woensdag 10 juli 2013

Je dingetje doen

Zo. Nu heb ik definitief gisteren tot half een 's nachts de zomer ingeluid! Met een kampvuurtje op een Waalstrand. Het is raar om mezelf zo te betrappen: dat ik werkelijk lyrisch kan worden van zo'n vuurtje, een sigaartje daarbij roken, whiskey uit een klein zakflesje en dan verder alleen maar wat boten die af en toe voorbij tuffen in het donker. Sterren, op de terugweg het kwaken van kikkers in de sloten, een egel die van het het fietspad het gras in schuifelt.

In Trouw stond onlangs een grappig artikeltje met de kop De Nudge theory. Twee Amerikaanse wetenschappers, Richard Thaler en Cass Sunstein leggen in hun boek: Nudge: Improving decisions about Health, Wealth and Happiness, de basis voor deze theorie. Die gaat er vanuit dat mensen allereerst emotionele wezens zijn die voorspelbare fouten maken. Door irrationele beslissingen te doorgronden, kun je zo simpele maatregelen bedenken, die hun gedrag verandert.

Het voorbeeld deed me grinniken: Op de wc's van Schiphol, die van de mannen, is midden in de wc-pot een kleine zwarte vlieg getekend. Het blijkt dat dit 80% scheelt! In het pissen naast de pot, wel te verstaan, en dat scheelt enorm in de schoonmaakkosten. Mannen maken er dus een sport van, om op de vlieg te willen richten. Ik zie het helemaal voor me: al die mannen van over de hele wereldbol, richten hun dingetje, naar dát. Het Nederlandse concept wodrt nu wereldwijd toegepast.

Toch is er iets soortgelijks aan de gang, als ik bij zo'n zelfgemaakt kampvuurtje zit. Wat brengt in Godsnaam dat plezier en dat geluksgevoel teweeg? In het donker, alleen, bij zo'n vuurtje? Het heeft iets OERS, het is mijn dingetje dat ik richt naar dat. Naar wat? ... Het is iets van met huid en haar dat vuur voeden, warmte maken en licht, een heel klein plekje zomaar in het zand je helemaal thuis maken. Geluk en plezier zit 'm vaak in het gewoon maar 'je dingetje doen'.
Ps: Als zoveel mannen wereldwijd zo graag in de pot richting vlieg pissen: 'Grappig, zo is de wereld maar klein' Met deze laatste zin zou ik mijn blog eindigen, beloofde ik Nichtje L. Die vond dat die zin echt iest voor mij was,'waarmee ik een blog zou kunnen eindigen', zei ze daarbij. En ik vind dat ook een leuke zin, best wel mijn dingetje: 'Grappig, zo is de wereld maar klein'.

maandag 8 juli 2013

De eerste keer

Dit weekend stond in het teken van De Eerste Keer. De eerste keer dit jaar, die koele plons in het water, dat water met je lichaam doorklieven, drijven met armen en benen gespreid, je laten opdrogen in de zon, zon op je huid, aan de voorkant en je rug.... heerlijk! Zomer.

De eerste keer een taart bakken met peer en peccannoten en het versieren met amandeltjes. De eerste keer helpen verhuizen met stralend weer en dan maar naar vier huizen verderop. De eerste keer zo'n nieuwe ruimte beleven en tegelijk, omdat het een zelfde soort woning is, ook overeenkomsten zien. Kun je voelen dat het ene een bovenwoning was, en dit een woning met een tuin? Ja, ik voel dat ik dichter bij de aarde ben, zei L. De eerste keer dat ik ook zoiets meende te ervaren: dat het ene meer ingebed is op aarde en het andere meer zweefde.

Nu is alles natuurlijk elke keer de eerste keer en de laatste keer en soms kan ik daar wel gevoelig voor zijn en wie weet was ik dat wel plaatsvervangend: House for Sale en al betreft het een ander en niet jezelf, de ervaring zit ook in lagen van jezelf: die plekken in het verleden die alleen nog bestaan in het huis van je eigen brein, maar nergens ooit meer te vinden zijn...

We've only just begun zingt die romige diepe stem van Karen Carpenter, en pas jaren later hoor je dan dat The Carpenters, broer en zus, wel voor heel mooie liedjes hebben gezorgd, maar Karen leed aan anneroxia en beide leefden onder een ondragelijke spanning: je zingt de mooiste liedjes de wereld in, maar zelf kun je die plek niet op de wereld veroveren.

