maandag 29 april 2013

The artist is present

Het is het mooiste voorbeeld dat ik nu ken: Van kunst en religie die met elkaar samenvallen. I. gaf me die tip: Kijk bij Zen in Zutphen, bij downloads op 17 april: Kijken vanuit de ziel. Luister dan nog niet naar de toespraak van Ton Lathouwers, maar kijk eerst naar het filmpje over de kunstenares Marina Abramovic die een performance heeft in het MoMa in New York. Dus je kijkt.

Je ziet een prachtige vrouw in ene rood gewaad intens kijken naar degene die tegenover haar gaat zitten op een stoel. Ze kijkt alleen maar. Op de gezichten van alle mensen die daar gaan zitten zie je dat er iets openbreekt. Soms tranen, soms kwetsbaarheid, soms... je kijkt in de bewegingen van de menselijke ziel en die openbaren zich omdat de kunstenares naar hen kijkt. Intens, aandachtig, stil als een berg in de hektiek van alle omstanders.

Dan gaat er een man tegenover haar zitten. Het moet een beetje speciaal zijn, want hij wordt uitgebreid gefilmd. Ze slaat haar ogen op, ze kijken elkaar aan en ze worden beide zo zacht, zo broos en tegelijk zo waardig. Zij gaat huilen en ze reikt haar handen naar hem...

Elkaar ontmoeten  vanuit de ziel. Niet dat wat je weet van een ander is van belang, maar wat je kunt aanschouwen vanuit de ziel.. Een bodemloze diepte openbaart zich. Wie ben jij? Wie is elk ander? Je kunt jezelf en een ander niet kennen: je draagt het geheim van wie je bent, van je bestaan met je mee.

Toen keek ik naar de documentaire die je vervolgens ook kunt aanklikken. De man die tegenover haar ging zitten was Ulay, de man met wie ze 5 jaar lang in een busje de wereld doorkruiste, met wie ze veel performances heeft gedaan, met wie ze een intense liefdesrelatie heeft gehad, en toen na 23 jaar gingen ze uit elkaar, na elkaar eerst tegemoet gelopen te hebben op de Chinese Muur.

Dat weten voegt wat toe. En ook weer niet. Abramovic zegt over zichzelf dat er in haar vele personen leven. Een ervan is iemand met spirituele wijsheid en die is haar het liefste. Drie maanden lang zat ze zes dagen achter elkaar in het MoMa, open en aandachtig voor een ieder die tegenover haar kwam te zitten. Je ziet haar kreunend van pijn na een dag, van haar stoel komen.

Maar er komt een moment dat ze dat vergeet, zegt ze. Dat ze zichzelf overstijgt. Dat ze lichtheid en harmonie ervaart. Een heilige ruimte, zo zegt ze. Nee, ze gebruikt geen woord uit de religie. Ze creëert alleen maar. En op de gezichten van de toeschouwers zie je dat ze daarin meegenomen worden, opgenomen, zich openen. Prachtig.

donderdag 25 april 2013

Koningslied

Tja. Soms heb je ideeën met de beste bedoelingen daarbij en dan blijkt een ander dat toch helemaal niet zo leuk te vinden. Wat is het toch moeilijk om je zomaar op een ander af te stemmen. Zo, dat er iets is wat gesamenlijk gedragen wordt, waar je samen plezier aan beleefd. Nee, je hoeft niet hetzelfde te beleven, maar plezier en geluk ervaren van iets wat je samen deelt, dat lijkt me toch wel een soort van algemeen menselijk streven.

Neem nou dat Koningslied. Geschreven door drie mensen waaronder Guus Meeuwis en Jack Poels van Rowan Heze. Ingezongen door 50 (!) artiesten met muziek van John Ewbank. Ik hoorde het net in het wijkcentrum als geheel en het is best wel een leuke melodietje, vind ik. Toevallig zag ik de Pauw en Witteman waar de taaldeskundige vakkundig de taal kraakte tot het grijze gruis uit een vieze vermolmde stinkende wc pot.. Je geeft één man een nationaal podium en iedereen met een beetje verstand vindt het lied vervolgens niet te verteren en natie- en koningsonwaardig.

Ewbank trekt zijn lied in.  Uuh? Hoezo? Al die toppers van zangers en zangeressen die het liedje inoefenden, is dat  dan ook niet van hun geworden? En de tekstschrijvers en de muzikanten? ... Nationale verdwazing alom en er worden alternatieve Koningsliederen geschreven. "Door de grachtengordel", zo vond een biljartster vandaag in het wijkcentrum. "Ik vind er geen bal aan", zo hoor ik. En het omgekeerde: "Best een geinig lied, ik wil het wel zingen hoor!"

