zaterdag 14 februari 2026

Senior Traveler

Ik kreeg een heel leuke recensie van Ingrid, de gastvrouw in Mumbai.Tegelijk zag ik een leuke foto van Joni Mitchel en David Hockney. Beide hebben zichzelf ook telkens weer opnieuw uitgevonden gedurende het leven. Je gaat door tot je laatste snik en dan telkens met de mogelijkheden die je tot je beschikking hebt.
Er staat hier een oude banyanboom langs de kant van de weg. Zo’n boom maakt telkens nieuwe luchtwortels aan; dat is wel mijn streven. 

Na alle activiteiten van de afgelopen weken, tijd to unwind. In mijn onderkomen voor de komende 18 dagen. Ik heb het al helemaal eigen gemaakt, met alle rommeltjes die nu eenmaal bij mij horen. Er zijn buiten wel veel muggen en ondanks de horren overal, zijn ze s’nachts ook binnen.  
Ik blijk een miskoop van een klamboe te hebben gekocht, het is alleen een beschermer voor je hoofd, zoiets als imkers ook hebben. Nu zag ik dat er bij de schommelstoel een bak planten staat, met stilstaand water. Dat is toch een broeinest voor muggen? … Zou Karthik, die ecoloog is, dit niet weten? Misschien ligt het anders bij de Indiase mug.



vrijdag 13 februari 2026

Verkenning en vragen


Het is een mooie villa, met aan de voorkant een buitenterras; het huis van de twee ecologen, en de entree van de weg heeft een mooi mozaïek. Zou dit nog uit de Portugese tijd komen? Het huis is van de vader van E. Goa was nog tot 1961 een kolonie van Portugal en toen viel het Indiase leger Goa binnen en joeg de Portugezen weg.


Er zijn hier heel veel drankenwinkels, is dit dan een erfenis van de Portugezen? En hoe was het hier vroeger, dat kerkje moet ooit niet geïsoleerd tussen grote geasfalteerde wegen hebben gelegen. Grote westerse winkelketens zijn aanwezig. Ik zag Levi, Benneton, Mac Donald, Burger King, Declathon etc. Er staan luxe hotels die dan bijvoorbeeld Sea View of Beach heten, maar allen vragen nog een wandelingetje eer je bij de zee uitkomt. Geheel vervallen huizen, waar je je bijna kunt voorstellen dat de oorspronkelijke Portugeze eigenaar indertijd weg is gevlucht en sindsdien niemand meer het huis bewoond heeft?


Goa stond ooit bekend als hippie-paradijs, was dit dan ooit een aangenaam hostel? Nu wonen er wel wat mensen. Het blijkt dat er tussen kust en hoofdweg hele wijken kunnen liggen.


Zo lag deze boekwinkel midden in een wijk. De huiskamer van deze villa is nu de winkel, de tuin een café, het moderne concept van wat je in New York veel ziet; je kunt ook wat drinken bij een boekhandel. Ik arriveerde vijf minuten voor sluitingstijd en scoorde daar mijn boek. Een dikke pil, gebonden, de Pinguïn uitgave, maar voor de Indiase prijs van nog geen tientje.


Onderweg, tussen strand en straat ook dit onderkomen. Door een kier van de deur zag ik dat het stikkensvol stapelbedden stond. Aan de schoenen zie je het aantal mensen dat binnen is. Wie wonen daar dan? Arbeiders of personeel die in de hotels werken?

En dan ook één enkel winkeltje, voordat je het strand opkomt. De eigenaresse zat op een stoel te slapen. Ik vermoed dat achter de koopwaar er ook een keukentje en een echt bed is?

Deze drie Indiërs intrigeerden mij: zeker wel meer dan een half uur schuifelden ze wat in het zand, dichtbij elkaar. Waren ze verwonderd dat de branding kuilen maakt, als ze wat langer hun voet in het zand zetten? Maar ook eenmaal in het zand zelf, zetten ze hun rondedans voort. Zochten ze iets speciaals?


Terug van de boekhandel, weer het strand op. De zon was al ondergegaan en de lucht kleurde machtig mooi.

