dinsdag 10 november 2009

Mickey Mouse

Gisteren bij De Wereld Draait Door een aardig gesprek met Sara Kroos. Er werd aan haar gevraagd wat voor haar dan wel Geluk was. 'Jeetje, wat een vraag... ja wat is geluk voor mij, ik weet het zo gauw niet'. De vraag werd doorgespeeld aan Bram Moskowicz en die antwoordde dat geluk voor hem iets was van: tevreden zijn. Bram komt over het algemeen altijd erg tevreden over, met name met zichzelf.

Sara Kroos reageerde dat dít voor haar in ieder geval niks met geluk te maken had; tevredenheid. Ze kwam uiteindelijk met de woorden dat geluk voor haar iets te maken had, dat je het leven vierde, ondanks dat wat allemaal niet goed ging. Pijn, ziekte, verdriet, alle vormen van ongeluk die treffen iedereen. Maar dat je dat toch een deel laat zijn van dat leven dat je viert en je niet aan je ongeluk ten onder gaat; dat is voor haar geluk.

Ik vind dit een héél religieuze wijze van ervaren. Ook in kerken en andersoortige plekken waar rituelen worden voltrokken, gaat het erom dat je door deze rituele handelingen, het leven en wat daarin gebeurd naar een ander plan trekt. Je stelt je juist niét tevreden met de verbrokkeling, de gekte en alle losse eindjes. Die blijven wel, maar door rituelen ben je in staat om ze even aan elkaar te knopen, je weeft even een web waarin alles met elkaar te maken heeft en dit weefsel verzoent je, troost je en geeft een nieuw perspectief; een andere tijd in de normale tijd.

Sara Kroos vertelde dat ze in haar nieuwe voorstelling ook kwetsbaar wil zijn, dat het ergens ook mag schuren en dat ze niet alleen maar doldwaas komisch de Lama wil uithangen. Martin Simeck onderbrak haar en vond het dom dat ze dit zo vertelde, want nu had ze verraden wat haar punt was, ze had beter niks kunnen zeggen en zo het theaterpubliek verrassen.

Nu zag ik helemaal waarom Arthur Japin gelijk heeft omtrent Simeck. Die schreef in zijn autobiografie Zoals dat gaat met Wonderen, dat hij ooit door Simeck was geinterviewd, hij daar zelfs gehuild had, maar Simeck hem op het einde voor de voeten wierp, dat hij niet persoonlijk was geweest. Simeck is een aanstekelijke plakkerd met een warme uitstraling, maar wezenlijk niet geïnteresseerd in andere mensen, stelt Japin.

Simeck had een knuffel mee genomen, die hij vlak na de val van de muur ergens op een marktje gekocht had. Het stelde een onherkenbare Mickey Mouse voor: de Mickey Mouse zoals men in het communistische Oosten dacht dat die was, bij gebrek aan echte informatievoorziening. Dát was een sterk beeld. Dat wat echt is ook gecommuniceerd dient te worden en dat open communicatie de basis is van vrijheid.

En van geluk, zou ik zeggen. Geluk heeft voor mij te maken dat je de communicatie open kunt houden. Zowel het gesprek met je zelf, ieder ander en de wereld. Dat je niet in een illusie wilt leven en niet uit bent op effect of winst of macht. En Geluk heeft met vertrouwen te maken. Dat wat je geeft en laat zien in goede handen is.

Paradoxaal, dat iemand die furore heeft gemaakt met persoonlijke interviews, tegelijkertijd op kritieke momenten niet vertrouwen kan dat wat hij tevoorschijn krijgt naar de oppervlakte écht is. Het is de beroemde achilleshiel: daar waar je sterk in bent, dat is tegelijk je zwakte. Misschien dat Simeck het jeugdtrauma van dat communistisch Oosten nog steeds niet verwerkt heeft; met twee Mickey Mouses in de handen en blijven twijfelen, wie nu de echte is.

Simeck zou zijn Mickey Mouseknuffel aan Sara Kroos kunnen geven en zeggen: als jij me vertelt dat dit Mickey Mouse is en ik geloof je, dan ís dit Mickey Mouse. Ofwel met andere woorden: als ik jou vertrouwen kan en mij door jou mee laat slepen, dan ben ik gelukkig. Want uiteindelijk is elke Mickey Mouse de echte, voor wie daar in het gezamenlijke gesprek eenstemmig 'ja' tegen kan zeggen.

maandag 9 november 2009

Reünie

Het was al weken feest als ik mijn mailbox opende: er was een klassenreünie georganiseerd van mijn middelbare school. Een gouden vondst van U. die dit vanuit New York ook als een vijftigste verjaardagscadeautje voor zichzelf bedacht had. S. was haar handen en voeten in Nederland en wat is het bijzonder om te zien dat zo'n vriendschap van toen nog bestaat en zo'n leuke spin off voor de klas van weleer heeft.

