maandag 29 april 2019

Alleen maar vooruit...

Daar was dan weer dat bekende thema: dat je elkaar aankijkt en je vraagt of de ander vindt dat je veel veranderd bent in veertig jaar tijd. Na eerst geconstateerd te hebben dat je zelf vind, dat je ‘ergens’ helemaal niet veranderd bent... en ‘iets’ in je dezelfde is gebleven. Het kan bijna niet waar zijn: meer dan veertig jaar... en dat zul je dus nooit meer nog met elkaar meemaken: tegen die tijd, besta je niet meer...

En dan loop je op de markt met haar dochter en mijn oppaskind en dan realiseer je je ineens: Hé,  dit is de maandag, dit was de dag dat ik jarenlang met E. en M. naar de markt ging! Hé, dat herinner ik me niet, zegt M. nu, die morgen voor een maand op stage gaat naar Athene en dan nog maar drie studiepuntjes bij elkaar moet sprokkelen, om zich dan vanaf begin juni pastoraal werker te kunnen noemen. Nee, niet van het christelijke soort, zoals ik bijna zelf geworden was, ze is eigenlijk ‘levensbeschouwelijke werker’, maar daar snapt ook geen mens wat van, wat je dan doet en bent, pastoraal werker is in sommige kringen ten minste nog bekend... En vriendin P. blijft maar zeggen, dat ze heel vaak als ze met M. praat, mij dan erdoor heen ziet...

Maar M. herinnerde zich dus geen marktdag, maar wél heel goed dat we dan boven in V&D gingen zitten, iets lekkers eten en drinken. En ik bepeinsde later:  Ja, je zat ook in een buggy, die markt was op jouw ooghoogte helemaal niet interessant, maar uit de buggy getild worden en iets uitkiezen, dan begon het leven pas! En nu zie ik voor me, hoe al wandelend en de buggy voortduwend, ze in die buggy ook alvast in slaap viel, het begin van haar middagdutje en hoe ik haar dan thuis al slapend voorzichtig in haar bedje over hevelde...

En zo wordt iedereen oud, voordat je het weet... Er is nooit een weg terug, alleen maar vooruit...

Ceija Stojka; kunst als blikopener

En gisteren bloeiden de witte kastanjes in volle, volle glorie in het Valkhofpark. Binnen een week tijd, van nog niks naar dit. Dan is het natuurlijk Vincent van Gogh, waaraan ik denk en die me al in de kindertijd voor het eerst bracht bij de verrukking van die gloeiende toortsen. En dan de drempel over naar een nieuwe levensfase: voor het eerst in een hotel met een vriendje, ik was al student, het liedje: April in Paris, just chestnutblossems...

Ik ging naar een tentoonstelling in het Valkhofmuseum: Ceija Stojka (1933-2013) - Oorlogsherinneringen van een Roma. Ik vind het bijna jammer dat de titel van de tentoonstelling eerder verwijst naar de inhoud van wat je gaat zien en naar haar etniciteit en zo afleidt dat ik allereerst overrompeld werd door het gegeven dat je meteen een echte kunstenares ontmoet, er meteen iets van het werk uitgaat dat je recht in het hart treft. Vergelijkbaar met de ervaring dat je in een grote zaal vol kunstwerken loopt, maar je oog meteen getrokken wordt naar één werk en dat is dan je ontdekking van de dag en die kunstenaar maakt dan nieuwsgierig naar meer.

Ceija Stojka is pas op 55-jarige leeftijd gaan schilderen en is autodidact,  meer dan 50 jaar dus, na wat ze schildert: eerst haar ervaringen als kind, rondtrekkend in houten pipowagens temidden van zonnebloemen, groene weiden, bossen, door de seizoenen heen. Haar kleurgebruik en penseelstreek deed me aan David Hockney denken, fris en met kracht. En daarna haar ervaringen in drie concentratiekampen. Daarvan zijn er ook veel tekeningen met zwarte inkt en viltstift. De wijze van uitbeelden in verhalende scènes, deed me weer aan Charlotte Salomon denken.

