zondag 24 mei 2026

Waar is de geest?



Daar zat ik dan weer, in afwachting van de muziek, op alweer bijna ‘mijn stoeltje’ bij het Park Paviljoen in de Hoge Veluwe, waar voorheen restaurant en speeltuin uit mijn jeugd De Koperen Kop was. De laatste keer dat het dát was, was met moeder en zusje, toen ook al op sentimental journey, plagerig vechtend rondom een portie bitterballen. Al dit soort plekken; telkens weer een reisje naar het verleden, een ritueel waar ik verleden en heden bij elkaar breng…Na die keer met Moeder, al wetende dat dit de laatste keer zou zijn, kwam de grote verbouwing en het rustieke restaurant met houten balken, grote hertengeweien, een haardvuur (waar het ook de laatste keer was, om er nog met Vader bij te zitten), is voorgoed verdwenen.


Bij die eerste klanken die ik hoor, mild in de warme zon, blijk ik iemand in een rolstoel vastgelegd te hebben. Dát zie je hier niet veel.


Links van mij, zit er ineens een vrouw, dik ingepakt aangekleed. Ook dit heb ik hier nog nooit gezien, zou ze het niet warm hebben? Het blijkt dat haar man, of broer?,  frietjes is gaan halen. Zwijgend eten ze het op, hij kijkt onderwijl af en toe op zijn mobieltje en dan vertrekken ze weer.

Onderwijl speelt de muziek door.  Het is zo warm dat er ook mensen in de schaduw zitten. 

In de pauze blijkt Extinction Rebellion het spoor bij Utrecht bezet te hebben. Nee, ik kan niet meer bij deze club horen; wat heeft het voor zin om zo ook de dagjes-uit van mensen te bederven en al die kosten en die politie die hiervoor weer op de been moet komen? Tegelijk: wat is er gebeurd met de geest van al die mensen uit de Rode Lijn demonstraties? … De eerste keer deed ik mee, totaal niet wetend hoeveel mensen er zouden komen, helemaal enthousiast toen ter plekke iemand van de politie zei, dat de schatting nu richting de 100.000 was. En toen werd het een hype en heel ‘weldenkend’ Nederland volgde bij de twee volgende demonstraties. Maar de Rode Lijn was een westerse welvaartsbubbel, die nergens naar geleid heeft. Rob Jetten is nu iemand anders, maar dat geldt ook voor iedereen die daar bij was. Waarom is er niet elke maand zo’n Rode Lijn demonstratie? , waar is die geest gebleven? Bij Nieuwsuur s’avonds een man die in het grasveld bij Ter Apel heeft geslapen, zijn tranen nemen het bijna over, als hij vertelt dat hij hier is, voor zijn kinderen in Gaza. Maar wij vieren de warme zon. Natuurlijk.

Het is het Pinksterweekend. Was het maar zo, dat we elkaars talen konden verstaan…

Na dit optreden van de band die uit studenten, personeel en wetenschappers bestaat van de universiteit van Wageningen, The Sound of Science, leuke naam, wandel ik naar de ‘poort van de stilte’.

Ik weet het allemaal ook niet, niemand kan de wereld veranderen, terwijl we er wel allemaal in leven. Iedereen heeft een eigen rol, waar eigen verantwoordelijkheden bij horen en die kunnen ook nog eens voortdurend veranderen. Alles bestaat naast elkaar. Er is oproer, muziek, verdriet, flaneren in de zon. Er is stilte.


zaterdag 23 mei 2026

Kortebroekendag rond & vegetarische pogingen


Het was voor het eerst korte-broeken-weer, van in de ochtend tot s’avonds laat.


De merel fluit haar ochtendriedeltje.
 

Een kilometer heen en dus ook weer terug door het bos, naar mijn postvak alwaar twee boeken op mij wachten. Ik zie dat het allereerste huisje dat ik hier bezichtigde, nu gaat verdwijnen. Er zal wel weer een vijver worden uitgegraven, met luxe huisjes plus terrassen eromheen, ik kon nét niet de wielen zien, onder het huisje. Lange tijd woonde er iemand, die een gigantisch groot beeld van Maria in de vensterbank had staan.
Weer terug, in mijn achtertuintje; nog altijd tevreden dat ik die enigszins zelf heb gerealiseerd door, toen er een schuurtje werd afgebroken, grond erbij te winnen, door deze daar op te hogen. Nu heb ik doorkijk naar achteren én bijna de hele dag zon, op de zitplek aldaar.
Als lunch een degelijk gezond broodje uit het pakket van TooGoodtoGo, met ijsbergsla en honing-mosterd kaasspread uit de Turkse winkel, 13 km fietsen.


