maandag 5 januari 2015

Vernieuwing

Op de groene velden
dwalen nog flarden sneeuw
al het oude
smelt weg
de wereld vernieuwt zich
elk moment weer
warm licht
dat door de tijd heen breekt.

Zo, de kop is eraf. De eerste keer maandagochtendmeditatie aan het begin van de allereerste werkweek van 2015. Wat zal het komende jaar allemaal brengen? Een vraag die nooit een echt antwoord zoekt.

In mijzelve, mijn binnen-leven, gebeurt het elke keer weer: dat licht dat door de tijd heen breekt.Dat is een groot geluk. Hoe het werkt weet ik niet. Misschien is het juist daar, waar je de tijd als het ware even stilzet.

In het proto-evangelie van Jacobus, een versie die de Bijbel niet gehaald heeft, maar dus wel een tekst die circuleerde in de eerste eeuwen na Christus en ook een weg heeft gevonden naar onze tijd, staat een heel intrigerend stukje. Het werd tijdens de vespers in de kersttijd in het klooster gelezen. Dat had iets heel intrigerends: deze tekst in de kapel. Alsof die en allen die aanwezig waren, als geheel ook even uit de tijd gelicht werd, een soort van ruimte-schip. Jozef, de man van Maria is aan het woord, op zoek naar een vroedvrouw. Hij zegt:

Ik Jozef, liep en liep niet. Ik keek op naar de lucht en zag de hemel; vol verbazing...de vogels van de hemel bewogen niet. En ik keek naar de aarde  en zag een gevulde schotel en werkers die ernaast lagen, met hun handen in de schotel: en zij die kauwden, kauwden niet; en zij die het voedsel oppakten pakten het niet op; en zij die het naar de mond brachten, brachten het niet daarnaar toe; maar de gezichten van allen keken omhoog. En kijk, er werden schapen voortgedreven en zij gingen niet vooruit maar stonden stil. De herder tilde zijn arm op om hen met zijn staf te slaan, en zijn hand bleef omhoog gaan.En ik keek naar de stroom van de rivier en zag de monden van de kinderen op het water, maar zij dronken niet. En plotseling vervolgden alle dingen weer hun gang.

Dit is het moment, vlak voordat Jezus geboren werd. Misschien vraagt elke geboorte van iets nieuws wel, dat je even alles stil laat staan. Je beleeft even intens dat alles onveranderlijk is. En zie: door een enkele actie van jou, kan alles veranderen; je bent je eigen vroedvrouw; van  andere vormen en verschijningen die de wereld kunnen vernieuwen.

maandag 29 december 2014

Sisterhood

Na de Kerstdagen weer intensief beleefd te hebben in het klooster, is het altijd weer een beetje wennen in het 'gewone leven'. Wat is dat toch raar: ik had vroeger zelf nooit van mijn leven kunnen verzinnen om de Kerst anders door te willen brengen dan met familie en vrienden, en nu zou ik dat ontzettend missen: die dagen rondom en in de kapel. En bijna altijd de afwas doen: 'Jij doet altijd de afwas', zei C. tegen me, 'dat staat op internet'. En dan is het waar.

O! riep ik hardop toen ik op Derde Kerstdag het gordijn opentrok. Een witte wereld! Sneeuw! Ik ploegde, om af te kicken, nogmaals door natte sneeuw en wind naar het klooster om te dansen, de vespers, mediteren in de schemer in de stille kapel...Thuis gekomen had ik voor de avond mezelf getrakteerd op die film, die dé film van het jaar wordt genoemd: Boyhood.

Wat een bijzondere ervaring. Je volgt een jongen van kind-zijn naar volwassenheid, twaalf jaar lang, elk jaar weer en iedereen wordt ouder en ouder. Want de film is als het ware in real time gefilmd: Dezelfde jongen, dezelfde cast, twaalf jaar lang. Je ziet heel gewone en heel herkenbare dingen, niks bijzonders eigenlijk: ouders die gescheiden zijn, moeder met haar nieuwe geliefden, Harry Potter voorgelezen uit het eerste deel en jaren later de hype bij de boekhandels, iedereen in Harry Potterkleding, voor het nieuwe deel.