Mensenkinderen, gun iedereeen toch het hare en zijne! Stel dat die meneer bij P&W mild de taalfoutjes had gemeld en men vervolgens met zijn allen besloten had dat WIJ het lied toch gaan zingen, uit volle borst, want niks en niemand is volmaakt. Hoe mooi eensgezind was de natie dan geweest: het oorspronkelijke doel tenslotte.

Willem Alexander heeft zich al van zijn belangrijkste taak gekweten: proberen te verbinden. Hij meldde dat hij het leuk vond dat er meerdere liederen waren en dat hij hoopte dat er veel gezongen zou worden. Geen drama a la dat liedje van: 'Er waren twee koningkinderen, die hadden elkander zo lief, maar het water was veel te diep.'  Ik volg Alex hierin. Elk vogeltje zingt zoals die gebekt is. Laten we dat zo houden. Alsjeblieft.

PS: Kijk op YouTube bij: Lieve koningin van Brigitte Kaandorp. Een ultiem koningslied.

Vogeltjesleven

En zo blijkt maar weer hoe halsstarrig, koppig en onverzettelijk je in staat kunt zijn om de werkelijkheid selectief waar te nemen en geheel te vervormen naar je eigen vooronderstellingen... Wat wil het geval? Jaar in jaar uit zie ik in de lente in mijn tuin een merelpaar verwoede pogingen doen om er een nestje te bouwen. De ene keer in de bamboe: vergeefs, want bamboe wuift en is buigzaam, dus zo'n nest is gedoemd om te mislukken.

Dan weer in de laurierkers achter. Maar die merels hebben geen notie van de structuur van die struik, of liever gezegd, hoe ik die gesnoeid heb: er blijken dan net te weinig fijmazige takken zodat het nestje er alsnog uitvalt. Of de buurpoezen weten er in te klimmen. In de haag aan de zijkant, bestaande uit bruidsluier, klimop en ander struikgewas, dacht ik ooit echt dat het die keer ging lukken. Dat was ook zo, tot halverwege: tragischerwijze vond ik later wel eitjes in het nest, die nooit uitgebroed zijn.

En nu was er al weken opnieuw een merelechtpaar actief: tegen mijn huis en raam aan, bij het terras. Af en aan, soms rakelings langs mij als ik er zat, met spul in de bekkies en ik dacht daarbij: dat wordt nooit wat. Veel te dicht bij huis en dan ook nog een buurtpoes die aan de andere kant van het terras haar buitenhok heeft.

En toen kwam ik gisterenavond tot een ontdekking. Ik hoorde gefladder uit het nestje. Hé, hoe kon dat nou? Nee, het kan niet waar zijn: dat leek op een klein vogeltje die probeerde om uit te vliegen! Moedermerel kwam aanvliegen met een dikke worm in de bek, zag ik nu, tevoren meende ik dat het aarde en takjes waren,  en bleef in de roze ribesstruik daaronder toekijken of het haar jong zou gaan lukken. Nee, dus en na even gewacht te hebben en rond te kijken, bracht ze het voer naar boven. Dat is ware moederliefde: meteen willen loslaten als dat mogelijk kan blijken.

Ik heb er een ladder bijgehaald en in het nest gekeken. Daar lagen twee jonge mereltjes knus tegen elkaar aan. Later op de avond vlogen pa en ma erbij en in het bijna donker zag ik de spitse snavel van vadermerel nauwlettend het nest bewaken. Ik heb weken blind gekeken. Er blijkt zomaar vogeltjesleven te zijn en zo dichtbij.

woensdag 24 april 2013

Schildering

Vanochtend op de fiets: de gevoelstemperatuur past niet bij het beeld. Alles is aan het ontbotten, sommige bloesembomen zijn alweer uitgebloeid, die lichtgroene waas over sommige bomen, het gele speenkruid in het gras. Maar het is nog zo koud! Nee, geen handschoenen aandoen, niet overdrijven, maar de sjaal en mijn petje gaven wel de beschutting om je heen die nog net nodig is.

Gisteren was het helemaal bar en boos. Miezerend en grijs. Dan maar binnen mijn vertier zoeken. Ik kocht een schilderdoek en ging aan de gang. Mijn gebruikelijke grotere formaat was er niet, dus ik nam er nu eentje mee van 60x80 cm. Ik bedacht me dat ik er ongeneerd op mocht kliederen en ik besloot er meteen een rood-oranje streep diagonaal neer te schilderen. Zo. Verder had ik behoefte aan warme kleuren en aan dat frisse lentegroen, dus vooruit met de geit.

