woensdag 4 februari 2026

Ellora Caves.

 


Dit wilde ik héél graag gezien hebben in mijn leven: dít grottencomplex die van boven naar beneden uit de steen is gehouwen. Ongelofelijk en zo indrukwekkend.


Nauwelijks voorstelbaar ook. 
Alle, alles, de verdiepingen, de losstaande olifant, het verfijnde beeldhouwwerk is uit de grond uitgegraven en uitgehouwd, van boven naar beneden. Hoe dan?!
Ik doe maar een paar foto’s, want er zijn geen woorden voor. Die foto’s geven natuurlijk ook nog eens geen goed beeld, hoe het is als je erin staat en er doorheen wandelt.







En dit was er één van de 37 die er in die rotswanden te zien waren. Hier kijk ik in de richting van Cave 1. De eerste 14 waren boeddhistisch. 


Met daarin ook deze Boeddha in zijn kathedraal van steen.


Tot zover voor vandaag. Woorden en plaatjes schieten tekort.

 

Niet westers perspectief


 Zo loop ik naar beneden vanuit mijn eigen ‘arendsnest’.


Beneden aangekomen, door de schuifdeur.


Mijn ontbijt stond al klaar. De familie eet hetzelfde, maar dan met hete rode saus erbij. A. die ook reizen organiseert met een Fransman die hij in Taiwan heeft leren kennen, waar hij heeft gestudeerd, vertelde dat wanneer hij met Indiërs aan het reizen was in het buitenland, deze altijd klaagden over het eten; ze vinden het naar niks smaken, zonder de sterke kruiden uit India. Wanneer de reis naar Thailand gaat met 10-15 personen, dan gaat hij mee. Hij heeft voor Thailand geen visum nodig. In Frankrijk is hij nog niet geweest, al weet hij alles over een georganiseerde reis rondom Avignon, omdat hij als Indiër niet makkelijk een visum krijgt voor Frankrijk.
Zijn moeder wilde weten wat ik at als ontbijt. Elke dag, behalve op Zondag, doet ze aan yoga in het park dichtbij, met een grote groep vrouwen en mannen, om 6.00 s’ochtends. Ze is 62 jaar oud en doet dit nu al tien jaar. Ze sluit even haar ogen met een gebaar van beide handen, net niet zichzelf aanrakend, van haar hoofd tot haar middel langs haar lichaam strijkend, ze zit in kleermakerszit op de bank. Ze praat een weinig engels, voor mij een beetje onnavolgbaar, ik versta alleen de woorden good en meditation. 
Zo kun je dus ook leven; 25 jaar woont zij nu in Aurangabad en nooit gewerkt, haar man is met pensioen en was apotheker. 
Een nonchalante tussenzin van Akvin echoot ook in mij na: 
‘ India en China hebben de oudste beschavingen van de mensheid, gelukkig komen ze weer terug op het wereldtoneel.’
Europa, maak je borst maar nat. Zonder innerlijke beschaving, zal het snel verdwijnen.

PS
Ik liep  naar beneden, om door de woonkamer naar buiten te gaan, I’m going to eat something, zei ik, en wilde doorlopen. Mirjam, wait, my mother wants to give you some food, zei A.die nog druk achter zijn computer aan het werk was. Op de TV de Indiase versie van Big Brother, nu met bekende YouTubers.
Dus ik at drie gevulde chapati’s, gemaakt van rijstmeel. Even later een ‘familie-gesprek’ door de telefoon met een neef van een neef, vader en moeder luisterden mee, terwijl A. het woord deed. Toen dat klaar was, vertelde A.’Van oudsher hebben we hier in India joined families, toen leefden we met 30-40 mensen bij elkaar. Alles is verbonden met elkaar en we helpen elkaar. En nu weet iedereen mij te vinden omdat ik nu veel weet en handig ben op internet, het gaat de hele dag maar door.’ En hij wordt nooit kwaad, hij blijft in een goed humeur’, vult zijn moeder aan. ‘Nou ja, soms…dan wordt het mij wel wat teveel’, zei A. 
Zijn moeder vroeg vervolgens of er in Nederland een belangrijk feest was. Ik vertelde over Sinterklaas.

dinsdag 3 februari 2026

Ochtendritueel

 





Naar het postkantoor o.a


 Ik waste wat onderbroeken en hing die te drogen op mijn terras van de aankomende week. Het huis heeft drie verdiepingen, helemaal onder woont de familie. In het midden de gezamenlijke woonkamer en keuken en boven de Airbnb. De sfeer is rustig, ik hoorde een aparte vogel fluiten en s’avonds komen de vleermuizen.


