maandag 22 april 2013

The crack

There is a crack in everything... that's where the light comes in... Met die woorden van het liedje Anthem van Leonard Cohen, werd ik vanochtend wakker. Ik zie de scherpe randjes van de breuk, de scherf van het duister dat kennelijk nodig is om het licht te zien en toe te laten. Het veronderstelt dat er duisterheid is met daaromheen licht. Het duister zwemt als een oerklomp in het licht. Maar het duister ziet het licht niet, tenzij het van binnenuit een breuk maakt, zichzelf opent.


Met de vrouwengroep al wandelen op de Posbank, gisteren in een eindelijk zonnig Nederland. De hele middag buiten, beginnend op het terras en weer eindigend op een terras. G. wilde haar verhaal wel al kwijt voor het wandelen: Ze was die ochtend in de kerk geweest en ineens brak iets door: 'Ik ben lesbisch!' Ze kon wel juichen van plezier en keek tegelijk rond wie dat om haar heen nou eventueel niet zou kunnen waarderen. Maar dat maakte juist niet meer uit: het was haar de periode ervoor gebeurd: afgewezen worden door een heel  oude vriendschap na zo je best gedaan te hebben en dan ineens weten dat je dát altijd deed: je best doen om gewaardeerd te worden uit angst voor verlies.

En zo heb je eerst dat duister nodig, die wirwar van gevoelens en ervaringen, grotendeels in je jeugd opgedaan, waardoor je eerst naar binnen blijft kijken en de klomp alleen maar dikker en vaster wordt en dan implodeert het van binnenuit omdat je ergste angst waar werd en dan pas kan je naar buiten kijken, door de breuk heen.

Familie... het is de plek waar velen alleen maar veel pijn en verdriet van hebben. Er is geen eenheid, geen samen, je hebt elkaar nooit verkozen. Het zijn mensen die genetisch op je lijken en die je daarom wellicht ook zo kunnen raken. Dezelfde patronen erin geetst, en je kunt pas jezelf worden door daaruit te breken en dat moet als de tekening die geetst is niet goed is en je eigen integriteit aantast. Als de etsers niet in staat zijn om buiten de eigen tekening te kijken naar alle nieuwe tekeningen die onstaan zijn. Dit dacht ik dit weekende: er zit niks anders op dan soms die pijn te ervaren, weer binnen in die donkerte te zijn, je wonden likken en daar weer uit breken.

En ik dacht aan de prachtige portretten die ik tevoren zag in het Afrika Museum van de kunstenaar Mario Marino, die naar Ethiopië reisde en daar foto's maakte van een aantal stammen die op een oppervlakte zo groot als Wales leven, 25 stammen op zoek naar vrede met elkaar omdat er geroofd en gemoord wordt om het vee. Foto's waarin de geportretteerde uit de context gesneden is en alleen, los  staat voor een witte of grijze achtergrond. Ogen als spiegels van de ziel: zoveel zielen kijken je intens aan en hun huid met de huidhaartjes, de littekens, alle lichaamsversieringen, elke kerf is erop zichtbaar.

Faces of Africa, zo heet de tentoonstelling. Maar ik keek in  gezichten van licht: de menselijke persoon in al haar integriteit die pas verschijnt door de vormeloze massa heen, de egale achtergrond. Je komt pas tevoorschijn als je jezelf bewerkt en je loscheurt, dan word je geboren.