woensdag 31 augustus 2016

Borsten en boerkini

In Venetië, op de stranden van het Lido waren ook vrouwen in boerkini's. Geen mens die ernaar om keek. Op het openbare strand, waar elke toerist met iets meer tijd, even vanuit Venetië naartoe overwipt, hoor en zie je allerlei nationaliteiten. Japanse meisjes maken  in de golven uitgebreid filmpjes en foto's van elkaar in filmsterrenposes. Velen scharrelen  in de supermarkt, op de doorgaande weg naar het strand, een maaltje bij elkaar en eten dat op het strand en blijven  totdat de luchten en de zee  roze, turquoise, glinsterend... worden: de kleuren van de schemering laten zich eigenlijk maar moeilijk beschrijven.  Al die nationaliteiten bij elkaar en niemand  die aandacht schonk aan een boerkini daartussen in.

Ik liep regelmatig van mijn  rustige strand langs het water, naar het drukkere, aldaar, om daarna een vaporetto te nemen naar Venetië. Een keer zag ik al vanaf verre een stel lopen, de rechterhelft was een donkere boerkini. Dichterbij gekomen, zie je dan dat de man lekker in zijn blote bast loopt, en ik dacht : fraai is dat: hij wel, zij niet. Maar wat evenzeer opviel, was dat zij constant aan het woord was, met drukke hand- en armbewegingen en dat hij, met de handen achter de rug aandachtig luisterde. Daarmee vervallen dan de donkere gedachten erom heen: vrouw onderdrukt, hij de baas, zij ongelukkig en dociel, hij die in alle vrijheid kan doen en laten wat hij wil.

Ik zag  ook een  vrouw met blote borsten. Grote glanzende siliconenborsten, die zij regelmatig met haar handen masseerde. Ze waren zo groot dat ik het wanstaltig vond. Uit de uithoeken gluurden verschillende mannen naar deze vrouw. Maar wie weet keken ze met dezelfde beleving als ik zelf: wat groot, wat buitenaards, wat nier normaal. Waar gaat het toch om, in die hele boerkini-discussie? Hoe eng-Europees en 'Westers'  is deze? Wie mag voor wie bepalen wat goed is en wat niet? Achter siliconenborsten schuilt een hele wereld van plastische chirurgie met eigen opvattingen wat mooi is en jong zijn een dwingende dwangbuis is. Achter een boerkini, sluiers, lange gewaden, hoofddoekjes, schuilen naaiateliers, kledingzaken, eigen modeontwerpers.

Een keer in het wijkcentrum heb ik gezien, dat onder de zwarte lange kleding van een oudere vrouw, prachtige, verfijnde, kanten, elegante jarretels scholen, met zijdezachte nylonkousen. Ze wilde zien of er een ladder in haar kous zat, en tilde zó, achterin de keuken van het wijkcentrum haar gewaden op. Ze vroeg aan haar dochter om thuis andere te halen. Die weigerde. Toen deed ze de jarretels en de nylonkousen maar uit.

maandag 29 augustus 2016

Van alles wat

 Jammer. Ik verlies de onschuld van het blog-schrijven. Het was een vrije ruimte, waar van alles komt en gaat en die ik zonder daarover te twijfelen, deelde met degenen die dit lezen. Daarin zit een soort van vertrouwen dat mensen er niet mee aan de haal gaan: het bewaren in de binnenkamer van hun hart: op zijn best. Want het lijkt me meer voorkomen, dat een blogje het brein even in en dan weer uit gaat. Dus dan is het lastig, nu iemand in mijn omgeving vol blijft houden dat ik een blog niet had mogen schrijven en daarmee zelfs schade zou kunnen berokkenen...

Maar goed, even de veren losschudden en toch terug gaan naar mijn oorspronkelijke onschuld: Ik mag hier mijmeren, twijfelen, gedachten laten gaan, verdrietig en  blij zijn. En het was gisteren weer een fijne, welbestede dag! Het was de laatste dag waar ik een goedkoop seizoentreinretour kon gebruiken. Eerlijk gezegd had ik anders gewoon thuis in de tuin doorgebracht, want ik had ook wel zin om gewoon te zitten, waar ik zit.