Wordt het daarmee minder waar? Nee. Woorden behouden hun kracht, wanneer een ieder , ze nieuw leven inblaast: So much of life ahead, wé'll find a place where there is room to grow... Zo zal het zijn, elke keer weer, als De Eerste Keer.

vrijdag 5 juli 2013

Broeder Dieleman

Het blijven mijn lievelingsdagen: wanneer je helemaal niks hoeft, de tijd kunt laten gaan en gewoon maar doen en beleven wat er zoal in je opkomt. Ik begon de dag dus met Broeder Dieleman op cd. Een aanschaf van Oerol: Alles is ijdelheid, naar het boek Prediker, zo heet de cd. Broeder Dieleman is geen broeder maar een man met gitaar en banjo uit Zeeuws Vlaanderen en hij heeft 10 jaar lang geschreven aan dit debuut.


Hij is wel afkomstig uit een streng gereformeerd milieu en ontkent niet dat hij wel wat heeft met bijbelse zaken. Het beklemmende ontworsteld, maar iets blijft er altijd in je zitten. Spot, humor, ernst, hij houdt van de afwisseling en van de verwarring ook, die hij opzettelijk of juist niet, hij weet het eigenlijk niet, schept. Zo vertelde hij in een interview op Oerol. Hij musiceerde ook met anderen, knallend hard, rock: dit vind ik eigenlijk het leukste!, riep hij en hij deed iets DJ-erigs met een vriend: hij mixte zalvende preken van dominees en aanverwanten met allerlei geluiden.

Op de cd staat één nummer, waar ook zoiets gebeurt: de stem van een preker, gemengd met muziekinstrumenten en de woorden van zijn lied. Verder klonk de cd precies zoals zijn optreden: het klonk alsof hij gewoon de volgorde van zijn cd heeft gespeeld. Ik zag 'm weer staan: lange man met donkere haarlok die hij steeds uit zijn ogen veegde, zeggende dat hij maar vier dagen van huis was, maar wel al heimwee had.

Dat is voorstelbaar als je de cd hoort. Zo verweven met het land, de zee, de natuur: geworteld, zo klinkt het. En er is die connotatie met bezinning, religie, zonder dat het opdringerig is, het vloeit ineen met de eenvoudige melodiën. Het eerste lied heet 'Morgen': Morgen weet ik meer van het leven, water drinken, liefde geven, hey,hey, hey...rond de bocht ligt de genade, komt ´t vallen uit de lucht, misschien als sneeuw, misschien als regen, misschien als vogels in een vlucht.



Het laatste liedje heet 'Vrouwe van de Polder' en is een waar Marialied, een gebed, als een weesgegroet. Tijdens het optrden vroeg hij aan iedereen om uit volle borst mee te zingen. Hij zong
Onze Lieven Vrouw van de polder
moeder van dit polderland
maant de storm tot stilte
houdt de golven in bedwang
zorg dat w ij in vrede leven
en de kinders nooit meer bang.

En toen moest iederen invallen
O Maria, zorg dat geen een van ons hier verloren gaat
LAAT ONS NIET ALLEEN...


Wis en waarachtig, daar stond een hele menigte mee te deinen en mee te zingen, van zacht, naar hard, hij dirigeerde en deed het voor. Ik zie geen verschil meer met een kerkse samenzang. Dat doet hij mooi, die Broeder Dieleman.

donderdag 4 juli 2013

Minions

Het is heel erg. Ik zit in een groeps-Whatsapp en nu zit ik de hele tijd met Sammie in de hand. Om het bij te houden en af en toe krakkemikkig ook nog iets proberen te melden. De jonge generatie lacht me uit. Iedereen in het wijkcentrum ziet me ineens met dat ding in de hand. Ik begreep nooit, hoe dat toch kon, mensen de hele tijd met dat ding in de hand. Nu weet ik het wel.

Met fotootjes erbij, weet ik ineens wat iedereen gisteren gedaan heeft. Wat een ieder doet. Lezen. Een film  kijken. Een biertje drinken. Op een bootje zitten. Bellen blazen. Op kantoor zitten. In een bos. Een fruittoetje eten. Het gras knippen. Aan het naaien. Ik weet dat op dit moment sommigen naar de film Grease op RTL8 aan het kijken zijn. Dat een ander aan het werk is. Inclusief ik zelve. Waar anderen weer over lachen.

Wat is het vermoeiend. En enerverend tegelijk!  Eentje stuurt een YouTube filmpje rond: Minions. Heel grappig. Vind ik. Vinden anderen. Dan is het weer even stil, de film begint weer. Zonet was het pauze. Pauze.

PS: Degene die aan het werken was, is thuis: ziet 180 nieuwe berichten, meldt ze. De andere zegt weer, dat het zo snel ging, dat het leek alsof de telefoon ging.