Wél even een foto ervan maken, ook om het huis te kunnen herkennen. Ik ging naar het postkantoor; Ingrid en ik zaten tot op het laatste moment te praten, dus ik heb per ongeluk haar sleutel meegenomen.


Meteen buiten, kwam de muziek die ik op het terras al hoorde, dichterbij. De optocht ging mijn straatje in; op de hoek ervan is een tempelcomplexje.


Ik denk dat het de bruidegom is, die afsteeg van zijn paard en even eer kwam brengen. 
Want even later kwamen ze alweer de richting op waarheen ik liep en ik passeerde de feestelijke overkappingstent voor een feestzaal, waar hij naar binnen werd begeleid.


Grappig, die oude uniformen met gouden petten en koperen blaasinstrumenten van het orkestje.


In het postkantoor aangekomen, voelde ik wel meteen weer dat Indiase gevoel voor hiërarchie en precisie.
Eerst stuurde de man achter het luikje me weg, ik moest ergens een enveloppe gaan kopen. Teruggekomen vond hij het de verkeerde enveloppe, van te dun papier. Toen ik de sleutel ging wikkelen in een uitgescheurd blaadje uit mijn schriftje en gebaarde dat dit er zo toch in kon, dook er een man op, die achter hem zat, zijn ‘baas’, vroeg de sleutel, en wikkelde het in papier van hun en pakte een enveloppe uit het bakje voor de neus van de man achter het loket. Zo was het oké. Vervolgens werd uitgebreid op de computer het adres en dat van de afzender ingevoerd. 
Ik kwam wel langs leuke architectuur, op zoek naar een winkeltje waar ik een enveloppe kon kopen. 


En een grappig beeld bij een school.


Op de hoek naar de drukke straat dronk ik een glas suikerwater en bekeek het straatleven.


Ik kreeg een deja vu: zo zat ik in Mahabalipuram ook vaak, met gescoord eten; een bakje yoghurt en koekjes, met naast mij een garage, waar je de olie en de rubberbanden rook en het spuiten van water of olie hoorde.


Een leuk opgebouwde handkar kwam voorbij.


Ik zocht iets voor de lunch en liet het in mijn bakje stoppen. Ik begreep iets niet goed en meteen schoot een jonge vrouw mij te hulp. Ze vroeg me What do you like the most in India? O, dat weet ik niet, zei ik, zoveel! Ik dacht aan plaatsen waar ik geweest was. En jij dan? The culture and tradition, antwoordde ze prompt. Ja, ja, ik ook! , reageerde ik, natuurlijk dat is het. Ze was er met collega’s aan het lunchen. Gezellig wat gelachen met elkaar en zij stelde een foto voor: For Memory! Míj́n herinnering, want ze vroeg niet of ik het door wilde mailen ofzo.


In mijn straatje liep ik eerst te ver door en daar was alweer een tempeltje, aan twee kanten van de straat.


Zo, dat is wel genoeg beleving voor deze dag. Voor het eerst deze reis, ga ik een boekje lezen, met de benen omhoog.


maandag 2 februari 2026

Reisdag naar Aurangabad.

 

Het Jezusbeeld vlak voor haar huisje, de doorgang naar Hill Road door een steegje dat met graffiti was beschilderd. Na geld te hebben gehaald, nog even langs de begraafplaats en daarachter naar zee.

Al die Portugese namen.

Ranwar Village, het Portugese World Heritage Village waar Ingrid in woont, is nu dus ingekapseld door grote wegen en ook gebouwen uit de koloniale tijd.

Sfeervol dorps op dat kleine oppervlakte, met twee boekstalletjes met tweedehandse boeken. Professioneel opgezet. Een meisje vroeg of ik iets speciaals zocht en toen ging ze op haar smartphone kijken of het er was. Dat pastelblauwe huis was mijn oriëntatiepunt om het dorpje in te lopen, vanaf de zee.

Ingrid zwaaide ‘dag’ uit haar raampje, de laatste blik op het fijne hoekje rechts op de veranda en wachten tot de Uber zou komen.

Zó besteld. Ik dacht: lekker rustig en lux van deur naar deur, geen gesjouw met de rugzak de steile trappen op en af op de diverse stations voor een trein, geen gezoek. Voor Indiase begrippen véél geld, tezamen met het geld van de tolweg dat er nog bij kwam, voor ongeveer 50 euro;  dat is goedkoop in Nederland.

