zaterdag 8 oktober 2022

Over verbinding en echte communicatie: Georgia o’ Keeffe & Norah Jones/ Jeff Tweedy

Terwijl ik foto’s maakte van bloemen in de tuin op de boerderie, dacht ik ineens aan het werk van Georgia o’ Keeffe. Zij is wel misprijzend afgedaan als ‘die bloemenschilderes’. Maar wat zij doet is zoveel meer dan dat en dat maakt haar tot kunstenaar. In elk afbeelding zit intimiteit en emotie en ze verbindt tegelijk het grote en kleine. Bloembladen doen denken aan schaamlippen, een groen groots berglandschap uit Hawaï, doet weer denken aan een bloem. Ik heb haar werk lang geleden gezien in haar huis in New Mexico en alles is daar verzadigd van warmte, ook letterlijk, en kleur.

Hier zie je ook haar gevoeligheid voor wulpse vormen. De bloem van het ‘gebroken hartje’, doet ook denken aan de clitoris. Een schelp doet ook denken aan de glooiingen van een vrouwenlichaam. Twee op het eerste gezicht een beetje identieke witte bloemen drukken exact het omgekeerde uit. In de ene waaiert alles naar buiten en nodigt uit tot expressie en openheid. In de andere gaat het om de zuivere heldere kern in je, die je pas ziet en ervaart door stilte en bezinning.

Waarschijnlijk dacht ik niet voor niks ineens aan haar, want ik heb haar actief gemist op de Biënnale, The Milk of Dreams. Want zij laat haar dromen zien, temidden van het woestijnachtige droge landschap waar zij woonde. Waar ze ook oude grote botten vond die uitkijkjes werden naar de weidse blauwe lucht boven haar en de schedel met het gewei als tentakels worden, die bewegen en reiken naar de hemel en dat wat je nog niet ziet.

Dit was er ineens. Norah Jones in een mij bekende jurk die ze ook eens droeg tijdens haar mini-concerten vanuit haar huis, tijdens de pandemie met Jeff Tweedy, van wie ik nog nooit had gehoord. In de podcast waar dit uit komt, blijken ze elkaar al twintig jaar te kennen en elkaars muziek te bewonderen. Jeff is nooit doorgebroken, zoals Norah, maar heeft een grote groep trouwe hardcore-fans. Het mooie van het liedje is, dat het ook gaat over de verbinding van de natuur met je lichaam, zoals in het werk van Georgia o’ Keeffe. En helemaal prachtig is, hoe Norah Jones alert en improviserend de muziek van Jeff Tweedy volgt. Ze raken ingespeeld op elkaar in een intieme, echte communicatie, vol vertrouwen. 

donderdag 6 oktober 2022

De troost van een kat. Tod in Venedig

Deze foto raakte me, bij lezing in de digitale NRC. Het artikel gaat over de kunst en al het cultureel erfgoed in de musea in Oekraïne. Veel is tijdig opgeslagen, ook in de kelders van musea. Maar men is bang voor stroomuitval, dan valt de klimaatbeheersing weg. Deze bioloog heeft haar leven gewijd aan het onderzoek van een soort vliegen en zegt dat ze nog liever zelf dood gaat, dan dat haar kostbare verzameling teloor gaat. Ondertussen woont zij met haar ouders in de kelder. De dagelijksheid van de dingen op de foto. En ze aait een kat. Ik geloof dat het Nelson Mandela was, die ooit zei, dat een kat  hem in zijn tijd van gevangen ballingschap, menselijk heeft gehouden. 

Als vanzelf hoor ik de trage vioolklanken van Mahler bij Visconti’s film Tod in Venedig. In dit filmpje met oude foto’s van Venetië, zie ik nog hetzelfde als hoe Venetië nu is. De stad laat zich door het water, drijvend op een bos van eikenhout, niet veranderen. Alle proporties, de bruggen, de gondels, de uitzichten, ooit met alleen maar oog voor esthetiek door de eeuwen heen zo vorm gegeven, blijven gelijk. Dit is enorm troostend, balsem voor de ziel. Dit jaar was het thema van de film dichtbij. Je gaat op zoek naar schoonheid en heelheid, maar ziekte en verwoesting, een wereldwijde pandemie die blijft sluimeren, stroomde ook door mijn bloed. Op alle vaporetto’s waren mondmaskers verplicht.


Zomaar een gondelier. De gratie en de beheersing van zijn lichaam, hoe hij zo’n fragiel bootje langs de grote logge vaporetto manoeuvreert, om tussen de lange palen in het water zijn gondel stil te leggen. Die rechterhand bij het hout. Hij streelt de roeiriem en het is tegelijkertijd de verlenging van zijn eigen lichaam.

