donderdag 19 februari 2026

Geluid van de branding


 Vandaag mij alleen maar verplaatst vanaf de schommelstoel buiten, naar het strand, op één plek.


Ik zag de eerste jogger voorbij rennen, maar niet echt: de jongen draaide bij de vlag weer om, draafde ongeveer vijftig meter, stopte en moest bijkomen en herhaalde vervolgens hetzelfde nog een keer.
Een familie maakte uitgebreide fotosessies.

Gisteren was dat ook twee keer, maar dan met professionele apparatuur.

Ik maakte een bordje eten klaar. Het oranje is papaya, gebakken in mosterdzaadolie.  De noedels zijn eerst voorgebakken en gekruid, alvorens ze het zakje ingingen. Tezamen met de pittige garlic pickles, smaakte het geheel echt Indiaas.
Vandaag was het dan zover: dat het geluid van de branding in mij gaat leven.

woensdag 18 februari 2026

Fonteinhas o.a.


 Wat ik ook zag onderweg van Candolim naar Panaji; resten van een carnavalswagen, een kleine kopie van de stier die op Wallstreet in New York een publiekstrekker is. Opvallend hoe rijk en overvloedig het visaanbod was op de markt in Nerul.

De eerste rivier die ik overstak, vlak buiten Candolim. In de verte een aardig grote Portugese kerk op een heuvel.

.
De tweede rivier, heel breed , die uitloopt in de zee, bij Panaji. Een drukke stad, met ringwegen alom. Ik keek in een uitzonderlijk goed onderhouden groen ‘park’; het bleek een wetenschappelijk onderzoeksstation te zijn.

Aan de oever ligt Fonteinhas; de vroegere stad van de Portugezen, nu cultureel erfgoed. 


Sfeervolle straten, maar ook een beetje raar vanuit koloniaal perspectief. Woonden hier dan tot 1961 voornamelijk Portugezen? En waar woonden de vissers dan en de andere Indiërs?



Dit raampje deed mij denken aan het huisje van Ingrid op de bovenverdieping in Mumbai. Zij woont ook in een Portugees Heritage Village. 

Aan de kleurige linten langs de weg, kon je nog zien waar de Carnavalsoptocht op Zaterdag langs was gegaan. Het was nog Carnaval; een hele straat afgezet als feestlocatie.

Aan de voet van de heuvel, vlakbij de grote witte kerk, was er ook een hindoeïstische tempelcomplex. Weer bij een oude boom. Van vóór af na 1961, toen Goa bij India ging horen?

Op de rivier grote drijvende casino’s, waarvan deze de grootste is met de naam Big Daddy. Ik nam nu wel de veerboot bij de terugweg en daarna de bus.


Uitbuiken


 Pal tegenover waar ik verblijf, is een vegetarisch restaurant. Ik at er een Thali, een typisch Zuid-Indiaas gerecht; meerdere bakjes met sausachtige gerechten. Het is een hele hoop; ik vind dat het niet goed mogelijk is om een deel ervan te laten staan. Dus ik at mijn buikje vol voor 200 Rupee; in de huidige koers €1,87.


Niks zo fijn, om dan alleen maar de straat over te hoeven steken, op bed te ploffen en uitbuiken! 

dinsdag 17 februari 2026

Kerkelijke en wereldse macht


Ineens raakte ik doordrongen van het gegeven, dat kerkenbouw in koloniale tijden óók een vorm is om je macht te legitimeren. Ooit was Panaji een vissersdorpje.Toen kwamen de Portugezen, het hadden ook de Nederlanders kunnen zijn, ze hebben acht jaar lang gevochten rondom dit gebied, en ze bekeerden velen tot het christendom. Er verscheen een klein kapelletje op de heuvel en die is dus uiteindelijk vervangen. Het zegt ook: Kijk mij nou, mij krijgen ze hier nooit meer weg.


De charme van de wandeling was ook om zowel kleine christelijke kerkjes te zien, als hindoeïstische tempeltjes. De christelijke heiligen krijgen dezelfde behandeling als allen uit het hindoeïstische Pantheon, vereerd met bloemenkransen.


De meeste hindoeïstische gebedsplaatsen zijn bij een oude boom. Daar doen de christenen verder niet aan. Bij hen is het bij een markante plek, zoals bijvoorbeeld bij het busstation.

Ik lunchte met uitzicht op een kerk. Wit geroosterd brood met een simpele omelet ertussen; daar had ik nou eens zin in tussen het gekruide Indiase eten door.

Naar Panaji


 Ik wandelde naar Panaji, dat is de hoofdstad van Goa. Het zou 8,4 km zijn, maar ik zag de veerboot niet en dus uiteindelijk de verkeersbrug over. 

Zomaar wat plaatjes:

Een grappig opschrift op de achterkant van een bus.

Dat een ‘kapelletje’ op hindoeïstische wijze volgepropt is met allerlei beelden.

Deze vrouw ging zowat tegen mij aan zitten.

Zó kleurig kun je jouw huis schilderen.

Hoeveel bloemen gaan er in één krans?

