donderdag 18 december 2008

Moderniteiten

Er zijn van die kleine tekenen waaruit blijkt hoe dolgedraaid, schreeuwerig, hijgerig de samenleving is. Vanochtend geen krant in de bus, dus ik bellen. Een metalen juffrouwstem beveelt je vriendelijk je postcode luid en duidelijk in te spreken. En je huisnummer zonder toevoegsel. Stem nog niet gebruikt, deze dag, je schraapt je keel en probeert dicterend te spreken. 'Uw postcode is niet herkend, wilt u nogmaals...' En dit tot vijf keer toe.

Pure frustratie en stress giert door je lichaam in de vroege morgen. Bits zegt de stem: 'U wordt doorverbonden.' Vervolgens eenzelfde soort stem: 'Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft.' Een ogenblik is aan de andere zijde ongeveer 15 seconden, want het bericht wordt staccato herhaalt. Dan liever dat muzakmuziekje van vroeger. WIE wil die monotone, drillerige robotstem, steeds weer in het oor horen? Geen normaal mens zou ik zo zeggen... Maar ergens heeft ooit iemand besloten dat dit onder serviceverlening valt.

Dan krijg ik een meneer aan de telefoon, die gewoon mijn adres meldt en vraagt of ik daar woon. JA! En u hebt geen krant gekregen, vandaag? NEE! GRRRR... Ook niet een andere krant of een verwisselde, probeert hij nog. NEE! Waar slaat die hele stem en postcodeherkenning op, als je uiteindelijk toch een gewone meneer aan de lijn krijgt, die alles checkt en belooft dat die krant wordt na bezorgd? Ik snap daar werkelijk niks van.

Een ander vreemd verschijnsel in mijn kamer zijn nu de roodflikkerende sterretjes op de kerstmanmuts, die uitgereikt werd op de Winterparty van mijn werk. Kom je je kamer binnen, lijkt het alsof er werk in uitvoering is, op een verkeerknooppunt in de hoek. Geen knopje om het uit te zetten. Zou dit zo blijven tot ver na de Kerst?

O. Wat ben ik dan blij met de stilte, ruimte en rust van de beide oevers van de rivier waaraan mijn stad grenst. Hoe heerlijk om dan weer gewoon adem te kunnen halen in de verstilling van het klooster.

woensdag 17 december 2008

Een eigen lied

Midden in de winternacht
ging de hemel open...

Een oud kerstliedje dat Nichtje zong bij het bed van Vader. En toen?

Honderdduizend engeltjes
kwamen aangevlogen...

Wie het liedje nog van vroeger kent, ik dus, zingt dan wat anders:

Die ons heil en vrede bracht
antwoord op ons hopen...

Zit daar nou veel verschil in? Honderdduizend engeltjes: dat zijn er een hele hoop. Als engelen mensen zijn met goede daden en mooie gedachten of gewoon: een glimlach, een grapje, iets vriendelijks: zelfs dan blijven honderdduizend er wel heel veel. Terwijl het in de oude versie maar om eén mens gaat: die ons heil en vrede bracht... Jezus, dus, maar niemand gelooft daar meer in.

Ik weet niet wat ik liever heb: die honderdduizend engeltjes, totaal onoverzichtelijk, niet te tellen, onduidelijk met vleugeltjes, half onzichtbaar of juist niet. Of dat geloof in één mens: antwoord op ons hopen...

Het liedje gaat eigenlijk vreemd verder:

Elke vogel zingt zijn lied...

Vader zong dit heel hard mee. Ik dacht: deze regel die past ook zo goed bij je: een vogel met een eigen lied. Ik wil toch maar het liefste dat al die honderdduizend engeltjes verdwijnen, wil liever die geloofsdaad, die je elke keer weer opnieuw zelf kunt maken. Geloof in mensen die heil en vrede brengen: antwoord op ons hopen. Ieder op een eigen wijze, met een eigen lied.

dinsdag 16 december 2008

Kerststalletje (2)

Hoera! Dit weblog bestaat nu ongeveer een jaar. En net als vorig jaar heb ik dit weekend mijn kerststalletje weer opgezet (zie blog 'Kerststalletje' 19 december 2007). Dit jaar geen nieuwe poppetjes erbij, maar wel een mooi stuk boomschors gevonden, die nu het hobbelige landschap vormt van de herders en het andere gewone volk dat naar de stal trekt.

