vrijdag 10 juli 2026

Boeken, muziek, de metro


 Ik weet niet of ik het ooit in een roman ofzo gelezen heb en dat het zich in mij genesteld heeft, of dat het eigen fabricage is, maar dit voelt als OER en in het hart van New York zijn: met motregen overdekt struinen tussen de boeken van Strand, boekhandel sinds 1927.
Dampend, broeierig weer, dus best aangenaam warm, de auto’s die voorbij komen, het geroezemoes van mensen, de paraplu’s die je vanuit een ooghoek ziet, maar zelf opgaan in de werelden die via de boeken ontsloten worden.

Het aanbod in de boekenmassa is onvoorspelbaar en omspand kris-kras alles wat maar mogelijk is, dus je duikt van het ene in het andere. Sommigen boeken blader ik van voor naar achteren uit, wetend dat ik het niet zal kopen. Al is het alleen al om het gewicht van oude gebonden exemplaren van foto- en kunstboeken. Als ik in New York zou wonen, dan zal waarschijnlijk het grootste deel van mijn boekenkast uit Strand komen, zoals ook nu veel van wat ik heb van boekenmarkten en uit het antiquariaat komt.

Het heeft iets zinnenprikkelends om in het hart van deze geliefde stad, een fotografische ode te zien van die andere stad die mij zo lief is: Venetië. De verrukking dat al die oude foto’s, uit de zestiger jaren ofzo, onveranderlijk hetzelfde Venetië laten zien, de blik van de fotograaf is ook de mijne. En dat in het dynamische New York, waar elk jaar weer nieuwe toevoegingen en veranderingen plaatsvinden. (Ja, er stond ook een middelgrote wolkenkrabber op instorten aan de Eastside, waar de oudste gebouwen staan, kreeg ik als berichtgeving mee vanuit Nederland; hier merk je daar natuurlijk niks van, al is Sifat die bijna elke dag door NY wandelt, wel poolshoogte gaan nemen. Maar die ziet dan ook niks, omdat andere wolkenkrabbers in het afgezette gebied het zicht ontnemen.) 

Uiteindelijk nam ik een tas vol boeken mee, voor ongeveer 19 dollar, inclusief de tas van een dollar en de belasting.

Twee vakantie-detectives, twee boeken waarvan ik in Nederland al heb gedacht of ik deze niet wilde bestellen, én de klassieker van Barbara Tuchman. Het was, denk ik, de docent geschiedenis van de faculteit die dit boek geweldig vond en zei: ‘wanneer je denkt dat we nu in verschrikkelijke tijden leven, lees dan dit boek, dan weet je dat de mensheid toch gewoon overleeft en kan voortbestaan, we zijn er nog.’ Het gaat over de 14 e eeuw toen de pest over Europa kwam en alle instituties eromheen van kerk en staat wankelden en verkruimelden, ook door corruptie en machtswellust. Héél toepasselijk voor deze tijd, dus. Ik heb al vaker met het boek in mijn handen gestaan, maar de uitvoering; een lelijke pocket of vervelend lettertype, niet fijn in de hand, stond mij dan tegen. Nu heb ik het volmaakte exemplaar; handzaam en in leer gebonden, gemaakt in Amerika zelf, door de eerbiedwaardige uitgeverij Alfred A Knopf uit New York de wereld in gebracht, 1978, misschien is het de eerste druk. Barbara Tuchman is zelf in New York geboren.

Mijn eigen wolkenkrabbertje van boeken, leesvoer voor de komende tijd. Ik ben wel toe aan een dag stil liggen of zitten, op het strand of anders in een park.

Daarna ging ik naar Lincoln Center, voor een avond met  Braziliaanse thema, ik zeeg neer, de motregen was definitief gestopt, en liggend maakte ik het filmpje, wel vermakelijk die interactie die zich onverwacht boven mij afspeelde.

Uiteindelijk had ik toch de puf niet meer, voor Silent Disco met Braziliaanse DJ.