Bijna iedereen had elkaar in al die jaren niet meer gezien, uitgezonderd een stel van toen die nog steeds bij elkaar was, prachtig dat dit in deze woelige tijden nog bestaat! En sommigen die nog wel hun wilde haren in de studententijd met elkaar kwijt geraakt zijn. Ook letterlijk. Krullende haren tot op de schouder en nu wat grijzend kruinhaar: in de mail moest ik twee keer kijken, om daar G. in de herkennen! Maar zijn lachje was nog precies dezelfde.

In de mail ging de oude klassesfeer en de herinneringen al herleven. Ze popten op: zomaar fragmenten en zelfs de stemmen van sommigen en met O. die mij al googelend gevonden had via de Clarissen, had ik zelfs iets telepatisch. Plotseling uit het niks, kwam hij in mijn gedachten, nog voor ik weet had van de reünie. In zijn witte T-shirt, dat altijd fris rook naar een wasmiddel. Van de foto van J. was ik ongeveer van mijn stoel gevallen, een Dikke Deur met een verlopen jasje aan en nu bleek dat het een grapje was, J. bleek dezelfde J. als indertijd.

Wat was het geanimeerd en speciaal! Na enkele uren vielen de gezichten van toen gewoon weer samen met wie men nu is. Niemand wezenlijk veranderd, zo leek het, allemaal nog herkenbaar in de motoriek, een lachje, de houding, de wijze van praten, gek, zo gek. De A-meisjes bij elkaar en met S. bewaar ik dierbare herinneringen dat we achterin zaten en de kletstantes van de klas waren. A. ging meteen na de middelbare school bij Schiphol werken en doet dat nog steeds. Ik benijdde haar daar om: ik moest gaan studeren.

Jarenlang is zo'n klas eigenlijk nog meer bekend aan je dan je familie. Simpelweg al om het aantal uren per week dat je met elkaar doorbrengt. Je wordt van kind, een puber en gaat door heftige veranderingen heen. En dan hoor je dezelfden die je na de puberteit nooit meer gezien hebt zeggen: als het met je kinderen niet goed gaat, dan gaat het ook niet goed met jezelf. Er waren ook al twee doden te betreuren en ik miste A. die wegens MS de reis niet kon maken.

Wat ik voor een dierbare privéherinnering hield: het liedje Heureux qui comme Ulysse, van George Brassens, ingebracht door de leraar Frans, dat ik enkele jaren geleden pas weer voor het eerst in het echt hoorde door een voorganger van YouTube en voor mij een soort lijfliedje is, Quelle est belle, la liberté, werd plotseling door meer dan de helft van de klas gezongen! 'Je bent mooi ouder geworden', zei iemand tegen me en dat is natuurlijk altijd aardig om te horen.


donderdag 5 november 2009

Toulemonde

Gaat het kopen bij de witmarkt-boekenwinkel: de dvd Odette Toulemonde waarmee de schrijver Eric-Emmanuel Schmitt zijn regiedebuut in 2007 maakte. Een verhaal dat gaat over Everyman, Iedereen, Toulemonde. Het kost maar 2,99 euro en voor 5 euro kun je er nog een dvd bij pakken en daar lag Lost & Delirious van Lea Pool, nog niet gezien, maar volgens mij ook veelbelovend.

In de Extra's is er een interview met Schmitt, die er uit ziet als een vriendelijke Paul de Leeuw. Hij is een hele hoop dikker geworden dan eerder. Zou dat door het succes komen van het Goede Leven dat naar hem toe is gekomen in de vorm van 31 talen waarin zijn boekjes verkrijgbaar zijn en dat Goede Leven dat hijzelf verkondigt? Dat Goede Leven bestaat uit verhalen in eenvoudige, klare taal die geinspireerd zijn door alle levensbeschouwingen. Ontroerend, troostend, wijs en mild.