Sardientjes en pancakes


 Vanavond at ik de helft van de sardientjes die ik gisteren van het strand heb opgeraapt. Binnen het grote net waar de vissers aan weerszijden het net steeds meer het strand optrokken, waren voornamelijk vrouwen mandenvol sardientjes aan het vergaren. Ook voorbijgangers, zo leken ze mij, propten plastic tasjes vol. Ik durfde niet goed mee te doen, misschien vergiste ik mij en hoorden deze ook bij de officiële oprapers.Maar buiten het net spartelden ze ook in de branding en lagen ze daar in het donker in het zand…Lekker.


Het is leven als God in Frankrijk, dacht ik. Het is overal rustig, de zee voor je neus, het gestage geluid van de branding. Je drinkt een frisse lassi en je eet, met rust in de portemonnee, je pannenkoekjes gevuld met fruit. 

donderdag 12 februari 2026

Langs de gehele baai


De weg naar het strand. In de groene tuin van het huis van twee ecologen, waar ze het oude gebouw voor bedienden hebben omgebouwd tot Airbnb en kantoor, ligt een hond te zonnen.Eentje van de zeven die er nu zijn: het zijn getraumatiseerde honden die ze van de straat hebben geadopteerd. In die 200 meter staan meer oud Portugeze villa’s. En dan kom je via wat winkeltjes en een parkeerplaats op het strand.

Vandaag wil ik helemaal naar de andere kant van de baai wandelen, dat is zo’n zes kilometer. Ik zie het eerste vissersbootje.

Na lekker in het zand gelegen te hebben en in de branding te hebben gespeeld, weer verder: veel meer boten. Ze zijn van goede kwaliteit met een motor, heel anders dan de kleine houten prauwen met de hand bestuurd, die ik mij herinner uit Mahabalipuram.

Op de boeg de christelijke heiligen Franciscus van Xavier en Anthonius van Padua, of alleen een kruis en een spreuk.

Dit vissersdorpje is de overgang van Candolim Beach naar Calangute Beach. Ineens wordt het drukker, er worden allemaal wateractiviteiten aangeboden en er zijn ineens drie stroken aangegeven in het water, voor wie daar wil zwemmen. Eén voor mannen, dan een voor familie en tot slot is er een vrouwenafdeling.
Op de blauwe opblaasboot kunnen mensen achter elkaar plaatsnemen en die wordt dan door een motorbootje voort getrokken; het heet Banana Ride.

Er staat ook een rode surveillance auto met daarin een stoere vrouw met kortgeknipt haar, die met een wat zware stem door een toeter aanwijzingen geeft.
Ik kom in Baga Beach, er is geen westerling meer te bekennen, er staat een klein geel kerkje dat gesloten is, zonder kerkbanken en verder winkeltjes.


Ik strijk neer en geniet van een heerlijke Goa Fish Rice Curry en een koud pilsje. Tezamen voor nog geen drie euro. De prijzen zijn hier dus Indiaas. De cola is hier 40 Rupee, terwijl de eerste Cola die ik dronk op Candolim Beach 70 Rupee was. 


Het einde van de baai, is ook de monding van de rivier, waar een vissershaven is en de weg ertegenaan grenst. Vrouwen verkopen vis op kleedjes.


En daarna over het strand de weg terug. Heel veel gezellige drukte en tot drie keer toe wordt er uit zee, terwijl de nacht valt, de visoogst binnengehaald. In het donker zie ik de sardientjes spartelen in de branding.Het is overvloedig.

S’avonds: feest en binnenhalen van vis


Er zijn hier alles bij elkaar, véél meer Indiase toeristen, dan westerse. De laatsten liggen overdag inactief te bakken in de zon, al zie ik er ook een heel aantal lezen. Ze verdwijnen allemaal in de namiddag en dan stroomt het strand helemaal vol met Indiërs. Die liggen ook wel op de ligbanken, maar dan om zich te laten masseren.
De parasols en ligbanken maken plaats voor tafeltjes en stoelen; party time!