Het is dezelfde tijd dat kinderen van vriendinnen groot werden, en ook de verzuchting van de moeder in de film heb ik in het echt zo gehoord:' Ik dacht dat het specialer zou zijn, kinderen krijgen en grootbrengen'. Met daarbij het gevoel dat je jaren in een sneltrein bent gestapt die dan plotsklaps tot stilstand  komt als de kinderen het huis uit gaan.

Aan de zijlijn heb ik als het ware die film die Boyhood heet, vaker voorbij zien komen: 'Aan kinderen zie je pas écht het verstrijken van de tijd', heb ik meerdere malen verzucht, als je zo'n kind wéér een stukje groter voor je neus ziet. De film past bij deze dagen, richting het Oudjaar, waar de naam van de dag je uit de handen glipt. De tijd: soms samengebald, soms loom en traag stromend als een rivier.

Wandelen in de sneeuw wilde ik me niet laten ontglippen en gisteren hoorde ik mijn voetstappen door de krakende sneeuw in het bos gaan. Om vervolgens thuis te komen, rillerig en grieperig. Vast ook uit het klooster meegenomen. Daar hangt de hele winter de verkoudheid en de hoest; heeft de ene het niet, dan een andere wel. De keerzijde van veel mensen op een klein oppervlak, die veel binnen zijn. Naast de Geest waait ook de Griepvirus door het klooster. Zoals in het 'gewone leven', dus, eigenlijk. 
Want het leven dat in ieders lichaam aanwezig is, heeft altijd meerdere zijden.

dinsdag 23 december 2014

Op-en-neer

Ik had zomaar ineens, het losse  pootje van mijn bril in de hand. Dat is wel erg onhandig: om met storm buiten te lopen, al moest ik er ook wel om lachen: met de ene hand hield ik het pootje wat nog wel aan de bril zat vast, en met de andere hand mijn strooien hoedje, zodat die niet afwaaide, die ik weer ophield om de fragiele bril buiten tegen windstoten te beschermen. Binnen, zoals in de trein en nu in de bieb, heb ik het op tegen het felle kunstlicht en het is van stro, want dat ademt, tegen de warmte.

Zo blijft een mens bezig. Het strooien hoedje is al bijna mijn handelsmerk, terwijl de reden een praktische is. Al die onhandigheid, al dat gebrek en gedoe in des mensen leven... een soort van melancholie geeft dat, in deze stille dagen voor de Kerst.

In de hoofdstad bij de musea stonden helemaal geen rijen: dit is de minst drukke tijd in het hele jaar, had vriendin W. uit Nieuw Zeeland vernomen, die er met haar familie toerist was. In het Stedelijk Museum viel ik meteen voor een schilderij van Marlene Dumas:  een vrouw met natte ogen. Ze heeft net gehuild of ze houdt haar tranen nog net in. Een prachtige tentoonstelling: Wat is zij goed in staat om het 'menselijk tekort' tot het thema van haar werk te maken, zonder dat je erin verzuipt. Alles wat ze maakt  blijft tegelijk gelaagd en is nooit eenduidig. Ik zag dat door haar verwoord en verbeeld in een portret met zwarte inkt van Passolini, waar ze bij schreef: Italian film director, writer and intellectual. He believed in a natural sacredness - the idea that the world is holy in and of itself. He was brutaly murdered in 1975.

De dag ervoor vertelde een vrijwilligster in het Achterhoekse Zelhelm enthousiast over de twee honderd (!) vrijwilligers die in een oude boerenschuur, door de gemeente geschonken en door de Rabobank voorzien van vloerverwarming, daar alle oude ambachten, gewoonten en gebruiken, vondsten, willen bewaren voor de toekomst. De gehele inventaris van een oude schoenmakerij uit Almen, brokstukken van een neergestort vliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog waren er met liefde tentoongesteld. En al die oude activiteiten steeds maar laten herleven, zoals kantklossen, breien, dorsen, hout bewerken in een timmermansplaats. Midwinterhoorns maken en blazen en dat laatste mag alleen maar in de Adventstijd.

