maandag 30 januari 2012

Plak-techniek

Nou, nou het was de dag en het weekend van de nieuwe apparaten. Eind van de maand: tijd om voorraad te tellen op mijn werk, kasboek opmaken, energiemeterlijst weg enzovoort. Alleen bleek al doende dat alle programma's op de computer niet klopten of niet waren snelgekoppeld van het een naar het ander, of er gewerkt was met oude prijzen: gevolg: de hele dag bellen met de servicedesk die op de computer meekeek, leidinggevenden die langs kwamen, en die allemaal ook niet snapten waarom sommige dingen niet lukten. Om het uiteindelijk woensdag weer allemaal opnieuw te moeten doen.

Dan blijkt mij weer wat een een verschrikkelijke hekel ik in feite heb aan al die technische apparatuur om me heen. Het moet het doen, klaar uit. Zo niet, dan ben je met handen en voeten gebonden.Dan denk ik: Waarom niet weer gewoon zoals vroeger, een fijn papieren kasboek en een mannetje die op zijn oude scooter elke week de mappen met de administratie kwam halen? Hij was een soort Willempie met helm en al, en had twee oude canvassen fietstassen op zijn brommertje gebonden. Hij ligt al onder de zoden, alles en iedereeen om je heen komt en gaat en komt...

Ik had een Halogeen-Turbo-Grill-Bak-oventje gekocht. Een soort grote ronde glazen kom met daarop een soort deksel waar de warmte uitkwam en wat doe je met zo'n nieuwe aanwinst? Het meest ouderwetse bakken wat je maar kunt: een cake. Hemeltje, toch wel pakweg 15 jaar geleden dat ik voor het laatst een cake gebakken had. Ik besloot het simpel te houden en gewoon het recept te volgen op de Koopmans-cake-meel verpakking. Boter, eieren mixen, och ja, wat kan de p-l-a-k-k-e-n, dat beslag dat niet soepeltjes het cakeblik in wil.

Er kwam waarachtig een cake uit. Maar niet de cake zoals ik die graag wens: deze was compakt, wat droog, saai lichtgeel. Beetje flutloos. O ja: zó was dat: cake bak je niet van cakemeel, maar van zelfrijzend bakmeel en nog zo wat, ten einde zo'n heerlijke zoete luchtige verwencake te maken. Die oprijst en opbolt en uitstulpt. De nieuwe turbo-oven voldoet verder wel: kip met pijnboompitten en knoflookboter van de AH in een zilveren bakje kwam er mals en sappig uit.
Nu nog wachten op de malse en sappige resultaten van een soepellopende administatie en weg met dat plakspul van verkeerd beslag.

Zweven wil ik, weg van de techniek, me van de aarde verheffen.

zaterdag 28 januari 2012

Oosterse filmwijze

Ik heb deze week weer twee prachtige films gezien. Leve géén tv, dan kom je daar nog eens aan toe. Films 'los' zien, zonder aanloop van journaal of ander tv vermaak, zomaar vanuit de stilte rechstreeks op je netvlies: ze komen dan binnen met een weldadig soort intensiteit. De ene film is: Norwegian Wood, naar het gelijknamige boek van Haruki Murikami en de andere is de Chinese film The Road Home, van de regisseur van de bekende film Raise the Red Lantern, alhoewel ik die nog nooit gezien heb.

Norwegian Wood, is geregisseerd door de Franse Vietnamees Tran Ahn Hung, heet op z'n Frans La Ballade de l'impossible en is gemaakt met een volkomen mix van Fransen en Jappanners. De ook surreeële wereld van Murikami, waar verschillende betekenislagen voortdurend ineen aanwezig zijn, lijkt welhaast onmogelijk te verfilmen, maar toch vind ik de vertaling in filmbeelden van deze sfeer geslaagd. Langzame beelden soms, waar een rusteloze wind door het landschap en de ruimtes doolt. De film bevat een unieke 'langste- shot-ever". Door golvende groene weiden is op-en-af een rail gebouwd waarover de camera kon rijden. Het tempo van de camera gaf de twee hoofdrolspelers Watanabe, een stille jonge student, die verliefd is op Naoko, een beetje zonderling meisje die opgenomen is in een rustoord, een eigen dynamiek, zo vertelt de regisseur in the making of.

Die samenspraak van landschap en de mensen daarin, alsof ze soms in elkaar opgaan, alsof de seizoenen zelf helemaal mee bepalen wie je op dat moment bent, dat is precies ook zo aanwezig in The Road Home. De film haperde regelmatig op mijn dvd-speler, maar dat benadrukte nog eens extra, hoe prachtig, verstild de beelden zijn. Het is een aaneenschakeling van meditatieve momenten. Je ziet twee oude handen een gebroken kom met krammetjes ambachtelijk repareren, het Chinese meisje de lange weg op en neer lopen van dorp richting stad, in de hoop om degene op wie ze verliefd is, de dorpsonderwijzer die kwam en weer vertrok, weer te ontmoeten.

