Eén klein momentje van zon op deze dag vol wind en regen en dan is het uitzicht voor mij even spektakelachtig mooi.
In NY werd ik even helemaal meegenomen in muziek uit Mexico; die combinatie van melancholische meeslependheid en vrolijke volksdeun en gisteren dacht ik daar weer aan en zocht ernaar. Dit liedje is een klassieker en ik dénk dat ik het in NY uitgevoerd heb gehoord; Corazon, het hart dat steeds genoemd wordt en ik meen te verstaan dat er uitgezongen wordt dat het leven ook een roulette is, en dan voel ik zelf een verlangen om dicht bij je hart te blijven. Die ‘oude’ stem van Pedro Infante, Mexicaanse acteur en zanger (1917-1957), een stem van vroeger, met meeslepende dictie
Ik zocht in mijn foto’s naar een optreden van de Mexicaanse groep, vond het niet, maar werd wel weer herinnerd aan een optreden van Susana Baca, zeer gerenommeerd en gerespecteerd in Peru, ze is in 2011 ook minister van cultuur geweest, ze is 82 jaar oud, sociaal zeer betrokken.
Fragiel op het podium, maar met een zeer grote presentie.
Fijne muziek op een gure herfstdag…en ook in een gure wereld een aansporing om zelf wél je hart warm te houden, met beide blote voeten op de grond.
In Trouw een vrolijke foto van dames die borstkanker kennen en zich nu hebben laten body-painten in alle kleuren van de regenboog met bloemen en planten en dieren op hun al dan niet aanwezige borsten. Ik meen ook Franciscus van Assisi te zien in zijn bruine pij tussen de zonnebloemen. Het is in Mexico. Zou zoiets in Nederland mogelijk zijn, zo’n event waar honderd vrouwen aan deelnemen? Zoveel levenslust en niet bang zijn voor het eigen naakt?
De natuur geeft zoveel kleur en na de regenval in de nacht, komt er een laagje glans.
K. Schippers dichtte: Als je goed om je heen kijkt, dan zie je dat alles gekleurd is. Waarom handelen we niet zoals onze kleurrijke natuurlijke omgeving, maar dompelen we alles in een mist van grijs, met al onze meningsverschillen, machtsmisbruik, ego’s etc? De kleur van het puin in Gaza, die absolute vernietiging, de grauwsluier over het mensdom door oorlog en haat en de onderbuik…
Regendruppels die een nieuwe structuur geven aan de aarde, de zachte ronde vormen, zoals ook onze lichamen zélf zijn, daar is geen hoekigheid of puntigheid, we kunnen over elkaar rollen, omarmen, we kunnen tegen een stootje, er is veerkracht. Tenzij we zelf een vuist ballen, op scherp gaan staan en uithalen, moedwillig pijn willen doen.
In de ochtend tjilpen er vogeltjes, maar ik zie ze niet in de hoge bomen, ook niet met een verrekijker, het silhouet van de eikenboom werpt kort haar schaduw, en is even later alweer vervangen door de Gingko. Zo is het vlietend leven overal waarneembaar. Maar het politieke mensdom houdt zich vast aan de eigen halsstarrigheid, balt de vuist, klampt zich ineen in voornamelijk donkerblauwe pakken.
Waarom kan het niet méér zijn, zoals de kleur op de lichamen van vrouwen, zoals de ruimte in een bos?…Onnozele vragen want zo is de harde werkelijkheid niet. Maar het is evenzogoed wél de werkelijkheid: kleurrijk kunnen zijn…en ik zie in het stille water mezelf, rottend herfstblad op de bodem, een druppel water die valt, de boom die zoveel ouder is als ik, in de weerspiegeling.
Toen ik in New York was, bedacht ik dat ik wel zin had in een nieuwe ring aan mijn vinger, om iets van de sparkeling en dynamiek van de stad bij mij te dragen, ik snuffelde waar het kon, maar vond niks.Thuisgekomen keek ik per toeval in de oude sieradendoos van moeder en zag een ringetje dat het helemaal was, met een felroze steen, mijn lievelingskleur.