Vandaag ga ik weer naar mijn boshuisje. Daar heb ik enorm veel zin in, na een afwezigheid van meer dan vijf weken. Al was ik er tussendoor, één dag, met  heen en terug een fietstocht vol regen en koude wind. Maar ik zal Joep de kat, die de hele tijd zo innig tevreden leek, ook missen.

Sonia Boyce. Diversiteit van kleur.

Een van de dingen waar ik mij bij voorbaat op verheugde op de Biënnale, was het Brits Paviljoen met Sonia Boyce. Zij heeft vier zwarte zangers uitgenodigd om met elkaar te verkennen wat stem en klank kan doen. Deze vrouwen zongen voor het eerst samen, al improviserend en elkaar zoekend. Het was  machtig en mooi om te ervaren hoe welhaast dierlijke oerklanken zich mengden, en ook ademen en hijgen het geheel naar een andersoortige dimensie bracht. Een ruimte bevrijd van de geschiedenis van slavernij en onderdrukking.

Dit filmpje laat de context zien, waar vanuit Sonia Boyce werkt en denkt. Het Brits Paviljoen heeft overigens de Gouden Leeuw voor Landenpaviljoens gewonnen. Totaal onverwacht maakte ik onlangs mee dat ‘white supremacy’ iets is, wat ook zomaar in een gewoon contact, dat jij zelf onbevangen ‘een vriendschap’ noemde, een rol kan spelen. Hoe iemand na een ‘nee’ van jou, ‘ik accepteer niet dat je zó over mij denkt’, meent te kunnen zeggen dat je met scherpe confrontaties mensen van je afhoudt en omdat ik aandring, dan mensen van mij afduw. Dit is de ervaring van #MeToo en #BlackLivesMatter… de andere die geen ‘nee’ kan horen en zich wentelt in een gevoelloos, vanzelfsprekend soort van zelfgenoegzaamheid, door iemand omlaag te halen. 
 

Gisteren woei er een heel harde stormachtige wind rondom de boerderie, een populier viel om, tegen de bomenrij aan, ruisende en loeiende vlagen lieten zich horen. De aankondiging van een ander seizoen. Ik zat windstil in een hoekje en kreeg plotseling veel zin om alles wat kleur gaf om mij heen vast te leggen. En de structuren van bloem en blad. Nu het er nog is. Heel binnenkort verschrompelt het en wordt alles kaal en bruin.

En toen nóg een keertje, om het feest te vieren van kleur en diversiteit.

En tot slot: de eerste paprika en aubergine, die ik uit de tuin at. Ze zijn er nu niet meer, verzwolgen in mijn maag. Het leven gaat voort en radicaal afsnijden, hoort daarbij. Ik heb de neiging om het te laten hangen aan de plant. Maar dan verrot het. Je moet plaats maken voor iets anders en genieten van de oogst. Zoals Sonia Boyce zangers hun stem opnieuw liet vinden. 

 

woensdag 5 oktober 2022

Smakelijk gerechtje. Heel mij

Gisteren kreeg ik dit gerechtje voorgeschoteld. Het zijn blaadjes witlof, gekarameliseerd met een vleugje sambal. Binnenin aan de linkerzijde donkerbruine gestoofde gans en aan de andere zijde opgeklopt lichtgeel eischuim. Het advies was, om het gewoon door elkaar heen te mengen en zo op te eten. Daartoe moet je dus dit zorgvuldig vlechtwerkje, die oogt als een exotische vrucht, kapot maken.
Ik ken er in de loop van mijn leven meerderen: Zij met een kwetsbare ziel, nog die van een kind, die zij zelf zorgvuldig beschermen en koesteren. Het ontroerde mij ook altijd, daar wilde ik rekening mee houden…Maar het betekent ook dat je er niet aan mag komen. Je mag en kan iets niet niet-leuk vinden van de ander en zoeken naar wat écht is. Dat vormt een onmiddellijke bedreiging en er daalt een donker monster van wantrouwen neer die in de aanval gaat. Beschuldigingen en aannames dalen over je heen… Wat moet je doen?…Nooit zul je meer met die andere gezellig aan tafel zitten. Tenzij je jezelf inslikt en dat kan een poosje, maar uiteindelijk verstik je jezelf, je maakt je kleiner, om het monster niet te voeden.