De film heeft als thema levensvreugde en hij houdt van Walt Disney, zo vertelt hij, dus het verhaal is sprookjesachtig, wonderlijk gek af en toe, met een Happy End. Odette is een vrouw die make-up verkoopt in een grote winkel en helemaal idolaat is van een schrijver die te horen krijgt dat hij geen Echte Literator is, maar tweede garnituur. Door een wonderlijk toeval ontmoeten de twee elkaar en zij neemt hem en zijn crisis op in haar huis. Er loopt een conciërge rond die Jezus heet en paralel aan het verhaal dezelfde dingen mee maakt als Odette.

Eric-Emanuel Schmitt vertelt dat pas op het einde blijkt dat die Jezus, waarmee Odette wat eenvoudige praatjes maakt, alleen in het hoofd van Odette zit en dat hij het mooiste van film maken vond, dat hij als het ware met menselijke figuren kon kleien. Gezichtsuitdrukkingen, een loopje, een houding en met gebruik van simpele middelen. Als Odette bijvoorbeeld gaat zweven omdat ze eindelijk naast haar schrijver loopt, dan is zij in het echt met touwtjes omhoog geheven. En de lippenstickjes en de eyeliner die op haar toonbank gaan dansen en draaien: welnu er zaten zes mensen onder om dat te bedienen.

De film is een mooie aanvulling en geeft een nieuwe dimensie aan het oeuvre van Schmitt en krijgt haar charme omdat je zijn idioom en levensvisie kent. Voor wie dat niet zo is: dan kijk je wellicht naar een B-film: zoetig, irreëel, zonder suspense en met te weinig body. Zo komt zo'n film dan in de bakken witgoed terecht: Nogmaals: maar 2,99! Fijn hoe je met bijna niks, je heel rijk kunt voelen en die rijkdom verborgen zit in de gewone wereld. Dat is een van de thema's van Schmitt zelf, dus dat past perfect.

Poepgoed

Gisteren was ik in het Natuurmuseum, alwaar Nichtje haar verjaardagpartijtje hield. Poepgoed, een tentoonstelling over poep die daar regelmatig wederkeert; kinderen zijn daar dol op. Je kon er drollen werpen in twee wc'tjes en geuren raden: lavendel, dennengeur, mensenpoep, koeiemest, lekker joh! Er was een speurtocht en ik liep Zusje te assisteren terwijl Zwager aan het filmen was.

Interessant zo'n groep kinderen, waarvan sommigen elkaar al van school kennen vanaf de kleutertijd en anderen relatief nieuw waren, van dit jaar. Hoe dat samenklontert en ook weer af en toe uit elkaar gaat en 'onder ons' wil zijn. Echte meisjes met gevlochten haar, frutsels en franjes en een meisje dat twee koppen boven de andere uitstak in kwalitatief goedkopere en simpeler kleding. Dát was dus het meisje dat op haar verjaardag een pyjama vroeg omdat haar ouders gescheiden waren en ze bij haar vader geen pyjama had. Zo sneu, vond ik dat.

Dat meisje had al helemaal een overlevingsstrategie ingebouwd, brutaal zou men kunnen zeggen, niet meisjesachtig. Het ís zo: zo veel meisjes zijn echt Meisje, schattig en alert op de omgeving en wat behaagziek. Mijn zwak gaat dan toch uit naar het lelijkste en stilste meisje. Ze had een opgezwollen gezichtje met korsten en ze wilde nergens aan mee doen, maar stond overal wel dicht bij, alles intens in zich op te nemen. Ik luisterde met haar naar vogelgeluiden en wist drie keer een smalle glimlach bij haar te ontlokken en daarna kroop ze weer in haar schulp.

Alle meisjes deden ineens op het einde Truth or dare, ofwel Doen, Durven of de Waarheid, en ik deed ook mee. De Waarheid voor mij: Ben je verliefd? Nee, antwoordde ik en een ander meisje zei: Misschien is ze wel getrouwd. In de volgende ronde: Durven: durf jij hier op de bank te gaan staan? Natuurlijk! en de Meisjes vonden dat wel een foto waard, die Zusje schoot. Het stilste meisje had niet mee willen doen, maar bij de laatste opdracht die ik aan twee van hen gaf: Verzamel iedereen en zing met zijn allen één liedje, fluisterde ze tegen me, dat ze toch wel mee wilde doen.

Dus zong iedereen op het einde 'Lang zal ze leven,' inclusief Nichtje. Lang zullen ze allemaal leven, als alles volgens het plan verloopt, langer dan ik zelf, zij zijn de toekomst. In Duitsland schijnt het een gevleugeld begrip te zijn: de kinderloze regering. Er is daar in de regering helemaal niemand die kinderen heeft! Men schampert erover en weet daar geen goed raad mee. Dat de mensen die het beleid maken en over jou beslissen dat doen zonder de groei en bloei van kinderen in de eigen omgeving.