Het was waarschijnlijk toermalijn, al die betekenisgeving aan stenen neem ik niet écht serieus, maar vind het wel grappig dat het bestaat; al die beoogde werking en invloed van stenen. Ik ben de steen dus kwijt, zag ik gisterenavond op de bank.
Ik had overdag flink met mijn handen in de aarde gezeten, oude grassen en onkruid wegtrekkend uit bloembakken en nieuwe gevuld met grond, om ze straks te gaan vullen met bollen. Daar ligt het steentje nu ergens…Het was natuurlijk een beetje onzin om vanochtend erbij te gaan kijken in de hoop dat deze wellicht zichtbaar zou zijn. Nu bedenk ik er maar bij, dat dit huisje en tuintje extra kostbaar is geworden, letterlijk. En de ring blijf ik dragen, het lege gat in het midden is op zich ook een aardig symbool.
Je moet toch wat…Zo stopte ik gisterenavond het doodgevlogen roodborstje in een plastic zakje in mijn diepvries, het had de hele dag op dezelfde plek gelegen, zo gaaf nog, ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om deze te gaan begraven en een nacht het laten liggen, dan zou waarschijnlijk een vos ofzo eraan gaan zitten.
Altijd maar bezig in dat proces van loslaten en verlies, naar een poging van behoud en wederkeer; die cyclus die in de seizoenen is en als drijfveer en verlangen in het menselijk hart: vernieuwing en bevrijding…Dit dacht ik toen ik in de ochtendzon het gezicht van Che tussen het gordijn en de muur zag piepen.
Aaah…Ik hoorde vanochtend keihard Boem! van buitenaf en nu blijkt dat er een roodborstje zich te pletter heeft gevlogen.
Het is in het algemeen onaanvaardbaar dat vrijheid overal op de wereld gekortwiekt wordt, afgenomen, vernietigd; elke dag en soms meerdere keren als je naar het nieuws kijkt, is er weer iets onacceptabels gebeurd.
En dan zie ik mezelf dat waarnemen in mijn kneuterige en knusse boshuisje, mijn fijne plekje thuis, terwijl het voor een vogeltje het object van haar ondergang werd.
Allemaal ongerijmd; zoals mijn eigen gedrag, waar zoals de Boekenclub constateerde, ze nu voor het eerst
hoorden, dat het een onderwerp voor mij was: Hoe het mij niet lukt om vegetariër te worden.
Ik zie bij mezelf dezelfde splitsing als wat er in de film NAZA kennelijk te zien is: dat Israëlitisch militairen vanuit Tel Aviv meeluisteren in de huizen van Palestijnen, gelach, gespeel, huishoudelijke geluiden van potten en pannen, en dan komt vader thuis, het doelwit, want een terrorist, en dan laten ze er een dodelijke drone vallen. De ‘rest’, zijn gezin en het hele gebouw waarin ze leven, dat is NAZA; collateral damage. Het is goed mogelijk dat ze daarna naar buiten gaan en een biertje gaan drinken in een café.
Zo visualiseer ik zelf, als ik vlees eet, bewust het levende dier, ik vind het eigenlijk écht niet kunnen vleeseten; wegens bio-industrie, dierenleed, klimaatimpact, enzovoort, maar ik zie mezelf toch gewoonweg genieten van botjes kluiven van een braadkuiken en ervaar mijn leven als matter, zonder vlees, af en toe.
