zondag 20 september 2026

Ode aan de boerderie


 Even een ode. Aan Joep, hoe leuk het is om tegen een kat te kletsen, hem op te tillen en te knuffelen, s’ochtends vroeg even aaien, want hij is net wakker.


Aan de eerste rondgang; een nieuwe lamp als zonnige bloembladeren, muziek en sporen van het menselijk vaatwerk in de tuin, grootse gekleurde pompoenen die ik nooit eerder zag, dat oranje dakwerk van de oude boerderij, de laatste resten van de overvloed aan zomerse oogst die er was…
Het is een jaar geleden dat ik op de boerderie paste; al lange tijd kom ik er twee keer in het jaar; een keer vroeg in de lente en daarna rondom eind September. Maar dit jaar zat ik in Maart vast in India.
Ik heb het gemist. Heel leuk om dit alles weer tien dagen mee te gaan maken.



zaterdag 19 september 2026

Aan de slag!


De afgelopen twee dagen heb ik per bus, trein en fiets veel van het oostelijke gedeelte van Nederland gezien. Eerst per bus, via Epe en Heerde naar Zwolle; ik zag in het idyllische platteland bij meerdere boerderijen de omgekeerde Nederlandse vlag, geen megastal in de buurt, ‘gewoon’ twee weilanden met koeien en was die op het erf wappert en daarna langs het spoor wéér die vlaggen, ook halfstok. De in feite terroristische aanslagen op het spoor zijn nog niet opgelost en je hoort er ook niks meer van, ze zijn ook niet geclaimd, maar ik zag plots voor mij, hoe boeren gewoon van hun erf konden wandelen, in het donker , met metaalstaven en dergelijke en een zaklampje, klaar is kees en dan gauw terug naar de boerderij.Het is natuurlijk één en al tragiek; ze waren aan de macht, maar BBB kon het stikstofprobleem niet oplossen en sjoemelde met cijfers; wees sportief, erken je ongelijk, maar daarvoor in de plaats radicaliseerde de club op het landelijk politieke platform en dient zelfs met de PVV een motie van wantrouwen in, en neemt daar sommigen van de achterban in mee. Bah. Ooit heb ik nog gedacht, met de opkomst van Caroline van de Plas, dat er een redelijke en nuchtere middenpartij aan het was ontstaan…


De neergang van de BBB, het podium dat  JA21 ineens krijgt, als het redelijke alternatief van al die versplintering op rechts, alsof er werkelijk tezamen met de SGP beleid gerealiseerd kan worden, terwijl er niet genoeg steun voor is in de eerste kamer én de wijze waarop Pro ook het kabinet probeert te dwingen tot een linkse afslag, toont een soort van failliet van de Nederlandse mentaliteit. 
Alles is in de sfeer van Bartje’s  Ik bid niet voor brune bonen, in plaats van gewoon aan de slag te gaan en zoveel mogelijk van de vijftien hamerstukken van de miljoenennota in de wacht te slepen. JA 21 voelt al dat dìt realistisch is en zo ook de kleinere linkse partijen, die een motie van Jesse Klaver om het kabinet te dwingen te kiezen, niét steunen. Realisme in plaats van misplaatst idealisme, dat lijkt mij de weg vooruit.


Want Nederland heeft op microniveau een mooi platteland, vol variëteit…bossen, weilanden, het rivierengebied langs de Ijsel, zag ik vanuit de trein van Zwolle, via Olst, Wijhe, Deventer, Zutphen, Dieren,  naar Arnhem. In en rondom elk van deze stadjes heb ik gewandeld, langs de IJsel, door het coulisselandschap van de Achterhoek,  door de bossen, naar de heide van de Postbank: zó hou ik van Nederland en weet dan dat de dynamiek van New York mij dit niet kan geven.
Want eerlijk gezegd,  verder vind ik het in Nederland zó saai en voorspelbaar en ook benauwd en klein. Nauwelijks mensen op straat. In het museum weet je dat op een doordeweekse dag 80% uit pensionado’s bestaat, waaronder ik zelf, in de bijna lege bus zijn de gekleurde mensen die instappen bijna zeker vluchtelingen en scholieren, in de trein is bijna alles wit…Nergens sporen van andere culturen of diversiteit, een levendig interactie, een naast elkaar bestaan van verschillen; alles waarin New York gespecialiseerd is geraakt, toen het in de hoogte ging bouwen.


