vrijdag 1 september 2017

Je ziet me nooit meer terug

Dat ik alweer een week thuis ben. Vorige week rond deze tijd landde het vliegtuig. Thuis is het fijn om lekker geconcentreerd in de tuin een boek te lezen. Vanmiddag sloeg ik, na twee dagen Je ziet mij nooit meer terug dicht, de memories van Sonja Barend. De titel zijn de laatste woorden die haar Joodse vader uitsprak, toen hij werd opgepakt, terwijl zij als kind in haar bedje sliep.

Haar moeder heeft hem zó meegegeven, lijkt het,; Is Uw man thuis? Ja, zei ze meteen en alhoewel hij wel een schuilplaats had in het naaihok, was dit er niet aan de pas gekomen. Sonja Barend fantaseert, hoe anders haar leven misschien was geweest, als haar moeder alerter was geweest en de twee ophalers om de tuin had geleid. Dan komt ze er ook nog achter, dat haar moeder al scheidingspapieren had aangevraagd, en het haar dus wellicht uitkwam, dat hij niet terugkeerde...

Haar moeder is tegelijk een zorgzame, heel warme vrouw, heel tevreden met haar leven in Amsterdam, ze wordt regelmatig geciteerd uit het mooie dagboekje dat Sonja Barend haar eens gegeven had, in de hoop dat ze zo achter het gevoelsleven van haar moeder zou kunnen komen. Maar het boekje blijkt vol zonnige verhalen, vol liefde voor haar kinderen en kleinkinderen.

Opvallend vond ik dat: hoezeer Sonja Barend haar vader zou willen kennen, weten hoe hij is, hoe hij dan precies gestorven is, misschien toch prettiger dan in een gaskamer in Auschwitz, maar dat het meest waarschijnlijk is, hoe ze hem toch vooral romantiseert, dat weet van zichzelf, en haar leven lang vragen blijft stellen over hem, geen echte antwoorden vindt: zij die zó goed was in vragen stellen; het lukte haar niet om haar eigen moeder te openen.

Dan de toch wel gruwelijke gebeurtenis, vind ik, dat haar moeder een 'klein misje' kreeg bij haar overlijden, zoals ze dat graag wilde, maar dat de priester dan zeer betekenend meldt dat haar moeder hem nog een geheim heeft toevertrouwd. Als Sonja Barend daarna langs hem gaat, weigert hij te vertellen wat het is, hij houdt zich aan het biechtgeheim. 'Waarom meldt je het dan, als je toch niet van plan bent om erover te vertellen?, vraagt ze terecht. En de priester zegt niks meer.

De concreetheid van haar stijl, het met aandacht beschrijven van de omgeving, voorwerpen uit die tijd, het voedsel dat haar moeder maakte,manieren van doen: de sfeer van Amsterdam in de zestiger, zeventiger, tachtiger jaren van de vorige eeuw wordt erg aanwezig. En tegelijk ook de tijd waar je zelf in kan haken wanneer ze zijdelings praat over haar tv-progamma's, in een tijd dat er alleen Ned1 en Ned2 was, en een gesprek de maatschappij indonderde: iedereen kon nog praten over of je 'Sonja' gisteren had gezien.

Je bent ook zo erg een kind van je tijd, naast een kind van je ouders, denk ik nu. Zij werd een tv-persoonlijkheid, zoals dat nu niet meer kan, de vraag of ze zandkorrels heeft kunnen verschuiven, maatschappelijke debatten heeft kunnen aanzwengelen, euthanasie, de pil van Drion, ze was er allemaal bij en heeft geholpen het openbaar te maken. En dan tóch zo weinig greep hebben op jouw eigen oorsprong.

Was ze gelukkiger geweest als ze meer had geweten? Nee, dat denkt ze niet, zo eindigt het boek. Sonja was en is gewoonweg een gelukkig mens, met haar man A., haar kinderen en kleinkinderen, al is ze in dat gezin heel vroeger begonnen als 'stief'. Ze denkt zonder A. nooit meer echt te kunnen genieten van een zonsondergang, hun huis bij Mt Ventoux en alle andere dingen. Ze is een paar keer zeer bezorgd dat ze zelf zal gaan sterven. Ja, de sterfelijkheid van de mensch, zo wordt het voor een ieder: Je ziet me nooit meer terug.

