donderdag 11 juni 2026

Zóveel verbonden wereld

 

Net toen ik mij bedacht dat in de Arsenale het oog meer  gericht is op de konkrete wereld van mensen, terwijl in Guardini voor mij de natuur sterk aanwezig is, hing daar dit gedicht van Etel Adnan, die zelf ook in pure eenvoudige vormen de bergen in de seizoenen in haar omgeving schildert.


Er is een wereld van boeken onder het speelse textieloppervlakte, het gaat óók over het omgaan met ziekte  in de kleurige tronen, veelal gemaakt van gevonden materiaal.

Een hele vitrinekast vol met deze poppetjes. Dan blijken het de poppetjes te zijn, waar broer en zus vroeger werkelijk mee speelden en hele werelden schiepen rondom twee zelfverzonnen families. Het ging zó ver, dat toen er twee verdronken, Kai het broertje, erachter aan zwom en zelf bijna dood ging. Hij is later een wedstrijd windsurfer geworden, dalend tussen de hoge golven. Zijn zus, Nina, werd kunstenaar.
Om de twee familieleden weer tot leven te brengen, verzonnen ze een ritueel. De ouders van Kai en Nina hebben veel van hun spel gedocumenteerd en zo was er ook een geluidsband met de stemmen van beide hiervan en Nina heeft het in het nu nagespeeld en gefilmd. Daartoe alle oude poppetjes weer gerestaureerd en samen met Kai ze weer de namen gegeven van vroeger.

En dan dit: in 1993 is er in het echt in een loods een partij gevonden, waar onder de geleverde wapens, iemand op pallets bestaande kunstwerken heeft geschilderd:

In een installatie zie je de hele leefomgeving; haar favoriete oude perenboom, nu in brons gegoten, in het echt nu een groot insectenhotel, haar bijenhuis, ze speelt de geesten die er volgens legendes leven.

Geheel in repressie moeten leven, uiteindelijk, en dan door gebrek aan materiaal, oude Playboys gebruiken om daar zijn modecreaties op te maken. Ik zag het eerst zonder de uitleg, pas daarna zie je de naaktheid door de poses en door de kleren heen.

Er is een kathedraal, met planten uit de tuin van de kunstenaar zelf

Ergens las ik, dat je de 110 kunstenaars als het ware kunt bezoeken, als ieder op een eigen eiland. Jij  bent het die kan rondzwerven van de ene naar de andere en uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden, zoals het water dat je draagt. (Deze laatste zin komt uit mijn eigen koker.)
Sommigen zijn maar met één werk vertegenwoordigd, zoals met dit geheel geborduurde heel grote wandkleed, dat gaat over de reis van de muziek van de Soefi, overal te zien in hun rondtollende beweging.

Best wel confronterend is dit: je loopt een lange rode ruimte in, met op het einde een heel kleine kubus in een vitrine. Daarin zijn alle grondstoffen in laagjes gestold, die iedereen nodig heeft. Onomkeerbaar en alom aanwezig, kan niemand zich hieraan ontrukken, hoe erg je ook je best zou willen doen om milieubewust en met rechtvaardigheidsgevoel enzo te leven. 


Al met al is In Minor Keys een  heel, heel rijke tentoonstelling, met zoveel verhalen en beleving in poëtische en filosofische lagen, allen ook nog eens zinnenprikkelend met elkaar in contact. ( Er zijn meerdere filminstallaties waar ook geur een rol speelt.) Je voelt kracht en vitaliteit. 
Gelukkig kan ik onbeperkt naar binnen, want er is nog zoveel niet gezien en tot mij doorgedrongen en er zijn werken waar ik gewoon wel bij wil verwijlen. Daartoe nodigt de ruimte in bezonken blauw met bruin ribkarton als afscheidingen en versiering en de vele zitgelegenheid je ook toe uit.
En dan heb ik dus nog geen enkel landenpaviljoen gezien, daar ga ik mij vandaag op richten.

Heppiedepeppie in Venetië

 






In Minor Keys

 Het is allemaal zó prachtig. De ingang bij Guardini zet meteen de toon.


Bij de ingang van Arsenale de mission statement, met vlak daarnaast dit:


De curator Koyo Kouoh is vorig jaar Mei gestorven aan kanker, vijf anderen hebben haar werk volbracht. 
In Minor Keys, de titel van deze Biënnale, krijgt daardoor dubbele, dubbele ladingen. Het gaat over sterfelijkheid, onze onmacht, onze mogelijkheden…

Ze wordt tezamen met de schrijver Toni Morrison in een installatie met bloemen herdacht.

