woensdag 8 juli 2026

Musical Bodies


 Het was bewolkt en ik had nog wel ruimte voor een lichte tentoonstelling; het tweede bezoek aan de Met, bij de volgende heb ik mijn lidmaatschap al weer terugverdiend. Ik ging naar Musical Bodies, maar het eerste wat ik zag was net buiten de tentoonstelling, metaforisch gesproken: in dit lichaam van een jonge Griek uit ongeveer 470 voor Christus, zit muziek!

Ik zag lichaamsvriendelijke muziek instrumenten.

Een luit, geheel gemaakt van menselijk haar van verschillende generaties uit 1870, in Vicoriaans Amerika even in, om zo de dood te associëren met een hiernamaals, waar engelen op luiten spelen.

 Een gitaar, die tegelijk een kruk is.


Dit gold voor mij ook, in mijn tienerjaren; ik hield van countrymuziek en dat was indertijd echt niet cool. Ik herinner me wat een feestje ik het vond dat jaren later,  hier in Amerika er radiozenders waren die alleen maar country draaiden en hoe wij dat in de auto door Zuid West Amerika en eerder langs de West-Coast richting Vancouver, de hele tijd op hadden staan, het paste érg bij rijden door Amerika.


Nooit geweten dat de hemelse citer, ook door engelen bespeeld, bewust ook aan de vorm van het kruis herinnert; hoe via muziek dus, als het ware de dood wordt overwonnen, opmaat naar verrijzenis.

Hier hetzelfde thema

Grappig om ineens gewaar te worden, dat de fluit ook een erotische connotatie heeft! Vast dus ook bij Krishna en zijn fluit, een klassiek motief in het Hindoeïsme, in dit porseleinen beeld krijgen alle tierelantijnen ook een soort van hijgerigheid.


Er werden ooit banjo’s gemaakt door witte mensen met bovenop als versiering een zwart hoofd: eigenaren van plantages die dit instrument dan bespeelden, waarmee dus ook gezegd wordt: jij bent helemaal van mij. Dit object in de vorm van een harp, is daar een reactie op; we zijn geborgen in Gods hand.


Er was ook een thema over muziekinstrumenten die zowel mannelijk als vrouwelijk waren, ik begreep de pointe niet geheel, het leek mij een kwestie van decoratie. 
Dit bruidspak vond ik wél léuk, in zoiets zou ik wel willen trouwen.


Dol op New York


Daarom ben ik zo dol op New York; dat je langs de trap naar buiten in de metro zomaar langs een mooi mozaïek klimt, dat deze bewoners de moeite hebben genomen én het geld hebben, om een sjiek verzoek te doen richting hondeneigenaren voor hun plantjes bij de boom, iets verderop ook goedkopere bordjes, dat een kerk een uitspraak van homo-voorvechter Harvey Milk als motto heeft.

Dat je een vrouw in de gerestaureerde oude speeltuin naast de Met geheel verdiept in een boek ziet lezen, dat je ernaast je brood gaat eten, dat tegenover je een man alleen zit en vijf minuten later blijkt dat hij de vader en opa is van dochter en zingend kleinkind die uit het toiletgebouwtje achter je komen, dat twee vriendinnen gezellig kletsen en dan gaan groeten naar een groepje kinderen dat uit die speeltuin komt. En ‘de zwerver’ naast hen zijn dutje doet.


Dat er bij de Met een saxofonist speelt die absoluut niet in beeld wil worden vastgelegd, sorry ik kan het niet laten dit tóch te doen, en kris kras rondrent om te duiken, dóórspelend.


Dat ik eindelijk, lopend langs de Museum Mile langs Central Park, die plek vind waar een man zijn vrouw eert met een beeldengroep van Alice in Wonderland, een soort vergroting van al die bordjes op de banken door de nabestaanden van geliefden en familie, met aan de andere kant een beeld van sprookjesverteller Hans Christiaan Anderson.



Het is een sfeervolle plek, waar een vrouw die ik per ongeluk in beeld heb gebracht, met een lage stem tegen mij zegt: I love your jacket, it’s gourgeous.


(Gisteren in de Met sprak een vrouw mij aan: Excuse me, your jacket is fabulous, where did you get it? De steward in het vliegtuig complimenteerde mij ook en het was vorig jaar bij The Frick Collection, langs dezelfde Museum Mile, dat voor het eerst een man in de regen tegen mij riep: Love your jacket!!)
Al die verhalen, al die kleine interactie, die bewegingen die zich voor jouw oog ontrollen, in een constante stroom; daarom ben ik dol op NY.


De plek gemarkeerd door ouders van Lghbtq+ kinderen, de kerk waar zij voor het eerst samenkwamen om op te komen voor hun kroost. 
De bewoners van New York praten overal met elkaar, de stad praat voortdurend met jou; je zou denken dat in zo’n gigantische metropool alles geanonimiseerd is, maar dat is niet zo, overal is de schaal ook menselijk, je voelt dat er een sense of purpose is: Léven.

dinsdag 7 juli 2026

Member Metropolitan Museum of Art


De allereerste foto die ik als kersverse Member van de MET maakte, blijkt van Nederlandse afkomst, maar eentje die via zijn schilderstijl dit maskeerde.