Ze gaat tijdens zijn afwezigheid in de school zitten, eén leslokaal, en ze versiert de ramen met licht vloeipapier en rode geknipte bloemen. Doordat ze dat doet, weet het hele dorp hoe het met haar gesteld is. De film is een terugblik van hun zoon. Zijn vader is gestorven in de stad en zijn moeder wil, volgens een oud Chinees ritueel hem over die lange weg terug dragen naar het dorp. De dorpsburgemeester probeert hem over te halen om zijn moeder te overtuigen dat hij terug gereden moet worden, dat dragers, het ceremonieel, het voedsel, de bescherming, het is een strenge witte winter, veel te duur zijn.

Uiteindelijk komen al zijn oud-leerlingen gratis en voor niks terug naar het dorp: ze willen hun oude leraar hun laatste eer bewijzen. Het ritueel wordt voltrokken en dit heden is in zwart-wit gefilmd. De liefdesgeschiedenis van zijn ouders, heel vroeger, is in kleur: Bergen in een rood-oranje-geel intense herfst, een koude witte winter. En daar helemaal onderaan, op de aarde, daar bewegen de mensjes en leven hun leven.

Het zijn dus ook de films zelf, die uitnodigen om ze in alle rust, met een soort stilte om je heen te bekijken. Ik ben geneigd om dit een Oosters filmwijze te noemen: niet actie, drukte, veel gepraat bepalen de loop van het verhaal. De mensen zijn een deel van hun omgeving: daarin leven en ademen ze, zoals de omgeving zelf ook leeft en mee ademt. En dat is, vind ik, een mooie weg om thuis te komen.

donderdag 26 januari 2012

Jij denkt maar...

Jij denkt maar dat je alles mag van mij... schalt er door de boxen in het wijkcentrum. Deze regel wordt eensgezind door iedereen meegezongen. Kennelijk een heel herkenbaar menselijke ervaring: je wil liefhebben, houden van, je wilt overstromen van welwillendheid, de ander tegemoetkomen... En dan komt er een moment van wakker worden.

Jij denkt maar dat je alles mag van mij... Maar er is een grens. Soms moet het stoppen. Soms gun en geef jij een ander alle ruimte, maar krijg je het gelijkelijk terug? Is het zo dat je samen een ruimere wereld hebt gecreëerd? Of ben je vervallen in discussies, in gelijkhebberij, in zuchten en steunen, tranen, toegeven, proberen te accepteren dat die ander nou eenmaal ánders is, maar je er toch niet lekker bij voelen?

Jij denkt maar dat je alles mag van mij... Het kan nog erger. Totaal niet serieus genomen worden door een ander. Iemand die altijd over je grenzen gaat. Iemand die een toegestoken hand niet kan beantwoorden. Iemand die eenzijdig boodschappen uitzendt, emotioneel je onderuit haalt, je geestelijk misbruikt. Of lichamelijk, dat kan ook.

Jij denkt maar dat je alles mag van mij... Als troost kun je misschien wel tegen je zelf zeggen dat je werkelijk hebt liefgehad. Wie deze regels kan meezingen die heeft ook ervaren dat er ook een andere wereld is: van wederzijds respect, van rust en ruimte, van niet-op-je-strepen-staan. Van een ander voorzichtig met aandacht en eerbied naderen. Want anders zou je deze regels niet kunnen uitzingen.


Familiebedrijf

Leve de Albert Heijn. Je koopt voor een paar euro een bakje met kleine narcisjes, nog alleen maar bol, elke dag zie je de groene stelen daaruit groeien en vandaag voor het eerst: het geel van een narcisje! Dat doet een mens goed, met die grijze snijdende kou buiten: De lente in je huis. Nu is de AH ook de naaste buur van mijn wijkcentrum en ze hebben er al twee keer vergaderd. De laatste keer op sleutelbeheer: ze krijgen de sleutels en kunnen zelf koffie en drankjes pakken.

Leve de Albert Heijn. Want ik wist niet wat ik tegen zou komen, als ze geweest waren. Een vergadering van ondernemers van meerdere winkels uit het winkelcentrum had een ware zwijnenstal opgeleverd: alle serviesgoed stond nog op de tafels, vlekken alom, tot proppen papier op de grond eraan toe. Mijn voorganger had schoonmaakkosten berekend.

Zo niet de Albert Heijn. Ze hadden de lege flesjes keurig in rijtjes op de bar gezet, ze hadden de afwas gedaan en de keukenhanddoek uitgespreid te drogen gedrappeerd. Nu mag ik niet uit de school klappen, maar in het achtergebleven papierwerk zag ik dat ze de avond besteed hadden aan de cultuurwaarden van Albert Heijn. Nee, dat is dus niet alleen maar wat voor beginnende welwillende leefgemeenschappen en dergelijke, zoals zuster B. met haar visioengroep op de agenda had staan: wat zijn onze gemeenschappelijke waarden?

