maandag 23 februari 2026

Naar Coco Beach


 De wandeling van mijn plek naar Coco Beach. Op de kaart kon ik al zien dat,op de rechte weg naar de zee, vlak buiten het dorp, het alleen maar groen was, met vakjes: een gigantisch grote moestuin, zo bleek.

Aan de rand van het dorp, vlakbij de grote doorgaande weg, meerdere sjieke appartementencomplexen met verdiepingen. Ook zorg voor een wit kruis, met bankjes erbij.Maar ook overal de hindoeïstische altaartjes.De watertankvrachtwagens stonden er ook geparkeerd.

Verderop waren vrouwen granen aan het drogen en kwamen de kleinere huizen. Ik vind het aangenaam om te zien, dat er overal huisaltaartjes zijn én gemeenschappelijke buurtaltaartjes en tot slot de grotere tempeltjes. Alsof een andersoortige weefsel, dan wat in het westen ‘functionaliteit’ heet, mensen met elkaar verbindt.

Een christelijke inwoner heeft een mooie houten deur met Jezus erop. Er was net wierook aangestoken bij de grotere tempel.

Ik wandelde langzamerhand  het dorp weer uit, richting de zee. Er zijn ook piepkleine huisjes waar geleefd wordt. Ik kwam op de grote rechte weg met aan weerszijden alleen maar de groei van gewassen.

Verrassend om te ontdekken dat Coco Beach ook een toeristische trekpleister is. Er stonden veel auto’s geparkeerd, er waren bussen, winkeltjes, een restaurant. Je kunt er een boottocht maken o.a. om dolfijnen te spotten. Ik twijfelde even, maar het was wat heiig, dus zoveel uitzicht was er niet. Je moest een zwemvest aan, véél mensen in één bootje. Je zou maar zeeziek worden, is me ooit weleens gebeurd, toen het de bedoeling was om naar koraalriffen te kijken vanaf de glazen bodem. Ik zag ervan af.

Ik wandelde langs het strand. Het rumoer van toeristen verstomde en toen waren er alleen nog maar vissers.
Deze waren allemaal christen, gezien de namen van hun boten. Maar het kleine kerkje op het strand aan de toeristenzijde, deed nu dienst als veiligheidspost.

Weer terug, ging ik op het terras van het restaurant zitten. Een heel aangename plek, ik bleef er urenlang.

Grappig om te zien hoe toeristen het mooiste plaatje probeerden te maken.

Dezelfde rechte weg terug.

Iemand was aan het schoffelen, er liep een witte ‘kraanvogel’ met hem mee. Bij zee vlogen er trouwens zeearenden; witte kop, bruin lijf, die spartelende vissen, kraakvers uit het net, buit maakten.


Tja, ik wil niet al te kritisch zijn, maar het valt me wél op. Aan de overkant van de hoofdweg, tegenover het dorp dus, staat er ook een grote witte Portugese kerk. Zóveel ruimte heeft die ooit gemaakt voor zichzelf. Een brede opgang, een pleintje, een kloostergebouw en alles wit ommuurd. Hoeveel groen en woningen zijn daar indertijd voor vernietigd? Het straalt zo erg uit: dit is allemaal van ons.

De hindoeïstische tempeltjes zijn veel meer naar binnen gekeerd, organisch deel van de omgeving; ze hebben niet die buitensporige breedsprakigheid. De kleine christelijke kapelletjes hebben wel een ingekeerde sfeer. Wie plaatste dat gele bloemetje in de dichte deur?

Vanuit India, even in NY


 Het is wel een beetje apart: Ik heb net meer dat twee uur lang Live meegelopen met Sifat in New York, die door de blizzard wandelde, van Central Park naar Bryant Park en hij liep dus ook langs mijn ‘geadopteerde’ boom, aldaar. Vlak onder de boom uiterst rechts. Soms is de wereld heel erg klein. Er is nu meer dan 38cm sneeuw in Central Park gevallen, meldt het Nederlandse nieuws.

En ik zag vandaag groene moestuinen.

En vissers op Coco Beach.

En ik at er een Chicken Biriany:

En ik liep door een dorpje waar het heel duidelijk was dat hindoeisten en christenen met elkaar samen leefden:

Om, na een verfrissende douche, de dag te eindigen op mijn strand, op mijn favoriete plekje:

zondag 22 februari 2026

Zo’n simpele dag

 


Alle witte mensen en parasols weg, alleen nog Indiërs.


PS
Ik had zin in een boterham met pindakaas voor het ontbijt. Dus ik loop hier s’avonds even naar het winkeltje aan de overkant van de hoofdweg, (100 meter, ongeveer). Dit is het Indiase resultaat.
En alle groene planten om mij heen staan nu in bloei.


zaterdag 21 februari 2026

En ondertussen in New York…


 


Avond aan zee

 






Hier zitten alleen maar witte mensen.




Op de weg van Candolim naar MOG


 Ik wandelde naar MOG, het Museum Of Goa, door een vruchtbare vallei,waar de rivier langs stroomde.


Ook een heel christelijke weg: ik kwam geen enkel kleine hindoeïstisch gebedsplaats tegen. Een brede weg voerde allereerst naar de grote kerk op de heuvel die ik al eerder vanaf de oever gezien had.


Ook veel villa’s langs de weg, met een wit kruis verwerkt in de omheining. Ik stel mij voor dat hier rijke Portugezen woonden,met zowel een rivier, als de zee vlakbij. Ik zou het dus Portugeze architectuur noemen, maar in MOG wordt het de architectuur van Goa genoemd; oké, je wilt niet blijven verwijzen naar het verleden van de agressor…


Ik begreep wel dat de Portugezen alle bestaande hindoeïstische tempels hebben vernietigd in Goa. In Zuid Goa hebben ze een plek over het hoofd gezien; alleen daar is nu nog een grote concentratie tempels op een  klein oppervlakte. Subodh Kerkar heeft er een kunstwerk over gemaakt: Goa’s Ark, refererend aan de ark van Noah.

Onderweg zag ik twee bouwprojecten, die nooit af zijn gemaakt. Men stelde zich hier luxueuze villa’s voor. Op de ene waren twee bouwvakkers met de hand en een mand op het hoofd stenen aan het versjouwen. Op dit tempo duurt het nog een eeuwigheid.


Richting de oever zag ik wel een aantal affe wooncomplexen. Een wasserij zal het ook wel goed doen, nabij het water. Het MOG ligt op een heuvel, in de verte zag je de rivier.



Ook een moderne villa:


Pal naast de grootste witte kerk, met kloostergebouwen, een kerkhof, een kruisweg, is er nu wél een hindoeïstisch tempelcomplex. Het heeft iets van: lekker puh, jullie verliezen de macht, wij gaan bouwen.


Vlak voordat ik Candolim binnenliep, ook hier twee hindoeïstische tempels. Uit eentje kwam vrolijke muziek. Ik keek door de struiken heen, maar er was verder niemand.


vrijdag 20 februari 2026

Ode aan de zee

 Gemaakt van oude vissersbootjes.

Drie jaar lang in de zee achtergelaten en toen weer opgevist.



N




Allemaal dezelfde kunstenaar, Subodh Kerkar, die ook de oprichter bleek van het MOG;Museum Of Goa; Museum of Contempory Art & Storytelling.