Vakantietijd

Het is helemaal vakantiesfeer in mijn stad. Zo stil, zo leeg. Geen fietsende scholieren meer, geen moeders met kinderwagens, weinig spelende kindertjes. Alleen als de zon schijnt, dan kruipen ze uit hun holletjes en zo ontwaarde ik er een paar bij de waterplas achter mijn huis. Maar om die kindjes kleeft iets sneus, want het zijn de kindertjes, van wie de ouders of verzorgers niet op vakantie kunnen. Er fietste een vader met zo'n kindje en die spoorde aan: Kom dan, kom maar, en kindje trapte traag en vermoeid, nog maar een wielslag, ze wilde eigenlijk niet. 

Er kwam gisteren een meneer binnen die vroeg of er ruimte was. Voor De Antiloop. Aha! zei, ik dat klinkt naar iets sportiefs: bent u van een wandelclub of doet u iets met springen? Nee, ze waren van de scootmobielclub. O, oo... Wel goed verzonnen schoot er door me heen: anti-loop, maar ik vond het toch niet zo gepast om dat erbij te zeggen. Scootmobielers zitten over het algemeen niet uit eigen vrije wil op zo'n ding.

Nou, ze organiseerden wel scootmobieltochtjes in de omgeving en daar wilde hij met ze over vergaderen. Dan kon, geen probleem, dan moest ie wel zelf met een sleutel aan de gang en zelf koffie en thee enzo uit de automaat halen. Dat vond ie best, hij was blij terecht te kunnen, want alles was al gesloten. Vakantietijd, ja, alles al gesloten,  iedereen was weg.

Vandaag kwam hij terug. Nee, het ging toch niet door. Hij durfde het niet aan. Hij moest én de vergadering leiden en dan ook nog denken aan de sleutel en een alarm en koffie en thee..Ik ben vergeetachtig, zei hij. Zo sneu... Is er niet iemand anders, die kon assisteren, vroeg ik. Nee, die was er niet. Toen zei ik maar dat ik het wel goed vond dat hij zijn grenzen kende.

Maar ja, wat moeten al die achterblijvers nu toch in de vakantietijd, wanneer hun stadgenoten aan de Grote Uittocht zijn begonnen? De vaste groep bezoekers van het wijkcentrum, die bedachten wel wat: bij de HEMA ontbijten om 9.00u, voor bijna niks koffie, eitje, jus, broodje, croissant. Want er staat altijd een rij, maar misschien nu, in de vakantietijd zou het minder druk kunnen zijn. Ze bakkeleiden, wie degene zou zijn om er voor 9.00u te staan, om de plaatsen te reserveren, voor de zekerheid.

Ja, ze hebben er ontbeten, met meer dan twee tafels aan elkaar geschoven. Maar het was wel druk geweest. Natuurlijk, wie staat er altijd bij de HEMA? De ouderen van dagen en enkele werklozen. Die hebben de tijd voor zo'n ontbijtje, altijd, ook in vakantietijd, want ze hebben altijd vakantie.

woensdag 3 juli 2013

Doesburg, oasedag

Gisteren hebben vriend E. en ik het absolute dieptepunt bereikt wat wandelgenoegen betreft. We wandelden namelijk NIET. Nou ja, hoe komt dat zo? Ik kwam binnen, na een enerverende trein- en busreis: de trein is heerlijk als ie het doet, maar als er dan een stroomstoring is en je wordt van perron naar perron gestuurd, om uiteindelijk in een touringcar over Nederlands snelwegen het kapotte stuk rail te moeten overbruggen, als je dan eindelijk binnen ploft en aan de koffie en koek zit, zoals gebruikelijk, dan zit je. 

Dan wil je al bijna niet meer aan verplaatsing doen. Alhoewel dat de verplaatsing is van je lichaam, waar je niet afhankelijk bent van een vervoersmiddel, dat zou toch ook juist heerlijk kunnen zijn. 'Vrienden op de Fiets', een goedkopere overnachtingsmogelijkheid, aangeboden door particulieren langs Nederlands landwegen schijnt dat als criterium te hebben: je moet aankomen zonder gemotoriseerende middelen. De fiets, een step, rollerskates, je eigen benenwagen dat mag en anders ben je niet welkom.

Maar die benenwagen die wilde gisteren niet zoveel meer. Misschien hadden we beide wel eventjes genoeg beleefd met de benenwagen. Ik in Terschelling, vriend E. in NY.  E.deed twee opties: wandelen, ja toch maar, vanuit zijn huis naar Almen, een bekende weg heen en terug. Of zullen we naar Doesburg gaan?, vroeg hij, dat wilde je toch altijd nog zien?

