zondag 30 juli 2017

Weerbericht

Ik wilde net naar huis lopen van even  in de buitenlucht op internet naar vertrektijden kijken van de trein naar de stad. En toen brak er ineens noodweer los., En nu sta ik in het oude fietsenhok gedrukt tegen de achterkant en ik denk dat ik zo ook mijn laptop moet dichtklappen. Keiharde koude wind en het water op de tegels bereikt bijna mijn roze plastic clogs.

Ja, hoor, ik heb nu natte tenen. Hum, voeten. Het klettert een keiharde straal uit de regenpijp bij het schooltje.De tegelvloer van het schoolplein blijkt dus geheel niet waterpas te zijn en de grootste kuil is exact hier, rondom het fietsenhok. Als ik zo meteen hier door heen moet waden ben ik nat tot en met mijn enkels.

Volkomen verkeerd ingeschat. Na een paar heel korte regenbuitjes, waar ik naar binnen snelde om mijn koffer verder  in te pakken, om als de felle zon scheen weer even lekker in mijn ligstoel in de tuin te liggen, dacht ik dat de regen juist helemaal verdreven was.

Hier sta ik dan. Ik zou eigenlijk mijn broekspijpen moeten oprollen om door het water te waden. Maar ik kan mijn laptop nergens neerzetten. Waarom ik hier blog? Omdat ik niks anders hier kan doen. Maar het blog is van slag door het noodweer, want de lettertjes zijn ineens piepklein geworden.

En het is een grappig blogje om ooit eens over te lezen. Als ik oud ben en niet meer mobiel. Zo jóng was je dus! Toen je nog kom lopen met je laptop en niet gekluisterd zat aan een stoel Zou het zo met me gaan?  De letters worden nu zo klein, dat ik ze niet eens meer kan lezen. Ook mijn mobiel is van slag, die heeft al drie keer in zeer korte tijd geluid gemaakt, terwijl er niks op te zien is. Ik zal dit eens gaan plaatsen, als ik nog kan zien waar die knop zit. Kijken of daarna alles weer normaal is.

zaterdag 29 juli 2017

Weer thuis

Ik ben weer thuis en geniet daar dan toch ook meteen weer van. Hier ruik ik groen en de aarde en voel het park om me heen, waar vakantiestilte heerst. Lekker meteen wat snoeien en wegknippen, meteen weer een klikobak vol. De rode kool is wel iets gegroeid, maar de prei helemaal niet. En er steken wel wat aardappelplanten uit. Ik had gewoon wat oude aardappels in de grond gestopt. De roze vlijtige liesjes in de bloempotten bloeien nog vlijtig, de rode geraniums in de hangpotten zijn uit en een fuchsia die de winter heeft overleeft heeft nu bloemen.

En de mussen natuurlijk, mijn mussen!  Dat vrolijke getjilp om me heen.Ja mijn hol van een huisje, barstenvol spul, dat wel,  met een slordig tuintje en terras  is mijn eigen kleine paradijsje. Buurvrouw P. was even binnen in de tuin aan het Parijse ronde marmeren tafeltje, die beleeft dat niet zo, meende ik te zien aan subtiele lichaamstaal. Tja, hun tuin is keurig net aangeharkt, daar vind ik nu niks aan. Ze was er even omdat ze probeerde de foto´s van de Waalkade van een USB stick op deze oude laptop van Moeder te zetten.

O, wat ging alles langzaam, verzuchtte ze. En nee, het is dus niet gelukt. Er zit waarschijnlijk een bug op deze laptop. Heet dat zo?  Ik ben een internet-dummy, riep ik maar steeds. Maar het viel haar op dat ik wel aardig snel typte en wel wist hoe ik iets moest openen en sluiten. Zo is dat nu eenmaal, als je PC vooral een veredelde typemachine is. Ik begreep dat zij boven in een kamertje twee grote schermen had en dan nog van allerhande extra´s, voor films, muziek, chatten en skypen.

Ik vind het wel een charme houden dat ik een paar 100 meter moet lopen en nu op een bankje onder een boom in de buitenlucht heel even op internet zit. Een half uur, zolang als de accu het doet. De foto´s van de Waalkade zijn binnen handbereik, dat is handig, daar zijn het dan de buren voor. Ja, ze zouden er zó willen wonen, zeiden ze weer, wat een pand, het zijn wel vier appartementen daaronder, door dat grote dakterras.. Ach, wij wonen in een park, dat heeft ook wel wat, zei ik.