Ik wist ook dat er nog een ingewikkelde terugreis kwam; ze zijn aan het werken aan het onderhoud van het spoor vanaf 9.30pm en de hele nacht. De dag ervoor kwam ik in een propvolle shuttlebus terecht die bovengronds dus, langs de metrostations ging die nu onbereikbaar waren, om je naar het station te brengen waar je de reis kon vervolgen. Deze route wilde ik nu vermijden en meende een alternatieve omweg gevonden te hebben, maar ook hier was onvoorspelbare chaos, natuurlijk toch door die werkzaamheden. Een vertrekperron stond vol met goederen en de hele meute moest via smalle trappen ( dat worden ze vanzelf, ‘smal’, door de massa ‘mens’ die zich erdoorheen propt) rechtsomkeer, naar de andere kant, de temperatuur was als in een sauna.
Maar dan zit ik uiteindelijk in de laatste train naar mijn bestemming, en daar is weer airco, ik kijk om mij heen naar al die verschillende soorten mensen en denk dan: hier hoor ik bij, dit is mijn natuurlijke leefomgeving.
Wat  een onzin die Nederlandse redenatie dat er een scheiding van kerk en staat is en ambtsdragers daarom maar hun geloofssymbolen thuis moeten laten, dat is privé. Waarom niet de omgekeerde redenering: we nemen altijd onszelf mee in de openbare ruimte, wees jezelf en doe tegelijkertijd ook jouw werk en natuurlijk op professionele wijze.
Hier in NY kun je jezelf niet camoufleren; de diversiteit is daarvoor te groot. Dus het adagio is: laat jezelf zien, ook in het uniform van je ambt.

Voortaan neem ik ook een boekje mee.

donderdag 9 juli 2026

Summerstage & FIFA


 Via een leuk stationnetje weer naar Summer Stage in Central Park, dat nu veertig jaar bestaat; gratis muziekoptredens in meerdere parken door New York heen.


Ik snap zelf niet, waarom en wanneer het gebeurd dat ik ga meedeinen.
Eerst bij Ratboys uit Chicago, grappige naam, want de lead-singer is een wat verlegen vrouw.

Zó prettig, gewoon tussendoor wat picknicken op je kleedje en dan al dan niet opstaan om mee te doen. Wat zeker meespeelt is, dat het gehele publiek niet door alcohol bedwelmd is, sommigen zag ik reageren, terwijl ik met de iPad ze filmde. Iets van de filosofie erachter door City Parks, de organisator uitgedragen, er werd omgeroepen: It’s crowded tonight, full house, make space, everywhere you can, it is your neighbour!

Later op de avond ging ik weg uit de drukte en luisterde en bekeek het geheel onder de koelte van bomen.

Om vervolgens over Fifth Avenue naar lijn 2 te wandelen, bij Rockefeller Center is het nu afgezet, alles in het kader van het voetbal, dat op grote schermen te zien is, groots opgezet als evenement, door FIFA gesponsord. Heel anders dan bij de Olympische Spelen een paar jaar geleden, dat door de TV netwerken die daar hun domicilie hebben, werd verzorgd, ik heb toen een aantal keren liggend bij Prometheus naar de hoogtepunten van de dag gekeken. Nu is de straat eromheen afgezet, er zijn dranghekken en vanuit de bus zag ik eerder in een glimp een kolkende massa mensen; misschien was het toen Amerika -België.

Zó veel lijkt afhankelijk van de organisatie, hoe mensen bespeeld worden en zich gaan gedragen, zo lijkt het; de FIFA is een en al macht en commercie, Summerstage is non-profit en heeft als doel om New Yorkers bij elkaar te brengen.

Bronx Zoo


 Een waar genoegen, een dagje dierentuin op de woensdag, dan is deze vrij toegankelijk. Alleen dat al vind ik opwekkend: elke New Yorker kent de dierentuinervaring en iedereen was aanwezig: jong en oud, schoolklassen, jongeren ; van alle walkways of life. Ik rook India  en hoorde allerlei talen rondom mij.

De natuur zelf was er al en Bronx Zoo heeft vanaf 8 November 1899 het pad geëffend naar het idee om dieren zoveel mogelijk daarin te laten verdwijnen, geen kooien; zelf moeten gaan zoeken waar ze zijn.



Ook zijn er verschillende gezichtspunten, waar je al wandelende achterkomt.


De beren waren actief, lekker in het water.


En de tijgers ook, deze soort houdt van zwemmen en heeft een eigen zwembadje.



In binnenruimtes is de natuurlijke omgeving nagebouwd.



De zeeleeuwen werden gevoederd, een oude jeugdherinnering werd geactiveerd; hoe oud was ik en waar was het?, die eerste kennismaking met zo’n andersoortig levend wezen, ik voelde toen ontzag.
Misschien was ik de kleuter met opa en oma erbij, die de daarna steeds herhaalde anekdote in de familie maakte omdat ik zei: ‘Die aap lijkt op mij.’


Ik heb lang nog niet alles gezien, bovendien is het in de dierentuin altijd weer anders en nieuw, weet ik door al mijn ervaringen in Burgers Zoo, dus volgende week ga ik weer, het is op loopafstand.
Ook nog twee leuke soorten van het menselijk ras.

woensdag 8 juli 2026

Musical Bodies


 Het was bewolkt en ik had nog wel ruimte voor een lichte tentoonstelling; het tweede bezoek aan de Met, bij de volgende heb ik mijn lidmaatschap al weer terugverdiend. Ik ging naar Musical Bodies, maar het eerste wat ik zag was net buiten de tentoonstelling, metaforisch gesproken: in dit lichaam van een jonge Griek uit ongeveer 470 voor Christus, zit muziek!