In de beschrijving staat dat je meekijkt vanuit het kindperspectief, alsof ze tijdens het maken in een kind veranderd. Ik ben het daar niet mee eens. Ik zie juist een rijpe geest, die met haar ogen als het ware als een geest vlakbij de taferelen zweeft en zo haar innerlijke beleving vorm geeft. De slachtoffers zijn als luciferhoutjes, als schimmen, de daders vaak met een detail juist scherp in beeld gebracht. De gasovens dreigend en groot als monsters over het prikkeldraad, de treinen spuwen de mensjes uit, de kraaien als donkere getuigen. Je wordt meegezogen in die nachtmerrie van een werkelijkheid, die er ineens is. Dat is wat kunst kan doen.

Ik ga zeker nog eens kijken, want ik heb maar vluchtig de teksten van haar gelezen, ze heeft ook veel geschreven. Daar was de eenvoud van de taal wel zoals die van een kind. Wat me nu bijstaat is, dat ze ergens zegt dat ze niet bang was voor al die doden om haar heen en dat die haar zelfs troost en een soort geborgenheid gaven... Het was sluitingstijd en ik zat nog midden in een film over haar. Ze smeerde heel veel verf op haar vingers en tamponneerde  daarmee het doek.  Grappig  was, dat ik haar meteen associeerde met sommige oudere vrouwen die ik in de wijkcentra ben tegengekomen en die ik ‘Nijmeegs’ zou noemen. En toen realiseerde ik me dat er in meerdere volkswijken Roma-families woonden. Is dit ook, waarom deze tentoonstelling in het Valkhofmuseum past?

Of vaart deze gewoon een nieuwe koers, weg van dat gedwongen concept dat het tentoongestelde ofwel iets met de Romeinen ofwel iets met de gebroeders van Limburg te maken moet  hebben? Ik zou dat toejuichen. Dit is het soort van verrassende tentoonstelling die je ook in de Fundatie kunt treffen. Weg van de provinciestad, met kunst als blikopener naar  de wijde wereld.

zaterdag 27 april 2019

Koningsdag, door het gat

Ik zat in de trein naar Warnsveld en ik vond het allemaal zó prachtig. Twee keer een rivier over, glimpen van de Betuwe in bloei, langzaam dat landschap met oude bomen ingaan, een paar grote rode beuken, landhuizen,  al die loofbomen in frisgroene lentekleuren, schermbloemen langs de sloten, die ienie-minie tafereeltjes: struiken, wat vee, een boerderijtje, de contouren van Zutphen aan de oever, zo gedetailleerd ook vastgelegd in een lange ets van Siemen Dijkstra.

In Zutphen regende het, met paraplu en festivalregenjasje door die oude binnenstad, klokkenspel uit de oude toren, de vlaggen die uithingen, langs de Berkel, door een parkje met een begraafplaats, het geurde naar de witte meidoorn... De molen van Warnsveld, het kerkje eventjes in, een gestileerde boom van glas aan een witte muur, kaarsjes die dreven in een schaal, hier worden de doden herdacht.

Het geroezemoes en flarden muziek van de kleedjesmarkt achter de oude huizen, zoveel rood-wit-blauwe vlaggen met oranje wimpels die uithingen, straten afgezet, de eerste twee kraampjes aan de uiteinden: twee oranje poefen te koop, voor zes euro, van die kleur wordt je toch vrolijk! , zei een oudere mevrouw, de verkoopster, ‘en helemaal op deze dag!' vulde ik aan.  De regen was ondertussen gestopt, ik hoorde iemand zeggen dat het van 13 tot 16u droog zou blijven.

