Op mijn wandeling naar Buddha Bar speciale aandacht voor de shacks en parasols. Ik kan zien dat elke eigenaar het een eigen sfeer weet te geven. De ene kiest voor allemaal bonte parasolletjes, de ander heeft speciale oranje vierkante met een wit kantrandje. Effen blauw of geel, enzovoorts. Ze zijn allemaal simpel, want ze worden elke dag weer dichtgeklapt en verwijderd, wanneer de witte strandgangers verdwijnen, en de volgende ochtend weer neergezet.
Heel anders als in Europa, waar merken en hotelketens duidelijk maken dat zij de boel beheersen. Elke horecagelegenheid huurt meestal van één biermerk, tapt zeker dit biertje en krijgt alles erbij: uithangborden, parasols, bierviltjes, weet ik nog uit mijn horeca opleiding.
Ik voel me hier jaren terug in de tijd.
De allersjiekste tent is Elrow, die zelfs glazen ramen heeft, zag ik nu, dus airco binnen. Er klinkt moderne trance-achtige muziek , er zitten alleen maar Indiërs met dure polshorloges en behangen met sieraden. Vaak zijn er feestjes met groepen. Ze doen ook niet aan dagverhuur van ligbanken en parasols.
Het kan ook heel simpel; maar enkele parasols en ligbanken en s’avonds dicht, want geen electriciteit.
Dmellos heeft voornamelijk wit publiek. Westerse esthetiek met planten voor het terras, witte salongordijnen en witte lampions en rode stoelen. Witte strandgasten dineren voornamelijk in het dorp, waar je de dure airco-restaurants ziet. Op het strand lijkt dit voor hen de enige optie om in geanimeerde sfeer te eten.
Ik ga dus voor de hippie-vibes in de groen-gele boeddhabar. Er komen zowel witte mensen, als Indiërs.




