Het liefste zou je dit liedje naar die ander toe willen zingen. Maar dat kan niet meer. Je zit in het monsterlijk web dat die ander om jou heen heeft gesponnen. Je kunt alleen maar zeggen: wat jij zegt en denkt over mij, is niet waar, ik accepteer dat niet.  De ander gaat niet op je in, maar zegt iets in de trant van: ’We hebben het er niet meer over, wees redelijk: jij hebt mij pijn gedaan, ik jou, we hebben ieder een eigen beleving, zand erover.’ Zo is het ook voor die ander. Het kwetsbare hart blijft zo beschermt, de ander hoeft niet meer over zichzelf na te denken. Dat kan dat hart van het kind ook niet. Dat hart is bang en weerloos, diep verborgen onder de verbale woordenstroom van het zelf gemaakte monster. De ander oogst, wat deze heeft gezaaid, door het eigen wantrouwen: zelf verkiezen om te verdwijnen, en dus isolement, en het likken van eigen gemaakte wonden. En jij bent plotsklaps in een werkelijkheid beland, die anderen ‘bizar’ noemen, ‘ondermaats en beneden alle peil’ of milder: ‘tragisch’… maar die ander zal dit nooit zo zien. 

Ik genoot van de Indian Summer, in mijn stad aan de rivier. Zoals deze boom, nu in volle pracht, zometeen weer kaal is, zoals de rivier blijft stromen, zoals alles voortdurend aan verandering en beweging onderhevig is; zo is het leven. Het mooie gerechtje dient gesavoureerd te worden, om ervan te genieten en te verdwijnen in je maag: wég. Je wilt een kwetsbare ziel geen pijn doen, maar het gebeurt tot je spijt wél. Omdat je geen toeschouwer kunt blijven, dat leidt tot stilstand en bederf; je bent op zoek naar groei.

dinsdag 4 oktober 2022

Biddende en werkende gemeenschap


Er zijn zoveel jaren geweest, dat het vandaag een feestdag was voor mij: de dag van Franciscus van Assisi, ook wel Werelddierendag, door hem. In de kloosters was er uitgebreide koffie en extra lekker eten met een wijntje, na de eucharistie-viering.  De warme maaltijd is overdag, dus de rest van de middag sudderde je wat na. ‘Heimwee’…het woord viel ook met W. die net als ik, maar ik deed dat jaren eerder,  een balans ervaarde tussen dingen die je deed in de ‘gewone wereld’ en al jouw activiteiten in het klooster. Dat was voor de Coronatijd. Zó waren de grondvesten van je leven. Maar tijdens Corona was je er niet welkom en dan verandert er ineens van alles en moet je het alleen zien te rooien. 
Heimwee naar een werkende en biddende gemeenschap. Heimwee naar de kapel bij de Clarissen, waar ik in het midden mijn takken, stenen en bloemen legde voor de meditatie. Heimwee naar de tuin van de Kapucijnen, waar ik de hele dag in de weer was met een mestvork en een kruiwagen, afgewisseld met het koorgebed…Het was ook fijn om met mensen te zijn die ooit in hun leven besloten hebben om ‘God’, ik zeg liever ‘Het Geheim van het Leven’, elke dag een paar keer geboren te laten worden. Ik denk aan Janus, de tuinman, die mij dahlia’s leerde snoeien, om de allergrootste, stralende, grote bloemen te maken. ‘Jij moet het ooit doen’, zei hij. Later schudde hij treurig zijn hoofd, toen oude  bomen en hoge struiken gekapt werden, ten bate van een moestuin. 

Heimwee is het verlangen om thuis te komen. En uiteindelijk is het verlangen zelf, de grond  ervan, ook een soort van geheim. Waar komt het vandaan? Waar wil je  heen?… Soms bén je er, konkreet en aards. Soms is het een horizon die telkens wijkt, zoals Leonard Cohen dat bezingt.


En toen ging hij dood en hij wist niet waar dat heenging, en nu is er een Tribute; Here It Is, met liedjes van hem, gezongen door andere artiesten, waaronder Norah Jones. Zij kwam bij mij binnen, vanuit haar huis in de Coronatijd, zonder glamour, zo kom je toch veel échter iemand tegen. Haar interpretatie van dit liedje maakt het wat gewoner en minder zwaar, dan als Cohen het zelf had gezongen. De geschilderde animatie, waar beide in elkaar overgaan, in een wisselend landschap, vanuit de slang die leven geeft; ergens is dit lied een gebed. Aan ons zelf, aan wie we verlangen te zijn. Ergens, ooit, zomaar.


maandag 3 oktober 2022

Het Warmtefort. Sjakie & Matilda. Kate Bush

Deze afbeelding hing in mijn tienerjaren en eerste studententijd, voordat ik het ouderlijk huis verliet, aan het hoofdeinde van mijn matras op de grond. Het toont een bovenwereld en een onderwereld. Er hoort een versje bij, dat ik nog in mijn kindertijd maakte: ‘Zeg paardenbloem, hoe kom je daar?/ Tussen de tegels van het trottoir?/ Hoe kun je, vergroeit met het grijze beton,/toch nog reiken naar de zon?/ Groei toch tussen het gras en de bijen / en de vlinders die met elkander vrijen… De paardenbloem was een boterbloem geworden, en misschien was er een expansie van het bewustzijn, dat alles een leefomgeving heeft.

