maandag 10 september 2018

Ochtend in Jenin

Een eyeopener-boek gelezen: Ochtend in Jenin  van Susan Albulhawa, geboren in Palestina tijdens de Zesdaagse Oorlog. Opgegroeid in Oost-Jeruzalem, Koeweit en Jordanië, en ze woont nu in Amerika. Het verhaal beschrijft de periode 1941-2002, waar je vanuit Palestijns perspectief de opkomst en de groei van de staat Israël meemaakt. Hoe een vredig dorp met oeroude olijfboomgaarden, generatie op generatie weet hoe de grond te bewerken,  tot kaalgeslagen vluchtelinggebied verwordt en de bewoners in armoedige tentenkampen belanden, voortdurend bang het leven te verliezen, ze zijn als opgejaagd wild. 

In Jenin is in 2002 een bloedbad geweest in een vluchtelingenkamp dat in het Westen helemaal onbekend is gebleven omdat het in de militaire zone lag, afgesloten van journalisten en hulpverleners. Zij is er geweest en de veerkracht van de mensen die ze er ontmoet heeft en  hun verhalen gaven haar een gevoel van urgentie: dit verhaal moest verteld worden.

Je kijkt met de ogen van Amaal terug, vanaf het leven van haar grootouders. Er vallen heel wat doden in de familie van Amaal, een vrouw van ongeveer de leeftijd van de schrijfster, en meerderen worden slachtoffer van gruwelijkheden en barbaarse wreedheden. Zij heeft twee oudere broers, waarvan de ene pas laat in haar leven opduikt: hij is als baby meegenomen en is opgegroeid in een Joods gezin. Ook met die kant kun je toch meeleven: de niet-biologische moeder is in de concentratiekampen zodanig gemarteld, dat ze onvruchtbaar is geworden en voor haar man die het kind roofde, was dit de enige uitweg die hij zag, om zijn vrouw van de waanzin te behoeden...

Het boek is niet pamfletterig en kiest ook geen partij: je leeft mee met mensen, die geworpen in hun situatie er toch het beste van hopen te maken en laat zien hoe wreedheid weer wreedheid baart... De joden uit de holocaust, die met de naam van ‘vredesmissie’ Palestijnen hebben gemarteld en afgeslacht en de Palestijnen die van daaruit weer ‘radicaliseerden’  en ‘terroristische aanslagen’  plegen, zoals het Westen dat is gaan noemen...

Amaal krijgt de kans om in Amerika te gaan studeren en ze noemt zich daar Amy, en ze kijkt met verbazing, dat er een wereld is waar mensen zich druk maken om allerlei futiliteiten, mensen die niet weten hoe het is om te leven met constant loerend geweld en levensbedreiging door anderen om je heen. Ze probeert een Amy te zijn, een gewone studente, maar allengs ervaart ze dat ze zichzelf verloochent en verliest. Het komt haar voor dat alle mensen om haar heen in een soort slaaptoestand verkeren:  nooit  oorlog meegemaakt , nooit iets werkelijk op het spel hoeven zetten. Het soort mens dat ik dus ben. Fijn veilig in het paradijs.

zaterdag 8 september 2018

Kranenburg en Nederlanders

Het is wel grappig. Nu loop ik anderhalve dag in Kranenburg rond en dan heb ik toch al een idee een soort van tot nu toe voor mij verborgen leven te ontwaren. Gisteren ging ik naar een restaurant in de buurt, die meedeed aan de app Togoodtogo, in de veronderstelling dat ik daar een papieren  zak met leftovers kon bemachtigen. Maar er zaten enkel vier Nederlandse pensionado’s koffie te drinken, ze deden er wat klusjes en wisten niks van de app.

Vanochtend zette ik mijn speurtocht voort, ook bij Curry moest dat mogelijk zijn. De eigenaar vertelde  me dat het alleen via die app kon, maar ik heb mijn creditcard niet meegenomen, dus helaas. Maar in hem ontmoette ik als het ware een idealistische Kranenburger die desondanks hoopte dat ik snel zo’n zak eten dat anders wordt weggegooid kwam ophalen.

En vanmiddag bezocht ik dan eindelijk de tentoonstelling Kreislauf, medegeorganiseerd door I. op wier huis ik pas. Haar man J., zo zou ik hem zelf niet noemen, dat deed een andere pensionado die ik daar trof, heeft een moestuin gemaakt bij de oude stadswallen, oorspronkelijk bedoeld om vluchtelingen erbij te betrekken, maar dat is mislukt, die kwamen hoogstens een keer kijken vanuit de fietswerkplaats die J. ook mede met dat doel heeft helpen opzetten.

