De stoel van mijn jeugd in de laatste middagzon.
Géén getjilp van mussen meer in mijn groene tuin; ik denk aan de overleden buurmannen Joop en Peter.
Ik herlees stukken uit het boek dat mij New York heeft laten leren kennen als een intieme stad.
Ochtendkoffie in de zon in mijn leesstoel van oma en opa.
Eerste eenpans avondmaaltje, weer in het bos.
De bomen, zoveel jonger dan velen die ik in New York heb gezien.
Bomen! Bos dat geurt! Hier woon ik!




