zondag 13 september 2026

Dierbaar Park de Hoge Veluwe



Ik fietste door de poort, bij de ingang van Park de Hoge Veluwe, de kaartjesverkoper had me een prettige avond gewenst en ik was plotseling geëmotioneerd, tot mijn eigen verrassing. Waarom? Er was een gevoel van een lange weg te zijn gegaan en nu helemaal thuis komen. 
In New York verbaasde ik mij regelmatig dat ik mij er zó thuis voel en eigenlijk alles leuk vind om te zien en mee te maken. Ik dacht dan aan de uitspraak van A; ‘jij bent verliefd op New York’ en dacht dan erbij: zo is het en het wordt liefde en net zoals in het begin van een relatie ben je nieuwsgierig naar alles van die ander en vindt je alles leuk.


Park De Hoge Veluwe is een oude, oude relatie; ik heb er als kind gespeeld in haar zandverstuivingen, geklommen in vliegdennen, herten getekend bij een ondergaande zon en daarmee een tweede prijs winnen, achterop in het het kinderstoeltje op de fiets ‘Hansje Pansje Kevertje’ gezongen met  Broer. 


Ik zie Moeder voor mij, de allerlaatste keer dat zij er was, in de riksja aangedreven door Zus, ze tuurde over de vlakte.
En nu was ik daar, op weg naar Otterloo, om een pakket van ToGoodToGo op te halen; de Hoge Veluwe als doorgangsgebied en achtertuin, nu.

 
In New York speculeer ik weleens of ik een andersoortig persoon was geweest, als ik er geboren was, nu realiseerde ik me ineens dat ik dan nooit dit Park gekend had en hoe dierbaar het me is. Misschien veroorzaakte dat die emotie bij de ingang, alsof mijn lichaam mee herinnert: Ooit was ik een kind in de auto en hield ik, een beetje gespannen, mijn broertjes in toom om onder te duiken onder het autoraampje, omdat het abonnement voor een gezin met twee kinderen was, nu ben ik een oud mens op een elektrische fiets, die relaxed, de jongen in het hokje ook een fijne avond terug wenst.
En ook dit kan alleen hier, want in NY is overal licht; in het donker zitten, met één lamp.