‘Wat denk je, hoe moet ik dat nou aan je vragen, het is niet stom bedoeld...’ vroeg weer een andere Nederlandse vrijwilliger bij het museum, ‘maar is zo’n moestuin nou iets voor anderen culturen?’ Het valt me op dat mensen steeds omzichtiger iets aan mij vragen, als het zaken betreft omtrent exotische afkomst. Ze zien natuurlijk dat ik niet een witte ben, en mogen geen onderscheid meer maken, maar denken desondanks dat ik toch iets zinnigs zou kunnen zeggen. Ik geef ze geen ongelijk: een andersoortige achtergrond kan wel degelijke je blik mee bepalen. Persoonlijk denk ik dat zo’n moestuin, voor de ontspanning en vrije tijd en sociaal contact bij nader inzien niet aanslaat, omdat men alleen maar zoiets doet als er veel vruchtgebruik is. Sociaal contact is in andere contexten, niet gekoppeld aan het bedrijven van een hobby zoals in het drukke westen, schat ik zo in. 

Dus nu sprak ik al meerdere Nederlandse pensionado’s, die allemaal vanuit Nijmegen hier zijn neergestreken. De ene is zelfs stadsgids van Kranenburg geworden en die kende J. en I. ook, die vind ik toch werkelijk een culturele bijdrage hebben geleverd aan dit grensdorp, dat vanuit Duitsland gezien zo’n beetje als onderontwikkeld gebied wordt beschouwd, zo heb ik begrepen, maar vanuit Nederland zo ineens meteen echt het buitenland is. De stadsgids ging nu naar de organist. ‘Ken je die? vroeg hij mij, het is een hele goede’, hij liet een stukje horen vanaf zijn mobieltje. En verhip, die had ik wél horen spelen, bij een eerder kerkbezoek, die man speelt hemels.

Een vrouw, ook vrijwilligster, had me in de ochtend al zien wandelen, langs de kunstwerken buiten. Zo klein is het hier, je valt meteen op. En volgende week is er een processie, dan wordt ‘het kruis dat wonderen doet' door het dorp heen gedragen en dat heeft dit dorp tot een pelgrimsplaats gemaakt.
‘Ik verwacht je er hoor, ik ben dan ook de fotograaf’, zei de stadsgids. Ik ben van plan om te gaan.

En tussendoor sprak ik ook nog met de jongeman Derks, die de oude schoenmakerij heeft overgenomen, in een piepkleine schuur. I. heeft een  mooi filmpje gemaakt over zijn voorganger, die er 50 jaar lang schoenen heeft gelapt, in een interieur  dat hij altijd zo gelaten heeft, zoals toen hij het kocht. Vergeelde pastorale foto’s en stadsgezichten,  dieren en kindjes in het water, kalenderplaten van  bergen: venstertjes naar de wereld buiten de werkplaats. Ook het gereedschap stamt uit die tijd. Een grensganger, de zoveelste, ook al een Nederlander, die 50jaar lang niks anders wilde dan als de voorloper van de zzp-er, dit werk doen, maar nu was hij 85.

De jongeman Derks heeft  het dus overgenomen en ik geloof dat hij, helaas, alle vergeelde foto’s heeft verwijderd... Ik sprak hem aan omdat Derks mijn hele jeugd tot ver in de studententijd ook de schoenmaker was, waar ik mijn schoenen bracht, in ook zo’n ambachtelijke werkplaats vol spullen. Maar nee, hij was geen familie, es war schön gewesen, aber leider nicht, maar hij was  wel ver weg familie van bakkerij Derks in het dorp. De oude schoenmaker zou nog langskomen, die kwam regelmatig kijken en  ook met een zak schoenen die gelapt konden worden. 