Die winkel komt het dichtstbij eten bij elkaar scharrelen in New York: alles in grote hoeveelheden buiten uitgestald en je kunt het zelf uitzoeken en bij de kassa binnen afrekenen. En goedkoper dan de gewone supermarkt, ja ook in New York.
Deze keer vertoefde ik ook láng in de winkel zelf. Na India, wil ik tóch proberen meer vegetarisch te gaan eten. Dus vooralsnog géén vleeswaren meer voor op het brood en zelf geen rood vlees meer kopen. Ik eet nog wel een braadkuikentje, die ik een hele week verwerk in allerlei gerechten en van de botjes heb ik dagenlang een voedzaam soepje. Ik mis de spaghetti Bolognese, die ik eerder bijna wekelijks tot mij nam…maar ja gehakt hé , dat kan dus niet…
Ik sloeg vier blikken met tuinbonen in; ik kwam erachter dat een half blik tesamen met pittige kruiden en pruimen chutney, een heel voldaan gevoel geeft in de maag. Al die exotische potjes in de winkel; welk zou nog meer erbij passen? En wat nu dan, als beleg op brood? Ik nam vers bereide pesto mee, plakjes heel jonge kaas en twee spreads, die me nu dus ook pas voor het eerst opvielen. Voor het ontbijt had ik de zoete  paprikaspread, met tomaatjes.


Avondeten, voor het eerst weer buiten, zonder vlees. Zoete aardappel en ‘Turkse’ spinazie, oude stukjes Hollandse kaas en de rest worteltjes van gisteren, allemaal even in mijn ‘ovenpan’, zurige rabarber als tegenhanger…zó mis ik geen vlees.


Een merel deed haar avonddeuntje; ik moest eerst zoeken in de boomkruinen waar ze was.


En toen was het de volgende dag, mijn ontbijtje met baklava. 

vrijdag 22 mei 2026

Amanda Gorman : What we carry


Ik hoor weleens in mijn omgeving: ‘ Ik ga niet naar Amerika hoor, zolang Trump aan de macht is.’ Ik heb de vraag gekregen of ik geen problemen heb gehad om Amerika in te komen en de suggestie dat ik maar zoveel mogelijk alles rondom klimaatactivisme ( ik was kort lid van Extinction Rebbellion) en biseksualiteit moest wegwerken uit mijn adressenbestand. 
Maar Amerika is zoveel meer!
Al die repressie is maar een deel ervan en de andere helft vecht even hard terug en is vitaal. Misschien wordt de tegenstem juist harder en helderder en krachtiger, om te kunnen blijven klinken.
Amanda Gorman is daar een sterk en jong voorbeeld van. Zij is ontdekt door de vrouw van Joe Biden, die haar hoorde ergens op een school. Als 22 jarige deed zij een voordracht bij zijn inauguratie; ik was toen al meteen zeer geraakt.


Ze droeg er een ring, die ik vorig jaar ofzo, zag in het Arnhems Museum. Dit is ook Amerikaanse geschiedenis, zo’n ring spreekt over een andere verbintenis met alles wat Amerika in haar geschiedenis bij zich blijft dragen.
En nu heeft zij onlangs, bij het afscheid van Stephen Colbert weer zoiets prachtigs uitgesproken, met de klanken uit een cellosonate van Bach. Er is niet uitgesloten dat het de lange arm van Trump is, die The Late Show heeft doen stoppen. Punt. Heel erg. Zoals zoveel op de wereld op dit moment onverdraaglijk is.
Dan deze voordracht van Amanda keer op keer blijven bekijken. Over de ARC die alles verbindt en het altijd blijven vertrouwen op licht en hoop.

 


donderdag 21 mei 2026

Lucille Clerc, Derek Jarman; Wat gebleven is


 Zo. Eindelijk, na een week ofzo, is het weer mogelijk om buiten te ontbijten met een aangename temperatuur om je heen en het bos dat gestaag groent.


Ik had wel een fijne compensatie binnen, middels dit boek dat ik cadeau heb gekregen. Zowel de tekst als de illustratie hebben hetzelfde soortelijke gewicht: de tekst geeft heel veel info over allerlei tuinen die via de verbeelding tot leven zijn gebracht, de illustraties zijn ook allen verhalend. Eén keer kijken volstaat niet, er zijn zoveel minieme details die allemaal iets zeggen, bloemen en planten zijn levensecht weergegeven, ook de allerkleinsten.



