donderdag 21 mei 2026

Lucille Clerc, Derek Jarman; Wat gebleven is


 Zo. Eindelijk, na een week ofzo, is het weer mogelijk om buiten te ontbijten met een aangename temperatuur om je heen en het bos dat gestaag groent.


Ik had wel een fijne compensatie binnen, middels dit boek dat ik cadeau heb gekregen. Zowel de tekst als de illustratie hebben hetzelfde soortelijke gewicht: de tekst geeft heel veel info over allerlei tuinen die via de verbeelding tot leven zijn gebracht, de illustraties zijn ook allen verhalend. Eén keer kijken volstaat niet, er zijn zoveel minieme details die allemaal iets zeggen, bloemen en planten zijn levensecht weergegeven, ook de allerkleinsten.



Op haar website zie ik meteen verwantschap met sferen waar ik zelf ook graag in vertoef, ook met een kritische noot, zoals het bos dat ook bloedt omdat er gekapt wordt.


Zij heeft kaften gemaakt voor Philippe Claudel, een favoriete schrijver van mij, door zijn menselijkheid, oog voor detail en analytisch vermogen om alle pijnlijkheden in het gevoelsleven en onmacht te beschrijven, zonder erover te oordelen.


En ze was bij Prospect Cottage en de tuin van Derek Jarman, vlakbij de zee en een kerncentrale, zó rijk in detaillering. Die print zou ik wel aan mijn muur willen, als ik een héél groot huis met veel ruimte en witte muren zou hebben.


Even de boeken erbij gepakt: ja, het klopt als een groen fluwelen tuinhandschoen om dezelfde fotograaf - en tekenaarsoog;  precies passend.


Wat wel significant anders is, is het omgekeerde perspectief. Lucille situeert het huis aan de kant waar in werkelijkheid de kerncentrale staat. Dat is de vrijheid van de verbeelding, en wellicht zegt het ook iets over de werkelijkheid; dat het leven totaal geen rozengeur en maneschijn was. Derek Jarman’s tuin was zijn laatste levensproject. Hij stierf aan AIDS.  In de laatste maanden van zijn leven, wanneer hij zelf de kracht niet meer heeft om te tuinieren, meldt hij in zijn dagboek op 1 July 1993
A blizzard of poppies. The sun’s up and Nick and Julian are at work in the garden, moving soil and digging grass.
Zelf dood, maar zijn tuin is er nog, die leeft voort.

woensdag 20 mei 2026

Rhododendron


De rhododendron die bloeit in de beeldentuin van Kröller Müller; dat is wel toptijd.


Rhododendron hoort bij mijn jeugdherinneringen. In en rondom Nijmegen zijn ze veel  te vinden. Het verhaal ging, dat de rijke baron die er toen woonde, drie dochters had, en eentje ervan hield van rhododendron. Zij stierf en als nagedachtenis aan haar plante hij ze overal. Een van mijn herinneringen is,  dat ze vlakbij mijn lagere school bloeiden. Dat was het bos bij het kasteeltje waar zij woonden. Met de klas gingen we dan ergens onder de omheining door en zochten er ook naar kikkers en insecten. Dat hele gebied is ontgonnen en is het grote ziekenhuisterrein van het Radboud geworden.
Het was spannend en sprookjesachtig: de juf liet blijken dat we iets deden was eigenlijk niet mocht, er zou  zomaar een boswachter kunnen komen. Maar ik had nog nooit zulke grote bloemen gezien en ze torenden ver boven mijn hoofd. Wellicht vormt dit de basis dat pastelachtige kleuren van lichtroze tot paars, mijn lievelingskleuren zijn geworden. 
Én de lathyrus met dat flodderige licht transparante bloemblad, dat zich vlechtte in het grote gatengaas langs de zandbak in de tuin.


Vijf stukken van zuilen, speciaal ontworpen voor de Kröller Müller tuin, om er ook een soort van heilige ruimte van te maken. Alleen kunst is daartoe in staat; een ander en nieuw perspectief geven in de tredmolen van alledag. Het wordt nooit feestelijker als nu de rhododendron bloeit!


En dan de langzame bewegingen volgen, als stalen riet in de wind, half liggend in een stoeltje.


S’avonds laat, terwijl het al donker was en het licht regende,  plukte ik een takje, hier vlakbij. 


 

dinsdag 19 mei 2026

Robot-monnik, meesterYoda, Maria en AI


 Ik zag in de krant deze monnik-robot, die ook echt een wijding had gekregen. Dat is toch interessant, wat voegt het toe aan ‘menselijkheid’ in het algemeen? Zelf ben ik altijd wel een voorstander geweest van zorg-robots: in hen is al het menselijk vermogen van goede zorg geprogrammeerd, dus waarom dat niet inzetten als er te weinig echte mensen zijn? Warmte en meeleven en twee handen aan je bed komen dan via een omweg naar je toe.
Zo’n robot-monnik kán wellicht mensen op een pad krijgen, waar ze zelf naar op zoek zijn. Wanneer je je wil laat gezeggen door een robot, dan is dat helemaal oké, lijkt mij.