Na een oranje tompoes en koffie met de vrouwengroep de Koningsmarkt op, de grootste van de Achterhoek en gezellig, was de aankondiging, en dat was zo. Die slingerde langs de mooie huizen van het dorpje, het leek erop of velen ook voor hun eigen voordeur aan de handel waren, de sfeer van een welvarend, gegoed , oud Hollands dorp.Op het terras van het grootste restaurant weer bij de kerk, viel de regen eventjes met bakken uit de hemel, maar wij zaten droog onder het zonnescherm, iedereen kroop dicht tegen elkaar, het leek even op India. En je  kreeg gewoon je drankje, zonder dat je meteen hoefde af te rekenen, hoe druk het ook was op deze Koningsdag.

Ik vond alles speciaal en bijzonder, kon niet stil blijven staan bij de Nederlandse volksliedjes die uit de boxen schalden, dacht terug aan het wijkcentrum, waar ik op de kaartavonden ook altijd achter de bar meehupste. ‘Staan wij hier met van die afgestreken gezichten en dan jij ernaast’, zei E., terwijl we elk wachten op een wrap met falafel die één voor één werden klaar gemaakt door een vriendelijk, ouder stel in het wagentje. ‘Laat me raden’ zei de vrouw tegen mij, ‘jij komt uit Peru of je bent Indiaans’.

En onderwijl is het nog steeds een gat door het bordkarton, dat ik me van India verwijderd voel... dat maakt mijn genieten hier ook wat onwerkelijk en intens. Waarom is het zo, dat in India zo’n treinreisje en Nederland in de lente zó erg een droomtafereel leek, iets uit een ver verleden? Misschien omdat ik tegelijk elke dag tegen mezelf zei: Dit is je leven, nu, maak er het mooiste van, op deze dag. Want zo was het: dat hielp om niet in stress en paniek te raken. Dát hoor ik nu het meeste terug van mensen, dat hen dat daar waarschijnlijk was overkomen. Ik ben heel blij dat mijn humeur altijd goed is gebleven.

vrijdag 26 april 2019

De verleiders, DuckDuckGo

Ik ben me een nieuwe handeling aan het aanleren op iPad: niet meer zoeken met Google, maar met DuckDuckGo. Daartoe haalde ik eerst de app op en die moet ik nu aanklikken. De zoekresultaten zijn tot nu toe erg vergelijkbaar met Google, alleen is het lettertype en de opmaak anders en daar moet ik ook aan wennen... wat ben ik toch een ongelofelijk gewoontedier!

Waarom doe ik dat? Omdat DuckDuckGo géén gegevens van je opslaat en daarmee de kans weer kleiner wordt dat de vijf grote bedrijven Amazon, Facebook, Apple, Google en Microsoft tezamen straks een internetprofiel van je hebben, waarmee je gemanipuleerd kunt worden doordat zij selectief aan jou info en sites laten zien en je zo in je eigen bubble gaat leven.

Dit leerde ik in de voorstelling van theatergezelschap De Verleiders in de voorstelling #NiksTeVerbergen die ik gisteren in de schouwburg zag. Wat een heerlijke, satirische, onthullende maar ook bij vlagen ontroerende voorstelling over ons internetgebruik en het eventuele gevaar dat wij ons brein eraan uitleveren. Weer eens bevestigd wat een geweldige acteur Pierre Bokma is, die hier een bitch van een voorzitster speelt, die op het einde door haar eigen  ‘waarheid’ zakt...

Nu hoef ik, dacht ik, niet erg bang te zijn, dat er een duidelijk internetprofiel van mijn persoontje kan ontstaan: ik doe niet aan Facebook en Microsoft. Ik googelde met mate, en heb summier eens wat bij Amazon besteld. Ik heb alleen een Apple-iPad waarop ik alles doe en ja,  dit blog is ook van Google... Dus hoe erg is het wie weet wėl!? ...  Iedereen denkt natuurlijk dat het wel mee zal vallen.