Ik zag lichaamsvriendelijke muziek instrumenten.

Een luit, geheel gemaakt van menselijk haar van verschillende generaties uit 1870, in Vicoriaans Amerika even in, om zo de dood te associëren met een hiernamaals, waar engelen op luiten spelen.

 Een gitaar, die tegelijk een kruk is.


Dit gold voor mij ook, in mijn tienerjaren; ik hield van countrymuziek en dat was indertijd echt niet cool. Ik herinner me wat een feestje ik het vond dat jaren later,  hier in Amerika er radiozenders waren die alleen maar country draaiden en hoe wij dat in de auto door Zuid West Amerika en eerder langs de West-Coast richting Vancouver, de hele tijd op hadden staan, het paste érg bij rijden door Amerika.


Nooit geweten dat de hemelse citer, ook door engelen bespeeld, bewust ook aan de vorm van het kruis herinnert; hoe via muziek dus, als het ware de dood wordt overwonnen, opmaat naar verrijzenis.

Hier hetzelfde thema

Grappig om ineens gewaar te worden, dat de fluit ook een erotische connotatie heeft! Vast dus ook bij Krishna en zijn fluit, een klassiek motief in het Hindoeïsme, in dit porseleinen beeld krijgen alle tierelantijnen ook een soort van hijgerigheid.


Er werden ooit banjo’s gemaakt door witte mensen met bovenop als versiering een zwart hoofd: eigenaren van plantages die dit instrument dan bespeelden, waarmee dus ook gezegd wordt: jij bent helemaal van mij. Dit object in de vorm van een harp, is daar een reactie op; we zijn geborgen in Gods hand.


Er was ook een thema over muziekinstrumenten die zowel mannelijk als vrouwelijk waren, ik begreep de pointe niet geheel, het leek mij een kwestie van decoratie. 
Dit bruidspak vond ik wél léuk, in zoiets zou ik wel willen trouwen.


Dol op New York


Daarom ben ik zo dol op New York; dat je langs de trap naar buiten in de metro zomaar langs een mooi mozaïek klimt, dat deze bewoners de moeite hebben genomen én het geld hebben, om een sjiek verzoek te doen richting hondeneigenaren voor hun plantjes bij de boom, iets verderop ook goedkopere bordjes, dat een kerk een uitspraak van homo-voorvechter Harvey Milk als motto heeft.

Dat je een vrouw in de gerestaureerde oude speeltuin naast de Met geheel verdiept in een boek ziet lezen, dat je ernaast je brood gaat eten, dat tegenover je een man alleen zit en vijf minuten later blijkt dat hij de vader en opa is van dochter en zingend kleinkind die uit het toiletgebouwtje achter je komen, dat twee vriendinnen gezellig kletsen en dan gaan groeten naar een groepje kinderen dat uit die speeltuin komt. En ‘de zwerver’ naast hen zijn dutje doet.


Dat er bij de Met een saxofonist speelt die absoluut niet in beeld wil worden vastgelegd, sorry ik kan het niet laten dit tóch te doen, en kris kras rondrent om te duiken, dóórspelend.


Dat ik eindelijk, lopend langs de Museum Mile langs Central Park, die plek vind waar een man zijn vrouw eert met een beeldengroep van Alice in Wonderland, een soort vergroting van al die bordjes op de banken door de nabestaanden van geliefden en familie, met aan de andere kant een beeld van sprookjesverteller Hans Christiaan Anderson.



Het is een sfeervolle plek, waar een vrouw die ik per ongeluk in beeld heb gebracht, met een lage stem tegen mij zegt: I love your jacket, it’s gourgeous.


(Gisteren in de Met sprak een vrouw mij aan: Excuse me, your jacket is fabulous, where did you get it? De steward in het vliegtuig complimenteerde mij ook en het was vorig jaar bij The Frick Collection, langs dezelfde Museum Mile, dat voor het eerst een man in de regen tegen mij riep: Love your jacket!!)
Al die verhalen, al die kleine interactie, die bewegingen die zich voor jouw oog ontrollen, in een constante stroom; daarom ben ik dol op NY.