Nu ging ik naar Zandvoort aan Zee. Het zou nog redelijk weer worden en ik heb de Nederlandse kust nog nooit gezien met mensen in badpak en zwemmend in zee. Gezien dus, nu! Maar er waaide een koude wind. Dus na mijn lunch, windvrij achter opgestapelde ligstoelen, nee uitzinnig druk was het niet, besloot ik het B-plan  de achterwacht,uit te voeren: ik  nam ik de trein terug, naar mijn favoriete stad in Nederland, Amsterdam.

Ik liep de Dominicuskerk in, die zomeropenstelling had en men musiceerde er. Wat klinkt dat orgel er mooi en wat is het een prachtige, kleurige, goed onderhouden  kerk, veel mooier dan in mijn herinnering. En wat was het raar om daar nu te zijn, terwijl ik het afscheid van M. die daar bijna 20 jaar pastor is geweest, niet kon meemaken...


Het voelde een beetje aan, als dwalen dooe Venetië: verschillende werelden vlakbij en na elkaar. Ik ging de Nieuwe Kerk op de Dam in, die over de rijke geschiedenis van de kerk zelf ging, zag op groot beeld weer Maxima's traan bij de tango op haar bruiloft, liep daarna het Amsterdams Museum in, naar een tentoonstelling die Transmission heette: over trans en gender, persoonlijke verhalen van vroeger tot en met nu. Van benauuwd in-de-kast-zitten, depressies overwinnen, tot een vrouw die nu in een dorp leeft met haar gezin en zegt: ik blijf hun vader, ze mogen me gewoon pappie noemen, maar als ze me een jurk aangeven in een winkel met : papa, is dit iets voor je? "', dan zien ze wel dat mensen wat gek kijken, dus ze noemen me nu meestal bij de voornaam. De wc's waren gender-neutraal gemaakt. Mooi: de bonte verscheidneheid in mens-zijn.

Tot slot wat slenteren over de Uitmarkt. Luisterboeken voor maar 2,50 ingeslagen, voor de koude winterdagen, o.a van Kristien Hemmerechts, Taal zonder Mij, door haarzelf voorgelezen en Passievrucht door en van Karel Glastra van Loon. Ik zou denken dat luisterboeken duurder zijn dan papieren, zeker als ze door de schrijver zelf worden voorgelezen: Dat is toch een gigantische meerwaarde erbij? Maar zo is het niet: ze kosten anders 16,95, zei de vrouw achter de kraam.

Alles van waarde is weerloos...dichte Lucebert al. Het blog Passiebloempjes, mijn weblog, heeft voor mezelf waarde. En is bij een aanval daarop, ook weerloos.

zaterdag 27 augustus 2016

Heerlijk dagje Hoge Veluwe

Er zijn van die dagen waarvan je zeker weet dat je die nooit meer zult gaan vergeten en gisteren was het zo'n dag.Een lange, tropische, warme zonnige dag. Zusje en ik en Moeder waren weer in ons familiepark De Hoge Veluwe. We hadden leesboeken mee, om wellicht net als vroeger op de familieplek in de zon en de schaduw te gaan lezen, maar daar is het niet van gekomen.

De Familieplek bleek nu, in de volle zomer helemaal begroeid, het uitzicht beperkt door jonge scheuten berkenboompjes. Het is duidelijk niet meer de bedoeling dat dit een zit- en hangplek mag zijn.Een picknicktafel is pal voor die bosschages geplaatst. Ach, ja, na 40 jaar kan niet alles meer hetzelfde blijven.

We vonden een prachtig ander plekje, met schaduw van een vliegden en weidse uitzichten op de nog een beetje bloeiende heide en de bosrand in de verte. Ik had mijn campingstoeltje mee, moeder zat in een oud Frans gevalletje, nog met vering in de zitting, Zusje lag op een picknickkleed. We dronken koude ijsthee en kaneelbroodjes en ham-kaas-croissants die ik al heel lang meeneem als ik een gezellig dagje wegga en Zusje had lekkere kleine zoet-scherpe vierkante Chinese koekjes zo dun als twee chipjes. We babbelden en knabbelden.

Ik vroeg me al af of het de plek was, waar in de namiddag de auto's naast elkaar staan omdat dan de herten komen, gezien de flinke parkeerstrook, waar we nu zo'n 25 meter vanaf zaten. Zusje dacht van niet. Maar vroeg in de middag verscheen daar een boswachter in een auto, die vertelde gebeld te zijn door bezorgde wild-watchers. We zaten wel, daar waar de herten tevoorschijn komen, omdat daar voedsel wordt neergelegd, om de mensen tegemoet te komen.