Ik herinner me het van zeven jaar geleden in Mahabalipuram: een gigantisch net dat eerder in zee is uitgeworpen, wordt aan twee kanten met man en macht binnengehaald.


woensdag 11 februari 2026

‘Per ongeluk’ verdwalen

 


Ik betrap mezelf op een soort van gedrag als ik ergens voor het eerst ben. Dan wil ik een beetje dwalen, maar het wordt allengs een beetje echt verdwalen.
Het strand is hier 200 meter vandaan en daar aangekomen trof ik aan beide kanten een front van parasols en Beach Shacks , zoals ze hier heten: strandtentjes dus, waar rij aan rij westerse toeristen op ligbanken onder parasols liggen. Ik onthield een beetje vaagjes dat het bij een rieten puntdakje was, waar ik het strand was opgekomen. Ook mijn smartphone had ik per ongeluk/express ‘vergeten’.
Ik wandelde naar links, waar het strand leger leek, en vond het ook: plekken waar ik gewoon, alleen,  mijn handdoekje op het zand kon leggen. 
Aan de hoofdstraat, parallel aan het strand vond ik een klein winkeltje voor de eerste eetboodschappen, want ik kan nu ook koken. Met de boodschappen in een tas, wilde ik nu wel terug.
Maar… waar was ik precies? Vanaf de hoofdstraat wist ik zeker niet zomaar te kunnen herkennen wat de afslag was naar mijn verblijfplaats. Dus terug naar zee dan maar, op zoek naar het herkenningspunt.


Er liepen me voornamelijk pensionado’s tegemoet, terug van een dagje zon en zee. Maar op het strand wist ik écht niet meer waar ik wezen moest, want er waren vele rieten puntdakjes. Dus op goed geluk er weer af, het binnenland in. Ik zag al snel dat het niet de juiste weg was, maar liep toch door.


En toen kwam ik dus in een stuk waar allemaal kleine huisjes stonden, met golfplaten als dak en waar de was hing en waar er overal moeite werd gedaan om jong geplante bomen te beschermen en water te geven.
Leuk, hier gaat het me dan om. Een ‘dorpje’ tussen alles wat er voor de toeristen is gebouwd. Waarschijnlijk is dit een lila geschilderd kruis.Want Goa is door de Portugezen veroverd en Indiërs werden christelijk.

Ik kwam weer terecht doordat, opnieuw terug naar het strand, een ‘strandtent-jongen’ voor mij belde naar Karthik. Ik zat bijna goed, nog drie strandtenten verder en nu weet ik dat de Bob Marley-shack mijn punt is van herkenning.

Slaapbus

 

Een leuke reiservaring, zeker voor herhaling vatbaar, want heel comfortabel. De Intercity bussen heten sleepers. Je kunt de hele reis liggen, met een heel groot raam naast je en aan de andere kant gordijnen. Ik dacht aan mijn eenpersoons tentje. Er reisden vooral mannen mee, één vrouw in westerse kleding boven mij en ook een echtpaar. Die hield ik bij tussenstops in de gaten. Ik liep gauw achter hen aan, toen zij van tafel opstonden. 

Zo’n bus bedient duidelijk het rijkere segment van de Indiase samenleving, gezien de twee grote tussenstops waar ook luxe artikelen te koop zijn.

Onderweg zoveel te zien en je kan alleen een foto maken als de bus op dat moment stopt. Of wegens verkeersopstopping bij half  afgemaakte wegen en de algehele drukte. Mooi landschap ook, groene rijstvelden met bergen. De bus reed ook door Poena, ja, die van Osho; Bhagwan. Ik had daar vroeger een romantische beeld bij, die ashram ergens op een stille, landelijke plek. Maar Poone blijkt een metropool te zijn, er is een heel brede rivier, waar de Engelsen nog een metro langs hebben gebouwd, en werd wel Oxford van het Oosten genoemd wegens de grote concentratie aan wetenschappers.

En het werd ochtend.



Change of scenery

 





maandag 9 februari 2026

Ellora Caves, 2e keer

 

Tja, en dan zijn er weer de Ellora Caves, waar de foto’s opnieuw geen recht doen aan mijn beleving.De vorige keer te overdonderd, nu beter in staat om de hele rondgang te maken. Eerst door de galerijen aan de rand, met allerlei taferelen uit het Hindoeïstisch universum. En daarna de tempel zelf in en zien, dat er een voortempel is met Nandi, de heilige koe, die vandaar uitzicht biedt op de vallei vanaf een terras. 