Al opbouwend mijmer ik er toch wat op los. Zo zijn het nu de schaapjes en het kippetje en de haan, die als eerste bij de baby zijn. Symbool van intuïtie en instinct: hoe je zonder woorden weet waar het goed toeven is. Daarna de twee vrouwen: dat blijft zo, een inhaalslag tegenover de dominantie van mannen... Op de heuvels staan nu de jongen die zijn oren spitst en de andere die wijst waar het allemaal is. Ik ben dit jaar waarde gaan hechten aan de zintuigen: luister, ruik, proef... het goddelijke is in het aardse aanwezig.

Achter, als rotswand, twee stenen uit de tuin: de ene in de vorm van een driehoek: geometrie. En een steen die een gat heeft, als van een navel: de geboorteplek van de wereld. Je oorsprong en tegelijk teken van je eigen zelfstandigheid.

Volgens dagblad De Pers van vanochtend hechten mensen in toenemende mate aan het religieuze, rondom het kerstfeest. Vorig jaar was dat 47% en dit jaar 51% . En in 2006 was het 43%. Wat zeggen deze cijfertjes? Net zoals de CD Chant- Music for paradise, die een wereldhit geworden is. Oostenrijkse Cisterziënzer monniken met hun Gregoriaans. Zij noemen dit zelf: zingen naar God toe, voor God; een liefdesgetuigenis. En dan heb je nog die geweldige groei aan 'spiritueel' aanbod. Ze zeggen wat over het verlangen van mensen naar heelheid en eenheid.

Het verhaal van de kerststal voegt iets wezenlijks toe aan dit verlangen: het gaat er niet om wat jij als persoontje meemaakt, hoe je groeit en jezelf kunt verbeteren. Het gaat erom wat je samen beleeft aan licht, liefde en hoop. Hoe een stal, een plek wordt van de geboorte van een koningkind. Hoe herders zich wakker laten maken omdat ze iets speciaals voelen. Hoe een os en een ezel als vanzelf een kind verwarmen.

zaterdag 13 december 2008

Volle maan

Gisternavond was het volle maan. Deze schrijf ik op om het in herinnering te houden. Sommige volle manen, die hebben dat. Een aantal op een strand, aan zee in de tropen. Vroeger op mijn studentenkamer die aan een kloostertuin grensde. Dan zat ik in het donker bij maanlicht en zette Die Mondscheinsonate van Beethoven op. Die enkele piano die door de kamer en de silhouetten van de bomen heen druppelde.

Gisteren was het een volle maan bij een open veld op een plekje waarvan ik niet wist dat het zo stil in Nederland kon zijn. En ook nog niet eens zo ver van me vandaan. Het gras knisperde door de witte rijplaag en de maan stond vol en bol en blozend, wat verlegen, te schijnen.

Ik zou wel aanleg voor maanziekte kunnen hebben, zoals bij weerwolven. Iets in de maan maakt wild. In Zweden stond ik zo ook eens bij een meertje en een donker sparrenwoud. Klaar om huilend en grommend door de boomstammen te schieten. En in Nieuw Zeeland bij Lake Tekapo stond ik tussen de wierookgeurende lupinen. De maan als een baken in de stil verzonken avond.

Maar ach, de volle maan van gisterennacht, die had iets van een klaar licht. Zoiets als de ster van Bethlehem bij de stal. Of iets van een rond gat in een heldere nacht. Zo'n gat waar je doorheen kunt vallen en dan in een andere wereld belandt. Maan, stille maan... Zacht ...

donderdag 11 december 2008

Whale Rider

Vroeger dacht ik dat je conflicten en meningsverschillen tussen mensen helemaal moest uitspitten. Ten bate van de helderheid en het verstaan, enzo. Ik dacht dat je gelukkiger zou zijn, als je met anderen op één lijn komt. Nu denk ik dat niet meer en schaar ik het onder de overmoed van de jeugd.

Wat wil je dan wel met anderen? Wellicht proberen om de beweegredenen op het spoor komen, de bronnen waaruit gevoelens en belevingen voortkomen. Dat is al heel, wat: als je daardoor je tenminste een béétje kunt verplaatsen in een ander en dat dan wederzijds.