Kranenburg... vroeger voor mij alleen een doorgangsstraat met wat winkels en huizen op weg naar Kleef en toen werd het een plaats waar je goedkoop boodschappen kon doen in de grote winkels erachter. De stadsgids beaamde deze beleving. Pas de afgelopen jaren is de middeleeuwse kern met stadswal en torentjes en de Wanderstrasse, waar de vrijwilliger van het museum woonde, en waar de toeristen belangstellend  doorheen flaneerden, bij mij binnen gekomen. En hij vond het leuk, om vanuit zijn tuintje van één vierkante meter, ze van info te voorzien. Volgens hem was heel Kranenburg overspoeld door de Nederlanders, wat denk jij? Nou, ik dacht niks, ik ben hier gewoon maar gast. Al heb ik al bijna het gevoel in de buitenlandse enclave te zijn opgenomen.

vrijdag 7 september 2018

Poezen

En zo doe je dat toch maar: ik zit nu in de avondstond op het bankje achter bij de boerderij in Duitsland en poes Joepi ligt op het kussentje naast me, ook in de zon, te slapen. Natuurlijk is het mijn kussentje: ik maakte nog even een rondgang door de moestuin, toen de zon hier even achter een hoge boom verdween en teruggekomen heeft poes mijn plaats ingenomen. Moet ik die nu verstoren en van de plek afjagen? Nou, nee hoor, dan zit ik maar op het kale bankje tot de laatste zonnestralen zo meteen achter de boerenschuur verdwijnen.

Leuk, levende wezens om me heen en mezelf weer horen praten tegen de poezen. En dat ze op je schoot komen zitten en dat ik dan toch even uitstel om aan mijn ouzo te nippen of een tortilla-chip in de saus te dippen. Dan doe je dat toch, tenslotte, en poes beweegt gewoon mee, verschuift zich en zit dan met haar kopje helemaal tot onder aan je knieën, terwijl heur bolle harige rug en achterwerk zich weet vast te kleven op jouw bovenbenen.

O! Dat ik allergisch bleek voor poezen, want ik zou er zó weer  één tot huisgenoot willen hebben. Dat je hardop tegen ze praat, nee, geen hele gesprekken, maar gewoon geruststellende woordjes tegen Sam in de moestuin, die eerst wegspringt en weg holt, maar vervolgens op het geluid van je stem, je aankijkt en dan rustig gaat drentelen. Dat is toch communicatie tussen mens en dier, iets anders kan ik er niet van maken.

Mijn eerste poes Issa, kwam elke avond in mijn nek liggen en snorren, een levende bontkraag. Ze was zo on-poes, dat ze midden in de nacht in bed, tussen de lakens bevallen is van vier jonkies, en dat terwijl ik in huis een plekje had gemaakt, want poezen schijnen zich juist terug te willen trekken. Alle jonkies in een doos met kleden, weer op een rustige plek neergezet, en toen heeft ze in een nacht het hele nest verhuisd naar onder mijn bed, ik had toen een hoger bed, nog geen metertje van de grond.

Deze poezen lijken in het gezicht wel op Issa, bruin gestreept, maar Issa was verder een lapjeskat met rode en zwarte vlekken. Bij het bericht, bij thuiskomst na een lange reis, dat Issa verongelukt is, waarschijnlijk, ze was ineens weg op het oppasadres, de oppasser wilde de vakantie niet bederven en had daarom maar gelogen en gezegd dat het goed met haar ging in het telefoontje na twee  weken, heb ik een potje zitten huilen, het soort verdriet wat ik met kinderverdriet associeer, lange uithalen, maar het tast je  ziel uiteindelijk niet aan... Ik had het liever al eerder geweten, dit was een rauwe thuiskomst

Ik zou het meteen gaan melden,  als er iets met de poezen zou zijn. Wat zeg ik nou? Afkloppen, maar, het zal de komende tien dagen vast gewoon goed met ze gaan.

woensdag 5 september 2018

Zandloper zijn

Ik luister nog steeds regelmatig naar de completen in Chevetogne. Het is nog geen half uurtje en het past precies, nadat ik mijn avondmaaltijd verorberd heb. Eigenlijk gaat het me vooral om de hymne aan Maria op het einde, alhoewel het in cadans geprevel van een monnik, en soms is er ineens een stukje in het Vlaams, of Duits, of Engels, je wel al in de juiste stemming brengt. Er zijn meer luisteraars die pas op het einde invoegen, vandaag begon het met drie en het werden er allengs zeven, toch ook voor het zingen  op het einde zou je denken.

Dat het live is, en je de monniken tijdens het geprevel al hoort opstaan om een kring onder de koepel te vormen en dat ze tijdens het zingen zich languit op de grond werpen, elke dag weer, het blijft me wat doen, ik word er mild van, krijg een teder gemoed. Ongelofelijk, elke dag weer; dat is hun leven en dan hoor je ze weer opstaan en weglopen en soms gaat de webcast vrijwel meteen uit, maar vandaag hoorde je een monnik nog door de kapel heen lopen, kaarsen uitblazen, de voordeur op slot draaien , schuifelen. 