Wanneer ik wél goed bezig ben, dan maakte ik, sinds ik terug ben uit NY, een foto van de maaltijd, om te onthouden dat ik dit écht heel lekker vond, maar zie nu dat ik dan dus wél vis en garnaaltjes eet, en dat doet de échte vegetariër niet, ontdekte ik, omdat ik iets van tonijnburgers gemaakt had, met zoete aardappel, een zelfverzonnen recept waar ik best trots op was. Eentje at het helemaal niet; want ‘er zit een dier in’, de andere twee zijn niet zó strikt wat vis betreft, dus die namen ieder een helft. Alledrie aten ze wel nog kaas, dat kan volgens een bepaalde stroming in het vegetarisme dus ook niet, maar de ene weer geen melk, want daarmee worden koeien dus kunstmatig in de moedermelkstand gehouden.
Ja, ik heb óók die film gezien, waar je in close-up ziet hoe een koe werkelijk treurt wanneer haar kind van haar wordt afgenomen en ze vervolgens aan de melkmachine wordt gezet, maar ik gebruik dus wel melkproducten.
Het is allemaal gespletenheid: het menselijk brein kan gewoon in twee werkelijkheden tegelijk leven. Meedoen aan vernietiging, wegkijken, en meteen de overgang kunnen maken naar eigen genot en weldadigheid. Het voorbeeld van de Nazi kamphouder, die pal naast de muur van het concentratiekamp woont, in zijn villa met een bloementuin en een happy family, gaat al zó lang met mij mee…
Maar het helpt niet, ook in mij zit dezelfde gespletenheid. Wie was ik geweest als ik Jood was, geboren in Israël en al die verhalen van verdwenen familie in de Holocaust met mij meedragend, in een land met constante bedreigingen rondom de buitengrens?
‘Peulvruchten en pindakaas’, echode het in mij na, klanken uit de Boekenclub en dat je daar heerlijke gerechten van kunt maken. Dus ik bestelde het bij TooGoodToGo, van de weeromstuit, en de boel moet ook binnen enkele maanden op, want daarom wordt het aangeboden. Om mezelf te dwingen om dit de komende tijd vaker te gaan eten en mijn vlees-systematiek te doorbreken.
Bij Buitenhof een interview met Chaja Polak. Weg uit je eigen comfortzone, dat is een heel karwei. Pijn van jezelf en de ander kunnen toelaten, dat heelt gespletenheid.
Ik zag de film buiten in Sidney op een groot scherm met uitzicht op het operagebouw en was geheel overdonderd, het was nét in het jaar 2002. Ik dacht altijd dat het door de entourage was, het was voor het eerst dat ik in een nacht onder de sterren naar een film keek, met zoveel anderen, iets wat ik nu ook zo leuk vind in New York.
Nu zag ik het op de tv en het blijkt opnieuw prachtig! Het is dus ook de film zelf, die overdonderde, geregisseerd door Ang Lee, dat wist ik niet; hij werd later een lievelingsregisseur, o.a. met BrokebackMountain en Eat, Drink, Man, Woman.
De soundtrack is ook prachtig met de cello van Yo Yo Ma.
In de NRC vanochtend een aanstekend interview met Louis Fratino door Hans Hartog de Jager. Hij noemt hem de wie weet grootste kunstenaar van dit tijdperk, op dezelfde hoogte als Henri Matisse en David Hockney. Wat hij met beide deelt, is ook het schilderen van de naaste omgeving.
Hij vertelt dat hij zich afvroeg of hij en zijn partner wellicht ook in de toekomst kinderen zouden hebben, hij was op bezoek bij zijn zus met kinderen in een vakantiehuis en wilde de geurende jasmijn schilderen, denkt ook aan landschapstaferelen van oude meesters, en zo komen al deze elementen samen in een schilderij.
Zijn werk is sensueel en vol leven, alles met zorg geschilderd van kopjes op een tafel, hoe honden elkaar besnuffelen, mensen een ruimte bevolken. Ik vind hem zelf ook al jaren geweldig, ik heb hem ontdekt in Zwolle, zag hem daarna in Venetië en werd afgelopen zomer lyrisch in een boekhandel in New York, toen ik nog niet gekende afbeeldingen zag.
