zaterdag 17 januari 2026

Erwin Olaf; Freedom


Ik heb zijn werk, ik kan wel zeggen, levenslang gevolgd. Allemaal in real time; toen hij jonge fotograaf was met activistische scènes uit het homoleven, was ik zelf ook jong. Zijn overgang naar geconstrueerde foto’s, beginnend met de SM-achtige met lilliputters in touwen gesnoerd, vond ik wel intrigerend. Veel later kwamen de zó erg van esthetiek doordropen filmachtige foto’s. Ik snapte wel wat van de reden waarom het allemaal nooit echte Kunst werd genoemd; het mistte net wat gelaagdheid, de welbewustheid zat in de weg. Zo’n beetje als ik nu zie in de houding van een van zijn muze’s.


Uit een soort van trouw aan hem, wilde ik wel naar de eerste grote museale overzichtstentoonstelling, na zijn dood; Freedom geheten, het woord dat al zijn werk overkoepelt.  Wat ik al kende, daar liep ik snel langs. Wél op zoek naar voor mij onverwachte esthetiek uit zijn jongere jaren.


Toen zag ik nieuwe foto’s. Deze zijn gemaakt in Coronatijd en eigenlijk begint hier voor mij zo’n beetje, in de laatste jaren van zijn leven, zijn kunstenaarschap. Nu gaat het ook over zijn eigen sterfelijkheid, die nabij kwam, omdat hij steeds meer last kreeg van zijn longemfyseem.


Vervreemding gaat een rol meespelen, niet zomaar meer genesteld zijn in het leven van de oppervlakte.


Het thema op reis zijn…waarheen, waartoe? Het beeld van de paljas, de man met de witte puntmuts. Zijn zelfportret, waar hij de trappen oploopt naar licht, greep mij eerder al aan. Ook omdat toen beschreven werd hoeveel moeite het maken van deze foto hem zelf had gekost. Hij had gebrek aan lucht en adem, en haalde nauwelijks deze treden, halverwege. Hij noemde het toen ook al zijn laatste ultieme zelfportret; zijn  afscheidsfoto.
Hij zou niet oud worden, maar stierf toch tamelijk onverwacht, herstellend van een operatie, die hem juist weer wat meer lucht moest geven.


Deze serie was ook nog nooit eerder te zien. Hij Im Wald. Een zelfportret bij een stille, machtig mooie bergwand. Ook foto’s waar zijn slangetjes met zuurstof te zien zijn. De boot op het water heeft ook de associatie van Charon die de doden over het water naar de onderwereld brengt. Wel apart dat zijn passagiers onherkenbaar zijn. De ene heeft een boerka aan, de andere gemaskerd; geslacht onbekend, het kunnen ook mannen zijn. Ja, mét handtassen, dat past wel bij Erwin.


Deze hele grote foto ontroerde mij. Alsof hij naar zijn vroegere zelf kijkt, op weg door een bos vol geheimen. Zelf met een reistas in de hand, waarheen?
Veel vrolijker is het portret van Máxima, dat voor haarzelf ook hoort tot de dierbaarste kunstschatten in haar bezit. Hij heeft zichzelf vereeuwigd in haar pupil.

Geliefd oud Amsterdam


 En toen was daar een Amsterdam zoals ik het nog NOOIT heb meegemaakt. Zó rustig op een heldere ochtend in Januari. Op de Zeedijk, de Chinese Tempel gesloten.


Weinig kramen open op het Waterlooplein. En néé, ik kocht de stickers met de Peanuts niét en ook niet de trol met blauwe haren. Van de laatste toch een beetje spijt, misschien: Ik won ooit, op de lagere school, met een trollenfamilie, de tweede prijs van een tegeltekenwedstrijd; met krijt op de stoep voor het gemeentehuis in mijn stad. Hun strip in de Tina was een van mijn favorieten.


Op een bankje in de zon met uitzicht op de Munttoren. Vlakbij de ‘professionele’ snuffelaars. Wanneer ik niet in mijn boshuisje had geleefd, had ik ook een paar boeken van 1 euro meegenomen.