Ik zou het niet kunnen, een leven dat elke dag in het teken staat van gebed en zang, maar wil wel weten hoe het is om te leven met veel stilte. Het lijkt alsof ik daar alerter van wordt. Kleine gewaarwordingen blijven lang na echoën. Zo hoor ik telkens opnieuw en zie het ook weer voor me,  de kikkers zachtjes kwaken en met een boog in het vijvertje plonzen:  dat gebeurde maandagochtend toen  het vochtig en regenachtig was. En ik zie de mussen in de middag, toen de zon ineens doorbrak naar de dakpannen vliegen, en ze daar behaaglijk hun veertjes wassen, op elk dakpan één musje  en enkelen op een rijtje op de top: ik telde er bij elkaar 19.

En ik beleef in herhaling dat ik me vanmiddag in de speeltuin net een kind in de zandbak voelde. Na de harde regen van maandagnacht, waren er overal diepe watergleuven ontstaan, wat een kracht heeft water dan, en een collega was gisteren de hele dag zand aan het brengen met zo’n schattig klein wagentje met een grote schep voor, precies zoals je er vroeger in de zandbak meespeelde. Hij zei dat ik het ook wel kon  proberen, maar nee, dat durfde ik toch niet, ik die ook niet  kan autorijden,.  

Er is een diep, laag punt in de speeltuin, waar veel zand naar toe was gestroomd en er was zand omheen gebracht. Welnu, vandaag heb ik met een schep heel veel zand geschept en daar geulen mee dichtgestampt en een trapje  van zand gemaakt en een soort van dammetjes gebouwd zodat het water de volgende keer niet meteen weer geulen kan maken. Zoveel zand om me heen en hoge bomen: door de proporties ervan voelde ik me ineens weer  kind . Toen liep ik ook met een schep, zand van de ene kant naar de andere te verplaatsen,  op en neer, net als nu, in de Hoge Veluwe, om een hut te bouwen. 

Ik heb er wel lol in, dit eenvoudige werk en verder ook niks om handen: zoveel lege tijd. De completen luisteren is een terugkerende iets, dat de tijd markeert. Het is nu om 21.00 uur buiten al donker, dat was enige weken geleden wel anders. Ik stel me dan ook voor dat de zon die in begin juni nog maar net achter de heuvels in Chevetogne was verdwenen , waarna het gehele avondgloren nog moest beginnen, het daar nu dus ook al donker is, als die laatste monnik de voordeuren van de kapel sluit. 

Zandloper zijn: zowel letterlijk deze week, als figuurlijk: het stromen van de tijd in je, in allerlei hoedanigheden:  elke dag loopt alles naar de tuit en de volgende dag keer je het ding weer om en  begin  je opnieuw. 

Erotic mind: Esther Perel & Louis Kahn

Wat een significante keuze documentaire van Zomergast Esther Perel: My Architect (2003):  zoon Nataniel gaat op zoek wie zijn vader, de architect Louis Kahn echt is. Hij is een bastaardkind: zijn vader bleek drie vrouwen tegelijkertijd te beminnen, waaruit drie kinderen zijn ontstaan. Hij kreeg een hartaanval op het Penn-Station in New York, net terug van een project uit India en het duurde dagen eer familie getraceerd kon worden omdat hij zijn adres had doorgekrast in zijn paspoort. De moeder van Nathaniel heeft haar leven lang geloofd dat hij dit gedaan had omdat hij op weg was naar hen: besloten had om bij hen te gaan leven, na een indringend gesprek dat ze met hem had.

Anderen in de film betwijfelen dat zeer. Hij was een nomade, doodgaan op een station past precies bij zijn leven, hij woonde nergens behalve in het ontwerpen van zijn eigen gebouwen. Zeer intrigerende ruimtes: van buiten lijken ze een ruïne zoals het parlementsgebouw van Bangladesh of op grote schuren zoals het Kimberley museum, maar van binnen zijn ze een en al betovering, een spel van licht en gelaagdheid. Hij wordt een mysticus genoemd. Ik dacht spontaan aan een Ted-talk: How do  you  build a sacred place? van  Semiak Harari en zowaar: hij begint zijn talk met een anekdote dat iemand een gebouw wilde strelen, een gebouw van Louis Kahn.