Steeds maar weer gaat het in de wereld over wat kapot is en een poging om het te maken, opnieuw iets beginnen en dat weer achter je laten, aanklagen wat niet goed is en profeteren over wat mogelijk is. Dat mijn bril meteen gemaakt kon worden omdat er toevallig eenzelfde brillenpootje in de la bij de opticien lag en dat vriendin W. mij een prachtige zelf genaaide slinger met vlaggetjes van stof met kerstmotief cadeau deed, beschouw ik maar als de opmaat van de Kerst waar tenslotte ook de geboorte van licht gevierd wordt: het nieuwe leven.

zaterdag 20 december 2014

After Party

Ach... wat weet ik eigenlijk van de mensen om je heen? De mensen die je bijna dagelijks ziet in de vorm van personeel bij de Albert Heijn, de bibliotheekmedewerkers en met name de mensen die in het Wijkcentrum komen. Gisteren bij de afterparty van de Kerst-Inn,  we zaten met zo'n twaalf rondom de tafel, iemand had een fles likeur uit Duitsland meegenomen, de mannen hadden al heel wat pilsjes op, dan komen de tongen los.

L. had een keertje haar tiet op haar hoofd gezet. Zomaar in de middag in het wijkcentrum, ik was er niet bij. Ik begreep er eerst niks van. Toen keek R. me even doordringend aan en zei: 'Ik zou ook mijn tiet op mijn hoofd kunnen zetten, maar dat doe ik lekker niet'. Toen begreep ik het: borstkanker. Dus ook L. heeft dit gehad en het overleeft. En heeft R. daarom van dat heel dunne haar, waarvoor ze twee jaar geleden een pruik heeft aangeschaft, bedacht ik nu pas.

R. komt meestal als eerste het Wijkcentrum binnengewandeld. Ik ken zijn verhaal wel: dat zijn vrouw een heel lang en pijnlijk ziekbed heeft gehad, maar dat het mooie ervan was, dat ze echt alles met elkaar bepraat hebben, wat er nog te zeggen was. Ze hebben echt afscheid van elkaar kunnen nemen. Hij heeft haar tot de laatste snik thuis verzorgd.  Pas zag ik een foto van hen in de bloei van hun leven: wat een leuk stel! Zo stralend en wat was zij een knappe vrouw.

R. houdt zich meestal stil tijdens het kaarten met al die kletsende vrouwen om hem heen, op zijn gezicht een vage glimlach. Maar met de Kerst-Inn gaat hij los. Hij weet dat hij eigenlijk niet goed tegen alcohol kan, en iedereen rondom de tafel weet dat ook. 'Wie brengt je nou zo naar huis? Als je maar niet gaat kotsen, nou ja, we zorgen wel voor je hoor R. dat weet je!' Het ging over De Eerste Keer, buiten. L. en H. hadden het in een boerenschuur gedaan. En toen begon R. smeuïg te vertellen over hij en zijn vrouw achter een transformatorhuisje achter de dijk. De meesten kenden het verhaal al. 'Maar Mirjam nog niet!'

Ze stonden tegen het muurtje, hij met de broek naar beneden en toen dook er van achter ineens een heel grote herdershond op en die kwam dichterbij, met zijn grote tong uit zijn bek en toen...! 'Zo had ik het nog nooit meegemaakt!' 'Nou, ik ken een andere versie van vroeger', zei L.: 'Dat je helemaal niks meer kon presteren!'

Sommigen kennen elkaar al van toen ze jong waren. Ze weten nog wie ze waren van toen. R. is opgegroeid in een café, twee anderen hebben een café gehad in de benedenstad. Ze kennen elkaars lief en leed. R., nu 77 jaar, was best een snelle jongen toen, maar D. heeft voor J. gekozen. J. die nu alzheimer heeft, begon te glunderen. Tot slot deden we met zijn vieren nog een dansje, een lekkere langzame: R. en ik en D. en J. Wat is dit een mooie avond, zei R. een paar keer tegen me.

donderdag 18 december 2014

Sammie's schermpje

Met deze heel donkere en natte dagen, heb ik iets grappigs ontdekt. Als ik  Sammie, mijn mobieltje, op camerastand zet en dan op het schermpje kijk, dan is het ineens heel helder weer, zo'n weer dat de zon schijnt en alles er tegelijk fris en schoon gewassen uitziet.

Het deed me meteen denken aan de tv-serie Fringe, waar er een scherm is, waar  je op dezelfde plek kunt kijken naar de parallelle werkelijkheid in de andere wereld. Sammie's schermpje is even aanstekelijk: ik zou er zó in willen duiken;  Hé wat fijn, dat zonnige weer!