Op haar website zie ik meteen verwantschap met sferen waar ik zelf ook graag in vertoef, ook met een kritische noot, zoals het bos dat ook bloedt omdat er gekapt wordt.


Zij heeft kaften gemaakt voor Philippe Claudel, een favoriete schrijver van mij, door zijn menselijkheid, oog voor detail en analytisch vermogen om alle pijnlijkheden in het gevoelsleven en onmacht te beschrijven, zonder erover te oordelen.


En ze was bij Prospect Cottage en de tuin van Derek Jarman, vlakbij de zee en een kerncentrale, zó rijk in detaillering. Die print zou ik wel aan mijn muur willen, als ik een héél groot huis met veel ruimte en witte muren zou hebben.


Even de boeken erbij gepakt: ja, het klopt als een groen fluwelen tuinhandschoen om dezelfde fotograaf - en tekenaarsoog;  precies passend.


Wat wel significant anders is, is het omgekeerde perspectief. Lucille situeert het huis aan de kant waar in werkelijkheid de kerncentrale staat. Dat is de vrijheid van de verbeelding, en wellicht zegt het ook iets over de werkelijkheid; dat het leven totaal geen rozengeur en maneschijn was. Derek Jarman’s tuin was zijn laatste levensproject. Hij stierf aan AIDS.  In de laatste maanden van zijn leven, wanneer hij zelf de kracht niet meer heeft om te tuinieren, meldt hij in zijn dagboek op 1 July 1993
A blizzard of poppies. The sun’s up and Nick and Julian are at work in the garden, moving soil and digging grass.
Zelf dood, maar zijn tuin is er nog, die leeft voort.

woensdag 20 mei 2026

Rhododendron


De rhododendron die bloeit in de beeldentuin van Kröller Müller; dat is wel toptijd.


Rhododendron hoort bij mijn jeugdherinneringen. In en rondom Nijmegen zijn ze veel  te vinden. Het verhaal ging, dat de rijke baron die er toen woonde, drie dochters had, en eentje ervan hield van rhododendron. Zij stierf en als nagedachtenis aan haar plante hij ze overal. Een van mijn herinneringen is,  dat ze vlakbij mijn lagere school bloeiden. Dat was het bos bij het kasteeltje waar zij woonden. Met de klas gingen we dan ergens onder de omheining door en zochten er ook naar kikkers en insecten. Dat hele gebied is ontgonnen en is het grote ziekenhuisterrein van het Radboud geworden.
Het was spannend en sprookjesachtig: de juf liet blijken dat we iets deden was eigenlijk niet mocht, er zou  zomaar een boswachter kunnen komen. Maar ik had nog nooit zulke grote bloemen gezien en ze torenden ver boven mijn hoofd. Wellicht vormt dit de basis dat pastelachtige kleuren van lichtroze tot paars, mijn lievelingskleuren zijn geworden. 
Én de lathyrus met dat flodderige licht transparante bloemblad, dat zich vlechtte in het grote gatengaas langs de zandbak in de tuin.


Vijf stukken van zuilen, speciaal ontworpen voor de Kröller Müller tuin, om er ook een soort van heilige ruimte van te maken. Alleen kunst is daartoe in staat; een ander en nieuw perspectief geven in de tredmolen van alledag. Het wordt nooit feestelijker als nu de rhododendron bloeit!


En dan de langzame bewegingen volgen, als stalen riet in de wind, half liggend in een stoeltje.


S’avonds laat, terwijl het al donker was en het licht regende,  plukte ik een takje, hier vlakbij. 


 

dinsdag 19 mei 2026

Robot-monnik, meesterYoda, Maria en AI


 Ik zag in de krant deze monnik-robot, die ook echt een wijding had gekregen. Dat is toch interessant, wat voegt het toe aan ‘menselijkheid’ in het algemeen? Zelf ben ik altijd wel een voorstander geweest van zorg-robots: in hen is al het menselijk vermogen van goede zorg geprogrammeerd, dus waarom dat niet inzetten als er te weinig echte mensen zijn? Warmte en meeleven en twee handen aan je bed komen dan via een omweg naar je toe.
Zo’n robot-monnik kán wellicht mensen op een pad krijgen, waar ze zelf naar op zoek zijn. Wanneer je je wil laat gezeggen door een robot, dan is dat helemaal oké, lijkt mij.