Vandaag heb ik gelezen in The Whale Rider van de Nieuw Zeelandse Maori-auteur Witi Ihimaera. Het boek is verfilmd en met prijzen overladen. Het gaat over een achtjarig Maori-meisje, dat eigenlijk een jongetje had moeten zijn, om de nieuwe geestelijke leider van haar stam te kunnen worden: degene die op een walvis kan rijden dwars over de golven heen en met de walvissen kan spreken.

Haar grootvader is een man van traditie en heel teleurgesteld dat de beoogde kleinzoon is uitgebleven, maar haar grootmoeder weet van den beginne af aan dat Kahu, haar kleindochter met de mannentraditie zal breken. De novelle laat de onverzoenlijkheid van de grootvader zien en hoe hij uiteindelijk ondanks zichzelf, niks anders kan ervaren dat Kahu inderdaad de nieuwe
Whale Rider is.

Soms blijken dingen alleen maar, door ze te doen, een weg te gaan en niet precies weten of het allemaal wel goed zal uit pakken. Dit ervaar ik voortdurend in het klooster: een toekomstige leefgroep die de oude tradities van de Capucijnen doorbreekt, vrouwen en mannen samen, zal dat lukken? Zal er iets onstaan zoals in de Whale Rider: dat oorspronkelijke inspiratie opnieuw over de woeste baren van het leven voortgedragen wordt?...

Ook ervaar ik het, waar de ene generatie overgaat in een andere... ik ben niet zoals Vader en ook niet zoals Moeder. Er zijn veel dingen waarover we niet spreken, die nooit meer uitgewisseld zullen worden. Is dat erg? Nee; alleen het beeld van de Whale Rider telt. Je hoeft het niet over alles eens te zijn. Je kunt zelfs weten dat woorden de verschillen niet meer zullen overbruggen. Maar dat je ergens kunt ervaren dat je een Whale Rider bent, die op een eigen manier de zeeën zal doorkruisen, dat gevoel draagt je verder en geeft toekomst.

woensdag 10 december 2008

Welkom

Wat een lief berichtje las ik vanochtend in Trouw: 'Afgestane baby krijgt koffertje vol souvenirs.' De kinderafdeling van het ziekenhuis De Gelderse Vallei te Ede geeft afgestane babies sinds kort een herinneringskoffertje mee. Het is een vrolijk rood koffertje met witte stippen. Daarin zitten een dagboekje, die verpleegkundigen hebben bijgehouden van die eerste weken, hoe je drinkt en slaapt, of je veel huilde. Een knuffel, foto's en een dvd-opname.

Ongeveer vijf keer per jaar komt er zo'n baby binnen, die de ouders zomaar achterlaten. Als dat het gemiddelde is van alle ziekenhuizen in Nederland, dan zijn er nogal wat ten vondeling gelegden. Mij lijkt het later een grote troost dat er een kring liefdevolle, aandachtige mensen je verzorgd hebben, terwijl je biologische ouders je op de straatstenen hebben gezet.

Een soort zwart gat over de eerste weken van je bestaan wordt zo gedicht. Gek, natuurlijk, dat je er anders niet zo mee bezig bent: hoe zagen de eerste weken van mijn leven eruit? Gewoon omdat het ergens vanzelfsprekend is, dat je welkom was en onderwerp was van natuurlijke zorg, bewondering en blijheid. De gedachte dat je direct vanuit een warme baarmoeder verstoten bent en niet gekoesterd: vreselijk.

Dit koffertje heeft dezelfde betekenis als die van de Doop in kerkelijke kringen: 'Wees welkom, er is een mensengemeenschap waar je bij hoort. Het is een diep, menselijk verlangen: welkom te zijn bij anderen. Zonder dat men precies weet wie je bent en wat je doet: welkom. Je wordt niet gekeurd of langs een meetlat gelegd. Welkom...'

Binnenkort haal ik mijn kerststalletje weer te voorschijn. Dat tafereel is onstaan omdat twee mensen niet welkom waren in een herberg. Er was geen plaats voor deze vreemdelingen. En dan komt het toch nog goed, in een achteraf stal in de natuur: engelen wekten de herders op het veld en zij heetten dat nieuwe mensenkind welkom.