Maar ja: het was meteen gedoe. De chauffeur die geen Engels sprak wilde niet vertrekken omdat ik geen code had gekregen van Uber. Hij ging een Engelssprekende vriend (?) bellen die mij wilde ‘helpen’. Ik moest de Uberrit maar cancellen en iets nieuws aanvragen, hij had wel een idee, of anders de auto uitgaan. Ik weigerde en pas nadat ik zei een deel van de rit nu contant te betalen, vertrok hij anderhalf uur later alsnog. Later begreep ik via Whatsapp van A. waar ik naartoe ging, dat Uber dat vaker deed, om alsnog meer geld te kunnen vragen. Uber in India is dus niet zomaar betrouwbaar…

Van de buurvrouw van Ingrid, vanuit haar raampje boven, had ik die ochtend gehoord, dat het nu laat lente, begin van de zomer was, dus vandaar de bomen in bloesem langs de weg. 

In het begin eindeloze files om Mumbai uit te komen, maar ook op de snelweg: zoals in mijn herinnering zéér slecht onderhouden met onafgemaakte viaducten en dat je dan via een ongeasfalteerd stuk op een andere weg moet komen. Maar toen kwam de tolweg, bijna leeg,en veranderde het landschap in groen met af en toe een rivier die overgestoken werd, er moest ook een groot natuurpark zijn. Er was her en der bewoning te zien aan een kleine stupa en er waren bergen in de verte. 
Ja, ik ga naar Aurangabad, toegang tot beroemde grotten.
Eindelijk aangekomen zat de familie op de middenverdieping van hun huis te wachten: zijn vader en moeder en zijn zus van 38 jaar,  die vooral binnenshuis leeft, want ze heeft mentale problemen. Héél zachte en vriendelijke mensen. Ik werd wel geïntrigeerd door de uitnodiging op Airbnb: Be a part of my family.

zondag 1 februari 2026

Chor Bazaar


 Om mijn voeten te sparen, nam ik eerder een riksja naar Bandra Station, nu wandelde ik. Ik passeerde een man met aardbeien op zijn hoofd, oude bromfietsen op een hoop, twee kloosters. Ik zag nu pas hoe groot de moskee is naast het kleine stationsgbouw links daarvan.


De trein ging naar halte Grant Road en vandaar zou ik al snel in Chor Bazaar komen. Chor betekent ‘dief’, vroeger zei men, dat als er iets van je gestolen was, je het daar wel terug zou kunnen vinden. Wikipedia geeft de misleidende beschrijving dat het zou gaan over de grootste vlooienmarkt van Azië en geliefd bij toeristen. Ik wandelde langs die aparte mix die ik tot nu toe overal zag: van verwaarloosde koloniale architectuur en moderne gebouwen. Aangekomen in het gebiedje wat op Google Maps ‘Chor Bazaar’ heet, zocht ik dus naar een heel grote marktruimte, waar ik mij voorstelde heel veel kraampjes te zien.


Gaandeweg kwam ik er pas achter dat de hele wijk, de woningen en de winkeltjes eronder, de overdekte markten waar voedsel werd verkocht ertussen, dat alles Chor Bazaar is! Veel winkels waren op Zondag gesloten, waarschijnlijk was dan eerder het kwartje gevallen. Dus ik heb geen allerhande antiek gezien, maar desondanks bleef het een stortvloed van sensaties. 
Wat ik zoal zag?


De dieren; afgehakte geitenkopppen op een tafel. Poezen die slapen boven de kippen op de grond, honden, geiten, ganzen.


De duivenverzamelplaats. Honden en katten hebben er een vrij leven, de rest is er voor consumptie. Ik weet niet wat één enkele oude, vastgebonden tussen de kruiden en andere spul daar doet.


Ik dronk een kopje Chai en zag slapende en kaartspelende mensen, temidden van hun koopwaar.


Ambachtslieden nijver bezig. Ik richtte mijn IPad enigszins toevallig, ik had honderd anderen kunnen vastleggen.


Al die kleine winkeltjes en werkplaatsen, sommigen niet groter, dan waar één mens in kan zitten of staan.
Anderen in een lange straat: alleen maar keramieken tegels en plavuizen, of allerhande ijzerwaren.


Een groepje mannen bij oude houten palen, het had hun interesse, misschien toch iets bijzonders voor hen?


Bij een heel oude boom, een tempeltje waar een dikke vette rat aan de offeranden smikkelde en daar vlakbij andere ratten in de zooi. Is dit koning rat met de onderdanen in een heel grote rattenkolonie?
Héél ergens anders, wat bloemetjes rondom zomaar een boom.


Eén van de vele, vele kapperszaken, altijd twee stoelen naast elkaar.


Weer terug bij het station, langs kleding, dronk ik nog een glas suikerwater. Op het leven in al haar kleurrijke gedaanten: Proost!