Een waterrijk en vruchtbaar gebied.

maandag 16 februari 2026

Buddha Shack


 ‘Wat leuk dat je terug gekomen bent!’, zegt ze en ze begint te vertellen. De Buddha Bar is door haar schoonbroer begonnen, 25 jaar geleden. Toen was er nog helemaal niks: drie tot vijf shacks aan de ene kant en ook zoiets aan de andere kant. Ze wappert met haar armen naar weerszijden. Om acht uur s’avonds was het doodstil en zó rustig, want er was nog geen elektriciteit. 
Nu, sinds vijf jaar, runt zij de tent met haar man. Die is de allerjongste van een grote familie. Die schoonbroer is de oudste en woont nu met zijn hele familie in Liverpool, met een Engelse vrouw. De laatste keer dat ze er waren is vier jaar geleden. Zelf woont ze achter de shack. Een keer in de drie jaar wordt het contract over de shack verlengd met de overheid.


Ze is heel smaakvol gekleed, geheel in het wit, met een gehaakt hemdje en kleurige kettingen en nadat ik er ook een prawn-curry had besteld, die at als een maaltijdsoep vol grote garnalen, heel delicaat van smaak, kwam ze vertellen dat ze alle massala’s, dat zijn dus kruidenmengsels, zelf maakt, het wordt verder in de keuken door anderen bereid. Ze hebben zes mensen ‘personeel’, die allemaal ook een groen-geel t-shirt dragen met Buddha Bar erop, daarbij horen ook twee vrouwelijke masseuses, zag ik. Maar de hiërarchische scheiding is maar dun, want het was één van degenen die ook obert, die tegen haar iets iets zei in de middag dat ze moest stoppen met praten omdat mijn pannenkoekjes koud werden.
Hij heeft gelijk, zei ze lachend, ik hou teveel van praten.
De laatste drie jaar zijn er heel veel Russen gekomen, een van de masseuses heeft er even gewoond en haar de basiswoorden Russisch geleerd. Zelf is ze graduated, heel lang geleden, vandaar haar goede Engels, naar wat ik begrijp, gewoon in Goa zelf. Ze vroeg mij hoe oud ik dacht dat ze was. Ik zei: veertig jaar. Ze gaf me onverwacht een kus op de wang: je bent de eerste die het goed heeft, de meesten denken achter in de twintig! Ze hebben twee zonen, eentje van vijf, de jongen met de bal die rondliep, en eentje van veertien die ondertussen torenhoog boven haar uitsteekt.


Ja, het was mij al opgevallen, toen ik tussen de strandbedden was gaan lopen, dat ik vooral Russisch om mij heen meende te horen en ook wel Engels bij degenen die aan het lezen waren. De Engelsen hebben een hekel aan de Russen, hoorde ik nu. Tja, vanuit Europees perspectief natuurlijk begrijpelijk… je denkt: al die oligarchen die in het begin van de oorlog hun kapitaal naar het buitenland hebben verplaatst en nu dikbuikig liggen te roosteren…Zouden zij ook bijgedragen hebben aan de vele drankwinkels, waar mij al was opgevallen dat er verschillende soorten wodka’s te koop zijn?
Overigens waren er nu ook jonge, bleke gezinnen met kinderen en dat kan deze week natuurlijk omdat het carnavalsvakantie is. En jonge witte stellen; zijn dat dan vooral leraren en onderwijzers?


Ook de vissers waren actief bezig. Ik liep nu later dan eerder terug naar de Bob Marley Shack, het is volgens Google Maps 2,3 km vanaf de Buddha Shack, en op de lege donkere stukken, waar de vissers leven, kwamen blaffende honden mij nu tegemoet.
Till tomorrow! zei iedereen bij de Buddha Shack. Ja, ik kom er zeker terug, ik vond het er meteen sfeervol. 
I like green, had ze al gezegd en ik beaamde dat het mooi stond, sowieso dat de hele inrichting mij wel aansprak. Ja, maar het is wel een beetje aan het verlopen, zei ze. Daar had ze ook gelijk in. Maar het niet perfecte is voor mij juist een deel van de charme.


Er wordt ook waterpijp gerookt, stoelen en tafeltjes al weggehaald wegens vloed, al die leuke plekjes waar je je verjaardag kunt vieren of een huwelijksaanzoek kunt doen, zijn sprookjesachtige verlicht. Er was een groep aan het volleyballen.

zondag 15 februari 2026

Leven rondom de zee


 Ik vraag mij af of die molen toch een erfenis is van de Nederlanders.  Hier vlakbij is een ford dat speciaal gebouwd is door de Portugezen, om de Nederlanders weg te houden. Het leuke van langere tijd op één plek blijven, is voor mij dat je jezelf met een paar raadsels opzadelt, waarvan je hoopt dat die in de loop van de tijd zichzelf oplossen. Zo staan er aan de kant van de weg op die 200 meter naar het strand, meerdere bussen. Ook s’avonds als ik terugkom. Er zitten dus geen dagjesmensen in, hoe zit dat?


Gisteren, Zondag dus, was het véél drukker dan de andere dagen. Op het strand aardig wat surveillance. De badmeester fluit als mensen te ver de zee ingaan. Zou hij ze uiteindelijk gaan redden, door met een surfboard naar ze toe te zwemmen?


Er lopen fotografen rond en zwemvesten worden op het einde van de dag naar een plek gebracht. De prijzen voor de wateractiviteiten zijn hoog, voor Indiase begrippen, als je bedenkt dat de entreeprijs voor  hun culturele monumenten, zoals de Ellora Caves, voor alle Indiërs 40 Rupee is, buitenlanders betalen 600 Rupee.


Ik at weer op dezelfde plek als eerder, hetzelfde. Naast het strandleven gaat het gewone leven ook door.


S’avonds waren er weer de vissers. Ditmaal gooiden ze, schat ik in, het net uit.