Bij Albert Heijn weet men dat: 'We zijn van oudsher een familiebedrijf', zegt men. 'Een bedrijf waarin we elke dag met elkaar een klus klaren. Waarin we op elkaar letten, elkaar respecteren, vertrouwen.' En dat heeft niet alleen betrekking op het familiebedrijf zelf, maar geldt ook voor de klanten, leveranciers, de maatschappij. Vooruit maar! Zes cultuurwaarden zijn de peilers daartoe: Respect. Vertrouwen. Samen. Doelgericht. Bezieling. Vernieuwing.

Ik zou willen dat deze waarden in elke familie vanzelfsprekend zouden zijn. Wat zou de wereld dan mooi zijn. Dan was het elke dag lente.

woensdag 25 januari 2012

Perspectiefwisselingen

Gisteren sprak ik met A., de biebjuf van mijn buurtbieb. Die gaat sluiten per 1 maart. Bezuinigingen, ja ook. Maar de bieb verplaatst zichzelf ook in de school. Om de boeken helemaal tot op de de neus van de kinderen te brengen. Kennelijk is de uitgang buiten toch een te grote drempel, want alle kinderen kunnen gratis lid worden, maar het schiet niet op. Terwijl de bieb een oud klaslokaal van de school is.


De luxe van een internetverbinding in mijn straat is dus voorbij. Men kan niet alles hebben. Als bibliotheken zelf maar overal aanwezig blijven, vonden A. en ik. Wat internet ook vermag, al zou je alle titels zo kunnen opzoeken met zelfs een bezorgdienst thuis; iets heel wezenlijks verdwijnt dan wél: de bieb en de boekhandel als struingebied. Voor onverwachte vondsten. Internetbeschikbaarheid van titels, shoppen op het web, e-boeken bestellen etc: dat zijn mooie ontwikkelingen, maar de bieb en boekhandel als ontdekkingsplek; dat moet blijven.

Zo ontdekte ik onlangs in de grote bieb een dik boek: De Japanse bezetting in dagboeken, buiten de kampen. Samengesteld door Jeroen Kemperman. Je leeft mee met het wel en wee van drie Nederlandse vrouwen, vanaf wanneer de Jappen Indonesië binnenvallen, ergens in 1942. Een wereld gaat open, ook vooral tussen de regels: de wijze van hun leven ervoor, hoe de Jappen steeds harder en wreder worden, dat deze vrouwen eerst niet naar de kampen hoefden en later weer wel en dan onderdoken: van het ene adres naar het andere gingen en een huis gedeeld werd met meerdere gezinnen.

Het is zo'n boek waar ik in mijn actieve geheugen en belangstellingssfeer niet naar zou gaan zoeken. Maar toen ik het vond was het meteen: ja, die wereld mag wel tot leven gewekt worden. Omdat het behoort bij de geschiedenis van mijn ouders. Die dezelfde tijd vanaf een heel ander perspectief beleefd hebben: als Indonesiër, die eindelijk weer Indonesisch mochten praten, de hoop die de Japanners aanvankelijk brachten van bevrijding van het koloniale juk, tot uiteindelijk ook de wreedheid van de Jappen mee gemaakt te moeten hebben.

Ondertussen lees ik ook: De Patgonische haas, van Claude Lanzmann. Dit is zijn autobiografie. Hij heeft de 9 uur durende documentaire Shoah gemaakt, over de vervolging van de Joden. Hij is zelf ook Jood. Nu zit ik daar ook in 1942, maar dan in Frankrijk, het Joodse perspectief en de dreiging van de Duitsers: ook hier een wereld die steeds angstiger en bedreigender wordt. Ik geniet erg van zoveel perspectieven, tegelijkertijd. Want zo is het leven.

dinsdag 24 januari 2012

Kijk! Zie!

Hè, hè. Eindelijk was het weer eens zover. Een mager winterzonnetje, geen wind: ik toog naar de Waal. Geen strandjes, alles overstroomt, alle boomstammen onder water. Een stuk aangespoeld hout vinden, erin snijden, iemand met een lang gewaad, een arm hoog geheven, wijzend naar de verte:' de profeet', doopte ik haar. Ik bond roodachtige haarwortelstengels rondom haar, tot aan het middel: alsof ze uit de woelige baren overeind blijft staan, niet verstrikt wil raken in alle kronkelingen, alleen maar staat: Kijk! Daar is de hemel! Er is ruimte, er is wijdsheid: dat is de toekomst!