Ik zag op een rijtje vijf schilderijen van Vermeer die ik nog niet kende. Ik dacht dat de grote Vermeer-tentoonstelling in 2023 (zie blogje Vermeer! Zó geweldig!) ze allemaal bij elkaar had gebracht, niet dus.
Het schilderij van het dienstmeisje aan een rommelige tafel, heeft iets geheimzinnigs, Vermeer blijkt eerst een gestalte in de deuropening te hebben bedacht, maar weer weggewerkt. Het meisje met de witte kap, lijkt niet helemaal af, vind ik, de contouren zijn vaag, maar het is wél prachtig! Zo’n dagelijkse handeling, betrapt in de actie, zich zelf ongezien voelend.
En dan hing er nog een hele grote, die over de katholieke kerk ging, veel complexer en drukker dan zijn overige werk, maar wel met alle beeldelementen die Vermeer overal gebruikte; een opvallende tegelvloer, een gordijn, een achtergrond die iets vertelt over de sfeer en het thema.


Er hingen ook werken van Rembrandt en deze twee vrouwen troffen mij. De ene uit een rijk milieu, behangen met juwelen, met in haar hand een bloem, die ook symbool staat voor trouw, de andere is Hendrickje Stoffels, dochter van een soldaat, zij was aanvankelijk zijn huishoudster, later moeder van zijn kind. Beide menselijk en kwetsbaar geschilderd, die gelaatstrekken, daar is hij zó goed in. De ‘arme’ lijkt tóch iets gelukkiger en dichterbij zichzelf gegrond, dan ‘de rijke’.


Eigenlijk had ik wel weer genoeg beleefd voor een dag, maar ik begon pas.


Als tegenhanger van al die Nederlandse schilderkunst, besloot ik naar een verzameling te gaan die werken van Indianenstammen van over heel Amerika had verzameld. Het begon met een moderne indiaanse kunstenaar; zij heeft een welkomsdeken gemaakt met daarop alle stammen die zijn weggewerkt, met in de sleep op de achterkant de vanzelfsprekende genocide die George Washington promootte.
Er waren kledingstukken en sieraden bewerkt met glazen kralen en deze trof mij omdat er speels om werd gegaan met de afbeelding van de Amerikaanse vlag in een tas.


Ook was er oeroud bewerkt ivoor, met zoveel expressie erin, uit de 2e en 3 e eeuw; zoiets hebben de germanen en aanverwanten niet in Europa nagelaten.


Ronddwalend, kwam ik uit bij de Egyptische afdeling, het museum bouwde een glazen zaal over de tempel heen en Giacometti bleek er wonderwel goed te passen; niet geheel toevallig, hij bleek zelf toen hij in Parijs woonde, regelmatig naar het Louvre te gaan, Egypte fascineerde hem.


Mij viel nu het levensymbool van de Ankh op; in en op de kisten waar de mummies in gelegd werden; dat mensen altijd bezig zijn geweest met onsterfelijkheid en eeuwig geluk…


In mij riep het steeds luider: Niet meer, niet méér! Letterlijk dus, ik had meer dan genoeg gezien voor een dag, ik was oververzadigd, het is overweldigend, ik had de tijd verloren, het bleek ook gewoon al sluitingstijd.


Onderweg dit verzengende schilderij.

En deze vertederende jongeman onder een struik op een flard van een zijden kleed uit twaalfde eeuws Iran.

En deze vleermuis uit de 18 eeuw uit Calcutta, India, zei ‘dag!’ bij de uitgang.
Buiten regende het nog steeds, niet echt aantrekkelijk voor een wandeling door Central Park.
Er stond een bus gereed en ik sprong er op het allerlaatste moment in en deze ging geheel over Fifth Avenue, leuke sightseeing van al die bekende plekken, die ik dit jaar nog niet gezien heb.
De eindhalte was in East Village en ik wandelde zonder na te hoeven denken, zó naar Chinatown.
Ik at er met de hand gemaakte Rice-rolls in een oud pandje met een geheel gemoderniseerd interieur, maar er werkten oudere mensen. Ik kan me zo voorstellen dat hun kinderen tot vernieuwing hadden gemaand. Er werd heel veel afgehaald en het smaakte mij ook opperbest.




maandag 6 juli 2026

Rustdag - in Bryantpark


 Geen idee wat ik wilde gaan doen, na de volle dag van gisteren; eigenlijk zo weinig mogelijk. 
Mijn stationnetje van de metro heeft wel iets nostalgisch, romantisch. Het is ook de halte om de botanische tuin en de dierentuin te bezoeken.


Ik wilde wel in een boekhandel struinen, maar had geen zin in een overstap van metrolijn.