Strand perikelen

Wat was het vorige week toch een ideaal feestweek-weer. De hele tijd zonnig en droog en warm tot in de late avond. Deze week is knudde. Bewolkt, koude windvlagen en regen. In de erker op de Waalkade blijft het goed toeven: de brede rivier onder allerlei weersomstandigheden, de boten die voorbij tuffen en laat op de avond meren er cruise-schepen aan. Die blijven tot vroeg in de middag, je ziet mensen van dek gaan en flaneren en dan weer met zijn allen terug, voor de lunch.

Dat brengt me allemaal wel in de vakantiestemming naar een zonniger oord. Want op het lange bovendek, zo'n  schip is 13500 meter lang, las ik aan de zijkant, staan allemaal dekstoelen waar nu hoogstens drie mensen zitten met een dekentje over zich heen. Vanochtend zag ik een vrouw moedig bubbelen in een badje op het voordek en dan denk ik: mmm... over een paar dagen is er een zee en zon voor mij!

Ik heb een nieuwe bikini gekocht. Ik vind dat eigenlijk zonde van het geld: zo weinig stof, dus ik heb eeuwen gedaan met een heel oude bikini, maar die begon te lubberen. Ik wilde deze al op de gok kopen, zegt de juffrouw bij de kassa: 'Je mag het niet ruilen want het is uitverkoop, ik zou het toch even passen, het is toch slecht weer buiten'. Die redenatie snap ik helemaal: bij mooi weer is het al helemaal niks om in zo'n pashokje te moeten gaan friemelen, dan wil je buiten zijn in de zon.

Mijn nieuwe campingstoeltje is een kuipstoeltje van grijs canvas van Bocamp. Wat handig verzonnen: het bestaat deels uit opvouwbare stokken en weegt nog geen kilo. Dat biedt ook mogelijkheden om die naar het strand mee te nemen, als ik eens besluit om daar een hele dag naar toe te gaan. Andere jaren heb ik daar al over getwijfeld, maar het toenmalige stoeltje vond ik daarvoor net te groot en te zwaar.

En dan verzamel ik een aantal dwarsliggers: uit de bieb en de boekhandel in de aanbieding en van de boekenmarkt. Ik vind ze ideaal. 'Voor mij mogen alle boeken op dat formaat' zei een meneer naast me, 'e-readers is niks voor mij, ik wil papier.' Ik beaamde dat volmondig: je wilt een boek kunnen voelen en ook weten hoe dik die nog is. Die dwarsliggers kun je liggend met één hand, prima lezen. Het gekke is wel, dat ik nu, maakt niet uit, wat meeneem, wat maar een beetje lezenswaardig lijkt. Ik kocht al 1945 van Ian Burama, dat lijkt me wel echt interessant: hoe dit jaar wereldwijd beleefd is, maar vandaag neem ik ook Schot in de roos mee uit de bieb, van Jill Mansell: chicklit, heet dat genre, dit wordt mijn eerste leeservaring daarin,straks op het strand.

En ik heb geshopt in de klerenkast van Moeder. Dun katoenen jurken en lange broeken en broekrokken met hemdjes in allerlei kleuren en designs, gekocht over de hele wereld... Bij sommigen kan ik haar stem horen, waarom ze dat mooi vond... en ze passen me allemaal. Een setje blauw-wit komt veel voor op foto's van 1992 en die stop ik straks rechtstreeks in mijn koffer naar Venetië. Wel van haar geweest, maar onherkenbaar anders als ik het draag: dat vind ik wel een goed criterium: Hoe je wat oud is meeneemt en transformeert naar iets nieuws voor de toekomst.

vrijdag 28 juli 2017

Jullie hond

Gisterenavond bij schemer liep ik in de Bruuk, een heel mooi klein sfeervol natuurgebiedje vlakbij het huis van vriend T. in Horst, Groesbeek. Vier ooievaars op een hoog wielnest, maar de wilde orchideeën die bloeiden nog niet.  Een dame met een witte hond met een grijs dekje, een kruising tussen een labrador en een husky, wandelde voorbij en deze had met Mees, de hond van T. en P. . zwart en een kruising tussen een bordercollie en ook iets van een labrador, een echte klik. Ze dartelden en dansten om elkaar heen. Zwart en Wit vrolijk bijeen. Hoe oud is jullie hond? vroeg ze. 'Zijn' hond, verbeterde ik meteen, maar ze bleef maar  praten over 'jullie hond', ook na een tweede poging mijnerzijds.