Tja. Is dat een bezwaar? Misschien een beetje. Je wereldbeeld wordt wellicht wat speelser en milder als je dagelijks poepluiers moet verschonen en verjaardagpartijtjes hebt te organiseren. Zo'n troep kinderen bij elkaar maken je bewust hoe verschillend een ieder is en dat tegelijkertijd groei en ontwikkelingsmogelijkheden ook al met de paplepel worden ingegoten. Je wil geen onderscheid, de een niet voortrekken boven de ander. Je gunt ze allemaal een leuk verjaarspartijtje en je hoopt dat het leven zo ook voor ze zal zijn: Poepgoed!

woensdag 4 november 2009

Samenwerking

Vanochtend las ik in Trouw dat China wereldwijd het hoogste zelfmoordcijfer heeft en dan niet onder de mannen, maar onder de vrouwen. Vrouwen in de leeftijd van 15 -34 jaar laten massaal het leven. Men schat gemiddeld tussen de 1 en 2 miljoen per jaar, waarvan er ongeveer een kwart meteen lukt. Vrouwen in China hebben tegenwoordig via de media inzage in het leven van andere vrouwen in het Westen, vergelijken dat met hun eigen leven en houden het dan voor gezien in de totale uitzichtloosheid daarvan.

Tegelijkertijd blijkt de concrete aanleiding van huishoudelijke aard, vooral op het platteland. Daar rennen vrouwen naar de voorraadkast waar het rattengif en de bestrijdingmiddelen staan, nemen het in en dat was het dan. Door mijn eigen China-gen, kan ik me dat aardig makkelijk voorstellen. Er waait iets fels door de genen. In de Chinese levensfilosofie is veel gericht om méé te stromen en je een deel van het geheel te weten. Dat doe je dan eindeloos, met de verontachtzaming van je eigen gevoelens en dan is de maat plotsklaps vol.

Ook in de strip Lucky Luke komen er van die 'rare Chinezen' voor. Heel beleefd en zich in schikkend totdat de explosie volgt. Wie alleen mee stroomt, is onzichtbaar en een nieuw inzicht mijnerzijds is dat je af en toe maar een kei of een rots of een flinke boomstam moet zijn, want dat geeft de stroom ook richting en een tempowisseling van langzaam en snel.

Omdat zelfmoord in China veelal een impulsdaad is, zou volgens Chinese wetenschappers het aantal zelfmoorden drastisch afnemen, als zowel de man als de vrouw een sleutel kregen van die kast waar het gif in bewaard word. Dat er twee sleutels nodig zijn, om de kast open te maken. Ik vind dat een heel aardige vondst, praktisch en psychogisch makkelijk te bevatten: eenvoud is het kenmerk van het ware.

Je zou van alles minstens twee moeten hebben, om iets te laten gelukken. En de samenwerking tussen die twee. Dan haal je al een keer meer adem, dan in de eruptie van het impuls en kom je tot een besef dat ik in het gedicht SAMENHANG van Adriaan Morriën las, vlak na lezing van dat krantenartikel:

Iedere dag heeft zijn zomer en winter
Zijn hyacinten en zijn blauwe asters
De wereld is nog vol geboorte
En ieder uur duurt langer dan mijn dood
Waar zij voorbijgegaan is hoor ik nieuwe mensen zingen
Waar zij tevreden slaapt, verandert onrust in een droom

dinsdag 3 november 2009

Helaas

Dit weekend heb ik Jopie gezien. Jopie was dertien jaar, blond met een matje in zijn nek en hij was de jongste uit een gezin vol dronkenlappen en aan lager wal geraakten. Om hem te redden,had de kinderbescherming hem in het kinderopvanghuis van Browndale geplaatst waar ik enige maanden dag en nacht gewerkt heb.

Jopie was een heel gevoelig jongetje en had behoefte aan warmte en af en toe dan stonden we omarmt op de overloop van het grote Pippi Langkous-huis. Zijn stoere gezichtje met de felle ogen veranderde dan in dat van een zachtaardige peuter. Een andere, al door de wol geverfde begeleider waarschuwde me, want Jopie zou al seksuele gevoelens kunnen hebben en ik als jonge 19 jarige schrok daar wel van. Browndale is zelf uiteindelijk aan seksschandalen ten onder gegaan. Helaas...

