woensdag 29 februari 2012

Up in the air

Gewandeld in de mistige bossen en langs de Berkel in de Achterhoek. Wat maakt het toch uit, waar je bent als het zo'n grijs weer is! In het Achterhoekse landschap bewaard die mist als het ware een geheim, thuis de verkeersweg overstekend met de mensen verscholen in hun auto's en in de kragen van hun jas, hoop je alleen maar dat de zon snel zal doorbreken.

Wat is echt en wat niet? Beide bestaan: die bossen zijn er ook nu nog steeds en de Berkel gaat in bochten ook nu stil en spiegelend haar weg. Dat verkeer en al die mensjes ploegden gisteren ook voort. Beide bestaan afzonderlijk naast elkaar, beide botsen pas als je wilt dat het ene en het andere in elkaar over gaan lopen.

Ik zag de film Up in the air. De immer aantrekkelijke George Clooney speelt een man die het grootste deel van zijn leven, leeft in de lucht: Hij vliegt de wereld door om mensen in bedrijven op een vriendelijke, doch besliste wijze te ontslaan. Dat is zijn werk: het slecht-nieuws-geprek en af en toe lezingen geven. Thema: je hebt een rugzak vol materieele zooi en vol mensen,familie, vrienden en kenissen e.d: gooi het allemaal weg, laat het los, leven is bewegen en bewegen doe je het beste zonder ballast.

Totdat hij verliefd wordt op een vrouw die hij ontmoet in een café op een luchthaven. Ze lijken uit hetzelfde hout gesneden. Ze ontmoeten elkaar in hotelkamers op vliegvelden tussen twee vluchten door. Ze gaat mee als vriendin naar het huwelijk van zijn zuster. Midden in een rugzak-lezing rent hij weg, neemt het vliegtuig naar Chicago, belt bij haar aan. Ze blijkt kinderen en een man te hebben. Ze zegt: Dit is mijn echte leven, jij bent de droom, het tussendoortje, wij bestaan in de lucht. Wij waren daarin toch dezelfde? Mail me wanneer je weer kunt. Of hij dit leven kan voortzetten, dat vertelt de film niet meer.

Dat up in the air zijn kan een metafoor zijn voor: Het Klooster. Daar leeft een groep zusters; ze hebben 'de wereld verlaten', zoals dat heet in religieus jargon, ze zijn niet meer van de wereld, al leven ze nog in de wereld, in een klooster. Waar met regelmaat anderen even in binnen komen. Het is ook een metafoor voor de virtuele werkelijkheid. Daarin kunnen we levens delen, zonder aanwezig te zijn in het werkelijke leven van die ander.

Up in the air is een plek waar ik me letterlijk ook altijd thuis voel. Op luchthavens, onderweg, heerlijk vind ik dat. Ik zou bijna het soort leven als Clooney willen kunnen leiden en in de metaforen ervan leid ik het welhaast ook. Net nooit thuis. Het klooster is voor mij geen plek om me te nestelen. Ik voel mij thuis in mijn eigen blog, maar het is een virtuele werkelijkheid, aanwezig op de schermen van computers die niet in mijn eigen huis staan. Het vertegenwoordigt en vertelt over vitale delen in mijn leven, maar een ieder die het leest, die volgt het in letters en taal, ik leef mijn leven alleen.

Zo is het: er is een wereld van een stille spiegelende stroom en geheimzinnige bossen. Er is wereld van drukte en mensen en dingetjes-doen. Soms zou ik willen dat ze een vrolijke lappendeken vormden en alles lekker door elkaar heen liep. Maar wellicht schend ik daarmee de wetten zoals ze nu eenmaal zijn. Up in the air: Lucht die ruimte is en geen gebakken lucht: dat heeft met een eigen instelling te maken: zó leven dat je je uitgenodigd voelt, dat je het telkens weer ervaart als een uitnodiging.

maandag 27 februari 2012

Sway!