Nou, een goede tijd om naar het restaurant te gaan en daar een portie bitterballen, 8 stuks, heel eerlijk met elkaar te verdelen.Toen ontstond het idee om te gaan fietsen. Je kunt er voor niks fietsen pakken en jaren geleden hadden we met de hele familie rondgetoerd met Vader in een zitje voor en Moeder dacht dat ze daar ook naast zat. Dat zou wel zwaar zijn, wij dachten van niet. Nu zat Moeder prinsheerlijk, bijna als een autoritje, met Zusje als hulpmotor.

Zo'n mooi warm weer.We zetten na afloop opnieuw onze stoeltjes aan de kant, ditmaal bij een zandverstuiving en genoten van het licht en wolkenspel van een zon die langzaam onder zou gaan.' 'Blijven we de hele zonsondergang?' vroeg Moeder. Tijd om weer te vertrekken, op zoek naar wild. Op onze ochtendplek waren maar twee herten, maar verderop zagen we voor het eerst in de familiegeschiedenis door de verrekijker een heel groot edelhert met groot gewei met zijn vele vrouwtjes. Dat komt dus veel voor in het dierenrijk.

Vlakbij de uitgang bij Schaarsbergen huppelden twee jong verdwaalde reeën over de weg het groen in. Op mijn foto's achteraf kan ik constateren dat op de vraag: Wat ruist daar in het struikgewas? De kiekjes antwoorden  met: Niks.

Moeder wist nog een Surinaams restaurantje in Arnhem, maar dat bleek gesloten. We reden door het opgelifte Spijkerkwartier, veel terrasjes, veel mensen op straat, grappige winkeltje en ondertussen was het al geheel donker geworden,Zou men nog wel eten uitserveren? Misschien aan de Rijnkade. Rondom de Eusebius-kerk werd het ineens een gribus-sfeertje. En toen als je geen mensen meer verwacht, was daar een kade vol alternatieve zit- en drinkgelegenheden. Maar warm eten leek toch niet waarschijnlijk, bovendien kon daar geen auto voor de deur parkeren.

De auto reed vanzelf de oude Rijnbrug over, richting Nijmegen en in de schoot van een winkel waar je spare-ribs kunt halen, voor Moeder en Zusje heel bekend, voor mij nieuw. En nu maar hopen dat die nog open is. JA. Dus we eindigden de dag in Moeders appartement met drie borden op haar tafel, de kleurpotloden en kleurboeken opzijgeschoven, en maakten onze vingers vet van het kluiven.

Mmm.... heerlijk, niet alleen het eten, zo was de hele dag!

donderdag 25 augustus 2016

Gstaad 95-98

Het kenmerk van goede literatuur is, vind ik, dat er iets onontkoombaars van uitgaat. Je pakt het boek, begint te lezen en meteen weet je dat je erbij moet zijn, tot het boek uit is. Het is knap als dit gebeurt in een werkelijkheid die voor je neus getoverd is, die je tegelijk vanaf het begin niet aangenaam vind. Er haakt iets en er schuurt iets, en toch moet je door. Het ongemakkelijke neemt je toch mee aan de hand, dus vooruit maar.

Dit was mijn leeservaring bij Gstaad 95-98 van Marek van der Jagt. Wij weten ondertussen dat het Arnon Grunberg is, maar dat was een tijd lang  nog niet bekend. Door lezing van de eerste pagina zag ik dat het mogelijk is: volkomen onbekend zijn en dan meteen in de literaire hemel terecht komen. Omdat je uit die hemel komt. Er schitteren niet al te veel sterren aan het firmament.

Ik ben tot nu toe geen fan van Grunberg. Er zit een soort onrust in zijn eigen schrijfstijl, waardoor ik maar moeilijk landen kan en het me niet lukt me werkelijk in te leven in zijn personages. Maar door Marek van der Jagt zie ik wel dat hij echt goed schrijven kan. Vooral ook, omdat ik nu wel helemaal mee kon met de hoofdfiguren en me ook in hen kon inleven. En dat terwijl het gekke mensen zijn: die moeder en haar zoon, zij een rondstelend kamermeisje, hij haar compaan tot ver in zijn volwassenheid, die altijd tussen haar benen slaapt. (Ja, dat lees je goed.)

