Ik was van plan om naar het bevrijdingsfestival in Zwolle te gaan. Ooit, waarschijnlijk twintig jaar geleden ofzo (het komt niet voor in dit blog), was ik er ook. Héél druk en héél zonnig en warm. Toen té druk om het nog eens mee te maken. Maar door New York en India ga ik anders met drukte om: het overweldigd mij niet meer. Dénk ik, want zou dit ook voor Nederland gelden? Dat leek mij een leuke onderzoeksvraag.
Veel artiesten op het hoofdpodium spreken me wel aan. Ook best benieuwd naar de dingen op de kleinere podia. Het familieveld en kennelijk ook een wereldpodium met iets kunstigs en culturelerigs.
Maar…
Dít staat mij ook tegen. Je mag niet eens een flesje water op het terrein brengen! Er is een heel strenge tassencontrole. Eigen etenswaren zijn ook verboden, er is voldoende op het terrein aanwezig. Ja, voor de draagkrachtigen, dus. Niet iedereen kan zich dit veroorloven. Ook wordt hiermee een werkelijk gemeenschappelijke activiteit verboden: samen picknicken op een kleedje, nieuwsgierig naar wat een ieder meegebracht heeft, is heel iets anders dan bij een foodtruck in de rij staan, om al dan niet vegan food te scoren. Heineken en Pepsi Cola sponseren het festival. Dus de bedoeling is, om als je boven de 18 bent, vooral veel (alcohol) te drinken. Het waren zelfs de laatste woorden bij het onsteken van het vrijheidsvuur in Wageningen gisteren rond middernacht, op de tv. Iets van: ook een biertje hoort bij vrijheid.
Ook (klap)stoeltjes zijn niet toegestaan. Die nemen natuurlijk ruimte in; er moeten zoveel mogelijk mensen op het terrein zelf kunnen…
Hoe anders is dit in New York. ( Waarmee ze haar bijnaam ‘stad van de vrijheid’, met het ultieme symbool van het Vrijheidsbeeld, bevestigt.) Daar wordt bij alle festivals iedereen juist uitdrukkelijk uitgenodigd om een kleed uit te spreiden, te gaan picknicken en daarvoor ruim de tijd te nemen, nog voordat er een optreden of filmvertoning plaatsvindt. Eigen stoeltjes mag ook, tenzij er overal al genoeg stoeltjes zijn.
Dit bevrijdingsfestival nodigt mensen voornamelijk uit om consument te zijn. Van eten en van drinken, van de artiesten, waarvan sommigen voor deze dag maar even ‘ambassadeurs van de vrijheid’ heten. Er is geen inoefening mogelijk van wat werkelijk vrijheid is: je eigenheid meenemen, plaats maken voor elkaar.
En dan kijk je daarna met zijn allen naar zo’n scène, waar de ene mens wanhopig een ander probeert te bereiken. (In Interstellar letterlijk ieder in een eigen universum, een eigen ruimte en tijd…) Contact maken en zo, al doende, samen-leven: Het is dé opgave voor werkelijke bevrijding.