In Arnhem at ik als afsluiting een heerlijk bordje Lontong Rames: al die verschillende smaken, wat zo gewoon is in de oosterse keuken, en dit is ook het eten van mijn roots; zo kookte Oma het in haar tjokvolle keuken vol pannen op het fornuis en potten en weckflessen met lekkers erin: Pak maar!, zei ze terwijl ze je een leeg bordje in de hand duwde.
Wordt wakker, Nederland, ook aan de talkshowtafels, die tenslotte ook een soort van Nederlands café zijn,  draai geen rondjes meer met sombere beschouwingen dat Nederland het moeras inrijdt of tegen een muur opbotst. Slecht die muren, kies voor Nasi Tjampoer,  dat is rijst met van alles, lekker bij en door elkaar, stop met niet willen bidden voor alleen maar bruine bomen.
De volgende dag fietste ik door de Betuwe vol fruitbomen, peren en appels in dichte hoeveelheden, laaghangend aan kleine bomen…als kennis en wetenschap goed wordt ingezet en daarin wordt geïnvesteerd dan kan het vrucht dragen, weg van de waan van de dag, werk samen, buig mee, gun elkaar wat; aan de slag! 

donderdag 17 september 2026

Twee zijnswijzen


Ik herlas deze dagen de New York Trilogy van Paul Auster. Het is een merkwaardig boek, vol persoonsverwisselingen, met het uiterlijk van een detective in film Noir sfeer, waar ook de naam van de auteur voorkomt ; de hoofdrolspeler in het eerste boek, doet alsof hij Paul Auster en ook alsof hij schrijver is? Maar misschien is hij ook echt schrijver en geen zogenaamde  detective op zoek naar een andere schrijver, die ooit zijn jeugdvriend is, en die zomaar verdwenen is in New York.

Dit klinkt ingewikkeld en dat is het ook wel, en in de twee andere verhalen, komen als zijpersonages óók weer de namen uit het eerste boek City of Glass voor, inclusief de naam Paul Auster, en wellicht is er ook wel een logisch verband, als ik mijzelf als een detective weer opnieuw in de verhalen zou begeven, maar dat doe ik niet.

Wat het meest de leeservaring uitmaakt is, dat ik al lezend steeds beleef ; dit kan zich allemaal alleen in New York afspelen. Er is geen andere plek op de wereld, waar er zó’n dichtheid aan ervaring is, waar er een scène-wisseling kan zijn, bij elke zeg, honderd stappen, die je wandelt. Het eerste boek heb ik ook als graphic novel, en dan zie ik daar scènes waar ik zelf precies zo in was. De vraag als je de deur uitloopt: waar zal ik vandaag naartoe gaan, is óók de mogelijkheid om elke dag een omgeving te scheppen die totaal anders is als de dag ervoor, vol onverwachte componenten, die je van te voren niet kunt verzinnen. Je kunt makkelijk zelf in de stad verdwijnen, je kunt je onzichtbaar maken, zoals een van de personages in het boek, je bevindt je elk moment weer in een andere scène en je maakt talloze flarden van verhalen van anderen mee. In het eerste boek wandelt de hoofdpersoon, die dus doet alsof hij Paul Auster is, een aantal bladzijden lang ,door Lower Manhattan en dat was toevallig een soort van wandeling die ik zelf ook meerdere keren gemaakt heb, omdat het zich rondom Chinatown afspeelt en daar at ik regelmatig. 

Hoe anders is de ervaring in het bos, waar ik vanuit één plek, bijna lichamelijk bewegingsloos, werelden genereer in mijn hoofd, en ik zo van venster in venster kijk, terwijl het plaatje van boom en blad in zichzelf wél beweegt, maar tegelijkertijd ook steeds dezelfde blijft.

woensdag 16 september 2026

Langzaam kijken


 Tijdens de rijtuigtoer en het horen van de troonrede en alle parafernalia eromheen, tekende ik mijn directe omgeving, te beginnen met de iPad op het ronde tafeltje. Wat ik dan eigenlijk doe, is langzaam kijken en mij daarmee bewust worden dat ik uit het geheel enkel details selecteer, die mij op dat moment iets zeggen. 


Ik stond in mijn deuropeningetje en zag in de struiken bewegende stipjes geel, oranje en rood oplichten; dat waren de regendruppels die op de punten van het blad van de laurierkers wiebelden en de ochtendzon opvingen, klaar om daarna door de zwaartekracht naar beneden te vallen. Bij een zuchtje wind vielen er talloze regendruppels uit de bomen naar beneden, nee dit was niet het begin van een regenbuitje, de lucht is blauw.
Langzaam en stil kijken; het is een genot van wonen in het bos en iets wat in New York totaal onmogelijk is.