Het was mijn absolute lievelingsboek op de lagere school, ook nog voorgelezen in de klas, door mijn aandringen bij de juf, waar ik haar lievelingetje was. Sjakie was mijn held met zijn donkere, grote ogen. Hij kwam uit een warm, maar arm nest. Met zijn opa gaat hij de onderwereld in naar de grote chocoladefabriek en de tovenaar die alle zoete dromen waar maakt. Op het einde verhuist zijn hele familie mee naar de chocolade-wereld.
Het boek Matilda had Roald Dahl toen nog niet geschreven. Hier zie je een bijna omgekeerde gang. Matilda heeft een gigantische binnenwereld, gevoed door de boeken die ze leest. Ze heeft verschrikkelijke ouders en een rotbroertje. Alles wat warm en menselijk is, vindt ze bij haar juf op school, die opent haar naar de buitenwereld en bij haar gaat ze tenslotte wonen.

Een prachtige portretfoto van Rineke Dijkstra op hens website. In het Warmtefort brengt Marieke Lucas een ode aan hens schooltijd: de juffen die hen lieten wonen in een fort van warmte. ‘Matilda’ was hens lievelingsboek. Bijzonder is, dat de oude lagere school nu een plek is waar veel vleermuissoorten leven en beschermt worden. De vleermuis: Het dier bij uitstek dat met donker en licht wordt geassocieerd, verborgen blijven en tevoorschijn komen in de duisternis, haar vleugels spreidt van de onderwereld naar de bovenwereld. En wellicht ‘goede werken’ doet, zoals Batman.

Marieke Lucas vertelt in hetzelfde boekje dat ze ook helemaal idolaat was van Kate Bush, die in een vleermuizenpak kronkelt over de vloer. Dit komt uit 1979 en mij valt nu de vrijmoedigheid en de fysieke uitstraling op, terwijl ze tegelijk zingt. Het is met simpele middelen zoveel vleselijker, echter, directer 
en intenser, dan het effect van alle toeters en bellen; licht, video, gemixte geluiden enzovoort, waarmee artiesten zich nu omhullen.

En dan is er ook nog dit prachtige, beeldende ‘Breathing’: Adem in en uit;  van de binnenwereld naar de buitenwereld, van de onderwereld naar de bovenwereld. Elk moment opnieuw worden geboren.
 

zaterdag 1 oktober 2022

Eikeltjes harken. Funeral March



In plaats van onkruid wieden en de tuin besproeien op de boerderie in Kranenburg, ben ik nu eikeltjes aan het harken. Het brengt mij terug naar die twee jaar dat ik twee dagen in de week eikeltjes en bladeren harkte in de speeltuin in het bos. Altijd betrapte ik mezelf erop, dat ik hardop ging neuriën. Dáár is mijn liefde voor het bos ingedaald, almaar harkend, deze handelingen hebben mij gebracht naar mijn boshuisje. Het voelt aan als een intense tevredenheid, met verwondering: Het is niet altijd zo, dat wat je bewust doet of inzet je verder helpt in het leven, integendeel. Ik was verplicht dit te doen en het bracht mij een nieuw, andersoortig leven.


Hier klinkt de Funeral March van Chopin, vertolkt door Khatia Bunistishvilli. Ik kwam erop door lezing in het dikke boek van Anjet Daanje; ‘Het Lied van Ooievaar en Dromedaris’, waar veel wordt piano gespeeld door verschillende vrouwen die soms spiegelend en gelijkend op elkaar, meer dan twee eeuwen dit boek bevolken. Wát een boek…meer dan 650 pagina’s en ik moet het binnen een beperkte tijd uitlezen.  De titel is deels nu nog raadselachtig, maar ‘de dromedaris’ staat voor de fantasie, de verbeelding, dat wat er ook is, maar niet in het echte leven. De Funeral March wordt door iemand ingeoefend, zij is een vluchteling in Frankrijk in de eerste Wereldoorlog, weg van de frontlinie bij de rivier de Marne. Zij verlangt naar huis, maar kan niet terugkeren. Herhaalde malen heb ik dit beluisterd…dat oorlog op zoveel fronten steeds maar weer voor die gang zorgt: je moet gaan begraven, afscheid nemen, bevangen door altijd durend heimwee, terwijl de hoop op terugkeer, herstel en verzoening blijft ruizen door je bloed.