In het donkere hart van de tempel de Siva Linga, waar ook gebeden en gezongen werd door enkelen.

Daarna wandelde ik door een stille vallei, behoudens de toeterende golfwagens met toeristen die zich lieten vervoeren, naar een tempelcomplex meer dan 1 km verderop. Deze zijn Jainistisch en zijn van latere data; 6e tot 8e eeuw na Christus.

Een heel andere sfeer dan in de boeddhistische en hindoeïstische tempels.
Kompakter, gericht op de vier windstreken en er woonden vleermuizen.



Over ontbijtjes, water, de was, bruiloften


Rainuka, de moeder van Akvin, had weer een heerlijk ontbijt klaargemaakt. Tapioca met kleine stukjes aardappel erop en in het kommetje was het zoet, met stukjes amandel. Zo’n grote gevoeligheid. Ik vertelde een paar dagen geleden dat ik mijn ontbijt thuis altijd begin met iets zoets. Sindsdien zit er óók zoet bij het ontbijt. En vandaag vroeg ze of er in Nederland typisch zoet voedsel is. Nadenken…en ik begon Griesmeelpudding met saus uit te leggen en daarna krentenbollen. De laatste is toch wel echt typisch Nederlands, zo dacht ik.


Gisteren was het ook een geweldig ontbijt, met zoete wortel in het kommetje. ‘We eten niet elke dag zo, hoor, ze maakt het speciaal voor jou klaar.’ Een poes lag héél tevreden in de zon, en de nieuwe mandala bij de voordeur van de overbuurvrouw was ook al klaar. 


Ik was net voor zonsondergang weer terug en zag beneden de twee schilders hun touwladder inrollen. In het restaurantje waar ik elke dag gegeten heb, had ik nu een curry, waarvan ik zou denken dat er vlees in is gebruikt, zo smeuïg en krachtig. Maar dat is niet zo, het is een vegetarisch restaurant. 
Gisteren stroomde er door de straten water uit pijpen van huizen. Het blijkt dat er één keer in de vijf dagen water wordt gebracht voor de watertanks. Wat dan naar buiten stroomt, is de overloop. Wel een goede wijze om zo ook de straat schoon te houden. Als ik hier s’avonds naar de grote straat loop, dan branden er lichtjes bij de drempels van de voordeuren.


De laatste grot die ik bij Ellora zag, had ook een terras met een uitzicht naar de andere grotten in de rotswand en beneden stroomde het water.


Vandaag vertrek ik hier om 13.45 en kom dan terecht in een Sleeper. Een nachtbus waar je de hele weg dus een bedje hebt met gordijnen, het heeft airco en je krijgt een dekentje en je kunt je apparaten opladen in je eigen compartiment. Ik ga naar Goa en kom daar dan 9.00 in de ochtend aan. Dat kost je dan nog geen twintig euro.


De zus van A komt wat was ophangen. Toen ik gisteren hier kwam was Akvin op de grond zijn eigen T-shirts op de grond aan het strijken. Het is een modern huishouden, want ook vader doet zijn eigen was.
Er is ook nog een oudere zus, die getrouwd is. Haar bruiloft duurde drie dagen en er waren 2000 gasten. 2000-4000 gasten is normaal en dan 3-4 dagen. De uitnodigingen moet je dan ook nog eens persoonlijk gaan overhandigen. Maar de tijden veranderen. Tegenwoordig begint het minder voor te komen dat families al hun tijd en geld willen besteden aan bruiloften. Ook de jonge generatie verandert in rap tempo en wil zelfs niet meer trouwen.
Ze vroegen hoe dat in Nederland is. Tja, wat weet ik er over? …Ik zei dat deze altijd maar één dag duurt  en dat 200 gasten wel een grote  bruiloft is. Ongeveer honderd, is wat ik zelf heb meegemaakt. Maar dat het ook klein kan, met wat vrienden en eventueel wat naaste familie.  Nou, hier in India is 500 mensen wel een echt kleine bruiloft.

PS
De vader maakte ook dingen in regenboogkleuren, had hij verteld. Doelde hij nu op deze windvanger, aan de binnenkant bij de deur?