Bij Times Square liep ik tegen een comic-shop aan en vond in de opruiming een boek vol stripjes, die ongeveer drie maanden na de aanslag op de Twin Towers gemaakt zijn., deel 1 is dit; deel 2 had ik al.
Perfect, om mij hiermee te nestelen in Bryant Park, vlakbij.


Een ieder krijgt twee pagina’s.



Het was zwaar bewolkt.


Ik bleef tot bijna sluitingstijd; om 9.00. Het vele personeel dat er werkt, was bijna klaar met het weghalen van alle vlaggen. Bij het beeld van Bryant was uit de verte te zien dat de Amerikaanse vlag in bloemen aan zijn voeten lag, dat was al weg, er was nu een lege bak. Waarom dit weghalen, misschien worden ze in de nacht gekoeld en van water voorzien? Het eerste jaar dat ik er kwam, werden s’avonds ook alle stoeltjes weer ingeklapt en weggereden, daar is men mee gestopt. 


Het gras is kakelvers en intens groen; op hun webcam heb ik gezien dat de  afgelopen weken alles ‘versteend’ was, er was een grootse tribune gebouwd. Nu is alles klaar voor alle zomeroptredens en de filmavonden. Het gras mocht nu niet betreden worden, waarschijnlijk om aan te sterken, in de lente heb ik er wel al mensen op zien liggen en zonnen, en de tweewekelijkse yogasessies bekeken, op het hele veld is er dan geen leeg plekje. Alle voorzieningen (schaken, pingpongen, bibliotheek, kranten, jeu de boules, lezingen, optredens, leren jongleren, schilderen, tai chi, etc) zijn gratis.


De fontein is feestelijk in de kleuren van de Amerikaanse vlag aangekleed met ‘kerstballen’, zometeen is deze aan het zicht onttrokken, dan is het ingekapseld in het Backstage gebied.

Zo’n geanimeerd park! 
Heerlijk vooruitzicht dat ik er nog vaak zal komen.
Bij aankomst hier, kon ik nog net taco’s uit de Mexicaanse foodcar gaan proeven, open van 10.30 -11.00 pm. Mijn vegetarische pogingen weer even aan de kant gezet; er zijn vele varianten, de ene bevatte chorizo en de ander ‘varkensbuik’. Mmmmm…komkommer, radijs, verse citroen, een gestoofd lente-uitje, twee hete sausjes; er was veel smaaksensatie;  dit is vatbaar voor herhaling.


zondag 5 juli 2026

4 July: Onafhankelijkheidsdag Amerika



 Het was heerlijk toeven, terwijl de boten voorbij voeren, languit op de bank op de pier, vlakbij water waar ik mij ook regelmatig nat maakte, er woei een koel briesje, het was 33 graden, een perfecte plek om te zonnebaden, en pas op het einde liep ik naar voren.


Ook India kwam voorbij, die boot moest nog maar wél op de foto. Er was ook een boot waar de bemanningsleden in het wit rij aan rij tot in de nok naast de zeilen stonden, die hou ik alleen vast in mijn herinnering.

Ik had het plan om langs de Hudson naar het nieuw geopende Battery Park te wandelen 
dat twee jaar omheind was waardoor je niet de onderste punt van Manhattan kon bereiken, daar waar de immigranten ooit voet aan wal zetten vanaf Ellis eiland. 
Dat kon niet, de rivier was op deze dag verder niet toegankelijk, maar ik zag wel deze mooie grafitti.


Dus ik nam de metro erheen en Houston Station bleek helemaal in onderwatermozaïk ondergedompeld te zijn.


Ook Battery Park is nu een perfecte plek, heel kindvriendelijk ook, met in de ene hoek een avontuurlijke speeltuin, en ergens anders waterfonteinen en aan de rand een moestuin. 


Wat vanuit de Bronx wat onweer was in de verte, blijkt een gigantische storm geweest te zijn met noodweer, grote takken van bomen gekraakt, bomen ontworteld en op Staten Eiland zijn festiviteiten van vandaag afgelast wegens de schade. ‘Je zat toch niet op die stoel, toen dát gebeurde?’ , grapte een voorbijganger, terwijl ik op zo’n fijne ligstoel tussen de takken zat.


En toen kwam het ritueel, waar achteraf gezien, veel New Yorkers (mijn gastheren niet, die vinden het te druk en kijken wel op tv), op 4 July, dag van de onafhankelijkheid, 250 jaar geleden, zich vrijwillig aan onderwerpen: urenlang in de rij staan om aan de kade het vuurwerk te zien, delen van de ringweg zijn daarvoor autovrij gemaakt met enkele toegangen, want iedereen moet wel langs paaltjes met een metaaldetector.


Ik kwam niet uit waar ik hoopte, vlakbij de Brooklyn Bridge, waar dansend vuurwerk was en
fonteinen naar beneden regenden; het vuurwerk begon ook meer dan een half uur eerder, omdat er opnieuw noodweer was voorspeld.


Het bleef vanaf mijn plek een geinige ervaring, zoals De Waal in Vlammen tijdens de Vierdaagse,  en die ik dit jaar dus niet zal zien, maar dan een tikje grootser.