Posts tonen met het label Datageneratie als een dolledoru. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Datageneratie als een dolledoru. Alle posts tonen

zaterdag 3 augustus 2024

Van Haïti naar Rusland, van zee naar park

Het gordijntje open; dit is nu mijn uitzicht, de komende zeven weken. Een klein, compact kamertje, na een uurtje alles ingericht, zoals in een tent. De dag begon tropisch, een kleine Puertoricaan ?, sproeit zijn handel. De dag zal eindigen met een storm, bliksem en zware regen; het optreden op het  BRIC-festival in Prospect Park werd afgelast.

Heerlijk! Het voelt meteen aan alsof ik helemaal niet ben weg geweest. Al die verschillende soorten mensen, al die verschillende buurten, ik voel me meteen weer helemaal thuis. Die dynamiek geeft mij voortdurend een blij stroomstootje.

Van de Caribische buurt en klein Haïti, naar Brighton Beach waar de Russen en Oekraïners zijn neergestreken en naar het buffet voor een lunch op het strand, met een Russisch alcoholvrij biertje. Er was ook een Oekraïners biertje te koop, de eerste die er gebrouwen werd, stond er trots op het blikje, maar die had 8% alcohol, dus toch maar niet. 

Op het strand zitten de ouderen onder de overkapping in de schaduw.Veel verkopers op het strand ‘mojito, pina colada’ roepen ze steeds, jonge eenlingen met koude drankjes in een rugzak en de Colombianen met hun karretjes. Vlak voor het strand, half onder de houten boulevard, een kleine community garden. Bette Midler heeft ooit dit initiatief genomen en sponsort ze door de hele stad.

Ik was er al eentje tegengekomen in een hoek tussen twee gebouwen. Ergens een tuin vol zonnebloemen.Een kat kijkt door het raam en wat is dat voor struik met die felle donkerroze bloemen?

Ik was bijna vergeten hoe de sfeer en de enscenering bij elke honderd meter dat je wandelt kan veranderen. Het ene moment denk ik aan Mahabalipuram in India, omdat ik daar op een stoeltje vlakbij een moskee vaak een bakje yoghurt at, dan weer denk ik aan Engeland, een kerk met een begraafplaatsje erachter…enzovoort.

Op de ene plek is de sfeer zuidelijk, met exotische kruiden te koop, langs de straat en dan met de metro een half uur verder,  een rommelmarktje met Oost-Europese spullen.

En dan al die verschillende soorten kerken, sommigen niet groter dan een winkelpand. En dan kijk je door het glas van iets dat zichzelf een gallerie noemt, maar zie je dat er in een hoek Christopher?, geëerd wordt, deze met Afrikaanse kauri-schelpen om, dat daar vroeger een betaalmiddel was.


En dan plotseling een heel andersoortig straatbeeld, in een historische wijk, na een kwartiertje met de Express-train van Brighton Beach naar Prospect Park. Sommige inwoners van nu, steken hun gevoelen niet onder stoelen of banken.


Van het strand naar liggend in het gras in Prospect Park, onderweg naar de voorstelling, vlak voordat het noodweer losbarstte. Doornat kwam ik hier weer aan. De papieren plattegrond is door de regen verpapt, met scheuren, half uit elkaar gevallen. Deze was gratis en goedkoop van dun papier. Wellicht tijd om een degelijkere te kopen in een boekhandel. Het was me een eerste dagje wel! 

zaterdag 10 juli 2021

Fietsen. Kappen. Tweede vaccinatie. Knuf

Zo. Nu zit ik hier weer heerlijk rustig te ontbijten in mijn bostuintje, na twee dagen als een dolle te keer te zijn gegaan.Voor mijn doen althans. Eergisteren fietste ik naar de nieuwbouwwijk. O, wat druk. Hoe lang geleden heb ik zoveel  auto’s tegelijk op de weg gezien? Vóórdat ik naar Bali ging en voor  de lockdown bijna  anderhalf jaar geleden. Wat geven auto’s veel lawaai.

‘s Nachts werd ik wakker: al die mensen om mij heen, die, pal naast en bij elkaar leven, gescheiden door dunne muren, waar is het bos?! En ik kwam aan en wist niet meer naar welke kant het bamboepoortje openging. Dat ik nauwelijks nog kon zien, geheel begroeid en overwoekerd… door passiebloemen!, dat was leuk. Maar ik kon tegelijk niet meer door het tuintje naar de achterdeur, de bruidssluier was helemaal van de zijkant tot in de bamboe in het midden geklommen en opnieuw: ook hier gemengd met heel veel passiebloempjes, die uit zichzelf de tuin in zijn getrokken, die heb ik er zelf niet geplant.

Dus na de fietstocht ben ik met mijn Balinese zeis gaan kappen, tot diep in de avond en toen kon ik nog net Chinees halen als maaltijd. ’s Ochtends wéér in de tuin aan de gang, kappen aan de zijkanten, het oerwoud barstte uit haar voegen, rondom het hoekhuis. En dan ook nog hopen dor bruin blad, want ik had een hoge stapel met verse takken met groen blad achtergelaten, die ik de vorige keer nergens meer kwijt kon. Dat blad was dor geworden en was alle kanten ingewaaid.

En toen dat klaar was, binnen de tijd die ik ervoor had, ik had er nog wel meer dagen aan kunnen besteden, maar dat komt eind Augustus weer, als ik ook bij het dak weer de klimop moet verwijderen tot een meter onder de dakgoot. Want ik kreeg mijn tweede vaccinatie en meteen daarna, weer op de fiets , in ėén ruk naar Hoenderloo. Alleen in de Hoge Veluwe stapte ik tot twee keer toe af om met de verrekijker, ik had er al op geanticipeerd, wild te bekijken.

O! Wat een pastorale vrede, wild van verschillende soorten vreedzaam aan het grazen en liggen tussen de stammen waar de avondzon op viel. Herten-hindes en hun jonkies tezamen  met een heel groot donker  en zwaar mannetjes- everzwijn en zijn familie, tezamen met enkele mouflons. En verderop: zeven edelherten van verschillende generaties, met heel grote vertakte geweien en jongelingen met maar enkele hoorntjes met een zijtakje en pal ernaast wéér een everzwijnfamilie, al leken het vooral wat jongeren. 

‘Wat heb jij allemaal voor rommel mee?’, waren de welkomstwoorden van broer Y. En E. de technische beheerder die later een colaatje aan de picknicktafel kwam drinken, in het donker, noemde mij lachend ‘een indiaan’, dat vond hij zo leuk aan mij. Er staken bamboestokken uit mijn fietstassen voor de tomatenplanten en de bonen die weldra de hoogte in gaan. En op de bagagedrager stak het hoofd van Knuf uit een tas, mijn knuffel-egel met een hoofd zo groot als die van een mens, die ooit op Koninginnedag onder de stam van een boom vroeg om te worden meegenomen. En nu hoorde ik het mezelf hardop in de nacht zeggen: ik ga jou proberen mee te nemen. En hier is hij dan, fijn in mijn boshuisje.