Vervolgens is de vraag hoe erg het zou zijn, dat internetprofiel van mij? Zo braaf, zo zonder enige uitspatting... Nou ja, je wilt gewoon een vrij mens zijn en niet op je vingers gekeken worden. Terwijl ik dan wel weer dit blog schrijf waarvan ik ook geen idee heb, wie het leest, en dat maakt me dan weer niks uit, ik wil het liever ook niet weten, wie het leest.  Stel dat er iemand bij is uit je eigen omgeving, waarvan je liever niét wil dat die het leest... Enfin, zo blijft een mens een vat vol tegenstrijdigheden.

woensdag 24 april 2019

Dagje Nederland

Dit was de dag van het hele jonge lichtgroene beuken en eikenblad aan de takken en twijgen in het bos. Hoe ze mild en balsemend in het windje deinden, een zachte ritseling en fluistering over de gronden van het bos, vol dor blad van de afgelopen herfst. En dan op één plek vielen er nog de oudste resten uit twee bomen: de bijna zwart-donkerbruine omhulsels waar de beukennootjes in hebben gezeten. De cyclus van het alleroudste en het jongste ontmoeten elkaar.

Het is de dag van de enkele druppels regen die uit de hemel vielen waardoor het nat naar aarde rook, en dat het toen geheel opklaarde, de hemel opentrok, de zon in een blauwe lucht ging schijnen, er steeds meer ouders en kinderen in de speeltuin verschenen, met hun zonnebrillen op, de kleurige picknickkleden, de korte broeken, de broodjes en de boekjes. 

Het is de dag van de mussenkolonie; dat ik op een stoeltje achterin de tuin kijk hoe ze laag overvliegen van bamboe, naar het dak, ze soms uit de lucht lijken te vallen, dat ze tjilpen dat het een lieve lust is. Dat er vijf tulpen rood-wit fier bloeien. Dat het steeds bewolkter werd en er weer regen is gevallen en ik opnieuw de aarde ruik, door het raam vanaf mijn bank binnen.

Het is een dag die ik nooit zo in de Tropen kan beleven, het soort dag waaraan ik in India weleens dacht en waar ik het zó moeilijk vond om dat dichtbij te halen, dat ik het weer zou gaan meemaken. Felle zon, een briesje, bewolking , de geur van groen na wat regen, al die verschillend soorten van blad die in de wind meetrillen, hoe de wind ze laat bewegen en elk topje van elk blad fier rechtop blijft staan.

En ik vond gisteren in de bieb —  'Hé, je bent terug!' zei M. achter de balie. Ik had  mijn boeken tot twee keer toe in India laten verlengen met de reden dat ik India niet uit kon. Ik wist niet of zij mijn persoon achter de mails kenden, maar het was sowieso wel al heel fijn dat aan mijn vraag meteen gehoor werd gegeven. Nu bleek dus, dat ze wel wisten wie het was - ik dus. Ik vond in de bieb dus een boek dat precies bij mijn stemming past: Leven met goden van Neil MacGregor, die van 2002 tot 2015 directeur van het Brits Museum was.

Wat een genoegen om daar nu al twee dagen in te lezen: het zit vol afbeeldingen: aan de hand van gebruiksvoorwerpen, schilderijen, beelden, etc uit het  museum en met foto’s uit alle delen van de wereld, laat hij je zien hoe mensen al 40.000 jaar hun leven  een vorm en zin geven, door elkaar allerhande verhalen van goden te vertellen en hoe zij daar relaties mee zijn aangegaan. India is er ook in aanwezig en weer besef ik hoe de godenverhalen daar overal voor het oprapen liggen. Een ander boek Dochters van Durga, waar Marnel Breure, op zoek gaat naar de godinnen van India,  liet mij dat ook zien en bevestigt mijn eigen ervaringen in India.

dinsdag 23 april 2019

Twee kanten

Ik heb niet de goede woorden voor het soort van bewustzijnstoestand waar ik me de laatste dagen in bevind. Ja, het heeft nog steeds met India te maken. En dan was er die aanslag op eerste Paasdag in kerken en hotels in Sri Lanka met 321 slachtoffers. Vanaf Mahabalipuram, 56 kilometer van de luchthaven van Chennai, is Sri Lanka het naaste buurland. Ooit was ik in Sri Lanka, alweer bijna 20 jaar geleden, en toen was het plan om naar Zuid India over te steken...

