donderdag 26 februari 2026

Fort Aguada


Ik bezocht Fort Aguada, aan de ene zijde van het ongeveer acht kilometer lange zandstrand. 


De Portugezen bouwden het. Ik stel me dat zo voor: Er woonden alleen maar vissers. De Portugezen bouwden er woonwijken en villa’s en kerken, ook kleintjes, aan de rand van het strand. Vissers laten zich wellicht makkelijk bekeren, omdat de eerste volgers van Jezus ook vissers waren. Ze komen meteen in alle verhalen voor, terwijl in de hindoeïstische verhalen er allemaal krijgers zijn, met paarden, diep in het binnenland.



Allemaal dankzij de machtige fortificatie die ze bouwden. De ruïne van het echte fort is ook te bezoeken, aan de andere kant van de uitstekende rots, via de grote weg.Ik zag daar van af.
Het aanzien van de gehele baai is mooi en rustig. Geen flatgebouwen of dure resorts of strandhutten; speciaal voor voornamelijk buitenlandse toeristen gebouwd. Alleen vlakbij het fort, lokt de luxe van groene grasvelden, sjieke parasols, etc. 



Dankzij de Portugezen, dus ook. Die bouwden iets meer landinwaarts, terwijl vissers aan het strand konden bijven wonen. Ik dénk dat het zo gegaan is, gezien wat er nu is. Voor de strandgasten verschenen de shacks, simpele bouw met bamboestokken, het dak bedekt met palmbladeren.



dinsdag 24 februari 2026

Mannen met elkaar; Krishna en Arjuna?


Ik zag het toen ik zestien jaar was, voor het eerst op Bali. Mannen die hand in hand lopen, innig gearmd. De cultureel antropoloog Clifford Geertz, die jarenlang op Bali heeft gewoond in de zestiger jaren van de vorige eeuw, kwam erachter dat ze het woord ‘homoseksualiteit’ in het geheel niet konden plaatsen. Pas met de definitie: ‘mannen die zich bewust ontrekken aan de voortplanting’, konden ze wat. En nee, dat kwam op Bali niet voor.
Ik dacht hieraan, nadat gisteren twee mannen urenlang genoeglijk naast elkaar zaten, op het strand.
Want ook hier in India, is dit het meest voorkomende straatbeeld: Mannen met elkaar, in groepjes of met zijn tweeën; mannen zijn altijd met elkaar bezig.
Ook Bali is, net als India, hindoeïstisch. Religie doordrenkt het dagelijkse leven. Zowat elk huishouden heeft een eigen huisaltaartje. Goden, half goden, wijze leiders, goeroes, nog levend of al dood, ze bevolken allemaal hetzelfde universum, dus ook hier en nu, ze wonen overal om je heen.


In het dorpje waar ik pas doorheen liep, zijn er op enkele meters van elkaar, zowel hindoeïstische als christelijke gebedsplaatsen, ofwel uitingen dat ‘het goddelijke’ nabij is.
De interacties tussen Krishna en Arjuna spelen een grote rol in de Mahabharata, de epische geschriften van het hindoeïsme. Vooral in Bhagavad Gita staan ze centraal.
Misschien is dat het dus, wat ik zie.

 

maandag 23 februari 2026

Naar Coco Beach


 De wandeling van mijn plek naar Coco Beach. Op de kaart kon ik al zien dat,op de rechte weg naar de zee, vlak buiten het dorp, het alleen maar groen was, met vakjes: een gigantisch grote moestuin, zo bleek.

Aan de rand van het dorp, vlakbij de grote doorgaande weg, meerdere sjieke appartementencomplexen met verdiepingen. Ook zorg voor een wit kruis, met bankjes erbij.Maar ook overal de hindoeïstische altaartjes.De watertankvrachtwagens stonden er ook geparkeerd.

Verderop waren vrouwen granen aan het drogen en kwamen de kleinere huizen. Ik vind het aangenaam om te zien, dat er overal huisaltaartjes zijn én gemeenschappelijke buurtaltaartjes en tot slot de grotere tempeltjes. Alsof een andersoortige weefsel, dan wat in het westen ‘functionaliteit’ heet, mensen met elkaar verbindt.