Meer ga ik er niet over zeggen. Er wordt in een soort van omgekeerde heilsleer geloofd, waar woorden als erbarmen en verlossing veelvuldig vallen, een ander personage is geobsedeerd bezig met de vertaling van  de eerste brief aan de Corinthiërs, die over de liefde gaat. Maar dit alles gebeurd in een vreemd benauwd universum: de aars is er de as en het oerbegin en oereinde van de wereld. Gstaad is een rijke en  bloeiende wintersportplaats in Zwitserland en komt alleen voor in de laatste hoofdstukken en de verteller wisselt dan ineens van perspectief tussen 'ik' en 'hij': alsof er voor het eerst een 'ik' schuil gaat in de 'hij'.

Het is een raar boek om in een dag in de zon in de tuin te lezen. Er komen best gruwelijke dingen in voor. Misschien had ik het op een donkere winterdag toch naast mij neergelegd. En toch: je hebt tegelijk het idee dat je toch ook leest hoe de staat van de mensen vaak is; dat het bekend is en vlak bij je ligt: die  vreemde dingen die kunnen gebeuren door onmacht en onvermogen. Dan groeit het verlangen om daarboven uit te stijgen. En gelukkig:  iets in je weet dat dit deze personages niet gegeven is, maar andere exemplaren van het mensensoort weer wel. Gstaad: bekend als wintersportplaats. Maar na een koude winter moet daar ook een zomer zijn, waar in alpenweiden de alpenbloemen wild groeien.

Over dit blog

Ik had het nog niet meegemaakt: dat dit blog een eigen leven gaat leiden. In de meest letterlijke zin: los van je iets veroorzaakt wat je niet wilt. Dit blog is in feite een persoonlijke ruimte die ik deel met mensen die ik ken en niet ken. Je leest een strikt persoonlijk perspectief.  Er kunnen dingen in staan die je aanspreken of niet: de andere leest het in de eigen privéruimte, verstouwt het, herkauwt het, slikt het door, vergeet het.

Zoiets als het kroketje dat ik nou net getrakteerd krijg: lekker of niet. Ik weet dat het niet altijd zo onschuldig is. Er zijn bloggers in andere landen opgepakt voor wat zij schreven. Wanneer ik nu heel veel termen zou bezigen die met een oproep tot terreur te maken hebben, of zwaar discriminerende woorden zou uitslaan, dan kan de computer dat ook traceren en kan het blog verwijderd worden.

Maar nu. Kan iemand het me kwalijk nemen, iets te vernemen door het blog dat zij zelf niet uit mijn eigen mond gehoord heeft en dat vervolgens 'ongepast 'vinden? Naar mijn idee kan dit niet. Zo kan ik het een ander ook niet kwalijk nemen als deze iets wat ik schrijf, helemaal niks vind. Zoals een boekrecensie: dan lees je iets wat die ander eraan beleefd heeft en het is goed mogelijk dat degene dan zelfs dingen voor zich ziet, die de schrijver zo nog niet bedacht heeft.

Maar een boek is literatuur, een fictionele werkelijkheid. Terwijl dit blog wel bericht over echte dingen en mensen, soms, die zich in mijn werkelijkheid afspelen. Wanneer ik in dit blog echte foto's zou plaatsen van mensen, dan vind ik wel dat de desbetreffende zouden kunnen vragen dat niet te doen. Zo heb ik een keer een blog op verzoek van Zusje verwijderd omdat plaatjesplakster L. een plaatje had geplakt van de echte persoon, die Zusje via internet zou kunnen vinden en die dan vervolgens het blogje zou kunnen lezen.

Maar verder? Dit blog kan nooit de boodschapper of aankondiger zijn van iets,  zonder dat ik daar in het echt niet al naar gehandeld heb. Dit blog kan uit zichzelf geen werkelijkheid stichten. Het kan zijn dat de info in  het blog sneller gaat, dan de infostroom in de werkelijkheid waarin het is gebeurd... Dat is mij nu overkomen.  Dat is jammer en spijtig, maar maakt, wat ik doe: Hier een blog schrijven over dingen die mij bezig houden, niet ongepast.

woensdag 24 augustus 2016

Mooie avond

Nou zit ik op het strand aan de oever van de rivier, twee meter van mij af, en nu moet ik opstaan, een paard dat een grote dampende drol laat, een ander snuffelt nu aan mijn picknickkleed, allemaal paarden nu om me heen in het oranje avondlicht. Een plas doen, klinkt als gekletter, de hoeven als ritmisch geroffel door het rustig gekabbel van het water heen.