Om in het hart van het feest van Pasen, de kerk in verrijzenisstemming, het hoogtepunt van het christelijk verhaal, daar dan de doden te laten vallen... Het is  om zo duidelijk mogelijk te zeggen dat die God, jullie christelijke God, totaal machteloos is en dat geloof dus niks waard is...

En ondertussen kon ik mij dit jaar ook totaal niet verbinden met dit verhaal, terwijl ik het vele jaren intensief heb mee beleefd. Zaterdag had ik de intentie om naar de Paasliturgie volgens de Byzantijnse Slavische ritus te gaan met het Byzantijns  koor, het zou drie uur duren en ik weet zeker dat er prachtig gezongen werd. Een mooie manier om weer in dat christendom te landen, dacht ik, maar ‘iets’ in mij wilde dat niet. En toen dacht ik dat ik ook nog de hele nacht kon waken in de kerk en daarbij dacht ik, apart genoeg: ik heb de hele tijd in India al gewaakt.

Waken... wachten op... en toen dacht ik, aangezien ik toch meestal nog voor zes uur in de ochtend wakker wordt: oké dan ga ik kijken hoe het paasvuur buiten bij de kerk ontstoken wordt en het licht zingend naar binnen wordt gebracht en dat iedereen dan Morning has broken zingt van Cat Stevens... maar ‘iets’ in mij zei, dat de tijd voorbij is waarin ik mij willens en wetens aan het christelijk verhaal verbond. Met het motto: dit is de vorm van het Westen, zoveel verhalen zijn bijzonder en mooi, maar je kunt je niet met alles tegelijk verbinden, het is zoals een geliefde, die uniek en onvervangbaar wordt omdat je al jouw aandacht geeft aan die Ene.

Maar ik ben per ongeluk door een ander luik van de wereld gekropen of er in getuimeld, zoals Alice door het konijnengat in Wonderland kwam... Eenmaal dat ervaren, dan kan je niet zomaar terug naar de ‘gewone wereld’ Het is exact de metafoor zoals die in The Matrix ook is ingezet: als je eenmaal ervaren hebt wat de achterkant van het zorgvuldig gemaakte borduurwerk is, dan kun je het nooit, niet meer zien...

Ik geniet van deze schone, mooie, geordende wereld in lentetooi, maar ervaar tegelijk dat het maar één zijde is en de slordige, alle eindjes aan elkaar geknoopte, chaotische en drukke achterkant is mij net zo lief en daar voelde ik mij wellicht meer thuis dan in de steriele mensenwereld van zwijgende, in zichzelf gekeerde gezichten, die ik hier overal zie. Ik mis de intensiteit en de levendigheid van India en dat je daar zó vaak iemand recht in de ogen kijkt en je dan het gevoel hebt dat je werkelijk een ander mens hebt ontmoet.

En ondertussen kon ik deze dagen nauwelijks van zitten naar opstaan komen: mijn rechterbovenbeen aan de achterzijde deed zo’n pijn, ik voelde me een oud vrouwtje dat alleen stevig gearmd bij het paasvuur in het weiland kon komen. Zó geconcentreerd op het eigen lichaam en elke pijnlijke stap die  je zet, dat je daardoor elk gevoel van richting verliest. Het was een prachtig paasvuur, dat wel, groot, rustig en gestaag, zonder veel rook en na half twaalf kwam daar dan eindelijk een oranje grote maan op... maar dat komt door de luchtvervuiling,  zei iemand ontnuchterend.

En zo heeft elke ervaring minstens twee kanten en leef ik het leven aan twee zijden van een medaille, tegelijkertijd.

zaterdag 20 april 2019

Hier en India

Gisterenochtend ben ik vrijwillig naar  De Leemkuil gegaan. Ik had per mail in India in de eerste week al aangeboden, dat ik de afwezige uren wel wilde inhalen. Ik wist toen nog niet dat het vijf en een halve week zou gaan duren... Degene die erover gaat, heb ik nu twee keer gezien, en die zei alleen maar: ‘Goed, dat je er weer bent, wat fijn om je weer te zien... wat een verhaal zeg.’  Ik ga er uit mezelf niet over beginnen, maar bedacht vast voor te werken, kan ik haar zeggen dat ik al extra geweest ben. 