Toen dacht ik aan master Yoda, uit Star Wars. Een pop, indertijd nog met de hand aangestuurd, die in de Saga van Star Wars, het goede vertegenwoordigt en Luke Skywalker, de held, leert dat hij moet vertrouwen op de Force. Star Wars is als een soort van bijbel voor velen, even inspirerend en echt. Ook de bijbel is het resultaat van  menselijke creativiteit en getuigt dat de strijd rondom goed en kwaad universeel is. 


Vervolgens dacht ik aan Maria; zij is in het Bijbelse universum degene die de held Jezus, verpersoonlijking van God en het goede, baarde. In de kunstgeschiedenis is zij altijd prominent aanwezig geweest, de enige vrouw; te zien in alle levensmomenten van de geboorte tot de dood.
Een kaarsje aansteken bij haar kan hetzelfde met je doen als Master Yoda bewonderen of wellicht aan een robot-monnik een prangende vraag stellen en daar een zinnig antwoord op krijgen.
Dit gaat dan razendsnel in mijn brein om, ja, daar kan ik wel een blogje aan wijden, wacht eens: Laat ik aan ChatGPT vragen wat die daarvan brouwt.




Aha. Ik moet er wel een beetje om lachen. Omdat ik ook iets van een karikatuur van mezelf terugvindt. Tegelijk is het ook wel griezelig?… nee, dat is het woord niet. Ik constateer dat AI alziend en  alomtegenwoordig is, het lijkt het oude beeld van God wel, en het kan in een fractie van een paar seconden toch ook wél in je eigen brein kijken. Want helemaal vreemd is het geproduceerde ook niet.
Maar ik zal een robot NOOIT eigen intenties toedichten, zoals AI dat doet: een robot verlangt niet naar stilte en zwijgt alleen als we deze zelf het zwijgen opleggen.


Ik dacht aan de robot die ik vorig jaar in Venetië zag. Moeiteloos pratend van het Nederlands naar het Indonesisch. Over ‘gevoel’ zei ze, in het Indonesisch, dat het als de wind is, niet grijpbaar, zó weer weg en vergeten.
Juist ja. Dat wat nét niet herleidbaar is, waar woorden wegvallen, daar gebeurt het. Gestreeld worden door een vermoeden. Als een vleugje wind dat langs je wang strijkt: Adem.

maandag 18 mei 2026

Over knuffels en kleine prinsjes


 Ik keek naar de knuffel die ik gescoord had bij de laatste Sinterklaasdobbel. ‘Waarom doe je die eigenlijk weg?’, vroeg iemand aan degene die het ingebracht had. ‘We hebben er veel te veel, al die knuffels, deze moest maar meteen dóór’, was het antwoord. 
Meteen wég dus, voordat ze een plaatsje in het huis zou kunnen veroveren. En je kunt er dus ook teveel van hebben. Fenomeen ‘knuffel’ is eigenlijk best apart. Het doet beroep op…? Je zachtheid, je verbeeldingskracht, het zien en aanraken ervan verzacht, kan vrolijk maken, of troost geven. Knuffels worden al bij baby’s in de wieg gelegd, en baby gaat er dan vaak tegenaan liggen.


Zij viel me nu zelf op, omdat ik net dit liedje van Douwe Bob had beluisterd. Hij heeft het in 15 minuten geschreven bij een haardvuur, een soort van download’, zegt hij erover. Het is voor Gabriël, één van zijn vier kinderen, die maar 15 minuten geleefd heeft. Na de geboorte gestorven in de armen van hem en zijn vrouw. 
Evenveel tijd dat het liedje ‘gemaakt’ is, of tot hem is gekomen, als dat Gabriël geademd heeft op aarde. En nu leeft hij voort, als prinsje, ergens anders, en waakt wellicht over de anderen, en wie weet ontmoeten ze elkaar weer, ooit…
Ik denk aan De Kleine Prins, dat boek dat een klassieker is geworden. Zoals bij knuffels en een liedje: mensen creëeren uit zichzelf nieuwe en andersoortige werkelijkheden. 
In de verbinding; de connectie van verbeelding en het hier-en-nu, komen we dichterbij een kant in onszelf die zacht is, het eigen harde ego kan opgeven en kan openstaan naar anderen; voor elkaar.



zondag 17 mei 2026

Dara Mc Anultry; Mother Nature’s Son


 Ik had gedacht hier wel ooit een blogje aan gewijd te hebben; niet dus. Een dagboek dat de seizoenen volgt van de lente naar de winter, door een jongen, tiener, met autisme. Hij woont met zijn familie dichtbij de natuur, eerst in het westen van Noord Ierland en later in het oosten bij een natuurpark. De hele familie is autistisch, behalve zijn vader.
Het combineert hele gewone tienergevoelens van onzekerheid, tot zelfs de gedachte of hij zichzelf van het leven zal beroven, tot lucide natuurbeschrijvingen, zo helder en analytisch mooi. Hij kent zijn handicap; hoe moeilijk het is om connecties te maken en te ervaren, maar hij houdt zich vast aan zijn moeders les: 
Hold on to Grace and Gratitude.