In een soort van roes ben ik daar dan de hele middag zoet mee. En eigenlijk ben ik best tevreden over het resultaat. Er verschijnen uiteindelijk altijd iets van 'lichtbomen' of balonnen of bellen of paddestoelen op, het is maar hoe je ze wil noemen. En contouren van landschappen en iets van water en een sterrenhemel.

Het resultaat naar mijn benedenkamer halen en dan kijken. En me afvragen of het ook nog wat  te maken heeft met het thema, eerder op de dag: 'Bewoning' (zie vorig blogje) Ja, wellicht?  Dialoog...iets van in contact blijven, wegen die gaan en spiegeling? Oordeel zelf maar. Tenminste, dat ga ik weer proberen: met Sammie. Kijken of deze schildering de reis kan maken naar dit blog en zich hier zal gaan tonen.

dinsdag 23 april 2013

Bewoning

De regels van een lied van Huub Oosterhuis vielen me vanochtend te binnen:

Zomaar een dak boven wat hoofden, deur die naar stilte openstaat.
Muren van huid, ramen als ogen, speurend naar hoop en dageraad.
huis dat een levend lichaam wordt, als wij er binnen gaan...

Het zijn woorden die een ruimte oproepen waar je zomaar kan wonen, waar je thuis bent, waar je niet op je hoede hoeft te zijn, waar het altijd goed toeven is. En iets in de woorden zegt dat mensen dat voor elkaar kunnen zijn: in jouw levend lichaam zijn muren van beschutting die een ander willen beschermen, ogen die zich openen naar die ander, huid die met elke aanraking met andere huid zegt: hier ben ik voor jou.

Mensen wonen in huizen, maar wat maakt een huis bewoond? Ik vond een gedicht van Ida Gerhardt waarvan ik bijna tranen in de ogen kreeg. Bewoning, een thuis, heeft te maken met de werwoorden in dit gedicht: spelen-groeten-ontsluiten-delen-voelen-wachten-opengaan.

Lente

Voorzichtig beginnen te spelen
binnen de groenende koelte
de bloemen met name te groeten
en van het hart te onsluiten
aarzelende kamers.
Het brood met elkander te delen,
de koele beekval te voelen
En in de avond te wachten
de bevende witte vlinders:
de kamperfoelie gaat open.

En dan, ja dan is het lente: een eeuwigdurend seizoen waarin je kan wonen. Steeds vol verwachting en de groeikracht blijven voelen in het levend organisme dat je bent tot je laatste ademsnik.

maandag 22 april 2013

The crack

There is a crack in everything... that's where the light comes in... Met die woorden van het liedje Anthem van Leonard Cohen, werd ik vanochtend wakker. Ik zie de scherpe randjes van de breuk, de scherf van het duister dat kennelijk nodig is om het licht te zien en toe te laten. Het veronderstelt dat er duisterheid is met daaromheen licht. Het duister zwemt als een oerklomp in het licht. Maar het duister ziet het licht niet, tenzij het van binnenuit een breuk maakt, zichzelf opent.


Met de vrouwengroep al wandelen op de Posbank, gisteren in een eindelijk zonnig Nederland. De hele middag buiten, beginnend op het terras en weer eindigend op een terras. G. wilde haar verhaal wel al kwijt voor het wandelen: Ze was die ochtend in de kerk geweest en ineens brak iets door: 'Ik ben lesbisch!' Ze kon wel juichen van plezier en keek tegelijk rond wie dat om haar heen nou eventueel niet zou kunnen waarderen. Maar dat maakte juist niet meer uit: het was haar de periode ervoor gebeurd: afgewezen worden door een heel  oude vriendschap na zo je best gedaan te hebben en dan ineens weten dat je dát altijd deed: je best doen om gewaardeerd te worden uit angst voor verlies.

En zo heb je eerst dat duister nodig, die wirwar van gevoelens en ervaringen, grotendeels in je jeugd opgedaan, waardoor je eerst naar binnen blijft kijken en de klomp alleen maar dikker en vaster wordt en dan implodeert het van binnenuit omdat je ergste angst waar werd en dan pas kan je naar buiten kijken, door de breuk heen.

Familie... het is de plek waar velen alleen maar veel pijn en verdriet van hebben. Er is geen eenheid, geen samen, je hebt elkaar nooit verkozen. Het zijn mensen die genetisch op je lijken en die je daarom wellicht ook zo kunnen raken. Dezelfde patronen erin geetst, en je kunt pas jezelf worden door daaruit te breken en dat moet als de tekening die geetst is niet goed is en je eigen integriteit aantast. Als de etsers niet in staat zijn om buiten de eigen tekening te kijken naar alle nieuwe tekeningen die onstaan zijn. Dit dacht ik dit weekende: er zit niks anders op dan soms die pijn te ervaren, weer binnen in die donkerte te zijn, je wonden likken en daar weer uit breken.

