Ineens was er aan weerszijden uit de raampjes van de train in de metro, alleen maar groen van struiken en bomen; alsof ik had zitten dommelen en kort in slaap was gevallen en in een droom even op bezoek was in Nederland. Maar dat was niet zo; het was de onbekende lijn D die ik zonder nadenken nam, omdat de eindbestemming de zee was, bij Coney Island. Die lijn laat op het laatste stuk, de bebouwde kom al los, er lijken alleen wat huizen naast het spoor gebouwd te zijn.
Om dan vervolgens het station van Coney Island in te rijden; aan de horizon zag ik een deel van het Wonderwheel; het iconische reuzenradje tussen de appartementencomplexen in.
Ik was nog nooit op dit station geweest; Coney Island bereikte ik tevoren via een wandeling op het strand vanaf Brighton Beach. Alle lijnen van de metro eindigen dus hier en alle mensen die uitstapten, kwamen voor de zee en vertier van het pretpark, nu en vroeger.
De voorkant van het station heeft een oud aanzien, en gaf ook hetzelfde gevoel als bij stations in Nederland: overzichtelijk klein, je stapt ergens op, bij een station met een hal en dergelijke en aan de ander kant begint iets nieuws, het stratenplan van een dorp of een stadje; hier in New York duik je meestal vanaf de straat de metro in, meteen is er een afdaling en als je de metro uitkomt ben je wéér ergens in een straat en moet je je oriënteren welke kant je uit moet lopen, omdat elk station meerdere uitgangen heeft.
Nu ik in Coney Island was beland ( Coney is waarschijnlijk de verbastering van het Nederlandse woord ‘konijn’), dan ook maar een hotdog van Nathan en net als de eerste keer, kan ik niks anders zeggen dat dit het beste en lekkerste worstje is, dat ik ken: een knapperig, hard velletje en sappig en kruidig van binnen.
O, ja, er is hier een klein stukje duingebied, het minst drukke stukje strand tussen Coney Island en Brighton Beach, waar ook het zee aquarium aan ligt. Het was, geloof ik, vorig jaar dat deze halte mijn uitstap halte was om bij de zee te komen.
Heel aangenaam strandweer, ja de zee en de branding blijven mij veroveren, ik dacht aan het strand bij Candolim, dat mij dierbaar is geworden en dat er wereldwijd ook altijd hengelaars en vissers zijn bij water.
Van deze foto’s heb ik wel lol: ik zag urenlang een fotosessie, meisje in blauwe jurk in zee in allerlei dansposes, ze bleek aan artiest te zijn, ving ik op uit een gesprekje dat een andere vrouw met haar aanknoopte, die haar complimenteerde met de expressie van haar houdingen. En toen kwam er een andere fotograaf die hun op de foto zette, en nu ik: een foto van twee fotografen.
De mensen bleven totdat het donker werd. De mensen…in mijn boshuisje kan ik dagenlang geen mens zien en vind dat louterend, hier zie ik ze altijd en overal en ervaar dit hier ook als louterend. Het is de levensstroom: in het bos die van binnen en die op gang komt door de stilte, hier in NY, zoals die konkreet haar gang gaat in alle niet te benoemen verscheidenheid.