Ik dacht weer aan hem, omdat ik een recent essay van hem tegenkwam. Ik was na lezing van het dagboek wél benieuwd hoe het verder met hem zou gaan, hij wilde biologie gaan studeren.
Het dagboek is uit 2020 en het is nu dus zes jaar verder.
Mooi, om te lezen dat hij zichzelf verder ontwikkeld heeft. Hoe hij verandering omarmt en ervaart dat dit een wijze is om je écht levend te voelen. Dat de natuur hem lessen leert over wederkerigheid, geduld en veerkracht. 


Ondertussen zit ik alweer een hele dag binnen, steeds mij afvragend of ik tóch nog zal gaan fietsen naar de dierentuin, of naar de bloeiende rododendrons in de museumtuin van Kröller Müller, of gewoon maar een wandeling gaan maken? Maar het weer wisselt in rap tempo van zwaarbewolkt met een spatje regen, geloof ik, naar opklaring en even wat zon. Juist ja, bij het laatste denk ik: ga! en dan wordt het weer bewolkt en blijf ik zitten, waar ik zit. Bovendien is het bést koud buiten, viel mij op, toen ik het terras veegde, de laatste katjes uit de berkenboom.
Zondagse spulletjes om mij heen, een kaarsje aan, een wierookstokje, de Chinese tempelbel, de oude tempelsleutel uit Sri Lanka, de beeltenis van Maria Magdalena uit de Madeleine, vorig jaar in Parijs.
Zulke dagelijks parafernalia vallen mij nu vast op, omdat het ‘de rustdag’ van de week is; Zondag.


Eurovisie Songfestival: Bangaranga!


 Bulgarije heeft terecht het songfestival gewonnen. Het liedje begint met de oproep: Come alive! Welcome to the Riot! en wordt een feest-en dansnummer waar er gecirkeld wordt rondom dat woord Bangaranga waar niemand weet wat het betekent. 


Maar er zijn hints te over: Bangaranga, dat zijn we allemaal, Europa op haar best, het levensprincipe dat ons gaande houdt. Zowel winnaar van de jury’s in alle landen én ook overweldigend bij de televoting.
Ik word hier wel optimistisch van. 
Het was nog even spannend, want het stond met Israël in de finale. Als deze gewonnen had, dan was er de pleuris uitgebroken, schat ik in. Want het publiek hield zich netjes toen ze hun liedje zongen, maar brak in een spontaan boegeroep uit, toen ze bij de televoting wéér heel veel stemmen kregen. Ik kan ook niks anders denken dan dat hier de machtige hand van Israël zelf achter zit. Hoe makkelijk zal het zijn om daar een leger, (letterlijk) mensen op te zetten die elk tien keer stemmen. Die arrogantie van dat land; zonder problemen zal het ook een genocide op het songfestival zelf plegen…En nee, dat hoef je helemaal niet te kunnen zien door de publieksstemmen uit Israël zelf, het lijkt mij een kleine moeite om in alle Europese landen met militaire precisie eenheden te droppen, die van daaruit op Israël gaan stemmen.


Frankrijk eindigde uiteindelijk op de elfde plaats. Best een muzikaal hoogstandje, uitgevoerd door een zeventienjarige, met een sterke tekst: ‘kijk naar mij, kijk naar jou, kijk in je omgeving en dan kun je overal liefde zien en ben je nooit verloren. Sttt…wees stil, dan ontdek je het.’


Maar het echte ‘ouderwetse’; de kracht dat een lied een natie hoop geeft en gaande kan houden, dat was toch de bijdrage van Oekraïne. Ontroerend. Het lied zit vol symboliek, die alle Oekraïners begrepen, met een oud Oekraïns muziekinstrument. Deelname aan het Songfestival is voor hen belangrijk om zich te profileren in Europa. 

Ook de regie van de registratie hielp hier duidelijk mee: De Oekraïnse vlag was de hele tijd in beeld en wapperde op de achtergrond bij de twee presentatoren.




PS
Persconferentie na afloop. Dara zegt: Bangaranga is God. Ze had bijna niet meegedaan door angst. 
Haar weg hiernaartoe is mogelijk geworden door het motto van deze 70 jarige editie: 
Music Unites. 


zaterdag 16 mei 2026

Serenade van groen


 Eén moment maar, nog geen minuutje, avondlicht vanaf mijn bank.
Met mijn Starsky &Hutch vest uit mijn tienerjaren wisselend van binnen en naar buiten en weer terug. Het is veel te koud voor de tijd van het jaar. 
Uiteindelijk binnen, met twee warmtekussens op mijn lichaam.
En dan dit!