Dit is duidelijk troost-eten, realiseer ik mij, nu ik hier goed en wel zit. Want de eerste gearticuleerde gedachte is: ‘Wát een deceptie: Donald Pols die adviseur wordt bij Tata Steel.’ Ik las het, net voordat ik vertrok.Voorman van Milieudefensie, die regelmatig in mijn mail verscheen met weer een verzoek of ik wat extra kon doneren. Ik vind dat sowieso ergelijk; je bent lid en je geeft maandelijks een bijdrage, en dan wordt er weer méér gevraagd en een beetje op je geweten gewerkt. Altijd met een opgewekte voortvarende toon: Ja! Ze boekten voortgang, een rechtszaak tegen Shell gewonnen, op naar de volgende, maar daar was wél meer geld voor nodig. Blij daar nooit aan toegegeven te hebben, denk ik nu, kinderlijk wraakzuchtig.
Adviseur worden bij Tata Steel om het van binnenuit te veranderen…Ja, ja. En je zeker niét realiseren, dat je hiermee dus zegt: Tata Steel kan in Nederland blijven, daar ga ik mijn best voor doen.
Donald Pols is gewoonweg, heel klassiek, door de duivel gekocht. Gevallen voor het geld, daar ga ik vanuit. Kennelijk moeiteloos pakt hij een nieuw personage.
Hier, in Kröller Müller staat er dat beeld van een jongetje met een klein pikje op een paard, die zijn armen de lucht in heft. Voor mij altijd al meerduidig: valt het jongetje elk moment op de grond? Wil het paard eigenlijk van hem af, niet bereden worden en wild zijn?
Het jongetje heeft een hoefje, als voet, zie ik nu voor het eerst.
Donald Pols lijkt op dat wankele jongetje. Elk paard gebruikend, om zelf in het zadel te blijven zitten. Zijn aanspreektitel blíj́ft ‘Direkteur’; een synoniem blijkt nu, voor schreeuwmannetje.
De wereld heeft mensen nodig als de vrouw die ernaast staat. Gegrond.




