Net toen ik mij bedacht dat in de Arsenale het oog meer gericht is op de konkrete wereld van mensen, terwijl in Guardini voor mij de natuur sterk aanwezig is, hing daar dit gedicht van Etel Adnan, die zelf ook in pure eenvoudige vormen de bergen in de seizoenen in haar omgeving schildert.
Er is een wereld van boeken onder het speelse textieloppervlakte, het gaat óók over het omgaan met ziekte in de kleurige tronen, veelal gemaakt van gevonden materiaal.
Een hele vitrinekast vol met deze poppetjes. Dan blijken het de poppetjes te zijn, waar broer en zus vroeger werkelijk mee speelden en hele werelden schiepen rondom twee zelfverzonnen families. Het ging zó ver, dat toen er twee verdronken, Kai het broertje, erachter aan zwom en zelf bijna dood ging. Hij is later een wedstrijd windsurfer geworden, dalend tussen de hoge golven. Zijn zus, Nina, werd kunstenaar.
Om de twee familieleden weer tot leven te brengen, verzonnen ze een ritueel. De ouders van Kai en Nina hebben veel van hun spel gedocumenteerd en zo was er ook een geluidsband met de stemmen van beide hiervan en Nina heeft het in het nu nagespeeld en gefilmd. Daartoe alle oude poppetjes weer gerestaureerd en samen met Kai ze weer de namen gegeven van vroeger.
En dan dit: in 1993 is er in het echt in een loods een partij gevonden, waar onder de geleverde wapens, iemand op pallets bestaande kunstwerken heeft geschilderd:
In een installatie zie je de hele leefomgeving; haar favoriete oude perenboom, nu in brons gegoten, in het echt nu een groot insectenhotel, haar bijenhuis, ze speelt de geesten die er volgens legendes leven.
Geheel in repressie moeten leven, uiteindelijk, en dan door gebrek aan materiaal, oude Playboys gebruiken om daar zijn modecreaties op te maken. Ik zag het eerst zonder de uitleg, pas daarna zie je de naaktheid door de poses en door de kleren heen.
Er is een kathedraal, met planten uit de tuin van de kunstenaar zelf
Ergens las ik, dat je de 110 kunstenaars als het ware kunt bezoeken, als ieder op een eigen eiland. Jij bent het die kan rondzwerven van de ene naar de andere en uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden, zoals het water dat je draagt. (Deze laatste zin komt uit mijn eigen koker.)
Sommigen zijn maar met één werk vertegenwoordigd, zoals met dit geheel geborduurde heel grote wandkleed, dat gaat over de reis van de muziek van de Soefi, overal te zien in hun rondtollende beweging.
Best wel confronterend is dit: je loopt een lange rode ruimte in, met op het einde een heel kleine kubus in een vitrine. Daarin zijn alle grondstoffen in laagjes gestold, die iedereen nodig heeft. Onomkeerbaar en alom aanwezig, kan niemand zich hieraan ontrukken, hoe erg je ook je best zou willen doen om milieubewust en met rechtvaardigheidsgevoel enzo te leven.
Al met al is In Minor Keys een heel, heel rijke tentoonstelling, met zoveel verhalen en beleving in poëtische en filosofische lagen, allen ook nog eens zinnenprikkelend met elkaar in contact. ( Er zijn meerdere filminstallaties waar ook geur een rol speelt.) Je voelt kracht en vitaliteit.
Gelukkig kan ik onbeperkt naar binnen, want er is nog zoveel niet gezien en tot mij doorgedrongen en er zijn werken waar ik gewoon wel bij wil verwijlen. Daartoe nodigt de ruimte in bezonken blauw met bruin ribkarton als afscheidingen en versiering en de vele zitgelegenheid je ook toe uit.
En dan heb ik dus nog geen enkel landenpaviljoen gezien, daar ga ik mij vandaag op richten.