Het wordt weer lente-achtig... ik heb de eerste katjes zien glanzen en van een struik in de berm een paar takjes afgesneden. Tegelijk blijft het ook wat grauwig... nationale rouwgevoelens omdat Friso in slaap blijft. Als het koningshuis een soort van referentiepunt is voor samenbinding, identificatie, spiegeling, dan begrijp ik al die journalisten wel bij het ziekenhuis en de hype die het welhaast was op de tv, naar ik heb vernomen. Nederland heeft nu een prins die wellicht nooit meer wakker wordt... Zal het de Nederlandse identiteit mee gaan bepalen? Worden we er wat zachter van, minder arrogant en oordelend?

Een heerlijk weekend-boek gelezen: Hartstochtjes van Kees van Kooten. Twintig passies van hem komen voorbij, zo aanstekelijk geschreven en verluchtigd met foto's, reproducties e.d. dat je je afvraagt of het ook niet al eerder hartstochtjes van jezelf waren. Over de tekenaar Sempé, die met weinig lijntjes, propvol soms, hele verhalen vertelt, elk gezichtje met een eigenheidje. Over Frans Masareel en legpuzzels. Over nu vage reclame-schilderingen op oude muren op zijkanten van huizen in Frankrijk. Ik kreeg herinneringen van schilderingen op muren in Togo, Benin en Niger, oude koloniën van Frankrijk, waar zwarte vrouwen 's ochtends met stokbroden op straat lopen.

Tegelijk is de veertigdagentijd weer begonnen. In het Clarissenklooster zijn er op de zaterdagavonden vigilie-vieringen rondom de zeven werken van de barmhartigheid en ik dans weer mee, en verblijf er in de stilte. Altijd dat ijkpunt om terug te keren, mijn welhaast vaste plaats in de kapel... En de dag ervoor is de elfde meditatiecyclus begonnen. Er was een groep uit Friesland op bezoek en een dame naast me aan tafel vroeg of ik Nederlands kon praten! Alsof ze voor het eerst een buitenlands uiterlijk zag. 'Ze is hier zeker kind aan huis?' vroeg ze aan zuster M. schuin tegenover haar. Ja, zo kun je dat wel zeggen, ja, en ze doet mee aan de meditatie. En de leesgroepen niet te vergeten, mompelde de zuster naast haar erachteraan. RAAR, om zo genegeerd te worden, je een beetje als een buitenaards wezen behandeld te voelen.

Ik las nog een ander boek: Voor altijd van Susanna Tamaro. Een man heeft zich teruggetrokken in een eenvoudig huis in de bergen in de natuur en hij blikt terug op zijn leven tot nu toe: Hij heeft zijn vrouw en zoontje verloren bij een auto ongeluk. Was het zelfmoord?, gonsde er in zijn omgeving. Hij weegt de voorbije relatie, hij weegt zijn leven, hij ziet hoe hij langzaam ontwaakt is naar een leven dat waarachtiger is dan daarvoor. Omdat het liefdevoller is. Het gaat over pijn, onmacht, verdriet, vergeefsheid en de kracht om daar toch uit op te rijzen. Mooi boek.

Tot slot zag ik de dansfilm: Shall we dance met Richard Gere en Jennifer Lopez als dansjuffrouw en Susan Sharandon als zijn vrouw. Over mensen die door te dansen allemaal een soort doorgang maken van een soortement van grauwheid naar het lente-katjes-gevoel. Het liedje Sway, uitgevoerd door de zeer aantrekkelijke damesgroep The Pussycat Dolls uit Los Angeles, geeft dat verlangen goed weer: je wilt door, een doorgang maken, leven in verbondenheid: Sway!

vrijdag 24 februari 2012

Verschijningsvorm: boek

Het heeft de vorm van een boek, maar het is eigenlijk een veredelde en vergeelde kaartenbak die je in handen krijgt. De inhoud ervan. Dit is dus een boek dat nooit door een e-boek vervangen kan worden. Je hebt het papier nodig, de dikte van de bladzijden, die zo dik zijn als kaartjes zelf, want je krijgt zelf de keuze om de kaarten uit het boek te halen, ze zijn netjes aan alle kanten geperforeerd.