donderdag 31 augustus 2017

Tehching Hiseih

De kunstenaar die alls persoon het meest binnen kwam en me het meeste heeft verbaasd is  Tehching Hisieh, ofwel Sam Hiseih, zoals hij zich in New York, waar hij naartoe is geëmigreerd is gaan noemen. Het was de inzending op de Biënnale die het paviljoen van Taiwan vulde. Dat paviljoen ligt naast de Brug der Zuchten, zo genoemd omdat nadat er vroeger recht was gesproken in het Dogenpaleis, de gevangenen over die brug in de gevangenis kwamen: een éénrichtigsweg. Wie in deze gevangenis terecht kwam, stierf er ook. Nu is het dus al jaren het paviljoen van Taiwan, tijdens de Biënnale.

Nooit eerder was deze locatie zó toepasselijk. Want Sam H. is een kunstenaar, die zijn eigen lijf inzet voor de kunst, hij is een performance-kunstenaar, zoals  Marina Abramovic dat ook is. Zij is wereldberoemd geworden met performances samen met Ulay: met de haren aan elkaar geknoopt in een museumzaal, samen een spanningsboog vormen, naakt in een doorgang gaan staan zodat de bezoekers zo ongeveer tegen hen aan wrijven, etc. Zij noemt Sam H. de oervader van de performance-kunst en degene die werkelijk tot het uiterste is gegaan.

Nou dat vind ik ook. Want wat deed hij tussen 1979-1984? Hij heeft vijf jaar besteedt aan acts, die elk één jaar lang achterelkaar duurde. Het eerst wat hij deed, was zichzelf een jaar lang laten opsluiten in een kooi, waar hij NIKS kon doen, werkelijk niks. Hij ontzegde zichzelf van lezen, muziek luisteren, iets opschrijven, praten. Een vriend van hem bracht hem zijn maaltijden, maar met hem sprak hij ook niet. Op een kalender zie je in elke maand een cirkel of soms twee, dan konden mensen hem  bezoeken: zijn enige contact met de buitenwereld, zwijgend.

Vervolgens heeft hij in een jaar zichzelf gedwongen, om elk uur een prikklok in te drukken en op dat moment maakt hij met een zelfontspanner ook een foto van zichzelf. Je ziet wanden vol ponskaarten hangen en fotootjes, waar hij in het begin van het jaar zijn hoofd kaal heeft laten scheren en op en einde van het jaar half lang haar tot op de schouders heeft. Alle foto's achterelkaar levert een filmpje op van iets meer dan zes minuten. Een jaar lang dus, ongeveer in de elfde ruimte zonder echte nachtrust.

Toen heeft hij een jaar lang buiten geleefd in New York. Buiten is echt buiten: dus schuilplaatsen als verlaten vrachtauto's, of ergens wild kamperen, dat allemaal mocht niet. Elke dag heeft hij op een zwart-wit kopie van de plattegrond van New York met een rood potlood getekend waar hij gewandeld heeft en waar gegeten. Onderaan staat dan zulke dingen als 6,71 dollar besteed aan food. Die koopt hij dus in stalletjes en aan de weg, maar ook daar eet hij het buiten op, niet binnen. Op een filmpje zie je dat hij een blik met geld ergens verstopt heeft aan de rivier, onder wat struiken. Daar haalt hij regelmatig iets op, om niet met het volle bedrag over straat te hoeven lopen. Hij slaapt op een matje en een slaapzak, overal en nergens. Zijn oude rugzak en alles wat hij bij zich had wordt er tentoongesteld in een vitrine. Eén nacht heeft hij zeer tegen zijn zin, in een politiecel geslapen, onterecht opgepakt

Enfin: hij heeft ook nog een jaar lang vastgebonden aan een vrouw geleefd en ook een jaar lang besloten zich helemaal niet met kunst bezig te houden: niks mogen doen zelf, maken, zien, andere kunstenaars spreken of erover lezen..

Waarom doet iemand dit zich aan?, vraag ik me af. Toch roept het ook iets puurs en zuivers op.  Het is jezelf tot de grens en de kern van het menselijke brengen: hoe groot moet jouw binnenwereld wel niet zijn, om in een kooi te kunnen leven, zonder enige impuls? Hoe erg kun je jezelf relativeren door een jaar helemaal niks met kunst te maken te hebben, terwijl je identiteit 'kunstenaar' is?