Ook een duif koestert zich in de winterzon. Herinneringen: ooit woonde broer Y vlakbij de Amstel en vormde een wandeling daarlangs mijn toegang naar het centrum. Met broer R ooit een dienblad meegenomen uit een café nabij de Stopera, waarop sindsdien mijn zoet broodbeleg staat, in mijn stadshuis. De vrouwenbar Vivelavie is er niet meer, al blijkt het een hoek verder te liggen dan waar nu een chinees restaurantje is. Het Rembrandtplein is gerenoveerd: Altijd komt dan het liedje Flink zijn van Robert Long in mijn hoofd.


Over de Reguliersgracht richting het Museumplein. Scheefgezakte huizen, hier wonen nog families met kinderen, néé ik kocht ook niet die handgedrukte print op de Spiegelstraat.


Een Amerikaanse hotdog als lunch, kijkend naar een straatartiest, die bijna geen publiek heeft in het o, zo rustige Amsterdam.

vrijdag 16 januari 2026

The tree; je laten dragen

Wanneer ik onderweg ben, vind ik ‘wachten’ nooit erg. Op een bus, een trein, de metro, een vliegtuig : ik ga gewoon zitten en kijk naar al het leven rondom mij. Hoe anders is het om thuis te wachten: op de levering van een koelkast in een tijdvak van drie uur. Geen echte concentratie voor wat dan ook mogelijk, want je kunt elk moment verstoord worden. Dus daarna gunde ik mezelf een film en dan kijken met opperste concentratie en dat werd The Tree. Goede keuze, achteraf.

Een jong gezin gaat wonen bij een machtige en oude boom, heel gelukkig. Dan sterft de vader aan een hartaanval in de auto, die stil komt te staan onder de boom. En dan ervaart zijn dochtertje dat haar vader’s geest in de boom leeft en met haar praat.


Heel mooi gefilmd: die boom als eigen levende entiteit. Er komt voor haar de dreiging dat de boom wordt omgekapt omdat het wortelstelsel het huis verwoest, maar ze weet het te keren door in de boom te blijven. Dan komt er een gigantische storm, het huis aan flarden, maar de boom blijft en vogels nestelen en vertrekken daaruit. De sleutelscène is er op het laatst. Het meisje wandelt met een vriendinnetje en die vraagt; ‘ik zou dat niet kunnen, hoe doe je dat, leven zonder je vader?’ Zij zegt: ‘je kunt er voor kiezen om gelukkig of verdrietig te zijn. Ik heb gekozen om gelukkig te zijn. En ik bén gelukkig’.
Zo kan het zijn: je verankeren in het leven zelf, aandachtig blijven; concentratie opbrengen en vrijmaken voor al het leven om je heen. Al is er verdriet en verlies dat onomkeerbaar is of lijkt: één boom kan je redden. Alles kan je dragen.


woensdag 14 januari 2026

Laatste sneeuw herinneringen. Chungking Express


 Nu die allerlaatste sporen sneeuw weldra zijn verdwenen, nog even wat plaatjes van de afgelopen tijd. O, wat was het toch mooi!



En ik maakte een filmpje, gezeten op mijn luie stoel, terwijl ik naar een film keek van Wong Kar Wai. Grappig, want nu hoor je Chinees op de achtergrond.


In deze film Chungking Express,  een hoofdpersoon die agent is en die verlaten is door zijn vriendin. Hij stelt zich een uiterste datum voor zijn hoop dat zij wellicht terugkomt. Vóór die tijd, koopt hij elke dag een blikje ananas met daar de uiterste houdbaarheidsdatum , wat de dag is van de hopelijk hereniging met zijn geliefde. Die dag komt niet. En dan eet hij op deze dag alle blikjes ananas op; hij wordt er misselijk van en moet overgeven…Ik vind het zo’n teder en menselijke visualisatie. Hoe krakkemikkig je om kan gaan met rouw en verlies en je de dagen een betekenis probeert te geven.
Zo ga ik maar niet om, met de sneeuw die vertrokken is. Al zijn er berichten dat dit wellicht een van de laatste keren was, om dit zo mee te maken.

dinsdag 13 januari 2026

Rommeldag


 Ik fietste het straatje uit van de supermarkt in Hoenderloo, alwaar ik een ToGoodToGo pakket had opgehaald. Ik dacht: hé dat heb ik eerder gezien, dit doet mij aan Jan Mankes denken. Zou hij ook dooimist hebben geschilderd? Want nu zag ik hoe de kleurschakeringen dan zijn: intens wit tot twee meter ofzo van de grond, en daarboven is het wat grijzig en grauw.