Roze kleurt de horizon, een luchtballon hangt daar stil in, een paardje briest, twee anderen geven elkaar kopjes. Dat ik hier ook bereik heb (zo heet dat toch?) en een blog kan typen! Vanmiddag sloot ik eerder de deuren van het wijkcentrum, er was bijna niemand, een huzarensalade kopen, een komkommer, een paprika, Hup naar het water.

Zoet water en tegen de stroom inzwemmen, dus op dezelfde plek blijven hoe erg je ook je best doet en zelfs achterwaarts gaan, terwijl je vooruit wil: wat een metafoor van sommige situaties in het leven, dacht ik , tijdens de schoolslag. Zozeer bepaalt je omgeving mee, wat je plekje onder de zon is.

De paarden zijn ondertussen naar het grazige groen vertrokken, de zon is achter de horizon. Wat een mooie avond.

maandag 22 augustus 2016

Rondzwerftuin

Aangezien het de komende dagen weer mooi weer schijnt te worden en ik dan niet te vermurwen ben om iets in de tuin te doen, behalve dan in de ligstoel en in de hangmat zitten en liggen te schommelen en te lezen, heb ik vanochtend terwijl het regenachtig was, een beginnetje gemaakt met mijn schop in de voortuin.

Dat valt dus mooi tegen. De hele grond is beworteld en een dikke wortel van de kastanjeboom wortelt heel hoog. Ooit heb ik er een ronding gemaakt met grote kiezelstenen, waar in het midden dan de tulpen en dergelijke groeiden. Die ronding was ongeveer verdwenen, maar nu kom ik de kiezelstenen overal eromheen tegen. Ook kleinere: dus ik heb het strandzeefje dat ik ooit gestrandjut heb maar tevoorschijn gehaald en nu zat ik als een kleuter de aarde te zeven.

Dit wordt dus een project dat wel enkele maanden zal gaan duren. Dat was ook de bedoeling: want in de winter groeit er toch niet veel in een moestuin. Maar ik kom  ook meteen mijn eigen luiheid tegen. Want al zwoegend en hakkend in die grond denk ik tegelijk: Waartoe toch? Het ziet er nu toch ook best aardig uit? Ik kan ook gewoon alleen maar bollen planten en wat nieuwe vaste plantjes erin zetten. Maar nee, Mirjam, spreek ik mezelf dan toe: het ging je toch om een meditatie- moestuintje? Dus doorzetten.

Maar in die voortuin, die best beschut is, ben je natuurlijk toch gewoon tegelijk ook in een straat in een nieuwbouwwijk. Niet op een boerderij en ook niet in een kloostertuin. Van M. kreeg ik twee leuke websites getipt: de ene is een Cisterziencerklooster in de bergen boven San Francisco, die vond ik te besloten met weinig vrije uitkijkruimte. De andere was op een eiland nabij Trondheim in Noorwegen.. (www.tautra.org),

Dat liet me meteen wegdromen. In Venetië vroeg een Deens architectenbureau je middels kleine schuine en rechte blokjes met verschillende openingen, elk stelde een kamer voor en was als een slakkenhuis: het geheel zou je zo overal kunnen opbouwen, om je eigen droomhuis te bouwen en dat door te mailen( www.snailhouse.ax)  Ik was er best een poosje mee bezig: het werd een compact huisje op een heuvel, voor hoog en dan schuin naar achter lager, met bossen en voor je de zee. Daar waren allemaal glaswanden en dan naar boven aan weerskanten  twee mogelijkheden om naar de hemel te kijken en achter je een besloten tuin, waar je aan twee kanten op uitkeek. Het aanzien en concept van dat Cisterciënzer-klooster op dat eiland was precies zo: gericht op de wijdse natuur met veel glaswanden en toch beschutting.
Een prachtige houten kapel met zonlicht dat door het plafond naar binnen valt en voor een uitzicht op de zee. Je kunt er vrijwilliger worden van een maand tot een jaar. Vier en een half uur werken, de rest van de dag vrij. Als ik geen baan had, dan wist ik het wel, op dit moment... Zo'n omgeving moet ik er dus bij visualiseren als ik in mijn voortuintje bezig ben... Want uiteindelijk doet de plek waar je bent er niet echt toe, het is de geest die overal vrij kan zwerven. Toch?