Een christelijke inwoner heeft een mooie houten deur met Jezus erop. Er was net wierook aangestoken bij de grotere tempel.

Ik wandelde langzamerhand  het dorp weer uit, richting de zee. Er zijn ook piepkleine huisjes waar geleefd wordt. Ik kwam op de grote rechte weg met aan weerszijden alleen maar de groei van gewassen.

Verrassend om te ontdekken dat Coco Beach ook een toeristische trekpleister is. Er stonden veel auto’s geparkeerd, er waren bussen, winkeltjes, een restaurant. Je kunt er een boottocht maken o.a. om dolfijnen te spotten. Ik twijfelde even, maar het was wat heiig, dus zoveel uitzicht was er niet. Je moest een zwemvest aan, véél mensen in één bootje. Je zou maar zeeziek worden, is me ooit weleens gebeurd, toen het de bedoeling was om naar koraalriffen te kijken vanaf de glazen bodem. Ik zag ervan af.

Ik wandelde langs het strand. Het rumoer van toeristen verstomde en toen waren er alleen nog maar vissers.
Deze waren allemaal christen, gezien de namen van hun boten. Maar het kleine kerkje op het strand aan de toeristenzijde, deed nu dienst als veiligheidspost.

Weer terug, ging ik op het terras van het restaurant zitten. Een heel aangename plek, ik bleef er urenlang.

Grappig om te zien hoe toeristen het mooiste plaatje probeerden te maken.

Dezelfde rechte weg terug.

Iemand was aan het schoffelen, er liep een witte ‘kraanvogel’ met hem mee. Bij zee vlogen er trouwens zeearenden; witte kop, bruin lijf, die spartelende vissen, kraakvers uit het net, buit maakten.


Tja, ik wil niet al te kritisch zijn, maar het valt me wél op. Aan de overkant van de hoofdweg, tegenover het dorp dus, staat er ook een grote witte Portugese kerk. Zóveel ruimte heeft die ooit gemaakt voor zichzelf. Een brede opgang, een pleintje, een kloostergebouw en alles wit ommuurd. Hoeveel groen en woningen zijn daar indertijd voor vernietigd? Het straalt zo erg uit: dit is allemaal van ons.

De hindoeïstische tempeltjes zijn veel meer naar binnen gekeerd, organisch deel van de omgeving; ze hebben niet die buitensporige breedsprakigheid. De kleine christelijke kapelletjes hebben wel een ingekeerde sfeer. Wie plaatste dat gele bloemetje in de dichte deur?

Vanuit India, even in NY


 Het is wel een beetje apart: Ik heb net meer dat twee uur lang Live meegelopen met Sifat in New York, die door de blizzard wandelde, van Central Park naar Bryant Park en hij liep dus ook langs mijn ‘geadopteerde’ boom, aldaar. Vlak onder de boom uiterst rechts. Soms is de wereld heel erg klein. Er is nu meer dan 38cm sneeuw in Central Park gevallen, meldt het Nederlandse nieuws.

En ik zag vandaag groene moestuinen.

En vissers op Coco Beach.

En ik at er een Chicken Biryani.

En ik liep door een dorpje waar het heel duidelijk was dat hindoeisten en christenen met elkaar samen leefden:

Om, na een verfrissende douche, de dag te eindigen op mijn strand, op mijn favoriete plekje:

zondag 22 februari 2026

Zo’n simpele dag

 


Alle witte mensen en parasols weg, alleen nog Indiërs.


PS
Ik had zin in een boterham met pindakaas voor het ontbijt. Dus ik loop hier s’avonds even naar het winkeltje aan de overkant van de hoofdweg, (100 meter, ongeveer). Dit is het Indiase resultaat.
En alle groene planten om mij heen staan nu in bloei.


zaterdag 21 februari 2026

En ondertussen in New York…


 


Avond aan zee

 






Hier zitten alleen maar witte mensen.