Ja, ik ben er maar druk mee; de volgende dag wéér een festival, waar o.a. de muziek gevierd werd, die destijds in The Lower East Side klonk. Zoals van de Joodse immigranten, die de klezmer ontwikkelden. Er werd op straat gedanst en er zongen ook drie dames. Op YouTube een aanstekelijk filmpje in de winter in Central Park, maar dit zongen ze nu, in de volle zon.
En toen ging ik naar een feestje van de Little Caribean gemeenschap in het kader van Juneteenth. In een andere hoek van Prospect Park bij ‘Lefferts House’ uit 1783. Ik zat in het gras en zag verderop twee tenten met veel eten, ging ernaartoe om iets te kopen, maar zag geen geldomloop: ‘Do you sell food, or is this a private party?’ vroeg ik. Het laatste dus, van een trommelgroep…En toen dook een van de trommelaars, met een een grijs rastakapsel in een muts, op en zei: geef deze dame een bord en laat haar eten uitkiezen.
Zo leuk!
De muziek hier, was dus Caribische en dat klonk enigszins zó, al draaide de DJ ook veel moderne bewerkingen van popliedjes, in een Caribische sausje.
Ik deed veel nieuwe kennis op, en maakte heel veel foto’s, die ik dan toch maar in ‘The Cloud’ ga opzoeken, in plaats van collages te maken in dit blog…Wél deze foto; voor wat parate kennis.
Vooruit, toch één collage, omdat de ochtend zich dus afspeelde in Chinatown:
Wat een feest, ik kan niks anders zeggen! In de metro erheen, die uit Manhattan kwam, was het voor het eerst dat ik geen zitplaats had. Ongeveer 5% van de deelnemers had ook een boodschap: Chinezen liepen met een grote groep mee en deelden ook folders uit: tegen de CCP, de communistische partij. Steun Transkinderen. Oordeel niet, vraag toestemming, vraag eerst! Dat was het. Ook geen commerciële wagens, wel eentje van een doventheater en Tractor Pirats ( leuk voor de Nederlandse boeren) en nog zo wat. Alles liep mee; gezinnen, individuen, vriendengroepen en ook in het publiek waren er mensen verkleed. Op de boulevard, bij de zee, was de weg ook afgezet, ik geloof dat alle deelnemers daar nog eens overheen liepen, vanuit de parade, als een soort van rode loper, langs een jury.
En in de avond weer naar Prospect Park. Daar werd JUNETEENTH gevierd, de afschaffing van de slavernij, waar de zwarte gemeenschap overal in het land haar eigen zelfbewustzijn viert. Kort, was een congresswoman aan het woord. ‘ Ik zit daar voor jullie, maar ik ben blij om nu even thuis te zijn in Brooklyn, want Washington that’s a toxic enviroment, as you well might guessed. Een verhaal van een werknemer bij Amazon, die in het begin van de COVID de baas had gewaarschuwd, mensen werden ziek; hoofdpijn, darmklachten, hoesten, maar ze bleven aan het werk. Amazon luisterde niet, hij nam zelf al zijn vrije dagen op. De aanvraag naar pakjes nam in Coronatijd toe. Mensen kregen 2 dollar extra per uur: I tell you, that is bloodmoney! Meteen erna werd aangekondigd dat Amazon één van de sponsors was… Love is the Root of our Resistance, herhaalde een andere spreker, and we must do it without fear. Say it with me: Black Lives Matter!
Verder muziek die iedereen kende en meedanste, soms met gospelachtige elementen, soms sensueel. En ik at weer Russisch-Oekraïns, van het foodcenter in Brighton Beach, waar de dame die alles weegt en van een zakje voorziet, mij tevoren uit zichzelf begon te vertellen wat het was, en wat erin zat. Voor €8, 63 en ik kreeg het niet eens allemaal op. De metrohalte lag helemaal aan de andere kant van Prospect Park, ik liep langs ooit door Nederlanders gebouwde huizen, een vrouw en een man lazen rustig een tijdschrift in de metro.
Ik hou wel van een dag met alleen maar zee, park en feest!
Hoe op één dag zoveel verschillende gebiedjes van mijn leefwereld voorbij komen…Maar dit is New York, dat verwachtte ik ergens ook. Maar toch: helemaal toevallig liep ik tegen de Franciscaanse kerk, en aanverwant klooster, aan. Meteen is er dan ook iets van nestgeur. Zowel Franciscus als Clara zijn er, een permanente kerststal, een vredestuintje, een simpel borduurwerkje. Toen ik de kerk inging, liepen er twee mannen gearmd naar buiten. En er was een Chinese heilige.