Het doet me ergens ook wel denken aan het kloosterleven. Ook daar de intentie om je niks aan te trekken van de werktijd, zoals die in de wereld is vastgesteld, je niks aan te trekken van alles wat daarin als belangrijk gepromoot wordt. De tentoonstelling heet Doing Time en dat doet me denken aan de uitspraak van broeder W. die het bidden en zingen in de kapel: 'de tijd stukslaan' noemde.

Er was een film van Sam H. nu als ongeveer zestigjarige. Een rustige, relaxte man leek het, met stille ogen. Hij keek naar beelden van zijn jongere zelf door de straten van New York: gedurende dat jaar is hij dus wel regelmatig gefilmd en gefotografeerd door een ander. Je kon nog zien hoe erg hij het vond om indertijd opgepakt te worden. Dat was tenslotte niet de intentie. Deze intenties waren eenvoudigweg getypt op een A4-tje, voorzien van zijn handtekening. En na dat jaar is er een getuigenis van anderen op datzelfde formaat, dat zij daadwerkelijk hebben waargenomen dat hij zich gehouden heeft, aan wat hij gezegd heeft.

Ook dat is er mooi aan, vind ik. Dat hij een werkelijkheid creëerde, puur door eigen wil en helemaal alleen afhankelijk van hemzelf en die paar mensen om hem heen. ZIJN: wie en wat je wilt.

dinsdag 29 augustus 2017

Overal mensen

Het voelt aan als nog steeds op vakantie: vanmiddag op het terras en in mijn hangmat een boekje gelezen: De wandelaar van Adriaan van Dis. Goed boek. Hoe hij in korte zinnen en eenvoudige taal de wereld van de vluchtelingen en zwervers weet op te roepen in Parijs, als je die andere kant opkijkt, niet dus naar de mooie boulevards, de musea, het gegoede leven van de Westerling. Hem gebeurd het omdat een hond uit een afgebrand kraakpand hem daarnaar  meeneemt.Het boek stamt al van 2007, maar is dus alleen maar actueler geworden: kun je wat 'doen' aan al die ongelijkheid in de wereld, die steeds dichterbij komt, tot in jouw buurt?

Ja, ook in Venetië zie ik die donkere tassenverkopers en zwervers in de schaduwen van portieken en in de stille achteraf straatjes. Een keer achter de Rialto-brug gaf een vrouw haar bijna onaangeroerde maaltijd aan een sterk ruikende man achter haar, toen ze wegging, en die man was blij en at daarna met smaak, al zittend het maaltijdje. Dat was een 'witte' man overigens. Wat voor levensverhaal zou hij met zich meedragen?...

Mocht mijn werk als beheerder stoppen, dan is dat wat ik het meest zal missen: dat zoals gisteren er in anderhalf uur tijd zich een leven opent, je elkaar werkelijk even ontmoet en hij eigenlijk nog wel wilde blijven, al kreeg hij een telefoontje van zijn Ex: waar hij nou bleef, hij zou toch komen helpen met het stuken van de muren in haar nieuwe huis?

Hij kwam aansjokken, P., een tikkeltje vijandig en wantrouwend. Hij kwam een versterker ophalen van zijn zoon N, die vroeger een kinderdisco had gedraaid in het wijkcentrum. Maar onlangs had deze andere apparatuur opgehaald en de waarde van 2800 euri daarvan, verpatst voor 150 euro. Dus nou wilde hij de versterker, zodat dat daarmee dan niet zou gebeuren. Maar ik kon toch moeilijk aan een wildvreemde iets meegeven, wierp ik tegen. Dat viel niet in goede aarde, maar we vonden daarvoor de oplossing door R. te bellen, de beheerder wier achtertuin grenst aan het pleintje van het wijkcentrum

Langzaam ontdooide hij. Zijn zoon bleek een autist te zijn, hij liet foto's op zijn mobiel zien die hij stiekem gemaakt had van zijn kamer om aan de maatschappelijk werker te laten zien. Een rotzooi, een zwijnenstal, totale chaos.Zijn zoon woonde nu even bij hem, maar stond onder invloed van een verkeerde vriendin. Die had hem aangespoord om zijn muziekinstallatie te verkwanselen, zij woonde in Den Haag en verkocht: je weet wel, en hij maakte met zijn getatoeëerde armen en handen de gebaren van lijntjes coke en snuiven

'Ik heb zelf  veel vastgezeten', zei hij en hij had er alles aan gedaan om zijn zoon duidelijk te maken dat hij het niet zo  ver moest laten komen. 'Ik woon al 58 jaar hier in deze wijk, je weet hoe het gaat...hier op de hoek, iedereen doet het zuipen, dingen verpatsen...' Ja ik wist het: die jongeren kwam ik 25 jaar geleden ook tegen... 'Mijn vader ging dood toen ik 14 was, ik kon het niet verkroppen, zo is het gegaan, maar dat zag ik later pas. In 1986 ben ik helemaal gestopt met drinken, nu doe ik alleen weleens een jointje, de huisarts zelf heeft dat aangeraden.'