Ook zag ik dit weekend de jongeren uit de achterstandwijk van het wijkcentrum waar ik lang gewerkt heb. Ze kwamen elke middag biertjes drinken en als ze even alleen waren en niet met de hele groep, dan vertelden ze hun dromen aan mij. Vast en zeker je voornemen, om niet als je vader aan de drank en de drugs te raken en toen, op een ochtend om 9 uur kwam hij het wijkcentrum binnen, half van de wereld, maar verslagen en verdrietig: Hij bleek door zijn vader op kroegentocht meegenomen te zijn, om een Kerel te worden. Helaas...

Ik zag ze met dezelfde blik, dezelfde kleding, hetzelfde groepsgedrag. En dezelfde oudere vrouw die tussen de ruwe bolsters, de blanke pit probeert te blijven. Ik dacht aan een andere lange Jopie, die uit de wijk verhuisd was, omdat hij geen zin had in een leven dat bestond uit rondhangen, bier drinken, nummerborden van auto's stelen en door verkopen en regelmatig zes weken 'op vakantie gaan', brommen dus, in de bajes. Hoe zijn groep hem wist te vinden en hem het leven zuur maakte en hij toen toch maar terugkeerde naar zijn oude buurt. Helaas...

Ik zag ze allemaal in de film De helaasheid der dingen. Een mooie titel voor een knap gemaakte film, die zo realistisch was, dat ik het gevoel verloor van een avondje uit. Wat heb je aan films die zo dichtbij aan de werkelijkheid raken? Ik weet het niet. Ik word er altijd wat treurig van omdat het indirect vertelt hoeveel werkelijkheden er allemaal naast elkaar bestaan, zonder dat die elkaar ooit echt ontmoeten. Helaas...

maandag 2 november 2009

Allerzielen

Het is vandaag Allerzielen en het is vreemd om te merken dat deze dag zo anders aanvoelt, als je zelf een dode te betreuren hebt: het is voor de eerste keer dat Vader zich 'aan de andere kant ' bevindt. Het dodenrijk, de hemel, het hiernamaals, dat voor sommigen een hierNumaals is. Niemand kent de overzijde, niemand komt er in detail over terug vertellen of komt met een evaluatie. Die is natuurlijk ook niet nodig, want je hebt niks te kiezen: eens gebeurt aan het je: je zult van deze aardbodem verdwijnen.

Ik bezocht zijn graf en wist eigenlijk niet of hij op die plek nou als dichterbij aan voelde, dan ergens anders. Aanvankelijk was er ook bezoek bij het graf ernaast, dus ik besloot alleen maar even te buigen voor dat plekje aarde waar zijn resten liggen en weer te gaan. Maar de meneer ernaast vertrok en toen heb ik alsnog alle herfstbladeren verwijderd en bij gebrek aan een harkje, met mijn fietssleuteltje de aarde wat rul gemaakt.

Dát doet je dan eigenlijk goed: zelfvergeten wat rondscharrellen op een plaats waar de doden de ruimte hebben om er te zijn, in al die namen en stenen en bloemen en lichtjes. Een begraafplaats geeft je de ervaring van zelf een schakeltje te zijn in een lange keten vóór jouw en ná jouw tijd. Ik had drie heideplantjes bij me en had er twee op zijn graf geplaatst en was eigenlijk van plan om de derde mee naar huis te nemen en op mijn terrastafeltje buiten te zetten.

Ik liep terug naar de ingang en toen hoorde ik de stem van Vader die iets zei van:' Ga eens naar het graf van Opa en Oma, ik kan daar nu niet meer naar toe gaan, ga even namens mij.' Zo kwam ik daar terecht en staat het derde heidpantje op hun graf: bij de generatie voor mij en ik moet bekennen dat ik die al die jaren nooit echt bezocht had. Maar als je eén dode hebt te bezoeken, dan komen ineens alle andere doden ook meer in zicht.

Dat is dan toch ook wel mooi van een dag als deze, dat er zo'n dag gereserveerd is in de katholieke traditie, om de doden te herdenken. Zijn naam wordt vanmiddag ook genoemd in de vespers bij de Clarissen. En al ben ik er zelf niet bij, het is troostrijk dat dit gaat gebeuren. Het brengt me terug naar mijn eigen bestaan: Dat het belangrijk is om je niet te laten leven, maar om te leven: dicht op je eigen huid, trouw aan jezelf, geen half mens zijn , maar een hele, een heelheid in je, die je alleen maar zelf kan realiseren.