Het is de aandacht voor verhalen, die je door verschillende afbeeldingen en handelingen wáár maakt. Protestanten hebben er juist niks mee en ook niet met Maria. Maar zonder woorden een beleving vertellen, ervaring delen, dat is mij veel waard. Ze bieden de mogelijkheid voor 200 dollar, dat er een jaar lang elke dag een kaars brandt, voor wie je wilt. Één van de broeders is vrijwillig naar het front gegaan in de tweede Wereldoorlog, was bij de invasie van Normandië, heeft die overleeft, maar is later toch gesneuveld. De witte Maria van Lourdes was er, maar ook de bruine Marie van Guadeloupe. Jozef draagt een mollige baby Jezus, Maria geeft hem een schoolboekje in de handen. Het rook er naar witte lelies.
Ik wilde al gaan en toen bleek het buiten pijpenstelen te regenen! Dus uiteindelijk zat ik er twee uur lang, met tussendoor weer een rondje door de onder en bovenkerk, om bij de uitgang te kijken of het al droog was. In een hoek bij een lift, lag een man in lompen te slapen. In dat grote mozaïek zag ik de kernwaarden van de Franciscaanse spiritualiteit. Géén verering van God, het was Maria die centraal stond, met het kind Jezus op de armen en de duif, de Heilige geest die bij haar vliegt. Franciscus én Clara aan weerszijden en daaronder de weg naar het kleine kerkje van San Damiano, waar Franciscus letterlijk de ruïnes van het kerkje ging opbouwen. Iedereen verenigt eronder, mensen van koninklijke huize, een kardinaal, broeders, Clara en haar zus, en Franciscus speelt er viool…voor een Indiaan. Ik heb niet kunnen achterhalen wanneer deze kerk gebouwd is. Maar het is een levendige gemeenschap, nu, getuige hun website.
En toen was het droog en kon ik verder, mij toch wel verwonderend over dit onverwachte ‘oponthoud’; alsof iemand mij wél erop wilde wijzen dat ik tenslotte meer dan 15 jaar in Franciscaanse kloosters ben geweest.
Ik zag het Chelsea Hotel, waar véél, héél véél beroemdheden uit het Amerikaanse culturele en wetenschappelijke leven een poos gewoond hebben en Leonard Cohen schreef er een liedje over.
En toen deed ik toch wat van mijn oorspronkelijke plan: via de Chelsea Markt, liep ik een stukje over de High Line, een park van 1,5 mijl, gebouwd op een oude spoorlijn boven de grond, waar vroeger in het havengebied goederen over werden vervoerd in dit toenmalige industriegebied. Ik hoop het nog een keer helemaal te bewandelen.
Om tenslotte weer uit te komen bij het Whitney Museum, voor de tentoonstelling van Jaune Quick-to-See Smith; Memory Map. Zij is Indiaans, en verweeft al heel lang in haar werk politieke kwesties rondom ecologie, de positie van minderheden, de bijna vernietiging van de Indiaanse cultuur, die een grote verbondenheid ervaren met de natuur en het land. Nú zag ik overal ook de klimaatcrisis en de noodzaak om je daar nú druk over te maken. Een oververhitte sneeuwman, waar ligt je hart, ben je echt wel belangrijker dan een mier? We doen een wals met een stervende aarde, spreek jezelf uit, doe iets!
Het zal wel geen toeval zijn, zo werkt het brein, dat ik bij het wakker worden denk aan de film The Age of Innocence, geregisseerd door Martin Scorsese, naar een boek van Edith Wharton. Want nu heb ik de grootsheid gezien van gebouwen als Grand Central Terminal en de New York Public Library en ik heb gewandeld in Upper West Manhattan en kan de oudheid voelen van sommige bomen in Central Park. De film is een prachtig kostuumdrama: zúlke kleren droegen ze toen en zó was de strakke moraal in het toenmalige NewYork. Leven in die rijkdom, in een wereld vol privilege, maar ook in een gouden kooi.
(En ondertussen was daar de extreme armoede in de Lower East Side, maar dat was toen, meer dan nu, een totaal andere wereld, ver buiten hun bereik.)