Waarom is het juist deze documentaire die voor mij alles bevatte waarover Esther Perel praatte? Over relaties waarin het erom gaat dat je je levend voelt, niet half dood, waar je je eigen verantwoordelijkheid neemt en niet in het verleden blijft hangen, waar het gaat om telkens weer een ruimte tussen jou en een ander te ontwerpen, en nee het gaat niet om seks, dieren doen aan seks, maar de mens heeft een erotic mind: het gaat niet om de prestatie of het orgasme: we willen ons levend voelen bij elkaar. Na elke keer vrijen begint opnieuw het onderzoek en de weg naar die ander en ook naar jezelf: wie je bent en wilt zijn.

En dat vind ik interessant, alhoewel ik al zo lang niet in een erotische relatie leef. Omdat het gaat over de grondhouding eronder: je kiest ervoor om elke keer het leven weer opnieuw te ontwerpen, zoals een architect, ruimte te creëren waarin je floreert en o, wat zijn er dan veel obstakels omtrent zelfbedrog, lange lijnen geschiedenis met allereerst je ouders, waardoor je geneigd bent om achterwaarts te leven in schijnzekerheden, in plaats van voorwaarts. De basis van het erotic mind is Eros, waarvan Plato al zegt dat deze alles in beweging zet en de kern van leven, beweging is.

In die documentaire komen al die thema’s samen. Hoe kun je tegelijk zo visionair zijn, en tegelijk zo bot en zoveel leed veroorzaken bij jouw naasten? Louis Kahn lijkt een erotic mind te hebben, die nomadisch rondzwerft en mensen in zijn gebouwen wil onderbrengen in een erotische omhelzing: binnen kun je liefde voelen, kunst genieten, democratie vorm geven. Maar hij was niet aan banden te leggen door dat wat mensen concreet van hem wilden. 

Nathaniel Kahn lijkt zijn vader te vinden in de woorden van een architect in het parlementsgebouw van Bangladesh, die in tranen zegt dat zijn vader aan het armste land van de wereld , het rijkste gebouw van de wereld heeft gegeven, waarin je nooit raakt uitgekeken en waarin je liefde voelt, en democratie vorm gegeven kan worden, alhoewel hij als vader faalde.

Alle fragmenten die Esther Perel liet zien, gaan over de zoektocht naar wat écht is en levenwekkend en hoeveel pijn en strijd daarbij gepaard gaat, mislukking ook, omdat macht ons zozeer bevangt en de doodsdrift soms sterker lijkt dan de wil om werkelijk, sprankelend te leven. Het valt niet mee om  de architect  te blijven van jouw eigen leven, om écht vol levendigheid, te leven.


zondag 2 september 2018

Funeral Aretha Franklin

Op de 'crematie-ceremonie’ zoals de term er daarvoor is ontstaan: géén geloof of religie aanwezig, maar we nemen dan afscheid op een waardige wijze, was er toch één zinnetje dat tussendoor werd uitgesproken: ‘Dat je nu op een plaats bent waar het beter is en je geen pijn meer hebt’. Eén zo’n zinnetje... en dan zou ik toch willen dat dit niet zomaar als een slip of the tongue ervaren kan worden, maar er kracht en liefde bij aangezet kunnen worden.

Dat zo’n zinnetje als het ware dikker kan worden, meer volume kan krijgen, al weet geen mens wat je daarmee eigenlijk uitspreekt, want niemand heeft over de dood mee kunnen kijken. En omdat niemand dat kan, wie kan dan met stelligheid zeggen dat er niks is, dat geest of brein of de essentie, of wie weet toch ook de kern van de persoonlijkheid van iemand, dat wat deze het meest tot heel mens maakte, blijft voortleven?

Ik keek op YouTube naar fragmenten van de funeral of Aretha Franklin. Wat prachtig. Omdat je de mens daar ziet in  volle glorie: tegelijk kunnen zingen en verdriet hebben, deinende lichamen op al die muziek en de zang . Stevie Wonder die voluit zegt dat liefde het enige is dat telt en dat God in zijn liefde iemand als Aretha Franklin aan de mensen heeft gegeven. 

Zij is zelf de dochter van een dominee en heeft haar stem ontdekt in het gospelkoor in de kerk van haar vader waarvandaan ze ook begraven wordt. Wij weten zo weinig van wat we geloven, gebeuren de dingen, we zien het alleen’... Deze regels  schieten me nu binnen, ik schreef ze ooit op veertienjarige leeftijd. En dat is wat ik nu zie: dat geloven ook een kracht is, en levenwekkend is, en misschien het beste alleen in zang en muziek gestalte krijgt...


zaterdag 1 september 2018

Afrotopia, de ganse wereld.