Zo dichtbij kan het dan ook aanvoelen en in mijn naïeve gedachten heb ik lange tijd gedacht dat het ook zó dichtbij kan zijn: dat mensen zich verbonden met elkaar kunnen voelen. Dat je een stemming of een gevoel kunt veranderen, je in een andere sfeer kunt hevelen. Eerlijk gezegd lukt het mezelf wel heel aardig: als ik somberte of verdriet voel, dan laat ik het eerst helemaal toe, en dan verdwijnt het vanzelf en wordt het van donker weer licht.

Maar ik maak elke keer weer mee, dat ik zie dat mensen als het ware machteloos zijn tegenover hun eigen gevoelens en belevingen. Het sleurt ze mee, alsof er geen eigen wil zou zijn of de mogelijkheid om je leven richting te geven. Hoe is dat toch mogelijk?

Het lijkt wel alsof je de weg vrij moet maken, zo breed en ruim mogelijk, om het licht te laten worden en zijn. En dat dit alleen gebeurt als je zelf geen obstakels, barricades  bouwt. En die ontstaan, lijkt het, juist omdat je GEEN verdriet, kwetsbaarheid, broosheid, ongemak, onvolmaaktheid wilt toelaten. Alsof de mate waarin je het probeert te verdrijven en verdringen, het juist groeit in je.

Hoe paradoxaal. Hoe verder je weg wil van alles wat niet zomaar positief is, hoe meer je het voedt en het juist groeit... Je zou eigenlijk elke keer weer jezelf moeten willen betrappen: hé, nou doe ik weer net alsof er niks met mij aan de hand is. Ik leg  de schuld van negativiteit en depressie bij anderen en bij omstandigheden, ik vlucht weg, neem een vluchtweg en verlies de grote brede weg waarop ik door zon en regen kan blijven wandelen naar een  door mezelf aangewezen doel: érgens thuiskomen. Bij anderen en vooral bij je eigen, diepste zelf.

Misschien zou je in je hoofd elke keer Sammie's schermpje ter hand kunnen nemen, bij opkomende donkerte. Gewoon nog één keer ademen en nóg een keer kijken. Naar je eigen donkerte en de mogelijkheid om daar doorheen te kijken naar het licht.

woensdag 17 december 2014

Dag Cees

Jeetje. Gisteren zei ik nog tijdens de leesgroep, bij mijn eigen gemaakte vraag: 'Wat is dat voor jou: een nieuw lied zingen?', dat ik probeer om elke dag als nieuw te ervaren, zo'n tintelende gewaarwording bij het wakker worden;  Ja, ik lééf,   er ligt weer een hele dag voor mij. Alles is nieuw. Alles is mogelijk.' Daarachter ligt er een soort van besef van mijn eigen sterfelijkheid, weet ik wel. Ook daar ben ik me steeds bewuster van: alles verandert, je wordt ouder, er is zoveel meer geleefd, dan dat wat nog kan komen.

En nu opende ik TROUW en las de column van Wim Boevink met de titel: Dit gaat over Cees. Zou dat gaan over Cees Nooteboom, nee waarschijnlijk niet, want dan had het een andere titel gehad. Het gaat over een Cees, die minder bekend moet zijn, of misschien zit er iets van een inside-grapje of verwijzing in. Een van de foto's boven het stukje toont een man van mijn leeftijd, dat zal dan wel die Cees zijn.

Toen bleek het een bekende te zijn: Cees van der Pluijm. In mijn stad, en met name het roze gedeelte, 25 jaar geleden, een lokale beroemdheid. Hij publiceerde zijn light-verse gedichten op de achterkant van het COC-blad Pink, waar ik ook een rubriek in schreef, waarin ik middels gedachten, anekdotes, boeken, films (een voorloper van dit blog, bedenk ik me nu),  maandelijks  biseksualiteit aan de mens probeerde te krijgen. Wat nu heel gewoon is, was indertijd iets nog niet bestaands: dat je ook biseksuelen noemt en erkent dat ze bestaan.

Cees van der Pluijm was mijn bekendste opponent. Vilein en snedig haalde hij me in het blad onderuit. Mijn rubriek kreeg in de jaarlijkse enquête steevast héél hoge cijfers of héél lage: logisch want het was een non-onderwerp, volgens hem. Soms zonk de moed me, door hem,  in de schoenen. Had het gescheeld als hij indertijd onverwijld enthousiast was geweest? Voor mezelf misschien wel, maar wie weet zorgde de reuring juist ook wel voor de bekendheid van biseksualiteit. Er kwam een nieuwe voorzitter bij het COC, die vóór was, en ik herinner me hoezeer we het als een overwinning zagen, dat bij de Dodenherdenking de krans bij het monument gelegd werd namens de homoseksuelen de lesbo's én de biseksuelen van de stad.