Ondertussen probeer ik de juiste details te selecteren uit een langdurige geschiedenis en omdat ik niet op woorden kom, raak ik benieuwd wat ChatGPT ervan bakt en vraag om een afbeelding. Die komt met een stripverhaaltje dat héél dichtbij mijn ervaring komt. (Ongelofelijk en bijna eng; die kennis en kunde van  ChatGPT, binnen een minuutje)
Mijn ervaringen met hem zijn niet leuk en het vraagt ook nogal wat energie, om te kiezen voor dít verhaal. Ik denk soms ook, en ben dan kwaad;  Verdorie, ik word willens en wetens voor de gek gehouden, hij manipuleert daarin ook, met zijn zachtaardigheid, denkt daarbij zelfs dat hij zelf perfect is en het aan míj́ ligt, dit is onverdraaglijk! 
Dan baar ik ook een heel vervelend verhaal voor de omgeving, met konkrete gevolgen, wil ik dat?
Ik geloof het niet…ik wil blijven proberen om elke keer weer, een incident laag voor laag af te pellen en langzaam te kijken.
Elke druppel heeft meerdere kleuren en waarheen en wanneer het valt, ik weet het niet.

dinsdag 15 september 2026

Hi ! , op Prinsjesdag?


Op Insta vertelde Patti Smith over haar ontmoeting met Paus Leo, die onlangs jarig was. Ze voelde zich even een zevenjarig meisje omdat hij onverwachts Hi! had gezegd, vlak achter de deur, terwijl ze hem nog niet gezien had en als reactie kroop zij weer achter de deur en kwam toen opnieuw binnen.
Leo had gezegd dat hij meerdere keren naar het moment in het interview van haar met Stephen Colbert had gekeken, waarin zij halverwege Hi! zegt tegen Stephen, hij vindt dat zo’n mooi moment. Stephen Colbert heeft later ook gezegd, dat dit het liefste is, wat een gast ooit gedaan had.


Met het Hi! doorbreekt Patti de rollen waar beide in zitten: zij de gevierde rockster en schrijver, hij de zeer succesvolle talkshowhost, en dat op een moment dat hij net aangekondigd had, dat zijn show zou stoppen. Het is een moment van mens naar mens, waar zij ook zonder woorden zegt: ik zié je, ik weet wat jij doormaakt.
Leo ziet dat gebaar weer van haar en honoreert het door hetzelfde woord te gebruiken als begin van hun ontmoeting.


Het blijkt dat politici niet alleen speeches laten schrijven door AI, maar deze ook kamervragen laat maken.
Een bezorgde politicus wil een vraag aan de kamer stellen; dat lijkt mij het doel van de kamervraag. Maar hieruit blijkt de ziekte die door de Nederlandse politiek waait: alleen maar bezig met zelf-profileren, willen opvallen, vast messen slijpen voor de volgende verkiezingen….Je vraagt aan AI: maak een kamervraag over dit onderwerp, met de visie van deze partij: klaar, en je dient het in. Zo, weer wat aandacht gegenereerd. En die Kamervragen moeten behandeld worden, slokken heel veel tijd op en ondertussen wordt het land niet bestuurd en worden alle hete hangijzers uitgesteld en is er geen idee, noch een konkreet plan, hoe de toekomst van Nederland eruit gaat zien.
Het land wordt al gedeeltelijk overgenomen door AI…
De afbeelding komt ook uit AI, en heb ikzelf net opgevraagd.
Zometeen ga ik op Prinsjesdag maar naar de hoedjes en outfits kijken van politici, daar zit nog enig echt persoonlijk statement in en naar de blikken en de houdingen van de mensen, die dit jaarlijks ritueel weer met elkaar voltrekken. Hoeveel ongemak is er, wie valt er bijna in slaap, zal de Koning een keertje haperen wanneer hij dingen moet voorlezen die er helemaal nooit zullen komen?
Ik hoop natuurlijk op momenten die écht zijn, een moment van : Hi!

maandag 14 september 2026

Omgekeerd bosmuisje, hoefijzer


 Pats! Boem! Een radicale illustratie van sterfelijkheid, door mezelf veroorzaakt… Er scharrelde een bosmuisje op het aanrecht, de aanwezigheid is al járen zo, meestal onzichtbare ‘vriendjes’ waarvan ik ondertussen weet dat alleen maar heel consequent alles wat eetbaar is onbereikbaar houden, misschien wat helpt. Regelmatig moet ik dan toch glimlachen en wat vloeken, want ze zijn zó inventief met een zeer goed reukvermogen; bijvoorbeeld toch geknabbel aan de kurk van een portfles, kaarsen en zeepjes zijn in uiterste nood, ook niet veilig.
Maar nu dreef ik het muisje naar de uiterste hoek van het aanrecht en deed het klapraam naar buiten open, in de hoop dat het naar buiten zou springen. Ja, dat deed het, ik klapte het raam snel dicht en toen…bleek het ertussen te zitten. Ik weet zeker dat het een ‘zachte dood’ was, het ging zo vlug.
Vanochtend zag ik wat ervan over is, en dat zag er eigenlijk wel komisch uit. Het hele gezicht is binnenste buiten gekeerd en leek nu op een aapje, dat mij verbaasd aankeek.
Enfin, even in een tekening vastgelegd, terwijl de bromvliegen zich al tegoed begonnen te doen.