De dooi gaf mooie vormen in mijn waterbak.


De dag begon in het donker; de elektriciteit was geheel uitgevallen en liet zich niet meer herstellen. De hele ochtend gewacht totdat F langs kwam. Mij geamuseerd met de vogels: merels in de dooi boven het gras, roodborstjes en koolmeesjes in het vogelhuisje. Die laten zich niet makkelijk vastleggen op beeld. Wél een eekhoorntje, het is een ander dan eerder, meende ik te zien, speelser en jonger. Dat bleek te kloppen; zij ging een andere kant op, toen ze uitgegeten was. Ik heb er oude pinda’s neergelegd.



Ik dacht dat het verholpen was; het zou de oude koelkast moeten zijn en ik heb al een nieuwe besteld. Net, al typend, werd het wéér pikkedonker. De stekker uit de koelkast gehaald, dan zou het oké moeten zijn. En ja, er was weer licht maar dat duurde twee minuten. Nu laat ik die groep in de keuken maar uit en nu heb ik in de helft van mij huisje elektriciteit; dus ook weer internet en licht.


Ik hoop dat dit deze avond zo blijft en het niet zo snel weer verdwijnt, zoals het eekhoorntje.

maandag 12 januari 2026

Dooimist

 

Het heet dus dooimist, heb ik net geleerd van de weerman op het journaal, die sfeer alsof er een  geestverschijning aan het einde van het pad rondwaart. Sneeuw die water wordt en dan optrekt. In een stil bos heeft het wat oers.

Een andersoortige sfeer dan het eekhoorntje dat weer even op bezoek was, wat een bewegelijkheid en snelheid. 

En ik ben nu wat alert in mijn boshuisje; heb mijn zaklantaarn op een centrale plek op tafel gelegd: De elektriciteit is er vandaag al vijf keer afgegaan en s’avonds is het dan dus meteen pikdonker. Alle elektriciteit zit in één groep, heb ik begrepen. Een aardige, nieuwe jongen van 25, heette hij nu Manaku?, kwam even in de hoofdkast buiten kijken. Ja, daar was alles wel wat vochtig…maar of dat de oorzaak is?; morgen komt hij terug met F.. Die heb ik allang niet meer gezien, hij verkocht indertijd dit huisje aan mij.

Manaku vroeg uit zichzelf waar ik vandaan kwam. Hij bleek Nederlands en Moluks bloed te hebben en was afgelopen zomer met zijn moeder, tante en oma naar Indonesië gegaan. Hij vertelde mij een heel familiedrama, dat had de reis beïnvloed, en nu hoopte hij op het moment dat hij de kracht kreeg om zijn halfbroertje van negen, die bij zijn vader woonde, weer te kunnen ontmoeten. Voorlopig moest hij afstand nemen. Ik ben weer verwonderd hoe snel iemand aan mij zo’n persoonlijk verhaal vertelt, met alle emotie erbij.


Het pad naar familie toe…lijkt vaak op dooimist: alsof geesten van het verleden je kunnen opslokken…


zondag 11 januari 2026

Winter Wonderland

 


De eerste keer zonlicht op de sneeuw nabij mijn boshuisje.


Een stukje weg met méér dierensporen dan mensenvoeten.


Het gloren van de middagschemering aan de rand van het bos.


Héél fraai, de sneeuw die gekleurd wordt door de zon in roze en oranje tinten.



Ik blijf gek op zonsondergangen. Ik zag mij ineens óók zitten op het bankje bij mijn favoriete plek op het Lido.




Het nagloren in de lucht, die héél snel verandert, zoals je vroeger op een toverbal zoog en af en toe uit je mond haalde om te bekijken. Nu keek ik ook naar de glinstering van het licht in een ijspegeltje aan een berkenboom. Mijn voetstap in de sneeuw leek mij wel 15 cm diep.