Ik tref Paolo, de ‘eigenaar’ van de camping in de avondschemering met een bakje met net geplukte frambozen in zijn handen. Hij ziet er relaxed uit, maar hij heeft grote problemen. Dezelfde als vorig jaar. De gemeente van Venezia helpt hem niet om de camping voort te laten bestaan. Alles is weer duurder geworden, nu nog een keertje meer door de oorlog met Iran. Er staan op dit moment her en verspreid wat mensen op de camping, maar deze dekken de kosten van één dag niet.
Hier heb ik alles wat ik nodig heb, zegt hij, hier kan ik ontspannen in mijn hoofd. De natuur, geen drukte, water en groen om je heen. Ik kan niet leven in een appartement. En dat is precies het drama wat hem wel boven het hoofd hangt.
S’middags sprak ik Roberta, zijn steun en toeverlaat. Zij heeft besloten dat dit voor haar het laatste jaar is, sowieso. Mijn man heeft veertig jaar gewerkt, ik 39 jaar, we hebben een dochter wonen in Lisabon en een broer in Milaan… we hebben sinds tien jaar een heel klein huisje op een piepklein eilandje onder Sicilië…heb je er weleens van gehoord? , Pantelleria… het is er in de winter nog altijd 10 graden; Afrikaanse invloed, aan de middellandse zee, vanuit het huisje kijken we tegen de bergen van Tunesië aan en we willen ook reizen in Italië…Eenmaal moet je dat gaan doen, het is er nu de tijd voor. Ik heb al geboekt op 3 Oktober, dan gaan we naar ons huisje, vlak na de sluiting van de camping.
Ze heeft haar besluit gemaakt. Zij heeft ook te doen met Paolo, maar er is iets resoluuts in haar gevaren.’That’s life zegt ze. Ze weet al dat er op het Lido twee kopers op de kust zijn, die hun oog hebben laten vallen op de camping. Het is allemaal een kwestie van geld, zegt ze. Wie weet wat ze hiervan maken, misschien zetten ze er wel villa’s neer.
Ik denk dat het niet anders kan, dan ook afscheid te nemen van de situatie van Paolo, die hier niet kan blijven wonen, als de gemeente de grond waarop de camping staat verkoopt en er een nieuw bestemmingsplan gaat goedkeuren.
Ik zie een Paolo die ergens wel aanvoelt dat zijn dagen op de camping geteld zijn. Het is zijn lust en zijn leven geweest, altijd. Als eenpitter geheel gefocust geweest op het reilen en zeilen van de camping, ondertussen een paradijsje gebouwd met bloemen en planten en bomen, altijd bezig met verbetering aanbrengen. Voor anderen zoals ik, én voor hemzelf.
Voor hem is er geen Pantelleria in het verschiet, of een boshuisje, zoals ik zelf heb, hij heeft geen rooie cent, hij heeft alles in de camping gestoken, echter op grond die niet van hem was…ZUCHT.



