Is het met Cees en mij nog goed gekomen? Eén keer zaten we aan een gezamenlijk etentje en toen fluisterde hij me in, zich ook best wel biseksueel te kunnen noemen. Het was geen ironie, toen, geloof ik. En enkele jaren later presenteerde hij een talkshow en interviewde hij als spinn-off in de Vereniging bij het plaatselijke Boekenbal, Connie Palmen Dat deed hij héél knap en erudiet en vol humor. Connie Palmen schuddebuikte van het lachen. Petje af, als je dat kunt bereiken.

Nu is hij er niet meer. Wat raar. Heel plotseling overleden. Het bericht deed een stukje van mijn verleden herleven en maakt hem voor mij weer even heel levend. Hij blijkt een soort van paradijselijke jeugd gehad te hebben op de Veluwe bij Radio Kootwijk en heeft daar ook een boek over geschreven. Of hij geloofde in een paradijs na dit leven, weet ik niet. Misschien zoals bij 'biseksualiteit', echt wél hoor en echt niét. Dag Cees.

maandag 15 december 2014

Bidden

Ik vond het toch wel een apart momentje. In het Wijkcentrum ging het even over het Klooster waar ik regelmatig ben. En toen zei R. tijdens het kaarten: 'Doe jij daar maar goed voor ons bidden, hoor.' Dan reageer ik toch meteen met een vraag: 'Ja, wil je dat?' 'Ja', zei ze, en ik zei daar toen serieus op: 'Dat zal ik doen.' Met een knikje gaf R. nog eens haar instemming.

Dezelfde R. heeft vaak commentaar op mijn kleding. Want ik loop weleens met een 'afgezakte boks', omdat dat zo lekker zit, en dan zegt ze: 'Je bent het visitekaartje van het Wijkcentrum, wat zullen de mensen wel niet denken?' Ik geef haar dan lachend een beetje gelijk en een beetje niet:' Het zou net zo goed de mode kunnen zijn', zeg ik dan. En zij weer: 'Ja, ja, je bent me een lekkere'.

Dus ik moet er dan even aan wennen, dat ze dat écht wil: dat ik bid voor haar in het klooster. Ik bid ook in het klooster: tijdens de laatste voorbede word je uitgenodigd om hardop of in stilte de namen te noemen van hen die je aangaan. Ik doe dat in stilte, maar vind het eigenlijk wel mooi dat  dan ineens in de kapel het gemompel van vele stemmen te horen is. Van degene naast je hoor je de namen, en één keer hoorde ik dezelfde namen als zij aan wie ik ook tegelijkertijd dacht, omdat we degenen langs heel verschillende lijnen kennen.

Heeft dat bidden nou zin? Geen idee. God is geen tovenaar op een troon die dingen voor je regelt. Er wordt elke dag gebeden in het klooster voor de toestand in de wereld. Het is zelfs een deel van de gelofte die je aflegt als je zuster wordt, vernam ik pas. Maar ja, dat bidden 'helpt niet' zou je zo denken. Het leed, het gebrek, de pijn en het verdriet blijft in overstelpende hoeveelheden aanwezig. In je eigen kleine kring en over de hele aarde.

Het motto van de kerstwens van de Clarissen is dit jaar, vrij naar Eckhart: 'Als Christus niet in onszelf geboren wordt, dan is zijn komst tevergeefs geweest.' Dat is in feite een heel radicaal standpunt .Het is het verhaal van de mystici en niet die van het dogma en de klerikale kerk: in de mens zelf zit de potentie dat het anders kan, dat er vrede en licht mogelijk is in en voor jezelf en in en met anderen.

Ondertussen weet ik wel, dat die 'blijde boodschap' ofwel die oproep tot iets anders, vaak vergeefs is. Mensen kunnen zichzelf maar nauwelijks veranderen. Voor weinigen is een ommekeer weggelegd, zo lijkt het...Ach...het blijven noemen van de namen van de mensen die je alle goeds wenst, verlichting, boort bij jezelf een kracht aan, houdt je wakker, schept ter plekke verbinding tussen jou en elk andere. Dat is genoeg. Het is de vreugde van bidden.