Tijdens mooi weer, en dat was dus deze geweldige zomer met maandenlang warmte,dan ben ik niet in een museum te trekken en verlies ik ook alle belangstelling daarvoor. Maar nu ik weer rondliep in de fototentoonstelling Afrotopia in het Afrika Museum merkte ik toch hoe goed je dat doet: museumbezoek. Geconcentreerd in weinig oppervlakte worden je werelden voorgeschoteld, maak je kennis met van alles dat je zelf nooit zo bijeen gesprokkeld krijgt en het enige wat jij hoeft te doen is er langzaam langs flaneren.

Er waren  40 kunstenaars uit Afrika vertegenwoordigd, voor het eerst zo in het westen te zien, vanuit een organisatie in Bamako in Mali. Wat mij allereerst opviel, waren de simpeler fotografisch middelen die ingezet waren. Veel zwart-wit foto’s , klein formaat, gewoon aan de muur bevestigd. Hiervoor was er in dezelfde tentoonstellingsruimte de Word Press fotowedstrijd: glossy grote kleurenfoto’s, soms opgeblazen tot muurgroot formaat, in lichtbakken, technische middelen van detailfotografie tot extreem kunnen vergroten, met telelenzen ,  enzovoort. Dit alles zegt ook iets over de rijke wereld waar veel fotografen uit komen: alle techniek tot je beschikking voor het ultieme gewenste resultaat.

Maar deze tentoonstelling brengt je dichter bij de intieme menselijke blik. Dat kwam ook wel door de mengeling van kunst en fotografie. Joana Choumali uit de Ivoorkust borduurde op foto’s die ze met haar iPhone genomen had van mensen in een dorp waar een terreuraanslag is geweest met 19 doden, kleurige draden , om zo zelf dit trauma te verwerken. Délio Jasse uit Angola vond foto’s van Portugese immigranten in Mozambique uit 1960, vergrootte ze en gaf ze een stempel mee van de immigratiedienst. Dat zoog je mee naar de dromen van de mensen die zichzelf portretteerden: trots in een auto, vijf blije vrouwen in het gras, een familie in een speeltuin. Er was ook documentaire-achtige fotografie van een Algerijn die illegale wedstrijden met schapen die al vanaf zijn jeugd plaatsvinden vastlegde, zó genomen dat je meekijkt vanuit het perspectief van een jongetje, Ook thema’s als het verborgen leven van vrouwen die niet in de openbare ruimte mogen zijn, homoseksualiteit, verkrachting: het was er allemaal. Foto’s die ook vrolijk stemmen: kinderen en volwassenen aan het lezen en studeren bij de lampen van een brug, terwijl eronder de schamele huizen zonder elektriciteit ook te zien zijn. 

Ik wandelde erna naar  de stad,  meer dan vier en een halve kilometer, kwam schoonzusje S. tegen, even kletsen over het eiland Rugen, haar vakantiefoto’s op Facebook, het Vakantie-eiland van de nazi’s met nazi-architectuur, spierwitte kliffen, mooie badplaatsen. Over mijn plannen om naar Varanasi te willen en dat een binnenlandse vlucht vanuit Mumbai, een prettige stad om te beginnen, wellicht een optie is. New Delhi, waarheen de goedkoopste vliegtickets gaan, vond ze vreselijk.

En toen moest ik in sneltempo mijn weg voort zetten,  om op tijd op de boekenclub te komen. We hadden Hier van Joke van Leeuwen gelezen, een soort van boosaardig sprookje en Wat op het Spel staat van Philip Blom. Dit boek is een echte aanrader omdat het haarfijne, scherpe analyses geeft over de klimaatverandering, de digitalisering, de mens wiens levensvervulling met transcendente aspiraties geheel richting consumentisme is gebogen...wie kunnen en willen we zijn en worden? ... 

In de ochtend plaatste  de loodgieter heel basaal , dan eindelijk een nieuwe stortbak in de wc op de Waalkade, het huis dat van mijn ouders was en waar er een enorme lekkage is geweest, omdat de oude bak gesprongen was. Hè, hè, dat is ook weer veilig gesteld. Maar we sluiten voor de zekerheid voortaan toch maar de hoofdkraan. Kortom, het was een dagje waar de ganse wereld op allerlei niveaus aanwezig was.