Het gaat over het 'boek': Het orgineel van Laura uit het nalatenschap van Vladimir Nabokov. Ik formuleer dit met opzet zo, want zijn zoon Dimitri heeft na zeer lang wikken en wegen uiteindelijk besloten om het in deze vorm het daglicht te laten zien. Je ziet dus de oorspronkelijke vorm van de kaartjes die Nabokov zelf zo geschreven heeft, met potlood en je krijgt ze in handen in de volgorde waarin Dimitri ze ook gevonden heeft. Daarom mag je ze zelf eruit halen en zelf schudden, want niemand weet of de volgorde welhaast toevallig is, horend bij de stemming van Nabokov van die dag.

Het 'verhaal 'dat je leest is dus helemaal niet coherent. Maar het gaf mij wel de bijzondere sensatie om weer in de woorden van Nabokov meegezogen te worden. Het lijkt wel of hij de woorden zelf één voor één aaneenrijgt, gekozen op alliteratie en klank en kleur en dat daarna pas de betekenis ervan een rol gaat spelen. Woorden zijn dan geen vanzelfsprekende instrumenten om van alles de wereld in te braken: elk woord telt en leeft omdat het aan weerzijden door andere woorden tot leven wordt gewekt. Proza als poezie.

Hoe ziet zo'n zin op een kaartje er dan uit? Hierbij eén van de kaartjes die half beschreven is en de inhoud ervan zou ook heel ergens anders in het 'boek' tot haar recht komen: She saw their travels in terms of adverts and a long talcum-white beach with the tropical breeze tossing the palms and her hair, he saw it in terms of forbidden foods, frittered away time, and ghastly expenses.

Let op de tinkelende t's in haar beleving en op de harde f's in de zijne! Hoe de klankkleur van ghastly expenses alles laat leeglopen en futloos maakt, terwijl de t's bij haar toverachtig twinkelen en iets zeers to-the-point's hebben. Haar wereld is concreet en ruim, die van hem vol onvoltooide restricties. Alleen deze ene zin maakt het lezen van dit 'boek' de moeite waard.

Mooi is ook de reden die Dimitri geeft om het uiteindelijk toch uit te geven: het heeft zó lang in zijn eigen hoofd rondgedwaald, het heeft 'al zo lang de gonzende tijd overleeft', dat zijn vader om die reden vast geen bezwaar zou hebben tegen deze uitgave. Ik zou willen dat er meer van dergelijke verschijningsvormen van boeken zouden komen. Je kijkt mee in het laboratorium van een brein aan het werk.

donderdag 23 februari 2012

Onbekende bossen

Mijn receptenschrift met het stoffen bandje scheurde uit elkaar, alles viel op de grond. Ach..zo'n schrift, ooit in het begin van de studententijd aangelegd, vol plaksels, recepten in handschriften van anderen, losse briefjes erin gestoken. Daar dondert meer dan dertig jaar eetcultuur uit elkaar.

Er viel ook iets heel anders uit: drie gedichten van Robert Frost. Hoe zijn die daarin gekomen? Wat doen ze daar? Men weet het niet meer, wat het nut daarvan was, behalve om ze nu met mijn huidige ik weer over te lezen. Lang geleden moeten ze erin verdwaald zijn, te zien aan mijn handschrift waarmee ze geschreven zijn.

Stopping by woods on a snowy evening

Whose woods these are I think I know
His house is in the village, though ;
He will not see me stopping here
To watch his woods fill up with snow.

Wat een raadselachtig begin! Je bent in het bos en je denkt dat je weet van wie de bossen zijn, wie de eigenaar is. Maar de eigenaar woont er niet, die heeft een huis in het dorp. Hij weet van niks, dat jij er stopt en dat jij ziet dat zijn bos overdekt wordt met sneeuw. Ik denk hierbij aan relatiecrisis: je kijkt in het hoofd van je geliefde en je ziet andere dingen dan dat hij zelf ziet.

My little horse must think it's queer
To stop without a farmhouse near
Between the woods and frozen lake
The darkest evening of the year.

Wie is dat kleine paardje? ... Het lijkt iets van je bovenbewuste, dat wat jou rijdt, door wie je vervoerd wordt: je alledaags bewustzijn dat automatisch zijn dagelijkse gang maakt en weet wat hoort en wat niet.

He gives his harness bells a shake
To ask if there is some mistake.
The only other sound's the sweep
Of easy winds and downy flake.