A night of powerful queer storytelling, a spirit enveloped and transformed by music, zo stond er in de aankondiging over Jake Wesley Rogers. Geen woord ervan is overdreven. Hij vertelde over zijn naam ‘Jake’; dat hij aan zijn moeder vroeg waar die naam vandaan kwam. Van Jacob uit te bijbel, had ze gezegd, een sterke man. Hij komt van de Bible Belt uit Minnesota en hij begreep zijn moeder pas veel later, want eerst was er wederzijds onbegrip over zijn queer-zijn.Desondanks voelde hij de liefde van zijn moeder. Maar hij wilt zich niet klein laten krijgen door een hemelse man als Jacob. En toch…Ergens blijf je ook trouw aan daar waar je vandaan komt, hoe precies wist hij niet…Daar kwam nog bij dat zijn eerste vriend ook Jacob heette, dat leek een teken. Zij verloren elkaar uit het oog, maar nog niet zo lang geleden had hij gehoord dat hij overleden was. Het lied heeft aan betekenis voor hem gewonnen.
Jacob die vecht met de engel en daar sterk van wordt. Het woord ‘God’ gebruikte hij niet, maar ergens voelde ik zijn kracht, wellicht gewonnen door strijd en creatief talent. Elton John heeft hem zijn opvolger genoemd.
Ik was geraakt door zijn sterke presentie, die tegelijkertijd gevoelig, kwetsbaar als expressief prominent aanwezig was, zonder enige schroom of poeha. Het lied was er, gelukkig, op YouTube:
Tevoren had ik Russisch voedsel gehaald in een foodmarkt in Klein Odessa. Hier woont de grootste gemeenschap van Russische immigranten in Amerika. Ja, zelfs van het westelijk halfrond: er wonen meer dan 600.000 mensen.Er is daar een hele generatie die nauwelijks of niet de wijk uitkomt. Ik zag vrouwen zoals Natalia, waar ik nu ‘op kamers’ zit. En mannen met het postuur en gelaatstrekken van Zelensky. Misschien kan ik nu de Russen op straat herkennen. In de foodmarkt een aardige vrouw van mijn leeftijd. Ik vroeg aan het meisje bij de kassa wat dat was: die brokken lichtbruin spul. Sunseeds zei ze. ‘It is sweet’ vulde de vrouw naast mij aan. Ze vroeg in het Russisch of ik niet een klein stukje kon proeven, maar dat ging niet. ‘Ja, dat is jammer, als je het niet lekker vind, dan moet je de rest weggooien.’ Ik kocht het niet. Buiten had de buurvrouw het ook te koop, goedkoper, voor maar één euro per blok. De vrouw kwam de winkel uit en begon in de mand te zoeken, waar ik net weer mijn oog op geworpen had:’ ik kijk even of ik een klein stukje voor je kan vinden, maar nee…’ Toen liep ze verder. Een andere Russische vrouw zei: het is héél lekker! Die vriendelijke toegankelijkheid in Klein Odessa. Ergens wapperde de vlag van Oekraïne. Of de gemeenschap als geheel nu anti Poetin is?…Natalia zei ook niet te weten of ze nu nog terug naar Rusland wilde…
Klein Odessa ligt aan zee in Brighton Beach. Er was nog een reden waarom ik hier naar toe wilde. Neil Diamond is geboren in Brooklyn, kind van Joodse ouders, en jong verhuisd naar Brighton Beach. Hij woonde in een klein huisje met twee slaapkamers, boven een slagerij, waardoor er vaak muizen waren. Al zijn grootouders waren immigranten; van vaders kant uit Polen, van moeders kant uit Rusland. Zijn ouders hadden een kledingzaakje. En ineens kende ik de inspiratiebron van Jonathan Livingston Seagull; over een kleine meeuw, die niet met de groep mee wil, of kan, een crisis meemaakt en dan vrij en alleen leert vliegen. Neil Diamond woonde nog geen 500 meter van zee af, en heeft zijn hele jeugd naar de vlucht van zeemeeuwen gekeken.
Het boekje Jonathan Livinston Seagull van Richard Bach en de film met de gelijknamige naam, vertelt in liedjes door Neil Diamond, hebben mij zéér geraakt in mijn tienerjaren. Nu zie ik pas de aanverwante thematiek met Jake Wesley Rogers.