Ook dit hoefijzer opgehangen, rood geverfd voor kinderen, vertelde de boer op klompen die met zijn fiets afstapte, terwijl ik snuffelde in het kastje met spullen, georganiseerd door zijn dochter en twee vriendinnen, de opbrengst ging naar Pink Ribbon. Zijn dochter was ermee begonnen na haar diagnose, ze had een behandeling achter de rug en moest binnenkort terug voor een eerste check…’Je weet het niet hé, het blijft afwachten’, zei hij zachtaardig; hij leek sprekend op Wim Kan in zijn jongere jaren.
De hoefijzers kwamen van hem: hij is kundig in het vervangen en dit zijn de oude; ze gaan 12 weken mee op de fjordpaarden die verderop in de wei stonden. Een paard van nieuwe hoefijzers voorzien duurt voor élk been, een uur en dan ben je voor alle vier de benen 100 euro kwijt. Niét zijn dochter en zijn vrouw, dus, omdat hij het doet; ze hebben samen een paardrij-bedrijfje. Ja, ik heb hen wel zien wandelen langs de kant van de weg.
Ik moest het hoefijzer dus met de ronde boog naar beneden ophangen, dan kan het ‘geluk’ opvangen.
Ik twijfelde eerder of ik er eentje mee zou nemen, maar met het verhaal van deze man is het toch geinig.
Of het écht geluk brengt, dat doet er niet zoveel toe, gewoon zo’n handeling ten goede trouw verrichten is ook aardig. Een bosmuisje per ongeluk dood klappen is minder aardig, maar wél ook effectief. Al zou ik het anders willen beleven. Eva Meijer bijvoorbeeld, is écht vriendjes met haar dierlijke huisgenoten, waaronder muizen. Dat kan ik niet zeggen.

zondag 13 september 2026

Dierbaar Park de Hoge Veluwe



Ik fietste door de poort, bij de ingang van Park de Hoge Veluwe, de kaartjesverkoper had me een prettige avond gewenst en ik was plotseling geëmotioneerd, tot mijn eigen verrassing. Waarom? Er was een gevoel van een lange weg te zijn gegaan en nu helemaal thuis komen. 
In New York verbaasde ik mij regelmatig dat ik mij er zó thuis voel en eigenlijk alles leuk vind om te zien en mee te maken. Ik dacht dan aan de uitspraak van A; ‘jij bent verliefd op New York’ en dacht dan erbij: zo is het en het wordt liefde en net zoals in het begin van een relatie ben je nieuwsgierig naar alles van die ander en vindt je alles leuk.


Park De Hoge Veluwe is een oude, oude relatie; ik heb er als kind gespeeld in haar zandverstuivingen, geklommen in vliegdennen, herten getekend bij een ondergaande zon en daarmee een tweede prijs winnen, achterop in het het kinderstoeltje op de fiets ‘Hansje Pansje Kevertje’ gezongen met  Broer. 


Ik zie Moeder voor mij, de allerlaatste keer dat zij er was, in de riksja aangedreven door Zus, ze tuurde over de vlakte.
En nu was ik daar, op weg naar Otterloo, om een pakket van ToGoodToGo op te halen; de Hoge Veluwe als doorgangsgebied en achtertuin, nu.

 
In New York speculeer ik weleens of ik een andersoortig persoon was geweest, als ik er geboren was, nu realiseerde ik me ineens dat ik dan nooit dit Park gekend had en hoe dierbaar het me is. Misschien veroorzaakte dat die emotie bij de ingang, alsof mijn lichaam mee herinnert: Ooit was ik een kind in de auto en hield ik, een beetje gespannen, mijn broertjes in toom om onder te duiken onder het autoraampje, omdat het abonnement voor een gezin met twee kinderen was, nu ben ik een oud mens op een elektrische fiets, die relaxed, de jongen in het hokje ook een fijne avond terug wenst.
Ja, ik woon op de Veluwe, en ook dit kan alleen hier, want in NY is overal licht; in het donker zitten, met één lamp.