Toen dacht ik aan master Yoda, uit Star Wars. Een pop, indertijd nog met de hand aangestuurd, die in de Saga van Star Wars, het goede vertegenwoordigt en Luke Skywalker, de held, leert dat hij moet vertrouwen op de Force. Star Wars is als een soort van bijbel voor velen, even inspirerend en echt. Ook de bijbel is het resultaat van  menselijke creativiteit en getuigt dat de strijd rondom goed en kwaad universeel is. 


Vervolgens dacht ik aan Maria; zij is in het Bijbelse universum degene die de held Jezus, verpersoonlijking van God en het goede, baarde. In de kunstgeschiedenis is zij altijd prominent aanwezig geweest, de enige vrouw; te zien in alle levensmomenten van de geboorte tot de dood.
Een kaarsje aansteken bij haar kan hetzelfde met je doen als Master Yoda bewonderen of wellicht aan een robot-monnik een prangende vraag stellen en daar een zinnig antwoord op krijgen.
Dit gaat dan razendsnel in mijn brein om, ja, daar kan ik wel een blogje aan wijden, wacht eens: Laat ik aan ChatGPT vragen wat die daarvan brouwt.




Aha. Ik moet er wel een beetje om lachen. Omdat ik ook iets van een karikatuur van mezelf terugvindt. Tegelijk is het ook wel griezelig?… nee, dat is het woord niet. Ik constateer dat AI alziend en  alomtegenwoordig is, het lijkt het oude beeld van God wel, en het kan in een fractie van een paar seconden toch ook wél in je eigen brein kijken. Want helemaal vreemd is het geproduceerde ook niet.
Maar ik zal een robot NOOIT eigen intenties toedichten, zoals AI dat doet: een robot verlangt niet naar stilte en zwijgt alleen als we deze zelf het zwijgen opleggen.


Ik dacht aan de robot die ik vorig jaar in Venetië zag. Moeiteloos pratend van het Nederlands naar het Indonesisch. Over ‘gevoel’ zei ze, in het Indonesisch, dat het als de wind is, niet grijpbaar, zó weer weg en vergeten.
Juist ja. Dat wat nét niet herleidbaar is, waar woorden wegvallen, daar gebeurt het. Gestreeld worden door een vermoeden. Als een vleugje wind dat langs je wang strijkt: Adem.

maandag 18 mei 2026

Over knuffels en kleine prinsjes


 Ik keek naar de knuffel die ik gescoord had bij de laatste Sinterklaasdobbel. ‘Waarom doe je die eigenlijk weg?’, vroeg iemand aan degene die het ingebracht had. ‘We hebben er veel te veel, al die knuffels, deze moest maar meteen dóór’, was het antwoord. 
Meteen wég dus, voordat ze een plaatsje in het huis zou kunnen veroveren. En je kunt er dus ook teveel van hebben. Fenomeen ‘knuffel’ is eigenlijk best apart. Het doet beroep op…? Je zachtheid, je verbeeldingskracht, het zien en aanraken ervan verzacht, kan vrolijk maken, of troost geven. Knuffels worden al bij baby’s in de wieg gelegd, en baby gaat er dan vaak tegenaan liggen.


Zij viel me nu zelf op, omdat ik net dit liedje van Douwe Bob had beluisterd. Hij heeft het in 15 minuten geschreven bij een haardvuur, een soort van download’, zegt hij erover. Het is voor Gabriël, één van zijn vier kinderen, die maar 15 minuten geleefd heeft. Na de geboorte gestorven in de armen van hem en zijn vrouw. 
Evenveel tijd dat het liedje ‘gemaakt’ is, of tot hem is gekomen, als dat Gabriël geademd heeft op aarde. En nu leeft hij voort, als prinsje, ergens anders, en waakt wellicht over de anderen, en wie weet ontmoeten ze elkaar weer, ooit…
Ik denk aan De Kleine Prins, dat boek dat een klassieker is geworden. Zoals bij knuffels en een liedje: mensen creëeren uit zichzelf nieuwe en andersoortige werkelijkheden. 
In de verbinding; de connectie van verbeelding en het hier-en-nu, komen we dichterbij een kant in onszelf die zacht is, het eigen harde ego kan opgeven en kan openstaan naar anderen; voor elkaar.