Net als bij Hockney komen er vanzelfsprekend mannen in zijn schilderijen, want zo is zijn leven. Hij heeft een grote tentoonstelling geweigerd, toen het museum vroeg om af te zien van expliciete erotiek. Voor hem is dit geen optie. Zo is het leven in alle facetten en zijn werk is er een ode aan.
Nu is er een tentoonstelling met zijn nieuwste werk in Londen, tot en met 31 Oktober. Zal ik…?
De Eurostar gaat meerdere keren per dag en brengt je in dik vier uur naar de andere kant van het kanaal.
Ik vond ook meteen een geinig onderkomen, studentikoos en eigenzinnig en wél schoon met een innemende gastheer, volgens de recensies.
Ik zag dit alles vroeg in de ochtend, viel daarna weer in slaap en droomde dat ik er was.
Ik was in de Albert Heijn en ergens zowat midden in het gangpad, helemaal niet in de buurt van de afdeling drank, stonden trays met Leffe Blond Bier en nog een ander speciaal biermerk. Aan twee medewerkers, jonge jongens, die in de buurt stonden, vroeg ik of deze misschien in de aanbieding waren, omdat ze zo opzichtig in beeld waren.
De jongens gaven een voorzichtig en beleefd antwoord: Misschien hebt u het wel ergens vernomen, maar er is een storing hier, waardoor we niet zomaar meer kunnen kijken wat er in de Bonus is…Heel vervelend voor u, de klant, herhaalden ze , héél erg vervelend…de schappen zijn ook leger, héél vervelend als u niet kunt krijgen wat u zoekt…’
Ik werd er wat balorig van; al die omzichtigheid…Dus ik reageerde in de trant van: Ja natuurlijk weet ik ervan dat is uitgebreid in het nieuws, maar kijk om je heen, er is zoveel nog wél verkrijgbaar, dan eet je toch gewoon wat anders?!
‘Ja, maar kijk, bij de groenten is veel op en de melk, daar zijn nu ook lege vakken; héél vervelend’.
Nou, zei ik, het valt toch wel mee, er is zóveel, ik ben in India geweest, daar zijn geen supermarkten en ben je blij wat er te koop is, daar doe je het gewoon mee!
In India heb ik twee keer aan de rand van de stad overigens wél een hele grote supermarkt gezien; voor de rijken, je moet je van te voren identificeren en je mag geen tassen naar binnenbrengen, die worden opgeborgen in kluisjes. Verder zijn er de markten en de kleine ‘general stores’,waar de meeste mensen hun boodschappen doen.
Ik vroeg aan de jongens of ze het ook niet ergens wel geinig vonden, zulke ontregelde dagen die anders waren dan wat ze anders allemaal moeten doen. Nou… de eerste uren wél, maar dan zijn er al die mensen die klagen en zo ongeveer kwaad op je worden, terwijl je er niks aan kunt doen.
Nou, vinden julie dat niet stom? Zó verwend en dat je alleen wilt eten wat je van te voren bedacht hebt, wat je wilt eten?! Ze begonnen een beetje te lachen en gaven me gelijk.
Wat zijn Nederlanders een benard verwend volkje. En dat een jonge generatie geleerd wordt om in dezelfde groef mee te gaan: wees klant en service gericht, geef de klant gelijk en haal het niet in je hoofd om te zeggen: Ja, maar mevrouw of meneer, kijk eens om je heen, er zijn nog zoveel andere maaltijden te bereiden…
Altijd aandacht voor wat er niét is, wat ‘verkeerd’ gaat, elkaar de maat nemen, niks willen toegeven of delen met elkaar: Ikke, ikke , ikke en de rest kan stikke.
Wanneer je temidden van de levensmiddelen die je verkoopt tegelijk ook een oranje bloemenkrans hangt en er is een altaartje dichtbij, dat geeft een ander universum; een moment van eer betuigen aan een kosmos die groter is dan jij alleen…