Zo ziet dat er dus uit, in het algemeen gemiddelde beeld: daar loopt een stel in de avondschemering, mijn favoriet moment van de dag, met hun hond. Twee vrouwen of twee mannen, daarvan duurt het een lange tijd, voordat je voor de buitenwacht samen een hond, of een tent of een huis of whatever hebt. Dat is het werkelijke moeilijke en moeizame: de onzichtbaarheid van wie je bent, dat er geen 'ziel' of 'geest' van buiten jou bevestigt en aanmoedigt.

Daarom is het wel mooi, als 'de autochtone Nederlanders ' één van hun nationale feestdagen opgeven zodat er ook een islamitische feestdag komt, na de Ramadan, waar een ieder vervolgens kan kiezen of je dan vrij wilt, of niet. In het schrijven van deze laatste zin, zit voor mij zelf al een angel: want ik wilde eerst melden: dat WIJ een van ONZE feestdagen opgeven. Maar ik ben ook maar pas sinds halverwege mijn leven een deel van dat 'wij': pas toen kreeg ik de Nederlandse nationaliteit.

Pas met de werkelijke erkenning van een nationale feestdag, ontstaat er ook werkelijke zichtbaarheid. Je maakt het daarmee tot een deel van de gezamenlijke gedeelde alledaagse werkelijkheid. Persoonlijk heb ik maar één praktisch bezwaar: die twee dagen achter elkaar vrij met Kerst, Pasen en Pinksteren geeft je wél een lang weekend. Dat raakt versnipperd, met eendaagse feestdagen her en der.

Jullie daar in Nederland hebben meerdere nationale feestdagen, die niet meer alleen geënt zijn op dat Christendom, want dat is bij jullie toch al een minderheid geworden. En jullie hebben een homo-huwelijk en bij jullie worden transgenders serieus genomen omdat ze zich kunnen laten opereren: zo wil ik graag een deel zijn van een  'jullie' . Ik hoop een keer met een vriendin een wandeling te maken en dat dan een voorbijganger meteen  praat over 'jullie hond', terwijl die alleen van haar zou zijn. 

donderdag 27 juli 2017

Kind van... als vanouds (2)

Helemaal op het einde van het lezen van alle correspondentie van mijn ouders tussen 1951-1957, kom ik een uitgeknipt vergeeld krantenartikel tegen, van 24 december 1951, uit De Maasbode. Met de titel  STUDERENDE JEUGD van INDONESIË, een niet te onderschatten kracht bij de kerstening: 'De katholieke Indonesische studenten in Nederland hebben onlangs een vereniging opgericht, de IMKI.' Dat woord ken ik wel uit mijn jeugd. Vader was medeoprichter en het artikel geeft ineens een  zeer reële context aan hun studentenleven en het vervolg daarop.

Ik kom daarbij ook een hele serie 'beeldverhaalplaatjes' tegen, op bidprentformaat, uitgegeven door de hulppriesters van de Missiën in Leuven. Allemaal Chinese afbeeldingen van scenes uit het Nieuwe Testament. Een Chinese Maria en een kindje bij bamboe-bosjes, de slapende leerlingen in Gethsemane op rotsen in de bergen, afgebeeld zoals je dat ziet op Chinese schilderijen, enzovoort. De moeite die genomen is om al die bekende verhalen uit de evangelies te verchinezen...

Dát was het idee: Indonesië was nog een jonge staat en de I.M.K.I voelde zich zeer verantwoordelijk voor de opbouw ervan. Deze studenten waren de toekomstige intellengentsia van het land, een land na het koloniale bewind op zoek naar een eigen identiteit. En het communisme en de  'mohammedanen', zo worden ze in het artikel genoemd, lonkten ook. 'In het Oosten is iemand die gestudeerd heeft een "wijs man", die spontaan beschouwd wordt als de meerdere van zijn omgeving',  aldus het artikel.

Het is alsof ik Vader hoor praten .Het woord IMKI is een jeugdwoord. En 'Admah Jaya'. Op het einde van zijn leven is hij nog geëerd door Admah Jaya, de Katholieke Universiteit van Djakarta, voor al zijn inzet. Hij gaf er lezingen, sprak er met veel studenten. In 1951, waar hij in oktober een relatie kreeg met Moeder, was hij zelf een student met idealen om zich voor Indonesië in te zetten en misschien heeft hij nog wel gedacht om dat als priester te gaan doen. Maar toen werd hij verliefd en heeft hij dat dus omgezet in ongeveer elk jaar naar Indonesië gaan, gedurende zijn hele leven.