Maar eergisteren was het bijna volle maan en ik genoot in de nacht in mijn tuin van een sigaartje en een glaasje likeur. Zoveel maanlicht! Hoe kan dat nou, toen ik India verliet was het nog een liggend sikkeltje. Maar de maan staat er ongetwijfeld op elke plek in de wereld weer anders voor... Dus ik dacht, nou morgen toch maar niet gaan werken, het is ook het Paasweekend. Ik mijmerde na over The Passion, die als thema de eenzaamheid had, in Nederland...Dat het met droge ogen wordt geconstateerd, wat vervreemdend vind ik dat nu, na India...

Mijn dagritme is voor een deel nog steeds Indiaas: ik word in de ochtend rondom zes uur wakker, kan niet meer naar de zee, maar wel naar het bos en de speeltuin. Dus ik ging en genoot, ook daarna in de stad om en nabij en in het Valkhofpark. Zo’n stralende, ideale lentedag. Er trouwde een stelletje in de kapel, ze kwamen aanscheuren  in een klein wit autootje. Ik vond het net  zo bezienswaardig als de trouwpartijen in India.  Alles leek zich te centreren rondom dat autootje... De gasten stonden eromheen, terwijl het bruidspaar foto’s maakte met de Waalbrug op de achtergrond. De rituelenbegeleider, schat ik zo in, zei in het luchtledige: Nou dan ga ik nu maar... Niemand keurde haar nog een blik waardig. Alleen een oudere man zei: Dat heb je mooi gedaan, hoor!

Ik moet heel erg wennen, weer in Nederland. Wat ik het meeste mis, is de vanzelfsprekende wijze hoe God of het goddelijke overal aanwezig is. Overal afbeeldingen en kleine altaartjes, boven  elk kraampje bij de markt in Pondicherry, voor in de bus bij de chauffeur, bij het theestalletje, achter de kassa, een bureaula, bij het food center. Elk voorsteven van een vissersboot heeft afbeeldingen van goden of goeroes uit het pantheon, en ook de maan en de sikkel en het kruis waren aanwezig.... En dat de stalletjes met bloemkransen en bloemetjes zonder stelen voor de Goden, overal evenveel aanwezig zijn als groente, fruit, kleding of iets anders.

Het is niet zozeer dat  men over God praat als een object, het is eerder zo dat daarmee iets van de onderliggende intentie en verbinding met jou, een ander mens, wordt uitgedrukt. Zo onderhandelde ik bij mijn vertrek nog met de eigenaar van het guesthouse, dat ik vond dat we de prijs van de taxi  naar Chennai wel konden delen, omdat zijn dochter, zoon kleinkind hadden meegelift en we ook nog naar haar huis gingen. Dat vroeg tijd en toen zag hij iets van mijn spanning, dat ik het vliegtuig wél moest halen. En dan zegt hij: ik weet zeker dat God ervoor gaat zorgen dat je het vliegtuig haalt, je bent een goed mens, God heeft dat gezien, die wil nu dat je veilig thuiskomt.

Hoe raar is dat? En hoe mooi ook. Iets vergelijkbaars is misschien toch ook het gesprekje met P. een buurman verderop, in het gangpad. Die zei ineens uit het niks, zei hij er ook bij, dat hij dacht dat het in de Agneskerk wel goed ging, zoveel verschillende mensen. En ik vond vandaag een foldertje in de bus van de St Vincentiusvereniging, die hier een pand heeft geopend en waar hij wel enthousiast over was; een organisatie die mensen met een kleine beurs wil ondersteunen. Hij had er een uitdraai van een vacature bij gedaan: ze zoeken vrijwilligers voor hun tuin. Misschien ga ik dat wel doen. Een soort van klein India in mijn omgeving creëren.