'Ik heb pas een tia gehad... en nu komen er steeds maar herinneringen van vroeger boven, ik kan er niks aan doen.' Er sprongen tranen in zijn ogen. 'Het maakt me allemaal niks meer uit, als hij maar op het rechte pad blijft.' Zijn zoon dus, die wel heel goed in techniek bleek te zijn, al toen hij acht was haalde hij zó een motorblok uitelkaar en kon hij alles repareren. Hij was nu op school. De telefoon ging: het was zijn zoon die hem dus toch meteen terugbelde. Hij had waar ik bij was al gebeld en dacht dat zijn zoon net deed of hij niet bereikbaar was.

Ik hoorde een heel aardige en vriendelijke stem en zei hem dat ook. 'Ja, het is ook een goed joch, maar als hij de verkeerde bui heeft en dan met dat verkeerde mokkel om hem heen...' Ik filosofeerde maar wat en zei dat het altijd op en af gaat in het leven, en dat iedereen fouten maakt, dat je dat ook maar moet doen, maar dat het toch ook goed kon komen, dat was met hemzelf toch ook zo gegaan? 'Ja', zei hij, 'ja... laten we dat maar hopen.' Hij kwam gauw weer een keertje aan, zei hij en hij sjokte weg, half schuin en ineengedoken, door de tia denk ik, maar ik had hem al in de ogen gekeken: een heel heldere en scherpe blik.

zaterdag 26 augustus 2017

Ach, Venezia...

Ik blijf me verbazen over mijn eigen ontroering als ik in Venetië ben. Alleen al het zicht op die drijvende stad vanaf het Lido doet elke dag wat met me. De geur van het water in de lagune, het zitten op de kades, me, met zoveel anderen, vergapen aan die bekende skyline: ik kan er geen genoeg van krijgen. Ik val uit de tijd: schoonheid, esthetiek, een traag, tuffend tempo, het tempo van jouw voeten, stap voor stap: O!

En dan was er dit jaar ook weer de Biënnale. Veel mooie dingen gezien: elke dag uitzoeken wat te gaan bekijken en dan, zo het uitkomt, je plannen weer veranderen en aanpassen. Het doet er niet toe: het is overal mooi. Zo ben ik dit jaar geen enkele keer naar de kerk van San Nicolo vlakbij de camping geweest, maar was ik toevallig op de zaterdag rond 19u op het San Marcoplein, toen de klokken begonnen te luiden. Zou er een avondmis zijn? Ja hoor.

Wat bijzonder: die basiliek helemaal van goud en met mozaïeken en gekleurde marmeren vloeren en een gigantische grote Godslamp in het midden: deze basiliek waar de hele dag door toeristen in rijen staan te wachten om deze te bezichtigen, is tijdens een mis intiem: een geborgen ruimte waar een schild van schoonheid jou omhult en er de mis gevierd wordt. En dat met zo'n eenvoud: er werden alleen tussendoor Taizé-liederen gezongen en tijden het uitdelen van het brood zong een voorzanger alternerend met de mensen: Ubi caritas et Amor, Deus ibi est.

Dus de volgende week ging ik weer. En ik ging een aantal keren langs het San Stefanoplein, maar de kiosk met de tassen was dicht. En net, nu ik erachter was gekomen dat juist deze tassenverkoopster, moeder van een gezin met twee kinderen en een man die er ook altijd was, werkneemster is bij een project van de Amerikaanse kunstenaar Mark Bradfort: hij initieert altijd ook sociale projecten, daar waar hij is. Dus daarom dat deze tassen zo trendy zijn en niet de doorsnee rommel met Venetiaanse Gondels en de Rialtobrug: ik had me eerder al afgevraagd waar zij haar koopwaar inkocht.