Door Moeder kwam hij ook in een andere stroom terecht. Zij was meer een mens van het genieten: samen fietstochten maken, picknicken, naar de bioscoop, naar een museum., lekker koken, jurken die ze kocht, waarvan ze benieuwd was hoe Vader het zou vinden. Haar liefde voor hem was bijna verterend verlangend. Ja, hij hield ook van haar, ja. Maar hij ging ook op retraite en naar Rollduc en naar conferenties die telkens wat te maken hadden met de IMKI. Daar staat hij met een aktetas op het Vaticaan-plein en er zijn foto's waar ik ze beide zie dineren aan tafels met katholieke prelaten. Ze zijn bevriend met monniken uit de Trappisten-abdij van Koningshoeve en met de Fraters van Utrecht en ook met Zusterscongregraties.

Verdorie, denk ik nu: en hoezeer is die hele thematiek ook een deel van mijn leven geweest? Als enige van hun kinderen lijk ik het 'reli-gen in-katholieke-context' geërfd te hebben en  heb ik me intensief met kloosters beziggehouden, ook met de gedachten dat het ontwikkelen en het voortbestaan van dit soort plekken van belang zou zijn, maar ditmaal voor de Nederlandse samenleving. En ik ben de grootste leesgek  en heb  de meeste boeken van al hun kinderen, zoals ook de Waalkade ervan uitpuilde.

Ik voel hun genen deze week woest in mij stromen... Tijd om me maar met mijn vakantie naar Venetie bezig te gaan houden, al is dat ook al een bekend ouder-thema: reizen plannen en voorbereiden. Met Moeder vroeger een koffer vol detectives verzamelen voor op het strand. Enfin.

Ik heb een nieuw stoeltje besteld voor bij de tent en op de markt mooie gebloemde stoffen gekocht, als strandlaken. Dat is lichter en compacter dan een grote strand-badhanddoek meesjouwen.  Want als vanouds zal ik op één dag zowel Venetië ingaan en daarna op het strand eindigen. Of omgekeerd.

dinsdag 25 juli 2017

Ondertussen

'Wat is jouw stem duur', zo begint Moeder één van haar brieven. Het telefoongesprekje kostte 2 gulden 40 en dat is even duur als wanneer ze een retourtje had genomen van Utrecht naar Leiden, rekent ze uit. Maar tijd is ook geld, zegt ze dan, waarmee ze bedoelde dat ze nu tijd hadden gewonnen door elkaar niet te zien: nu konden ze goed gaan studeren. Ook zegt ze ergens wat blij ze is met de techniek: dat de telefoon bestaat.

Maar ondertussen... wat zijn de tijden dan veranderd! Bijna niemand schrijft nu nog lange brieven, dat vraagt veel te veel tijd, maar zij deden dat bijna dagelijks naar elkaar. Hoeveel tijd ging daar dan niet in zitten? In deze tijd hadden ze voortdurend geskyped. Dan hadden ze als het ware bijna naast elkaar kunnen studeren, zonder in dezelfde ruimte te zijn. En natuurlijk zou het nu onzin zijn  geweest om meer dan zes jaar 'hét' niet te doen.

Maar het is ook mooi, hoe in die langzamere tijd elke gebaar en handeling de tijd krijgt om neer te dalen en te winnen aan betekenis. Ook het wachten op ... de totale vervulling, de activiteit van wachten en geduld hebben in al het verlangen dat je kunt hebben, ook sterk je bewust zijn dat je uit lichaam en ziel of geest bestaat, hoe je ook kunt ervaren hoe soms het lichaam sneller gaat dan de ziel, maar soms de ziel je toch ook de weg wijst dat iets mooi en goed is, al zou een biechtvader er niet zo blij mee zijn... Ik vond het adembenemend om erover te lezen.

Just Kids, zo heet de biografie van Patti Smith over haar vriendschap met Robbert Mapplehorpe: ik denk daar nu aan omdat het dezelfde soort intensiteit beschrijft als dat ik lees in de correspondentie van Vader en Moeder in hun beginjaren. Het ontdekken wie je bent en wie die ander is en wat je wilt, zonder daar nog wezenlijk in teleurgesteld te zijn geraakt. Ik geloof dat het eerste beeld dat ze daarover samen hadden is, dat zij terug zouden gaan naar Indonesia, Moeder als arts en Vader aan het werk voor de kerk aldaar. 'We zijn gebleven voor de kinderen', heb ik altijd gehoord.

