Het eerste ochtendgloren na de nacht in de bus en de eerste blik op de lagune van Venetië; twee heel dierbare momenten.
Het is Juni! Alles staat in bloei langs de lagune, het ruikt naar jasmijn.
Deze omgeving past mij als een handschoen. Na een paar honderd meter langs villa’s met bloeiende tuinen, komt het klooster waar ik mij altijd met gemak kon voorstellen daar een kamer te hebben (zoals ik die toentertijd in het kapucijnenklooster in Velp-Grave ook had), en de kerk met een afbeelding van Clara van Assisi. Jarenlang was dit mijn zomervakantie-bestemming. Vorig jaar liep ik met een bezwaard gemoed, gemengd met rouw, dat ik dit allemaal ga missen, nu voelde ik iets van berusting.
Na het klooster en de poort van de kloostertuin, schuin ertegenover de poort van het vliegveldje, waar ook alle filmsterren landen voor het jaarlijkse filmfestival. En dan, na de oude begraafplaats rechts,
naar het strand. Hier hebben de minder rijke families hun strandhutje, vaak met haar allen aan het lunchen. Op het strand zelf is er plaats voor iedereen.
Na de Granita Grande Menta, bij de man die ik, net als ikzelf, ouder heb zien worden, werd het bewolkt met een kouder windje. Ik ging wandelen langs de kabbelende zee. En toen klaarde het onverwachts weer op, tijd om weer neer te zijgen. Daarover moest ik wel weer teruglopen, want het grootste gedeelte van het strand, daar mag je niet meer zitten, het is betaald ; alleen voor de badgasten van de cabines, wier aanwas ik in de loop van de vele jaren heb zien groeien. Terug dus naar het vrije strand met een mengeling van toeristen en Italiaanse jongeren en families.
En dan mijn all-time-favorite uitzicht in de avond met aan de overzijde de toren van San Marco op Venetië, nadat ik het Lido weer doorgestoken heb, van strand weer naar lagune.