We wortelen in de aarde, tezamen met al wat leeft:


De dieren, de planten en zaden, in een regenbui:


Er is een heelal om je tot te verhouden:


We zijn veranderlijk als een kameleon, we hebben minstens twee gezichten:

Dat bleek ook, toen ik om 19.00 weer buiten stond en ik kon zien dat het geregend had, maar de koestering van de zon was alweer aanwezig.


Teruggekomen op de camping, bleek er noodweer geweest te zijn. Een soort van windhoos, met hagel. Aan mijn tent zag ik niks, alles stond er nog, maar binnen bij de voortent stond het vol water.
Het voorste gedeelte was losgewaaid, twee andere campinggasten hadden het voor mij hersteld.
In de opmaat naar deze Biënnale ook veel oproer; de landenpaviljoens van Israël en Rusland doen weer mee. De jury voor de uitreiking van de Gouden Leeuwen, besloot als protest om zich terug te trekken. Er is ook veel spektakel en doe-activiteit in meerdere paviljoens.
Maar het deel dat gecureerd is; is genezing voor je hart en je ziel: er is louterende rust en reflectie en alles ademend, scheppend, organisch herstel.

woensdag 10 juni 2026

De eerste dag


 Het eerste ochtendgloren na de nacht in de bus en de eerste blik op de lagune van Venetië; twee heel dierbare momenten.


Het is Juni! Alles staat in bloei langs de lagune, het ruikt naar jasmijn.


Deze omgeving past mij als een handschoen. Na een paar honderd meter langs villa’s met bloeiende tuinen, komt het klooster waar ik mij altijd met gemak kon voorstellen daar een kamer te hebben (zoals ik die toentertijd in het kapucijnenklooster in Velp-Grave ook had), en de kerk met een afbeelding van Clara van Assisi. Jarenlang was dit mijn zomervakantie-bestemming. Vorig jaar liep ik met een bezwaard gemoed, gemengd met rouw, dat ik dit allemaal ga missen, nu voelde ik iets van berusting.


Na het klooster en de poort van de kloostertuin, schuin ertegenover de poort van het vliegveldje, waar ook alle filmsterren landen voor het jaarlijkse filmfestival. En dan, na de oude begraafplaats rechts,
naar het strand. Hier hebben de minder rijke families hun strandhutje, vaak met haar allen aan het lunchen. Op het strand zelf is er plaats voor iedereen.


Na de Granita Grande Menta, bij de man die ik, net als ikzelf, ouder heb zien worden, werd het bewolkt met een kouder windje. Ik ging wandelen langs de kabbelende zee. En toen klaarde het onverwachts weer op, tijd om weer neer te zijgen. Daarvoor moest ik wel weer teruglopen, want het grootste gedeelte van het strand, daar mag je niet meer zitten, het is betaald ; alleen voor de badgasten van de cabines, wier aanwas ik in de loop van de vele jaren heb zien groeien. Terug dus naar het vrije strand met een mengeling van toeristen en Italiaanse jongeren en families.


En dan mijn all-time-favorite uitzicht in de avond met aan de overzijde de toren van San Marco op Venetië, nadat ik het Lido weer doorgestoken heb, van strand weer naar lagune.

dinsdag 9 juni 2026

Roberta en Paolo

Ik tref Paolo, de ‘eigenaar’ van de camping in de avondschemering met een bakje met net geplukte frambozen in zijn handen. Hij ziet er relaxed uit, maar hij heeft grote problemen. Dezelfde als vorig jaar. De gemeente van Venezia helpt hem niet om de camping voort te laten bestaan. Alles is weer duurder geworden, nu nog een keertje meer door de oorlog met Iran. Er staan op dit moment her en verspreid wat mensen op de camping, maar deze dekken de kosten van één dag niet.

Hier heb ik alles wat ik nodig heb, zegt hij, hier kan ik ontspannen in mijn hoofd. De natuur, geen drukte, water en groen om je heen. Ik kan niet leven in een appartement. En dat is precies het drama wat hem wel boven het hoofd hangt.