Leuk om later nog eens terug te zien: het filmpje van 18 minuten dat regisseur Martin Scorsese maakte als clip van BAD, van Michael Jackson. Het is gefilmd in een metrostation waar ik dagelijks doorheen kom, hier in Brooklyn. Alleen is alles er schoongemaakt. Want de metro hier ademt over het algemeen een sjofele, viezige sfeer. Ook letterlijk: op sommige plekken is het er heel warm. Boven op straat zien je regelmatig grote kokers, waar de stoom van onder uit wordt weggeblazen, en ruikt het ineens even metro-achtig. Er schijnen in Brooklyn ook een aantal nephuizen te zijn, herkenbaar aan zwart geblindeerde ramen: dat zijn grote ventilatiekanalen van de metro.
In andere steden is de metro vaak groot en mooi, ook met kunst, grote reclameborden, enzovoort. Daar is hier helemaal geen ruimte voor. Het zijn functionele gangenstelsels en voor mij nog steeds ook als een doolhof. Soms moet je afdalen naar een station, die helemaal uitlopen, weer omhoog, nog eens links en dan weer afbuigen, om vervolgens weer af te dalen voor je connectie. Of de reis in de metro duurt véél langer, dan wanneer je het gewandeld had: dan was het ongeveer één rechte lijn geweest. Maar nu is het vol bochten en zwenkingen die bovengronds niet voorkomen, alsof je in een kermisattractie zit.
Ook blijken er lokale ‘treinen’ te zijn en een soort ‘ intercity’s’, in Nederlands jargon. Ik wilde ergens uitstappen, bleek deze die ene keer daar niet te stoppen. Of men verandert de dienstregeling instant en rijdt een trein een uurtje niet. In feite zou je met een mobiele telefoon moeten reizen, om steeds de snelste verbinding bij de hand te hebben. Veel New Yorkers zie ik ook met de dienstregeling op hun schermpje. Op sommige stations is het op schermen te lezen, maar voor mij blijft het adacadabra. Er zijn héél veel verschillende soorten lijnen, en sommige rijden wel of niet in het weekend of 24 uur. En de haltes heetten meestal naar de straat erboven, een nummer dus, en ik ken de plattegrond niet goed genoeg om dan ter plekke te weten, waar ik dan uitkom. De metro is wel goedkoop: de duurste optie is, om twee uur lang te reizen met een los kaartje van 3 dollar. Niemand die dat overigens controleert, want er is geen uitcheck. De metro’s in Parijs en Londen zijn veel overzichtelijker. Hier kun je met gemak voorstellen dat er ondergronds mensen kunnen wonen. Ik zag een keer een oudere man op een stukje perron lopen, dat schijnbaar naar een muur ging, doodlopend was. Maar wie weet…had zijn weg wel een doel.
Het eerst wat ik deed toen ik thuiskwam, was dit filmpje bekijken. Ik was in The Museum of Natural History. Daar is de grootste verzameling van skeletten uit de Dino-tijd ter wereld. Maar ik moest mezelf steeds toespreken: dit is dus écht, dit zijn echte botten. Bij ‘botten’ stel ik mij allereerst voor dat ze grijs-bleek-beige zijn, uitgedroogd of weggeteerd.Maar ze waren donkerbruin, glanzend, met een soort van laklaagje. Mijn rare brein dacht steeds: mooi gemaakt.De wijze waarop de botten aan elkaar waren gemaakt, met degelijk ijzer en schroeven, nog uit een ander tijdperk, gaf mij steeds het signaal dat ik naar kunst keek, niet naar de geraamten van ooit werkelijk geleefd hebbende dino’s. Steven Spielberg heeft hier ook goed rond gekeken, dacht ik, want meerdere geraamtes zijn bij hem tot leven gekomen. ‘Echt’, ahum.
De allerkleinste, op een stoffig plankje, ontroerde mij ineens en de allergrootste paste niet in de zaal. Verder waren er ook zalen vol diorama’s : écht opgezette dieren in geschilderde landschappen en iets in mijn brein zette de verwarring voort. ‘Leuk geschilderd en driedimensionaal gemaakt’.O nee die dieren, hun velletjes zijn écht, ze hebben ooit geleefd!
Tegen het einde van de middag ging ik weer naar mijn achtertuin, waar ik in de ochtend ook al uit kwam, en in de middag op uitkeek, het was een dag vol regen. ‘New Yorkers, hou je eigen achtertuin, schoon’, staat er op borden en dat lukt hen héél goed. Ik vond het ineens opwekkend om in de turtlepond een écht schildpadje te zien bewegen en te zien zwemmen, de tekening op haar schild had iets oers. En de veel verschillende honden draafden op het hondenveld, gehoor gevend aan hun ingebouwde instincten van jacht en luisteren naar degene bij wie ze nu wonen.