Wat doe je nou? vraagt dat bewustzijn.Dit is wellicht een relatiecrisis met jezelf. Er hoeft helemaal geen ander in het spel te zijn. Je kijkt in je eigen donkere brein, er valt sneeuw, je wilt in die bossen blijven, daar is de plek waar je wonen wil, maar het mag niet van je andere ik, van die mag je niet blijven, je moet verder en verder...Je mag niet blijven in de witte stilte van de bossen.

The woods are lovely, dark and deep
but I have promises to keep,
And miles to go before I sleep,
And miles to go before I sleep.

Wat een rusteloosheid! Hoe deed ik dat vroeger? Las ik dan dat gedicht en ging ik daarna dan op zoek naar een lekker troostrecept? Mijn huidige ik woont wel vaker in de bossen, misschien wel meer dan wat ze bij haar bovenbewuste vindt, dat goed voor haar is.

woensdag 22 februari 2012

Liefde? Verboden!

In het thermaalbad in Arcen moet ik elke keer weer lachen om de ronde verbodsbordjes die er hangen. Je ziet een meisje en een jongen met de gezichten naar elkaar en daar een rode streep door. Wat is de boodschap? De gezichten lachen ook nog eens. Verboden te lachen. Nee, dat zal het niet wezen. Verboden elkaar aan te kijken. Komt vast al dichterbij. Verboden te zoenen, concludeerde ik.

Hoe bont heeft men het daar gemaakt ,al dobberend in dat heerlijk warme water, dat men daar bordjes voor heeft gemaakt? In mijn fantasie zie ik omstrengelingen, hijgerige lichamen die kronkelen, ware orgieën, onder water voor. Verboden te vrijen, moet de heldere boodschap dus zijn. Geheel seksespecefiek opgesteld. Twee meisjes of twee jongens, die mogen elkaar dus wel aankijken en al die dingen doen, die niet op het bordje staan, maar waar het eigenlijk om gaat.

Toch sneu, zo'n bordje. Dan ben je in ontspannen en relax sferen, en dan mag je je alleen maar laten maseren door de waterstralen en liggen in de bubbelbaden. Als ik daar met zijn tweeën was, dan zou ik het lot wel willen tarten. Lekker dicht tegen of op elkaar liggen bubbelen en als de badmeester dan komt, verbaasd kijken en zeggen: maar we kijken elkaar toch helemaal niet aan!

Maar nu komt het gekke: gisteren was ik er terwijl de avond al gevallen was. Het buitenbad is verlicht, lichtblauwig schijnt het water, en de bordjes zijn helemaal niet te zien, nu. Die hebben zich in het donker terug getrokken. En daar dobberden ze, in elkaars schoot, de silhouetten van twee mensen die naar elkaar kijken. Vanaf de kant kun je dat met alle stoom ook al niet ontwaren. Lekker puh. De liefde laat zich mooi niet controleren, die gaat haar eigen wegen. Ik dreef rond en keek de donkere hemel in waar hier en daar een ster flikkerde. Ook een vorm van liefde zullen we maar zeggen. En tot nu toe altijd toegestaan.

dinsdag 21 februari 2012

Maar wat doen

Zusje kwam binnen, zag mijn eerste schilderij aan de muur hangen en begon meteen met associaties van Saturnus, die de rode planeet is, over André Kuipers, die in de ruimte zweefde, ze vond het wat vervreemdends hebben. Grappig, want die associatie had ik zelf helemaal nooit gemaakt. Je blijft wel kijken, zei ze.

De boekenclub kwam binnen: 'Dat schilderij... wie heeft dat gemaakt?'
'Ikke dus', zei ik, 'mijn eerste!'
'Intrigerend', kwam er als uit één mond.
'Wat stelt het voor?'
'Ja, dat weet ik niet hoor, ik doe maar wat.'
'Dus je bent zomaar begonnen en dan komt er dat uit?'
'Ja. zo ongeveer.'
Ik geloof dat ik maar kunstenares word.