Die verpleegkundigen in Ede, dat zijn een soort engelen. We verlangen allemaal naar dit soort engelen, elk moment in je leven weer. Wees welkom, al ken ik je niet, je bent een mens zoals ik en daarom in de grond van je bestaan: Een uitnodiging om lief te hebben.

dinsdag 9 december 2008

Cherryblossoms- Hanami

In de westerse wereld is er een aardige kloof onstaan tussen lichaam en geest. Het lichaam en al het verlangen dat daar bij hoort: eten, drinken, erotiek en seksualiteit zou je maar afhouden van geestelijke groei. Het zou 'spiritualiteit' de weg staan. De victoraanse moraal is daar een uitvloeisel van en velen zijn misvormd geworden door de engheid en bekrompenheid daarvan.

De seksuele revolutie in de zestiger jaren heeft het Westen enigzins bevrijd van al deze benauwdheid. Tegelijkertijd is dat ten koste gegaan van 'God'. Niemand geloofde meer, religie was het nieuwe taboe. Bhagwan kwam op en heette in de volksmond de seksgoeroe. Wat hij in ieder geval mede bewerkstelligd heeft, is de invloed van het Oosten. Geestelijke rijkdom kan samen gaan met lichaamlijk welbevinden.

Wie naar een mediterende Boeddha kijkt, kan dat eigenlijk al zien. Het goddelijks is aanwezig in het lichaam. Ook de apostel Paulus noemde het lichaam de tempel van God. Het Oosten heeft nooit een worsteling gekend tussen het lichaam en de geest. In het hindoeïsme is er de Kamasutra: in erotiek kan de eenheidervaring van de wereld en het goddelijke beleefd worden.

Ook in Japan, waar het zen boeddisme zijn oorsprong heeft, is het besef dat alle zogenaamde tegenstellingen, schijn zijn. Een van de belangrijkste nationale feestdagen is: het kijken en bewonderen van de kersenbloesem. Die witte en roze, tere bloesems, die maar een paar dagen blijft en dan verwaaid met de wind, staan symbool voor het vergankelijke en onvergankelijke tegelijkertijd. In het genieten daarvan, verzoen je je met het leven waarin alles komt en gaat, afsterft en zich weer vernieuwd.

Zaterdag zag ik de prachtige, sprakeloos makende film: Cherry Blossoms- Hanami van de Duitse regisseuse Doris Dörrie. De film verenigt op een volmaakte wijze de westerse en oosterse wereld.

Enige beelden daarin die heel diep onder je huid kruipen: Een man loopt door het moderne Tokio met over zijn kleren heen het turkoois gebreide vestje, de zwarte kralen ketting en de zwart-witgespikkelde rok van zijn gestorven vrouw. Hij ontmoet in een park een meisje dat aan het budodansen is. Dat is: dansen met je eigen schaduw. De schaduw van je eigen zelf dat je niet kan pakken, van het verleden, van de doden. Elke dag gaat hij naar haar toe, naar het meisje met de twee plastic telefoons en leert van haar de dans, die de werelden van het zichtbare en onzichtbare met elkaar verbindt.

Ooit wilde zijn gestorven vrouw schaduwdanseres worden. Zij had een lichtoranje kimono met kersenbloesems als ochtendjas en pas nu begrijpt de man wat dat voor haar betekent heeft. Met het meisje in het park onderneemt hij een reis naar de berg Fuji. Een sneeuwwitte berg, die in het Japanse bewustzijn gegrift is, al eeuwenlang. De prentenmaker Hokusai heeft er 100 prenten van gemaakt: een reis naar de Fuji, is een reis naar het goddelijke, naar dat wat de materie overstijgt.

De film gaat over intense gevoelens van rouw, je verzoenen met het leven en de gemiste kansen daarin. Het is een zoektocht van een ziel naar uiteindelijke vrede. Vele haiku zijn gewijd aan de kersen bloesem, waar hemel en aarde elkaar in eén helder moment raken:

In the intervals
of rough wind and rain
the first cherry blossoms: Een haiku van Chora.

Of deze, waar geluid en stilte, beweging en wiegende rust samenkomen:

The wild cherry;
stones also are singing their songs
in the valley stream : van Onitsura

En deze, waar teerheid, lichtheid en donkerte, natuur en religie samen worden gebracht:

cherryblossoms
wet by the clouds
round the templebell : van Shiki.

Tot slot eentje van mijn lievelinghaikudichter Issa:

ah, these cherry-flowers
as though wafted down
from heaven !

Dit allemaal naar aanleiding van de film van Doris Dörrie. De film zou verplicht moeten worden binnen religiestudies. Omdat je erin kunt ervaren, dat de wereld één is, in al haar schijnbare gespletenheid.