Ik dacht aan de film The Iron Lady, waar ik gisteren voor mij geheel onverwacht heen ging. Want ik wilde naar een andere, maar besloot ter plekke voor deze. De recensies waren niet heel lyrisch. Maar ik kwam ontroert uit de film. Meryl Streep speelt natuurlijk grandioos, dat ze nu Margaret Thatcher vertolkt, dat deed er eigenlijk niet toe. Ze zou te menselijk gemaakt zijn, maar dat is een gekke kritiek. Achter welk pantser dan ook, hardheid, bravoure, egocentrisme whatever: de menselijkheid daarachter is altijd dezelfde. Men ziet een oude vrouw die worstelend de fragmenten van haar leven probeert samen te binden, ze staat in haar eigen wortelstelsels: Kijk! dat ben ik! Wie was ik?

In de hal van de bioscoop stond het helemaal vol met mensen. Ze gingen allemaal naar de documentaire Ran Zen, en een discussie daarna met de maker over de vraag die de film behelsd: Hoe boeddhistisch is het westerse boeddisme, met name in de Zen-beoefening? Ik sprak een bekende, die ook ging en bij een introductiecursus zat van Zen.nl. Een ondertussen heel grote organisatie, die een mediterend Dick Bruna-poppetje als vignet heeft. Ze vertelde elke dag 2x20 minuten stil te moeten zitten. 'Als ik het nu niet doe, doe ik het nooit meer', zei ze. Dus vooruit maar: elke ochtend om half zeven op. Hoe ontworstel je je aan de drukke worteltakken van het dagelijks leven? Kijk! Zie! Wat gebeurt er dan met je?

In het wijkcentrum leverde de eerste open inloop, met de eerste keer 'gratis' koffie en de eerste keer bezig aan een legpuzzel: een stukje Keukenhof met felroze tulpen 'om de lente in de buurt te brengen', zei ik, 14 mensen op. Toch aardig. De muziek van een live concert van Paul de Leeuw moest uit: Stop eens met dat kattengejammer! Waarom moet die altijd van die rare woorden gebruiken? Rowhen Heze viel wel goed. Kijk! Zie! Wat zal zich gaan wortelen vanuit zo'n beginnetje?

J. de Hongaarse, kwam naar de bar en wilde me wat vragen. Of ze de volgende keer mijn haar mocht vlechten, iets met een vlecht aan een kant en een beetje wild aan de andere kant. Dat mag. Alles mag, ik ben zó gemakkelijk.

zaterdag 21 januari 2012

Italian for beginners

Het is een lieve film. Ik pakte hem mee omdat een deel ervan zich in Venetië zou afspelen. Mijn verblijf van twee weken daar in de zomer doet me in deze wintertijd smachten naar levende beelden van een stad die ik best wel een beetje heb leren kennen. Nou ja, kennen: de straten, de kleuren, het stille dat zich in het overal aanwezige water weerspiegelt en volstrekt een eigen gang gaat en wereld schept, buiten de toeristenstromen om. Er is geen verkeer, er zijn geen auto's: er ontstaat een gat in de tijd, als het rabbit hole in Alice in Wonderland: dat deed die stad met me en alle kunst van de Biënnale. En de film heet: ITALIAN for beginners.

Maar de film begint helemaal niet in Venetië, maar in een koud dorp ergens in Denemarken, in een kerk! Een onzekere, wat droevige jonge dominee moet er een slecht funktionerende collega vervangen in een zo goed als lege kerk. Al prekend slaat de vertwijfeling in zijn ogen toe: wat dóe ik hier, waar slaat dit op? Hij blijkt een half jaar tevoren zijn vrouw verloren te hebben, hij is een eenzame ziel, zoals dat heet.

Het hele koude dorp heeft zulke eenzame zielen. Een vrouw die voor haar halfgekke bedlegerige vader zorgt. Een kapster die een moeder heeft die aan de alcohol is en als een zwerfster steeds geld bij haar komt lenen. Een man die zo heel graag een vriendin wil hebben, het lukt maar niet met al dat daten en ondertussen is de serveerster van het plaatselijke restaurant verliefd op hem, de manager van een sporthal met grote dromen. Ze ontmoeten elkaar allemaal op een cursus Italiaans die in een verlopen cultureel centrumpje gegeven wordt.

De film is gemaakt volgens de DOGMAregels: geen achtergrondmuziek, een camera uit de hand, heel dichtbij gefilmd, alles echt op locatie, alsof je er als kijker bijstaat en meeloopt. Zulke dorpjes, zulke locaties, die mensen in hun allerdaagse kloffies, ja, dat komt me bekend voor. En tenslotte komt Venetië met haar oude stenen en bruggetjes en straatjes ook heel dichtbij. Op de plek waar twee elkaar de liefde verklaren en elkaar eindelijk vinden, daar heb ik zelf gestaan.