Holi smoke


 Ik heb wat ‘technische problemen’, zoals dat dan heet, omtrent de plaatjes, die niet van de ene IPad, naar de andere willen. Dus mijn gewoonte om een dag te verwerken via een blogje is wel achter de schermen gebeurd, maar niet zichtbaar hier. Dit plaatje wel op de juiste IPad gemaakt.
Het was onderweg naar de Ellora Caves, waar ik voor de tweede keer heenging.
Eerst moest de riksja bij het rikschaw benzinestation tanken.
En daarna was de weg versperd door drukte.
Een massa mannen die zich met roze poeder hadden besprenkeld. Het blijkt het vieren van een verkiezingsuitslag waar een plaatselijke grootheid gewonnen heeft. Hier bijna alleen maar mannen, omdat het een ‘mannending’ was, deze verkiezing.
Met ‘Holi’ een belangrijk Indiaas feest, volgende maand, dan gooit iedereen kleuren naar elkaar. De ouderen hebben soms een eigen feestje, maar verder doet iedereen mee; jong en oud, vrouwen en mannen. De rijken doen dan witte kleren aan, de armeren hun oudste kleding, want erna kun je alles natuurlijk weggooien. Ook omdat daarbij hoort dat je elkaars kleren dan mag uitscheuren. 
Het is een feest van de vergevensgezindheid. 
Alles wat in het afgelopen jaar niet goed is gegaan, dat verdwijnt met de kleuren en daarna begint een ieder weer met een schone lei.
Bij ‘Holi’ wordt ook waterverf gebruikt en allerlei poeders, waarvan je niet zeker weet of ze niet ook schadelijk zijn. Dus vele smeren als voorzorg van te voren hun huid in met olie.
Wat een fijne wijze om natiewijd zo’n feest te hebben.
Stel je dit eens in het stijve, calvinistische Nederland voor… Ook spreekt hieruit een heel andere wijze van lichaamsbeleving en privé uit. Dat voel je hier overal, er is geen haptische ruimte. Zoals ik een paar dagen geleden in een opgepropte auto zat, op één bil. 

zondag 8 februari 2026

Boven op het dak


 Dit is echt een heel heerlijke plek. Ik denk aan Karlsson dat boek van Astrid Lindgren, van die jongen die op het dak woont en aan Minoes van Annie MG Schmidt. De geluiden van spelende kinderen, getoeter, geroezemoes van de stad onder je en om je heen, de oproep uit een moskee, kunnen kijken naar het leven op de andere dakterassen, twee schilders zijn bezig met het huis naast mij, een jongen probeerde een avond te vliegeren. En er vliegt een heel mooi klein blauw glanzend vogeltje.


De sfeer wordt natuurlijk ook bepaalt door haar bewoners. Als je de trap op klimt naar de gezamenlijke ruimte, zie je een altaartje met daarop een zwarte Ganesh. Moeder doucht zich elke ochtend, doet dan schone kleren aan, en steekt dan wierrookstokjes aan. Ook midden op de dag en in de namiddag ruik ik wierook. Vader blijkt een creatieveling; de stoeltjes waarop ik zit heeft hij gemaakt en ook de lamp die ik elke avond als enige aan heb, gemaakt van een oud fotostatief en een emmer. Hij scharrelt graag dingen bij elkaar.


Ik hoorde al langdurig getrommel en muziek en omdat het aanhield, besloot ik toch maar naar beneden te dalen en liep erheen. Ja, het was weer een bruidegom op een paard, maar deze keer werd er heel vaak gestopt en gedanst. De mannen dansen soms tegen elkaar, een beetje ophitsend, de bruidegom komt van het paard en doet ook mee, later stijgt hij weer ten paard en neemt hij een kind voor zich mee op het zadel. De vrouwen lopen achteraan met een schaal met wierook, pas bij het bruiloftshotel waren het de vrouwen die in een kring rondom hem gingen dansen en hem naar binnen begeleiden. Ik hoor overigens gedurende de hele dag van ergens vandaan, regelmatig trommels.


Héél apart om Bella Ciao te horen in Indiase versie.


En dan zo’n leuk stilleven omtrent het ambacht van de schoenenpoetser.


In dit orkestje speelde ook een vrouw mee.