Eén van zijn werken bestaat uit grote oppervakten geschubd materiaal, lijkt het, in zwarte tinten. Het blijken stukjes papier te zijn uit de kapsalon van zijn moeder die gebruikt worden om haar zwart te verven. Als je dat weet dan ruik je ineens die typische kapperszaak-lucht. Bradfort is als kind opgegroeid in de kapsalon en de  alledaagse verhalen van al die vrouwen, hun lief en leed, heeft hem zeer beïnvloed.

Dezelfde kunstenaar sponsort zo ook een grote moestuin op Guidecca in de vrouwengevangenis. Ik kocht er een zakje pruimen, ze staan er drie keer in de week, vertelden de vrouwen me, maar ze wilden  niet op de foto. Dit jaar liep ik er toevallig tegenaan, al zwervend op Guidecca, ik was het niet speciaal gaan opzoeken, dat doet een beetje "aapjes kijken' aan. Ook bleek er een helemaal nieuwe yuppenwijk gebouwd te zijn, waar een theaterschool is en galerietjes en tentoonstellingsruimte in het binnenhof van een voormalig klooster. Niet alleen in Nederland is men dus bezig met het hergebruik van oude kloosters en kerken...

Venetië lijkt me elk jaar rustiger te worden, maar het omgekeerde schijnt het geval te zijn. Ik denk dat ik steeds beter de mensenmassa's weet te ontwijken en langzamerhand meer oog krijg voor de gewone Venetianen die tussen de toeristen door hun gewone gang gaan: hun honden uitlaten, boodschappen doen bij de Coop, de ouderen die laat op de middag en in de avonden overal op bankjes zitten, de jongeren die op de steigers achter de Rialto-brug elkaar ontmoeten. Ach Venetië, Venezia, Serrinisma, volgend jaar weer?...

dinsdag 1 augustus 2017

Naar Venetië !

Vandaag gaat het dan gebeuren: ik ga weer fijn naar Venetië! Ik verheug me er erg op. Ik ben benieuwd of de kinderen nog spelen in de avond op het grote San Stefanoplein, terwijl hun ouders op de bankjes om de tassenverkoopkiosk met elkaar kletsen. Of de oude man er nog is bij het stalletje voor het strand van San Nicolo waar ik altijd een Granita Grande, felgroen met menthe-smaak of lichtblauw, dan is het anice, anijssmaak, bestel en daarmee het strand op loop. En het stel dat later op de middag, als dolfijnen in de zee dartelen. Hem heb ik in de loop van vijf jaar wel zien verouderen, want vorig jaar strompelde hij gebogen met een stok naar zee.

Zouden de Pakistani weer op de camping zijn? Zij komen uit Padua en doen drie maanden seizoenswerk op het Lido. Hoe druk zullen de Zondagse missen zijn in het kerkje vlakbij? Alle generaties kletsen daarna in de zon op het pleintje ervoor. Zoals ik zelf nu ook wel 's zondags doe, bij  'mijn' eigen Agneskerk in de buurt. Sindsdien ben ik niet meer verbaasd dat alle leeftijden vertegenwoordigt zijn. Straks ben ik in hun kerk zo'n vreemdeling die je welgemoed  de vrede wenst.. Mooi gebaar blijft dat.

En de twee meisjes die biologisch verantwoorde pizza's bakken op het eiland tegenover Venetië, op Guidecca, zouden die nog in de running zijn? En die jongen met zijn trendy bril op bij de kassa van de boekhandel bij de Biënnale? Ja, de Biënnale, ook daar heb ik zin in. Om weer lekker rustig van alles te gaan bekijken, zonder haast. Ik hoop op een plekje in de schaduw van een grote boom op de camping. Maar omdat mijn tent zoveel leefruimte voor heeft, maakt het eigenlijk minder uit. Ook de tent zelf kan nu schaduw geven. In het weekend schijnt er veel regen te vallen. Dus de eerste dagen maar veel naar het strand?

Ach, het maakt allemaal niet uit. Ik weet dat elke dag een snoepje is dat ik uitpak. Vorig jaar was ik door de schoonheid van Venetië zelf, in een voortdurende staat van lichte ontroering. Ik denk vaak aan Venetië gedurende het jaar. En straks tegen 18u zit ik in het vliegtuig. Morgen om deze tijd zit ik bij de tent en hoor ik de boten in de lagune en het tjirpen van de krekels. Dit blog staat tot eind augustus stil.

zondag 30 juli 2017

Weerbericht

Ik wilde net naar huis lopen van even  in de buitenlucht op internet naar vertrektijden kijken van de trein naar de stad. En toen brak er ineens noodweer los., En nu sta ik in het oude fietsenhok gedrukt tegen de achterkant en ik denk dat ik zo ook mijn laptop moet dichtklappen. Keiharde koude wind en het water op de tegels bereikt bijna mijn roze plastic clogs.