De plek gemarkeerd door ouders van Lghbtq+ kinderen, de kerk waar zij voor het eerst samenkwamen om op te komen voor hun kroost. 
De bewoners van New York praten overal met elkaar, de stad praat voortdurend met jou; je zou denken dat in zo’n gigantische metropool alles geanonimiseerd is, maar dat is niet zo, overal is de schaal ook menselijk, je voelt dat er een sense of purpose is: Léven.

dinsdag 7 juli 2026

Member Metropolitan Museum of Art


De allereerste foto die ik als kersverse Member van de MET maakte, blijkt van Nederlandse afkomst, maar eentje die via zijn schilderstijl dit maskeerde.


Ik zag op een rijtje vijf schilderijen van Vermeer die ik nog niet kende. Ik dacht dat de grote Vermeer-tentoonstelling in 2023 (zie blogje Vermeer! Zó geweldig!) ze allemaal bij elkaar had gebracht, niet dus.
Het schilderij van het dienstmeisje aan een rommelige tafel, heeft iets geheimzinnigs, Vermeer blijkt eerst een gestalte in de deuropening te hebben bedacht, maar weer weggewerkt. Het meisje met de witte kap, lijkt niet helemaal af, vind ik, de contouren zijn vaag, maar het is wél prachtig! Zo’n dagelijkse handeling, betrapt in de actie, zich zelf ongezien voelend.
En dan hing er nog een hele grote, die over de katholieke kerk ging, veel complexer en drukker dan zijn overige werk, maar wel met alle beeldelementen die Vermeer overal gebruikte; een opvallende tegelvloer, een gordijn, een achtergrond die iets vertelt over de sfeer en het thema.


Er hingen ook werken van Rembrandt en deze twee vrouwen troffen mij. De ene uit een rijk milieu, behangen met juwelen, met in haar hand een bloem, die ook symbool staat voor trouw, de andere is Hendrickje Stoffels, dochter van een soldaat, zij was aanvankelijk zijn huishoudster, later moeder van zijn kind. Beide menselijk en kwetsbaar geschilderd, die gelaatstrekken, daar is hij zó goed in. De ‘arme’ lijkt tóch iets gelukkiger en dichterbij zichzelf gegrond, dan ‘de rijke’.


Eigenlijk had ik wel weer genoeg beleefd voor een dag, maar ik begon pas.


Als tegenhanger van al die Nederlandse schilderkunst, besloot ik naar een verzameling te gaan die werken van Indianenstammen van over heel Amerika had verzameld. Het begon met een moderne indiaanse kunstenaar; zij heeft een welkomsdeken gemaakt met daarop alle stammen die zijn weggewerkt, met in de sleep op de achterkant de vanzelfsprekende genocide die George Washington promootte.
Er waren kledingstukken en sieraden bewerkt met glazen kralen en deze trof mij omdat er speels om werd gegaan met de afbeelding van de Amerikaanse vlag in een tas.


Ook was er oeroud bewerkt ivoor, met zoveel expressie erin, uit de 2e en 3 e eeuw; zoiets hebben de germanen en aanverwanten niet in Europa nagelaten.


Ronddwalend, kwam ik uit bij de Egyptische afdeling, het museum bouwde een glazen zaal over de tempel heen en Giacometti bleek er wonderwel goed te passen; niet geheel toevallig, hij bleek zelf toen hij in Parijs woonde, regelmatig naar het Louvre te gaan, Egypte fascineerde hem.


Mij viel nu het levensymbool van de Ankh op; in en op de kisten waar de mummies in gelegd werden; dat mensen altijd bezig zijn geweest met onsterfelijkheid en eeuwig geluk…


In mij riep het steeds luider: Niet meer, niet méér! Letterlijk dus, ik had meer dan genoeg gezien voor een dag, ik was oververzadigd, het is overweldigend, ik had de tijd verloren, het bleek ook gewoon al sluitingstijd.


Onderweg dit verzengende schilderij.

En deze vertederende jongeman onder een struik op een flard van een zijden kleed uit twaalfde eeuws Iran.

En deze vleermuis uit de 18 eeuw uit Calcutta, India, zei ‘dag!’ bij de uitgang.
Buiten regende het nog steeds, niet echt aantrekkelijk voor een wandeling door Central Park.
Er stond een bus gereed en ik sprong er op het allerlaatste moment in en deze ging geheel over Fifth Avenue, leuke sightseeing van al die bekende plekken, die ik dit jaar nog niet gezien heb.
De eindhalte was in East Village en ik wandelde zonder na te hoeven denken, zó naar Chinatown.
Ik at er met de hand gemaakte Rice-rolls in een oud pandje met een geheel gemoderniseerd interieur, maar er werkten oudere mensen. Ik kan me zo voorstellen dat hun kinderen tot vernieuwing hadden gemaand. Er werd heel veel afgehaald en het smaakte mij ook opperbest.