerde in de trant van: Ja natuurlijk weet ik ervan dat is uitgebreid in het nieuws, maar kijk om je heen, er is zoveel nog wél verkrijgbaar, dan eet je toch gewoon wat anders?!
‘Ja, maar kijk, bij de groenten is veel op en de melk, daar zijn nu ook lege vakken; héél vervelend’.
Nou, zei ik, het valt toch wel mee, er is zóveel, ik ben in India geweest, daar zijn geen supermarkten en ben je blij wat er te koop is, daar doe je het gewoon mee!
In India heb ik twee keer aan de rand van de stad overigens wél een hele grote supermarkt gezien; voor de rijken, je moet je van te voren identificeren en je mag geen tassen naar binnenbrengen, die worden opgeborgen in kluisjes. Verder zijn er de markten en de kleine ‘general stores’,waar de meeste mensen hun boodschappen doen.
Ik vroeg aan de jongens of ze het ook niet ergens wel geinig vonden, zulke ontregelde dagen die anders waren dan wat ze anders allemaal moeten doen. Nou… de eerste uren wél, maar dan zijn er al die mensen die klagen en zo ongeveer kwaad op je worden, terwijl je er niks aan kunt doen.
Nou, vinden julie dat niet stom? Zó verwend en dat je alleen wilt eten wat je van te voren bedacht hebt, wat je wilt eten?! Ze begonnen een beetje te lachen en gaven me gelijk.
Wat zijn Nederlanders een benard verwend volkje. En dat een jonge generatie geleerd wordt om in dezelfde groef mee te gaan: wees klant en service gericht, geef de klant gelijk en haal het niet in je hoofd om te zeggen: Ja, maar mevrouw of meneer, kijk eens om je heen, er zijn nog zoveel andere maaltijden te bereiden…
Altijd aandacht voor wat er niét is, wat ‘verkeerd’ gaat, elkaar de maat nemen, niks willen toegeven of delen met elkaar: Ikke, ikke , ikke en de rest kan stikke.
Wanneer je temidden van de levensmiddelen die je verkoopt tegelijk ook een oranje bloemenkrans hangt en er is een altaartje dichtbij, dat geeft een ander universum; een moment van eer betuigen aan een kosmos die groter is dan jij alleen…


