Hoe was deze relatie van deze twee mensen in de huidige tijd  geweest? Eigenlijk denk ik dat ze dan misschien eerder al hun kruid verschoten hadden en wellicht hadden besloten om toch niet bij elkaar te blijven. Want Moeder was geheel gericht op 'binnen' en 'samen' en Vader op de wereld in reizen en sociale netwerken opbouwen. Hij hechtte aan zijn onafhankelijkheid, zij kon elke keer bijna geen afscheid van hem nemen.

Het verlangen gecombineerd met een sterke wil, het projecteren van dit verlangen in de toekomst: dat máákt deze toekomst ook. Mijn naam Miriam komt al in 1952 voor. Moeder heeft net een nieuw fototoestel gekocht, is daar héél blij mee en hoopt daarmee foto's te maken voor de eeuwigheid: 'van jou, Miriam en anderen' schrijft ze. Naar al die fotootjes heb ik nu gekeken. Ook die ze maakte met al die camera's daarna.  En hier ben ik dan 65 jaar later. Wonderlijk.

maandag 24 juli 2017

Miriam in 1953

En toen stond er nog één kartonnen doos in de kasten van Moeder en Vader en die bleek vol brieven te zitten van hun beginperiode, toen Moeder in Utrecht studeerde en Vader in Leiden. Ze schreven elkaar meerdere brieven in één week en zagen elkaar op Zondag. Soms ook door de week, maar dat was niet de bedoeling, ze spoorden elkaar aan om goed te studeren. En dan was het ergste wat er kon gebeuren, dat beide onverwacht naar de andere reisde en ze ieder bij een gesloten deur zouden komen. Het wordt geopperd door Moeder, maar is geloof ik,  nooit zo gebeurd.

Wat een passie en verlangen in die eerste twee jaar... 1952-1953. Verder ben ik ook nog niet gekomen. Ik neem aan dat het de bedoeling was van Moeder, dat haar kinderen deze brieven kunnen lezen, anders had ze die weg moeten gooien, denk ik nu. De eerste brief van Vader met zijn liefdesverklaring, die is mee gegaan haar kist in en die inhoud is geheim gebleven:  Dat was privé, zei ze, ook al heb ik één keertje in haar laatste periode geprobeerd of ze niet iets van de inhoud vrij wilde geven.

Ik wist niet dat ze zó gelovig waren: ze gingen beide soms meerdere keren in de week naar de kerk naar het Lof en de Heilige Mis, ze biechtten, baden elke zaterdag ieder een rozenhoedje en ze beleefden via de communie een eenwording met elkaar, in God: zij wilden een drie-eenheid zijn: Zij samen met God. Dat is welhaast mystiek, want wat ik ervan begrepen heb, is dat ze werkelijk hun huwelijk pas geconsumeerd hebben, zoals dat dan heet, na de kerkelijke inzegening in 1957. En dat is een voortdurend thema in hun correspondentie: dat dit zó bedoeld is.

Het is apart om het totale leven van je ouders in één week tijd, zo te overzien. Ik voel ten zeerste dat ik uit hun DNA gemaakt ben. Vaders hang om, simpel en eenvoudig te leven en Moeder die daar niet zo mee bezig was: beide herken ik als thema's in mijn eigen leven. Vader vond het zeer bijzonder en geweldig, dat ik mijn eigen studie bekostigt heb door vleeswaren te snijden in de Miro, plus de kinderbijslag, dat heeft hij me wel gezegd indertijd, maar nu ervaar ik dat dit uit zijn DNA komt.

Vader twijfelt op een moment of hij wel geschikt is voor het huwelijk en zijn ouders hebben lang gedacht dat hij priester zou worden... En toen ging ik theologie studeren, iets waarover hij na zijn pensionering nog over heeft gedacht om dit ook te gaan doen. Hij studeerde  sociologie, in feite een 'zachte' studie en hij vreesde dat hij daarmee moeder niet zou kunnen onderhouden. Ja, dat 'ouderwetse' thema was er ook, terwijl Moeder dus een 'harde' studie had, die werd arts.

Al in 1953 verschijnt mijn naam Miriam in hun correspondentie: zo zouden ze een dochtertje noemen. Met een I dus, niet Mirjam, maar Miriam. Het verhaal is dat Vader zó hotel de botel was, dat hij het verkeerd heeft opgegeven bij de burgerlijke stand. Bij de opgave van mijn middelbare school heeft hij opnieuw geprobeerd om het Miriam te laten zijn, maar dat kon niet.