Het is mijn algemene methode, kan ik ondertussen wel stellen. Als ik een driegangenmaaltijd kook, zoals voor de boekenclub: Soep? In de koelkast zijn nog veel wortelen, ik kom een recept tegen met verse gember daarbij en een bosje verse tijm die je erbij laat trekken, denk: lijkt me geinig om uit te proberen, soep klaar, maar wel heftig van smaak. Oké, hoofdgerecht, moet dus mild van smaak zijn: ik denk aan zacht, een accent van pittig, zoet, ook iets fris erbij, denk daarbij letterlijk aan een palet, zoals bij schilderen, meng wat en combineer: Verrukkelijk, zei een boekenclubster.

Bij voorbereidingen op de meditatie en de leesgroepen: ik lees wat, ik denk wat, ik blader wat in andere boeken, werk ondertussen een beetje in de tuin, maak een wandelingetje, ga zitten en schrijf in één ruk wat het worden zal. Kom daar ook nooit op terug, verbeter hoogstens een woordje of een detail. Zo gaat het ook met deze blogjes: vaak begin ik, en weet ik helemaal niet wat ik schrijven zal. Soms verbaas ik mezelf als ik weer op de 'bericht publiceren'-knop druk.

Nou ja, zo leef ik ook mijn leventje. Ik doe maar wat. Ik kan het ondertussen ook als luxe en een kans ervaren dat ik niet de verantwoordelijk heb tot het opvoeden van kinderen, want dan kun je niet veel met het motto: Maar wat doen.

zondag 19 februari 2012

Enterprise

Ik weet ook niet waarom ik er toch bij wil zijn: de carnavalsoptocht in Knotsenburg, zoals mijn stad deze dagen heet. Morgen ga ik traditiegetrouw naar Rosenmontag. 'Ja, ga maar hoor', zeiden ze in mijn wijkcentrum. En dus is er geen open inloop op de maandag omdat 'Mirjam naar Rosenmontag gaat'. Veel plezier zeiden ze bij het afscheid, waar tot slot de muziek keihard aan gezet werd en we met zijn allen een polonaise dansten.

Die denken misschien dat ik lallend en bierdrinkend me door de straten begeef. 'Ben je getrouwd?' 'Nee.' 'Wil je een vrouw of een man?' 'Maakt me niet uit.' 'Ja, dat kan ook, ze zegt dat het haar niet uitmaakt', hoor ik de een tegen de ander zeggen. Ik voel me juist heel stil, terwijl ik in het zonnetje, na een hagelbui, wacht tot de optocht zal beginnen. Eén non, in de bus. Een Capucijnse pater. Dat is de oogst aan religieuze verkleedpartij om me heen, ik hou er een zwak voor.

Het duurde me te lang, dus ik liep de optocht tegemoet. Het is toch vooral een poging tot...tot wat? Feestvreugde, temperament, dynamiek. Gisteren zag ik heel oude afleveringen van de eerste Star Trek crew. Een beetje bijgekleurd met de huidige technieken. De felle kleuren van het Carnaval in de kleding van de buitenaardse wezens, op de drukknopjes van de nu al geheel verouderde techniek. Het decor van een buitenaardse planeet, als het interieur van een carnavalswagen. Wat takken, wat neprotsen, harige monsters van teddyberenbont. Maar de verhalen bevatten allemaal een gedachtegang, een doordenkertje.

Dat was er mis met de optocht vandaag in Knotsenburg. Het thema was 'Grenzeloos Knotsenburg'. Ik heb maar één wagen gezien die iets met dat thema gedaan heeft. Niemand die zich er verder wat van aangetrokken heeft, niemand op zoek naar Diepgang, want hoe druk en kleurig het Carnaval ook mag wezen: van oudsher is zo'n optocht ook een vrolijke wijze waarop het kleine en grote leed verwerkt werd. Dat zoek ik er dus...

Grenzeloos: het was een mooi thema. Space the final frontier...to boldly go where no man has been... Zo begint elke aflevering waarin de grenzen van het alledaagse worden opgerekt. These are the voyages of the starship Enterprise... Met mijn eigen ruimteschip onderzoek ik de ruimtes om me heen, in boeken en films en kunst, op de straat en in het klooster, overal waar ik vermoed dat er een grens doorbroken kan worden. De ontdekking van nieuwe ruimte: dat is mijn Enterprise.