Het heet dus dooimist, heb ik net geleerd van de weerman op het journaal, die sfeer alsof er een geestverschijning aan het einde van het pad rondwaart. Sneeuw die water wordt en dan optrekt. In een stil bos heeft het wat oers.
Een andersoortige sfeer dan het eekhoorntje dat weer even op bezoek was, wat een bewegelijkheid en snelheid.
En ik ben nu wat alert in mijn boshuisje; heb mijn zaklantaarn op een centrale plek op tafel gelegd: De elektriciteit is er vandaag al vijf keer afgegaan en s’avonds is het dan dus meteen pikdonker. Alle elektriciteit zit in één groep, heb ik begrepen. Een aardige, nieuwe jongen van 25, heette hij nu Manaku?, kwam even in de hoofdkast buiten kijken. Ja, daar was alles wel wat vochtig…maar of dat de oorzaak is?; morgen komt hij terug met F.. Die heb ik allang niet meer gezien, hij verkocht indertijd dit huisje aan mij.
Manaku vroeg uit zichzelf waar ik vandaan kwam. Hij bleek Nederlands en Moluks bloed te hebben en was afgelopen zomer met zijn moeder, tante en oma naar Indonesië gegaan. Hij vertelde mij een heel familiedrama, dat had de reis beïnvloed, en nu hoopte hij op het moment dat hij de kracht kreeg om zijn halfbroertje van negen, die bij zijn vader woonde, weer te kunnen ontmoeten. Voorlopig moest hij afstand nemen. Ik ben weer verwonderd hoe snel iemand aan mij zo’n persoonlijk verhaal vertelt, met alle emotie erbij.