Ja, hoor, ik heb nu natte tenen. Hum, voeten. Het klettert een keiharde straal uit de regenpijp bij het schooltje.De tegelvloer van het schoolplein blijkt dus geheel niet waterpas te zijn en de grootste kuil is exact hier, rondom het fietsenhok. Als ik zo meteen hier door heen moet waden ben ik nat tot en met mijn enkels.

Volkomen verkeerd ingeschat. Na een paar heel korte regenbuitjes, waar ik naar binnen snelde om mijn koffer verder  in te pakken, om als de felle zon scheen weer even lekker in mijn ligstoel in de tuin te liggen, dacht ik dat de regen juist helemaal verdreven was.

Hier sta ik dan. Ik zou eigenlijk mijn broekspijpen moeten oprollen om door het water te waden. Maar ik kan mijn laptop nergens neerzetten. Waarom ik hier blog? Omdat ik niks anders hier kan doen. Maar het blog is van slag door het noodweer, want de lettertjes zijn ineens piepklein geworden.

En het is een grappig blogje om ooit eens over te lezen. Als ik oud ben en niet meer mobiel. Zo jóng was je dus! Toen je nog kom lopen met je laptop en niet gekluisterd zat aan een stoel Zou het zo met me gaan?  De letters worden nu zo klein, dat ik ze niet eens meer kan lezen. Ook mijn mobiel is van slag, die heeft al drie keer in zeer korte tijd geluid gemaakt, terwijl er niks op te zien is. Ik zal dit eens gaan plaatsen, als ik nog kan zien waar die knop zit. Kijken of daarna alles weer normaal is.

zaterdag 29 juli 2017

Weer thuis

Ik ben weer thuis en geniet daar dan toch ook meteen weer van. Hier ruik ik groen en de aarde en voel het park om me heen, waar vakantiestilte heerst. Lekker meteen wat snoeien en wegknippen, meteen weer een klikobak vol. De rode kool is wel iets gegroeid, maar de prei helemaal niet. En er steken wel wat aardappelplanten uit. Ik had gewoon wat oude aardappels in de grond gestopt. De roze vlijtige liesjes in de bloempotten bloeien nog vlijtig, de rode geraniums in de hangpotten zijn uit en een fuchsia die de winter heeft overleeft heeft nu bloemen.

En de mussen natuurlijk, mijn mussen!  Dat vrolijke getjilp om me heen.Ja mijn hol van een huisje, barstenvol spul, dat wel,  met een slordig tuintje en terras  is mijn eigen kleine paradijsje. Buurvrouw P. was even binnen in de tuin aan het Parijse ronde marmeren tafeltje, die beleeft dat niet zo, meende ik te zien aan subtiele lichaamstaal. Tja, hun tuin is keurig net aangeharkt, daar vind ik nu niks aan. Ze was er even omdat ze probeerde de foto´s van de Waalkade van een USB stick op deze oude laptop van Moeder te zetten.

O, wat ging alles langzaam, verzuchtte ze. En nee, het is dus niet gelukt. Er zit waarschijnlijk een bug op deze laptop. Heet dat zo?  Ik ben een internet-dummy, riep ik maar steeds. Maar het viel haar op dat ik wel aardig snel typte en wel wist hoe ik iets moest openen en sluiten. Zo is dat nu eenmaal, als je PC vooral een veredelde typemachine is. Ik begreep dat zij boven in een kamertje twee grote schermen had en dan nog van allerhande extra´s, voor films, muziek, chatten en skypen.

Ik vind het wel een charme houden dat ik een paar 100 meter moet lopen en nu op een bankje onder een boom in de buitenlucht heel even op internet zit. Een half uur, zolang als de accu het doet. De foto´s van de Waalkade zijn binnen handbereik, dat is handig, daar zijn het dan de buren voor. Ja, ze zouden er zó willen wonen, zeiden ze weer, wat een pand, het zijn wel vier appartementen daaronder, door dat grote dakterras.. Ach, wij wonen in een park, dat heeft ook wel wat, zei ik.