Ja!!! Doesburg. Een plaatsje waar ik alleen ooit langs geschampt ben, op de fiets en toen geen tijd om het te bekijken, want de weg moest toen worden vervolgd. Doesburg moest een mooi plaatsje zijn. En Doesburg ís een heel mooi plaatsje. Een van de zeven Hanzesteden, maaar klein, met een grote kerk in het midden, veel binnentuinen, middeleeuwse gevels, straten die organisch van de ene bocht in de andere elkaar omarmden.

In Doesburg waren twee heel goed gesorteerde tweedehandsboekhandeltjes, waar tegelijk ook andere spulletjes verkocht werden, zoals boerenbontservies, etsjes, grappige dingetjes. Waar er onder het genot van een drankje midden in de winkel gepraat werd over engelen, spiritueel ontwaken enzo. En bij de andere zat de eigenaar buiten in het zonnetje en vertelde dat het in Doesburg goed leven was, ook onder elkaar. Dat er veel georganiseerd werd op cultureel gebied, binnenkort vier dagen vol theater, kunst, spectakel en dat dit 100.000 mensen trekt.

Ach, Doesburg: al flanerend, in de zon op een terrasje, bloemetjes en bijtjes en boekjes: het komt me nu het deze ochtend alweer regende en het bewolkt is, voor als een kleine zonnige oase; het hele dagje was een oasedag.

maandag 1 juli 2013

Verrijzeniskracht

In Trouw van vanochtend stond een artikel met de kop: Christelijk boek is uit. Die kop geeft precies, luid en duidelijk aan, wat het geval is. Aanleiding is de sluiting van de christelijke boekhandel De Wegwijzer in Amersfoort, die na 35 jaar de deuren sluit. Eerlijk gezegd, krijg ik al de kriebels van de naam De Wegwijzer. Zó eng-christelijk. Jezus die zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven: een zin die door de orthodoxen veelvuldig wordt geciteerd.

In mijn stad is de christelijke boekhandel ook  al meer dan een jaar ofzo weg. Ik voelde me er nooit op mijn gemak. Achter de toonbank van die mensen met zo'n hongerige en toch met-de-poging-om-zich-niet-op-te-dringen-Zendingsblik. Eigenlijk hoe ik me vroeger ook altijd voelde in de vrouwenboekhandel. Al werd daar meer gekeken met de blik van: wat-voor-vlees-zit-er-in-de-kuip?

Mij valt in het artikel op dat de redenen van een dalende verkoop steeds aan nevenfactoren wordt gekoppeld zoals  de opkomst van iPad en internet, en niet aan de inhoud van de verkochte artikelen: het Christelijk boek is UIT, dát is de kern, mensen willen geen boeken lezen waar alleen maar een christelijk label aan geplakt kan worden of waarvan de boekhandelaar beslist dat deze 'christelijk' zouden zijn.

Het menselijk bewustzijn is aan het veranderen, denk ik, en ik vind dat verheugend: dingen passen niet meer in eén hokje of vakje, maar zijn altijd meerdere dingen tegelijk. Ik zag dit ook terug in de theatervoorstellingen die ik op Oerol gezien heb. Een mengeling van genres door elkaar: dans én theater, komisch en tragisch, elkaar razend snel opvolgend, zoals in Crash.  Of: docementaire, film, zeer kunstig gemaakte installaties, echte acteurs in één voorstelling, zoals bij  Lands End van Berlin, gebaseerd op de waargebeurde 'Pannekoekenmoord'.

In de poppentheatervoorstelling van de Zwolse theatergroep Gnaffel werd het verhaal verteld, ook ooit echt gebeurd, waar een arme hindoejongen uit de laagste kaste die werkt in een wasserij en de dochter van de eigenaar uit de hogere kaste verliefd worden op elkaar. Dit kan niet: de gemeenschap, inclusief de ouders,besluiten om het paar in het openbaar op te hangen. Daar, waar de twee om elkaar heen cirkelen en elkaar uiteindelijk vinden werd de muziek gebruikt van Arvo Part: Alina.

Na de dood gebeurd er op de muziek van Wim Mertens, piano met zang over 'de liefde', iets van een verrijzenis: de twee komen weer tot leven. Heel ontroerend. Mijn inziens is dit de wijze waarop het grote verhaal uit dat wat het 'christendom' is gaan heten zal voortleven: er is verrijzeniskracht, altijd en oerol: overal.