S’middags sprak ik Roberta, zijn steun en toeverlaat. Zij heeft besloten dat dit voor haar het laatste jaar is, sowieso. Mijn man heeft veertig jaar gewerkt, ik 39 jaar, we hebben een dochter wonen in Lisabon en een broer in Milaan… we hebben sinds tien jaar een heel klein huisje op een piepklein eilandje onder Sicilië…heb je er weleens van gehoord? , Pantelleria… het is er in de winter nog altijd 10 graden; Afrikaanse invloed, aan de middellandse zee, vanuit het huisje kijken we tegen de bergen van Tunesië aan en we willen ook reizen in Italië…Eenmaal moet je dat gaan doen, het is er nu de tijd voor. Ik heb al geboekt op 3 Oktober, dan gaan we naar ons huisje, vlak na de sluiting van de camping.

Ze heeft haar besluit gemaakt. Zij heeft ook te doen met Paolo, maar er is iets resoluuts in haar gevaren.’That’s life zegt ze. Ze weet al dat er op het Lido twee kopers op de kust zijn, die hun oog hebben laten vallen op de camping. Het is allemaal een kwestie van geld, zegt ze. Wie weet wat ze hiervan maken, misschien zetten ze er wel villa’s neer. 

Ik denk dat het niet anders kan, dan ook afscheid te nemen van de situatie van Paolo, die hier niet kan blijven wonen, als de gemeente de grond waarop de camping staat verkoopt en er een nieuw bestemmingsplan gaat goedkeuren.

Ik zie een Paolo die ergens wel aanvoelt dat zijn dagen op de camping geteld zijn. Het is zijn lust en zijn leven geweest, altijd. Als eenpitter geheel gefocust geweest op het reilen en zeilen van de camping, ondertussen een paradijsje gebouwd met bloemen en planten en bomen, altijd bezig met verbetering aanbrengen. Voor anderen zoals ik, én voor hemzelf. 

Voor hem is er geen Pantelleria in het verschiet, of een boshuisje, zoals ik zelf heb, hij heeft geen rooie cent, hij heeft alles in de camping gestoken, echter op grond die niet van hem was…ZUCHT.

maandag 8 juni 2026

Mooie luchten tussen Neurenberg en München

 In omgekeerde volgorde hier terecht gekomen, vanuit de Flixbus.








zondag 7 juni 2026

Het genoegen van…




Van mijn bostuintje naar mijn stadstuintje. Het plan was een korenfestival ergens tussen de rivieren rondom Geldermalsen of Tiel, ik weet het niet precies, ik zou meerijden want met het openbaar vervoer was het niet te doen. Dat ging niet door, dus dan is er een ledig dagje. Die had ik weer kunnen vullen met het korenfestival ‘Nijmegen Klinkt’, dat er ook bleek te zijn. Ik verkoos een dagje lummelen. 
Zie, dat dode stukje hout van de seringenstruik, waar ik steeds tegen aan stootte: nu de tijd om de zaag erin te zetten. En vervolgens het meteen maar te versieren met ‘rondzwervend’ goed, dat verwijderd moest worden van de buitenkozijnen omdat de buitenboel geschilderd wordt.


Profiteren dat er heel vlakbij twee verschillende supermarkten zijn. Dat is weer eens anders dan de minstens vier en een halve kilometer fietsen, of anders acht, of anders dertien, afhankelijk van de supermarkt van voorkeur. De ene had geen kaarsen, zo bleek, dus kuieren naar de andere. Een veilige dit keer in een blikje: met de kaars van vorig jaar op de koffer, die als tafeltje dient in mijn tent, een gat in de koffer gebrand. Ik dacht dat kaarsen vanzelf uitgingen, dommelde wat in de achtertent en zag plots een grote vlam. Oei. 
Ik dacht een nieuwe koffer te moeten kopen en dacht tegelijk, wat jammer nou, de koffer is verder nog helemaal goed. Kwam ineens op het idee om het gat te dichten! Dus ook de koffer ‘gerepareerd’, geen Kreatief met Kurk, maar met ductape en een stukje geknipt uit de gejutte tas van het strand van Candolim, en nog extra een laag gekleurd plakplastic eroverheen. Vond tussen al mijn rommeltjes nog een sticker en die zit nu aan de binnenkant van het voorheen-gat.
Ik denk steeds dat ik een gedicht ken, dat gaat over het genoegen van gewoon-maar-wat-handelingen-verrichten, maar kom net niet op de naam van de dichter, noch op woorden uit het gedicht. Wellicht is het iets wat zomaar alleen in mij rondzoemt, nu.


Vooralsnog moet ik eerlijk bekennen, dat zo’n beetje liggen, hetzij in mijn hangmat of op mijn ligbank, mijn grootste genoegen is. Er hangen heel veel beginnende appeltjes aan de appelboom.