En ik dacht aan de prachtige portretten die ik tevoren zag in het Afrika Museum van de kunstenaar Mario Marino, die naar Ethiopië reisde en daar foto's maakte van een aantal stammen die op een oppervlakte zo groot als Wales leven, 25 stammen op zoek naar vrede met elkaar omdat er geroofd en gemoord wordt om het vee. Foto's waarin de geportretteerde uit de context gesneden is en alleen, los  staat voor een witte of grijze achtergrond. Ogen als spiegels van de ziel: zoveel zielen kijken je intens aan en hun huid met de huidhaartjes, de littekens, alle lichaamsversieringen, elke kerf is erop zichtbaar.

Faces of Africa, zo heet de tentoonstelling. Maar ik keek in  gezichten van licht: de menselijke persoon in al haar integriteit die pas verschijnt door de vormeloze massa heen, de egale achtergrond. Je komt pas tevoorschijn als je jezelf bewerkt en je loscheurt, dan word je geboren.

zaterdag 20 april 2013

De leeuw en zijn hemd

Ik voelde me buitengesloten! Ik las het Boekweekessay van Nelleke Noordervliet  De leeuw en zijn hemd, over het ongemak van Nederlanders om trots op Nederland te zijn, waarom? Zij gaat daartoe als het ware op bezoek bij historische kopstukken uit de vaderlandse geschiedenis. Ze ziet prinses Wilhelmina schilderen in de duinen, maar spreekt ook met een Leidse lakenkoopman in de 17-e eeuw, ze ontmoet Rembrandt die even passé was. Nederland kende Gouden Tijden, de handel heeft hen rijk gemaakt, maar ten koste van wat? Ja, slavernij en kolonialisme, altijd de koopman en de dominee tezamen, de uitgestoken wijsvinger en de middelvinger..

Schaamte en trots om dat verleden, dat is de erfenis als je Nederlander bent. Maar dan gaat het wel om de autochtone Nederlander en de vanzelfsprekendheid waarmee Noordervliet dit doet, zonder ook maar een zin of een gedachte te besteden aan al die nieuwe Nederlanders: dat stak me. Juist daarin zit iets van pedanterie, van wel gewetensvol willen zijn, maar toch geheel gecentreerd zijn op het eigen van oudsher Nederlandse Ik: Voor mij staat daarom in dit essay de Leeuw waarlijk in in zijn hemd.

Pas trakteerde een vrouw van de internationale vrouwengroep in mijn wijkcentrum op taart. Want ze had de inburgeringscursus met goed gevolg afgelegd. Hier is een nieuwe Nederlandse die trots en verheugd is, om zich zo te mogen noemen. En ik herinner me mijn eigen Nederlandse-worden. Maar meer nog het gestage proces van mij Nederlandse voelen. Want alhoewel ik hier geboren ben, behoor ik toch tot een soort van tweede generatie import: een allochtoonse wier ouders niet Nederlands waren en een vader die dat ook echt niet wilde.

Nederlanders waren voor hem de uitbuiters en de kolonialen. Dat waren ze ook, maar het is tegelijk omonstotelijk waar dat ik alleen in Nederland geboren kon worden omdat er koloniën waren, en zo is de Nederlandse welvaart een deel van mij geworden. Maxima zei ooit: de Nederlander bestaat niet, en de natie viel over haar heen, want je bestaat wel: dit voorval haalt Noordervliet wel even aan. Maar opnieuw is dat de autochtoon, die zich op de tenen getrapt voelt.

Ik was blij met die uitspraak van Maxima. Ik herken de ervaring erachter: dat het je de vrijheid geeft om je ook Nederlands te voelen: ik met mijn kleurtje, mijn niet-doorsnee-nederlands uiterlijk. Alhoewel, zo ervaar ik dat niet eens meer. Ik zie steeds meer gekleurde mensen die vlekkeloos en accentloos Nederlands spreken en als ze dat niet doen dan willen ze zich er wel in behelpen en communiceren.

De leeuw en zijn hemd, heet dit boekenweekessay. 'Hup Holland hup, laat de leeuw niet in zijn hempie staan', zo gaat dat liedje. Maar kan de leeuw ook een tulband dragen, een sari, een hoofdoekje...? Ik mag hopen van wel.

Ik zette een mok koffie. Mmmmm... die geur troostte me. De nationale drank van Nederland is toch ook zomaar hier gekomen door de contreien waar mijn voorouderen vandaan kwamen. Ik hoef me niet buitengesloten te voelen, ook ik ben een deel van de Nederlandse gechiedenis, Nederlandse.